Vandaag is het precies zeven jaar geleden dat de Italiaanse wielrenner Felice Gimondi overleed.

Gimondi werd geboren in Sedrina, nabij Bergamo, en liet als amateur al zijn talent zien door onder andere de Ronde van de Toekomst te winnen.

Zijn grote doorbraak volgde in 1965, toen hij als neoprof meteen de Ronde van Frankrijk op zijn naam schreef.

Zijn succes in de Grote Rondes bleef groeien.

Twee jaar later won hij de Ronde van Italië, een prestatie die hij in 1969 en 1976 herhaalde. Door in 1968 ook de Ronde van Spanje te winnen, trad hij toe tot een exclusief gezelschap.

Gimondi is namelijk een van de slechts zeven renners die alle drie de Grote Rondes hebben gewonnen, samen met Jacques Anquetil, Eddy Merckx, Bernard Hinault, Alberto Contador, Vincenzo Nibali en Chris Froome.

De renner, die de bijnamen de buizerd van Bergamo en de aristocraat droeg, blonk uit in constantheid; in al zijn vijf deelnames aan de Ronde van Frankrijk eindigde hij in de top tien.

Zijn minste resultaat was een zevende plaats, en hij pakte in totaal zeven Touretappes.

Naast zijn successen in rittenkoersen was Gimondi een specialist in eendaagse klassiekers.

Hij won tweemaal de Ronde van Lombardije, in 1966 en 1973.

Daarnaast schreef hij Parijs-Roubaix in 1966 en Milaan-San Remo in 1974 op zijn naam, en kroonde hij zichzelf in 1973 tot wereldkampioen.

Zijn carrière kende ook een schaduwzijde toen hij tijdens de vijftiende etappe van de Ronde van Frankrijk in 1975 positief testte op doping.

Dit kostte hem tien minuten straftijd in het algemeen klassement, een boete van duizend Zwitserse frank en een voorwaardelijke schorsing van een maand.

Gimondi overleed in 2019 op 76-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval, die hem trof tijdens het zwemmen in zee aan de oostkust van Sicilië.

Gisteren nog vandaag

Vandaag, 50 jaar geleden, vond de 24 Uren van Luik plaats.

De 24 Uren van Luik in 1976, gehouden op 14 en 15 augustus, was een legendarische editie van deze beroemde motorrace op het oude, razendsnelle circuit van Spa-Francorchamps.

Dit evenement maakte destijds deel uit van het Europees kampioenschap en trok de absolute wereldtop van de motorsport aan.

De wedstrijd stond bekend als een van de zwaarste beproevingen voor zowel mens als machine, mede door de hoge gemiddelde snelheden en de onvoorspelbare Ardense weersomstandigheden.

Tijdens deze editie in 1976 stonden fabrieksteams van grote Japanse merken zoals Honda en Kawasaki aan de start, die de strijd aangingen met sterke Europese uitdagers.

De race werd gekenmerkt door intense gevechten in de verschillende klassen en vroeg het uiterste van de coureurs, die urenlang in het donker en onder wisselende omstandigheden moesten presteren.

Voor de tienduizenden toeschouwers langs de baan bood het weekend een spectaculair schouwspel van uithoudingsvermogen, mechanische betrouwbaarheid en pure snelheid, wat de reputatie van de 24 Uren van Luik als een van de klassiekers op de motorsportkalender verder bevestigde.

De strijd om de topposities werd dat jaar volledig gedomineerd door Honda, dat met de legendarische en machtige RCB1000-machines aan de start verscheen.

Ondanks mechanische problemen door de enorme hitteontwikkeling in de motoren en een hoog olieverbruik, wist het merk beslag te leggen op de volledige top van het klassement.

De uiteindelijke top 3 van deze loodzware editie zag er als volgt uit:

Op de eerste plaats eindigden de Franse piloten Christian Léon en Jean-Claude Chemarin op hun fabrieks-Honda RCB1000.

Zij reden een fabelachtige wedstrijd en vestigden een indrukwekkend nieuw record van 315 ronden, wat overeenkwam met een totale afstand van maar liefst 4447,8 kilometer op het oude tracé van 14 kilometer.

De tweede plaats ging naar hun teamgenoten Christian Huguet en Roger Ruiz, eveneens op een fabrieks-Honda RCB1000.

Zij kregen in de loop van de race te kampen met smeringsproblemen in de motor, maar wisten in het negentiende uur de tweede positie te heroveren en deze succesvol tot aan de finishlijn te verdedigen.

Het podium werd compleet gemaakt door de Franse Honda-dealer Japauto, die met hun machine de derde plaats opeiste en daarmee het triomfale succes voor het Japanse merk in de Ardense vlaag compleet maakte.

Het legendarische circuit waar deze uitputtingsslag werd uitgevochten, was destijds de beruchte en angstaanjagend snelle oude omloop van Spa-Francorchamps.

