Het Bewogen Leven en de Swing van Harry James

Harry Haag James was een van de invloedrijkste en meest virtuoze trompettisten uit het swing- en bigbandtijdperk.

Dit jaar is het precies 110 jaar geleden dat hij werd geboren. Opgegroeid in het circus als zoon van een kapelmeester en een trapeze-artieste, stond hij als kind al op het podium.

Bij reizende gezelschappen zoals het Mighty Haag Circus en het Christy Brothers Circus begon zijn carrière op een heel bijzondere manier: als vierjarige werkte hij er als slangenmens onder de artiestennaam ‘the Human Eel’ (de Menselijke Aal), en als zevenjarige viel hij al in als drummer van de circusband.

Toen hij door een medische ingreep moest stoppen met acrobatiek, leerde hij onder de uiterst strenge leiding van zijn vader trompet spelen.

Dat bleek zijn ware roeping.

Op twaalfjarige leeftijd leidde hij in het circus al de tweede band van de show.

Dit zware circusleven gaf hem niet alleen een ijzersterke longinhoud en een feilloze techniek op de trompet, maar vormde ook de basis voor zijn unieke podiumuitstraling.

James speelde niet zomaar muziek; hij wist hoe hij een zaal moest inpalmen.

Met zijn rijke, uitgesproken vibrato, explosieve hoge noten en een doordringende, warme toon trok hij direct alle aandacht naar zich toe.

Hij combineerde een weergaloze virtuositeit met flair, dramatische dynamiek en een glamoureuze podiumaanwezigheid die het publiek betoverde.

Zijn stijl was niet ingetogen of schroomvallig, maar groots, meeslepend en gemaakt voor het vermaak van massa’s.

Zijn echte doorbraak kwam in 1936, toen hij toetrad tot het beroemde orkest van Benny Goodman.

Met zijn krachtige geluid en podiumuitstraling werd hij al snel een van de absolute blikvangers van het swingtijdperk.

In datzelfde jaar trouwde hij met de jazzzangeres Louise Tobin. Het huwelijk eindigde in 1943

In 1939 besloot James voor zichzelf te beginnen en richtte hij zijn eigen bigband op.

Dat bleek een gouden greep, want in datzelfde jaar ontdekte hij een nog onbekende 23-jarige zanger genaamd Frank Sinatra.

Samen namen ze nummers op als ‘All or Nothing at All’, wat een paar jaar later uitgroeide tot een gigantische hit.

Hoewel hij de swing toen niet volledig achter zich liet, werd zijn stijl geleidelijk commerciëler.

Virtuoze hoogstandjes als ‘Ciribiribin’ en ‘The Flight Of The Bumble Bee’ hielden hem nog een hele poos populair, en zijn technische vaardigheid dwong steevast respect af.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog beleefde Harry James zijn absolute commerciële hoogtepunt.

Met romantische en meeslepende krakers als ‘You Made Me Love You’ en ‘Sleepy Lagoon’ groeide zijn orkest uit tot de populairste band van Amerika.

Zijn status als superster werd nog verder versterkt door zijn privéleven en glamour.

In 1943 trouwde hij met Hollywood-icoon en pin-up Betty Grable, waarmee ze een van de beroemdste celebritykoppels van hun tijd vormden.

Ze hadden elkaar ontmoet tijdens de opnames van de muzikale film ‘Springtime in the Rockies’ (1942).

Het paar was een absolute publieksfavoriet en een geliefd onderwerp in de roddelbladen.

Onder de Amerikaanse soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstond zelfs de bekende slogan: “I want a girl just like the girl that married Harry James”.

Samen kregen ze twee dochters, Victoria en Jessica.

Het huwelijk bleef uiteindelijk 22 jaar duren, maar was verre van een sprookje achter de schermen.

Het stel deelde grote passies buiten de muziek en film om; zo waren ze allebei verknocht aan paardenraces.

Ze bezaten hun eigen ranch in Calabasas en een stal met succesvolle volbloedracepaarden die diverse grote races wonnen.

Achter de schermen kampten ze echter allebei met overmatig alcoholgebruik, gokverslavingen en wederzijdse ontrouw.

In 1965 kwam er definitief een einde aan hun huwelijk met een echtscheiding, al bleven ze tot Betty’s overlijden in 1973 op vriendschappelijke voet met elkaar omgaan.

Twee jaar na zijn scheiding van Betty Grable stapte James op 27 december 1967 in Reno opnieuw in het huwelijksbootje.

Zijn derde vrouw was de 27-jarige Joan Boyd, een voormalige showgirl uit het bruisende nachtleven van Las Vegas, waar James in die tijd een graag geziene performer was.

Het leeftijdsverschil van maar liefst 24 jaar (James was destijds 51) en de opvallende verschijning van zijn minirok dragende bruid trokken veel aandacht in de pers.

Samen kregen ze één kind (een zoon, Michael), wat het totale aantal kinderen van James op vijf bracht.

Dit derde huwelijk bleek echter van zeer korte duur en hield geen stand: na ruim twee jaar vroeg Joan in maart 1970 de echtscheiding aan op grond van onoverkoombare verschillen.

Na de breuk met Joan Boyd bleef James ongehuwd tot aan zijn overlijden.

