40 jaar geleden vond de nieuwste stunt van de Gentse kunstenaar Frank Liefooghe plaats.

Frank Liefooghe volgde zijn opleiding aan de Academie van Gent, waar hij zich bekwaamde in grafiek, sierkunst en schilderkunst.

Onder invloed van mentoren als Raoul Servais, Jan Burssens en Pierre Vlerick groeide bij hem een vrijgevochten, non-conformistische mentaliteit die bepalend werd voor zijn artistieke ontwikkeling.

Die houding kwam tot uiting in grootschalige projecten die de gemiddelde toeschouwer verbaasden, zoals zijn plan uit 1969 om het Stedelijk Museum in Amsterdam in te pakken met een gigantisch schilderij.

Hoewel dat herinneringen opriep aan het werk van Christo, kwam het voort uit Liefooghes eigen drang om de ruimte te beheersen en artistieke grenzen te verleggen.

In de vroege jaren zeventig kregen zijn concepten een uitgesprokener maatschappelijke en filosofische lading.

In 1970–1971 experimenteerde hij bijvoorbeeld met een mobiel van hoge ballonnen boven het Amsterdamse IJ, de brede waterweg die noordelijk langs het centrum van Amsterdam loopt en de stad van Amsterdam-Noord scheidt, om de spanning tussen natuur en kunstmatige vergankelijkheid te onderzoeken.

Het project ‘Landschap van de Toekomst’ kwam tot stand in samenwerking met het Stedelijk Museum.

Later richtte hij zijn aandacht meer op thema’s zoals vrede en solidariteit.

Dat leidde onder meer tot een ontwerp voor een monument in Jeruzalem: een blauw ei dat onder invloed van de zon zou openbreken en zo symbolen van verschillende religies zou verenigen.

Het werk uit deze periode weerspiegelt een sterk ideologisch engagement, vaak in opvallende en onconventionele vormen.

Maar Frank Liefooghe was zoveel meer dan de man van grote projecten.

Zo ontwierp hij ook de hoes van het album ‘Tussen Zomer en Winter’ van Rob de Nijs.

De twee leerden elkaar kennen in Gent, via de Gentse muziekproducent en tekstschrijver Walter Ertvelt. Rob de Nijs verbleef toen een korte periode in Gent, waar de voorbereiding van het album plaatsvond.

Na het werk nam Ervelt hem mee naar de Hotsy Totsy. Op een van die avonden ontmoette De Nijs er Frank Liefooghe.

Franks oudste broer, Dirk Liefooghe, was jarenlang leerkracht aan de Gentse academie en een bekende figuur in de Gentse kunstwereld.

Hij werkte mee aan verschillende kunstprojecten en speelde in 1965 in het toneelstuk ‘Maria Stuart’ van Friedrich von Schiller (1759-1805), in een regie van Georges Vitaly, animator van kleine theaters in Parijs.

Regieassistent was Jo Decaluwe.

Het stuk was de eerste productie van het NTG, met Dré Poppe als eerste directeur.

Naast deze conceptuele projecten bleef Liefooghe zich intensief wijden aan de schilderkunst zelf, meestal ver van de gevestigde galeriewereld.

Reizen naar Schotland, Ibiza en Ierland vormden de aanloop naar zijn meest ingrijpende ervaring: een verblijf in West-Afrika in 1982.

De onderdompeling in een andere cultuur en het herontdekken van antieke levenswaarden veranderden zijn artistieke visie fundamenteel. Werken als ‘Regendans van de Lobi’ en ‘Wedergeboorte’ gebruiken weliswaar westerse materialen, maar ademen een geest die losstaat van de Europese traditie.

Zijn schilderstijl wisselt tussen een vrolijk, tachistisch kleurgebruik met veel oranje en groen, en een mystiekere benadering met diepe blauwtinten, bruinen en zwarte accenten.

Die visuele keuzes worden gestuurd door persoonlijke herinneringen aan ontmoetingen met mensen, dieren en de natuur.

Uiteindelijk vormen deze schilderijen een persoonlijke belijdenis, nauw verwant aan de bevlogenheid van zijn eerdere politieke en maatschappelijke projecten.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

55 jaar geleden, Creedence Clearwater Revival in het Sportpaleis

In de vroege jaren zeventig stond Creedence Clearwater Revival op een absoluut hoogtepunt.

Dat was ook te merken tijdens hun indrukwekkende Europese tournee van 4 tot 28 september 1971.

