Precies vijftig jaar geleden maakte de Vlaamse formatie Trinity haar debuut in de Joepie Top 50 met de hit 002-345-709 (That’s My Number).

Deze discoklassieker bleek een schot in de roos en bestormde de hitlijsten in zowel België als Nederland.

Zo behaalde de groep een indrukwekkende tweede plaats in de Belgische Radio 2 Top 30, terwijl het nummer in Nederland doorstootte naar de vierde positie in de Nationale Hitparade en de achtste plek in de Top 40.

Het trio achter dit succes bestond uit Sofie Verbruggen, simpelweg bekend als Sofie, en de muzikanten Fred Bekky en Bob Bobbot.

De twee mannen, die eigenlijk Fred Beeckmans en Bob Baelemans heetten, waren bekende gezichten in de muziekwereld.

Na het uiteenvallen van hun eerdere band The Pebbles besloten zij samen met Sofie een nieuwe weg in te slaan met de oprichting van Trinity.

Hoewel Fred Bekky inmiddels helaas is overleden, leeft de muzikale erfenis van de groep nog altijd voort.

Gisteren nog vandaag

De Belgische formatie Trinity scoorde in 1977 een opvallende hit met het nummer Drop, Drop, Drop.

De compositie was het resultaat van de samenwerking tussen Fred Bekky, de artiestennaam van Fred Beeckmans, en Bob Bobbot, ook wel bekend als Bob Baelemans.

Met dit lied waagde de groep hun kans tijdens de Belgische preselecties voor het Eurovisiesongfestival van dat jaar. Hoewel hun inzending een sterke indruk maakte, slaagden ze er net niet in om de overwinning binnen te slepen.

Ze moesten de eer laten aan Dream Express, de groep waar overigens voormalig Pebbles-lid Luc Smets deel van uitmaakte.

Ondanks dat Trinity België niet mocht vertegenwoordigen op het Europese podium, kende het nummer in eigen land een succesvol verloop in de hitlijsten.

De single wist op te klimmen naar een verdienstelijke twaalfde plaats in de toenmalige BRT Top 30.

In Nederland verliep het succes wat moeizamer; daar bleef de plaat steken in de Tipparade en bereikte deze de officiële verkooplijsten niet. Toch blijft Drop, Drop, Drop een memorabel onderdeel van de Belgische popgeschiedenis uit de late jaren zeventig.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Luisa Fernandez mag vandaag 64 kaarsjes uitblazen.

Luisa Fernandez werd in het Noord-Spaanse Vigo geboren, maar verhuisde met haar familie begin jaren 70 naar het Duitse Hamburg.

Daar volgde ze een opleiding tot kapster. In 1977 neemt Luisa, dan 16 jaar, deel aan een talentenjacht in een discotheek in Alveslohe.

Ze wordt daardoor ontdekt en krijgt meteen een platencontract.

In 1978 ligt de debuutsingle ‘Lay Love On You’ in de winkel, een nummer dat wel heel veel gelijkenissen vertoont met de hits van de Australische popzanger John Paul Young, die op dat moment erg populair is.

‘Lay Love On You’ werd een grote zomerhit met hoge noteringen in Vlaanderen (n°7), Nederland (n°4), Duitsland, Oostenrijk en Nieuw-Zeeland.

Enkele weken later deed ze dat nog eens over met ‘Give Love A Second Chance’.

Met het wegdeemsteren van disco verdween ook Luisa van de radar.

In 1986 duikt ze weer op aan de zijde van Peter Kent, in 1981 zelf goed voor een zomerhit met ‘It’s A Real Good Feeling’, met wie ze ook trouwde.

Samen scoren ze in 1987 een Oostenrijkse n°1-hit met ‘Solo Por Ti’.

De samenwerking en haar relatie met Kent wordt in 1997 beëindigt.

Na 1997 brengt Fernandez opnieuw solonummers uit, zonder veel succes evenwel

Gisteren nog vandaag

Patrick’s dagelijkse Singles, vandaag de Oostenrijkse zangeres Gilla in de kijker.

Gilla, geboren als Gisela Wuchinger (Linz, Oostenrijk, 27 februari 1950), haar muzikale carrière begon in de band van haar vader, Niki Wuchinger.

Na haar studies in Salzburg zong ze in de bands Traffic en later in Seventy-five-music.

Haar doorbraak kwam toen ze in contact kwam met de Duitse producer Frank Farian.

Ze bracht diverse singles uit, waarbij haar rauwe stemgeluid opviel, perfect passend bij de sexy en zwoele nummers die Farian voor haar produceerde, zoals de Duitse versie van ‘Voulez-vous coucher avec moi’ (‘Lady Marmalade’, 1975).