James was regelmatig te zien in muzikale Hollywoodfilms en vulde moeiteloos de grootste zalen.

Toch brokkelde zijn enorme populariteit na de oorlog langzaam af.

In de jaren vóór augustus 1961 was hij wat naar de achtergrond geraakt en dreigde hij te worden gezien als een van de vele ‘vergeten mannen van de jazz’.

Als kostwinner maakte hij zich daar waarschijnlijk geen zorgen om, want financieel zat hij er warmpjes bij.

Maar als gedreven musicus kon hij de tijd niet vergeten waarin hij zalen vol publiek in vervoering bracht met zijn feilloos swingende blaaswerk, met name in de tweede helft van de jaren dertig.

James besefte dit terdege en wilde zich er niet bij neerleggen.

Hij greep in en stapte over naar de nieuwe platenfirma MGM.

Met zijn album ‘Harry James And His New Swingin’ Band’, uitgebracht in 1959 en bij ons verkrijgbaar in 1960, liet hij zien dat hij zijn muzikale koers grondig verlegde.

Het album werd destijds door velen zelfs beschouwd als een van de beste bigband-albums van die periode.

Zijn ‘New Swingin’ Band’ zat ontegenzeggelijk sterk in elkaar. Alle elf nummers lieten de kwaliteit van het album horen: ‘Shiny Stockings’, ‘How Deep Is The Ocean’, ‘Slats’, ‘Blues Like’, ‘Cotton Tail’, ‘To Close For Comfort’, ‘Kingsize Blues’, ‘M-Squad Theme’, ‘Deep Purple’, ‘Walkin” en ‘Get Off The Stand’.

Het was pure swing, nauw verwant aan de stijl van Count Basie.

Het nummer ‘Get Off The Stand’ verdiende speciale aandacht. Ernie Wilkins, de vaste arrangeur van de band, schreef dit stuk op uitdrukkelijk verzoek van James.

Het begon met het voltallige orkest, waarna diverse solisten en secties achtereenvolgens werden gelanceerd om vervolgens stil te vallen, waarna uiteindelijk alleen de ritmesectie overbleef om het nummer af te sluiten.

Met deze indrukwekkende eerste MGM-langspeler liet Harry James zien dat zijn nieuwe band ruimschoots in staat was om hem definitief te bevrijden van het etiket ‘vergeten man van de jazz’.

Ook de opvolger ‘Harry James… Het album ‘Today!’ uit 1961 was meer dan goed.

Critici en pers merkten op dat Harry James met dit album de strijksectie en vocalisten achterwege liet om een rauwere, modernere bigband-sound neer te zetten.

De arrangementen (onder andere van Ernie Wilkins en Neal Hefti) leunden zwaar op de stuwende, bluesy swingstijl van Count Basie.

Recensenten benadrukken dat hij in deze periode zijn eerdere commerciële ‘schmaltz’ inruilde voor geloofwaardige en vlijmscherpe jazzsolo’s.

Zijn trompetspel was daarin krachtig en loepzuiver, wat onder meer te horen was op klassiekers als ‘Undecided’, ‘Satin Doll’, ‘King Porter Stomp’ en ‘Take the ‘A’ Train’.

Door over te schakelen op deze meer op jazz en strakke swing gerichte stijl bewees hij opnieuw zijn artistieke kracht en bleef hij tot kort voor zijn overlijden in 1983 vol passie optreden.

Toen bij James in 1983 kanker werd geconstateerd (maligne lymfoom), bleef hij doorspelen; zijn laatste concert gaf hij op 26 juni 1983, kort voor zijn overlijden.

In hetzelfde jaar werd hij opgenomen in de Georgia Music Hall of Fame.

Het orkest met de naam van Harry James is nog steeds actief en wordt geleid door de trompettist Fred Radke.

De inmiddels tachtigjarige trompettist staat al sinds 1989 onafgebroken aan het roer van deze legendarische bigband.

Hij nam destijds de leiding over na het overlijden van zijn mentor en oorspronkelijke bandleider Harry James in 1983.

Tijdens de optredens brengt het orkest nog altijd de originele arrangementen en de kenmerkende swing-sound uit het gouden bigband-tijdperk.

Radke neemt daarbij zelf de iconische trompetsolo’s van Harry James voor zijn rekening.

Ze treden nog regelmatig live op in theaters en concertzalen, voornamelijk binnen de Verenigde Staten.

In november 2026 keert Fred Radke bovendien terug als artist in residence bij het Hillsdale College in Michigan, een jaarlijkse traditie waarbij hij masterclasses geeft en concerten dirigeert.

ABC 26 juli 1936

Betty Holt werd geboren op 23 januari 1931 in Jacksonville, Florida. Ze groeide op in een gezin dat al snel door de filmwereld werd aangetrokken.

Nadat entertainer Will Rogers de danskwaliteiten van haar oudere broer David had geprezen, besloot het gezin Holt de stap naar Californië te wagen.

Ze reisden in een oude auto met aanhanger vanuit Florida naar Hollywood, vastberaden om door te breken in de filmindustrie.

Al op vierjarige leeftijd werd Betty ontdekt door filmstudio Paramount Pictures, waar ze een langdurig contract kreeg aangeboden.