Dit tracé had in 1976 een lengte van 14,120 kilometer en bestond voor het grootste deel uit gewone openbare wegen tussen de dorpen Francorchamps, Malmedy en Stavelot, die speciaal voor het raceweekend werden afgesloten.

Het stond te boek als het snelste stratencircuit van Europa.

Beroemde passages zoals de bloedsnelle bocht van Burnenville, de beruchte Masta-knik en de steile klim van de Raidillon na Eau Rouge vereisten een onvoorstelbare dosis moed van de motorrijders, die hier in de nachtelijke uren met snelheden van ver boven de 250 kilometer per uur doorheen raasden.

Omdat er op dit oude circuit nauwelijks sprake was van moderne uitloopstroken of vangrails, stonden bomen, huizen en elektriciteitspalen direct langs de kant van de weg.

Elke stuurfout kon daardoor fataal aflopen.

Vanwege deze extreme risico’s en de steeds verder stijgende snelheden werd er uiteindelijk besloten om het circuit vanaf 1979 drastisch in te korten en om te vormen tot de veiligere, permanente omloop van vandaag, maar in augustus 1976 vormde de ontembare reus van 14 kilometer nog het decor voor deze heroïsche strijd.

De 24 Uren van Luik voor motoren bestaat in zijn oorspronkelijke vorm niet meer.

De legendarische race kende na 2003 een lange onderbreking, maar keerde in 2022 na twintig jaar terug op de kalender van het wereldkampioenschap endurance onder de naam 24 Heures de Spa Motos.

Om organisatorische en sportieve redenen is de formule inmiddels aangepast.

De race is ingekort en gaat tegenwoordig door het leven als de 8 Heures de Spa Motos.

Deze kortere, maar nog altijd razendsnelle endurancewedstrijd heeft voor dit jaar al plaatsgevonden.

De editie van 2026 werd verreden op vrijdag 5 en zaterdag 6 juni op het circuit van Spa-Francorchamps.

De grote winnaar van de editie van 2026 was het Belgische team BMW Motorrad World Endurance Team met startnummer 37.

Het rijderstrio bestaande uit Markus Reiterberger, Steven Odendaal en de Nederlandse topcoureur Michael van der Mark stuurde hun BMW M 1000 RR op dominante wijze naar de overwinning.

Zij wisten hun op vrijdag veroverde poleposition succesvol te verzilveren en hielden na een spectaculaire race onder wisselende weersomstandigheden het YART Yamaha-team achter zich.

Groeten uit Francorchamps (augustus 1976)

Precies 240 jaar geleden, op 8 augustus 1786, werd de hoogste bergtop van Europa voor het eerst bedwongen.

Wat vandaag de dag als een eenvoudige aardrijkskundige feitelijkheid geldt, namelijk dat de Mont Blanc in de Alpen 4810 meter hoog is, was eeuwenlang een schier onoverkoombare uitdaging.

De ontzagwekkende berg, waarvan ongeveer een derde met sneeuw en ijs is bedekt, oefende een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op avonturiers.

Toch werd tot ver in de achttiende eeuw algemeen aangenomen dat de mens deze machtige top nooit zou kunnen bereiken.

Destijds noemde men de regio rond de berg zelfs het ‘Vervloekte Dal’ (Vallée Maudite), uit angst voor draken, demonen en de verraderlijke gletsjers.

Het was de jonge Zwitserse natuurkundige Horace-Bénédict de Saussure die de uitdaging besloot aan te gaan.

Hij was pas twintig jaar oud toen hij in 1760 Chamonix bezocht en zijn passie voor de Mont Blanc ontwaakte.

De Saussure gold later als een van de grondleggers van de moderne alpinismewetenschap.

Wat begon als een jeugdige ambitie, groeide uit tot een levenslange missie.

Hij loofde zelfs een flinke beloning uit voor degene die een begaanbare route naar de top kon vinden. Jarenlang verkende hij het terrein en ondernam hij talloze pogingen, maar zelfs in 1778 bleef hij ervan overtuigd dat de klim onmogelijk was.

Ondertussen waagden ook anderen hun kans.

In 1784 werd een hoogte van 4331 meter bereikt, en een jaar later moest De Saussure opnieuw onverrichter zake terugkeren.

En zoals dat vaker gaat, was het uiteindelijk een gedreven avonturier die de doorslag gaf: Jacques Balmat, een lokale jager en kristalzoeker uit het dal.

Gedreven door roem en de hoop op goud sloot hij zich in 1786 onverwachts aan bij drie ervaren klimmers.

Toen zijn tochtgenoten door zware tegenslagen besloten op te geven, zette Balmat alleen door.

Hij kwam tot op een paar honderd meter van de top voordat een zware avondstorm hem dwong om terug te keren en noodgedwongen op de gletsjer te overnachten.

