90 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Juliaan Severin.

Juliaan Severin was geboren in 1888, in Borgerhout en die in 1975 gestorven is te Kruibeke.

Hij volgde opleiding regentaat Germaanse talen te Gent en dit samen met een artistieke opleiding aan de Academie te Antwerpen.

Onderhield nauwe contacten met de Lierse etser Raymond De la Haye, onderging de invloed van Verstraeten en kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog te Parijs in contact met C. Monet.

Werd na de wapenstilstand één van de bezielers en secretaris van AKOS, de Antwerpse Kunstkring der Oud-Strijders.

Reeds voor 1914 debuteerde hij als illustrator van de boeken van Raf Verhulst.

Realiseerde als schilder o.m. (heide)landschappen, hoevegezichten, figuren, stillevens met bloemen, vruchten, vissen.

Als etser vond hij o.m. inspiratie in oude Antwerpse stadshoekjes, in begijnhoven te Lier, Diest en Aalst.

Reisde o.m. naar Bretagne, Normandië, het Zuiden van Frankrijk en vond er inspiratie in de havens, de landschappen.

De pers schreef toen het volgende over hem: Kunsthistorisch kan men Severin onderbrengen bij het postimpressionisme, want het was er hem om te doen licht en stemming uit te beelden, zonder sterk vervormende expressie of sociale of symbolische geladenheid.

Zijn beste werken maakte hij tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen hij achter het front leider was van een heropvoedingscentrum voor invalide soldaten en na de oorlog als lid van de Antwerpse Kunstenaars-Oudstrijders.

Hij verwierf vooral bekendheid met zijn etsen, waarin hij schilderachtige oude stadswijken, begijnhoven en kerktorens vastlegde en de lof zong van het Waasland, waar hij sinds 1940 verbleef.” Enkele etsmappen: In Zuid-Provence (1919), Bretoense landschappen (1923), Stille hoekjes uit het Oude Antwerpen (1924), Civitas Marialis Antverpiensis (1939), Om de Ossenmarkt (1957), In het Harzgebergte en Vornbach (1966).

Zijn werken zijn onder meer te zien in de Prentenkabinetten te Brussel en Antwerpen, in de Musea te Sint-Niklaas en Antwerpen (Ons Volk 23 december 1934 en Paul Piron, De Belgische beeldende kunstenaars van de 19e tot de 21e eeuw)

75 jaar geleden, te gast in het droomkasteel ‘Le Palais Idéal’ van de postbode Cheval.

In het plaatsje Hauterives in de Drôme staat een exotisch bouwsel dat iets weg heeft van de tempels van Angkor.

Geen hoek van Le Palais Idéal is recht en de muren zijn versierd met de vreemdste stenen, schelpen, exotische dieren en wezens.

Dit is het aandoenlijke levenswerk van Facteur Cheval, een postbode die in 1879 zijn voet stootte tegen een gek uitziende steen.

Gisteren nog vandaag

Hij voelde een roeping en besloot het paleis van zijn dromen te bouwen, speciaal voor zijn jonge dochter.

In 30 jaar (en totaal 90.000 manuren) verrees een heus paleis met verwijzingen naar bouwstijlen uit alle continenten. Want postbode Cheval vond zijn inspiratie op de ansichtkaarten die hij bezorgde. In zwart-foto’s van hindoe-tempels, moskeeën en Egyptische grafkamers.

Gisteren nog vandaag

Verleden jaar kwam de Franse film L’Incroyable destin du Facteur Cheval uit.

In de film zien we hoe Facteur Cheval die een hoop te verduren krijgt in zijn leven. Zo verliest hij de ene na de andere geliefd. Maar zijn paleis blijkt een soort reddingsboei, een reden om door te gaan, ook al begrijpt alleen zijn dochter waar hij mee bezig is.

Een mooi moment in de film is als zijn vrouw (Laetitia Casta) naar hem lacht, als hij een eerste lintje krijgt van de burgemeester. Jarenlang vond ze zijn project net zo vreemd als de andere dorpsbewoners.

