Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
De Mirano in Brussel is een legendarische plek die een rijke geschiedenis ademt.
Het begon allemaal in 1934, toen het pand aan de Leuvensesteenweg in Sint-Joost-ten-Node de deuren opende als bioscoop Ciné Mirano.
Na jarenlang dienst te hebben gedaan als filmzaal sloot de bioscoop eind jaren zeventig, waarna het gebouw in 1981 werd omgevormd tot de discotheek Mirano Continental.
De officiële opening van de Mirano Continental vond plaats op donderdag 19 maart 1981.
De club was van meet af aan bedoeld als de Brusselse tegenhanger van de beroemde New Yorkse Studio 54 en het Parijse Le Palace.
Deze eerste avond werd bijgewoond door tal van prominenten, waaronder de Franse presentator Thierry Ardisson als een van de eregasten.
Niemand minder dan de extravagante Grace Jones verzorgde een optreden en arriveerde op spectaculaire wijze in een witte limousine.
Zij bleef een graag geziene gast in de club, want op 4 oktober 1981 bracht ze een tweede bezoek aan de Mirano na haar optreden in de Ancienne Belgique.
De Mirano werd al snel de plek waar de internationale jetset en mode-elite elkaar ontmoetten.
Grote namen uit de modewereld, waaronder de bekende Antwerpse Zes, gebruikten de club als podium voor hun avant-gardistische shows.
In de hoogtijdagen was het een smeltkroes van kunstenaars, modellen en muzikanten, wat de club een aura van exclusiviteit en creativiteit gaf.
Een van de meest unieke technische snufjes is de draaiende dansvloer.
Dit overblijfsel uit het cinematijdperk werd behouden en gemoderniseerd, waardoor het nog steeds een van de centrale attracties van de zaal is.
Ook de majestueuze entree in de vorm van een trechter en het interieur vol goud- en zwartaccenten dragen bij aan de theatrale sfeer die zo typerend is voor deze locatie.
Tegenwoordig bestaat de Mirano nog steeds, al heeft het een bewogen periode achter de rug.
Na een sluiting in 2017 onderging het gebouw een grondige renovatie, waarbij geprobeerd is om de pracht en praal van de jaren dertig weer terug te brengen.
Sinds de heropening in 2019 functioneert de Mirano niet alleen als discotheek op vrijdag- en zaterdagavond met een focus op electro- en urbanmuziek, maar doet het ook dienst als polyvalente evenementenlocatie en cultureel centrum.
Het wordt nu geëxploiteerd door de groep Art Blanc en is nog steeds een van de meest beeldbepalende plekken in het Brusselse nachtleven voor zowel clubavonden als bedrijfsfeesten en artistieke presentaties.
In de vroege jaren zeventig stond Creedence Clearwater Revival op een absoluut hoogtepunt.
Dat was ook te merken tijdens hun indrukwekkende Europese tournee van 4 tot 28 september 1971.
De Californische band reisde toen met een eigen privévliegtuig, een luxe die destijds alleen voor de allergrootste wereldsterren was weggelegd. Van die tournee verscheen later het livealbum Live in Europe.
Eerder speelden ze al in Nederland, op 10 september 1971 in het Concertgebouw in Amsterdam.
Op 24 september 1971 landde Creedence Clearwater Revival met hun privéjet op de luchthaven van Deurne.
Ondanks hun status maakten de muzikanten in België op een toegankelijke manier contact met de aanwezige fans.
Tijdens de paspoortcontrole praatte een douanebeambte, zelf muzikant in een lokaal orkestje, graag even met hen.
Hij vond hun muziek wel goed, maar zwoer dat The Shadows voor hem nog altijd bovenaan stonden.
John Fogerty, de onbetwiste leider en creatieve motor van de groep, werd vergezeld door zijn vaste bandleden Douglas Ray Clifford op drums en Stuart Cook op basgitaar.
Fogerty kreeg handtekeningenverzoeken en bewonderende blikken van een paar meisjes.
Met een cassetterecorder om zijn nek stapte hij samen met de rest van de groep in een taxi.
Tussen de hectische optredens door hechtten de groepsleden veel waarde aan rust en ontspanning.
Muziek luisteren via koptelefoons was voor hen een essentiële manier om de batterijen op te laden en te ontsnappen aan de constante druk van het toeren.
Achter de schermen werd de band ondersteund door die vaste ploeg medewerkers, die ervoor zorgden dat de logistiek rond de internationale concerten vlekkeloos verliep.
Onderweg, van concert naar concert, deden ze volgens hen vooral één ding: relaxen.
Ze kwamen net uit Stockholm, waar de band volgens hen een geweldig onthaal had gekregen.
In het Century Hotel in Antwerpen vertelde Fogerty tijdens de persvoorstelling hoe de groepsnaam tot stand was gekomen.
In 1959, toen hij ongeveer veertien was, startte hij met Doug Clifford en Stu Cook een bluesgroepje.
Fogerty speelde piano, Cook gitaar en Clifford drums.
Ze heetten toen The Blue Velvets en traden op schoolfeesten op.
Een manager veranderde hun naam in The Golliwogs en stak hen in rare hoedjes.
Daar kregen ze al snel genoeg van. Ze namen afscheid van die manager en begonnen in 1969 opnieuw. Toms broer Tom Fogerty speelde intussen ook gitaar mee.