De Californische band reisde toen met een eigen privévliegtuig, een luxe die destijds alleen voor de allergrootste wereldsterren was weggelegd. Van die tournee verscheen later het livealbum Live in Europe.

Eerder speelden ze al in Nederland, op 10 september 1971 in het Concertgebouw in Amsterdam.

Op 24 september 1971 landde Creedence Clearwater Revival met hun privéjet op de luchthaven van Deurne.

Ondanks hun status maakten de muzikanten in België op een toegankelijke manier contact met de aanwezige fans.

Tijdens de paspoortcontrole praatte een douanebeambte, zelf muzikant in een lokaal orkestje, graag even met hen.

Hij vond hun muziek wel goed, maar zwoer dat The Shadows voor hem nog altijd bovenaan stonden.

John Fogerty, de onbetwiste leider en creatieve motor van de groep, werd vergezeld door zijn vaste bandleden Douglas Ray Clifford op drums en Stuart Cook op basgitaar.

Fogerty kreeg handtekeningenverzoeken en bewonderende blikken van een paar meisjes.

Met een cassetterecorder om zijn nek stapte hij samen met de rest van de groep in een taxi.

Tussen de hectische optredens door hechtten de groepsleden veel waarde aan rust en ontspanning.

Muziek luisteren via koptelefoons was voor hen een essentiële manier om de batterijen op te laden en te ontsnappen aan de constante druk van het toeren.

Achter de schermen werd de band ondersteund door die vaste ploeg medewerkers, die ervoor zorgden dat de logistiek rond de internationale concerten vlekkeloos verliep.

Onderweg, van concert naar concert, deden ze volgens hen vooral één ding: relaxen.

Ze kwamen net uit Stockholm, waar de band volgens hen een geweldig onthaal had gekregen.

In het Century Hotel in Antwerpen vertelde Fogerty tijdens de persvoorstelling hoe de groepsnaam tot stand was gekomen.

In 1959, toen hij ongeveer veertien was, startte hij met Doug Clifford en Stu Cook een bluesgroepje.

Fogerty speelde piano, Cook gitaar en Clifford drums.

Ze heetten toen The Blue Velvets en traden op schoolfeesten op.

Een manager veranderde hun naam in The Golliwogs en stak hen in rare hoedjes.

Daar kregen ze al snel genoeg van. Ze namen afscheid van die manager en begonnen in 1969 opnieuw. Toms broer Tom Fogerty speelde intussen ook gitaar mee.

‘Creedence’ stond voor hun geloof in het nieuwe plan. ‘Clearwater’ kwam van een tv-reclame voor Olympia-bier, met ‘ongelooflijk helder water’. ‘Revival’ verwees naar de herstart.

Eerst speelden ze covers als ‘Screamin” van Jay Hawkins en ‘Suzie Q’ van Dale Hawkins.

Daarna schreven ze zelf hits als Proud Mary en Bad Moon Rising.

Het optreden in het Antwerpse Sportpaleis was een krachtige vertoning van hun kenmerkende stijl: rauwe rock met heldere, herkenbare melodieën.

De zaal was tot de nok toe gevuld met een enthousiaste menigte die de Amerikaanse beatgroep met open armen ontving.

Toen de omroeper ‘straight from California, the Creedence Clearwater Revival’ aankondigde, barstte het los.

De geluidsinstallatie was keihard. Het gehoor van sommigen was pas twee dagen later weer normaal.

De setlist van die avond was: ‘Born on the Bayou’, ‘Green River’, ‘It Came Out of the Sky’, ‘Door to Door’, ‘Travelin’ Band’, ‘Fortunate Son’, ‘Commotion’, ‘Lodi’, ‘Bad Moon Rising’, ‘Proud Mary’, ‘Up Around the Bend’ en ‘Hey Tonight’.

Het hoogtepunt van de show waren ‘Proud Mary’ en ‘Bad Moon Rising’.

Het optreden eindigde abrupt, zonder toegiften, alleen met ‘Good night, we thank you, we love you all.’

Niet iedereen was tevreden. Sommige jonge bezoekers vonden het ticket van 150 frank, omgerekend naar de koopkracht van vandaag ongeveer 25 euro, te duur.

Ze hadden de band moderner verwacht. Volgens hen was hun tijd voorbij.

Na afloop zei de groep dat ze naar Stockholm terugkeerden.

Ze hadden daar eerder in een hotel gelogeerd dat op een kasteel in de bossen leek, met kandelaars en lakeien. Daar wilden ze opnieuw ongestoord relaxen.

