Vandaag, 60 jaar geleden, komt koningin Elisabeth te overlijden

Elisabeth Gabriele Valérie Marie werd op 25 juli 1876 geboren in het Beierse Possenhofen.

Ze was een dochter van Karel Theodoor in Beieren en Maria José van Bragança, en bovendien een nicht van de beroemde keizerin Sisi van Oostenrijk.

Haar leven nam een beslissende wending toen ze Albert van België ontmoette bij een tragische gelegenheid: de begrafenis van haar tante Sophie, die in 1897 was omgekomen bij de brand in de Bazar de la Charité.

Op 2 oktober 1900 trad Elisabeth in het huwelijk met prins Albert, de latere koning Albert I. Het echtpaar kreeg drie kinderen: Leopold (1901-1983), Karel (1903-1983) en Marie-José (1906-2001).

Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte Elisabeth grote indruk met haar onvermoeibare inzet voor gewonde militairen, wat haar de blijvende bijnaam “koningin-verpleegster” opleverde.

Naast haar sociale inzet had de koningin een levenslange passie voor cultuur en muziek.

Haar naam zal voor altijd verbonden blijven aan de Elisabethwedstrijd. Elisabeth speelde zelf viool en stichtte in 1937 het Internationale Concours Eugène Ysaye, ter herinnering aan haar leraar.

Vanaf 1951 werd dit prestigieuze muziekconcours naar haarzelf vernoemd.

De koningin Elisabethwedstrijd wordt vandaag de dag nog steeds georganiseerd, met afwisselende edities voor piano, viool en zang.

Ook de koningin Elisabethzaal in Antwerpen draagt haar naam.

Op latere leeftijd, tijdens de Koude Oorlog, werden haar activiteiten nauwlettend gevolgd.

Ze ondernam opmerkelijke reizen naar Polen (1955), de Sovjet-Unie (1958), Joegoslavië en China (1961).

Hoewel ze deze reizen officieel maakte voor muziekfestivals, zorgde haar aanwezigheid op de officiële tribune op het Rode Plein op 1 mei 1958 voor de nodige opschudding.

In de Belgische pers werd volop gespeculeerd over mogelijke communistische sympathieën, wat haar bijnamen als ‘rode oma’ of ‘de rode koningin’ opleverde.

Later bleek dat deze bezoeken niet alleen in België, maar ook in de Verenigde Staten ongerustheid hadden gewekt.

In 1964 leken de plooien echter gladgestreken toen Elisabeth, samen met haar dochter Marie-José, naar de Verenigde Staten reisde waar ze een vorstelijk onthaal kregen.

Een jaar later, op 23 november 1965, overleed koningin Elisabeth op 89-jarige leeftijd in Laken aan een hartaanval.

Thérésia Cabarrus, van Notre-Dame de Thermidor tot Prinses van Chimay.

Thérésia Cabarrus, dochter van een rijke Spaans-Franse financier, werd op haar veertiende uitgehuwelijkt aan de markies van Fontenay.

Ze omarmde echter de idealen van de Franse Revolutie en maakte in 1793, als negentienjarige, gebruik van de nieuwe echtscheidingswet om haar royalistische echtgenoot te verlaten.

Ze vestigde zich in Bordeaux, waar ze de geliefde werd van het invloedrijke jakobijnse conventielid Jean-Lambert Tallien.

Ze gebruikte haar charme om zijn vervolgingsijver tijdens de Terreur te temperen, waardoor ze het leven van veel verdachten redde.

Haar gematigde invloed was echter een doorn in het oog van Robespierre.

Toen Tallien voor “gematigdheid” werd teruggeroepen naar Parijs, volgde Thérésia hem.

Daar werd ze prompt gearresteerd.

Vanuit de gevangenis, waar ze de cel deelde met de toekomstige keizerin Joséphine de Beauharnais, stuurde ze Tallien een wanhopig briefje om haar van de guillotine te redden.

Deze noodkreet spoorde hem aan om het voortouw te nemen in de staatsgreep van 9 Thermidor, die Robespierre ten val bracht en de Terreur beëindigde.

Na haar vrijlating werd Thérésia gevierd als “Notre-Dame de Thermidor”.