‘Creedence’ stond voor hun geloof in het nieuwe plan. ‘Clearwater’ kwam van een tv-reclame voor Olympia-bier, met ‘ongelooflijk helder water’. ‘Revival’ verwees naar de herstart.
Eerst speelden ze covers als ‘Screamin” van Jay Hawkins en ‘Suzie Q’ van Dale Hawkins.
Daarna schreven ze zelf hits als Proud Mary en Bad Moon Rising.
Het optreden in het Antwerpse Sportpaleis was een krachtige vertoning van hun kenmerkende stijl: rauwe rock met heldere, herkenbare melodieën.
De zaal was tot de nok toe gevuld met een enthousiaste menigte die de Amerikaanse beatgroep met open armen ontving.
Toen de omroeper ‘straight from California, the Creedence Clearwater Revival’ aankondigde, barstte het los.
De geluidsinstallatie was keihard. Het gehoor van sommigen was pas twee dagen later weer normaal.
De setlist van die avond was: ‘Born on the Bayou’, ‘Green River’, ‘It Came Out of the Sky’, ‘Door to Door’, ‘Travelin’ Band’, ‘Fortunate Son’, ‘Commotion’, ‘Lodi’, ‘Bad Moon Rising’, ‘Proud Mary’, ‘Up Around the Bend’ en ‘Hey Tonight’.
Het hoogtepunt van de show waren ‘Proud Mary’ en ‘Bad Moon Rising’.
Het optreden eindigde abrupt, zonder toegiften, alleen met ‘Good night, we thank you, we love you all.’
Niet iedereen was tevreden. Sommige jonge bezoekers vonden het ticket van 150 frank, omgerekend naar de koopkracht van vandaag ongeveer 25 euro, te duur.
Ze hadden de band moderner verwacht. Volgens hen was hun tijd voorbij.
Na afloop zei de groep dat ze naar Stockholm terugkeerden.
Ze hadden daar eerder in een hotel gelogeerd dat op een kasteel in de bossen leek, met kandelaars en lakeien. Daar wilden ze opnieuw ongestoord relaxen.
Het verblijf markeerde een gedenkwaardig moment in de Belgische muziekgeschiedenis.
De ongekende populariteit van de band uit de Bay Area werd die dag in Antwerpen tastbaar
In september 1986 had Lionel Richie zijn status als absolute superster definitief gevestigd.
Ooit had de in de Amerikaanse staat Alabama geboren zanger zijn zinnen op de advocatuur gezet, maar daar was niets van terechtgekomen.
Zijn muzikale loopbaan was daarentegen uitgegroeid tot een ongekend succesverhaal.
Gedurende de zestien jaar dat hij op dat moment in de muziekwereld meedraaide, regende het onderscheidingen en edelmetaal.
De basis daarvoor werd eind jaren zestig gelegd, toen hij begon als leadzanger en toetsenist van The Commodores, een van de absolute topacts uit de Motown-stal.
Met zelfgeschreven hits als ‘Three Times a Lady’ en ‘Sail On’ zette hij de groep op de kaart, tot hij de formatie in 1982 verliet.
Zijn overstap naar een solocarrière was al in 1980 voorzichtig begonnen.
Richie werkte destijds als producer voor andere artiesten en schreef de wereldhit ‘Lady’ voor Kenny Rogers.
Een jaar later volgde ‘Endless Love’, de titelsong van de gelijknamige film die hij samen met Diana Ross opnam.
In 1982 verscheen zijn eerste soloalbum, simpelweg getiteld Lionel Richie.
Hoewel hij zijn oude vrienden van The Commodores gedag had gezegd, bleef hij zijn platenlabel Motown trouw.
De stap naar een solobestaan bleek een schot in de roos.
Hij boekte succes na succes met romantische ballads als ‘Hello’, dansbare tracks zoals ‘All Night Long’ en ‘Dancing on the Ceiling’.
Andere grote wapenfeiten waren zijn spectaculaire optreden tijdens de slotceremonie van de Olympische Spelen in Los Angeles in 1984 en de megahit ‘We Are the World’ voor USA for Africa, die hij samen met Michael Jackson componeerde.
Zijn tweede plaat Can’t Slow Down uit 1984 groeide uit tot de bestverkochte Motown-elpee aller tijden en leverde tal van hitsingles op.
Zangeres Grace Slick van Starship merkte destijds op dat Richie de ene hit na de andere met het grootste gemak leek te produceren.
Hoewel zijn werkwijze in werkelijkheid heel wat tijdrovender was, gold hij in de Amerikaanse popgeschiedenis als een ware hitmachine.
Hij vestigde destijds een uniek record door negen jaar op rij minstens één nummer één-hit te scoren die aan zijn eigen pen was ontsproten.
In de zomer van 1986 verscheen zijn langverwachte derde soloplaat, Dancing on the Ceiling.
Het album kende een grote muzikale diversiteit met acht uiteenlopende nummers, variërend van de sfeervolle en rustige hit ‘Say You, Say Me’ tot energieke funk en reggae.
Voor dit project werkte hij opnieuw samen met producer James Anthony Carmichael.
Daarnaast schakelde hij Sheila E. in voor het slagwerk op Don’t Stop; zij had jaren voordien al in zijn begeleidingsband gespeeld voordat ze via Prince internationale faam verwierf als soloartieste.