Maar nu realiseert ze zich trots dat mensen van verre komen om zijn paleis te bewonderen.

Gisteren nog vandaag

Facteur Cheval is ineens geen lokale gek meer, maar de held van een eenvoudig dorpje in de Drôme.

Bijna een eeuw na zijn dood blijft dat een hele mooie reden om zijn Palais Idéal eens te bezoeken.

Le Palais Idéal en het museum over Facteur Cheval in Hauterives is dagelijks open en de inkom is is 8 euro (volw.) en 5 euro (kinderen). Meer informatie: http://www.facteurcheval.com. (Diverse bronnen, Sabine Dekker, Wikipedia en Foto’s afkomstig uit het Tijdschrift Ons Volk november 1949)

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag 100 jaar geleden, Ras Teferi (Haile Selassie) te gast in Brussel voor een staatsbezoek aan ons land(22 mei 1924).

Haile Selassie werd geboren als Tafari Makonnen.

Haile Selassies vader was gouverneur van de provincie Harar.

Hij was een de adellijke personen met de titel ‘Ras’ (hertog).

Hiervan is de naam van de rastafaribeweging afgeleid.

Selassie wordt dan ook door de Rastafaribeweging gezien als de reïncarnatie van Jezus, hoewel hij zelf Ethiopisch-orthodox was.

Via zijn huwelijk in 1911 met Wayzaro Menen, dochter van keizer Menelik II, kwam Tafari in de keizerlijke familie.

In 1917 werd hij uitgeroepen tot troonopvolger van keizerin Zauditu en als regent ging hij namens haar Abessinië besturen.

Het onafhankelijke Abessinië was in Afrika een bijzonderheid. West-Europese landen hadden het continent in hun kolonisatiedrang onderling verdeeld.

De Ethiopische dynastie, die volgens de overlevering al sinds de 10e eeuw v.Chr. bestond en voort zou komen uit de Bijbelse koning Salomo en de koningin van Sheba, was het gelukt om de onafhankelijkheid van Ethiopië te waarborgen.

In 1918 overleefde hij de Spaanse griep.

In 1924 bracht hij een officieel bezoek aan Italië, Vaticaanstad en diverse andere Europese landen.

In Frankrijk, Zweden en het Verenigd Koninkrijk werd hij met grote eer ontvangen.

Toen hij op 2 november 1930 tot keizer van Ethiopië werd gekroond, kreeg hij de naam Haile Selassie, die staat voor Heilige Drievuldigheid, of Macht van de Drievuldigheid.

Deze situatie veranderde toen de Italiaanse dictator Mussolini in 1935 besloot vanuit Italiaans-Eritrea, een Italiaanse kolonie, Ethiopië binnen te vallen: de Tweede Italiaans-Ethiopische Oorlog.

Haile Selassie vluchtte naar het Verenigd Koninkrijk en probeerde steun te krijgen voor de vrijheidsstrijd.

Hij deed dit onder meer in 1936 tijdens zijn voordracht bij de Volkenbond, mede omtrent het gebruik van mosterdgas door Italië in Ethiopië.

Deze inspanningen bleken vergeefs, tot Italië zich aan de zijde van Duitsland in de Tweede Wereldoorlog mengde.

In 1941 verjoeg een troepenmacht met Britse en Belgische militairen en Ethiopische vrijheidsstrijders de Italiaanse troepen.

Haile Selassie kwam weer op de troon.

Haile Selassie legde op 27 augustus 1942 de wettelijke basis voor de afschaffing van de slavernij, die Italië in zijn land had ingevoerd, en voerde strenge straffen in voor slavenhandel, inclusief de doodstraf.

Hij moderniseerde zijn land met onder meer een nieuw belastingstelsel en een democratische grondwet.

Mede door zijn toedoen werd Ethiopië een stichtend lid van de Verenigde Naties.

Haile Selassie was in de internationale diplomatie een man met gezag en aanzien.