Ze trouwde met Tallien en werd de spil van het mondaine leven tijdens het Directoire.

Samen met haar vriendin Joséphine zette ze de trend van de decadente, neo-Griekse modestijl met transparante stoffen.

Ze hield een invloedrijk salon en werd de maîtresse van de machtigste man van Frankrijk, Paul Barras, en later van de rijke bankier Gabriel-Julien Ouvrard, met wie ze meerdere kinderen kreeg.

Haar status als “Koningin van het Directoire” verdampte toen Napoleon Bonaparte aan de macht kwam.

Haar losse reputatie strookte niet met het nieuwe ideaal van respectabiliteit.

De breuk werd definitief toen de Markies de Sade een pornografisch werk publiceerde waarin Thérésia en Joséphine figureerden.

Napoleon was woedend en verbood zijn vrouw Joséphine elk contact met haar “liederlijke” vriendin.

In 1805 hertrouwde Cabarrus met de hoogadellijke cavalerieofficier François-Joseph de Riquet, graaf van Caraman, die kort daarna Prins van Chimay werd.

Hoewel Thérésia haar eerste huwelijk nietig liet verklaren om dit kerkelijk huwelijk mogelijk te maken, werd ze nooit geaccepteerd door haar schoonfamilie.

Thérésia trok zich definitief terug uit het Parijse leven en wijdde zich aan de opvoeding van haar elf kinderen.

Van 1815 tot haar dood in 1835 woonde ze met haar gezin in Brussel en op het kasteel van Chimay.

Haar reputatie bleef haar echter achtervolgen: ze was niet welkom aan het hof van koning Willem I der Nederlanden, en later evenmin bij de Belgische koning Leopold I.

In Chimay liet ze een theater bouwen en organiseerde ze een eigen, gecultiveerd hofleven.

Ze patroneerde musici van naam, zoals Maria Malibran, Luigi Cherubini en Charles de Bériot, en nam deel aan het schildersatelier van François-Joseph Navez.

Desondanks bracht ze haar laatste levensjaren door in bitterheid en verveling.

Thérésia Cabarrus werd begraven in de kerk van Chimay, waar een standbeeld op het marktplein nog aan haar herinnert.

40 jaar geleden, te gast bij Élisabeth de Chimay.

Hoewel ze door haar huwelijk een Belgische prinses werd, was ze van Franse oorsprong.

Prinses Élisabeth werd geboren in Bordeaux, Frankrijk, op 20 maart 1926 als Martha Marie Élisabeth Antoine Manset.

Ze groeide op in de wijnhandel van haar familie, maar haar jeugd werd getekend door een tragedie: ze was slechts 13 jaar oud toen haar ouders in 1939 omkwamen bij een auto-ongeluk.

Op 18-jarige leeftijd verhuisde ze naar Parijs.

In 1947 trouwde Élisabeth Manset met Élie de Riquet, de 20e Prins van Caraman en Chimay (1924-1980).

Door dit huwelijk werd ze Prinses van Chimay en verhuisde ze naar het voorouderlijk kasteel van de familie in Henegouwen.

Vanaf haar huwelijk in 1947 tot aan haar dood op 2 augustus 2023 woonde de prinses op het Kasteel van Chimay.

Prinses Élisabeth wijdde haar leven aan het erfgoed van de familie De Riquet de Caraman en het behoud van de uitgebreide archieven van het kasteel.

Ze stond er ook om bekend het kasteel open te stellen voor cultuur en organiseerde van 1957 tot 1980 een gerenommeerd festival voor barokmuziek.

Daarnaast was ze een goede vriendin en hofdame van koningin Fabiola van België.

Als verdienstelijk schrijfster en biografe publiceerde ze twee belangrijke werken:

  • La Princesse des Chimères (1993): Een biografie van Thérésa Tallien, een invloedrijke figuur tijdens de Franse Revolutie die eveneens prinses van Chimay werd.
  • La Fin d’un siècle, souvenirs (2000): Haar autobiografie, waarin ze terugblikt op haar Franse jeugd en haar ervaringen als prinses.

Het echtpaar kreeg drie kinderen:

  • Philippe (1948)
  • Marie-Gilone (1950)
  • Alexandra (1952)

Haar zoon Philippe (nu de 21e Prins van Chimay) volgt zijn vader op als hoofd van de adellijke familie.

