Vandaag, 40 jaar geleden, achter de schermen van Europa’s grootste metal-festijn Monsters of Rock 1986

Op 16 augustus 1986 vond in het Engelse Castle Donington een gedenkwaardige editie plaats van het Monsters of Rock-festival.

Ozzy Osbourne was die dag de absolute headliner. Hij sloot het festival af met een spectaculaire show waarin hij een gigantische opblaasbare duivel als decorstuk gebruikte.

Voor Def Leppard was het optreden een enorm emotioneel moment.

Drummer Rick Allen speelde er zijn allereerste grote festivalshow sinds hij eind 1984 zijn linkerarm verloor bij een zwaar auto-ongeluk.

Met een speciaal voor hem ontworpen elektronisch drumstel speelde hij feilloos, wat leidde tot een van de meest legendarische en ontroerende publieksovaties in de geschiedenis van het festival.

De affiche bevatte veel grote namen uit de hardrock en heavymetal.

Naast Ozzy Osbourne en Def Leppard stonden ook Scorpions, Motörhead, Bad News en Warlock op het podium.

De Duitse metalband Warlock schreef die dag geschiedenis dankzij frontvrouw Doro Pesch.

Zij was de allereerste vrouwelijke artiest die ooit op het podium van Monsters of Rock in Donington optrad.

De komische rockband Bad News, ontstaan uit de Britse comedyserie The Comic Strip Presents, speelde als openingsact.

Het publiek ontving de parodieact met een beruchte Castle Donington-traditie: de band werd tijdens het hele optreden bekogeld met plastic flessen, modder en blikjes, iets wat de groep overigens met de nodige humor onderging.

Het festival trok naar schatting zo’n zestigduizend tot tachtigduizend enthousiaste rockfans naar het legendarische racecircuit.

Na het succes in Engeland trok de festivalformule die zomer als rondreizende tournee door naar het Europese vasteland, met succesvolle edities in onder andere Neurenberg, Mannheim en Stockholm.

Vandaag, 95 jaar geleden, te gast op de Boetprocessie van Veurne

De Boetprocessie van Veurne is een van de meest authentieke en ingetogen religieuze tradities in Vlaanderen.

Al sinds de zeventiende eeuw trekt deze historische omgang elke laatste zondag van juli door de straten van de West-Vlaamse boetestad, gedragen door een diepgeworteld gevoel van boetedoening en volksdevotie.

De oorsprong van de traditie ligt in het jaar 1637, toen de regio geteisterd werd door oorlogsgeweld en de pest.

In die donkere periode richtte Jacobijn Jacob Clou de Sodaliteit van de Gekruiste Zaligmaker op.

Deze broederschap stelde zich tot doel het lijden van Christus te herdenken en openlijk boete te doen om onheil af te wenden.

Sinds 1646 is de processie een vast gegeven in Veurne.

Wat de Boetprocessie zo indrukwekkend maakt, is het sobere en anonieme karakter.

De honderden boetelingen die deelnemen, lopen onherkenbaar mee, gehuld in sobere, bruine pijpen met een kap over het hoofd.

Velen van hen lopen blootsvoets en dragen zware, houten kruisen op de schouders als teken van persoonlijk offer en inkeer.

Hun identiteit blijft geheim, wat de focus volledig verlegt naar de innerlijke beleving en de boodschap van de processie.

De rijke geschiedenis van het evenement kent vele gedenkwaardige edities, zoals die van zondag 26 juli 1931.

Hoewel de processie die dag onder minder gunstige weersomstandigheden plaatsvond, lieten de deelnemers zich niet afschrikken.

Niettegenstaande de doorregende straten gingen vele kruisdragers op sandalen of blootsvoets in de optocht mee.

Tussen de groepen viel destijds de oude Pontius Pilatus op, die elk jaar trouw op zijn post was om zijn rol te vervullen.

Een ander aangrijpend moment was de val van Christus onder het kruis, een tafereel dat een diepe indruk van volkskunst achterliet bij het aanwezige publiek.

Die specifieke editie trok bovendien koninklijke belangstelling, zij het in alle discretie.

Ongemerkt voor de vele toeschouwers volgden aartshertog Otto van Oostenrijk en diens moeder keizerin Zita de rondgang van de Boetprocessie, leunend vanuit het balkon van een plaatselijk klooster.