Hij had veel invloed binnen de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, met zetel te Addis Abeba en bracht staatsbezoeken aan de Verenigde Staten en diverse Europese landen, waaronder Nederland in 1954 en België in juli 1959.

De keizer was een ridder in de Orde van de Kousenband en, om Ethiopië te eren voor het moedige verzet tegen Mussolini’s troepen, ridder Grootkruis in de Militaire Willems-Orde.

In 1951 werd de voormalige Italiaanse kolonie Eritrea, door middel van een beslissing van de Verenigde Naties, verbonden met Ethiopië in een federatie, waarbij Haile Selassie koning van Eritrea werd.

In de jaren vijftig groeide Haile Selassie uit tot een voorbeeld voor veel Afrikanen, die ook het koloniale juk wilden afschudden. Het viel hem echter niet mee binnenlands de rust te bewaren.

Ethiopië bestond uit vele religieuze groeperingen en Haile Selassie probeerde met een verdeel-en-heerspolitiek de onderlinge vrede te bewaren.

In 1962 annexeerde Selassie Eritrea, nadat het in de jaren vijftig een grote autonomie had gehad.

Een gewapend conflict barstte hierop los, dat 32 jaar zou duren en voornamelijk escaleerde onder de militaire junta, na het afzetten van Haile Selassie.

In 1963 zat hij de oprichtingsvergadering van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid voor, die haar zetel kreeg in Addis Abeba.

Later dat jaar (in oktober) sprak hij de Verenigde Naties toe.

De Jamaicaanse zanger Bob Marley gebruikte een deel van deze speech als tekst voor het lied War.

Begin jaren zeventig stortte de economie in en na een periode van lange droogte greep de hongersnood om zich heen.

In 1974 voerden militairen een staatsgreep uit en namen Haile Selassie gevangen.

Hij werd opgevolgd door luitenant-generaal Aman Andom.

Op 23 november 1974 kwam Aman Andom onder verdachte omstandigheden om het leven.

Aman Andomj zou bij zijn arrestatie niet mee hebben gewerkt en gedood zijn.

Op dezelfde dag werden 59 anderen, waaronder generaals, twee ex-premiers, topambtenaren, aristocraten en leden van de keizerlijke familie geëxecuteerd.

Toen hij in augustus 1975 overleed, officieel aan de complicaties van een operatie, vermoedden velen moord, er werd vooral beweerd dat de oude ex-monarch was verstikt of gewurgd.

Het communistisch regime verhinderde elk onafhankelijk onderzoek naar de doodsoorzaak.

Pas in 1992, na de val van het Dergue-regime, werd zijn stoffelijk overschot teruggevonden.

Van de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk kreeg hij in november 2000 een keizerlijke begrafenis in de kathedraal van Addis Abeba.

Bob Marley kreeg in 1977 een ring van Haile Selassie en schreef in 1973 of 1974 het lied Iron Lion Zion voor hem.

Dit werd echter pas in 1992, na Marleys dood, uitgebracht. (Diverse bronnen, Ons Volk 31 mei 1924, De Post 26 november 1972 en Wikipedia)

90 jaar geleden, reclame voor Kruschen Salts in het tijdschrift Ons Volk van februari 1934.

Kruschen Salts was een product dat beweerde rheuma te bestrijden door het bloed te zuiveren en de nieren te stimuleren.

Het bestond uit een mengsel van zes verschillende zouten, waaronder natriumbicarbonaat, magnesiumsulfaat en kaliumchloride.

De reclame beloofde dat een dagelijkse dosis van een theelepel Kruschen Salts in een glas heet water de pijn en de stijfheid van rheuma zou verminderen of zelfs genezen.

Kruschen Salts werd voor het eerst geproduceerd in 1906 in Duitsland door de firma Krusch & Co.

Het product werd al snel populair in Europa en Amerika als een algemeen tonicum voor allerlei kwalen, waaronder rheuma, constipatie, obesitas, huidproblemen en verkoudheid.

Kruschen Salts werd ook gebruikt als een schoonmaakmiddel voor het huis en als een tandpasta.

De reclame voor Kruschen Salts was vaak overdreven en misleidend.

