Jean Marais: het bewogen leven van een Franse legende en zijn ‘On oublie tout, on oublie rien’

De Franse acteur Jean Marais, geboren als Jean Alfred Villain-Marais en door intimi liefkozend Jeannot genoemd, kende een bewogen weg naar de top.

Zijn kinderjaren waren verre van eenvoudig.

Toen hij werd geboren, weigerde zijn moeder hem te zien, omdat haar dochtertje pas enkele dagen daarvoor was overleden.

Toen zijn vader terugkeerde uit het leger was Jean vijf jaar oud, maar niet veel later bracht zijn moeder de drie kinderen onder bij hun grootmoeder, waar ze zonder vader opgroeiden.

Al van jongs af aan droomde Jean van het acteurschap, ondanks het gebrek aan steun van zijn familie en twee afwijzingen door de toneelschool.

Nadat hij van school werd gestuurd omdat hij verkleed als meisje zijn vrienden vermaakte en met een leraar flirtte, ging hij aan de slag als assistent van een fotograaf.

Zo kon hij acteerlessen bekostigen bij de grote regisseur Charles Dullin.

Om rond te komen nam hij vermoeiende figurantenrolletjes aan voor tien frank per dag, maar hij was zielsgelukkig om eindelijk in de theaterwereld te staan.

In het begin viel hij vooral op door zijn aantrekkelijke uiterlijk en innemende persoonlijkheid, maar al snel ontwikkelde hij zich tot een veelzijdig en gerespecteerd acteur.

Zijn levenslange passie voor schilderen leverde hem zijn eerste filmkans op: regisseur Marcel L’Herbier kocht in 1933 een van Jeans doeken en gaf hem meteen een paar kleine filmrollen.

Het echte keerpunt kwam toen hij op zijn vierentwintigste de dichter en cineast Jean Cocteau ontmoette.

Cocteau lanceerde Marais’ carrière met rollen in onder meer ‘Oedipe-Roi’ en ‘Les Chevaliers de La Table Ronde’.

De ontmoeting voelde voor Marais als een wedergeboorte. Cocteau werd een vaderfiguur, mentor en levenspartner, en de twee bleven onafscheidelijk tot Cocteaus dood, vijfentwintig jaar later.

Samen boekten ze enorme successen, zoals met de film ‘L’Éternel retour’ en klassiekers als ‘La belle et la bête’ uit 1946, waarin Marais op meesterlijke wijze zowel het beest als de prins vertolkte, en ‘Orphée’ uit 1949.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef hij optreden in het bezette Parijs, maar na de bevrijding in 1944 meldde hij zich bij de Tweede Franse Pantserdivisie.

Als vrachtwagenchauffeur bracht hij brandstof en munitie naar het front, een moedige inzet die hem het Croix de guerre opleverde.

Na de oorlog groeide Marais uit tot een internationaal tieneridool en een icoon van de Franse cinema en het theater.

Hij schitterde in romantische drama’s, komedies en vooral spannende mantel-en-degenfilms.

In de jaren zestig boekte hij opnieuw enorm veel succes in de populaire Fantômas-reeks, waarin hij zowel de geheimzinnige schurk met het blauwe masker speelde als journalist Fandor, tegenover komiek Louis de Funès.

Ook op muzikaal vlak liet de veelzijdige artiest van zich horen.

Zo bracht hij in 1988 op het label Franceval het nummer On oublie tout, on oublie rien uit.

De tekst werd geschreven door Gilbert Sinoué en François Valéry, die tevens de muziek componeerde.

Het nummer is een weemoedige bespiegeling over nostalgie, de vergankelijkheid van de tijd en de manier waarop herinneringen en muziek verbonden blijven met iemands levensverhaal.

De tekst beschrijft hoe men door de jaren heen bepaalde details uit het verleden lijkt te vergeten, maar dat de diepere emoties, de gezichten van vrienden, de liefdes en de mooie momenten onuitwisbaar in het geheugen bewaard blijven.

Marais bracht het nummer destijds onder de aandacht via optredens in Franse televisieprogramma’s, waaronder het populaire La Classe.

Voor zijn indrukwekkende oeuvre ontving hij in 1993 een ere-César en in 1996 het Franse Legioen van Eer.

Datzelfde jaar speelde hij zijn laatste filmrol in ‘Io ballo da sola’ van Bernardo Bertolucci.

De veelzijdige kunstenaar Jean Marais overleed op 8 november 1998 in Cannes aan een hartaanval en liet een rijke erfenis aan film, theater, schilderkunst en beeldhouwwerken na.

40 jaar geleden, Images en het nachtelijke succes van Les démons de minuit

Images werd halverwege de jaren tachtig opgericht in Toulouse en bestond uit zanger, bassist Jean-Louis Pujade en synthesizerspeler Frédéric Locci.

Mario Ramsamy, oorspronkelijk afkomstig van het eiland Mauritius, bracht een herkenbare zangstijl mee die perfect aansloot bij de opkomende synthpop van dat decennium.

Met hun aanstekelijke mix van melodieuze pop en elektronische dansritmes wist het trio al snel de aandacht te trekken van een breed publiek.

Hun grote doorbraak kwam in 1986 met de release van ‘Les démons de minuit’.

De melodie en het arrangement werden gecomponeerd door Christophe Després en Jean-Louis Pujade, terwijl de tekst werd geschreven door Richard Seff, die ook verantwoordelijk was voor de productie.

Het nummer groeide uit tot een ongekende zomerhit in Frankrijk en domineerde wekenlang de hoogste regionen van de officiële hitlijsten.

De combinatie van een meeslepende baslijn, weelderige synthesizers en het dramatische thema van nachtelijke verleidingen en slapeloze verlangens sloeg enorm aan.

Inhoudelijk draait het lied om de eenzaamheid en verleidingen die toeslaan wanneer de klok middernacht slaat en de nacht de gedachten overneemt.

Ook de bijbehorende videoclip zorgde bij het verschijnen in 1986 voor de nodige ophef.

De video werd opgenomen in Toulouse, in de historische kerk Saint-Pierre des Chartreux.

Het visuele verhaal borduurt direct voort op het thema van nachtelijke verleidingen en volgt een priester die worstelt met zijn geloften terwijl hij ten prooi valt aan vleselijke verleidingen en innerlijke demonen.

Deze provocerende beelden leidden in 1987 zelfs tot een officiële veroordeling door de Franse katholieke kerk wegens het gebrek aan respect voor het geloof.

Hoewel een specifieke regisseur in officiële credits zelden met naam wordt genoemd, stond de artistieke leiding onder supervisie van Richard Seff, en het lichte schandaalsfeertje rond de clip droeg alleen maar bij aan de nieuwsgierigheid en de enorme populariteit van het nummer.

Een opvallend detail rond het ontstaan van het nummer is de rol van Christophe Després.