Balmat wist nu dat het haalbaar was, maar hij had een getuige én medische expertise nodig voor de extreme hoogte.

Die vond hij in Michel-Gabriel Paccard, een dorpsdokter uit Chamonix die zelf ook al meerdere pogingen had ondernomen en geboeid was door hoogteziekte en drukmetingen.

Samen trokken ze eropuit en op 8 augustus 1786 stonden beide mannen eindelijk op de top van de Mont Blanc.

Het dagboek van dokter Paccard vermeldde er sober over dat ze om 18.23 uur aankwamen en om 18.57 uur weer vertrokken.

Ze stonden precies vierendertig minuten op het hoogste punt.

In het dal kende de vreugde geen grenzen toen het nieuws bekend werd.

De Saussure, de grote inspirator en financier van de expedities, wilde niets liever dan de prestatie aan de zijde van Balmat herhalen.

Pas op 3 augustus van het daaropvolgende jaar zag hij die droom in vervulling gaan, waarbij hij uitgebreide wetenschappelijke experimenten op de top uitvoerde.

Balmat bleef zijn leven lang geobsedeerd door de bergen en de gedachte dat er goud te vinden was.

Op tweeënzeventigjarige leeftijd kwam hij tijdens zo’n zoektocht om het leven in de Val de Sixt; zijn lichaam werd nooit teruggevonden.

Vandaag de dag worden zowel Jacques Balmat als De Saussure geëerd als de pioniers van de Mont Blanc, onder meer met een monument in Chamonix.

Ook vrouwen lieten niet lang op zich wachten.

De allereerste vrouw op de top was de lokale dienstmeid Marie Paradis op 14 juli 1808.

Ze werd door gidsen de berg op geholpen en bereikte de top in vrij slechte fysieke conditie.

Dertig jaar later, op 3 september 1838, volbracht de Franse adellijke sportvrouw Henriette d’Angeville als eerste vrouw op eigen kracht en met een minutieus voorbereide expeditie de zware klim, waarmee ze de bijnaam de Mont Blanc-bruid verwierf.

Leuk om te weten is dat de Mont Blanc tegenwoordig nog steeds een reus van formaat is, al schommelt zijn precieze hoogte door de veranderende ijskap op de top.

Daarnaast bevindt zich diep onder deze berg de beroemde Mont Blanctunnel, die Frankrijk en Italië sinds 1965 met elkaar verbindt.

Vandaag, 95 jaar geleden, vond de aankomst van de Ronde van Frankrijk plaats in Parijs.

De 25e editie van de Ronde van Frankrijk, verreden in de zomer van 1931, staat bekend als een van de meest slopende en heroïsche edities uit de vroege geschiedenis van de wielersport.

Met een totale afstand van maar liefst 5091 kilometer, verdeeld over 24 etappes, was deze editie een ware uitputtingsslag, waarbij de renners tegen de klok en elkaar streden op loodzware wegen.

Dit enorme aantal kilometers staat in schril contrast met de moderne wielersport.

Waar de renners in 1931 nog 5091 kilometer moesten overbruggen, is de huidige Ronde van Frankrijk, de editie van 2026, een totale afstand van 3320,7 kilometer.

Destijds was het bovendien het tweede jaar dat de Tour met nationale ploegen reed in plaats van individuele sponsors, wat zorgde voor een felle strijd tussen de grote wielerbuurlanden Frankrijk, België en Italië.

In 1931 stonden er slechts 6 officiële nationale ploegen aan de start, aangevuld met een grote groep individuele renners.

De vier grote wielerlanden Frankrijk, België, Italië en Duitsland stuurden elk een ploeg van 8 renners. Daarnaast was er een gecombineerd team van Australië en Zwitserland met elk 4 renners, en nam Spanje deel met slechts 1 enkele renner.

Nederland schitterde in die tijd door afwezigheid en had geen nationale ploeg aan de start.

In deze beginperiode van de Tour met landenploegen was het wegwielrennen in Nederland nog lang niet zo populair of professioneel ontwikkeld als in de omringende landen.

De sportieve focus lag in Nederland destijds vooral op het baanwielrennen, waar wel grote successen werden geboekt.

Het zou nog tot 1936 duren voordat er voor het eerst een Nederlandse afvaardiging aan de start van de Tour verscheen, destijds met renners als Albert van Schendel en Theo Middelkamp, die toen direct de allereerste Nederlandse etappezege wisten op te eisen.

Dit alles bracht het deelnemersveld van 1931 op 41 ploegrenners, die werden vergezeld door 40 onafhankelijke renners, de zogenaamde touriste-routiers, wat zorgde voor een bescheiden peloton van 81 renners in totaal.

Hoe anders is dat in de editie van 2026, waar 23 professionele merkenteams aan de start verschijnen met elk 8 renners, wat resulteert in een gigantisch en strak georganiseerd peloton van 184 renners.