Ook gitaarlegende Eric Clapton werkte mee en speelde op het nummer ‘Tonight Will Be Alright’.
De twee kenden elkaar al langer, en telkens wanneer ze elkaar ontmoetten, grapte Clapton dat hij eens met Richie wilde vissen.
Richie verzekerde hem dat hij een belabberde visser was, maar dat hij wél aardige liedjes kon schrijven.
Tijdens het benefietconcert Live Aid in de zomer van 1985 bood Clapton vervolgens spontaan aan om een bijdrage te leveren op de nieuwe plaat.
Het merendeel van de opnames voor Dancing on the Ceiling vond plaats in de vertrouwde Motown-studio’s in Los Angeles, al gaf Richie zelf steevast de voorkeur aan zijn eigen thuisstudio.
Hij werkte het liefst in een ontspannen, vertrouwde omgeving en maakte optimaal gebruik van de nieuwste opnametechnieken.
Zo nam hij ‘Say You, Say Me’ gewoon in zijn eigen woonkamer op.
Richie toonde zich een groot voorstander van digitaal opnemen en trad op als een fervent pleitbezorger van de compactdisc.
Hij zag de cd als een enorme vooruitgang voor songwriters, omdat artiesten op traditioneel vinyl gebonden waren aan de maximale speelduur van zo’n achttien tot twintig minuten per kant.
De cd bood onbeperkte vrijheid qua songlengte en garandeerde bovendien een sublieme geluidskwaliteit.
In zijn werk liet Richie zich vooral leiden door persoonlijke ervaringen uit het dagelijks leven.
Zo schreef hij het nummer ‘Ballerina Girl’ voor zijn destijds vierjarige geadopteerde dochtertje, dat hij voor het eerst in een balletstudio had gezien en dat hem diep had geraakt door haar puurheid en verwondering over de wereld om haar heen.
Wanneer dergelijke inspiratie toesloeg, wachtte hij nooit tot hij weer in zijn studio was.
Bij gebrek aan papier schreef hij zijn ideeën meteen neer op zijn eigen overhemd, een tafellaken of een servet, zelfs in chique etablissementen zoals The Ritz.
Die impulsieve kliederpartijen op linnengoed dwongen hem geregeld tot excuses en hij stuurde herhaaldelijk keurig gestoomde servetten terug naar veeleisende restauranthouders, terwijl zulke gesigneerde memorabilia met de eerste aanzet tot een wereldcompositie op veilingen juist grof geld waard waren.
Naast de release van zijn nieuwe langspeler keek Richie in september 1986 vol enthousiasme uit naar zijn plannen voor het podium.
Waar hij bij eerdere bezoeken aan Europa louter tijd had gehad voor promotieverplichtingen, bereidde hij zich nu voor op zijn allereerste grote Europese tournee, gepland voor april 1987.
Voorheen, in zijn tijd bij The Commodores, konden de verplichtingen nog onder zes bandleden worden verdeeld, maar als soloartiest vroeg alles aanzienlijk meer tijd.
Voordat hij naar Europa zou afreizen, stond er tussen september en december 1986 eerst een uitgebreide concertreeks in de Verenigde Staten op het programma, gevolgd door een korte winterpauze.
Daarbij hoopte hij gastmuzikanten zoals Eric Clapton en Sheila E. ook live aan zijn zijde te krijgen om het podium om te toveren tot een waar muzikaal spektakel.
Veertig jaar na die triomfantelijke periode is de op 20 juni 1949 geboren zanger op 77-jarige leeftijd nog altijd zeer actief in de muziekwereld.
Hoewel hij de afgelopen jaren geen albums met volledig nieuw studiomateriaal heeft uitgebracht – zijn laatste studioalbum Tuskegee dateert van 2012 – blijft hij zijn toonaangevende positie behouden, onder meer als vast jurylid bij het populaire televisieprogramma American Idol.
Gedurende zijn sololoopbaan verkocht Richie wereldwijd tussen de 100 en 125 miljoen platen.
Telt men daar de verkoopcijfers van The Commodores en grote projecten zoals We Are the World bij op, dan ligt dat aantal nog aanzienlijk hoger.
Richie staat nog altijd volop op de planken en reist momenteel rond met zijn Sing a Song All Night Long Tour, samen met Earth, Wind & Fire.
Wel zorgde zijn gezondheid recent voor enige bezorgdheid. Eind augustus 2026 werd hij tijdens het slotnummer van zijn concert in St. Louis in de staat Missouri onwel door vermoedelijke uitdroging, waarna hij uit voorzorg werd opgenomen in het ziekenhuis.
Het was de tweede keer in korte tijd dat zijn fysieke gestel opspeelde, nadat hij in juni 2026 in Minnesota al een optreden voortijdig moest afbreken wegens hevige duizeligheid.
Inmiddels stelt de zanger het weer goed en heeft hij het ziekenhuis verlaten.
De ingehaalde concerten in onder meer San Francisco, Chicago en Columbus staan gepland voor september en begin oktober 2026, waarna hij doorreist naar Las Vegas voor een vaste concertreeks in oktober en november 2026.
Een gepland optreden op 18 augustus 2026 in de Ta’ Qali Concert Area op Malta moest wegens onvoorziene omstandigheden worden uitgesteld naar 2027.