In de tweede helft van de jaren dertig verscheen ze in diverse studioproducties.

Zo maakte ze haar opwachting in films als ‘Without Regret’ uit 1935, ‘It Could Happen to You!’ uit 1937 en de korte film ‘Starlit Days at the Lido’.

Hoewel haar tijd in de schijnwerpers voornamelijk tot haar kinderjaren beperkt bleef, vormt haar werk een charmant onderdeel van de Hollywoodgeschiedenis uit het studio-tijdperk.

Betty Holt overleed op 10 mei 2008 op 77-jarige leeftijd in de Verenigde Staten.

Haar oudere broer David Jack Holt werd geboren op 14 augustus 1927 in Jacksonville, Florida.

Hij was het eerste gezinslid dat het maakte in Hollywood. Paramount Pictures schoof de jonge David begin jaren dertig naar voren en promootte hem als de mannelijke tegenhanger van Shirley Temple.

Hij speelde in talloze bekende klassiekers, waaronder ‘The Adventures of Tom Sawyer’ uit 1938, ‘Beau Geste’ uit 1939, ‘The Pride of the Yankees’ uit 1942 en ‘Courage of Lassie’ uit 1946.

Naarmate hij ouder werd, en minder aan de bak kwam in Hollywood, liet hij het acteren rond zijn vijfentwintigste achter zich.

David bouwde later een succesvolle carrière op als jazzpianist, componist en werd algemeen directeur en mede-eigenaar van een muziekuitgeverij, Clorvel Music in Studio City, Californië.

Als songwriter werkte Holt onder meer samen met Johnny Mercer, Robert Wells, Sammy Cahn, Paul Francis Webster en Dok Stanford.

Tot zijn bekendste nummers behoren ‘What Every Girl Should Know’, ‘Anyone Can Fall in Love’ en het samen met Sammy Cahn geschreven ‘The Christmas Blues’.

Dat laatste nummer werd opgenomen door Dean Martin en gebruikt op de soundtrack van de film L.A. Confidential uit 1997.

Holt componeerde ook de muziek voor verschillende jazzalbums met Pete Jolly.

Hij overleed op 15 november 2003 op 76-jarige leeftijd.

Het jongere broertje Ricky Holt werd geboren op 6 mei 1938.

In de voetsporen van zijn broer en zus trad ook hij op jeugdige leeftijd toe tot de filmindustrie van de late jaren dertig en vroege jaren veertig.

Een van de meest opmerkelijke momenten uit zijn kindertijd was zijn figuratie in de epische filmklassieker ‘Gone with the Wind’ uit 1939.

Hij verscheen daarnaast in diverse kleinere filmrollen als kinderfigurant.

Ricky Holt overleed op 16 augustus 2015 op 77-jarige leeftijd.

Vandaag is het ook al 15 jaar geleden dat Amy Winehouse is overleden.

Amy vormde op haar tiende al met haar vriendin Juliette het duo Sweet ‘n’ Sour dat vooral door Salt ‘n’ Pepa beïnvloed werd.

Op haar 14de schaft ze zich een gitaar aan en begint ze eigen liedjes te schrijven.

Nadat ze (wegens een neuspiercing) van de Sylvia Young Theatre School werd gegooid, zette Amy haar opleiding voort aan de befaamde BRIT School.

Dankzij de bevriende soulzanger Tyler James komen haar demo’s terecht bij Simon Fuller, de ex-manager van The Spice Girls.

Amy debuteert in 2003 met het album ‘Frank’.

De eerste single ‘Stronger Than Me’ levert haar in 2004 de Ivor Novello Award op. Dat is de prijs voor de beste song en compositie die jaarlijks in Groot-Brittannië wordt uitgereikt.

Datzelfde jaar staat ze op Glastonbury en het Montreal International Jazz Festival.

In tegenstelling tot het eerder jazzy ‘Frank’ kiest ze in 2007 voor de opvolger ‘Back In Black’ voor een combinatie van soul, rhythm ‘n’ blues en de 60s-pop van meidengroepen als The Ronettes en The Shirelles.

Ze huurt de befaamde Sharon Jones en haar Dap-Kings in als backinggroep.

In de lente van 2006 draait DJ/producer Mark Ronson de eerste demo’s in zijn programma op een Amerikaans radiostation.

Amy had een inventieve manier om haar songs te promoten.

Ze stak een cd in de taxi van haar vader Mitch, zodat veel mensen kennismaakten met haar muziek.

Het door Ronson geproduceerde ‘Back In Black’ is een doorslaand succes. Het wordt het best verkochte album van 2007 in Groot-Brittannië.

Op de uitreiking van de Grammy Awards wordt ze de eerste Britse zangeres die 5 Grammy’s wint.

Ze mag de prijs voor o.a. beste popalbum en beste song in ontvangst nemen en ze wordt genomineerd voor beste album.

De plaat levert 5 hitsingles op en gaat wereldwijd meer dan 13 miljoen keer over de toonbank.

Alleen al in de UK worden er 3,5 miljoen stuks van verkocht.

Het was gedurende een tijd de bestverkochte plaat van de 21ste eeuw, totdat ‘21’ van Adele in 2011 deze passeerde.

‘Valerie’, een cover van The Zutons, is in veel landen haar grootste hit.