Zo werd er beweerd dat Kruschen Salts het leven kon verlengen, kanker kon voorkomen en zelfs kon helpen bij het afvallen.

Er was echter geen wetenschappelijk bewijs voor deze claims. In feite was Kruschen Salts niets meer dan een laxeermiddel dat tijdelijk een gevoel van welzijn kon geven door het verwijderen van afvalstoffen uit het lichaam.

Kruschen Salts wordt vandaag de dag nog steeds verkocht in sommige landen, zoals Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika.

Het product heeft echter veel concurrentie gekregen van andere laxeermiddelen en voedingssupplementen die beter gereguleerd zijn.

Bovendien zijn er nu veel effectievere behandelingen voor reumatoïde artritis beschikbaar, zoals ontstekingsremmers, immunosuppressiva en biologische geneesmiddelen.

Het gebruik van Kruschen Salts wordt dan ook niet meer aanbevolen voor reumapatiënten.

Kan een afbeelding zijn van 1 persoon en tekst

Vandaag 90 jaar geleden, zware rellen in Parijs door de affaire Stavisky (6 februari 1934)

Acha Stavisky kwam ter wereld in 1886 als zoon van een joodse tandarts in Oekraïne.

Hij verhuisde met zijn familie naar Parijs in 1899, waar hij al snel betrokken raakte bij verschillende oplichterijen, soms samen met zijn grootvader.

Na de Eerste Wereldoorlog werkte hij als gigolo en cocaïnehandelaar.

Hij werd meerdere keren veroordeeld tot gevangenisstraf.

In 1926 bedroog hij een effectenmakelaar in Parijs voor miljoenen francs.

Hij werd aangehouden en na anderhalf jaar in voorarrest werd hij tijdelijk vrijgelaten in afwachting van zijn proces.

Na zijn vrijlating veranderde Stavisky zijn naam van Sacha in Serge Alexander en pakte vanaf dan de zwendel grootscheeps aan.

Hij richtte een trits nieuwe maatschappijen met bekende personen in de directie.

Zij moesten hun naam en sociale status aan het bedrijf geven, maar hadden geen macht en zeker geen expertise.

Investeerders werden zo overgehaald hun geld in zijn bedrijven te stoppen.

Een van zijn bedrijven maakte houten koelkasten die geen elektriciteit nodig zouden hebben en daardoor goed waren voor koloniaal Afrika.

De koelkasten werkten natuurlijk niet.

Stavisky fêteerde politici en rechters en kreeg daardoor ondersteuning

Van deze politici werd gezegd: “ze zijn mannen van woorden in plaats van actie, en van ambitie in plaats van idealen “.

Stavisky gebruikte een piramidespel om zijn investeerders te misleiden.

Hij richtte een nieuw bedrijf op met het geld dat hij van de vorige investeerders had gekregen.

Zo hield hij de schijn op dat hij winstgevend was.

Maar dit kon natuurlijk niet eeuwig doorgaan en eind 1933 stortte zijn imperium.

Stavisky had een plaatselijke bank in Bayonne opgericht met de hulp van de burgemeester.

Hij leende geld bij zijn eigen bank en dit met als onderpand nepjuwelen.

Komt daarbij, om deze leningen terug te betalen, gaf hij obligaties uit die werden gesteund door de minister van arbeid.

Maar toen de obligaties eind 1933 moesten worden afgelost, was er geen geld meer.

De bank werd aangeklaagd en Stavisky sloeg op de vlucht naar Chamonix.

Op 8 januari probeerde de politie hem te arresteren, en terwijl ze de deur van zijn chalet forceerden, schoot Stavisky zich zelf door het hoofd.

Zowel de links als rechtse pers geloofde dit niet en negen van de tien Fransen dacht dat Stavisky was vermoord om te voorkomen dat de namen van medeplichtige politici bekend zouden worden.

De bankfraude in Bayonne bracht de frauduleuze praktijken van Stavisky aan het licht.

