Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Het verhaal van IJsboerke begon meer dan tachtig jaar geleden, toen de veertienjarige Staf Janssens in 1943 met zijn fiets de baan op ging.
In de beginjaren verkocht de jonge ondernemer uit Tielen nog bakharing en kranten, maar de echte ommekeer kwam toen hij besloot om zelfgemaakt schepijs van deur tot deur aan te bieden.
Met zijn houten kar legde hij de basis voor wat een van de meest iconische Belgische merknamen zou worden.
Wat Staf Janssens zo uniek maakte, was zijn ongekende commerciële inzicht en zijn focus op de herkenbaarheid van het merk.
De typerende oranje vrachtwagens groeiden uit tot een vertrouwd gezicht in het straatbeeld en brachten het ijs tot in de kleinste dorpsstraten.
Wist je dat Janssens een enorme passie had voor vogels?
Op het terrein van de fabriek in Tielen liet hij een indrukwekkend vogelpark aanleggen met honderden exotische soorten, dat op een gegeven moment zelfs gratis toegankelijk was voor het publiek.
Gisteren nog vandaag
Daarnaast begreep hij als geen ander de kracht van sportmarketing.
IJsboerke was jarenlang de trotse hoofdsponsor van een succesvolle wielerploeg, waardoor de merknaam ook internationale faam verwierf in grote koersen zoals de Tour de France.
Hoewel het bedrijf in de loop der jaren verschillende keren van eigenaar wisselde en de bekende huis-aan-huisverkoop grotendeels naar de achtergrond verdween, blijft de herinnering aan de ijscowagen met zijn vrolijke bel stevig verankerd in het collectieve geheugen van vele Belgen.
De voorbereiding van Jean-Pierre Coopman op zijn legendarische kamp tegen Muhammad Ali verliep onder loodzware druk.
De media gaven de Belgische bokser vrijwel geen kans. Een journalist spotte zelfs dat Coopman de naam van zijn sponsor, Flandria, beter op zijn schoenzolen kon laten zetten in plaats van op zijn broek, omdat die zolen vaker in beeld zouden komen tijdens zijn val.
Terwijl hij in eigen land bekendstond als De Leeuw van Vlaanderen, noemde Ali hem smalend “a sweet little pussycat”.
De sfeer werd grimmiger toen er in de Amerikaanse media een vals gerucht verspreid werd dat Coopman een racist zou zijn.
Ali reageerde hierop met extra agressie, maar Coopman wist de spanning te breken door de bokslegende bij hun eerste ontmoeting spontaan te omhelzen.
Later bleek dat de organisatie zelf achter de roddels zat om de match te promoten.
Ondanks het gebaar bleef Ali verbaal uithalen; hij waarschuwde tv-zenders dat ze hun reclamespots niet zouden kunnen uitzenden, omdat de wedstrijd simpelweg te kort zou duren.
Op 20 februari 1976 stonden de twee tegenover elkaar in het San Clemente-stadion in Puerto Rico.
Na bijna vijftien minuten boksen viel de beslissing in de vijfde ronde.
Na een reeks harde slagen op het hoofd ging Coopman neer.
Hij besloot op te geven om blijvende fysieke schade te voorkomen.
Na afloop toonde Ali zich respectvol en noemde hij zijn tegenstander een gentleman.
Coopman hield 4 miljoen frank over aan de match, een bedrag dat hij investeerde in het café De Beurze in Roeselare.
Door wanbeheer ging de zaak echter failliet.
Zijn sportieve carrière kende nadien nog diverse hoogte- en dieptepunten.
Zo werd hij Europees kampioen tegen de Bask Jose Manuel Urtain, maar na een nederlaag tegen Cookie Wallace en een verliespartij tegen Rudy Gauwe in 1980 stopte hij definitief met boksen.
Ook buiten de ring bleef Coopman een kleurrijk figuur.
In 1995 maakte hij een filmuitstapje door tegen Freddy De Kerpel te boksen in Camping Cosmos.
In 2005 dook zijn naam op in de verkiezing van De Grootste Belg, waar hij op plek 509 strandde.