Hij was een van de oorspronkelijke drijvende krachten achter de compositie, maar verliet het project al snel na de opname om samen met zangeres Sabine Paturel en later met Pacifique aan nieuwe muzikale avonturen te werken.

Desondanks werd Les démons de minuit een blijvend monument in de Franse popgeschiedenis.

Het nummer stond meer dan dertig weken genoteerd in de Franse Top 50, waarvan maar liefst dertien weken onafgebroken op de eerste plaats.

Ook buiten Frankrijk kende het nummer succes, al waren de verschillen in de Lage Landen opmerkelijk.

In september bereikte het nummer in de Nationale Belgische Top 50 de eerste plaats, wat vooral te danken was aan de enorme populariteit in Wallonië.

In Vlaanderen bleef het succes iets bescheidener en bereikte de single de vierentwintigste plaats in de BRT Top 30.

In Nederland sloeg de Franstalige synthpophit nauwelijks aan en wist het nummer zelfs de Tipparade niet te bereiken.

Na dit gigantische succes bracht de band Images nog verschillende andere populaire singles uit, waaronder ‘Corps à corps’ en ‘Ma maîtresse’, waarmee ze bewezen dat ze geen eendagsvlieg waren.

Aan het einde van de jaren negentig sloeg de groep de handen ineen met Émile Wandelmer, de voormalige frontman van Gold, een andere populaire band uit Toulouse.

Onder de naam Émile et Images beleefden ze een opmerkelijke comeback en brachten ze nostalgische verzamelalbums uit die opnieuw voor volle zalen en platina verkoopcijfers zorgden.

Tot op de dag van vandaag geldt (Les démons de minuit( als een absolute klassieker op Franstalige dansvloeren en retrofeesten.

Céline Dion schittert opnieuw: emotionele terugkeer op het podium gisteren in Parijs tijdens eerste liveconcert in meer dan zes jaar

Céline Dion stond op zaterdag 12 september 2026 voor het eerst in meer dan zes jaar weer op het podium voor een volledig liveconcert.

Het optreden vond plaats in de uitverkochte Paris La Défense Arena in Nanterre en markeerde de aftrap van haar grootschalige concertresidentie in Parijs.

De zaal, die tegenwoordig ook bekendstaat als de Plenitude Arena, ontving tienduizenden fans die getuige waren van een bijzonder geladen en feestelijke avond.

Het optreden verliep bijzonder emotioneel.

Céline Dion opende de show met het Franstalige ‘On ne change pas’, een nummer dat door velen werd gezien als een veelzeggende verwijzing naar haar lange afwezigheid.

Al bij de eerste noten schoot ze vol en kwamen er tranen van ontroering.

Ze hield haar microfoon naar het publiek om haar door de brug van het nummer te helpen en liet weten dat het tranen van vreugde waren.

Gedurende de avond sprak ze het publiek voornamelijk in het Frans toe. Ze benadrukte dat ze haar belofte had ingelost om terug te keren op de bühne en sprak haar enorme dankbaarheid uit voor het geduld en de steun tijdens haar herstelproces van het stiff-person-syndroom.

De voorstelling was opgebouwd uit vier delen en een toegift van vier nummers, goed voor een royale setlist van 26 liedjes.

Zowel haar Franstalige als Engelstalige klassiekers kwamen uitgebreid aan bod, waaronder ‘The Power of Love’, ‘Because You Loved Me’, ‘All By Myself’, ‘Pour que tu m’aimes encore’ en vanzelfsprekend ‘My Heart Will Go On’.

Als slotakkoord koos ze voor het ingetogen S’il suffisait d’aimer.

Naast de bekende ballads bevatte de avond een aantal opvallende muzikale verrassingen.

Zo bracht ze live-debuten van nummers zoals ‘The Chase’ en ‘Dansons’, en zong ze een energieke dansmedley met covers van Donna Summers’ ‘I Feel Love’ en ‘Sweet Dreams’ van Eurythmics.

Visueel koos artistiek leider Willo Perron voor een sobere en stijlvolle regie.

Céline Dion verscheen in een reeks elegante zwarte jurken, waardoor de aandacht volledig naar haar stem en podiumprésence ging.

Dit openingsconcert was het startsein voor een residentie van in totaal 26 data.

De eerste reeks van zestien concerten loopt door tot medio oktober, waarna ze in het voorjaar van 2027 terugkeert naar Parijs voor het tweede deel van de reeks.

Het optreden werd door toeschouwers unaniem ervaren als een triomfantelijke en vocaal overtuigende terugkeer van de zangeres.

De keuze voor Parijs heeft zowel een diepe emotionele betekenis als een nuchtere praktische reden.

Frankrijk en het Franstalige publiek hebben altijd een bijzondere plaats ingenomen in haar loopbaan, mede door haar historische samenwerkingen met onder meer Jean-Jacques Goldman.

Daarnaast sloot ze in 2024 de openingsceremonie van de Olympische Spelen af met een indrukwekkend optreden.

Vanop de Eiffeltoren bracht ze toen het nummer L’Hymne à l’amour van Édith Piaf, een moment dat haar het doorslaggevende vertrouwen gaf dat een terugkeer voor een publiek weer haalbaar was.

Minstens zo belangrijk is de praktische kant: zingen in een vaste residentie ontziet haar lichaam enorm.

Ze hoeft niet continu van stad naar stad te reizen, wat met het stiff-person-syndroom en de noodzaak aan rust en medische begeleiding te zwaar zou zijn.

De Plenitude Arena bood bovendien de capaciteit om een enorm aantal toeschouwers onder één dak te ontvangen.

Wie nu nog een plaats zoekt, kan met wat moeite nog wel terecht, al is het reguliere aanbod via de officiële verkoopkanalen grotendeels de deur uit.

De officiële ticketprijzen voor de concerten in de zaal variëren van 89,50 euro tot 298,50 euro, afhankelijk van de categorie en de plaats, waarbij de hele arena is voorzien van zitplaatsen.

Op de tribunes kost categorie 4 89,50 euro, categorie 3 111,50 euro, categorie 2 133,50 euro, categorie 1 199,50 euro en tribune goud 232,50 euro.

Voor het parterreveld starten de prijzen vanaf 133,50 euro voor categorie 2 en lopen ze op via 199,50 euro voor categorie 1 en 232,50 euro voor goud tot 276,50 euro voor parterre diamant en 298,50 euro voor parterre prestige vlak voor het podium.

Via officiële doorverkoopplatforms en erkende ticketbeurzen komen er regelmatig losse plaatsen vrij voor zowel de voorstellingen in september en oktober van dit jaar als voor de voorjaarsreeks in mei 2027, al liggen de vraagprijzen daar vaak aanzienlijk hoger of worden er duurdere vip-arrangementen aangeboden.

Wat verdere reisplannen betreft, is het voorlopig niet de bedoeling dat ze andere landen zal aandoen.

Deze concertreeks is bewust opgezet als een exclusieve residentie.