De exacte datum daarvan wordt uiterlijk eind oktober 2026 bekendgemaakt.
Hoewel zijn focus op dit moment volledig op de Noord-Amerikaanse tournee ligt, is de verwachting dat hij rondom het ingehaalde concert op Malta in 2027 extra Europese data zal aankondigen.
In september 1996 verbleef Laura Pausini in Milaan om haar nieuwe album Le Cose Che Vivi te promoten.
Terwijl het buiten toen zomers warm was met temperaturen rond de vijfendertig graden, zocht zij verkoeling in een hotelkamer waar de airconditioning op volle toeren draaide om de pers te ontmoeten.
Een tolk stond haar bij, aangezien haar beheersing van het Engels destijds nog beperkt was.
Van haar debuutalbum met de doorbraakhit ‘La Solitudine’ waren wereldwijd zo’n twee miljoen exemplaren verkocht, en de opvolger Laura bereikte zelfs nog meer succes.
Toch bleef Pausini nuchter onder alle aandacht. Ze was dankbaar voor haar muzikale loopbaan, al grapte ze dat ze anders wellicht lerares keramiek was geworden, de kunstvorm waarin ze eerder was opgeleid.
In de voorafgaande twee jaar was het in Vlaanderen en Nederland wat stiller rond haar geweest, maar internationaal had ze een enorme ontwikkeling doorgemaakt.
Ze toerde intensief door Europa en Latijns-Amerika, waardoor ze de muziek steeds meer als een volwaardig beroep ging beschouwen.
Die reizen verbreedden haar blikveld aanzienlijk. Ze maakte kennis met uiteenlopende culturen en levensstijlen, wat haar inspireerde om verder te kijken dan het traditionele beeld van Italië.
Die artistieke groei klonk duidelijk door op Le Cose Che Vivi.
Waar haar eerdere werk vooral draaide om jeugdige onschuld en opgroeien, bracht haar nieuwe plaat een volwassener geluid.
Ze schuwde maatschappelijke thema’s niet langer, getuige een nummer als ‘Il Mondo Che Vorrei’, waarin ze pleitte voor solidariteit.
Om haar internationale publiek te bedienen, nam ze haar werk ook op in het Spaans en Portugees, en dacht ze na over Engelstalige versies.
Ook op muzikaal vlak zette ze in die periode flinke stappen.
Voor de opnames werkte ze samen met gerenommeerde sessiemuzikanten, onder wie bassist Nathan East en drummer Steve Ferrone.
Bovendien leerde Pausini beter met haar stem omgaan. In plaats van haar bereik te forceren, bouwde ze bewust rustdagen in om haar stembanden te sparen.
Haar privéleven en carrière waren in die nazomer van 1996 nauw met elkaar verweven via haar relatie met haar toenmalige manager en producer Alfredo Cerruti.
Hoewel ze toen vol liefde over hem sprak, hield ze de boot af wat betreft een huwelijk, omdat ze daar vanuit haar geloofsovertuiging uiterst weloverwogen mee wilde omgaan.
Voor Pausini markeerde september 1996 zo het moment waarop ze definitief uitgroeide van een jong Italiaans talent tot een zelfbewuste, volwassen wereldster.
Haar relatie met Cerruti eindigde rond 2002.
Sinds 2005 vond ze het geluk bij de Italiaanse gitarist en muziekproducent Paolo Carta.
Samen kregen zij in 2013 een dochter, Paola, en in maart 2023 stapten de twee officieel in het huwelijksbootje.
Met Io Canto 2 op zak: Laura Pausini klaar voor nieuwe wereldtournee
Vandaag is de inmiddels 52-jarige zangeres nog altijd volop actief in de internationale muziekwereld.
Zo bracht ze in februari 2026 een nieuw album uit onder de titel Io Canto 2, een maand later, op 13 maart 2026, gevolgd door de Spaanstalige editie.
Op dit album staat onder meer de klassieker ‘Por qué te vas?’, bekend van zangeres Jeanette uit 1975.
Dit nummer werd geschreven door José Luis Perales voor de film Cría cuervos van regisseur Carlos Saura.
In tegenstelling tot de melancholische pop van het origineel kreeg Pausini’s lezing een moderne productie met een subtiele eigentijdse drumbeat, vergezeld van een opvallende videoclip.
Op beide albums zingt ze daarnaast het duet ’16 Marzo’ samen met Achille Lauro.
Begin september 2026 verschenen bovendien ‘Siamo soli nell’immenso vuoto che c’è’ als single en video, een nummer dat eveneens op beide versies staat.
Dit nummer was oorspronkelijk een hit van de Italiaanse singer-songwriter Raf uit 1991.
Pausini, die al jarenlang bewondering koestert voor zijn werk, bracht deze bewerking uit als eerbetoon vlak voor de aftrap van haar nieuwe Europese tournee.
Op het Italiaanse album nam ze tevens een eigen versie op van Madonna’s ‘La Isla Bonita’.
Daarnaast staat haar diepe, jarenlange band met Brazilië centraal in het kader van haar wereldtournee.
Voor haar album bracht ze dan ook Ana Carolina en Ferrugem, twee sterren van verschillende generaties en genres, samen voor het nummer ‘Quem de nós dois’.