Zita van Bourbon-Parma was de laatste keizerin van Oostenrijk en koningin van Hongarije.

Sinds de afzetting van haar echtgenoot keizer Karel I in 1918 en diens vroege overlijden in 1922 leefde zij met haar gezin in ballingschap.

Vanaf het overlijden van haar man droeg zij uit rouw uitsluitend nog zwarte kleding.

In 1929 kreeg de keizerlijke familie toestemming om zich in België te vestigen, waar zij warm werden onthaald door de Belgische koninklijke familie.

Ze vonden een veilig onderkomen in het kasteel De Ham in Steenokkerzeel, waar ze gedurende de jaren dertig woonden en van waaruit ze tijdens de zomermaanden regelmatig de Belgische kust bezochten voor hun vakanties.

Toen nazi-Duitsland in mei 1940 België binnenviel, liep de uitgesproken anti-nazistische familie echter opnieuw groot gevaar.

Ze moesten halsoverkop vluchten via Frankrijk en Spanje naar Portugal, om uiteindelijk de oversteek te maken naar het Amerikaanse continent.

Na de Tweede Wereldoorlog keerde keizerin Zita terug naar Europa, waar ze haar laatste levensjaren doorbracht in het Johannes-Stift in het Zwitserse Zizers.

Ze overleed daar op 14 maart 1989 op 96-jarige leeftijd, waarna haar lichaam werd overgebracht naar Wenen om te worden bijgezet in de Keizerlijke Crypte.

De oudste zoon, aartshertog Otto van Habsburg, was de voormalige kroonprins.

In juli 1931 was hij een jonge achttienjarige die in België studeerde aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij in 1935 zijn doctoraat in de sociale en politieke wetenschappen zou behalen.

Voor het keizerlijke gezin, dat diep religieus was en sterke banden had met katholieke tradities, vormde de ingetogen en historische Boetprocessie in het nabijgelegen Veurne een passend moment van bezinning tijdens hun verblijf in Vlaanderen.

Otto van Habsburg zou later uitgroeien tot een van de meest invloedrijke Europese figuren van zijn tijd.

Tijdens de jaren 30 verzette hij zich fel tegen de Anschluss van Oostenrijk bij nazi-Duitsland.

Adolf Hitler liet hem hierom bij verstek ter dood veroordelen.

Otto vluchtte naar de Verenigde Staten, waar hij president Roosevelt waarschuwde voor het naziregime en hielp bij het redden van talloze Joodse vluchtelingen.

Pas in 1961 deed hij officieel afstand van zijn aanspraken op de Oostenrijkse troon om weer als staatsburger naar zijn vaderland te mogen reizen.

In 2007 droeg hij het hoofdschap van het Huis Habsburg over aan zijn oudste zoon, Karl van Habsburg.

Vanaf 1979 tot 1999 was hij voor de Beierse partij CSU lid van het Europees Parlement. Hij zette zich decennialang in voor de Europese integratie en de uitbreiding van de Europese Unie naar voormalige Oostbloklanden.

Tevens diende hij jarenlang als president van de Internationale Paneuropese Unie, een van de oudste Europese eenwordingsbewegingen.

Na zijn overlijden in 2011 in het Duitse Pöcking werd zijn lichaam met traditionele keizerlijke pracht en praal bijgezet in de Keizerlijke Crypte in Wenen, terwijl zijn hart volgens oud familieritueel werd begraven in de Abdij van Pannonhalma in Hongarije.

Het evenement bestaat in de basis uit twee grote delen. In de voormiddag trekken de groepen in historische klederdracht rond om bijbelse taferelen uit te beelden, met een sterke nadruk op het Oude en Nieuwe Testament en het lijdensverhaal van Jezus.

Na de middag volgt de eigenlijke Boetprocessie, waarin de anonieme kruisdragers de hoofdrol spelen, begeleid door het monotone en indringende geluid van trommels.

Ondanks de modernisering van de samenleving blijft de Boetprocessie van Veurne een levend monument.

Het evenement trekt jaarlijks duizenden bezoekers en staat sinds 2009 officieel erkend als immaterieel cultureel erfgoed in Vlaanderen.

Het is een zeldzaam bewaard gebleven uiting van barokke boetevroomheid die generatie op generatie wordt doorgegeven.