Het verblijf markeerde een gedenkwaardig moment in de Belgische muziekgeschiedenis.

De ongekende populariteit van de band uit de Bay Area werd die dag in Antwerpen tastbaar

Veertig jaar geleden werd Gent opgeschrikt door een gigantisch society-schandaal rond de bekende familie Parisis.

In september 1986 haalden de broers Antoine en Etienne Parisis zelfs de internationale pers met wat destijds gold als de grootste Belgische fraudezaak sinds de Tweede Wereldoorlog.

Het duo werd ervan beschuldigd hun rijke cliënteel te hebben opgelicht voor zo’n 70 miljoen euro via fictieve investeringen in luxueuze Texaanse villa’s.

De gebroeders behoorden tot de absolute Gentse high society en wisten via hun bedrijf Parisimmo en gerelateerde vennootschappen talloze vermogende landgenoten te overtuigen met beloftes van torenhoge rendementen.

Tijdens het proces werden de Amerikaanse bouwprojecten door het gerecht en de curatoren echter afgedaan als pure luchtspiegelingen en oplichting.

De huizen zouden volgens de onderzoekers nooit hebben bestaan, al beweerden de broers tot op het einde dat de gronden en projecten wel degelijk reëel waren en vandaag een slordige 200 miljoen euro waard zouden zijn.

Het schandaal leidde uiteindelijk tot een zware veroordeling.

De beschuldigingen van oplichting, valsheid in geschrifte, bedrieglijke bankbreuk, vervalsing van de boekhouding, verduistering en inbreuken op de wetgeving rond effectenuitgifte werden gegrond verklaard.

De toen 45-jarige Antoine Parisis kreeg vijf jaar gevangenisstraf en een geldboete van ongeveer 5.200 euro.

Zijn 46-jarige broer Etienne, die als het organisatorische brein werd gezien, kreeg tien jaar opsluiting en een boete van ongeveer 8.900 euro.

Dat die strafrechtelijke geldboetes op het eerste gezicht opvallend laag leken in vergelijking met het gigantische fraudebedrag, had te maken met het Belgische strafrecht.

De boetes waren wettelijke straffen die rechtstreeks aan de Staat toekwamen en gebonden waren aan strikte wettelijke maxima per tenlastelegging.

Ze stonden volledig los van de burgerlijke vorderingen die betrekking hadden op de honderden gedupeerden die hun verdwenen miljoenen probeerden terug te eisen.

Doordat het geld grotendeels was weggesluisd of vastzat in onduidelijke structuren, zagen de meeste slachtoffers uiteindelijk amper iets van hun spaargeld terug.

Na het vonnis liepen de levenspaden van beide broers volledig uiteen. Etienne Parisis ontvluchtte het land om aan zijn straf van tien jaar te ontkomen.

Hij dook onder in Zuid-Amerika en wist daar jarenlang uit handen van het gerecht te blijven, waar hij uiteindelijk in ballingschap is overleden.

Antoine Parisis bleef wel in België en zat een vijftiental maanden effectief achter de tralies.

Direct na zijn opsluiting gingen zijn vennootschappen failliet en raakte hij al zijn bezittingen en invloed kwijt.

Antoine bleef de aantijgingen echter zijn hele leven lang betwisten en hield vol dat de Texaanse gronden en projecten rond Dallas wel degelijk bestonden en dat justitie en curatoren zware fouten hadden gemaakt.

Rond 2016 zocht hij naar aanleiding van het Optima-schandaal in Gent opnieuw de openbaarheid op met zijn boek

Het optimale complot, waarin hij verbanden legde met figuren die destijds ook zijn eigen dossier behandelden.

Een opmerkelijk detail aan het dossier is dat de zaak destijds voor een schokgolf zorgde binnen de Gentse bourgeoisie.

Omdat zoveel vooraanstaande families hun zwart geld of spaarcenten toevertrouwden aan de broers, wilden veel slachtoffers zich uit schaamte of uit vrees voor de fiscus aanvankelijk niet eens als benadeelde partij melden.

Zijn er hier nog mensen die de commotie in Gent destijds van dichtbij hebben meegemaakt of verhalen kennen van gedupeerden?

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het precies veertig jaar geleden dat prins Louis van Luxemburg op 14 september 1986 boven de doopvont werd gehouden.

Hij is de derde zoon van groothertog Henri van Luxemburg en groothertogin María Teresa en draagt de titels prins van Luxemburg, prins van Nassau en prins van Bourbon-Parma.