Vandaag de dag heeft de voormalige bokser de handschoenen verruild voor het penseel; hij legt zich toe op het maken van olieverfschilderijen van beroemde collega-boksers.
De voormalige topsprinter, 60 jaar oud, werd door zijn 30-jarige vriendin levenloos aangetroffen in de badkamer van zijn appartement in het Thaise Patong.
Hij had zich opgehangen. en financiële problemen lagen vermoedelijk aan de basis van zijn tragische daad.
Desruelles, eigenaar van drie restaurants in Patong, was niet langer in staat de huur van zijn appartement en de lonen van zijn personeel te betalen.
De Antwerpenaar, die in de jaren 70 en ’80 furore maakte in de atletiekwereld, laat een indrukwekkend palmares na.
Met een tijd van 10.02 seconden is hij nog steeds Belgisch recordhouder op de 100 meter, een record dat opmerkelijk genoeg al die jaren standhoudt.
Ook in het verspringen behoorde hij tot de absolute top, met een persoonlijk record van 8,08 meter, waarmee hij enkel Erik Nys (8,25m) voor zich moet dulden in de Belgische ranglijsten aller tijden.
Vooral op de 60 meter indoor oogstte Desruelles grote successen, daar verzamelde hij medailles op Europese (1x goud, 1x zilver, 2x brons) en Wereldkampioenschappen (1x brons).
Zijn absolute hoogtepunt was de Europese titel in 1986 in Madrid.
Ook in het verspringen behaalde hij een zilveren medaille op het EK indoor in Milaan in 1978.
Een smet op zijn blazoen is de positieve dopingtest na zijn Europese indoortitel in 1980 in Sindelfingen, waardoor hij deze titel moest inleveren.
Ronald Desruelles, winnaar van de Gouden Spike in 1979, was de oudere broer van Patrick Desruelles, die eveneens een succesvolle atleet was en meervoudig Belgisch kampioen polsstokspringen werd.
Een naam die niet alleen herinnert aan een onverbiddelijke winnaar op de fiets, maar ook aan een man wiens leven na de koers even turbulent als boeiend was.
Om zich in 1947 volledig op het wielrennen te storten, zette hij zijn studies stop. Het bleek de juiste gok, want de jongeman uit Berlare groeide uit tot een absolute topper.
Op zijn indrukwekkende palmares prijken de Ronde van Vlaanderen, drie overwinningen in Luik-Bastenaken-Luik en zes ritzeges in de Tour.
Als renner kende De Bruyne geen compassie. “Op de fiets was ik eigenlijk een beest”, liet hij zich ooit ontvallen.
Die mentaliteit werd gekenmerkt door een intense rivaliteit met superkampioen Rik Van Looy.
Legendarisch is de anekdote uit de Ronde van Lombardije: De Bruyne en Van Looy reden samen op kop, maar gunden elkaar de zege zo weinig dat ze een kilometer voor de finish surplace hielden.
Terwijl supporters gewoon naast hen meewandelden, werden ze ingehaald door de rest. Van de 32 renners die finishten, werden zij 31ste en 32ste.
Een zwaar ongeval in 1960 maakte echter noodgedwongen een einde aan zijn actieve carrière.
Na zijn gedwongen afscheid vond De Bruyne een nieuwe roeping als wielerreporter voor de BRT.
Deze tweede carrière verliep echter niet zonder slag of stoot.
Hoewel hij populair was bij de kijkers, kreeg hij bergen kritiek over zijn taalgebruik en worstelde hij met zijn contract.
Jaar na jaar werkte hij met een tijdelijk contract, maar de ultieme erkenning van een vaste benoeming bleef uit.
De reden? Hij miste het vereiste diploma voor het journalistenexamen.
Een uitweg, het beruchte artikel 14 dat een benoeming wegens ‘buitengewone verdiensten’ mogelijk maakte, werd hem niet gegund.
Die uitzondering was naar verluidt vooral voorbehouden aan mensen met de juiste politieke kleur.
De Bruyne, die weigerde een partij te kiezen en weinig steun kreeg van collega’s, viel uit de boot.