Vandaag, op zondag 26 juli 2026, trekt deze eeuwenoude en diepgaande traditie opnieuw door het historische centrum van de stad.

Exact 95 jaar na de legendarische en doorregende editie waarbij de keizerlijke familie stilletjes toekeek, zullen de anonieme boetelingen en de zware houten kruisen weerom het straatbeeld bepalen om deze unieke uiting van volksgeloof levend te houden.

55 jaar geleden, te gast op het Knokkefestival 1971

In juli 1971 streek het muzikale circus weer neer in het casino voor de Europabeker voor Zangvoordracht, in de volksmond beter bekend als de Knokke Cup of de Knokke-Beker.

Negen landen zongen er destijds hun ziel uit het lijf voor die ene felbegeerde Europese beker.

De Belgische ploeg stond dat jaar onder de bezielende leiding van Jo Leemans, die als kranige ploegleidster meteen haar stempel drukte op het festival.

Toen een Brusselse confrater in de krant durfde te schrijven dat de Belgische ploeg te zwak was, pikte Jo dat absoluut niet.

Ze verhief dan ook prompt haar muzikale stem tegen de journalist en gebruikte daarbij zowat alle noten van de toonladder, tot de bemols toe, om het tegendeel te bewijzen.

Het repertoire dat de twee Belgische meisjes, Micha Marah en Mireille May en Joe Harris, brachten, klonk dan ook geweldig.

Achter de schermen heerste destijds de nodige spanning.

Zo dreigde L. J. Van Rijmenant ermee om de jonge zangeres Micha Marah voortijdig uit de Knokke-Beker terug te trekken.

Hij had namelijk toen een flinke lak aan ploegleidster Jo Leemans. Louis Julien van Rijmenant, zoals zijn volledige naam luidde, stond in het toenmalige artikel gekscherend bekend als de eerlijkste gangster uit België.

Hij was een invloedrijke Belgische songwriter, producer, muziekuitgever en platenbaas die onder verschillende pseudoniemen werkte, zoals Terry Rendall.

Als oprichter van Intervox en president van de Eurovox Music Group drukte hij een grote stempel op de muziekindustrie.

Later zou hij zelfs internationale bekendheid en enorm succes verwerven als de rechtenhouder en promotor van ‘De vogeltjesdans’ van De Electronica’s, die hij wereldwijd op de kaart zette.

Ondertussen liep ook Anton Peters rond in de badstad, die als regisseur en producer al jarenlang de grote man en drijvende kracht achter de Belgische ploeg was.

Samen met zijn echtgenote zocht hij na de muzikale strijd de gezelligheid op in de bar Pimm’s.

Om alle achterklap en corruptie van de baan te vegen, hanteerde de organisatie dat jaar een strikt stemsysteem waarbij de hoogste en de laagste jurywaarderingen wegvielen.

Ondanks die integere opzet zorgden de resultaten voor de nodige discussie.

Roemenië, vertegenwoordigd door Aurelian Andreescu, Mihaela Mihai en Aura Urziceanu, kwam die week glansrijk en ijzersterk uit de strijd en zou uiteindelijk zelfs de overwinning wegslepen.

Hoewel hun beheersing van het nummer Alfie knap was, vroegen critici zich af hoe een zinnige jury hen honderdvijftig punten kon toekennen als hun hele repertoire op diezelfde stijl was gebaseerd.

Spanje, dat het jaar ervoor nog won met onder andere Julio Iglesias, presteerde dit keer juist bijzonder zwak, terwijl de sterke Nederlandse ploeg, gevormd door Lenada ten Haaf, Marco Maas en Ellen Wills, onterecht met heel weinig punten werd bedeeld.

Buiten het officiële wedstrijdprogramma viel er in Knokke gelukkig ook genoeg te beleven.

De harten van het publiek werden gestolen in de 21 Club, waar de JJ-Band en de Hearts of Soul elke avond de ziel uit hun lijf bliezen en zongen.

Op louter objectieve gronden verdienden zij absoluut een extra beker.

Daarnaast stroomde de kuststad vol met bekende radio-dj’s en presentatoren van de BRT. Omdat deze verbale spraakwatervallen moesten verdwijnen bij de zender BRT 1, hadden ze plotseling alle tijd van de wereld om massaal naar Knokke af te zakken en de sfeer op te snuiven.