Zijn peetouders zijn prinses Margaretha van Luxemburg en Xavier Sanz.

Zelf is hij peetvader van zijn neef, prins Charles van Luxemburg.

Binnen het groothertogelijke gezin groeide hij op met drie broers en een zus: erfgroothertog Guillaume (1981), prins Félix (1984), prinses Alexandra (1991) en prins Sébastien (1992).

Zijn schooltijd bracht hij door aan de internationale school in Luxemburg en aan de Soleil-kostschool in het Zwitserse Villars-sur-Ollon.

Tijdens een troepeninspectie in Kosovo ontmoette hij Tessy Antony, die daar op militaire missie was.

Hun relatie werd in 2005 openbaar toen bekendgemaakt werd dat zij in verwachting was van hun eerste kind.

Op 29 september 2006 stapte het paar in het huwelijksbootje in Gilsdorf.

Samen kregen ze twee zonen: Gabriel Michael Louis Ronny op 12 maart 2006 en Noah Etienne Guillaume Gabriel Matthias Xavier op 21 september 2007.

Vanwege het huwelijk gaf prins Louis zijn rechten op de troon op, net als die van zijn zoon Gabriel. Hijzelf behield zijn titel, terwijl zijn echtgenote en zoon aanvankelijk de achternaam van Nassau kregen zonder verdere aanspreektitels.

In 2009 verleende een groothertogelijk besluit Tessy alsnog de titels prinses van Luxemburg, prinses van Nassau en prinses van Bourbon-Parma, en werden hun zoons prins van Nassau.

Op 18 januari 2017 werd aangekondigd dat het koppel ging scheiden, een echtscheiding die op 4 april 2019 officieel werd uitgesproken.

In april 2021 maakte het paleis vervolgens bekend dat prins Louis zich had verloofd met de Franse advocate Scarlett-Lauren Sirgue.

Vandaag is het exact vijfentwintig jaar geleden dat terreurgroep Al Qaida aanslagen pleegde in Amerika. (11 september 2001)

Vandaag is het exact vijfentwintig jaar geleden dat terreurgroep Al Qaida aanslagen pleegde in Amerika. (11 september 2001)
Vandaag is het exact vijfentwintig jaar geleden dat terreurgroep Al Qaida aanslagen pleegde in Amerika. (11 september 2001)
Vandaag is het exact vijfentwintig jaar geleden dat terreurgroep Al Qaida aanslagen pleegde in Amerika. (11 september 2001)
Vandaag is het exact vijfentwintig jaar geleden dat terreurgroep Al Qaida aanslagen pleegde in Amerika. (11 september 2001)
Vandaag is het exact vijfentwintig jaar geleden dat terreurgroep Al Qaida aanslagen pleegde in Amerika. (11 september 2001)
Vandaag is het exact vijfentwintig jaar geleden dat terreurgroep Al Qaida aanslagen pleegde in Amerika. (11 september 2001)
Vandaag is het exact vijfentwintig jaar geleden dat terreurgroep Al Qaida aanslagen pleegde in Amerika. (11 september 2001)
Vandaag is het exact vijfentwintig jaar geleden dat terreurgroep Al Qaida aanslagen pleegde in Amerika. (11 september 2001)
Vandaag is het exact vijfentwintig jaar geleden dat terreurgroep Al Qaida aanslagen pleegde in Amerika. (11 september 2001)

Vandaag precies 35 jaar geleden, op 11 september 1991, kreeg Dirk Frimout het verlossende nieuws: hij mocht definitief mee aan boord van spaceshuttle Atlantis voor de STS-45-missie.

Het was het absolute hoogtepunt van een traject dat al in 1977 begon, toen hij zijn kandidatuur indiende als ruimtevaarder.

In de jaren daarna bouwde hij een indrukwekkende loopbaan op bij de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Tussen 1978 en 1984 coördineerde hij de bemanning voor Spacelab-1, waarna hij tot 1989 bij ESTEC werkte aan microzwaartekrachtexperimenten voor EURECA en Spacelab-1.

In het voorjaar van 1992 schreef hij definitief geschiedenis als de allereerste Belg in de ruimte.

Van 24 maart tot 2 april cirkelde hij met zes collega-astronauten maar liefst 143 keer rond de aarde.

Die historische vlucht leverde hem datzelfde jaar een eredoctoraat op aan de Universiteit Gent.