Toen de BRT in 1977 besloot te snoeien in het aantal losse medewerkers, zag de sportredactie haar kans om hem opzij te schuiven met argumenten als ‘geen teamspeler’ en ‘zijn Nederlands is te slecht’.
De Bruyne voelde de bui hangen en nam zelf ontslag om een nieuw hoofdstuk te beginnen als ploegleider bij het befaamde Flandria-team.
Die periode werd echter overschaduwd door de ‘affaire met de peer’, waarmee geletruidrager Michel Pollentier de dopingcontrole probeerde te omzeilen.
Het bezorgde De Bruyne een enorme kater. “Alle journalisten verweten Fred dat hij ervan wist. Maar dat was niet zo”, verdedigde zijn vrouw Lydie hem jaren later.
Ontgoocheld verliet hij Flandria, maar hij loodste bij Daf-Trucks nog wel Hennie Kuiper naar de overwinning in de Ronde van Vlaanderen.
In die periode liet hij zich soms bitter uit over het gebrek aan beroepsernst bij de nieuwe generatie.
“Ik was plots een ouwe zak, die niet was meegegroeid met zijn tijd”, stelde hij vast.
Na nog enkele jaren als public-relationsman liet De Bruyne de wielerwereld definitief achter zich.
Hij verhuisde in 1988 met zijn echtgenote naar Seillans, een dorp in de Franse Provence.
Daar wijdde hij zich aan het schrijven van biografieën over wielergrootheden.
Hoewel Fred De Bruyne al in 1994 overleed, is de herinnering aan hem nog springlevend.
Zowel in zijn laatste woonplaats Seillans, waar een plein naar hem is vernoemd, als in zijn geboortestreek Berlare, waar een straat zijn naam draagt.
Een tastbaar bewijs dat de mens en de legende nog lang niet vergeten zijn.
De Belgische atleet Etienne Gailly is de geschiedenis ingegaan met zijn marathondebuut op de Olympische Spelen van Londen.
Op 7 augustus 1948 betrad hij als eerste het Wembley Stadion, op weg naar goud.
In de laatste honderden meters kreeg hij echter een plotselinge inzinking. Hij wankelde over de piste en werd in de laatste meters nog ingehaald door de Argentijn Delfo Cabrera en de Brit Thomas Richards.
Uiteindelijk finishte hij als derde in een tijd van 2:35.34. Gailly kon zich later enkel herinneren dat hij ‘buiten deze wereld’ was en kon nooit een verklaring voor zijn instorting vinden.
Een tweede olympische kans zou hij nooit krijgen, want hij diende als vrijwilliger in de Koreaanse Oorlog, waar in 1952 een mijn een van zijn voeten verminkte, net voor de Spelen in Helsinki.
Op 21 oktober 1971 werd de 48-jarige veteraan in Genval aangereden door een auto en overleed.
Ter ere van Gailly, die luitenant bij de paracommando’s was, organiseert Defensie jaarlijks de ‘Challenge Gailly’ in Eupen, waarvan de recentste editie op 28 mei 2025 plaatsvond.
Hennie Kuiper, een van de meest veelzijdige Nederlandse wielrenners aller tijden, excelleerde zowel in het klassieke werk als in etappekoersen.
In 1972 werd hij Olympisch kampioen op de weg, gevolgd door de wereldtitel in 1975, waarmee hij zich schaarde in een select gezelschap van renners die beide titels behaalden, waaronder Ercole Baldini, Paolo Bettini en Remco Evenepoel.
In datzelfde jaar, 1975, toonde hij zijn buitengewone talent door én nationaal veldkampioen én nationaal kampioen op de weg én wereldkampioen op de weg te worden – een zeldzame driedubbele prestatie.
Hoewel Kuiper in de Tour de France nooit de gele trui droeg, eindigde hij twee keer als tweede in het eindklassement en won hij twee keer de prestigieuze etappe naar Alpe d’Huez.
Zijn ware kracht toonde hij in de klassiekers, waar hij de enige Nederlander is die vier van de vijf wielermonumenten op zijn naam schreef: Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en de Ronde van Lombardije.
Zijn mentaliteit, perfect samengevat in zijn bekende uitspraak “Wielrennen is eerst het bord van de tegenstander leeg eten, voor je aan je eigen bord begint”, benadrukt zijn tactische inzicht en wilskracht.