Het nummer staat op ‘Version’, het tweede studioalbum van Mark Ronson.

In Nederland wordt het een n°1-hit, in Vlaanderen komt ze niet verder dan n°18.

Later wordt de single ook toegevoegd aan de deluxe-editie van de plaat. In de Ultratop 50 is ‘Rehab’ het succesvolst.

Het is bij ons haar enige top 10-hit.

De 3de single ‘Back To Black’ gaat over Amy’s tumultueuze relatie met Blake Fielder-Civil.

En vooral de nasleep van hun breuk nadat hij haar liet zitten voor een ander.

De term “back to black” verwijst naar haar terugval in een depressie en de bijbehorende drank- en drugsverslaving.

De single werd vooral een groot succes in de Duitstalige landen (top 10) en Griekenland, waar het een n°1-hit werd.

Amy kan het succes echter moeilijk plaatsen en verliest zich steeds meer in de drank. In relaties kent ze ook bitter weinig geluk.

Optredens moet ze meer en meer afzeggen of vroegtijdig stopzetten, omdat ze niet in staat is om op een podium te staan.

Ze komt dan ook steeds meer op een negatieve manier in het nieuws.

Plannen voor een nieuw album worden vanwege haar toestand steeds weer uitgesteld.

Totdat het licht definitief uitgaat op 23 juli 2011.

Er worden postuum nog twee singles uitgebracht, ‘Our Day Will Come’, een Amerikaanse n°1 voor Ruby & The Romantics, enkel in IJsland en Japan een hit, en ‘Body & Soul’, haar laatste opname en een duet met Tony Bennett.

Daarna volgt het postume album ‘Lioness: Hidden Treasures’ (n°3 in de Ultratop Album Top 100) met vroegere opnames, geselecteerd door Mark Ronson.

Tony Bennett en Amy Winehouse met hun nummer Body and Soul

Hun paden kruisten elkaar in maart 2011 in de beroemde Abbey Road Studios in Londen voor de opname van de klassieke jazzstandaard Body and Soul.

Dit legendarische nummer heeft zelf ook een rijke geschiedenis die teruggaat tot 1930.

Het werd gecomponeerd door Johnny Green, met tekst van Edward Heyman, Robert Sour en Frank Eyton.

Oorspronkelijk werd het geschreven in Londen voor actrice Gertrude Lawrence, maar het groeide in de Verenigde Staten al snel uit tot een ware sensatie na de uitvoering door Libby Holman in de Broadway-revue Three’s a Crowd.

Al in de jaren dertig omarmde de jazzwereld het stuk gretig; grote namen als Louis Armstrong en het Benny Goodman Trio maakten er vroege opnames van.

De absolute mijlpaal voor het nummer kwam in 1939 met de legendarische instrumentale uitvoering van saxofonist Coleman Hawkins, die met zijn grensverleggende improvisaties de basis legde voor de moderne jazz en van Body and Soul de ultieme jazzklassieker maakte.

Deze samenwerking in 2011 bleek achteraf een historisch en emotioneel moment te zijn, aangezien het de allerlaatste studio-opname van Winehouse werd voor haar vroegtijdige overlijden in juli van datzelfde jaar.

Tijdens de sessie toonde Bennett zich een geduldige mentor, wat Winehouse hielp om haar zenuwen te overwinnen en een adembenemende prestatie neer te zetten.

De chemie tussen de ervaren veteraan en de jonge vocaliste was voelbaar in elke noot, waarbij hun stemmen naadloos samensmolten in een melancholische vertolking.

Het nummer werd uiteindelijk uitgebracht op het album Duets II van Bennett en won later een Grammy Award.

De opbrengst van de single ging naar de Amy Winehouse Foundation om jongeren te ondersteunen.

Body and Soul blijft hierdoor niet alleen een muzikaal hoogtepunt, maar ook een blijvend monument voor de verbinding tussen twee generaties topmuzikanten.

Vandaag is het ook al 55 jaar geleden dat Louis Armstrong is overleden.

De laatste grote van een heroïsch tijdperk was heengegaan. Mister Jazz was niet meer.

Het laatste wat Lucille Armstrong nog voor haar overleden echtgenoot had kunnen doen, was met veel liefde en toewijding de kraakwitte zakdoek, die hij steeds had gebruikt om zijn zweet af te wissen, tussen zijn koude handen steken.

Duizenden mensen waren opgekomen om een groet te brengen aan Mister Jazz.

De uitvaart in de Corona-kerk van New Yorks Queenswijk werd bijgewoond door onder andere Ella Fitzgerald, Dizzy Gillespie, Benny Goodman, Peggy Lee en gouverneur Rockefeller van de staat New York.

Er had nog één korte Europese tournee op zijn najaarsprogramma gestaan met een vijftal concerten, waarvan één te Brussel.

Want nadat hij enkele weken daarvoor uit de kliniek was gekomen, was het zijn enige droom geweest ooit nog eens in Europa te spelen.

Gisteren nog vandaag

Dat was het Europa waar hij steeds zo uitbundig was ontvangen en waar men hem op de handen had gedragen.

Hij was daar in 1932 na een eerste concertreis vandaan gekomen met de vreugdekreet dat men daar niet eens zag wie hij was.