Later werd hij ook benoemd tot Grootofficier in de Leopoldsorde en verheven in de adelstand met de titel van burggraaf.

Na zijn ruimtemissie zette Frimout zijn kennis en ervaring in op aarde.

Tussen 1993 en 1998 werkte hij bij Belgacom en vanaf 1994 werd hij voorzitter van de Euro Space Foundation, waarmee hij wetenschappelijke en technische studies bij jongeren stimuleerde.

Vanaf juli 1998 sloeg hij een nieuwe weg in bij Flanders Language Valley, waar hij als hoofd van FLV Education de verantwoordelijkheid droeg over permanente vorming.

Een baanbrekende figuur die de Belgische wetenschap letterlijk naar nieuwe hoogten bracht.

Gisteren nog vandaag

Marie Gevers: van kasteel Mussenborg tot de literaire wereld

De Vlaamse schrijfster Marie Gevers bracht een groot deel van haar leven door op het kasteel Mussenborg in het Antwerpse Edegem.

Ze groeide op in een welgesteld gezin als dochter van een Antwerpse suikerfabrikant, die in 1907 overleed, en van een moeder, die de dochter was van een voormalige burgemeester van Boom en in 1923 overleed.

In plaats van naar een traditionele school te gaan, kreeg Marie thuis degelijk privéonderwijs.

Haar literaire pad kreeg een beslissende wending door haar vriendschap met Rite Cranleux, een nichtje van dichter Emile Verhaeren.

Via haar leerde Gevers Verhaeren persoonlijk kennen.

Aangemoedigd door zowel Verhaeren als Max Elskamp begon ze met dichten.

Gisteren nog vandaag

Al in 1907 debuteerde ze met drie gedichten in het Brusselse tijdschrift Durendal, waarna Verhaeren ervoor zorgde dat haar poëzie ook een plek kreeg in het toonaangevende Franse tijdschrift Mercure de France.

Hoewel haar debuutbundel Missenbourg al in 1914 voltooid was, verscheen deze pas in 1917.

In 1931 maakte ze de overstap naar proza met haar eerste roman La comtesse des digues, later vertaald als De dijkgravin.

Hierna liet ze de poëzie achter zich en legde ze zich volledig toe op romans en kinderboeken.

Haar werk had vaak een autobiografische en licht filosofische ondertoon.

Met een gevoelige, nauwgezette blik bracht ze het Vlaamse plattelandsleven tot leven, vooral rond de Scheldestreek, waardoor ze vaak gerekend wordt tot de heimatliteratuur.

Ze schetste op tedere en nostalgische wijze het reilen en zeilen op haar geliefde kasteel Mussenborg en het landelijke bestaan aan het begin van de twintigste eeuw.

Gisteren nog vandaag

Daarnaast bouwde Gevers een sterke reputatie op als vertaalster naar het Frans.

Ze vertaalde klassiekers zoals Hollands Glorie van Jan de Hartog en boeken van bevriende auteurs, waaronder Moeder, waarom leven wij? van Lode Zielens en diverse werken van Felix Timmermans.

Timmermans verzorgde op zijn beurt de illustraties bij haar kinderverzen in Almanach perpétuel des jeux d’enfants / Chansons de Marie Gevers.

Ook de bekende sprookjes van koningin Fabiola werden door haar naar het Frans overgezet.

In 1975 overleed Marie Gevers op 91-jarige leeftijd.

Haar kist werd bijgezet in de familiegrafkelder op de begraafplaats van Edegem, de plek waarmee haar leven en werk altijd zo nauw verbonden bleven.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vijfenveertig jaar geleden werd deze bijzondere reeks foto’s gemaakt van de Tsjechische kunstenaar Reon Argondian en zijn gezin in het bos van Quénécan, diep in Bretagne.

Reon werd op 21 juli 1948 in Praag geboren als Jan Zahradník. Omdat het toenmalige communistische regime hem weigerde toe te laten tot de kunstacademie, schoolde hij zich noodgedwongen om tot pottenbakker.

Zijn artistieke drang liet zich echter niet tegenhouden. Al op elfjarige leeftijd begon hij met olieverf en rond zijn zeventiende ontstonden de eerste doeken van zijn denkbeeldige droomuniversum, het latere Argondia.

Zijn zoektocht bracht hem uiteindelijk naar Frankrijk.

Na een periode bij het middeleeuwse kasteel Roquebrune, waar de bloeiende tuinen zijn kleurenpalet verrijkten met fellere tinten, streek hij neer in Bretagne.