Hij leek onaantastbaar te zijn door zijn connecties met machtige personen en door omkoping van politie, rechters en politici.

De Action Française, een extreemrechtse en antisemitische groep, eiste dat de verantwoordelijken in de regering en overheid zouden worden ontmaskerd.

De Action Française was een autoritaire beweging die oud-strijders vereerde en al jaren de democratische instellingen aanviel.

De affaire Stavisky gaf hen een nieuwe aanleiding om onrust te stoken.

De politieke crisis in Frankrijk escaleerde in januari 1934.

Vooral omdat de premier, Chautemps, van de liberale Radicale Partij, weigerde een onderzoek in te stellen.

De Action Française, beschuldigde daarom de regering van medeplichtigheid en eiste haar aftreden.

Dit leidde daardoor tot een golf van protesten en geweld in Parijs, die duurden van 9 tot 29 januari.

Verschillende andere rechtse organisaties, zoals de Crois de Feu en de Solidarité Française, sloten zich aan bij de Action Française om de regering omver te werpen.

De situatie werd zo ernstig dat Chautemps op 27 januari ontslag nam.

Daladier, ook van de liberale Radicale Partij, vormde een nieuwe regering op 29 januari 1934.

Daladier probeerde de socialisten te paaien voor zijn kabinet door Chiappe, de politieprefect van Parijs, te laten oppakken.

Chiappe werd namelijk door de socialisten beschuldigd van extreemrechtse sympathieën en mogelijke betrokkenheid bij de Stavisky-affaire.

Dit leidde tot grote verontwaardiging bij rechts.

Op 5 februari organiseerde de Croix de Feu een betoging in Parijs.

De volgende dag, toen het kabinet-Daladier zou worden beëdigd, wilde de Croix de Feu een massale protestactie houden tegen het parlementaire systeem.

De geruchten dat de regering Senegalese soldaten zou inzetten tegen de betogers versterkten de woede bij rechts.

Een grote menigte, waaronder leden van fascistische organisaties, verzamelde zich op 6 februari aan de oever van de rivier, tegenover het parlementsgebouw dat door een brug verbonden was.

Ze gooiden projectielen naar de politieagenten die de brug bewaakten.

De politie slaagde er niet in om de menigte te verspreiden.

De demonstranten vielen de paarden aan met stokken met scheermesjes en gooiden knikkers om ze te laten struikelen.

Rond acht uur ’s avonds probeerden de fascisten de brug over te steken om het parlement te bereiken.

Er ontstond een vuurgevecht tussen de politie en de aanvallers.

De brug bleef echter in handen van de politie en de menigte trok zich tegen middernacht terug.

Er waren 15 doden en ruim 1400 gewonden.

De volgende dag bood de één dag oude regering van Daladier haar ontslag aan.

Er werd nu een rechtse regering gevormd onder Gaston Doumerge, een socialisten hater.

Petain, de maarschalk uit de Eerste Wereldoorlog en collaborateur in de tweede, werd minister van oorlog.

De rechtse groeperingen waren tevreden en de demonstraties namen af.

De affaire Stavisky was niet de oorzaak van de crisis in de Franse politiek, maar wel een symptoom ervan.

Het toonde aan hoe corrupt en zwak de Derde Republiek was, en hoe verdeeld en gepolariseerd de Franse samenleving was.

Het was een voorbode van de donkere tijden die zouden volgen (Ons Volk 7 januari 1934)

90 jaar geleden, sfeerfoto’s van het verdronken land van Saaftinge (Ons Volk 28 januari 1934)

Het verdronken land van Saaftinge had een rijke geschiedenis.

Het gebied werd al bewoond sinds de prehistorie, toen het nog een veenlandschap was. In de 13e eeuw liet de graaf van Vlaanderen er een kasteel bouwen en werd het gebied ingepolderd door monniken.

Er lagen vier dorpen en enkele gehuchten, waar mensen leefden van landbouw en turfsteken.

Het gebied was een aparte heerlijkheid, die soms betrokken raakte bij conflicten tussen Vlaanderen en Holland.