Vandaag 45 jaar geleden: eerste aflevering van de Knokke Cup op BRT 1 en Nederland 2

Zou het ooit nog eens worden zoals vroeger, met een tierende Lou van Rees en een woedende Willem O. Duys?

Kregen we na jaren weer een echt rel-festival terug met keiharde, door en door gemene Belgen- en Hollander-grappen?

Of werd het Knokke-festival ook dit jaar weer een zouteloos liedjesgedoe waarin iedereen lief was voor iedereen?

Ach, had de oude heer Gustaaf Nellens nog maar geleefd.

Ivo Niehe was de kapitein van de ploeg en samen met Lori Spee, Suzanne Michaels en Wim Hogenkamp probeerde hij het Nederlandse team naar een goede prestatie te leiden.

Ivo Niehe was toen kapitein van de ploeg.

Lori Spee blonk dit jaar uit met haar zang.

Als kind zong Lori al opvallend hoog en goedbedoelde kennissen brachten haar en Ruud Jacobs (broer van Pim Jacobs, zwager van Rita Reys en ex-vriend van Liselore Gerritsen) bij elkaar.

Lori bleek over een schitterende stem te beschikken en mocht een heuse langspeelplaat volzingen met als titel “Behind those eyes”.

Lori schreef al haar teksten zelf en dat was in het hitgevoelige wereldje geen voordeel, want onzichtbare krachten wonnen meestal.

Maar misschien werden we eindelijk wakker en hoorden we dat Lori heel mooie liedjes schreef.

Suzanne Michaels leek het sprookje van ieder schoolmeisje te beleven: zo van de klas naar de platenstudio.

Haar eerste single werd eind 1979 een succes: “It should be Christmas every day”. In één keer werd dat plaatje opgenomen, omdat Suzanne het lied in één keer hemels zuiver zong.

In de platenindustrie hadden ze nog nooit eerder zoiets meegemaakt.

In 1981 zong ze onder meer “It’s you” en “Love me tender”.

Het werden geen dikke hits, maar ze had net haar diploma gehaald aan het begin van haar zesde jaar atheneum.

Eerst een diploma, vond haar moeder, en zo gebeurde het.

Maar wie weet lag straks heel België plat aan haar voeten.

Wim Hogenkamp, helaas ook al overleden in 1989, was het derde lid van de Holland-equipe, en hij werd door een klein aantal liefhebbers op handen gedragen.

Wim schreef ooit het liedje “De mallemolen” voor Heddy Lester, die er tijdens het Eurovisie Songfestival slechts weinig punten mee behaalde.

Aangespoord door dit “succes” stortte Wim Hogenkamp zich als uitvoerend artiest op zijn eigen werk.

Er werd een langspeelplaat gemaakt met de titel “Heel gewoon”, waarvoor hij een Edison ontving.

Toen droeg hij eenmaal de Louis Davids-ring om de ringvinger; de zanger zat helemaal gebeiteld.

Niets kon hem een tweede langspeelplaat meer in de weg staan en die kwam er dan ook, met als titel “Punt uit”.

Zoiets deed je vermoeden dat het de laatste plaat van Wim was.

Maar nee, volgens de biografie van de platenmaatschappij was de nabije toekomst voor Wim van groot belang: hij was met zoveel dingen tegelijk bezig dat het hem vaak moeilijk viel zijn gedachten op één activiteit te concentreren.

Plannen voor de toekomst waren er in ieder geval genoeg.

Nederland wist de Knokke Cup in 1981 niet te winnen.

De hoofdprijs ging dat jaar naar het Vlaamse team met Sofie (Sofie Verbruggen).

Ze vertegenwoordigde dat jaar ons land samen met haar collega-artiesten Johan Verminnen en actrice en zangeres Liliane Dorekens.

Liliane Dorekens, geboren op 29 oktober 1950 te Antwerpen, studeerde in 1972 af aan de Studio Herman Teirlinck als onderdeel van de allereerste lichting van de opleiding kleinkunst.

Ze deed dit samen met onder andere Connie Neefs en Luc Appermont.

Haar bekendste rollen zijn Melanie in de populaire komische serie Slisse & Cesar en Micheline Hoefkens (de vriendin van Rita) in de soap Familie.

Ze had daarnaast gastrollen in onder andere Thuis.