Door het publiek naar Parijs te laten reizen in plaats van zelf op wereldtournee te gaan, kan ze haar energie optimaal doseren tussen de optredens door.

Een uitbreiding naar zalen in andere Europese landen of elders ter wereld staat op dit moment dan ook niet in de planning.

Ook op muzikaal vlak zit er weer beweging in haar carrière.

Na de release van de single ‘Dansons’ in het voorjaar van 2026 is achter de schermen volop aan nieuw studiowerk gewerkt.

Dit project markeert hoofdzakelijk een terugkeer naar haar Franstalige repertoire, al zijn tweetalige nummers niet uitgesloten.

Een exacte verschijningsdatum is nog niet definitief vastgelegd, maar de komst van het nieuwe album wordt verwacht tegen het einde van 2026 of uiterlijk begin 2027, mooi aansluitend op het tweede luik van haar concertreeks in Parijs.

Vandaag is het precies negen jaar geleden dat Charles Aznavour een eigen vaste plaats op de Walk of Fame in het hart van Los Angeles kreeg.

De Franse artiest onthulde daar destijds met trots de 2.618e ster.

Voor de aanwezige fotografen en enthousiaste fans poseerde de zanger en acteur uitgebreid voor zijn kersverse tegel in het voetpad.

In een korte toespraak verwees de in 1924 in Parijs geboren zoon van Armeense immigranten naar zijn afkomst.

Hij gaf aan dat hij het fantastisch vond om twee culturen met zich mee te dragen.

Hij benadrukte daarbij dat Frans zijn werktaal was, maar dat Armeens altijd zijn moedertaal zou blijven.

Met een knipoog voegde hij eraan toe dat hij dankzij zijn ster nu ook een klein beetje Californiër was geworden, een staat waar bovendien een van zijn dochters en enkele kleinkinderen woonden.

De internationale ster, die wereldfaam verwierf met klassiekers als La bohème, She, Emmenez-moi en Mes emmerdes, componeerde in zijn ruim zeventig jaar beslaande carrière meer dan duizend nummers.

Daarnaast maakte hij furore als acteur in talloze films, waarin hij werkte met gerenommeerde regisseurs zoals François Truffaut, Claude Chabrol en Volker Schlöndorff.

Een jaar later, op 1 oktober 2018, overleed Charles Aznavour op 94-jarige leeftijd.

Op vrijdag 5 oktober 2018 organiseerde de Franse overheid een officiële nationale hommage op het terrein van Les Invalides in Parijs.

Zijn kist was bedekt met de Franse vlag en werd geflankeerd door een bloemenkrans in de kleuren van de Armeense vlag.

Onder de klanken van de duduk, een traditioneel Armeens blaasinstrument, werd de kist binnengedragen.

De plechtigheid werd bijgewoond door de Franse president Emmanuel Macron, de Armeense premier Nikol Pasjinjan, voormalige presidenten zoals Nicolas Sarkozy en François Hollande, en bekende Franse beroemdheden waaronder Eddy Mitchell, Dany Brillant, Mireille Dumas, Michel Leeb en zijn beste vriend Jean-Paul Belmondo.

In zijn toespraak noemde Macron de zanger een van de gezichten van Frankrijk. Bij het verlaten van de binnenplaats speelde de militaire kapel van de Garde Républicaine zijn wereldberoemde hit Emmenez-moi.

De daadwerkelijke begrafenis vond de volgende dag plaats in strikt besloten kring.

Voor familie en naaste vrienden werd er eerst een religieuze ceremonie gehouden in de Armeens-Apostolische Kathedraal van Johannes de Doper in Parijs.

Na deze dienst trok de begrafenisstoet naar Montfort-l’Amaury, een middeleeuws stadje zo’n 45 tot 50 kilometer ten zuidwesten van Parijs.

Daar werd Aznavour bijgezet in het marmeren mausoleum van de familie Aznavourian-Garvarentz, aan de zijde van zijn ouders en zijn zoon Patrick, die in 1981 op 25-jarige leeftijd overleed.

In Armenië werd de dag van zijn begrafenis uitgeroepen tot een officiële dag van nationale rouw.

De vriendschap tussen Charles Aznavour en acteur Jean-Paul Belmondo was een van de meest bijzondere, langdurige en oprechte vriendschappen binnen de Franse culturele geschiedenis.

Hun band ontstond in de jaren zestig, toen beiden op het hoogtepunt van hun roem stonden.

Ze steunden elkaar onvoorwaardelijk bij artistieke projecten, premières en concerten.

Aznavour noemde Belmondo publiekelijk zijn ami de toujours, oftewel vriend voor altijd.

Ze stonden erom bekend dat ze samen genoten van het goede Franse leven, gekenmerkt door humor, loyaliteit en wederzijdse bewondering.

Slechts een week voor het onverwachte overlijden van Aznavour, op 25 september 2018, kwamen de twee vrienden nog samen voor een uitgebreide lunch in een van hun favoriete Parijse cafés.

Tijdens deze lunch lieten zij een vrolijke foto samen maken. Belmondo deelde deze foto later op sociale media, wat achteraf de allerlaatste publieke foto van Charles Aznavour bleek te zijn.

Ze namen afscheid met de belofte elkaar snel weer te zien.

In plaats van een gezellig weerzien moest Jean-Paul Belmondo op 5 oktober 2018 aanschuiven bij het nationale eerbetoon in Parijs om definitief afscheid te nemen van zijn vriend.

Belmondo, die destijds zelf al fysiek zeer broos en verzwakt was, was zichtbaar diep emotioneel aangedaan tijdens de ceremonie.

Zijn aanwezigheid werd door de Franse media gezien als een van de meest aangrijpende momenten van de herdenking.

Drie jaar later overleed Jean-Paul Belmondo op 6 september 2021 op 88-jarige leeftijd.

Vandaag is het precies tien jaar geleden dat de Antwerpse schrijfster Françoise Mallet-Joris overleed..

Françoise Mallet-Joris, geboren als Françoise Lilar op 6 juli 1930 in Antwerpen, groeide op in een prominent advocatengezin.

Haar vader, Albert Lilar, diende jarenlang als Belgisch minister van Justitie.

Haar moeder, Suzanne, was niet alleen een van de allereerste vrouwelijke advocaten in België, maar ook een verdienstelijk schrijfster.

Zij schreef onder andere het schitterende Journal de l’Analogiste in 1954 en Le Malentendu du Deuxième Sexe in 1969, een werk waarin ze het bekende essay van Simone de Beauvoir met verve weerlegde.

De literatuur stroomde Françoise duidelijk door het bloed, want toen ze amper eenentwintig was, debuteerde ze met de roman Le Rempart des Béguines.

Het boek verscheen in 1951 bij René Julliard, liefst drie jaar voordat deze uitgever Françoise Sagan zou ontdekken.

Het verhaal, dat zich afspeelt in een kille en mistige Vlaamse stad, volgt een jonge vrouw die de minnares is van een oudere man en tegelijk een intieme relatie heeft met diens dochter.