Philippe huwde met een erfgename van InBev, het grootste bierconcern van de wereld.

Bij dat huwelijk was de Belgische prins Laurent aanwezig als getuige.

Op een strategische rots boven de vallei van de Eau Blanche in Henegouwen staat het Kasteel van Chimay.

Al meer dan duizend jaar is dit de residentie van prinselijke families.

Wie ‘Chimay’ hoort, denkt misschien aan het bekende bier, maar het kasteel en de familie die er woont, dragen een veel diepere geschiedenis met zich mee, die zich zelfs uitstrekt tot in het Nederlandse Weert.

De oorsprong van het kasteel gaat terug tot de 11e eeuw. Het is de thuisbasis geweest van vier grote adellijke families, waaronder Croÿ en Hénin-Liétard, en sinds 1804 de familie De Riquet de Caraman.

Het gebouw heeft veel te lijden gehad onder oorlogen, maar de meest recente ramp was een verwoestende brand in 1935, die een groot deel in de as legde.

Het kasteel werd zorgvuldig gereconstrueerd in een renaissance Hendrik IV-stijl, hoewel de middeleeuwse kerkers en de donjon de vroege geschiedenis blijven verraden.

Binnenin tonen de Grote Hal en de Wapenzaal harnassen, terwijl de Portrettenzaal de lange familielijn illustreert.

Het absolute pronkstuk is echter het intieme theater. Dit juweel, een verkleinde kopie van het rococotheater van het Kasteel van Fontainebleau, werd in 1863 gebouwd en is vandaag geklasseerd als Uitzonderlijk Erfgoed van Wallonië.

Het kasteel wordt omgeven door een 25 hectare groot Prinselijk Park, aangelegd als een formele Franse tuin.

De huidige eigenaars, prins Philippe en prinses Françoise de Chimay, hebben net als hun voorgangers hun hart verloren aan Chimay en blazen het kasteel nieuw leven in door er culturele activiteiten met internationale uitstraling te organiseren.

Het theater van het Kasteel van Chimay biedt een divers podium voor concerten (zowel klassieke muziek als jazz), theater, conferenties en speciale voorstellingen voor kinderen.

Het leven van prinses Maria Gabriella van Savoye.

Het leven van prinses Maria Gabriella van Savoye, dochter van de laatste koning van Italië, Umberto II, en koningin Marie José van België, is gevuld met opmerkelijke gebeurtenissen.

Al op jonge leeftijd kreeg ze te maken met tegenslagen. Zo overleefde ze samen met haar zus Maria Pia in Zwitserland een tyfusbesmetting in de periode van 1943 tot 1945, terwijl hun kinderjuffrouw aan de ziekte bezweek.

Na de afschaffing van de Italiaanse monarchie in 1946 verhuisde Maria Gabriella met haar moeder naar Zwitserland, terwijl haar vader in Portugal ging wonen.

Later in haar leven volgde ze een brede opleiding, van exacte wetenschappen aan het Italiaans Lyceum in Madrid tot een tolkenopleiding in Genève en kunstgeschiedenis in Parijs.

In de jaren vijftig was er een huwelijksaanzoek van de sjah van Iran, Mohammed Reza Pahlavi.

Dit stuitte echter op verzet; Paus Johannes XXIII zou zijn veto hebben uitgesproken, en de Vaticaanse krant L’Osservatore Romano beschreef een huwelijk met een katholieke prinses als een groot gevaar voor de kerk.

Uiteindelijk trouwde ze in 1969 met de succesvolle vastgoedontwikkelaar Robert Zellinger de Balkany.

Zijn eerste project, Élysée 2 nabij Parijs, was een groot complex met appartementen, een winkelcentrum, bioscoop en sportfaciliteiten.

De oplevering begon in 1964 en beroemdheden zoals Dalí en Cocteau hielpen het te promoten.

In 1969 bouwde hij het nog grotere Parly 2.

Dit project was een enorm succes en zijn bedrijf, SCC (Shopping Center Company), rolde het concept uit door heel Frankrijk en later in andere Europese landen en het Midden-Oosten.