In het begin van de ronde domineerden de sprinters in de vlakke ritten, maar het spektakel begon pas echt toen de bergen opdoemden.

Een gedenkwaardig moment vond plaats in de tweede etappe, toen de Oostenrijkse individuele renner Max Bulla geschiedenis schreef.

Hoewel de individuele renners tien minuten later waren gestart dan de nationale ploegen, slaagde Bulla erin om iedereen in te halen en de etappe te winnen.

Hierdoor pakte hij als enige onafhankelijke renner ooit in de geschiedenis de gele trui.

Het klassement kreeg zijn definitieve vorm in de loodzware Pyreneeën.

Tijdens de negende etappe van Pau naar Luchon ontbond de Franse renner Antonin Magne zijn duivels.

Hij viel aan op de flanken van de legendarische Tourmalet, nam de leiding in de wedstrijd en veroverde de gele trui. Magne, die bekendstond om zijn tactische inzicht en methodische manier van rijden, werd gesteund door een ijzersterke Franse ploeg met onder anderen Charles Pélissier.

Na deze slopende ritten was er voor de renners van de luxe van moderne hotels absoluut geen sprake.

Hoewel ze na een etappe ergens moesten slapen, was de realiteit uiterst sober.

De ploegen huurden meestal eenvoudige kamers in goedkope lokale herbergen of kleine familiehotels langs de route.

Omdat er vaak niet genoeg bedden waren, moesten renners de kamers en soms zelfs de bedden met elkaar delen.

Na een rit van driehonderd kilometer kropen twee renners dan samen in een krap bed.

Ook de hygiëne liet te wensen over, want kamers met eigen warm stromend water waren er amper.

Renners moesten zich vaak behelpen met een teil koud water op de binnenplaats of een gedeelde kraan op de gang. Van een echt sportdieet was evenmin sprake; men at gewoon de zware kost die de lokale herberg serveerde.

Niet alleen het comfort, maar ook het prijzengeld was van een heel andere orde dan vandaag de dag. In 1931 bedroeg de eerste prijs voor de eindwinnaar van het algemeen klassement 25.000 Franse frank, uit een totale prijzenpot van 650.000 Franse frank.

Gecorrigeerd naar de huidige koopkracht was die hoofdprijs toen ongeveer 15.000 tot 20.000 euro waard.

Dit staat in schril contrast met de editie van 2026, waarin de totale prijzenpot ruim 2,3 miljoen euro bedraagt en de uiteindelijke winnaar maar liefst 500.000 euro mee naar huis neemt.

In de Alpen en tijdens de latere vlakke ritten werd de Franse leider constant bestookt door zijn naaste belagers.

Vooral de Belg Jef Demuysere en de Italiaan Antonio Pesenti gaven zich niet zomaar gewonnen.

Demuysere bleef aanvallen opzetten en won meerdere zware ritten, maar Magne gaf geen krimp.

In de voorlaatste etappe, die over de gevreesde kasseien in het noorden van Frankrijk voerde, probeerden de Belgen een beslissende slag te slaan.

Magne wist echter stand te houden door constant aan het wiel van Demuysere te blijven kleven.

Uiteindelijk eindigde de loodzware koers op 26 juli 1931 in het legendarische Prinsenpark, oftewel het Parc des Princes in Parijs.

In die tijd stroomde de wielerbaan van dit stadion traditiegetrouw bomvol met tienduizenden enthousiaste toeschouwers om de helden van de weg na weken van afzien te huldigen.

Na alle kilometers over onverharde wegen en kasseien konden de renners nog een paar laatste rondjes over de houten piste rijden voor het oog van de massa.

Het was in deze historische ambiance dat Antonin Magne als grote triomfator werd binnengehaald, met een voorsprong van bijna dertien minuten op Demuysere en ruim tweeëntwintig minuten op Pesenti.

Het betekende de eerste van zijn twee Tourzeges en een groot feest voor het Franse publiek.

De Belgen grepen met Demuysere, Gaston Rebry en Maurice De Waele weliswaar net naast de individuele hoofdprijs, maar zij namen wel de troostprijs mee naar huis door het ploegenklassement op hun naam te schrijven

Patrick de Radiguès: een leven vol snelheid en avontuur viert vandaag zijn 70ste verjaardag

Patrick de Radiguès de Chennevière, geboren op 25 juli 1956 in Leuven, is een Belgische voormalige sportman die naam maakte in zowel de motorsport als de zeilsport.

Hij is een afstammeling van de adellijke familie de Radiguès.

Zijn sportieve carrière begon in de racerij, waar hij deelnam aan auto- en motorraces, waaronder de prestigieuze 24 uur van Le Mans.

Een van zijn grote successen was het winnen van de Bol d’Or in 1984 en het behalen van de tweede plaats in het wereldkampioenschap motoruithoudingsraces in datzelfde jaar.