Deze verhaallijn zorgde in die tijd voor flink wat opschudding, maar het boek werd meteen opgemerkt en betekende de vliegende start van een indrukwekkende literaire carrière.

Onder het pseudoniem Mallet-Joris bouwde ze een veelzijdig oeuvre op van een dertigtal titels, uitgegeven bij de meest prestigieuze huizen zoals Julliard, Grasset, Gallimard en Flammarion.

Haar grote talent werd bekroond met een hele reeks onderscheidingen.

Zo ontving ze in 1956 de Librairesprijs voor Les mensonges en in 1958 de Feminaprijs voor L’Empire céleste.

Daarna volgden de René-Julliardprijs in 1963 voor Lettre à moi-même en de Monacoprijs in 1964 voor haar historische biografie Marie Mancini, le premier amour de Louis XIV.

Naast haar werk als schrijfster van romans en biografieën had Françoise een grote passie voor het Franse chanson.

Ze schreef vele teksten voor de zangeres Marie-Paule Belle. Een interessant weetje is dat hun band verder ging dan enkel een professionele samenwerking; de twee vrouwen deelden lange tijd een romantische relatie.

Françoise was in haar leven ook drie keer getrouwd en voedde vier kinderen op.

Die boeiende en soms chaotische gezinssituatie beschreef ze op een bijzonder geestige manier in haar autobiografische succesroman La Maison de papier uit 1970, een boek dat in Frankrijk een regelrechte bestseller werd.

Haar aanzien in de literaire wereld was bijzonder groot.

Ze bracht het grootste deel van haar leven door in Parijs, waar ze van 1969 tot 1971 in het comité van de Feminaprijs zetelde.

In november 1971 werd ze unaniem verkozen tot lid van de illustere Académie Goncourt.

Ze bleef een zeer gewaardeerd lid van deze jury tot 2011, het jaar waarin ze om gezondheidsredenen besloot een stap terug te zetten.

Als extra erkenning voor haar werk uit haar geboorteland werd ze in 1993 overigens ook opgenomen in de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique.

Na een rijkgevuld leven vol literatuur en cultuur publiceerde ze in 2007 haar allerlaatste roman, Ni vous sans moi, ni moi sans vous, die opnieuw bij Grasset verscheen.

Françoise Mallet-Joris overleed uiteindelijk op 13 augustus 2016 op zesentachtigjarige leeftijd in de Franse gemeente Bry-sur-Marne, waar ze haar laatste levensjaren in rust doorbracht

Een van de grootste chansonniers die Frankrijk ooit heeft gekend, was zonder twijfel Charles Aznavour.

De zanger zette in de zomer van 1976 zijn vijfentwintigste jubileumjaar als zanger-componist zeer succesvol in met de hit “Mes Emmerdes”.

Alhoewel hij destijds over de ganse wereld als supervedette gekend stond, had hij een erg hard en vaak arm leven achter de rug.

Gevraagd naar zijn prilste jeugdherinneringen vertelde Charles Aznavour toen dat hij was opgegroeid in een sfeer van muziek, liefde en armoede.

Zijn ouders, die Armeniërs waren, baatten een klein restaurant uit en werkten hard om bijna niets te verdienen.

Zijn vader ging liedjes zingen om nog enkele stuivers bij te verdienen en zijn moeder nam allerlei rolletjes aan als actrice om haar kinderen van kledij en eten te kunnen voorzien.

Het opmerkelijke was dat, alhoewel het gezin zelf nauwelijks voldoende voedsel had, zijn ouders altijd de eersten waren om lotsgenoten te helpen.

Tragedie en tederheid zijn kenmerkende elementen van het befaamde repertoire van Aznavour.

Amper negen jaar oud wilde de kleine Charles ook al een beetje bijspringen om de huishoudkas wat aan te dikken.

Hij deed een auditie als Kozakkendansers, wat hem een rolletje als soldaat opleverde.

Zo begon de uiterst bescheiden toneelcarrière van deze veelzijdige ster.

Toen de oorlog kwam, was het meteen gedaan met het restaurantje van zijn ouders.

Zijn vader ging bij het leger en Charles werd krantenventer.

In die tijd begon hij ook liedjes te schrijven, gewoon voor de lol, die hij dan zong voor zijn collega’s in de Music Hall-club.

Daar ontmoette hij Pierre Roche, met wie hij de komende jaren vele liedjes zou schrijven.

Aznavour en Roche werden al gauw bekend als succesvolle schrijvers, in een tijd waarin er nog geen sprake was van hits, nadat heel Frankrijk nummers als “J’ai bu” meezong.

Mensen als Maurice Chevalier, Edith Piaf en Mistinguett kwamen bij hem aankloppen voor nieuwe liedjes.

Het was juist Edith Piaf die hem aanraadde om zelf te gaan zingen.

Aznavour dacht erover na en nam uiteindelijk het risico.

In 1950 brak hij met Pierre Roche om voortaan als zanger-componist door het leven te gaan.

Wanneer hij het over een risico had, wist hij goed wat hij bedoelde, want hij moest zo’n negen jaar wachten om als zanger erkend te worden.

Pas in 1959 trad hij voor het eerst als ster op in het Parijse Alhambra en het volgende jaar begon zijn loopbaan als een trein te bollen.

Men bood hem zelfs rollen aan in muzikale films, maar daar voelde Aznavour niet erg veel voor, omdat hij liever had dat de mensen hem live aan het werk hoorden op de scène en hij niet van foefjes hield.

Enkele jaren later trad hij niettemin op in gewone speelfilms zoals “August in Parijs” met Susan-Fleur Hampshire, “Journey on the Rhine” en “Three Fables” met topdanseres Leslie Caron.

Amerika kwam in 1963 aan de beurt.

In een oogwenk was heel New York veroverd nadat Charles daar in de Carnegie Hall had gezongen, wat wordt beschouwd als een van de belangrijkste gebeurtenissen van dat jaar voor de New Yorkers.

Over zijn liedjes vertelde hij dat hij als een fotograaf te werk ging.

Hij schiep zelf geen toestanden, maar benaderde de menselijke ziel en maakte er een portret van.

Als hij iets of iemand interessant vond, maakte hij er een liedje van.

Meestal schreef hij over de mensen en hun problemen, soms ook over de liefde, maar dan zonder zoeterig te willen zijn.

“Mes Emmerdes” ging bijvoorbeeld over zijn hele leven, inclusief alle problemen en situaties, zowel mooi als lelijk.

In dat rijke oeuvre van liefdesliedjes paste ook het nummer “Par gourmandise”, dat zoals gewoonlijk door Charles Aznavour zelf werd geschreven en terug te vinden was op zijn album Voilà que tu reviens en uitgebracht in 1976.

In dit sensuele en poëtische lied vergeleek Aznavour de liefde en het verlangen naar zijn partner met culinaire hoogstandjes en zoete zonden.