Ze speelde mee in grote producties zoals de musicals Je Anne (Koninklijk Ballet van Vlaanderen) en Fiddler on the Roof.

Recent vierde ze nog haar 55-jarige vriendschap met Connie Neefs in de muzikale theatervoorstelling Vrienden voor het leven.

De oorspronkelijke, grote zangwedstrijd De Knokke Cup (voorheen bekend als het Songfestival van Knokke of de Europabeker voor Zangvoordracht) liep jaarlijks van 1959 tot en met 1973.

In de jaren 80 werd er in het Casino van Knokke nog vijf keer een kleinschaligere versie onder de naam ‘Knokke Cup’ georganiseerd.

De allerlaatste editie van deze reeks vond plaats in 1986.

Als chef d’équipe (kapitein van de ploeg) deed Lou van Rees vanaf 1959 voor Nederland maar liefst 15 keer mee aan het befaamde Knokkefestival.

Regelmatig mondde dit uit in een relletje, maar volgens Van Rees was dat altijd weer goed voor de publiciteit.

Nederland won onder zijn leiding in 1964 met Willeke Alberti, Shirley, Trea Dobbs, Ilonka Biluska en Rita Hovink en in 1965 met Greetje Kauffeld, Liesbeth List, Conny van Bergen, Suzie en Jan Arntz.

Willem O. Duys schreef in diverse muziekbladen en werd wegens zijn grote vakkennis uitgenodigd om een optreden van Johnnie Ray voor de AVRO aan te kondigen.

Zo maakte hij op 1 juli 1959 zijn debuut als televisiepresentator en volgden er meer opdrachten.

In die tijd liet hij zich Willem ‘O’ Duys noemen.

Het was trouwens Willem Duys die Nederland in 1975 liet kennismaken met een nieuw fenomeen, namelijk Lee Towers.

Gustave (Gustaaf) Nellens (1907–1971) was een visionaire Belgische kunstverzamelaar en de legendarische directeur van het Casino Knokke.

Onder zijn leiding groeide de kustgemeente uit tot een internationale ontmoetingsplaats voor de absolute wereldtop uit de kunst- en muziekwereld.

Hij haalde iconen zoals Frank Sinatra, Edith Piaf, Jacques Brel en Nat King Cole naar het podium.

In 1952 bestelde hij de destijds grootste kristallen kroonluchter ter wereld (7 ton zwaar) voor de grote feestzaal.

Hij onderhield nauwe vriendschappen met meesters zoals Pablo Picasso, Salvador Dalí en Max Ernst, die er allemaal exposeerden.

Zijn meest permanente nalatenschap in het casino is de opdracht aan de surrealistische schilder René Magritte.

In 1953 realiseerde Magritte er de monumentale, 71 meter lange 360°-muurschildering Het betoverde rijk (Le Domaine Enchanté) in de zaal die vandaag de dag de Magrittezaal heet.

Na zijn onverwachte overlijden in 1971 werd het artistieke roer overgenomen door zijn zonen Jacques en Roger Nellens.

Zij zetten de familietraditie voort door onder andere popart-icoon Keith Haring naar Knokke te halen.

Ter nagedachtenis aan Gustave werd in 1974 het iconische stenen beeld Eva van Eugène Dodeigne in Knokke ingehuldigd.

De familie Nellens droeg de concessie van het casino in de jaren 90 van de vorige eeuw over aan de Franse casinogroep Partouche.

Hiermee kwam een einde aan de rechtstreekse creatieve en familiale leiding.

De Belgische gokgroep Napoleon Games nam de exploitatie in 2013 over. Het casino draagt vandaag de dag ook de naam Napoleon Casino Knokke.

Het gebouw zelf is eigendom van de gemeente Knokke-Heist.

De gemeente heeft recent grote plannen goedgekeurd voor een volledige vernieuwing en uitbreiding van de site.

Aan de renovatie van het casino hangt een stevig prijskaartje van 95 miljoen euro.

De bedoeling is dat de werken klaar zijn tegen 2032.

Programma van Circus Demuynck van 85 jaar geleden met hoofdact Lena Miry in de Gentse Minardschouwburg.

Lena Miry, de artiestennaam van Rachel Demuynck, was een virtuoze amazone die een unieke plek innam in de wereld van de klassieke rijkunst en het circus.

