Auteur: Patrick De Graeve
40 jaar geleden, een zoon voor de Vlaamse zangeres Samantha en haar man Lucien De Kock (Joepie 14 september 1980)

Voor onze wekelijkse rubriek Songfestival Hits van vroeger.
Starten we deze week met de Vlaamse inzending van 1969, namelijk Louis Neefs met de klassieker Jennifer Jennings.
Drie jaar later scoorde The New Seekers een grote hit met het nummer Beg, Steal Or Borrow en eindigde op de tweede plaats, na Vicky Leandros.
Voor de twee andere nummers gaan we eerst naar 1974 met Ireen Sheer – Bye Bye I Love You en dan naar 1981 met Jean Gabilou – Humanahum.




Kroatische oud-voetbalmanager en -speler Rudi Belin (De Post 20 september 1970)


60 jaar geleden, reclame voor het automodel Anglia van Ford (september-oktober 1960)

50 jaar geleden, Vlaanderen maakt kennis met restaurant Mister G.B
Deze nieuwe zaak was gelegen op de Prins Boudewijnlaan in Edegem en was de eerste self-service restaurant Mister G.B van de keten Grand Bazar Entreprises. (Vanaf 1974, na de fusie van Grand Bazar met À l’innovation (in de volksmond Innovation) en Au Bon Marché ging het bedrijf verder onder de naam GIB Group.
Het concept bestond uit drie delen, een self-service restaurant, Take Out waar men hapjes kon kopen om mee te nemen naar huis en een koffieshop.
Het was de bedoeling om er een betere self-service restaurant van te maken, dan de concurrent Lunch Garden van de groep Sarma-Nopri.
Begin de jaren zeventig veranderde Mister G.B van naam en ging de keten verder onder de naam Resto GB.
Sarma-Nopri was eind de jaren zestig overgenomen door de Amerikaanse warenhuisketen J.C. Penney.
Deze keten investeerde fors in Sarma en de eerste Sarma-hypermarkten werden gebouwd.
Hier werd de nadruk vooral op kwaliteit gelegd.
Bij de hypermarkten werd telkens een Lunch Garden-restaurant voorzien.
Eind 1976 hadden de Amerikanen 79 Sarma-warenhuizen en 205 Nopri-supermarkten in hun bezit.
Het marktaandeel van Sarma begon echter achteruit te gaan en de Amerikanen verkochten Sarma-Nopri in 1987 aan de GIB Group.
Gezien het succes van de Lunch Garden-restaurants, besliste de GIB groep in 1996 om Resto GB en Lunch Garden te fusioneren tot Lunch Garden-restaurants.
In 2002 werd Lunch Garden gekocht door de investeringsgroep Carestel, die de naam Lunch Garden behield, maar sleutelde aan het concept.
In 2004 verkocht Carestel echter Lunch Garden weer aan privé-investeerders.
In 2009 werd het overgenomen door het Amsterdamse investeringsfonds H2.
In 2012 startte men een samenwerking met Total voor de uitbreiding van het aantal wegrestaurants naast Total-tankstations, waarbij de Café Bonjour-restaurants van Total worden omgebouwd naar Lunch Gardens.
In 2015 verkocht H2 Lunch Garden aan de Brits-Nederlandse private equity fonds Bregal Freshtream. (Diverse bronnen, Wikipedia en de Post van 13 september 1970)


60 jaar geleden, reclame voor sigaretten van het merk Belga Licht (september 1960)

Vandaag 60 jaar geleden, kondigde het hof officieel de verloving aan van doña Fabiola met koning Boudewijn.









60 jaar geleden, de Amerikaanse atlete Wilma Rudolph won tijdens de Olympische Spelen in Rome als eerste Amerikaanse atlete drie gouden medailles op de 100 m, 200 m en de 4 x 100 m estafette.