Het nummer gebruikte dan ook smaakvolle metaforen waarin de geliefde werd omschreven als een “péché mignon”, snoepgoed, een verboden vrucht en zelfs een “petit pain au chocolat”.

Tijdens live-optredens leidde hij het nummer vaak in met een monoloog over hoe moeilijk het is voor een songwriter om steeds weer nieuwe, originele manieren te vinden om “ik hou van jou” te zeggen zonder in clichés te vervallen.

Charles Aznavour zong dit nummer overigens ook in het Engels onder de titel “You Make Me Hungry For Your Loving”.

Na tien jaar had men in Frankrijk door dat Charles Aznavour enorm veel talent bezat.

Men geraakte snel in extase over de nieuwe Franse superster, zodat hij bijvoorbeeld in 1967 niet minder dan 67 voorstellingen moest geven van zijn One Man Show in de Parijse showtempel Olympia.

Aznavour was zonder meer een doorzetter.

Zo liep hij in 1973 een beenbreuk op tijdens het skiën, maar hij wilde ondanks veel pijn en narigheid absoluut zijn optredens afwerken.

Optredens waren immers erg belangrijk voor hem.

Hij gaf toe niet te weten hoe je een hit moest schrijven, maar wel te weten wat je op de planken moest brengen.

Hoewel hij dacht niet te weten hoe je een succesliedje schrijft, heeft hij in de loop der jaren toch een enorme stapel hits geproduceerd.

De verzamel-cd “Les Plus Belles Chansons”, uitgebracht in 2025, stond er vol van, met klassiekers als “La Mamma”, “Que c’est triste Venise”, “She”, “The Old Fashioned Way”, “Yesterday When I Was Young” en “Mes Emmerdes”

Michel Delpech en het succesverhaal achter zijn zomerhit ‘Pour Un Flirt’.

Michel Delpech werd op 26 januari 1946 geboren in Courbevoie, vlak bij Parijs.

Hij groeide op in een muzikaal gezin en liet zich al op jonge leeftijd inspireren door grote Franse meesters zoals Charles Aznavour en Gilbert Bécaud.

In de jaren zestig zette hij zijn eerste stappen in de muziekwereld en brak hij door met nummers zoals Chez Laurette.

Samen met componist Roland Vincent schreef hij in 1969 het door de hippiecultuur geïnspireerde ‘Wight Is Wight’.

Deze single werd een groot succes en behaalde een tweede plaats in Wallonië en een veertiende plaats in Vlaanderen.

De echte internationale doorbraak voor het duo Delpech en Roland Vincent kwam twee jaar later, in de lente van 1971.

Samen schreven ze het aanstekelijke nummer ‘Pour Un Flirt’.

Het liedje viel op door de speelse tekst over een onbezorgde romance, de vrolijke melodie en de warme, meeslepende stem van Delpech.

Het werd een gigantische zomerhit in 1971 die de eerste plaats bereikte in de BRT Top 30 in België en wekenlang de hitlijsten aanvoerde.

Ook in Nederland maakte de single indruk met een derde plaats in de Top 40.

Dankzij dit nummer groeide Michel Delpech uit tot een waar tieneridool.

In de jaren daarna bleef Delpech populair in de Franstalige wereld en schreef hij nog tal van andere pareltjes zoals ‘Les divorcés’, ‘Le Chasseur’, ‘Quand j’étais chanteur’, ‘Ce lundi-là’, ‘Loin d’ici’ en natuurlijk ook ‘La maison est en ruine’.

Hoewel hij later in zijn carrière te maken kreeg met persoonlijke tegenslagen en gezondheidsproblemen, bleef hij tot op latere leeftijd optreden en albums opnemen.

Michel Delpech overleed op 2 januari 2016 op negenenzestigjarige leeftijd, maar Pour Un Flirt geldt tot op de dag van vandaag als een tijdloze klassieker uit de Franse popmuziek.

Mireille Mathieu mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen.

Het nummer ‘Together We’re Strong’ is een bijzonder duet tussen de Franse zangeres Mireille Mathieu en de Amerikaanse acteur Patrick Duffy.

Het nummer is van de hand van de bekende Duitse componist Ralph Siegel, die vanwege zijn indrukwekkende palmares van vierentwintig inzendingen ook wel Mister Eurovisie Songfestival wordt genoemd.

Hij wist het festival zelfs te winnen met het nummer ‘Ein bißchen Frieden’ van de zangeres Nicole.

De oorspronkelijke tekst werd geschreven door Bernd Meinunger, terwijl Richard Palmer-James, medeoprichter van de band Supertramp, verantwoordelijk was voor de Engelse versie.

De single ‘Together We’re Strong’ werd een groot succes in de Lage Landen; in de BRT Top 30 behaalde het nummer een mooie vierde plaats en in de Nederlandse Top 40 klom het duo zelfs op naar de tweede positie.

Vandaag mag de Franse actrice en zangeres Charlotte Gainsbourg 55 kaarsjes uitblazen.

Charlotte Gainsbourg werd geboren in Londen, maar groeide op in Parijs.

Naast acteren werd het zingen Gainsbourg met de paplepel ingegoten.

Zij nam op haar dertiende het nummer Lemon Incest met haar vader op, en bij de film Charlotte for Ever bracht ze een gelijknamige cd uit.

Nadat haar vader in 1991 overleed, warmde haar gevoel voor muziek weer op.

In 2006 kwam haar tweede album, 5:55, uit, dat ze co-produceerde met het Franse duo Jean-Benoît Dunckel en Nicolas Godin (die we kennen van de groep Air) en producer Nigel Godrich.

Jean-Benoît Dunckel en Nicolas Godin schreven ook de muziek en de teksten werden verzorgd door Jarvis Cocker en Neil Hannon. Met uitzondering van twee nummers waar de tekst geschreven is door Charlotte Gainsbourg.

Haar muziekstijl wordt door enkelen vergeleken met die van haar ouders, waarbij met name haar zwoele stem gelijkenis vertoont met die van Jane Birkin.

Van de cd werden in Frankrijk meer dan 300.000 stuks verkocht, goed voor een platina-status.

Eind 2009 maakte zij haar derde studioalbum IRM, waarvan de titeltrack op haar officiële website als download werd aangeboden.

De eerste single hiervan is Heaven Can Wait.

De cd werd geproduceerd door Beck Hansen (artiestennaam Beck).

Het album Stage Whisper verscheen eind 2011.

Het bestaat uit twee cd’s: één met live-opnames en één met nieuwe studionummers.

Hierop werkt zij onder andere weer samen met Beck en Villagers-zanger Conor O’Brien. De single Terrible Angels uit dit album was terug een succes in Frankrijk.

In 2017 bracht ze haar album Rest uit.

Voor dit album werkte ze samen met componist en producer Sebastian Akchoté en de Amerikaanse producer en componist Danger Mouse (echte naam Brian Burton).