In het dorpje Sainte-Brigitte bouwde hij een verlaten ruïne eigenhandig om tot een magische leefwereld met leistenen muren.

Tussen 1971 en 1988 exposeerde hij wereldwijd en viel hij veelvuldig in de prijzen.

Voor zijn veertigste verjaardag zette hij zijn meesterstuk neer: een complete magische grot die diende als galerie en internationale bekendheid bracht aan het kleine Bretonse dorp.

Het noodlot sloeg toe in november 1991, toen een felle brand de galerij en een deel van het woonhuis in de as legde.

Vastberaden begon het gezin in de lente aan de heropbouw.

Het project herrees als een feniks, net op tijd om in de zomer van 1992 weer bezoekers te ontvangen onder de toepasselijke naam Maison du Phoenix.

Toen Tsjechië zich in 1993 weer opende voor de wereld, keerde Reon terug om zijn familie te bezoeken.

Een expositie in het Praagse Karolinum werd zo lovend ontvangen door pers en publiek dat hij besloot definitief terug te keren naar zijn vaderland.

Na een tussenstop in een oude bakkerij bij de Karelsbrug, transformeerde hij in 2005 een historisch pand met drie verdiepingen op de Petřín-heuvel tot een betoverende grot vol stalactieten, sfeerverlichting, atelier en woonruimte.

De inmiddels 78-jarige kunstenaar woont en werkt daar nog altijd.

Hij creëert nog steeds zijn kenmerkende, psychedelische olieverfschilderijen vol mystieke wezens, vloeiende natuur en vrouwelijk naakt.

Door zijn bewerkelijke renaissancetechniek, waarbij verflagen maandenlang moeten drogen, vergt een serie werken vaak een vol jaar geduld.

Wie zijn werk wil ervaren, kan tegenwoordig terecht in zijn magische grot in Praag of bij de vaste collectie in het Tsjechische kasteel Plumlov.

55 jaar geleden, op bezoek bij het Attractiepark Madurodam in Den Haag.

Madurodam werd bedacht door Bep Boon-van der Starp, die zich liet inspireren door het Britse miniatuurstadje Bekonscot Model Village, dat in 1929 in Beaconsfield werd gesticht.

Als lid van de Raad van Bijstand van de Stichting Nederlands Studenten Sanatorium, een organisatie die Nederlandse studenten met tuberculose in staat stelde een kuur te ondergaan en te studeren, zocht Bep Boon-van der Starp naar een manier om blijvend inkomsten voor de stichting te verwerven.

Door een miniatuurstadje te laten bouwen, hoopte hij dat doel te bereiken.

Zijn naam leeft in het park tot op de dag van vandaag voort in het fictieve dorpje Starpenheuvel.

Het park werd genoemd naar George Maduro, een Curaçaose student die zich tijdens de meidagen van 1940 als cavalerieofficier onderscheidde in de slag om de residentie, en in februari 1945 overleed in concentratiekamp Dachau.

Zijn ouders schonken het beginkapitaal voor het project, dat door de familie Maduro wordt beschouwd als een monument voor hun enige zoon.

Gisteren nog vandaag

Sinds 1993 is in Madurodam een schaalmodel van het uit 1895 daterende geboortehuis van Maduro op Curaçao te zien.

Naast de maquette van het huis is een plaquette bevestigd met de tekst dat Nederland in Maduro zijn oorlogshelden uit de strijd van 1940-1945 eert.

De inkomsten van Madurodam gaan naar goede doelen via de Stichting Madurodam Steunfonds.

Het Steunfonds verleent financiële steun aan algemeen nut beogende instellingen die zich met hun activiteiten richten op jongeren of duurzame projecten ten behoeve van jongeren.

Voorbeelden van lopende projecten zijn onder andere het Jeugdsportfonds, het KNCV Tuberculosefonds en het Cruyff Court Laakkwartier in Den Haag.

Het oorspronkelijke stedenbouwkundige ontwerp is van de Groningse architect Siebe Jan Bouma, destijds directeur van het Zuiderzeemuseum.

In het midden van de jaren tachtig werd een nieuwe wijk ontworpen door de architect Carel Weeber.

Begin jaren negentig werd het grondgebied van Madurodam uitgebreid en kon de nieuwe wijk worden aangelegd, waardoor er meer ruimte kwam voor grote objecten zoals Schiphol en de Rotterdamse haven.

Het vernieuwde Madurodam werd op 15 mei 1996 heropend door toenmalig koningin Beatrix.