Haar grootste succes in Duitsland en haar thuisland was de single ‘Tu es!’ (1976).

In Vlaanderen scoorde ze vier hits en in Nederland eentje meer.

Want bij onze buren scoorde ze een hit in 1976 met het nummer ‘Why Don’t You Do It’, toen goed voor een negentiende plaats in de Top 40.

Haar eerste bescheiden succes in Vlaanderen was in 1977 met de single ”Help’, dat in 1977 twee weken in de Top 30 stond.

In Nederland goed voor een twintigste plaats in de Top 40.

Voor haar volgende nummer, ‘Gentlemen Callers Not Allowed’ (1977), werkte ze samen met Bobby Farrell, bekend van Boney M.

Het nummer bereikte de elfde plaats in de BRT Top 30 en bleef acht weken in de hitparade.

Een jaar later coverde ze ‘Bend Me, Shape Me’ van The Outsiders, geschreven door Scott English en Larry Weiss.

Gilla’s discoversie kwam op 13 mei 1978 de BRT Top 30 binnen en bereikte op 24 juni de achtste plaats.

Het nummer stond tien weken in de hitparade.

In Nederland bereikte het de twaalfde plaats in de Top 40.

Met haar opvolger, ‘We Gotta Get Out of This Place’ (1979), een cover van The Animals uit 1965, geschreven door Barry Mann en Cynthia Weil, bleef ze slechts twee weken in de BRT Top 30.

Het nummer is afkomstig van haar album ‘I Like Some Cool Rock ‘n’ Roll’.

Net als haar twee eerdere lp’s, ‘Help Help’ en ‘Bend Me, Shape Me’, zijn deze albums voor verzamelaars waardevol en worden ze duur verkocht.

Na de geboorte van haar dochter Nadja werd het een tijdje stil rond Gilla.

Ze is getrouwd met producer Helmut Rulofs, die bij Frank Farian in dienst was.

Onder het pseudoniem G. Winger schreef ze het nummer ‘I See a Boat on the River’ (een top 10-hit voor Boney M.).

Later was ze ook op de achtergrond betrokken bij de groep Milli Vanilli.

Tegenwoordig woont ze in Braunfels, Hessen, en treedt ze alleen nog bij gelegenheden op.

Dan Hartman, van ruige rocker tot discokoning en zijn tragisch einde.

Dan Hartman, was niet alleen de schrijver, maar ook de producer van deze discohit die hij samen zong met de krachtige stem van Loleatta Holloway, een Amerikaanse zangeres die we kennen van onder meer de nummers “Love Sensation”, “Hit and Run”, “Love Sensation” en de prachtige ballade “Cry To Me” uit haar debuutalbum met dezelfde titel en dit jaar ook al 45 jaar geleden uitgebracht in 1975.

Weet je trouwens dat “Love Sensation” later gesampled werd voor het nummer “Ride on Time” van Black Box en “Good Vibrations” van Marky Mark and the Funky Bunch?

Om dan nog maar te zwijgen, over de cover van Relight My Fire door de jongens van Take That met zangeres Lulu, waardoor het nummer terug hoog scoorde in de hitparade.

Eind verleden jaar, oktober 2024 bracht Cascada (geboren als Natalie Horler, Bonn, 23 september 1981) haar cover uit van deze dance klassieker.

Het nummer leverde Hartman en Holloway in België een zevende plaats op in de BRT Top 30, en in Nederland zelfs een indrukwekkende derde plaats in de Top 40.

Maar voordat hij de discowereld veroverde, liet Hartman in 1976 al van zich horen met zijn debuutsingle “High Sign”, die een veel ruiger geluid had.

Misschien verrassend, maar Hartman speelde in die beginjaren zelfs basgitaar in de band van Johnny Winter en was later gitarist en zanger bij de Edgar Winter Group!

De wereld leerde Hartman pas echt goed kennen in de hoogtijdagen van de disco, met name door zijn hit “Instant Replay” uit 1978.

Dit nummer bereikte in verschillende landen de top van de hitlijsten en wordt nog steeds gezien als een absolute discoklassieker.

Wist je dat de baslijn van “Instant Replay” geïnspireerd was door “Philadelphia Freedom” van Elton John?

In 1984 was het weer raak met “I Can Dream About You”, een nummer dat niet alleen hoog in de hitlijsten belandde, maar ook te horen was in de actiefilm “Streets of Fire” uit datzelfde jaar.

Hij schreef “I Can Dream About You” oorspronkelijk voor Hall & Oates, maar besloot het uiteindelijk zelf op te nemen!

Een jaar later, had hij terug een hit met het nummer We Are The Young.