Bijna alle nummers zijn geschreven door Sebastian Akchoté en de teksten zijn geschreven door Charlotte Gainsbourg zelf.

Voor dit album kon ze ook rekenen op Paul McCartney, die voor haar het nummer Songbird In A Cage schreef.

Ook werkte ze samen met de groep Django Django en brachten ze samen de single Waking Up uit.

In het najaar van 2025 keerde ze terug met gloednieuw materiaal, waaronder de single “Blurry Moon” (geproduceerd en gearrangeerd door SebastiAn).

Jeane Manson: 50 jaar na de doorbraak met haar wereldhit Avant De Nous Dire Adieu.

Jeane Manson werd geboren op 1 oktober 1950 in Cleveland, Ohio.

Ze volgde haar studies aan het Coast College in Californië, waar ze haar grote liefde voor muziek ontdekte.

Haar opvallende uiterlijk trok ook de aandacht van Hugh Hefner, wat ertoe leidde dat ze in augustus 1974 en mei 1977 poseerde voor Playboy.

In 1974 werd ze verkozen tot Playmate van de Maand.

Na slechts kleine rolletjes in Hollywood besloot ze alles op alles te zetten: ze vertrok naar Europa met de droom om daar als actrice, zangeres en model naam te maken.

Om verwarring met de Franse mannelijke naam Jean te voorkomen, paste ze haar voornaam aan tot Jeane.

Jeane was destijds al vegetariër en beoefende veel aan yoga, al zei ze zeker geen nee tegen een glas wijn.

In Frankrijk begon ze al snel rollen te bemachtigen in diverse speelfilms, waaronder de komedie Bons Baisers de Hong Kong in 1975.

Tijdens een gala in 1975 raakte de Franse componist en producer Jean Renard gecharmeerd van haar en werd haar vaste producer.

Hij schreef in 1976 samen met Michel Mallory haar grootste hit ‘Avant de nous dire adieu’,.

Het nummer was zeer succesvol in de Benelux en bereikte de zesde plaats in de BRT Top 30, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de twaalfde plaats behaalde.

De single, ‘Avant de nous dire adieu’, werd wereldwijd meer dan 2 miljoen keer verkocht. Niet slecht voor een debuutsingle, zou ik zeggen.

De daaropvolgende jaren bleef ze scoren met nummers zoals ‘Une femme’, ‘La chapelle de Harlem’ en ‘Vis ta vie’.

In 1979 mocht ze Luxemburg vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival in Jeruzalem met het nummer ‘J’ai déjà vu ça dans tes yeux’, waarmee ze uiteindelijk op de dertiende plaats eindigde.

Gedurende de jaren tachtig en negentig bleef Jeane ontzettend productief. Ze experimenteerde met countrymuziek en gospel, trad regelmatig op in musicals en theatershows en bleef een opvallende persoonlijkheid in de media.

Naast haar veelzijdige talenten was ze ook gewoon moeder van twee dochters.

Haar oudste dochter Shirel trad in haar voetsporen en bouwde eveneens een succesvolle carrière op als zangeres en actrice, onder meer met een opvallende rol in de musical Notre-Dame de Paris.

Jeane bracht in totaal ruim 26 albums uit, haalde meerdere gouden platen en verkocht naar schatting tussen de 24 en 30 miljoen albums en singles.

In haar privéleven was het een emotionele achtbaan.

Ze is vier keer getrouwd geweest: in 1968 met Dave Ghormley, van 1977 tot 1979 met André Djaoui, van 1981 tot 1983 met Robert Viharo en van 1984 tot 1986 met Richard Berry.

Daarnaast had ze relaties met de journalisten Allain Bougrain-Dubourg en Bernard Giroux.

Vanaf 2012 kwam er een zware periode. Jeane raakte verwikkeld in een intense juridische strijd met de Franse belastingdienst.

De situatie escaleerde zo erg dat deurwaarders beslag legden op haar bezittingen.

Ze werd gedwongen haar prachtige Normandische woning te verkopen en haar paarden weg te doen.

Sindsdien woont ze in een klein dorp in Spanje.

Haar financiële problemen werden nog erger door torenhoge advocaatkosten, onder meer door spraakmakende rechtszaken over beschuldigingen van incest.

De Amerikaanse actrice en zangeres raakte in opspraak na beschuldigingen van incest door Coline Berry-Rojtman, de dochter van haar ex-man Richard Berry.

Coline beschuldigde Manson van betrokkenheid bij seksueel misbruik toen zij minderjarig was.

In januari 2021 diende Coline een aanklacht in tegen haar vader Richard Berry en Jeane Manson.

Ze beweerde dat ze in 1984 en 1985 tot seksuele spelletjes werd gedwongen en beschuldigde Manson ervan deel uit te maken van een pedofiele sekte.

Jeane ontkende deze aantijgingen met klem.

Omdat ze de beschuldigingen als leugens beschouwde, spande ze een rechtszaak wegens smaad en laster tegen Coline aan.

Coline werd in eerste instantie in 2022 veroordeeld, maar in juli 2024 werd ze door het hof van beroep in Lyon vrijgesproken.

De zaak kwam daarna voor het Franse Hof van Cassatie.

Eind 2025 oordeelde het Hof dat het arrest over de vrijspraak deels moest worden vernietigd, wat leidde tot nieuwe juridische ontwikkelingen.

Het strafrechtelijke onderzoek naar Richard Berry zelf werd in september 2022 geseponeerd wegens verjaring.

Daarnaast kreeg Jeane ook zware fysieke klappen te verwerken, waaronder een hartaanval tijdens een van haar rechtszaken in Lyon in 2024 – iets wat een enorme wissel trok op haar leven en haar werkkracht.

Ondanks al deze tegenslagen is de nu 75-jarige zangeres nog steeds actief.

Ze treedt regelmatig op, brengt nog nieuwe albums en singles uit.

In 2025 verscheen haar album Encore Une Fois en begin 2026 kwam haar nieuwe jazzalbum Jazz Bleu Nuit uit: een prachtige verzameling herwerkte jazzstandards en klassiekers uit het verleden, met live-elementen en remixes.

Vandaag, 50 jaar geleden, was Charles Aznavour te zien met het nummer Mes Emmerdes in het muziekprogramma TopPop.

Het nummer is door hemzelf geschreven en staat op zijn album Voilà que tu reviens.

Naast dit nummer bevat datzelfde album ook bekende hits zoals ‘Par Gourmandise’ en ‘Ils sont tombés’.

Er doen hardnekkige geruchten de ronde dat de tekst van het nummer verwijst naar de moeizame relatie van de zanger met de Franse fiscus.

Nadat hij naar Zwitserland verhuisde, werd hij in 1972 beschuldigd van fiscale fraude.

Dit juridische getouwtrek leidde in 1979 tot een boete van drie miljoen Franse frank (FRF), wat neerkomt op ongeveer 450.000 euro, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar.