Hij overleed eenenzeventig jaar en twee dagen na zijn geboorte in New Orleans. Amerika had zijn beste ambassadeur verloren, en de veertigers van de hele wereld ervoeren dit afsterven als een persoonlijk verlies.

Weer had een van de idolen uit hun jeugd het bijltje erbij neergelegd.

Maar de muziek van Satchmo was onsterfelijk. Hij was niet alleen de King of Jazz geweest, hij was de jazz zelf.

Hij vertegenwoordigde, de laatste tijd bijna helemaal alleen, het beste in de jazz: opgewekte levensvreugde

Louis Armstrong, de legendarische jazztrompettist uit New Orleans, hield zijn hele leven vast aan de overtuiging dat hij op 4 juli 1900 ter wereld kwam.

Hoewel hij publiekelijk vaak beweerde zijn exacte geboortedag niet te kennen, koos hij symbolisch voor de Amerikaanse onafhankelijkheidsdag om het leven te vieren.

Op officiële documenten varieerde het jaartal soms naar 1901, maar de werkelijke datum bleef decennialang een mysterie.

Pas in 1988 ontdekte muziekhistoricus Tad Jones de waarheid in de dooparchieven van de Rooms-katholieke kerk; Armstrong bleek op 4 augustus 1901 te zijn geboren.

Deze datum wordt inmiddels door kenners wereldwijd als de enige juiste geaccepteerd.

Zijn begin was allesbehalve koninklijk. Geboren in extreme armoede in New Orleans, groeide Louis op in een rauwe wereld van hoerenkasten, straatorkesten en rivierboten.

Op zijn twaalfde belandde hij in een opvoedingsgesticht voor gekleurde jongeren, nadat hij tijdens Oud en Nieuw met een pistool in de lucht had geschoten.

Het was daar dat hij zijn eerste cornet kreeg, een moment dat de koers van de muziekgeschiedenis zou veranderen.

Wat volgde was een van de meest legendarische carrières ooit.

Hij ontwikkelde zijn talent bij grootheden als King Oliver, Fletcher Henderson en Earl Hines, om later zijn eigen iconische groepen, de Hot Five en Hot Seven, te vormen.

Hij scoorde wereldhits die generaties overstijgen, zoals What a Wonderful World, Hello, Dolly! en Mack the Knife.

Zelfs toen moderne stromingen zoals jazzrock en free jazz opkwamen, bleef Armstrong trouw aan zijn eigen stijl: melodieus, swingend en vol gevoel.

Achter de eeuwige glimlach en de bijnaam Satchmo zat een man die veel had getrotseerd, van racisme en uitbuiting tot ernstige ziekte.

Toch koos hij nooit voor bitterheid. Hij hanteerde een eenvoudige filosofie: er zijn twee soorten muziek, goede en slechte, en hij speelde simpelweg de goede.

Hij stond ook bekend om zijn opvallende persoonlijke gewoontes; zo droeg hij altijd een zakje met een sterrenbeeldmedaillon bij zich en was hij een vurig pleitbezorger van specifieke dieetvoorschriften en laxeermiddelen, die hij enthousiast uitdeelde aan vrienden.

Zijn onverwoestbare werkethiek bleef hem bij tot het einde. In maart 1971 gaf hij, tegen het dringende advies van zijn artsen in, nog een reeks optredens in de Waldorf-Astoria Empire Room.

Dit eiste een zware tol, want direct daarna werd hij opgenomen met een hartaanval.

Hoewel hij in mei het ziekenhuis mocht verlaten en direct weer naar zijn trompet greep, was zijn hart verzwakt.

Hij overleed uiteindelijk in zijn slaap op 6 juli 1971, slechts een maand voor zijn zeventigste verjaardag.

De uitvaart in de Corona-kerk in Queens weerspiegelde zijn enorme status en werd bijgewoond door grootheden als Ella Fitzgerald, Dizzy Gillespie, Benny Goodman en Peggy Lee, evenals gouverneur Rockefeller.

De woorden van zijn tijdgenoten vormen zijn definitieve eerbetoon.

Bing Crosby noemde hem onvervangbaar, Miles Davis stelde dat elke blazer in zijn schaduw stond, en Duke Ellington vatte het treffend samen: hij werd arm geboren, stierf rijk en heeft in de tussentijd niemand benadeeld.

Louis Armstrong vond zijn laatste rustplaats op de Flushing Cemetery in Queens, New York.

Gisteren nog vandaag

Ray Charles bleek in maart 1961 elke cent van zijn honorarium waard te zijn.

De zanger had destijds met Georgia On My Mind een enorme hit te pakken, een nummer dat decennia eerder door Hoagy Carmichael was geschreven en al successen had gekend in de uitvoeringen van Louis Armstrong en Nat Gonella.

Hoewel veel Europese liefhebbers destijds nog niet de kans hadden gehad om hem live te zien, spraken Amerikaanse critici vol lof over zijn veelzijdige talenten.

De toen bekende jazzcriticus, Francis Newton vergeleek in het tijdschrift New Statesman het luisteren naar zijn platen met het kijken naar een tijger in een dierentuin; je zag de vorm, maar de ware kracht werd pas duidelijk tijdens een optreden.