Robert had twee dochters uit een eerder huwelijk en kreeg in 1972 een dochter, Marie Elisabeth, met Maria Gabriella.

Het echtpaar scheidde in 1976 en hun echtscheiding werd officieel in 1990. Robert, die verschillende kastelen en paleizen bezat, overleed op 19 september 2015.

De nu 85-jarige prinses Maria Gabriella van Savoye is oprichtster van de Stichting Umberto II en Marie José van Savoye.

Deze stichting richt zich op de wetenschappelijke studie van het Huis van Savoye en het behoud van hun historisch erfgoed.

Zelf schreef ze ook boeken over de geschiedenis van haar familie.

Na de dood van haar ouders kregen Maria Gabriella en haar drie zussen, net als hun enige broer Victor Emanuel, onenigheid over erfeniskwesties (foto september 1960).

40 jaar geleden, te gast bij graaf Philippe Marie Eugèn.

Als kleinzoon van graaf Charles d’Ursel, die gouverneur van West-Vlaanderen was, groeide hij op binnen de invloedrijke en eeuwenoude adellijke familie d’Ursel.

Naast zijn adellijke titel verwierf graaf Philippe ook bekendheid als alpineskiër en vertegenwoordigde hij België op de Olympische Winterspelen van 1948 in St. Moritz.

Samen met zijn echtgenote, Marie Roche de la Rigodière, kreeg hij vier kinderen: de zonen Etienne, Nicolas en Christophe d’Ursel, en een dochter, Valentine Marie Anne, die helaas is overleden.

Graaf Philippe was zijn leven lang de bewoner van het Kasteeldomein Gruuthuse en overleed in 2017 op 96-jarige leeftijd in Oostkamp.

Het Kasteeldomein Gruuthuse in Oostkamp heeft een geschiedenis die veel verder teruggaat dan de familie d’Ursel.

De site dankt zijn naam aan de bekendste 15e-eeuwse eigenaar, Lodewijk van Gruuthuse.

Begin 17e eeuw kwam het domein in het bezit van de familie d’Ursel.

Het huidige kasteel in Vlaamse neorenaissancestijl werd in 1888 gebouwd in opdracht van graaf Charles d’Ursel.

In 1981 verwoestte een brand de bovenverdieping en daarna als plat dak werd hersteld.

Na het overlijden van graaf Philippe is de continuïteit op het domein verzekerd.

Vandaag de dag wordt het kasteel bewoond door zijn zoon, graaf Etienne d’Ursel, die er met zijn gezin de lange familietraditie voortzet.

De rijke geschiedenis van het domein is in 2019 uitgebreid gedocumenteerd in het boek ‘Het kasteel d’Ursel in Oostkamp: adellijke residentie aan de Rivierbeek’.

Dit werk beschrijft de volledige historiek, van de vroegste bewoning in het beekdal tot de actuele toestand van het beschermde domein.

Het kasteel en het omliggende landgoed zijn privébezit en niet publiek toegankelijk

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Deze week is het precies 65 jaar geleden dat Jaime de Mora y Aragón, de flamboyante en controversiële broer van koningin Fabiola, zich in Venetië verloofde met de Zweedse Margit Ohlson.

Er was echter één groot probleem: Jaime was op dat moment pas drie maanden getrouwd met de Mexicaanse actrice Rosita Arenas.

Het was het begin van een van de stormachtigste liefdesverhalen in de Europese high society.

Jaime scheidde bliksemsnel van Rosita om kort daarna in Montevideo met Margit te trouwen.

Dit eerste huwelijk was geen lang leven beschoren en eindigde al snel in een scheiding.

Toch bleek hun liefde sterker dan de ruzies, want in 1966 besloten ze opnieuw met elkaar te trouwen.

Deze verbintenis werd in 1978 nog eens kerkelijk bezegeld.

Jaime gebruikte zijn adellijke afkomst en koninklijke connecties om een graag geziene gast te worden in de jetset, al was hij niet overal welkom.

In 1965 werd hij in Italië veroordeeld voor fraude, wat hem een inreisverbod opleverde.

Zijn levensstijl zorgde ook voor een breuk met zijn zus Fabiola, maar het was Margit die jaren later een verzoening tussen hen wist te bewerkstelligen.