Ferrugem vertegenwoordigt de modernere generatie in het trio. Met zijn kenmerkende, soepele stem brengt hij een warme, typisch Braziliaanse sound in het duet, waardoor de ballad een unieke mix krijgt van Italiaanse dramatiek en Braziliaans gevoel.
Een andere single uit beide albums is het nummer ‘La mia storia tra le dita’, opnieuw een cover en dit keer van Gianluca Grignani uit 1994.
Hij bracht destijds zelf in 1995 een Spaanse versie uit onder de titel ‘Mi historia entre tus dedos’, wat in heel Latijns-Amerika en Spanje een gigantische hit werd.
Dit nummer bracht Pausini tevens uit in het Frans als ‘Mon histoire entre les doigts’ en in het Portugees als ‘Quem de nós dois’.
Het publiek in de Lage Landen krijgt binnenkort volop de gelegenheid om haar weer live aan het werk te zien.
Op zondag 25 oktober 2026 staat Laura Pausini op het podium van Vorst Nationaal in Brussel, en op woensdag 24 november 2027 geeft ze voor het eerst in vijftien jaar weer een concert in Nederland, in de Ziggo Dome in Amsterdam.
Céline Dion stond op zaterdag 12 september 2026 voor het eerst in meer dan zes jaar weer op het podium voor een volledig liveconcert.
Het optreden vond plaats in de uitverkochte Paris La Défense Arena in Nanterre en markeerde de aftrap van haar grootschalige concertresidentie in Parijs.
De zaal, die tegenwoordig ook bekendstaat als de Plenitude Arena, ontving tienduizenden fans die getuige waren van een bijzonder geladen en feestelijke avond.
Het optreden verliep bijzonder emotioneel.
Céline Dion opende de show met het Franstalige ‘On ne change pas’, een nummer dat door velen werd gezien als een veelzeggende verwijzing naar haar lange afwezigheid.
Al bij de eerste noten schoot ze vol en kwamen er tranen van ontroering.
Ze hield haar microfoon naar het publiek om haar door de brug van het nummer te helpen en liet weten dat het tranen van vreugde waren.
Gedurende de avond sprak ze het publiek voornamelijk in het Frans toe. Ze benadrukte dat ze haar belofte had ingelost om terug te keren op de bühne en sprak haar enorme dankbaarheid uit voor het geduld en de steun tijdens haar herstelproces van het stiff-person-syndroom.
De voorstelling was opgebouwd uit vier delen en een toegift van vier nummers, goed voor een royale setlist van 26 liedjes.
Zowel haar Franstalige als Engelstalige klassiekers kwamen uitgebreid aan bod, waaronder ‘The Power of Love’, ‘Because You Loved Me’, ‘All By Myself’, ‘Pour que tu m’aimes encore’ en vanzelfsprekend ‘My Heart Will Go On’.
Als slotakkoord koos ze voor het ingetogen S’il suffisait d’aimer.
Naast de bekende ballads bevatte de avond een aantal opvallende muzikale verrassingen.
Zo bracht ze live-debuten van nummers zoals ‘The Chase’ en ‘Dansons’, en zong ze een energieke dansmedley met covers van Donna Summers’ ‘I Feel Love’ en ‘Sweet Dreams’ van Eurythmics.
Visueel koos artistiek leider Willo Perron voor een sobere en stijlvolle regie.
Céline Dion verscheen in een reeks elegante zwarte jurken, waardoor de aandacht volledig naar haar stem en podiumprésence ging.
Dit openingsconcert was het startsein voor een residentie van in totaal 26 data.
De eerste reeks van zestien concerten loopt door tot medio oktober, waarna ze in het voorjaar van 2027 terugkeert naar Parijs voor het tweede deel van de reeks.
Het optreden werd door toeschouwers unaniem ervaren als een triomfantelijke en vocaal overtuigende terugkeer van de zangeres.
De keuze voor Parijs heeft zowel een diepe emotionele betekenis als een nuchtere praktische reden.
Frankrijk en het Franstalige publiek hebben altijd een bijzondere plaats ingenomen in haar loopbaan, mede door haar historische samenwerkingen met onder meer Jean-Jacques Goldman.
Daarnaast sloot ze in 2024 de openingsceremonie van de Olympische Spelen af met een indrukwekkend optreden.
Vanop de Eiffeltoren bracht ze toen het nummer L’Hymne à l’amour van Édith Piaf, een moment dat haar het doorslaggevende vertrouwen gaf dat een terugkeer voor een publiek weer haalbaar was.
Minstens zo belangrijk is de praktische kant: zingen in een vaste residentie ontziet haar lichaam enorm.
Ze hoeft niet continu van stad naar stad te reizen, wat met het stiff-person-syndroom en de noodzaak aan rust en medische begeleiding te zwaar zou zijn.
De Plenitude Arena bood bovendien de capaciteit om een enorm aantal toeschouwers onder één dak te ontvangen.
Wie nu nog een plaats zoekt, kan met wat moeite nog wel terecht, al is het reguliere aanbod via de officiële verkoopkanalen grotendeels de deur uit.
De officiële ticketprijzen voor de concerten in de zaal variëren van 89,50 euro tot 298,50 euro, afhankelijk van de categorie en de plaats, waarbij de hele arena is voorzien van zitplaatsen.
Op de tribunes kost categorie 4 89,50 euro, categorie 3 111,50 euro, categorie 2 133,50 euro, categorie 1 199,50 euro en tribune goud 232,50 euro.