Zijn concerten werden omschreven als bijna religieuze bijeenkomsten.

De sfeer raakte geladen met elektriciteit zodra hij achter zijn piano plaatsnam en zijn liedjes met een intense, bezielde stem de zaal in stuurde, terwijl het publiek ritmisch meewiegde.

Voor dergelijke optredens ontving hij destijds duizend dollar per voorstelling, een bedrag dat omgerekend naar de huidige waarde in 2026 neerkomt op ongeveer 11.000 dollar.

In 1961 was dit een uitzonderlijk hoog inkomen voor één avond, aangezien een gemiddeld gezin toen nog geen zesduizend dollar per jaar verdiende.

De single Georgia On My Mind was de voorbode van het album The Genius Hits The Road, waarvoor Sid Feller opnieuw als producer optrad.

Feller was een trompettist, orkestleider en arrangeur wiens dertigjarige samenwerking met Ray Charles weelderig gearrangeerde hits voortbracht zoals ‘I Can’t Stop Loving You’.

Als hoofdarrangeur voor Capitol Records en later ABC Records werkte Feller ook samen met grootheden als Peggy Lee, Mel Torme, Paul Anka, Steve Lawrence en Eydie Gormé

De arrangementen voor dit specifieke album werden echter verzorgd door Ralph Burns, een klassiek geschoolde musicus die aan het New England Conservatory of Music had gestudeerd.

Burns was bijna vijftien jaar lang een drijvende kracht achter het orkest van Woody Herman, de Amerikaanse jazzklarinettist en bigbandleider die zijn loopbaan al tijdens zijn middelbare schooltijd in Milwaukee was begonnen.

Na omzwervingen bij orkesten van onder meer Tom Gerun, Harry Sosnik en Isham Jones, richtte Herman in 1936 zijn eigen legendarische formatie op, waar hij tot het einde van zijn leven trouw aan bleef.

Ralph Burns zou later in zijn carrière, in 1972, een Academy Award winnen voor Cabaret en muziek arrangeren voor films als Lenny, New York, New York en All That Jazz.

Op het album The Genius Hits The Road reisden we door Amerika en kwamen we onder meer terecht in Alabamy Bound, Georgia On My Mind, Basin Street Blues, Mississippi Mud, Moonlight In Vermont, New York’s My Home, California, Here I Come, Moon over Miami, Deep In The Heart Of Texas, Carry Me Back To Old Virginny, Blue Hawaii en Chattanooga Choo-Choo.

Alleen in Virginny ontmoette hij op deze reis zijn Raelettes.

Deze groep, in 1958 voortgekomen uit The Cookies, bestond rond die tijd uit Gwen Berry, Margie Hendricks, Pat Lyles en Darlene McCrea.

Vooral de krachtige stem van Margie Hendricks gaf nummers als Hit the Road Jack hun onvergetelijke karakter.

Hoewel er binnen de muziekindustrie destijds veel werd gefluisterd over de persoonlijke verhoudingen tussen Charles en zijn zangeressen, was hun muzikale invloed onomstreden.

De Raelettes traden niet alleen op als ondersteuning; ze brachten later ook eigen werk en albums uit, zoals Yesterday… Today… Tomorrow uit 1972, en bleven in wisselende bezettingen tot aan zijn overlijden in 2004 met hem verbonden.

Ondanks dat het album uit 1961 een verzameling popnummers was, bewees Charles hiermee dat hij zelfs van eenvoudige liedjes zoals Deep In The Heart Of Texas iets muzikaals interessants kon maken.

Dit album is dan ook een aanrader voor mensen die graag luisteren naar bigbandmuziek en lichte jazz en is vandaag de dag nog steeds eenvoudig te beluisteren via diensten als Spotify en YouTube.

Vandaag is het ook al 25 jaar geleden dat Julie London is overleden.

Het nummer ‘Cry Me A River’ werd in 1953 geschreven door Arthur Hamilton.

Hij schreef het oorspronkelijk voor een film van regisseur Jack Webb, de toenmalige echtgenoot van zangeres Julie London, die Hamilton nog kende van de middelbare school.

Het was de bedoeling dat Ella Fitzgerald het bluesy nummer zou zingen in de film Pete Kelly’s Blues, maar uiteindelijk werd het liedje uit de film geknipt.

Na haar scheiding van Webb leerde Julie London de jazzpianist Bobby Troup kennen, de componist achter de klassieker ‘Route 66’.

Hij werd haar tweede echtgenoot en overtuigde haar om een LP met jazzstandards op te nemen voor Liberty Records. ‘Cry Me A River’ was het enige nieuwe nummer op dit album, getiteld Julie Is Her Name.

Het werd als single uitgebracht en groeide uit tot de eerste grote hit voor het platenlabel, met een negende plaats in de Billboard-hitparade.

Julie London zong het nummer ook in de film The Girl Can’t Help It en bracht in 1960 een nieuwe versie uit.

Bobby Troup overleed in 1999 op 81-jarige leeftijd. Een jaar later, in oktober 2000, overleed Julie London op 74-jarige leeftijd.

Vijf jaar geleden, reclame voor The Complete Columbia album collection van Milles Davis.