Het koppel bleef samen tot aan de dood van Jaime op 26 juli 1995.

Na zijn overlijden leefde Margit een teruggetrokken leven in Marbella. Haar eigen levenseinde in 2019 was omgeven door mysterie; bronnen spreken elkaar tegen over de exacte datum en er waren zelfs geruchten dat ze een maand onopgemerkt dood in haar appartement had gelegen.

Vandaag 90 jaar geleden, het Belgische volk verliest een geliefde vorstin (Koningin Astrid, 29 augustus 1935, ABC 8 september 1935)

Samen met haar echtgenoot, koning Leopold III, maakte ze incognito onder de naam Renard een laatste uitstapje voor ze huiswaarts zouden keren.

Het ongeval gebeurde toen de koning, die zelf aan het stuur zat, even werd afgeleid doordat de koningin hem iets aanwees.

Hij verloor de controle over de wagen, die van de weg raakte en tegen een perenboom botste.

De koningin, die wellicht probeerde uit de reeds geopende deur te springen, werd uit de auto geslingerd en kwam met een fatale klap tegen diezelfde boom terecht.

De wagen reed nog door, botste tegen een tweede boom en belandde in het Vierwoudstrekenmeer.

Door een zwaar hoofdletsel was koningin Astrid op slag dood.

Met haar stierf mogelijk ook haar ongeboren vierde kind.

De koning zelf was opmerkelijk genoeg vrijwel ongedeerd.

Het nieuws van haar dood, na slechts een jaar koningin te zijn geweest, dompelde België in een diepe rouw.

Het land treurde om zijn jonge, geliefde vorstin en leefde mee met de prinsen Boudewijn en Albert en prinses Joséphine-Charlotte, die de avond ervoor met de trein naar huis waren vertrokken en nu plots hun moeder verloren hadden.

Het verlies tekende koning Leopold voor de rest van zijn leven.

Zijn verdriet was immens; hij verbood zelfs zijn kinderen om over hun moeder te spreken, liet haar boudoir onaangeroerd en bewaarde zelfs haar met bloed besmeurde jurk.

Als blijvende herinnering liet hij een kapel bouwen op de plaats van het ongeluk in Küssnacht, op een stuk grond dat hem door de gemeente werd geschonken.

Koningin Astrid, de vierde koningin der Belgen, vond haar laatste rustplaats in een praalgraf in de koninklijke crypte van Laken.

Ze rust er naast haar echtgenoot en diens tweede vrouw, Lilian, prinses van Retie.

Haar belangrijkste erfenis zijn haar kinderen: Joséphine-Charlotte, de latere groothertogin van Luxemburg, en de koningen Boudewijn en Albert II, die de toekomst van de Belgische monarchie zouden bepalen (29 augustus 1935, ABC 8 september 1935)

65 jaar geleden, te gast bij prins Jan van Luxemburg en prinses Josephine Charlotte van België en hun kinderen.

Op 9 april 1953 trad prins Jan van Luxemburg in het huwelijk met de Belgische prinses Joséphine-Charlotte, de dochter van koning Leopold III.

Hun verbintenis was echter meer dan een vorstelijke alliantie; de twee kenden elkaar al sinds hun kindertijd en konden het goed met elkaar vinden.

Bovendien deelden ze verre familiebanden via hun (over)grootmoeders, die allen afstamden van het Portugese huis Bragança.

Uit hun gelukkige huwelijk werden vijf kinderen geboren: prinses Marie Astrid in 1954, de huidige groothertog Hendrik in 1955, en de tweeling prins Jan en prinses Margaretha in 1957.

Hun jongste zoon, prins Willem, werd in 1963 geboren.

Na een lange en stabiele regeerperiode deed groothertog Jan op 7 oktober 2000 troonsafstand ten gunste van zijn oudste zoon, Hendrik, die sindsdien het groothertogdom leidt.

De latere jaren van zijn leven werden overschaduwd door het verlies van zijn echtgenote.

Prinses Joséphine-Charlotte overleed op 10 januari 2005 op 77-jarige leeftijd.

Prins Jan zelf overleed op 23 april 2019 op de respectabele leeftijd van 98 jaar, na een kort ziekbed als gevolg van een longontsteking.