Voor het parterreveld starten de prijzen vanaf 133,50 euro voor categorie 2 en lopen ze op via 199,50 euro voor categorie 1 en 232,50 euro voor goud tot 276,50 euro voor parterre diamant en 298,50 euro voor parterre prestige vlak voor het podium.
Via officiële doorverkoopplatforms en erkende ticketbeurzen komen er regelmatig losse plaatsen vrij voor zowel de voorstellingen in september en oktober van dit jaar als voor de voorjaarsreeks in mei 2027, al liggen de vraagprijzen daar vaak aanzienlijk hoger of worden er duurdere vip-arrangementen aangeboden.
Wat verdere reisplannen betreft, is het voorlopig niet de bedoeling dat ze andere landen zal aandoen.
Deze concertreeks is bewust opgezet als een exclusieve residentie.
Door het publiek naar Parijs te laten reizen in plaats van zelf op wereldtournee te gaan, kan ze haar energie optimaal doseren tussen de optredens door.
Een uitbreiding naar zalen in andere Europese landen of elders ter wereld staat op dit moment dan ook niet in de planning.
Ook op muzikaal vlak zit er weer beweging in haar carrière.
Na de release van de single ‘Dansons’ in het voorjaar van 2026 is achter de schermen volop aan nieuw studiowerk gewerkt.
Dit project markeert hoofdzakelijk een terugkeer naar haar Franstalige repertoire, al zijn tweetalige nummers niet uitgesloten.
Een exacte verschijningsdatum is nog niet definitief vastgelegd, maar de komst van het nieuwe album wordt verwacht tegen het einde van 2026 of uiterlijk begin 2027, mooi aansluitend op het tweede luik van haar concertreeks in Parijs.
Wat deze attractie in Walt Disney World zo uniek maakte, was het ongekende droomteam achter de schermen.
Niemand minder dan Michael Jackson speelde de hoofdrol, terwijl Francis Ford Coppola de regie op zich nam en George Lucas tekende voor de productie.
Met baanbrekende effecten, opzwepende muziek en Jackson op de toppen van zijn kunnen werd het meteen een cultfavoriet onder pretpark- en muziekliefhebbers.
Rondom de productie en de vertoningen ontstonden tal van opmerkelijke weetjes.
Met een speelduur van amper zeventien minuten en een geschat budget tussen de 17 en 23 miljoen dollar gold Captain EO destijds als de duurste film per minuut ooit gemaakt.
Het project bracht twee speciaal geschreven Jackson-nummers voort: Another Part of Me, dat later op zijn succesalbum Bad belandde, en We Are Here to Change the World.
De naam EO werd bedacht door George Lucas en verwijst naar Eos, de Griekse godin van de dageraad.
Bovendien was het een van de allereerste echte 4D-ervaringen, waarbij synchroon met de beelden echte lasers, rook en hydraulische effecten in de zaal werden geactiveerd.
De belangstelling voor de sciencefictionmusical was gigantisch. Vanaf het openingsweekend stroomden tienduizenden fans toe; in Disneyland bleef het park tijdens de openingsdagen zelfs zestig uur onafgebroken open om de enorme menigten aan te kunnen.
Uit bevragingen bleek dat meer dan negentig procent van de bezoekers speciaal voor de film naar het park kwam.
Gedurende de oorspronkelijke vertoningen tussen 1986 en eind jaren negentig passeerden vele tientallen miljoenen bezoekers de speciaal ontworpen zalen in Florida, Californië, Tokio en Parijs.
Wij in Europa moesten overigens nog enkele jaren geduld hebben, want de première in Disneyland Parijs vond pas plaats op 12 april 1992, tegelijk met de feestelijke opening van het resort.
Na het overlijden van Michael Jackson in 2009 keerde de film in 2010 nog eens tijdelijk terug naar de verschillende Disney-parken wereldwijd als een bijzonder eerbetoon.
Op 6, 7 en 8 september 1996 schreef ze geschiedenis als de allereerste grote internationale artiest die optrad in het destijds gloednieuwe stadion.
De concerten vormden een spectaculair onderdeel van haar groots opgezette Wildest Dreams Tour en trokken in totaal tussen de 150.000 en 155.000 dolenthousiaste bezoekers naar Amsterdam.
In Amsterdam verzorgde de destijds nog relatief onbekende Ierse singer-songwriter Brian Kennedy het voorprogramma.
Recensenten merkten destijds op dat het publiek in de gigantische ArenA nog niet echt warm liep voor zijn intieme liedjes.
Toch brak hij datzelfde jaar wereldwijd door dankzij zijn samenwerkingen met Van Morrison, waarna later ook nog zijn deelname aan het Eurovisiesongfestival volgde.
Brian Kennedy was destijds de vaste support-act voor het overgrote deel van haar Europese concerten tijdens deze Wildest Dreams Tour.
Terwijl Nederland massaal uitrukte naar de Amsterdamse voetbaltempel, pakte haar team het in België helemaal anders aan. In plaats van in een groot stadion te staan, koos men voor een ongekende concertreeks in Flanders Expo in Gent.
Tina Turner kroonde zich destijds tot de absolute koningin van onze stad en trad in 1996 maar liefst elf keer op in de Gentse hallen.