De legendarische Amerikaanse jazztrompettist Miles Davis overlijdt op 28 september 1991 op 65-jarige leeftijd aan een beroerte én een longontsteking nadat bij hem eerder aids was vastgesteld.

Miles, in Illinois opgeroeid in een welgesteld gezin, trok op zijn 18de naar New York.

Hij speelde dan al samen met Charlie Parker. I.p.v. te studeren aan de befaamde Julliard School Of Music zocht hij steeds zijn helden Parker, Thelonious Monk en Dizzy Gillespie, met hij goed bevriend raakte, op.

De keerzijde was dat hij in de jazzclubs aan heroïne verslaafd raakte, iets wat hem zou blijven achtervolgen.

Davis speelde naast grootheden als Louis Armstrong, Duke Ellington en John Coltrane een cruciale rol in de geschiedenis van de jazz en was van belang in de ontwikkeling van cooljazz, bop en jazzrockfusion.

De “harmon mute” – een soort demper die hij gebruikte om een bepaald timbre te creëren – en zijn klank en speelstijl zou de rest van zijn carrière met hem geassocieerd worden.

De discografie van Miles Davis omvat 67 studio-, 57 live- en 58 compilatiealbums.

‘Kind Of Blue’ uit 1959 wordt algemeen beschouwd als zijn magnum opus, de beste jazzplaat uit de 20ste eeuw en het bestverkochte jazz-album tout court.

In Rolling Stone’s lijst van 500 beste albums bekleedt ‘Kind Of Blue’ de n°12.

Alleen al in de VS ging de lp vier miljoen keer over de toonbank.

De muzikanten, waaronder John Coltrane, werden zonder voorafgaande repetities en zonder enig idee van wat ze moesten spelen, naar de studio gehaald.

Eens daar kregen ze wat schetsen van melodieën en toonladders waarop werd geïmproviseerd.

Volgens een urban legend werd de lp in één keer opgenomen, maar dit klopt niet.

Eén van de tracks, ‘Blue In Green’, werd door o.a. Al Jarreau in 1992 in een gezongen versie opgenomen.

En in 1994 coverde onze eigen Toots Thielemans het nummer.

In 2006 kreeg Miles Davis een plaats in de Rock And Roll Hall Of Fame.

50 jaar geleden brachten Art Van Damme en The Singers Unlimited hun album Invitation uit.

Het was een samenwerking tussen de Amerikaanse jazzaccordeonist en het vocale kwartet, die elkaar ontmoetten in Duitsland.

Het album bevatte twaalf nummers, waaronder klassiekers als Spring Is Here, But Beautiful, My One and Only Love, Wave en Good Bye.

De instrumentale arrangementen waren van Les Hooper en H. Jones, en de vocale arrangementen van Gene Puerling.

De producer was Hans Georg Brunner-Schwer, die ook eigenaar was van het label MPS Records, waar het album werd uitgebracht.

Art Van Damme werd geboren in 1920 in Michigan en begon op jonge leeftijd accordeon te spelen.

Hij werd beïnvloed door jazzpianisten als Art Tatum en Fats Waller, en ontwikkelde een eigen stijl die swing, bebop en cool jazz combineerde.

Hij speelde met vele bekende jazzmusici, zoals Benny Goodman, Dizzy Gillespie, Charlie Parker en Stan Getz.

Hij maakte meer dan honderd albums en trad op over de hele wereld.

Hij wordt beschouwd als een van de grootste jazzaccordeonisten aller tijden.

Hij overleed in 2010 op 89-jarige leeftijd.

Het is vandaag al twintig jaar geleden dat de Amerikaanse Jazz zangeres en pianiste Blossom Dearie in haar appartement in Greenwich Village, New York City is overleden.

Marguerite Blossom Dearie is geboren op 28 april 1926 in East Durham, New York.

Ze begint al op jonge leeftijd piano te spelen, maar richt zich vooral op klassieke muziek.

Pas later ontdekt ze haar liefde voor jazz en verhuist ze naar New York City, waar ze deel uitmaakt van verschillende vocale groepen, zoals The Blue Flames (met het orkest van Woody Herman) en The Blue Reys (met Alvino Rey).

Ze maakt ook haar debuut als soloartieste en reist naar Parijs, waar ze haar toekomstige echtgenoot (de Belgische saxofonist Bobby Jasper) leert kennen en de vocalgroup The Blue Stars opricht.

Met deze groep scoort ze in 1954 een hit met de Franstalige versie van Lullaby Of Birdland.

Een andere bekende song uit die periode is The Riviera, geschreven door Cy Coleman en Joseph McCarthy Junior.

Na haar terugkeer naar Amerika tekent Blossom Dearie een platencontract bij Verve Records, waar ze zes albums opneemt.

In 1966 treedt Dearie op in de beroemde Ronnie Scott’s Club in Londen.

Dit optreden resulteert in vier albums op het Fontana label.

Uiteindelijk richt Blossom Dearie haar eigen platenmaatschappij op, Daffodil Records, waarmee ze zelf de controle krijgt over het opnemen en de distributie van al haar platen.

Daarnaast werkt Dearie mee aan televisieprogramma’s (zoals de jeugdserie Schoolhouse Rock), maakt ze soundtracks voor films als Kissing Jessica Stein, My Life Without Me, The Squid And The Whale, The Adventures Of Felix en werkt ze samen met artiesten als Lyle Lovett.