40 jaar geleden, te gast bij de Nederlands schrijver, liedjesschrijver en copywriter Herman Pieter de Boer.
Herman Pieter de Boer werd in 1928 geboren in Rotterdam.
Nadat hij de HBS had afgerond en zijn dienstplicht van drie jaar had vervuld, richtte hij in 1954 samen met Dimitri Frenkel Frank en Hans Ferrée een Amsterdams reclame- en ideeënbureau op.
Later ging De Boer onder meer schrijven voor weekblad De Tijd.
Hij publiceerde onder meer columns, verhalenbundels en gedichten en werkte mee aan cabaretprogramma’s.
De Boer was ook actief als muziekschrijver.
Zo schreef hij bijvoorbeeld, onder het pseudoniem Johnny Austerlitz, de tekst van het lied Oh Waterlooplein (1969).
Het origineel is een nummer van Jason Crest, dat daarna vertaald wordt in het Frans.
Onder de naam Johnny Austerlitz schrijft Herman Pieter de Boer de Nederlandse vertaling.
Midden jaren zeventig verschijnen er drie platen van Conny Vandenbos. De Boer schrijft teksten voor elke plaat.
In 1977 komt het debuut van André Hazes uit: Zo Wil Ik Leven.
De Boer schrijft vier liedteksten voor de Amsterdamse volkszanger.
Hij krijgt van producer Eric Boom een bandje en bladmuziek van het lied Ma Dernière Volonté.
Of hij daar iets moois van wil maken voor Ramses Shaffy.
Er is haast bij want ze zijn al aan het opnemen.
Een paar dagen later belt Shaffy in de holst van de nacht De Boer op en zegt met veel gestommel op de achtergrond dat hij toch een tekst zou willen hebben.
De volgende middag sluit De Boer zich op in een kamer, luistert nog eens naar het bandje en schrijft in twintig minuten de tekst van Laat Me.
Een van de bekendste liedjes van Ramses Shaffy.
Een ander bekende liedtekst van zijn hand is Visite en Maar Ja dat door Lenny Kuhr werd gezonden.
Zij was ook zo’n twaalf jaar de levenspartner van De Boer.
Met Boudewijn de Groot schrijft hij het nummer Annabel.
Het nummer is bedoeld voor zijn plaat Van Een Afstand, maar De Groot laat het liedje links liggen.
Hans de Booij scoort er even later een grote hit mee.
Verder schreef Herman Pieter de Boer verschillende teksten voor Kinderen voor Kinderen.
De bekendste daarvan zijn Ik heb zo waanzinnig gedroomd en Op een onbewoond eiland.
In 2009 werd het laatstgenoemde nummer uitgeroepen tot grootste Kinderen voor Kinderen-klassiek.
In 1984 scoort Hans de Booij een hit met de single Thuis Ben. Herman Pieter de Boer tekent voor de tekst.
Herman Pieter de Boer schrijft verschillende teksten voor Dana Winner die op meerdere albums terechtkomen: Regenbogen (1993), Mijn Paradijs (1994), Regen Van Geluk (1995) en Waar Is Het Gevoel (1996).
In 1994 scoort Winner een hit met het door De Boer geschreven Westwind.
In 2002 wint Herman Pieter de Boer een Gouden Harp.In april wordt Herman Pieter de Boer benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.
Herman Pieter de Boer overlijdt in de nieuwjaarsnacht in 2014 in zijn woonplaats Eindhoven.
Hij is 85 jaar geworden.

60 jaar geleden, reclame voor kinderschoenen van het merk San Marco (september 1960)

Dolly Dots in de Joepie van 14 september 1980


John Terra in de Joepie van 15 september 1985
40 jaar geleden, Lp bespreking Clues van Robert Palmer (Joepie 14 september 1980)