Op 36-jarige leeftijd maakte hij de overstap naar de zeilsport, waarbij hij zich met name richtte op solo- en shorthanded offshorezeilen.

In deze hoedanigheid nam hij deel aan diverse grote wedstrijden, zoals de Transat Jacques Vabre (waarin hij derde werd) en de Transat Québec-Saint-Malo.

Hij nam ook deel aan de zware Vendée Globe-race.

Tijdens de editie van 2000 raakte hij betrokken bij een ernstig ongeval waarbij hij bewusteloos raakte en zijn boot op de kust spoelde, een incident dat hij gelukkig overleefde.

Patrick is de broer van Didier de Radiguès, die eveneens een bekende figuur is in de Belgische motorsportwereld.

Patrick is momenteel woonachtig in Monaco.

Wat betreft de geschiedenis van de familie de Radiguès, het is een oud adellijk geslacht waarvan de wortels in Frankrijk liggen, met name in de regio rond Chennevière.

De familie vestigde zich in de loop der eeuwen in de Zuidelijke Nederlanden en het huidige België.

Het geslacht staat bekend om zijn bijdragen aan zowel het militaire, bestuurlijke als maatschappelijke leven in de regio.

De adellijke status van de familie werd in België officieel erkend en bevestigd, waarbij verschillende leden door de jaren heen belangrijke posities bekleedden.

De familie voert een wapenschild en houdt vast aan de tradities die horen bij hun adellijke afkomst, waarbij de naam de Radiguès de Chennevière de historische band met hun oorspronkelijke Franse domeinen in ere houdt.

Boule d’Or Star Racing vond plaats op het circuit van Zolder, waar Patrick de Radigués toen deelnam.

Door strengere wetgeving rond tabaksreclame en het verdwijnen van het merk, hield de rechtstreekse sponsoring van koersen en raceteams onder die naam aan het einde van de jaren 80 op te bestaan.

Vandaag is het exact honderd jaar geleden dat de Deinse wielrenner Lucien Buysse de Ronde van Frankrijk op zijn naam schreef.

Deze twintigste editie in 1926 staat te boek als de langste en zwaarste Tour uit de geschiedenis, met een recordafstand van maar liefst 5.745 kilometer verspreid over 17 etappes.

Om deze legendarische overwinning te herdenken, kun je in de kerk van Wontergem momenteel een bijzondere tentoonstelling bezoeken.

Aan de hand van foto’s, wielerattributen en unieke herinneringsstukken komen zijn indrukwekkende wielercarrière en zijn hechte band met het dorp helemaal tot leven.

De tentoonstelling is nog tot en met 30 september dagelijks gratis toegankelijk van 10 uur tot 17 uur.

Vandaag is het precies vijftig jaar geleden dat Lucien Van Impe de Ronde van Frankrijk won.

In 1976 vocht hij in de bergen een felle strijd uit met Joop Zoetemelk.

Hoewel Zoetemelk de rit op Alpe d’Huez op zijn naam schreef, stelde Van Impe zijn eindzege definitief veilig in de Pyreneeën op de flanken van de Pla d’Adet.

Het was sowieso een memorabele editie voor de Belgische renners, die destijds enorm schitterden.

Freddy Maertens bleek onstuitbaar en verzamelde maar liefst acht ritzeges.

Hij won de proloog in Saint-Jean-de-Monts, de eerste etappe naar Angers en de derde etappe in Le Touquet-Paris-Plage.

Later voegde hij daar nog de zevende etappe naar Mulhouse, beide delen van de achttiende etappe naar Langon en Lacanau-Océan, de eenentwintigste etappe naar Versailles en het eerste deel van de slotrit in Parijs aan toe.

Ook andere landgenoten droegen bij aan het Belgische succes. Willy Teirlinck won de dertiende etappe naar Saint-Gaudens,

Lucien Van Impe pakte zelf de veertiende etappe naar Saint-Lary-Soulan, Michel Pollentier zegevierde in de zestiende etappe naar Fleurance en Ferdinand Bracke won een dag later de rit naar Auch.

Ook Nederland presteerde dat jaar buitengewoon goed.

Hennie Kuiper opende de Nederlandse successen in de vierde etappe met aankomst in Bornem.

Joop Zoetemelk toonde zijn klasse in het hooggebergte en won drie zware ritten: de negende etappe naar L’Alpe d’Huez, de tiende etappe naar Montgenèvre en de twintigste etappe naar de Puy de Dôme.

Tot slot pikte Gerben Karstens zijn ritten mee door het derde deel van de achttiende etappe in Bordeaux te winnen, om vervolgens ook het tweede deel van de slotrit in Parijs op zijn naam te schrijven.