Geboren in Gent op 8 januari 1922 als telg uit de gerespecteerde circusfamilie Demuynck, groeide zij op in de wereld van Gustaaf Demuynck en Louise Muyllaert.

Hoewel zij haar basis vond in het familiecircus, koos zij rond haar eenentwintigste voor een eigen pad om zich volledig te wijden aan de verfijning van de paardendressuur.

In haar praktijk als hogeschoolrijdster legde zij zich toe op de meest complexe vormen van de academische rijkunst, die teruggaan naar de tradities uit de zestiende en zeventiende eeuw.

Zij stond bekend om haar vermogen om paarden naar de hoogste graad van verzameling te begeleiden.

Deze technische term verzameling is cruciaal binnen de dressuur en beschrijft de toestand waarin een paard zijn zwaartepunt naar achteren verplaatst door de gewrichten van de achterhand meer te buigen.

Hierdoor wordt de voorzijde lichter en kan het paard met meer kracht, souplesse en kortere passen bewegen.

Dankzij deze beheersing konden technische figuren zoals de piaffe, passage en pirouettes worden uitgevoerd met een opmerkelijke lichtheid en onzichtbare hulpen.

Haar repertoire omvatte eveneens de sprongen boven de grond, zoals de levade en de croupade, waarbij de nadruk altijd lag op de natuurlijke balans en de trotse zelfhouding van het paard.

Zonder deze specifieke verzameling en verhoogde draagkracht zouden de kunststukken die zij uitvoerde fysiek onmogelijk zijn geweest voor het paard.

Zij werd geprezen om haar vermogen om de spectaculaire elementen van de circuswereld te verenigen met de strikte discipline van de klassieke rijscholen. In een tijd van toenemende verzakelijking in de paardensport bleef zij een belangrijke vertegenwoordiger van de artistieke en esthetische kant van het rijden.

Naast haar eigen uitvoeringen deelde zij haar expertise als instructrice, waarbij zij de nadruk legde op de biomechanica en de psychologie van het paard, altijd vertrekkend vanuit geduld en wederzijds respect.

Rachel Demuynck overleed in Gent op 25 november 2015 op 93-jarige leeftijd.

Haar nalatenschap blijft van waarde voor de Belgische circushistorie en de klassieke rijkunst, waarin zij herinnerd wordt als een voorbeeld van hoe technische perfectie en artistieke flair hand in hand kunnen gaan.

Haar werk heeft een blijvende indruk achtergelaten in de hippische wereld, een term die de brede gemeenschap van paardensport, fokkerij en paardenliefhebbers omvat.

Voordat Henri Frans als de legendarische Bento de koning van de Lammerstraat werd, kende hij een bescheiden start in Ledeberg.

Als twintiger woonde hij daar nog bij zijn moeder en verdiende hij de kost als dagbladverkoper.

Zijn leven nam een beslissende wending in 1898 toen hij trouwde met de Gentse kleermaakster Clementine Van Guyse.

Het koppel verwachtte toen al hun eerste kind; Clementine was drie maanden zwanger van René Eugène Frans.

Na het overlijden van zijn schoonvader trok het jonge gezin in bij de weduwe en nam daar het café Estaminet Den Biekorf over.

In 1902 werd het gezin compleet met de geboorte van hun tweede zoon, François, roepnaam Frans.

Ondertussen leidde Henri een dubbelleven en timmerde hij hard aan de weg als circusartiest.

Al in 1897 dook hij voor het eerst op in het programma van het Nieuw Circus als deel van Les Franch, de “twee leuke Chinezen uit Ledeberg”.

Tegen 1906 sloot hij zich aan bij een nieuwe acrobatengroep, het Horatius Trio, samen met Theofiel Caluwaert, alias zotten Theo, en de jonge knaap Serafien Fruytier.

Hun act was spectaculair: ze stonden met drie man hoog op elkaars schouders terwijl ze een trap op- en afstapten.

Henri leerde Serafien de knepen van het vak en samen ontwikkelden ze als The Original Bento Brothers een ijzersterk evenwichtsnummer.

Het duo kende succes, maar hun wegen scheidden uiteindelijk definitief. Serafien keerde waarschijnlijk niet met Henri terug naar België na hun Amerikaanse avonturen.