De Amerikaanse zangeres Nancy LaMott maakte een jaar voor haar dood in 1994 de kerst-cd Just In Time For Christmas.

De productie was in handen van componist en producer David Friedman.

Zoals het publiek het wil, zingt Nancy op haar eigen manier de gekende kerstnummers zoals Santa Claus Is Coming To Town, Baby, It’s Cold Outside ( in duet met Michel Feinstein), I’ll Be Home For Christmas en The Christmas Song.

Maar het album bevat ook enkele nieuwe nummers, zoals het prachtige Just In Time For Christmas geschreven door David Friedman en David Zippel.

Op 17-jarige leeftijd werd bij haar de ziekte van Crohn vastgesteld, een ongeneeslijke medische aandoening die gepaard gaat met moeilijke darmproblemen en chronische pijn en artritis.

In maart 1995 werd bij LaMott baarmoederkanker vastgesteld, maar ze stelde een hysterectomie uit om Listen To My Heart op te nemen, een album dat slechts twee opmerkelijke dagen in beslag nam.

Bij de operatie bleek dat de kanker was uitgezaaid.

Haar laatste openbare optreden was op 4 december 1995 en dit voor een tv-optreden in The Charles Grodin Show van CNBC, waar ze Moon River zong op 4 december 1995.

Volgens David Friedman had LaMotts leven twee rode draden: haar ziekte en haar talent, en de “twee dingen bereikten precies tegelijkertijd een hoogtepunt”.

Op 13 december 1995 zegende pater Steven Harris de huwelijksverbintenis van Nancy met haar vriend Peter Zapp, iets meer dan een uur voordat ze stierf.

Ze stierf om 23:40 uur in het St. Luke’s-Roosevelt Hospital Center in Manhattan en dit op de leeftijd van 44 jaar.

Vandaag is het 15 jaar geleden dat de Amerikaanse toetsenist Merl Saunders overleed.

Merlin Saunders was een muzikale duizendpoot die zowel piano als keyboards bespeelde, maar een speciale voorliefde had voor het Hammond B-3 orgel.

Hij maakte deel uit van verschillende jazz-, blues- en rockprojecten, met artiesten als Harry Belafonte, Frank Sinatra, Lionel Hampton, Miles Davis, B.B. King en Bonnie Raitt.

Zijn meest bekende samenwerking was echter die met Jerry Garcia, de zanger en gitarist van de Grateful Dead.

Hij ontmoette Garcia in 1971 in een kleine club in Fillmore Street, The Matrix, waar ze samen begonnen te jammen.

Hij trad ook op met de Grateful Dead, en vormde met Garcia de Saunders/Garcia Band, die drie platen uitbracht.

In 1974 veranderde deze band van naam naar Legion of Mary, met saxofonist Martin Fierro erbij.

Het jaar daarop ging de band uit elkaar, maar Saunders en Garcia bleven samenwerken in de band Reconstruction in 1979, met Ed Neumeister (trombone), Gaylord Birch (drums) en John Kahn (bas).

Saunders leidde ook zijn eigen band als Merl Saunders and Friends, waarin hij live optrad met Garcia, maar ook met Mike Bloomfield, David Grisman, Michael Hinton, Tom Fogerty, Vassar Clements, Kenneth Nash, John Kahn en Sheila E.

Hij werkte ook samen met Grateful Dead-percussionist Mickey Hart in de band High Noon.

Saunders nam het voortouw om Jerry Garcia weer aan zijn gitaar te laten wennen, nadat Garcia in de zomer van 1986 een diabetische coma had gehad.

In 1990 bracht hij het wereldmuziek- en new age-klassieke album Blues From the Rainforest uit, een samenwerking met Garcia en Muruga Booker.

Dit leidde tot de uitgave van een video die Saunders’ reis naar de Amazone vastlegde, en de latere albums Fiesta Amazonica, It’s in the Air en Save the Planet so We’ll Have Someplace to Boogie.

Een van de nummers van Blues From the Rainforest werd gebruikt als onderdeel van de soundtrack voor de tv-serie Baywatch. Saunders bleef nog tien jaar optreden met de Rainforest Band.

Saunders had zijn eigen platenlabel, Sumertone Records , en had ook opgenomen op Fantasy Records, Galaxy Records en Relix Records, evenals op de Grateful Dead- en Jerry Garcia-labels.

Hij werkte mee aan de themamuziek voor de tv-show The New Twilight Zone uit 1985.

Saunders bleef actief als muzikant, bandleider, componist en collaborateur tot 2002, toen een beroerte één kant van zijn lichaam verlamde.

Complicaties van die beroerte zouden uiteindelijk zijn leven nemen zes jaar later op 24 oktober 2008.

Een paar eerbetoonconcerten werden het jaar daarop gehouden in San Francisco ter ere van Saunders’ muzikale carrière.

Saunders was getrouwd met Marguerite Sanders en had drie kinderen: Susan, Merl Jr., en Tony.

Hij was ook een actieve voorvechter van verschillende goede doelen, waaronder het Rainforest Action Network en de Haight-Ashbury Free Clinic.