In 2003 werd het model van de Luchthaven Schiphol vernieuwd en vergroot, tot dan toe het grootste gebouwde object in de geschiedenis van het park.

In de loop der jaren is de miniatuurstad steeds verder vernieuwd.

Gisteren nog vandaag

Zo is er een nieuwe themazone bijgekomen met moderne en bekende Rotterdamse gebouwen, evenals een authentieke wijk die een breed beeld geeft van het Nederlandse straatbeeld.

In de zomer van 2025 opende daarnaast een attractie die bezoekers meeneemt in de kracht van de wind.

Naast deze geschiedenis kent Madurodam tal van bijzondere weetjes die het park extra uniek maken.

Het hele stadje is gebouwd op een exacte schaal van 1 op 25.

Prinses Beatrix werd bij de opening in 1952 de allereerste burgemeester van Madurodam.

Pas toen zij in 1980 koningin werd, legde ze die functie neer en werd ze beschermvrouwe.

Tegenwoordig kiest een jeugdgemeenteraad elk jaar een nieuwe scholier als burgemeester.

Ook de natuur in het park is bijzonder.

Er staan zo’n 4.000 tot 5.000 echte bomen in het park, waaronder eiken, iepen en beuken.

Door intensief snoeien en speciale bemesting worden het volwaardige miniatuurbomen die nooit groter worden dan een meter, en sommige van deze boompjes staan er zelfs al sinds de opening in 1952.

Om de vrolijke en levendige sfeer van de stad te bewaken, ontbreken een ziekenhuis en een begraafplaats bewust in het park.

Alle miniaturen en bewegende vervoermiddelen worden tot op de millimeter nauwkeurig gemaakt in het eigen atelier van het park, waar vakmensen continu schaven aan de kleinste verhalen van Nederland.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het ook al 49 jaar geleden dat Elvis Presley kwam te overlijden.

Hoewel de officiële doodsoorzaak van Elvis Presley na zijn overlijden op 16 augustus 1977 werd vastgesteld op hartfalen, werpt zijn voormalige huisarts een ander licht op de zaak.

Elvis werd destijds dood op het toilet aangetroffen en de arts die hem probeerde te reanimeren, dokter Nichopoulos, stelt in zijn boek ‘The King and Doctor Nick’ dat de zanger gered had kunnen worden als hij een operatie niet had geweigerd.

Nichopoulos, die de laatste twaalf jaar van Elvis’ leven deel uitmaakte van zijn entourage, onthult daarin schokkende details over de werkelijke gezondheidstoestand van de King.

Volgens de arts leed Elvis aan een erfelijke darmverlamming die leidde tot een extreme vorm van constipatie.

Zijn dikke darm had een abnormale diameter van vijftien tot achttien centimeter, wat aanzienlijk groter is dan de normale zes tot negen centimeter.

Nichopoulos schrijft dat de doodsoorzaak aanvankelijk onzeker was, maar dat nieuw onderzoek de puzzelstukjes uiteindelijk in elkaar heeft doen vallen.

In de darmen van Elvis werd stoelgang aangetroffen die daar al vier tot vijf maanden vastzat.

Deze aandoening verklaart volgens de dokter ook het beruchte overgewicht van de zanger; dit kwam niet door te veel of te vet eten, maar was een direct gevolg van de ernstige verstopping.

De ziekte had een enorme impact op het leven van de zanger.

Elvis schaamde zich er diep voor en had soms zelfs ongelukjes op het podium, waardoor hij zich tijdens optredens halsoverkop moest omkleden.

Omdat constipatie in de jaren zestig en zeventig nog in de taboesfeer zat en nauwelijks bespreekbaar was, zocht hij onvoldoende hulp, hoewel de behandelingen intussen sterk zijn geëvolueerd.

Nichopoulos is er dan ook van overtuigd dat Elvis wellicht nog in leven had kunnen zijn als hij destijds de nodige darmoperatie had ondergaan.

Op de plaats waar Graceland staat, stond oorspronkelijk een boerderij die eigendom was van Stephen C. Toof, de oprichter van S.C. Toof & Co., een commerciële drukkerij in Memphis.

Het landgoed werd vernoemd naar Toofs dochter, Grace, die de boerderij later erfde.

Spoedig daarna kreeg dit gedeelte van het land de naam Graceland.

In 1939 bouwde Grace Toofs nichtje, Ruth Moore, samen met haar echtgenoot dr. Thomas Moore een landhuis in koloniale stijl op het terrein.