In 1570 werd het gebied getroffen door de Allerheiligenvloed, die grote delen onder water zette.

Vier jaar later, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, staken Nederlandse soldaten de laatste intacte dijken door om de Spanjaarden te hinderen.

Zo verdween het land van Saaftinge voorgoed onder water.

Alleen enkele restanten van huizen, kerken en forten bleven soms zichtbaar bij laagwater.

Vandaag de dag is het verdronken land van Saaftinge een natuurgebied, dat wordt beheerd door stichting Het Zeeuwse Landschap.

Het gebied is een belangrijk leefgebied voor vogels, vissen en planten.

Het is ook een beschermd gebied onder de Conventie van Ramsar en een Important Bird Area.

Het gebied is alleen toegankelijk onder begeleiding van een gids, die meer kan vertellen over de geschiedenis en de natuur van deze bijzondere streek.

Het verdronken land van Saaftinge was een gebied op de grens van België en Nederland, dat in de middeleeuwen werd bedijkt en bewoond.

Het bestond uit vier dorpen, een slot en verschillende gehuchten.

Door overstromingen, oorlogen en dijkdoorbraken raakte het gebied steeds meer onder water.

De laatste resten verdwenen in 1584, toen de Nederlandse soldaten de dijken doorknipten om de Spanjaarden tegen te houden.

Nu is het verdronken land van Saaftinge een groot schorrengebied dat beschermd wordt als natuurgebied en belangrijk is voor vogels en planten.

Vandaag 90 jaar geleden, de Nederlandse arbeider en communist Marinus van der Lubbe onthoofd in Duitsland (10 januari 1934)

Van der Lubbe werd geboren in 1909 in Leiden, als zoon van een metselaar.

Hij verloor zijn vader op jonge leeftijd en moest al vroeg gaan werken om zijn moeder en broers te ondersteunen.

Hij raakte betrokken bij de socialistische beweging en werd lid van de Communistische Partij van Nederland.

Hij nam deel aan stakingen en demonstraties en raakte gewond bij een confrontatie met de politie.

Hij verloor ook zijn linkeroog bij een ongeluk op het werk.

In 1931 reisde hij naar Duitsland, waar hij getuige was van de opkomst van het nazisme en de vervolging van de communisten en andere tegenstanders.

Hij sloot zich aan bij verschillende antifascistische groepen en nam deel aan illegale acties.

Hij werd meerdere keren gearresteerd en mishandeld door de nazi’s.

Hij raakte gefrustreerd door het gebrek aan effectieve weerstand tegen Hitler en besloot om een individuele daad van protest te plegen.

Op 27 februari 1933 sloop hij het Rijksdaggebouw binnen en stak verschillende gordijnen in brand.

Hij werd snel overmeesterd door de bewakers en bekende zijn daad.

Hij beweerde dat hij alleen had gehandeld, uit haat tegen het nazisme.

De nazi’s grepen echter de kans om een groot complot te fabriceren en beschuldigden de communisten, de sociaaldemocraten en andere tegenstanders van betrokkenheid bij de brand.

Ze gebruikten de brand als voorwendsel om een noodtoestand af te kondigen en duizenden mensen te arresteren, te martelen en te doden.

Van der Lubbe werd berecht voor hoogverraad, samen met vier andere verdachten: Ernst Torgler, een Duitse communistische leider, en drie Bulgaarse communisten: Georgi Dimitrov, Vasil Tanev en Blagoi Popov.

Het proces was een schijnvertoning, waarbij de nazi’s probeerden om Van der Lubbe als een marionet van de communisten af te schilderen, terwijl de andere verdachten hun onschuld volhielden en zich fel verdedigden.

Dimitrov maakte vooral indruk met zijn moedige weerwoord tegen Hitler, die persoonlijk het proces bijwoonde.

De rechtbank sprak uiteindelijk alle verdachten vrij, behalve Van der Lubbe, die schuldig werd bevonden en ter dood werd veroordeeld.

Hij werd onthoofd op 10 januari 1934, ondanks internationale protesten en verzoeken om gratie.