De Nederlandse TI-Raleigh-equipe won de 5e etappe, deel A: de ploegentijdrit van Leuven naar Leuven.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 55 jaar geleden, Eddy Merckx voor de derde keer winnaar van de Ronde van Frankrijk

Het verschil tussen Eddy Merckx en Joop Zoetemelk, die tweede eindigde, bedroeg 9 minuten en 51 seconden.

Op de derde plaats eindigde Lucien Van Impe.

In totaal namen er 35 Belgen en 21 Nederlanders deel aan de Tour van 1971.

Belgische etappezeges

Eric Leman won de 1e etappe, deel A van Mulhouse naar Bazel, de 6e etappe, deel A van Roubaix (Robaais) naar Amiens en de 7e etappe van Rungis naar Nevers.

Albert Van Vlierberghe won de 1e etappe, deel C van Freiburg im Breisgau naar Mulhouse.

Eddy Merckx won de 2e etappe van Mulhouse naar Straatsburg, de 13e etappe van Albi naar Albi, de 17e etappe van Mont-de-Marsan naar Bordeaux en de 20e etappe van Versailles naar Parijs.

Walter Godefroot won de 9e etappe van Clermont-Ferrand naar Saint-Étienne.

Herman Van Springel won de 16e etappe, deel B van Gourette/Les Eaux Bonnes naar Pau.

Nederlandse etappezeges

Gerben Karstens won de 1e etappe, deel B van Bazel naar Freiburg im Breisgau.

Rini Wagtmans won de 3e etappe van Straatsburg naar Nancy.

Jan Krekels won de 19e etappe van Blois naar Versailles.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag, 25 jaar geleden, start van de Ronde van Frankrijk die uiteindelijk eindigde zonder een winnaar, wegens doping

De Ronde van Frankrijk van 2001 was de achtentachtigste editie van de belangrijkste wielerwedstrijd ter wereld en vond plaats van 7 tot en met 29 juli.

De ronde startte in de Noord-Franse stad Duinkerke met een proloog, die werd gewonnen door de Fransman Christophe Moreau, en eindigde traditiegetrouw op de Champs-Élysées in Parijs.

Deze editie bestond uit een proloog en twintig etappes, met een totale afstand van net geen drieduizendvijfhonderd kilometer.

Het parcours bracht het peloton voornamelijk door Frankrijk, maar maakte ook een korte uitstap naar België.

Voor de Belgische wielerfans en de twee deelnemende Belgische ploegen, Lotto-Adecco en Domo-Farm Frites, werd het een succesvolle editie op het gebied van ritzeges en strijdlust.

De nationale wielertrots werd al vroeg aangewakkerd in de tweede etappe van Calais naar Antwerpen.

De Belg Marc Wauters, die uitkwam voor de Nederlandse Rabobank-ploeg, wist in zijn thuisland de overwinning te grijpen en veroverde daarmee voor één dag de prestigieuze gele trui.

Ook in het verdere verloop van de ronde lieten de Belgen zich nadrukkelijk gelden.

Het was daarbij specifiek de Belgische Lotto-Adecco-formatie die wist te schitteren met exact twee overwinningen.

Rik Verbrugghe schreef na een lange ontsnapping de vijftiende etappe tussen Pau en Lavaur op zijn naam.

Twee dagen later was het opnieuw raak voor de Lotto-ploeg toen Serge Baguet de zeventiende rit van Brive-la-Gaillarde naar Montluçon won.

De andere Belgische ploeg, Domo-Farm Frites, had dat jaar absolute triomfen gevierd in het voorjaar, maar in deze Tour behaalden de renners van Patrick Lefevere geen etappewinst en hun absolute kopman Johan Museeuw was niet in de selectie opgenomen.

In het algemeen klassement speelden de Belgische renners, waaronder Mario Aerts en de voor Domo rijdende Axel Merckx, geen rol van betekenis voor de absolute topplaatsen, maar de ritzeges en de dag in het geel maakten het tot een geslaagde Tour voor België.

Sportief gezien werd het algemeen klassement gedomineerd door het verwachte duel tussen de Amerikaan Lance Armstrong en de Duitser Jan Ullrich.

Armstrong, kopman van de US Postal-ploeg, hield zich in het begin van de ronde relatief rustig, maar deelde een enorme klap uit tijdens de eerste zware Alpenrit naar Alpe d’Huez.

Het moment waarop hij vlak voor zijn beslissende demarrage even achterom keek naar Ullrich, is een onuitwisbaar beeld uit de wielergeschiedenis geworden. Armstrong domineerde de bergen en de tijdritten en won de ronde uiteindelijk met een voorsprong van ruim zes en een halve minuut op Ullrich.

De Spanjaard Joseba Beloki mocht als derde mee op het eindpodium in Parijs.

Naast de strijd om de gele trui waren er andere opvallende prestaties die de koers kleurden.