In 1986, had hij een bescheiden hit met het nummer Waiting To See You.

Zowel “We Are The Young” als “Waiting To See You” kon in Nederland reken op radio steun, want beide waren toen goed als de Alarmschijven van de week.

Maar ondanks die steun, bleef het succes dus beperkt.

Helaas kwam er in 1994 een einde aan het leven en de carrière van Dan Hartman. Hij overleed namelijk op slechts 43-jarige leeftijd in Westport, Connecticut aan de gevolgen van een hersentumor (Joepie 9 december 1979).

Vandaag mag de Amerikaanse zangeres en actrice Yvonne Elliman 73 kaarsjes uitblazen.

Elliman’s vader was van Ierse afkomst en was politieagent en speelde piano en had een brede muzieksmaak, van klassiek tot jazz en blues en haar moeder was van Japanse afkomst en speelde ukelele en piano, en zong in lokale groepen.

Ze groeide op in Hawaii en begon op jonge leeftijd met piano spelen en zong in het schoolkoor en speelde later ook in een band genaamd “We Folk” die lokale talentenjachten won.

Ze studeerde aan de President Theodore Roosevelt High School, waar ze afgestudeerde in 1969

Elliman studeerde drama aan de University of Hawaii, maar verliet de universiteit om haar muzikale carrière na te jagen.

In 1969 verhuisde Elliman naar Londen en begon op te treden in folkclubs, bars en clubs.

Werd daar ontdekt door Andrew Lloyd Webber en Tim Rice, die haar vroegen om de rol van Maria Magdalena te spelen in hun rockopera Jesus Christ Superstar.

De schrijvers, Andrew Lloyd Webber en Tim Rice, zijn gedwongen eerst een album met de muziek te maken, omdat anders niemand de musical op de planken wil brengen.

Dit naar aanleiding van een eerdere musical van het duo, Joseph & The Amazing Technicolour Dreamcoat die volkomen geflopt is.

De opnamen voor de soundtrack hebben eind 1970 in Londen plaats.

Buiten Yvonne Elliman als Maria, horen we ook Murray Head als Judas en Ian Gillan (zanger van Deep Purple) als Jezus.

Het is voor het eerst dat er rockmuziek gebruikt wordt voor een musical, en de inbreng van Ian Gillan zorgt ervoor dat het album ook onder de aandacht komt van de rockfans, die anders nooit een musical zouden kopen.

Yvonne Elliman speelde ook in de originele Broadwayproductie (1971) en in de filmversie (1973).

Haar vertolking van “I Don’t Know How to Love Him” werd een hit.

Werd genomineerd voor een Golden Globe Award voor Beste Actrice in een Musical/Komedie voor haar rol in Jesus Christ Superstar.

Dankzij dit succes tekende ze in 1972 platencontract bij Purple Records en bracht haar debuutalbum Yvonne Elliman uit.

Elliman was ook te horen als achtergrondzang op Clapton’s hit “I Shot the Sheriff” en ook op zijn albums 461 Ocean Boulevard en There’s One in Every Crowd en toerde met hem in de jaren 70.

In 1977 had ze een grote hit met het nummer “If I Can’t Have You”.

Het nummer was geschreven door de Bee Gees en bereikte de eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten en werd gebruikt in de film Saturday Night Fever.

Vreemd genoeg bij ons in Vlaanderen en Nederland deed het nummer minder, in Vlaanderen goed voor een vierentwintigste plaats en in Nederland zelfs maar de achtentwintigste plaats in de Top 40.

Ze heeft in een aantal films gespeeld, waaronder “Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band” (1978).

Nummers van haar om te koesteren en waar ze vooral in Amerika hoog scoorde in de hitparade zijn de nummers “Love Me” (1976 en ook geschreven door Barry Gibb) en “Hello Stranger” (1977, een duet met Stephen Bishop)

Ze zong ook titelsong van de gelijknamige film “Moment by Moment”(1978)

Kampte begin de jaren 80 met stemproblemen, wat een van de redenen was waarom ze zich terugtrok uit de muziekindustrie.

Was vanaf 1972 tot en met 1980 getrouwd met Bill Oakes, een manager bij RSO Records (het label dat Saturday Night Fever uitbracht en waar hij ook aan meewerkte als co-producer).

Ze kregen samen een dochter, Sage (geboren in 1982).

Na haar scheiding van Oakes trouwde ze met songwriter Wade Hyman.

Ze kregen samen een zoon, Ben (geboren in 1986). Ze scheidden later.

Ze trouwde later in 2016 met Allan Alexander.

Na jaren in Los Angeles te hebben gewoond, keerde Elliman met haar echtgenoot terug naar Hawaii.