De doodstraf voor Marinus van der Lubbe leidde tot een opmerkelijke actie van de VARA op die dag.

De omroep liet drie minuten lang niets horen op de radio, als een stil protest tegen het vonnis.

De regering was woedend en nam wraak door de VARA een dag lang van de ether te halen.

Zijn lichaam werd gecremeerd en zijn as werd verstrooid boven de Noordzee.

Na zijn dood bleef Van der Lubbe een controversiële figuur.

Sommigen beschouwden hem als een martelaar voor de antifascistische zaak, anderen als een dwaas of een verrader die de nazi’s hielp om aan de macht te komen.

In 1967 werd hij postuum gerehabiliteerd door een West-Duitse rechtbank, die oordeelde dat zijn executie onrechtmatig was geweest.

In 2008 werd hij ook officieel vrijgesproken van alle beschuldigingen door een Duitse federale rechtbank, op grond van een wet die alle nazioorlogsmisdaden nietig verklaarde.

Vandaag 70 jaar geleden, opening van de nieuwe fabriek van General Motors in het Antwerps havengebied.

Het bedrijf werd in 1924 opgericht als General Motors Continental en was de tweede fabriek van General Motors buiten Noord-Amerika, na General Motors International A/S dat een jaar eerder in Denemarken operationeel werd.

GM Continental was gehuisvest waar vroeger de Sint-Michielsabdij en het marinearsenaal zich bevonden.

De eerste bediende van GM Continental werd aangeworven op 1 januari 1925, de eerste arbeider op 5 februari 1925.

Op 2 april datzelfde jaar werd de eerste CKD- Chevrolet geproduceerd.

Er werden 20 tot 25 exemplaren per dag gebouwd en op het einde van het eerste jaar waren 2040 Chevrolets geproduceerd.

Een sterke groei verplichtte GM Continental te verhuizen naar een grotere locatie.

Dat werd de voormalige velodroom.

De vorige locatie bleef in gebruik voor de productie van carrosserieën voor bedrijfsvoertuigen en als opslagplaats.

In 1929 was ook deze nieuwe locatie te klein geworden. In november dat jaar verhuisde het bedrijf naar een nieuwe assemblagefabriek in de haven.

Ook de verkoop en dienstverlening, die voorheen over Antwerpen verspreid waren, kwamen naar deze locatie.

De Grote Depressie, die het jaar daarop wereldwijd toesloeg en de jaren 1930 teisterde, zorgde ervoor dat de vergrote capaciteit jarenlang onbenut bleef.

Omwille van de slechte economische toestand werden de Franse en Duitse afdelingen van GM in 1932 gefuseerd met de Belgische.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de fabriek in de haven verwoest bij geallieerde bombardementen op de haven.

Na de oorlog begint GM een hersteldienst voor Amerikaanse legervoertuigen en een magazijn voor auto- en elektro-onderdelen.

In 1947 werd grond gekocht voor een nieuwe fabriek.

Begin 1948 werden opnieuw Chevrolets gebouwd in de oude.

Dat jaar werden bijna 5000 stuks gemaakt.

In 1953 was de nieuwe fabriek aan de Noorderlaan – de latere Fabriek 1 – klaar.

Vervolgens worden er Amerikaanse CKD’s en later ook Bedford-vrachtwagens, Opels en Vauxhalls geassembleerd (GM nam Opel volledig over in 1931).

In 1965 beslist GM een nieuwe fabriek te bouwen waarvoor Antwerpen gekozen werd.

Deze Fabriek 2 kwam in het noorden van de haven, op ongeveer 10 kilometer van Fabriek 1.

In 1967 werd Fabriek 2 operationeel en op 2 juli 1968 werd er reeds de 100.000ste auto gebouwd.

In 1970 draait de fabriek op volle capaciteit en komt er een tweede werkshift.

Op 22 maart 1971 bouwde Fabriek 2 de 500.000ste auto.

In 1973 werken er voor het eerst arbeidsters in de fabriek, maar het jaar erop moet de fabriek twee maanden dicht door de dalende verkoop die het gevolg was van de oliecrisis.