De Duitse sprinter Erik Zabel veroverde de groene trui voor het puntenklassement voor de zesde opeenvolgende keer, wat destijds een absoluut record was.

De populaire Franse renner Laurent Jalabert won de bolletjestrui voor het bergklassement en bracht het thuispubliek in vervoering met zijn aanvallende rijstijl in de bergen.

De witte trui voor de beste jongere ging naar de talentvolle Spanjaard Oscar Sevilla, terwijl de aanvallende Spaanse Kelme-ploeg het ploegenklassement won.

Een grote verrassing was de Kazach Andrei Kivilev, die dankzij een lange ontsnapping in de achtste etappe naar Pontarlier, een rit die door de Nederlander Erik Dekker werd gewonnen, uiteindelijk als vierde in Parijs eindigde.

De rode lantaarn voor de laatste renner in het klassement ging naar de Franse sprinter Jimmy Casper.

Jaren later kreeg de uitslag van deze Tour echter een zware historische correctie.

In 2012 werd Lance Armstrong, na een grootschalig onderzoek van het Amerikaanse antidopingagentschap USADA, ontmaskerd als spil in een geavanceerd dopingnetwerk.

De internationale wielerunie UCI besloot daarop onmiddellijk om Armstrong al zijn zeven Tourzeges, waaronder die van 2001, af te nemen.

De organisatie van de Tour de France besloot de opengevallen eerste plaats vacant te laten en geen nieuwe winnaar aan te wijzen.

Hierdoor is de eerste positie in de officiële geschiedenisboeken voor de editie van 2001 voor altijd blanco gebleven, wat deze wedstrijd onlosmakelijk verbindt met een donkere periode uit de wielersport.

Vandaag exact veertig jaar geleden ging de historische Ronde van Frankrijk van 1986 van start.

Terwijl wielerjournalist Mark Vanlombeek voor zijn werk de Tourkaravaan door het Franse landschap volgde, verbleven zijn vrouw en kinderen aan de Belgische kust, een menselijk contrast dat het tijdschrift Story destijds mooi optekende in de editie van 8 juli.

Het peloton kleurde dat jaar behoorlijk in de Lage Landen, met een sterke afvaardiging van 32 Belgische en 19 Nederlandse renners aan de startlijn.

Onze landgenoten lieten zich in die 73ste editie bijzonder goed opmerken en wisten de Tour extra glans te geven met vijf indrukwekkende ritzeges.

Pol Verschuere opende het Belgische succesverhaal met winst in de allereerste etappe van Nanterre naar Sceaux. Ludo Peeters triomfeerde in de zevende rit van Cherbourg naar Saint-Hilaire du Harcouët, waarna Eddy Planckaert meteen een dag later het goede voorbeeld volgde en de achtste etappe naar Nantes op zijn naam schreef.

Ook Rudy Dhaenens en Frank Hoste mochten juichen na overwinningen in respectievelijk de elfde rit vanuit Futuroscope naar Bordeaux en de vijftiende etappe van Carcassonne naar Nîmes.

De Nederlandse eer werd succesvol verdedigd door Johan van der Velde, die in de vijfde etappe van Evreux naar Villers-sur-Mer de tegenstand te slim af was en als eerste over de streep kwam.

Naast de successen uit de Lage Landen staat de Tour van 1986 in de internationale wielergeschiedenis vooral gegrift als de ronde van een van de meest beklijvende interne ploegduels ooit.

Binnen het dominante La Vie Claire team vochten de Amerikaan Greg LeMond en de Franse vijfvoudige winnaar Bernard Hinault een psychologische en fysieke slijtageslag uit.

Hoewel Hinault een jaar eerder had beloofd LeMond aan de eindzege te helpen, viel hij zijn jongere ploegmaat meermaals aan onder het mom dat hij hem wilde dwingen de zege echt te verdienen.

Deze zinderende en soms verwarrende tweestrijd leverde iconische televisiebeelden op, met als absoluut hoogtepunt de etappe naar l’Alpe d’Huez waar beide rivalen hand in hand over de finish kwamen. Uiteindelijk trok LeMond aan het langste eind in het algemeen klassement.

Hij kroonde zich zo tot de allereerste Amerikaanse, en bij uitbreiding niet-Europese, winnaar van de Ronde van Frankrijk, een mijlpaal die de wielersport wereldwijd een enorme impuls gaf.

Oude postkaart van de skipiste Zondal op de Ruggeveldlaan te Deurne.

Skipiste Zondal was gedurende tientallen jaren een bekend begrip in het Antwerpse sportlandschap.

De baan werd destijds opgericht door ondernemer Jean-Claude Giraud en was bij de opening een van de eerste kunstskibanen van Europa.

Het specifieke karakter van de piste zat vooral in het gebruik van de zogenaamde borstelbaan, een ondergrond van witte plastic borstelharen die met water werd besproeid om de gladheid van sneeuw na te bootsen.