Geen enkele andere artiest had ooit zo’n lange reeks opeenvolgende stadion- of arenaconcerten in België neergezet.
In Gent werd het voorprogramma grotendeels verzorgd door de bekende Belgische R&B- en bluesformatie Blue Blot.
De immens populaire band mocht tijdens acht van haar twaalf Belgische concerten de zaal opwarmen.
Tijdens de overige vier concerten in Gent nam Brian Kennedy het voorprogramma voor zijn rekening.
Hij nam daar de datums over waarop Blue Blot niet kon spelen, waarna hij ook direct met Tina Turner meereisde naar de Amsterdam ArenA.
Ook op televisie bleef het spektakel niet onopgemerkt.
Terwijl betaalzender FilmNet op zondag 8 september het complete slotconcert rechtstreeks vanuit de ArenA in heel Europa uitzond, koos omroep Veronica voor een andere aanpak.
Zij zonden op zaterdagavond 7 september, de dag van het tweede optreden, al een speciale Wildest Dreams-documentaire rondom Tina Turner uit als ultieme opwarmer voor het concertgeweld in de hoofdstad.
De beelden van het Amsterdamse optreden vonden al snel hun weg naar een wereldwijd publiek.
Onder de titel Live in Amsterdam verscheen de registratie later op televisie, VHS en dvd, waarna het een enorm internationaal succes werd.
De release bereikte in talloze landen de gouden en platina status binnen de categorie voor muziek-dvd’s en voerde in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk wekenlang de hitlijsten voor video-releases aan. Over de hele wereld, van Europa en Amerika tot Azië en Australië, zagen minstens 33 verschillende varianten het licht op VHS, Laserdisc, cd en later dvd.
In diverse Europese landen werd de registratie bovendien uitgebracht als een exclusieve, gelimiteerde bonus-cd bij heruitgaven van haar studioalbum Wildest Dreams.
Op 16 augustus 1986 vond in het Engelse Castle Donington een gedenkwaardige editie plaats van het Monsters of Rock-festival.
Ozzy Osbourne was die dag de absolute headliner. Hij sloot het festival af met een spectaculaire show waarin hij een gigantische opblaasbare duivel als decorstuk gebruikte.
Voor Def Leppard was het optreden een enorm emotioneel moment.
Drummer Rick Allen speelde er zijn allereerste grote festivalshow sinds hij eind 1984 zijn linkerarm verloor bij een zwaar auto-ongeluk.
Met een speciaal voor hem ontworpen elektronisch drumstel speelde hij feilloos, wat leidde tot een van de meest legendarische en ontroerende publieksovaties in de geschiedenis van het festival.
De affiche bevatte veel grote namen uit de hardrock en heavymetal.
Naast Ozzy Osbourne en Def Leppard stonden ook Scorpions, Motörhead, Bad News en Warlock op het podium.
De Duitse metalband Warlock schreef die dag geschiedenis dankzij frontvrouw Doro Pesch.
Zij was de allereerste vrouwelijke artiest die ooit op het podium van Monsters of Rock in Donington optrad.
De komische rockband Bad News, ontstaan uit de Britse comedyserie The Comic Strip Presents, speelde als openingsact.
Het publiek ontving de parodieact met een beruchte Castle Donington-traditie: de band werd tijdens het hele optreden bekogeld met plastic flessen, modder en blikjes, iets wat de groep overigens met de nodige humor onderging.
Het festival trok naar schatting zo’n zestigduizend tot tachtigduizend enthousiaste rockfans naar het legendarische racecircuit.
Na het succes in Engeland trok de festivalformule die zomer als rondreizende tournee door naar het Europese vasteland, met succesvolle edities in onder andere Neurenberg, Mannheim en Stockholm.
De Boetprocessie van Veurne is een van de meest authentieke en ingetogen religieuze tradities in Vlaanderen.
Al sinds de zeventiende eeuw trekt deze historische omgang elke laatste zondag van juli door de straten van de West-Vlaamse boetestad, gedragen door een diepgeworteld gevoel van boetedoening en volksdevotie.
De oorsprong van de traditie ligt in het jaar 1637, toen de regio geteisterd werd door oorlogsgeweld en de pest.
In die donkere periode richtte Jacobijn Jacob Clou de Sodaliteit van de Gekruiste Zaligmaker op.
Deze broederschap stelde zich tot doel het lijden van Christus te herdenken en openlijk boete te doen om onheil af te wenden.
Sinds 1646 is de processie een vast gegeven in Veurne.
Wat de Boetprocessie zo indrukwekkend maakt, is het sobere en anonieme karakter.
De honderden boetelingen die deelnemen, lopen onherkenbaar mee, gehuld in sobere, bruine pijpen met een kap over het hoofd.
Velen van hen lopen blootsvoets en dragen zware, houten kruisen op de schouders als teken van persoonlijk offer en inkeer.
Hun identiteit blijft geheim, wat de focus volledig verlegt naar de innerlijke beleving en de boodschap van de processie.
De rijke geschiedenis van het evenement kent vele gedenkwaardige edities, zoals die van zondag 26 juli 1931.
Hoewel de processie die dag onder minder gunstige weersomstandigheden plaatsvond, lieten de deelnemers zich niet afschrikken.
Niettegenstaande de doorregende straten gingen vele kruisdragers op sandalen of blootsvoets in de optocht mee.