Na zijn actieve loopbaan bleef hij betrokken bij de wielersport als ploegleider, onder andere bij de Duitse ploeg Telekom en het Amerikaanse Motorola.
In 2017 opende zijn neef, met hulp van vrijwilligers en Hennie zelf, het Hennie Kuiper Wielermuseum in Noord Deurningen, waar zijn indrukwekkende carrière wordt tentoongesteld.
Datzelfde jaar bracht hij ook zijn boek “Hennie Kuiper Kampioen Wilskracht” uit.
Stan Ockers was in de jaren vijftig een van de meest geliefde wielrenners die Vlaanderen ooit gekend heeft.
Met zijn bijnaam ‘le rusé’, de listige, was hij geliefd om zijn slimme manier van koersen.
Zijn talent was immens: hij eindigde twee keer als tweede in de Ronde van Frankrijk, in 1950 en 1952, en toonde zijn explosiviteit door in 1955 en 1956 de groene trui te winnen.
Het jaar 1955 was zijn absolute meesterwerk.
Hij won de Waalse Pijl, domineerde Luik-Bastenaken-Luik en kroonde zich in het Italiaanse Frascati tot wereldkampioen.
Ockers leek op de top van zijn kunnen, maar op die hoogte sloeg het noodlot genadeloos toe.
Op 29 september 1956 kwam hij zwaar ten val op de piste van het Antwerpse Sportpaleis. Twee dagen later, op 1 oktober, bezweek hij aan zijn verwondingen.
Zijn dood veroorzaakte een schokgolf van nationale rouw in België.
Een van de vele jonge bewonderaars die diep geraakt waren, was de toen 11-jarige Eddy Merckx.
De herinnering aan de gevallen held bleef levend.
Al in 1957 werd er een monument voor hem opgericht op de Côte des Forges, en ook decennia later wordt hij geëerd met een gedenkplaat in Borgerhout.
Zelfs in de cultuur leeft hij voort, zoals in het lied ‘Stanneke’ van Hugo Matthysen, wat bewijst dat de listige Flandrien nooit echt vergeten is.
De race begon oorspronkelijk met Le Mansstart, waarbij coureurs na het startsignaal naar hun auto’s renden die aan de overkant van de weg stonden geparkeerd.
Deze spectaculaire startmethode werd in 1970 om veiligheidsredenen afgeschaft.
Deze race, die samen met de Grand Prix van Monaco en de Indianapolis 500 tot de beroemdste races van het jaar behoort, trekt jaarlijks ongeveer 260.000 toeschouwers, 2500 journalisten en bijna 200 miljoen televisiekijkers.
De allereerste editie van de 24 uur van Le Mans vond plaats op 26 en 27 mei 1923, op de gewone openbare wegen rondom Le Mans.
Aanvankelijk was het de bedoeling om een prijs uit te reiken voor de auto die over drie opeenvolgende edities de grootste afstand had afgelegd, maar dit concept werd in 1928 losgelaten.
Helaas kent de geschiedenis van Le Mans ook een zwarte bladzijde.
Op 11 juni 1955 vond er een ernstig ongeluk plaats waarbij een racewagen na een botsing in het publiek belandde.
Dit tragische incident eiste het leven van de coureur en 82 toeschouwers en staat bekend als de grootste ramp in de autosportgeschiedenis.
Tegenwoordig starten er ongeveer 60 auto’s in verschillende klassen, elk bestuurd door drie coureurs.
Sinds 2018 is het circuit 13,626 kilometer lang en legt de winnende auto ruim 5000 kilometer af.
Dit gebeurt met een topsnelheid van wel 350 km/u en een gemiddelde snelheid van 220 km/u.
De recentste editie, de 93e 24 uur van Le Mans, werd verreden op 14 en 15 juni 2025 op het Circuit de la Sarthe.
Het team Manthey met de coureurs R. Hardwick, R. Pera en R. Lietz wonnen de wedstrijd dit jaar.
Deze race vormde de vierde etappe van het FIA World Endurance Championship-seizoen 2025.