De locatie aan de Ruggeveldlaan diende als een belangrijke voorbereidingsplek voor generaties Vlamingen die zich wilden klaarstomen voor hun jaarlijkse skivakantie.

Naast de recreatieve skiërs was de piste ook de thuisbasis van de Zondal Ski Club, een vereniging die talloze talenten heeft voortgebracht en een sterke reputatie genoot in de competitiewereld.

De club zorgde voor een levendige sociale sfeer in de bijbehorende cafetaria, die een authentieke Zwitserse chalet-uitstraling had.

Hoewel de sluiting in 2017 voor velen als een verrassing kwam, was de beslissing deels ingegeven door de veranderende tijden en de noodzaak voor grootschalige stadsvernieuwing.

De installaties waren na vierenveertig jaar intensief gebruik verouderd en de exploitatiekosten liepen op.

De afbraak in 2018 maakte uiteindelijk de weg vrij voor de realisatie van het nieuwe sport- en recreatiepark Groot Schijn.

Dit park biedt vandaag de dag ruimte aan diverse andere sporten, zoals hockey en voetbal, en heeft het gebied getransformeerd tot een moderne groene long voor de buurt.

Ondanks de fysieke verdwijning in Deurne kunnen de Antwerpenaars gelukkig nog gebruikmaken van de indoorskihal die voorheen bekendstond als Aspen.

In oktober 2023 werd deze hal overgenomen door de SnowWorld-groep en sindsdien draagt het officieel de naam SnowWorld Antwerpen.

SnowWorld zelf is sinds 2017 grotendeels in handen van Alychlo NV, de investeringsmaatschappij van de Belgische ondernemer Marc Coucke.

Coucke kocht het bedrijf van oprichter Koos Hendriks en zette in op een buy-and-build-strategie.

Alychlo bezat tot eind 2025 circa 95% van de aandelen na een overnameproces, waarna het bedrijf van de beurs werd gehaald.

Eind 2025 fuseerde SnowWorld met het Britse Snowcentres, waarbij Alychlo 50% van het nieuwe fusiebedrijf behoudt.

Zo blijft er in de regio toch een plek bestaan waar skiliefhebbers terechtkunnen onder een sterke internationale koepel, ook al leeft de naam Zondal alleen nog voort in de herinneringen van de vele mensen die daar hun eerste bochten in de buitenlucht leerden draaien.

Weltruf: Gentse radio’s en televisies uit de Zinniastraat

De geschiedenis van Weltruf in de Zinniastraat in Gent is nauw verbonden met de opkomst van de radio en het modernisme in de twintigste eeuw.

In het pand op nummer 1, gelegen in de wijk Brugsepoort-Rooigem, was de firma Etablissements Van Den Weghe gevestigd.

Dit bedrijf combineerde houtbewerking met de assemblage van elektronica.

Omdat Weltruf in de Zinniastraat hoofdzakelijk fungeerde als een assembleur en verdeler, gebruikten zij vaak chassis en onderdelen van grotere fabrikanten uit die tijd, zoals Barco, Siera of Philips.

In het eigen atelier werden houten kasten vervaardigd waarin deze onderdelen werden ingebouwd, om vervolgens als complete radiomeubels en platenspelers onder de eigen merknaam Weltruf te worden verkocht.

Later werd het aanbod uitgebreid met televisietoestellen.

Naast het atelier op nummer 1 diende de locatie op nummer 37 als een bijkomend verkooppunt en toonzaal waar klanten rechtstreeks de geassembleerde toestellen konden aanschaffen.

Ook de nabijgelegen firma Supermoderne aan de Boerderijstraat 85 fungeerde als toonzaal en officieel verkooppunt voor de apparatuur uit het atelier.

De sterke lokale verankering van deze zaken bleek onder meer uit de betrokkenheid bij de wielersport.

Een feitelijk bewijs hiervan is de overwinning van Rik Van Steenbergen en Emile Severeyns in de Gentse Zesdaagse van 1956 in ’t Kuipke.

Deze foto waarop Van Steenbergen een Radio-Pick-up van Weltruf in ontvangst neemt bij Supermoderne in de Boerderijstraat, bevestigt dat deze toestellen als prestigieuze prijzen werden geschonken.

Ook op de Gentse Jaarbeurs in het Floraliënpaleis was het merk aanwezig met eigen presentaties van modellen zoals de Weltruf Super.

Het atelier in de Zinniastraat bood naast de vervaardiging ook technische ondersteuning voor het onderhoud van de apparaten.

De geschiedenis van de firma Van Den Weghe en het merk Weltruf blijft herkenbaar door de bewaarde objecten, zoals radio’s, televisies en luciferetiketten, die rechtstreeks naar deze locaties in Gent verwijzen. (Met dank aan Dirk Peeters voor de reclame)