Pas na de uiteindelijke betaling in 1980 werd de rechtsvervolging officieel gestaakt.

De titel ‘Mes Emmerdes’ draagt een interessante dubbele lading die perfect aansluit bij dit verhaal.

In het Frans wordt het woord emmerdes vaak gebruikt om te verwijzen naar dagelijkse beslommeringen en kleine ergernissen waarover de zanger in de tekst zingt.

Tegelijkertijd heeft de term een veel plattere, volkse bijbetekenis die verwijst naar diepe narigheid of stront aan de knikker.

Met deze titel wist Aznavour op een ironische en melancholische manier zowel de onschuldige kopzorgen van vroeger als zijn zware juridische strijd met de overheid te vatten.

Hoewel ‘Mes Emmerdes’ in Wallonië een groot succes was met een vierde plaats in de hitlijsten, bleef het succes in Vlaanderen opvallend genoeg beperkt tot een notering in de tipparade.

In Nederland wist het nummer door te dringen tot de vijfentwintigste positie in de Top 40.

In memoriam Frank Michael: Italiaans-Belgische charmezanger vandaag op 79-jarige leeftijd overleden

De Belgische zanger Frank Michael werd op 7 mei 1947 als Franco Gabelli geboren in het Italiaanse Bedonia, in de provincie Parma.

Al op driejarige leeftijd verhuisde hij met zijn familie naar België, waar het gezin zich vestigde in Seraing, in de provincie Luik.

Als tiener al nam Gabelli met enig succes deel aan radiowedstrijden, een populair fenomeen in die tijd.

Voordat hij definitief voor een muzikale loopbaan koos, werkte hij vanaf zijn zestiende als technicus in de televisie-elektronica.

Zijn muzikale carrière ging officieel van start midden jaren zeventig, toen hij een eerste plaat opnam.

Deze eerste single, Je ne peux vivre sans toi, werd in 1974 uitgebracht door platenmaatschappij RCA.

Eind 1974 verscheen zijn tweede single, Dites-lui que je l’aime, wat een cover was van de klassieker Tell Laura I Love Her uit 1960.

Geleidelijk vond hij zijn plek binnen het genre van de charmezangers en wist hij een trouw publiek op te bouwen met zijn romantische repertoire en charmante stemgeluid.

In 1976 scoorde hij een hit met het nummer Dis-moi. In de jaren die volgden scoorde hij verschillende successen met nummers zoals ‘Souviens toi de ma chanson’, ‘Eternamente’, ‘Ballade pour un je t’aime’, ‘Une autre vie, un autre homme’,’ En Italie’ en ‘Laisse-moi une chance’ .

Een van zijn laatste grootste successen was het nummer ‘La Saint-Amour’.

Het nummer La Saint-Amour van Frank Michael verscheen in het najaar van 2017 als de titelsong van zijn gelijknamige album.

De melodie van dit nummer is gebaseerd op een zeer bekend klassiek meesterwerk, namelijk de Second Waltz (Wals nr. 2) uit de Suite voor Variété-orkest van de Russische componist Dmitri Sjostakovitsj.

Dit klassieke stuk kreeg in de jaren negentig al een enorme heropleving in de populaire cultuur door de bekende uitvoering van André Rieu.

Voor deze Franstalige bewerking in 2017 werd de muziek van Dmitri Sjostakovitsj voorzien van een nieuwe tekst.

Die Franse tekst werd geschreven door Michel Jourdan, een trouwe vriend en de vaste tekstschrijver van Frank Michael.

Jourdan is een grote naam in de Franse muziekwereld en schreef in zijn rijke carrière ook talloze successen voor artiesten als Mike Brant, Julio Iglesias en Marie Laforêt.

Frank Michael bracht met ‘La Saint-Amour’ een romantische chansonversie van de meeslepende wals, waarbij de grootsheid van de klassieke melodie werd gecombineerd met zijn vertrouwde stijl als charmezanger.

De zanger bouwde zijn reputatie zeer discreet op, buiten de klassieke promotiecircuits om.

Toch heeft hij een indrukwekkend palmares met meer dan 350 nummers, een twintigtal albums, talrijke singles en een lange reeks gouden en platina platen.

Ook vulde hij meermaals de prestigieuze concertzaal Olympia in Parijs.

Hoewel hij in België al een gevestigde naam was, nam zijn populariteit in Frankrijk aan het einde van de jaren negentig nog grotere vormen aan.

Dat succes werd mede aangedreven door het album Toutes les femmes sont belles uit 1997.

Dit gelijknamige nummer werd later ook in het Nederlands gecoverd door Benny Neyman en Luc Steeno.

Frank Michael profileerde zich als een rasechte crooner en richtte zich met zijn romantische liedjes en ballades specifiek op een groter, vaak wat ouder publiek.

Een bijzonder teder en melancholisch nummer in zijn repertoire is L’absence, dat onder meer op zijn album La Saint Amour verscheen.

Dit nummer snijdt een universeel en diepmenselijk thema aan: de diepe leegte, de eenzaamheid en de desoriëntatie die achterblijven na het vertrek of het verlies van een geliefde.

In de tekst vergelijkt de zanger zichzelf met een stuurloos schip op een oceaan van afwezigheid, waarbij hij beschrijft hoe de tijd de wonden niet kan helen en het huis zonder de aanwezigheid van de ander slechts als een verlaten nest aanvoelt.

In 2003 bracht hij bovendien het album Thank You Elvis uit, een bijzonder project waarop hij vijftien nummers van Elvis Presley vertolkte in het Frans en het Italiaans.

Met bijna 60 gouden platen behoort de Italiaans-Belgische crooner tot de tien Belgische persoonlijkheden die wereldwijd de meeste platen hebben verkocht.

Gedurende zijn decennialange loopbaan verkocht hij in totaal bijna 15 miljoen exemplaren, en wist hij met grote regelmaat de hitlijsten in Wallonië en Frankrijk te bereiken.

Zijn betekenis voor de cultuur werd in 2004 officieel erkend toen hij werd benoemd tot Officier in de Kroonorde.

Vandaag is het alweer twee jaar geleden dat Françoise Hardy, een onuitwisbare stem in de Franse popwereld, op 80-jarige leeftijd overleed na een slepende ziekte.

De Parijse, geboren op 17 januari 1944, begon haar carrière als tieneridool met dromerige, melancholische liedjes.

Ze oogstte al snel de bewondering van talloze beroemdheden; zo bekende David Bowie ooit dat hij stiekem verliefd op haar was.

Een van haar absolute tophits is ‘Comment te dire adieu’.

Dit nummer is de Franse bewerking van ‘It Hurts To Say Goodbye’, dat oorspronkelijk door Jack Gold was geschreven voor Margaret Whiting.

De gevatte Franse tekst kwam van de hand van Serge Gainsbourg.

Door de jaren heen is het lied veelvuldig gecoverd door onder meer Jim Nabors, Amanda Lear en uiteraard Jimmy Somerville.