Tussen de groepen viel destijds de oude Pontius Pilatus op, die elk jaar trouw op zijn post was om zijn rol te vervullen.
Een ander aangrijpend moment was de val van Christus onder het kruis, een tafereel dat een diepe indruk van volkskunst achterliet bij het aanwezige publiek.
Die specifieke editie trok bovendien koninklijke belangstelling, zij het in alle discretie.
Ongemerkt voor de vele toeschouwers volgden aartshertog Otto van Oostenrijk en diens moeder keizerin Zita de rondgang van de Boetprocessie, leunend vanuit het balkon van een plaatselijk klooster.
Zita van Bourbon-Parma was de laatste keizerin van Oostenrijk en koningin van Hongarije.
Sinds de afzetting van haar echtgenoot keizer Karel I in 1918 en diens vroege overlijden in 1922 leefde zij met haar gezin in ballingschap.
Vanaf het overlijden van haar man droeg zij uit rouw uitsluitend nog zwarte kleding.
In 1929 kreeg de keizerlijke familie toestemming om zich in België te vestigen, waar zij warm werden onthaald door de Belgische koninklijke familie.
Ze vonden een veilig onderkomen in het kasteel De Ham in Steenokkerzeel, waar ze gedurende de jaren dertig woonden en van waaruit ze tijdens de zomermaanden regelmatig de Belgische kust bezochten voor hun vakanties.
Toen nazi-Duitsland in mei 1940 België binnenviel, liep de uitgesproken anti-nazistische familie echter opnieuw groot gevaar.
Ze moesten halsoverkop vluchten via Frankrijk en Spanje naar Portugal, om uiteindelijk de oversteek te maken naar het Amerikaanse continent.
Na de Tweede Wereldoorlog keerde keizerin Zita terug naar Europa, waar ze haar laatste levensjaren doorbracht in het Johannes-Stift in het Zwitserse Zizers.
Ze overleed daar op 14 maart 1989 op 96-jarige leeftijd, waarna haar lichaam werd overgebracht naar Wenen om te worden bijgezet in de Keizerlijke Crypte.
De oudste zoon, aartshertog Otto van Habsburg, was de voormalige kroonprins.
In juli 1931 was hij een jonge achttienjarige die in België studeerde aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij in 1935 zijn doctoraat in de sociale en politieke wetenschappen zou behalen.
Voor het keizerlijke gezin, dat diep religieus was en sterke banden had met katholieke tradities, vormde de ingetogen en historische Boetprocessie in het nabijgelegen Veurne een passend moment van bezinning tijdens hun verblijf in Vlaanderen.
Otto van Habsburg zou later uitgroeien tot een van de meest invloedrijke Europese figuren van zijn tijd.
Tijdens de jaren 30 verzette hij zich fel tegen de Anschluss van Oostenrijk bij nazi-Duitsland.
Adolf Hitler liet hem hierom bij verstek ter dood veroordelen.
Otto vluchtte naar de Verenigde Staten, waar hij president Roosevelt waarschuwde voor het naziregime en hielp bij het redden van talloze Joodse vluchtelingen.
Pas in 1961 deed hij officieel afstand van zijn aanspraken op de Oostenrijkse troon om weer als staatsburger naar zijn vaderland te mogen reizen.
In 2007 droeg hij het hoofdschap van het Huis Habsburg over aan zijn oudste zoon, Karl van Habsburg.
Vanaf 1979 tot 1999 was hij voor de Beierse partij CSU lid van het Europees Parlement. Hij zette zich decennialang in voor de Europese integratie en de uitbreiding van de Europese Unie naar voormalige Oostbloklanden.
Tevens diende hij jarenlang als president van de Internationale Paneuropese Unie, een van de oudste Europese eenwordingsbewegingen.
Na zijn overlijden in 2011 in het Duitse Pöcking werd zijn lichaam met traditionele keizerlijke pracht en praal bijgezet in de Keizerlijke Crypte in Wenen, terwijl zijn hart volgens oud familieritueel werd begraven in de Abdij van Pannonhalma in Hongarije.
Het evenement bestaat in de basis uit twee grote delen. In de voormiddag trekken de groepen in historische klederdracht rond om bijbelse taferelen uit te beelden, met een sterke nadruk op het Oude en Nieuwe Testament en het lijdensverhaal van Jezus.
Na de middag volgt de eigenlijke Boetprocessie, waarin de anonieme kruisdragers de hoofdrol spelen, begeleid door het monotone en indringende geluid van trommels.
Ondanks de modernisering van de samenleving blijft de Boetprocessie van Veurne een levend monument.
Het evenement trekt jaarlijks duizenden bezoekers en staat sinds 2009 officieel erkend als immaterieel cultureel erfgoed in Vlaanderen.
Het is een zeldzaam bewaard gebleven uiting van barokke boetevroomheid die generatie op generatie wordt doorgegeven.
Vandaag, op zondag 26 juli 2026, trekt deze eeuwenoude en diepgaande traditie opnieuw door het historische centrum van de stad.
Exact 95 jaar na de legendarische en doorregende editie waarbij de keizerlijke familie stilletjes toekeek, zullen de anonieme boetelingen en de zware houten kruisen weerom het straatbeeld bepalen om deze unieke uiting van volksgeloof levend te houden.