Vandaag is het ook al vijftien jaar geleden dat de Gentse kursiefjesschrijver Prosper De Smet is gestorven.
Ongeveer 20 jaar geleden, leerde ik hem kennen dankzij Coenraed de Waele en ik nodigde hem dan ook uit om zijn gedichten bundel Gekke gedachten, stille gepeinzen voor te stellen in de Hotsy Totsy.
Hij werd geboren in het ouderlijk huis te Gent, in de Roggestraat.
Zijn vader, August, was dokwerker, zijn moeder, Cordula D’haese, naaister.Vader De Smet overleed in 1928.
Vanaf dat jaar, 9 jaar oud, tot oktober 1932, verbleef Prosper in het Stedelijk Weeshuis voor Jongens (“Kuldershuis” genoemd) op de Martelaarslaan te Gent.
Toen zijn moeder hertrouwde kon hij, vanaf november 1932, opnieuw bij haar en zijn stiefvader wonen, in de Roggestraat.
Na de Lagere Hoofdschool aan de Van Monckhovenstraat, volgde De Smet de beroepsschool aan de Martelaarslaan te Gent.
Tot de leeftijd van 17 jaar volgde hij daar een opleiding “letterzetter”. Hij ging naar de avondschool om zich te bekwamen in het Frans, Engels en Duits.Rond zijn veertiende jaar ontdekte hij het werk van Felix Timmermans, James Oliver Curwood en vooral Multatuli.
Na het verlaten van de school, in 1936, werkte hij in de drukkerij Heuvelmans aan de Lindelei. Kort daarop, 18 jaar oud, werd hij als soldaat gelegerd te Brussel.
Na 17 maanden dienst werd hij gemobiliseerd te velde.Het gezin verhuisde in januari 1940 naar de Hoppestraat (nu Poperingestraat).
In het ouderlijk gezin werd, met uitzondering van de krant Vooruit, niet gelezen. Prosper had vrij vroeg belangstelling voor de dagelijkse rubriek Boekuil (van Raymond Herreman) en voor de wekelijkse bladzijde Geestesleven.
In april 1946, na zijn huwelijk, verhuisde hij naar de Rooigemlaan.
In 1951 trok het gezin naar de Grensstraat en juli 1960 vestigden zij zich in de Bosuilstraat te Wondelgem, waar hij woonde tot aan zijn dood.
Vanaf 1945 werkte hij als drukker-letterzetter, eerst bij de Gentse firma Collier in de Jutestraat en vanaf 1948 bij het dagblad Vooruit, in de Sint-Pietersnieuwstraat.
Na een paar jaar verzorgde hij ook de lay-out van de krant. Na het stopzetten van Vooruit (1978) was hij nog enkele jaren verbonden aan de krant De Morgen.
In 1980 ging hij met pensioen.Van 1952 tot 1965 schreef hij – nog steeds letterzetter en lay out-man in de drukkerij – onder pseudoniem PDS boekbesprekingen voor de rubriek Geestesleven van Vooruit.
Van 1953 tot 1975 leverde hij (nu onder pseudoniem Polke Pluim) humoristische bijdragen voor de sportbladzijden.
In 1961 voegde hij daaraan nog een dagelijks cursiefje toe (ondertekend met P. Pluim).Dertig jaar lang zou hij dit volhouden, ook nadat Vooruit opging in De Morgen. In laatstgenoemde krant vertraagde het ritme iets: vanaf 1991 verschenen er wekelijks nog drie cursiefjes, dan twee en ten slotte nog één.
In september 2001 stopte hij definitief met zijn bijdragen.
De Smet schreef dus bijna 50 jaar voor de krant.In 1988 werd een bundel cursiefjes uitgegeven onder de titel In de Krabbel.
Zijn meestal optimistische stukjes hebben soms een vleugje weemoed.
Ze gaan vooral over het dagelijkse leven van de gewone man. Ze zijn vaak een milde, maar tezelfdertijd rake commentaar op de samenleving.
Tussen 1963 en 1965 publiceerde De Smet, onder zijn eigennaam, een tiental novellen in Elseviers weekblad.Novellen werden ook opgenomen o.m.in het Nieuw Vlaams tijdschrift, in Dietsche Warande & Belfort en in De Vlaamse gids.Tussen 1955 en 1990 werden ook een achttal romans, een toneelstuk, een verhalenbundel en enkele dichtbundels gepubliceerd.
In 1999 gaf hij, in eigen beheer, nog een dichtbundel uit: Gekke gedachten, stille gepeinzen.In 1957 werd de eerste roman van De Smet, De ontploffing, uitgegeven.
Hij werd ervoor onderscheiden met de publieksprijs, het zgn. Referendum van Vlaamse letterkundigen.
De Groene Amsterdammer riep dit werk uit tot boek van de maand.
Een jaar later verscheen het verhalend gedicht Aan de voet van ‘t Gravensteen; nog in hetzelfde jaar kende de stad Gent er hem haar Letterkundige prijs voor toe.
Zijn toneelstuk De ondernemingsraad werd in 1968 onderscheiden met de Visser Neerlandiaprijs; het werd nog in 1968 opgevoerd door de Gentse Multatulikring
In 1969 kreeg hij een tweede maal de Letterkundige prijs van zijn geboortestad, dit keer voor zijn verhalenbundel Prinses en coverboy.
Het geweer zonder kogels (1985) is een roman over zijn soldatentijd tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Met zijn romans en zijn novellen bevestigt De Smet dat hij een rasecht verteller is.
Zijn werk getuigt van rechtvaardigheidsgevoel en van een sterke sociale betrokkenheid.
Scherpzinnigheid en humor, naast wijsheid en mededogen, laten hem toe de kleinmenselijke kantjes liefdevol te relativeren.
Prosper De Smet stierf in 2005 op zesentachtigjarige leeftijd (diverse bronnen, Helena de Vetter en Wikipedia)