Hardy’s privéleven werd sterk getekend door haar relatie met zanger en acteur Jacques Dutronc.

Na een jarenlange latrelatie traden ze in 1981 in het huwelijk. In haar autobiografie omschrijft ze hem als een ongrijpbare man, steevast verscholen achter een zonnebril en een wolk van sigarenrook.

Hij was bovendien zelden thuis vanwege tournees of filmopnames.

Hoewel ze officieel altijd getrouwd zijn gebleven, bouwde hij later een nieuw leven op Corsica op met actrice Sylvie Duval.

In een openhartig interview blikte de zangeres ooit terug op dit complexe huwelijk.

Ze omschreef Dutronc als een man van weinig woorden, die over haar opmerkte dat ze slim was, omdat ze kritiek altijd behendig verzachtte met een compliment.

Hun relatie vormde een enorme inspiratiebron voor haar liefdesliedjes en de ontelbare brieven die ze hem schreef.

Hoewel de romantische liefde uiteindelijk uitdoofde, bleef hij wel bij haar overnachten wanneer hij in Parijs was.

Hardy besefte naar eigen zeggen pas op latere leeftijd dat haar echtgenoot behoefte had aan een dubbelleven.

Enerzijds zette hij de vrouw van wie hij hield op een voetstuk, maar anderzijds zocht hij stiekem de spanning op in vluchtige avontuurtjes.

Achteraf was ze opgelucht dat ze dit als jonge vrouw niet volledig had beseft, omdat het haar destijds ongetwijfeld gebroken zou hebben.

Met de jaren kon ze zijn hang naar avontuur echter loslaten en accepteerde ze hem zoals hij was.

In hetzelfde interview gaf ze toe lange tijd ongelukkig te zijn geweest, wat haar juist aanzette tot schrijven.

Ze herkende daarin een zekere hang naar tragiek, aangezien ze zich simpelweg niet kon aangetrokken voelen tot een brave, stabiele man.

Hoewel ze later in haar leven emotionele rust vond, werd haar laatste levensfase getekend door zwaar fysiek lijden.

De zangeres kampte jarenlang met lymfeklier- en keelkanker.

Deze ingrijpende ziektegeschiedenis zorgde ervoor dat ze zich in haar laatste jaren nadrukkelijk begon uit te spreken voor het recht op euthanasie.

Ondanks haar roem was Hardy naar eigen zeggen een kluizenaar van nature.

Ze hield het schrijven van een autobiografie lang af met de smoes dat haar leven te saai zou zijn om over te lezen.

Ze verbleef immers het liefst ongestoord tussen haar vier muren met boeken, muziek en schrijfwerk.

Haar wereldje was klein en bestond vooral uit haar zoon Thomas Dutronc en enkele hechte vrienden.

Haar geluk vond ze in kleine, alledaagse momenten: goed eten, wandelen in het Bois de Boulogne en in alle stilte genieten van de bomen en de zonsondergang.

De natuur bood haar een meditatieve rust en een vredige manier om zich van de buitenwereld af te sluiten.

Gisteren nog vandaag

Colette Renard, van Irma la Douce tot de laatste grande dame van het realistische chanson.

Colette Renard werd op 1 november 1924 geboren in Ermont onder de naam Colette Lucie Raget en groeide uit tot een van de meest herkenbare stemmen van het Franse naoorlogse chanson en een gerespecteerde actrice.

Ze kende een lange carrière, maar haar definitieve doorbraak kwam er in 1956, toen zij als allereerste de titelrol vertolkte in de Franse versie van de beroemde musical Irma la Douce.

Dit personage zou haar voor de rest van haar leven blijven achtervolgen, en ze speelde de rol maar liefst meer dan tien jaar lang onafgebroken.

Met haar zeer expressieve stem en onberispelijke dictie werd ze gezien als de laatste echte vertegenwoordigster van de Franse realistische zangers, een stijl waarin het vertellen van een doorleefd verhaal met een krachtige emotie centraal stond.

Tijdens haar indrukwekkende muzikale loopbaan nam ze meer dan negenhonderd nummers op en bracht ze ruim vijftig albums uit.

Een heel opvallend weetje over haar zangcarrière is haar grote voorliefde voor chansons gaillardes et libertines, oftewel pikante en ondeugende liedjes, die ze met veel elegantie en een flinke dosis humor wist te brengen.

Het bekendste voorbeeld hiervan is ongetwijfeld ‘Les Nuits d’une demoiselle’, een lied waarin ze op poëtische maar niet mis te verstane wijze talloze synoniemen voor seksuele handelingen en het orgasme opsomt.

Ondanks haar enorme populariteit in Frankrijk en talloze gouden platen was Colette Renard relatief weinig te zien in televisieprogramma’s met muziek.

De reden daarvoor was erg principieel, ze weigerde namelijk categorisch om te playbacken voor de camera.

Naast haar zangcarrière bouwde ze tevens een mooi cv op als actrice op het witte doek en het kleine scherm.

Ze speelde in films zoals Un roi sans divertissement in 1963 en aan de zijde van Yves Montand in IP5: L’île aux pachydermes uit 1992.

Bij de jongere generaties en het brede televisiepubliek werd ze in haar latere jaren echter pas echt legendarisch door haar rol als Rachel Lévy in de populaire Franse soapserie Plus belle la vie.

Tussen 2004 en 2009 was zij de absolute grande dame en de ouderdomsdeken van deze reeks.

Omdat de opnames steevast in Marseille plaatsvonden, verhuisde ze deels naar de Zuid-Franse stad om dichter bij de studio te zijn.

Een leuk detail van haar tijd op de set was dat ze elke ochtend al om vijf uur opstond, maar in haar contract had bedongen dat ze uitsluitend in de voormiddag hoefde te acteren, waarna ze steevast rond de middag huiswaarts keerde.

Wat haar privéleven betreft, was ze vier keer getrouwd, waarbij de bekende dirigent Raymond Legrand een van haar echtgenoten was.

In de jaren zestig en zeventig zorgde haar stormachtige affaire met zanger en acteur Franck Fernandel, de zoon van de wereldberoemde komiek Fernandel, bovendien voor heel wat ophef in de Franse roddelpers.

In 1998 bracht ze met Raconte-moi ta chanson een succesvolle autobiografie uit waarin ze uitgebreid terugblikte op haar leven in de showbizz.

Gedurende haar leven werd ze veelvuldig geprezen en onderscheiden voor haar culturele bijdrage, onder meer als Officier in de Orde van Kunsten en Letteren en met het prestigieuze Legioen van Eer.

In 2006 werd er hersenkanker bij haar vastgesteld, waardoor ze drie jaar later definitief moest stoppen met acteren.

Ze overleed op 6 oktober 2010 op 85-jarige leeftijd in Saint-Rémy-lès-Chevreuse, waarna een indrukwekkend tijdperk van het Franse variété definitief ten einde kwam.