Hij tekende voor nog een seizoen bij Barnum & Bailey in 1913, dit keer met de groep van de Belg Joseph DeKock, en bouwde een leven op in de Verenigde Staten.

In 1918 diende Serafien in het Amerikaanse leger, werd staatsburger onder de naam Jack Bento en overleed uiteindelijk op 75-jarige leeftijd in Chicago.

Henri moest dus op zoek naar een nieuwe cascadeur of vlieger.

Hij vond potentieel in de Gentse turnkring Vrijheidsliefde, waar zijn oog viel op de veertienjarige Polydoor De Baets.

Henri bood de jongen een contract aan van 25 frank per maand, inclusief kost en inwoning.

Na intensief oefenen in turnlokalen en lokale tournees vormden ze samen met de Gentse acrobaat Joseph La Porte het Frans Bento Trio.

Na enkele contracten in België en Frankrijk vertrok het trio in maart 1913 naar Amerika met een contract voor het prestigieuze Ringling Brothers Circus.

Het was een slopend maar succesvol schema: tussen 5 april en 1 november speelden ze in 144 steden en 32 staten.

Na een winter thuis vertrokken Henri en Polly in maart 1914 voor een tweede seizoen. Toen ze op 24 oktober 1914 hun laatste show speelden in Cairo, Illinois, woedde in Europa echter volop de oorlog.

Henri, inmiddels 37 jaar oud en met een carrière van zeventien jaar achter de rug, slaagde erin om via een schip van de White Star Dominion Line vanuit Liverpool terug te keren naar Gent.

Als leider van zijn gezelschap had het acrobatencircuit hem financieel geen windeieren gelegd.

Met dat kapitaal opende hij in mei 1915 Café Bentos op nummer 15 in de Lammerstraat.

De locatie was strategisch: vlak naast het Nieuw Circus dat in die periode dienstdeed als cinema en variétézaal, en recht tegenover Vooruit, het machtige Feestpaleis van de socialisten.

Het café werd een ontmoetingsplek voor artiesten en bood logement aan rondreizende artiesten.

Het interieur werd een bezienswaardigheid dankzij Henri’s jeugdvriend Achilles De Maertelaere.

Ze kenden elkaar van de turnkring De Volksmaatschappij en deelden hun socialistische overtuiging.

Achilles, die het pseudoniem Achille Bentos aannam, beschilderde de muren met taferelen die Henri’s verhalen weerspiegelden: het wilde westen, Japanse landschappen, Egypte en Afrikaanse waterdragers.

Henri zat tijdens de oorlogsjaren echter niet stil en gebruikte zijn netwerk voor liefdadigheid via het socialistische Feestpaleis Vooruit.

Een hoogtepunt was de productie Barnum te Gent in 1917, waarmee hij lokale artiesten speelkansen bood.

Na de oorlog bleef Henri zijn café uitbaten, maar het ondernemersbloed kroop waar het niet gaan kon.

Hij begon zijn eigen Cirque Bento en huurde in 1921 een gigantische viermasttent die hij op het Sint-Pietersplein liet opzetten.

Een verwoestende nachtelijke onweerstorm maakte na enkele maanden echter een einde aan zijn droom.

Met deze tegenslag leek Henri zijn actieve, grootschalige circusplannen voorgoed opgeborgen te hebben.

Hij zag daarentegen zijn zonen René en Frans en zijn leerlingen Serafien en Polly floreren.

Vooral de band tussen René en Polly was hecht; ze waren van dezelfde leeftijd en kenden elkaar door en door, omdat Polly als leerling bij het gezin had ingewoond.

In 1925 bundelden deze jeugdvrienden hun krachten als Los 3 Bentos en toerden door Zuid-Amerika.

Terug in België verstrengelden de familiebanden zich verder: Polly trouwde met Jenny Moreels, de zus van Frans’ vrouw Jeanne.

Samen met René en diens Braziliaanse vrouw Chela vormden ze The 4 Bentos, die successen vierden in Engeland en geportretteerd werden door Laura Knight.

Ook Henri’s andere zoon, Frans, had kortstondig in het acrobatenvak gezeten, maar koos uiteindelijk voor de stabiliteit van de horeca.

In maart 1931 nam hij Café Bentos in de Lammerstraat over van zijn vader. Hij zou er cafébaas blijven tot het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Het legendarische café in de Lammerstraat zou uiteindelijk in de jaren vijftig verdwijnen, maar Henri zelf was toen al verhuisd.