Het landhuis telt drieëntwintig kamers, waaronder acht slaapkamers en badkamers.

De badkamer waar het levenloze lichaam van Elvis werd gevonden, bevindt zich pal boven de entree.

Deze ingang wordt ondersteund door vier grote pilaren, en bij het portiek waken aan weerszijden twee grote leeuwen.

Toen Elvis Graceland kocht, liet hij ingrijpende aanpassingen uitvoeren.

Zo kwamen er een stenen muur rondom het terrein, een smeedijzeren poort met een muziekthema, een zwembad, een tennisbaan en de beroemde Jungle Room, die voorzien is van een overdekte waterval.

In februari en oktober 1976 werd deze Jungle Room omgebouwd tot een opnamestudio.

Hier nam Elvis bijna alle nummers op voor zijn laatste twee studioalbums, ‘From Elvis Presley Boulevard’, ‘Memphis, Tennessee’ en ‘Moody Blue’.

Dit waren zijn laatst bekende opnamen in een studio-omgeving.

Om tot rust te kunnen komen, liet Elvis in de tuin de Meditation Garden aanleggen.

Hij bleef op het landgoed wonen tot aan zijn overlijden op 16 augustus 1977.

Na zijn dood werd Elvis begraven in deze Meditation Garden, net als zijn ouders Gladys en Vernon en zijn grootmoeder.

Ook ligt er een gedenksteen voor Elvis’ tweelingbroer Jesse Garon, die tijdens de geboorte overleed.

De Meditation Garden werd al in 1978 opengesteld voor het publiek, en op 7 juni 1982 opende Graceland officieel de deuren als museum.

Inmiddels is het landgoed uitgegroeid tot een waar bedevaartsoord en vormt het, naast de muziek, de grootste bron van inkomsten voor zijn nabestaanden.

Met jaarlijks zo’n 600.000 tot 700.000 bezoekers is het landhuis in Memphis, Tennessee, het op één na meest bezochte woonhuismuseum van de Verenigde Staten, na het Witte Huis.

Een ticket kost afhankelijk van het gekozen type rondleiding tussen de 53 en 148 dollar voor volwassenen (ongeveer 48 tot 134 euro)

Sinds de openstelling voor publiek op 7 juni 1982 tot aan 2026 hebben in totaal ruim 23 miljoen bezoekers een bezoek gebracht aan Graceland.

40 jaar geleden, te gast op de filmset van de Vlaamse film Het gezin van Paemel.

Het scenario, geschreven door Hugo Claus, is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk uit 1903 van Cyriel Buysse. De regie was in handen van Paul Cammermans.

Gisteren nog vandaag

De film speelt zich af aan het einde van de negentiende eeuw.

Vader Van Paemel is boer op de hoeve van baron De Wilde.

Tijdens een mondaine jachtpartij op het landgoed van de baron raakt de zachtaardige Désiré Van Paemel zo zwaar verwond dat hij voor de rest van zijn leven invalide blijft.

Eduard, de oudste zoon, neemt actief deel aan stakingen in de stad en sluit zich aan bij de socialistische arbeidersbeweging.

Tegen de zin van boer Van Paemel heeft de oudste dochter,

Cordule heeft een verhouding met de stroper Masco, terwijl de jongste dochter, Romanie, gedwongen wordt om als dienstmeid op het kasteel te werken.

Daar wordt ze verleid door Maurice, de zoon van de baron.

Wanneer Kamiel de hoeve verlaat, omdat hij onder de wapens wordt geroepen, verslechtert de situatie op de boerderij door een gebrek aan werkkrachten.

Het gezin van Paemel kwam in het voorjaar van 1987 in de zalen.

De filmmuziek werd gecomponeerd door de Belgische muzikant en componist Daniel Schell.

De film bracht een sterke cast samen, met onder meer Senne Rouffaer als boer Van Paemel, Chris Boni als boerin Van Paemel, Jan Decleir als stroper Masco, Frank Aendenboom als Eduard, Marc Peeters als Kamiel, Marc Van Eeghem als Celis, Marijke Pinoy als Romanie, Viviane De Muynck als Cordule, Camilia Blereau als Danielle en Thom Hoffman als Maurice.

De film kende een groot succes en lokte destijds bijna een kwart miljoen bezoekers naar de bioscoop.

Daarmee geldt de prent nog altijd als een klassieker uit de Vlaamse filmgeschiedenis.

Gisteren nog vandaag