Op 24 mei 1973 rolde nog de miljoenste wagen van de band.

In de tweede helft van de jaren 1970 wakkert de autoverkoop opnieuw aan, wat grotendeels te danken was aan de nieuwe Manta en Ascona – en neemt de productie weer toe.

In 1978 begint een grote modernisering. Gedurende 8 jaar zal zo’n 22 miljard frank geïnvesteerd worden.

In 1979 werd ook in Fabriek 1, die sinds 1977 enkel nog Opels bouwde, een tweede shift ingesteld.

In 1981 kreeg Fabriek 1 een nieuwe verfspuiterij en werd Fabriek 2 uitgebreid om ook onderdelen te gaan maken.

Die laatste kreeg in 1984 ook een gerobotiseerde lijn voor het lassen van koetswerken.

In de tweede helft van de jaren 1980 krijgt ook Fabriek 2 een verfspuiterij die 6,2 miljard frank kostte.

In 1987 bereikte de productie een record van 393 724 Opels en Vauxhalls.

In augustus 1988 wordt de productie van Fabriek 1 overgeheveld naar Fabriek 2.

Een nieuw ploegensysteem zorgt voor een rendementsstijging van 43,5% waardoor één fabriek het werk van de twee aankon.

Fabriek 1 bleef verder dienstdoen voor onderdelenopslag en administratie.

In 1991 werd 4,6 miljard frank in Fabriek 2 gestoken voor de nieuwe Opel Astra en Opel Vectra, gevolgd door nogmaals 5,9 miljard frank in 1993-4.

Op 1 november 1994 wijzigt het bedrijf van naam en heet vanaf dan Opel Belgium.

Ook wordt Fabriek 1 verkocht en verhuist de sociale zetel naar Fabriek 2.

Fabriek 1 doet tegenwoordig (2007) dienst als parkeergarage voor cinemacomplex Metropolis.

De afdeling Verkoop ten slotte verhuisde naar Kontich.

Nog in 1994 begon een nieuw investeringsprogramma van 25 miljard frank voor allerlei moderniseringen en uitbreidingen.

In 1997 ging tien miljard frank naar de nieuwe Astra.

In 2002 werd de perserij fors uitgebreid, een investering van 51,4 miljoen euro.

Midden 2003 rolt de 12 miljoenste auto van de band.

In januari 2004 begon de productie van de nieuwe Astra waarvan de vijfdeurs en de stationwagen in Antwerpen werden gebouwd.

Op 1 november van dat jaar werd de bedrijfsnaam opnieuw veranderd, deze keer in General Motors Belgium.

Die wijziging paste in de nieuwe bedrijfsstructuur van GM en wijst op de wereldwijde krachtenbundeling binnen de autoreus.

In 2005 kreeg de fabriek ook de Astra GTC toegewezen.

In 2007 begon men die Astra ook onder het Amerikaanse merk Saturn te bouwen voor de Noord-Amerikaanse markt.

Nog in 2007 werd bekendgemaakt dat het bedrijf geherstructureerd wordt en de productie nagenoeg zal halveren.

Hierdoor zouden 2200 van de 4700 banen verdwijnen.

Ook zal de nieuwe generatie van de Astra niet in Antwerpen gebouwd worden.

In de plaats zouden een kleine SUV voor Opel en Chevrolet komen, en mogelijk nog een derde model.

In juni 2009 gaan er geruchten dat de gehele fabriek in Antwerpen wordt gesloten.

Dit in verband met een overname van Opel door Magna.

De overname door Magna gaat uiteindelijk niet door, maar GM neemt op 20 januari 2010 zelf het besluit de vestiging in Antwerpen in 2010 te sluiten.

Uiteindelijk rolde op woensdag 15 december 2010 de laatste auto van de band en twee dagen later, op 17 december 2010, ging de fabriek definitief dicht.(Diverse bronnen, Wikipedia en Ons Volk januari 1952)

Gisteren nog vandaag