In 1935 nam hij café Concordia in de Wondelgemstraat over en doopte hij ook deze zaak om tot Bentos.

De muren hingen vol met grote foto’s uit zijn glorietijd bij Barnum & Bailey en Ringling Brothers.

Aan iedereen die het wilde horen, vertelde hij zijn verhalen bij de beelden.

Dit café in de Wommelgemstraat bestaat vandaag nog steeds, al is het originele interieur helaas verdwenen.

De oude dag van Henri werd overschaduwd door de Tweede Wereldoorlog en persoonlijk drama.

In 1945 verloor hij zijn zoon René, die amper 46 jaar oud werd. Henri overleefde hem drie jaar en stierf op 20 maart 1948.

Zijn goede vriend Achilles Bentos vereeuwigde Henri en Clementine op latere leeftijd in een tweeluik.

Dit beeld toont hun oude dag en vormt een scherp contrast met het bruisende leven dat achter hem lag, altijd onder de mensen en vol van de opwaartse drang die hij ongetwijfeld onder zijn vel had (bronnen: Het Huis van Alijn, diverse bronnen, Wikipedia en Gwendolien Sabbe).

Een uniek souvenir uit 1960: het programmaboekje van Line Renaud in het Casino de Paris

De Franse zangeres en actrice Line Renaud, geboren als Jacqueline Ente op 2 juli 1928 in het Noord-Franse Nieppe, is een levend monument van de Franse cultuur.

Ze begon haar carrière als muzikante in het orkest van haar vader, maar haar leven veranderde voorgoed toen ze in 1945 auditie deed in Parijs en de componist Loulou Gasté ontmoette.

Hij werd niet alleen haar mentor die haar artiestennaam bedacht, maar ook de liefde van haar leven, met wie ze getrouwd bleef tot aan zijn dood.

Het is inmiddels zo’n 75 jaar geleden dat Line Renaud definitief doorbrak bij het grote publiek.

In de jaren rond 1950 was ze niet meer weg te denken uit de scène en scoorde ze een enorme hit met Ma cabane au Canada.

Dit markeerde het begin van een glorieuze tijd waarin ze de onbetwiste koningin van de revue werd in het legendarische Casino de Paris.

Dit theater aan de Rue de Clichy was destijds de absolute tempel van de musichall en stond wereldwijd symbool voor de Parijse elegantie.

Haar grootste triomf daar was de revue Plaisirs.

Deze productie ging in 1959 in première, maar was zo’n gigantisch succes dat de show jarenlang onafgebroken op het affiche bleef staan.

Wie bijvoorbeeld in december 1960 het theater bezocht, zag nog steeds dezelfde grandioze show waarmee Line avond aan avond volle zalen trok.

Ze werd op het podium bijgestaan door een indrukwekkende cast van internationale topartiesten, zoals haar vaste Argentijnse danspartner Fernando Rego, de begenadigde solodanseres Danielle Darmance en karakterdanser René Sartoris.

Ook de muzikale omlijsting was van hoog niveau, met bijdragen van artiesten als Freddy Conde, Régine Rumen, het virtuoze Trio Marnhy en de vocale groep Les 4 de Paris.

Het visuele spektakel werd compleet gemaakt door het huisballet Les Girls du Charley Ballet, een dansgroep die vanwege hun glamour en stijl ook wel bekendstond als The Dancers of Las Vegas.

Die Amerikaanse bijnaam voor de danseressen was een voorbode voor het vervolg van haar eigen carrière, want in 1954 vertrok Line naar de Verenigde Staten.

Daar werd ze als eerste Française een ster in de casino’s van Las Vegas en raakte ze bevriend met wereldsterren als Frank Sinatra en Elvis Presley.

Naast haar zangcarrière bouwde ze een indrukwekkende staat van dienst op als actrice, waarbij ze in 2008 opnieuw ongekend populair werd door haar rol als de hartelijke moeder in de filmhit Bienvenue chez les Ch’tis.

Line Renaud, die zich sinds de jaren 80 ook onvermoeibaar inzet voor de strijd tegen aids, blijft voor de Fransen het ultieme symbool van optimisme, wilskracht en de gouden jaren van het Parijse nachtleven.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag