50 jaar geleden, Luc Appermont, binnenkort naar Amerika.

In mei 1976, inmiddels vijftig jaar geleden, stond PopPoll-winnaar Luk Appermont op het punt om de volgende maand naar de Verenigde Staten te reizen om frisse televisie-ideeën op te doen.

De BRT-presentator werd destijds aangenaam verrast toen de lezers van Joepie hem in de allereerste poppoll verkozen tot beste tv-presentator.

Dat zijn programma Labyrint op de vierde plaats eindigde, deed hem even opkijken.

Luk vertelde toen dat hij blij was dat Labyrint was gestegen in de polls, vooral omdat het programma minder op tieners was gericht dan zijn eerdere werk. Waar in Binnen en Buiten nog veel popvedetten optraden, was Labyrint immers een stuk serieuzer.

Hij keek met tevredenheid terug op de uitzendingen, vooral omdat hij er veel eigen inbreng in kwijt kon.

Volgens hem moet je als presentator volledig achter een concept staan om het goed te kunnen brengen.

Wel betreurde hij het dat er destijds zo weinig eigen Vlaamse producties werden gemaakt.

De presentator steunde dan ook de actie van Vlaamse artiesten die vonden dat de BRT hen boycotte.

Luk noemde hun protest volkomen verantwoord.

Hij vond dat er te weinig Vlaamse artiesten aan bod kwamen op het scherm en sprak de kritiek dat ze niets konden tegen.

Door zijn vele optredens in het land wist hij immers hoe getalenteerd ze waren.

Hij zag het als een vicieuze cirkel: als de radio meer Vlaamse muziek zou draaien, zouden de platen beter verkopen.

Dat zou weer leiden tot grotere budgetten en meer initiatief, wat de kwaliteit alleen maar ten goede zou komen.

Nu moesten artiesten helaas vaak eerst succes in het buitenland boeken voordat ze in eigen land werden gewaardeerd, iets wat Luk destijds te gek voor woorden vond.

Naast zijn televisiewerk was Luk in die periode veel op de Vlaamse podia te vinden, onder andere met de Vlaamse 5 Sterrenshow.

Soms zong hij met een orkest, maar meestal stond hij op de planken als conferencier in een show vol spelletjes en humor.

Op televisiegebied was de serie Hit-journal, een coproductie met buitenlandse zenders, net afgelopen.

Luk liep destijds rond met plannen voor een nieuw, degelijk programma dat puur door de BRT geproduceerd zou worden.

Die plannen waren toen nog vaag en alleen Labyrint was een zekerheid, al kon ook dat snel veranderen.

Zijn populariteit reikte destijds al tot over de landsgrenzen, zo bleek toen hij in Den Haag was om voor de BRT commentaar te leveren bij het Eurovisiesongfestival.

Tot zijn grote verbazing bleek het Nederlandse publiek hem te kennen.

Mensen vroegen massaal om foto’s en handtekeningen, en Luk was naar eigen zeggen blij dat hij er toevallig een aantal bij zich had. Dankzij de opkomst van kabeltelevisie keken ze in het hart van Nederland naar de Belgische zender.

Opvallend genoeg waren de Nederlanders erg enthousiast over Labyrint en vonden ze het vaak beter dan hun eigen programma’s, terwijl de Vlamingen destijds juist vaak naar de Nederlandse televisie opkeken.

De geplande reis naar de Amerikaanse televisiestations deed hij overigens volledig op eigen initiatief, zonder financiële steun van de BRT.

Vandaag is het precies 95 jaar geleden dat de veelzijdige Nederlands-Belgische entertainer Henk van Montfoort werd geboren.

Zijn indrukwekkende loopbaan als presentator, zanger, acteur en conferencier begon vlak na de oorlog in een bescheiden schoolorkestje.

Al snel vond hij zijn weg naar grotere podia op gala’s en kermissen.

Een belangrijke wending in zijn leven vond plaats in de jaren vijftig in Amsterdam, waar hij zijn eerste vrouw Yvonne Henneco ontmoette.

Hij volgde haar naar België en kwam zo terecht in de artistieke kringen rond het orkest van Marcel Hellemans.

In de jaren die volgden werkte hij samen met bekende namen zoals Miel Cools en Claire.

Met die laatste scoorde hij in 1977 een grote hit; hun duet ‘Op de purp’re hei’ voerde twee weken lang de Vlaamse top tien aan.

Hoewel hij zijn mediacarrière op de radio startte, werd hij bij het grote publiek vooral geliefd via de televisie.

Opvallend genoeg was hij vaker op de Belgische dan op de Nederlandse buis te zien, met succesvolle programma’s als Hallo met Henk en Henk in Wonderland.

In Nederland genoot hij bekendheid met titels als Hallo hier Hilversum.

Naast zijn werk als presentator was Van Montfoort in de jaren zestig een veelgeziene gast in diverse televisiefilms en series.

Hoewel hij begin jaren tachtig officieel besloot om het rustiger aan te doen, bleef het podium aan hem trekken.

Foto met zijn zoon Tonny Van Montfoort, helaas ook al overleden op 24 april 2024.

Tot in 2001 trad hij nog regelmatig op met een speciale show voor senioren.

Henk van Montfoort overleed uiteindelijk op 71-jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker.

De schaduwzijde van Tien om te zien: goudkoorts en gebroken dromen in de Vlaamse showbizz

De opmars van de Vlaamse amusementsmuziek aan het begin van de jaren negentig werd gedreven door een grenzeloos optimisme bij duizenden aspirant-artiesten.

Aangespoord door familie, fans en kleine platenbonzen geloofden velen oprecht dat ze een fantastisch talent bezaten.

Dit leidde ertoe dat artiesten soms wel zes singles opnamen en tot anderhalf miljoen Belgische frank investeerden — wat vandaag de dag neerkomt op ruim 37.000 euro — voordat ze beseften dat de beloofde distributie en promotie door de platenfirma uitbleven.

In de praktijk moesten vaders van jonge zangers vaak zelf met de auto de lokale winkels bevoorraden, omdat de beloofde nationale promotie uitbleef.

Het enorme succes van het wekelijkse muziekprogramma Tien om te zien op de commerciële televisie fungeerde hierbij als de grote katalysator.

Het programma bood een ongekend nationaal podium voor het levenslied en de lokale popmuziek, waardoor de verkoopcijfers van Vlaamstalige producties explodeerden.

Voor gevestigde iconen zoals Willy Sommers, die al sinds de jaren zeventig een sterrenstatus genoot met klassiekers als Zeven anjers, zeven rozen, betekende dit een krachtige tweede adem.

Het programma verbond de jarenlange ervaring van dergelijke boegbeelden met een hernieuwde commerciële dynamiek, waardoor zij ook bij een jongere generatie prominent in het vizier bleven.

Opvallend is dat Nederland op dit vlak een belangrijke voorloper was waar veel Vlamingen jarenlang naar keken.

Al vanaf 1971 was daar Op losse groeven te zien, dat later werd opgevolgd door Op Volle Toeren.

Beide programma’s werden gepresenteerd door Chiel Montagne, die daarmee de absolute pionier van het genre was.

Montagne, die helaas op 24 juli 2025 is overleden, bleef voor velen het symbool van de waardering voor het Nederlandstalige lied.

Omdat de Vlaamse staatszender BRT dergelijke amusementsvriendelijke programma’s nauwelijks bood, stemden veel kijkers in Vlaanderen, zoals ik, af op de Nederlandse televisie voor hun portie muziek van eigen bodem.

Pas met de komst van VTM kregen deze artiesten met Tien om te zien eindelijk een eigen lokaal platform van vergelijkbare schaal.

Naast de gevestigde waarden ontstond er in Vlaanderen echter een enorme nieuwe instroom die hoopte op een vergelijkbare doorbraak als bij de noorderburen.

Dit creëerde een scherp onderscheid tussen de professionele top en de wereld van de loonpersingen.

Terwijl de echte sterren konden rekenen op professionele begeleiding, boden kleine labels amateurs de kans om tegen hoge prijzen een single op te nemen.

Zangers draaiden vaak zelf volledig op voor de productiekosten. Voor een oplage van duizend exemplaren betaalde een artiest destijds tussen de 70.000 frank (ongeveer 1.735 euro) en 115.000 frank (bijna 2.850 euro).

Dit bedrag dekte de kosten voor de studio en een vierkleurenhoes, maar de beloofde kwaliteit bleek in de praktijk niet altijd op waarheid te berusten.

De markt raakte hierdoor verzadigd met muziek die door experts vaak als hopeloos ouderwets werd omschreven.

Het was niet ongewoon dat dezelfde melodieën aan verschillende artiesten tegelijkertijd werden verkocht, waarbij enkel de tekst werd aangepast.

Maandelijks stroomden er tientallen van dit soort singles en cassettes binnen bij televisieproducenten, ingestuurd door mensen die ervan overtuigd waren dat zij de volgende grote ster zouden worden naast hun idolen uit de jaren zeventig en tachtig.

Sommigen gingen zelfs zo ver dat ze hun volledige spaargeld van bijvoorbeeld 800.000 frank (circa 19.830 euro) opofferden voor een moment in de spotlights.

Voor de meeste van deze hoopvolle talenten bleef de kelder echter de uiteindelijke bestemming voor hun voorraad.

Meer dan de helft van de geperste singles raakte men aan de straatstenen niet kwijt.

De schrille tegenstelling tussen de weinigen die werkelijk doorbraken en de massa die enkel betaalde voor een illusie, typeerde deze gouden jaren van de Vlaamse showbizz.

Ondanks de financiële aderlating bleven velen hun uitgaven zien als een noodzakelijke investering in een droom, waarbij de glitter van het televisiescherm een onweerstaanbare, maar voor velen onbereikbare aantrekkingskracht behield.

Vandaag is het ook tien jaar geleden dat de Vlaamse charmezanger Eddy Wally is overleden.

Eduard Van de Walle, de man die de wereld zou veroveren als Eddy Wally, werd op 12 juli 1932 geboren in een arbeidersgezin in Zelzate.

De kiem voor zijn showbizzcarrière werd gelegd door zijn vader Henri, een teerfabriekarbeider die zelf ook optrad en de jonge Eduard leerde musiceren op de accordeon, gitaar en mondharp.

Het noodlot sloeg echter vroeg toe: toen Henri op 49-jarige leeftijd overleed, moest de pas veertienjarige Eduard als kostwinner aan de slag in een weverij.

Toch liet hij zijn dromen niet varen. Na zijn werkuren schuimde hij de toenmalige talentenjachten, de zogeheten crochetwedstrijden, af.

Daar vond hij niet alleen een publiek, maar ook de liefde van zijn leven, Mariëtte.

Het paar trouwde in 1956 en kreeg een jaar later hun dochter Marina.

In de vroege jaren 60 begon het grote avontuur onder zijn nieuwe artiestennaam.

Eddy opende zijn eigen dancing Paris-Las Vegas in Ertvelde en combineerde dat met zijn werk op de Vlaamse markten.

Als marktkramer verkocht hij met zwier handtassen, een stiel die hem de knepen van het entertainment bijbracht en die hij nooit zou vergeten; hij bleef zichzelf altijd zien als een man van het volk, wat later prachtig tot uiting kwam in zijn lied ‘Als Marktkramer Ben Ik Geboren’

De grote ommekeer kwam in 1966 door zijn samenwerking met de Nederlandse producer Johnny Hoes.

Hun eerste single Chérie werd een ongekend succes: een nummer 1-hit in de Ultratop met meer dan 50.000 verkochte exemplaren.

Wat volgde was een indrukwekkende reeks successen en opmerkelijke wapenfeiten zonder afzonderlijke grenzen tussen zijn rollen als zanger en entertainer.

Naast klassiekers als Ik Spring Uit Een Vliegmachien bewees Eddy zijn tijdloze kracht in 1995 met de house-versie Chérie (Is In Da House).

Deze gigantische comeback bereikte zelfs de Nederlandse Tipparade.

Als de Voice of Europe trok hij bovendien naar Las Vegas en Rusland, terwijl zijn debuuthit in het Chinees werd vertaald als Baobei.

Zijn liveoptredens waren legendarisch, niet alleen om de muziek, maar vooral om de ongeëvenaarde interactie met zijn fans.

Met een ontwapenend enthousiasme strooide hij kwistig met oneliners die uitgroeiden tot zijn handelsmerk.

Wanneer hij het podium betrad, klonk steevast het triomfantelijke “Eddy Wally is in the house!”, gevolgd door een oprecht “Geweldig!” bij elk applaus.

Deze uitspraken waren geen ingestudeerde nummertjes, maar een uiting van zijn natuurlijke charisma, waardoor hij uitgroeide tot een onmisbaar mediafenomeen.

Hij toonde zijn enorme zelfspot in het absurdistische programma Lava als Kapitein Wally, samen met Kamagurka en Herr Seele op de tv.

Zijn status was zo groot dat hij opdook in strips van Urbanus en Suske & Wiske, en gastrollen vertolkte in F.C. De Kampioenen en de film Camping Cosmos.

De erkenning voor zijn unieke persoonlijkheid reikte uiteindelijk tot in de kosmos; in 1994 werd de planetoïde (2025) Eddywally naar hem vernoemd.

In 2013 volgde een lokaal hoogtepunt toen hij de allereerste ereburger van de Gentse Feesten werd.

Met de persoonlijke documentairereeks Kroost uit 2014 werd het beeld van de volksjongen die uitgroeide tot een wereldster definitief vereeuwigd.

Morgenavond, 7 februari, brengt VRT 1 de eenmalige docu ‘Chérie’, naar aanleiding van het overlijden van volksheld, cultfiguur, charmezanger en fenomeen Eddy Wally tien jaar geleden.

Foto van Eddy Wally in zijn geliefde dancing ‘Paris-Las Vegas’ in Ertvelde

90 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse zanger en tekstschrijver Edwin Gubbins Doorenbos

Edwin Gubbins Doorenbos werd geboren op 10 juli 1894 in Den Haag en overleed op 28 maart 1974 in Amsterdam.

Hij was een markante verschijning in de Nederlandse amusementswereld van de jaren dertig, veertig en vijftig. Als zanger, pianist en tekstdichter gaf hij een eigen kleur aan het chanson en cabaret.

Hij stond bekend om zijn geraffineerde stijl en bracht achter de piano luisterliedjes met een internationale flair, waarmee hij een brug sloeg tussen het traditionele variété en de literaire kleinkunst.

In 1936 was hij op het witte doek te zien als zanger in de film Komedie om geld, onder regie van Max Ophüls.

In januari 1936 besteedde het tijdschrift ABC uitgebreid aandacht aan zijn bijzondere initiatief in Laren.

Doorenbos had daar het deel van een oude boerenhofstede ingericht als cabaretzaal, die hij het Nederlandse Montmartre noemde.

In deze ruimte, verlicht door kaarsen in lege wijnflessen en ingericht met tonnen als tafels, streefde hij er samen met enkele medewerkers naar om de kleinkunst in ere te houden.

Een van hen was Eline Pisuisse, de dochter van de cabaretpionier Jean-Louis Pisuisse.

Ook Rita Fleming werkte mee aan het programma; zij was in die jaren actief als zangeres en actrice in het Nederlandse theater- en cabaretcircuit.

In zijn repertoire liet hij zich inspireren door het werk van Alec Andrew Templeton, een blinde Britse pianist, componist en satiricus wiens compositie Bach Goes to Town in 1939 een grote hit was voor Benny Goodman.

Doorenbos integreerde deze swingende, neoklassieke benadering op een natuurlijke wijze in zijn eigen muzikale voordrachten.

Naast zijn podiumcarrière was Doorenbos een gerespecteerd verzamelaar en kenner van antieke klokken en horloges. Z

Zijn expertise op dit gebied leidde in 1963 tot de publicatie van zijn boek ‘Klokken’ (ABC 12 januari 1936).

40 jaar geleden, Ann Petersen, Vlaanderens veelzijdige actrice over zichzelf en haar carrière.

Ann Petersen werd op 22 juni 1927 geboren in Wuustwezel. Hoewel ze als kind al gebeten was door het theater, koos ze pas op latere leeftijd voor een leven als actrice. Vanaf dat moment bouwde ze wel een indrukwekkende carrière uit, zowel op televisie, in de film als in het theater.

Bij het grote publiek brak ze in 1964 door met haar rol als Emma in de legendarische BRT-jeugdserie Kapitein Zeppos.

Het was de start van een lange reeks televisierollen.

Zo speelde ze in de tv-bewerking van Wij, heren van Zichem (1969), de historische reeks De vorstinnen van Brugge (1972) en de komische serie Slisse en Cesar (1977). Ook later bleef ze een vertrouwd gezicht in reeksen als de Paradijsvogels (1980) en Het verdriet van België (1994). Voor een latere generatie werd ze vooral bekend als Florke, een rol die ze acht jaar lang vertolkte in de populaire soap Thuis.

Daarnaast schreef ze een aantal belangrijke films op haar palmares. De bekendste daarvan zijn klassiekers als Mira (1971) en Hector (1987), maar ook latere films zoals Manneken Pis (1995) en Pauline en Paulette (2002). Voor die laatste rol ontving ze, samen met collega Dora Van der Groen, nog een Fonske, een Vlaamse filmprijs.

Gisteren nog vandaag

Ook op de planken was Petersen erg actief. Ze was 30 jaar lang verbonden aan de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en speelde gastrollen bij diverse theatergezelschappen. Een van haar meest opvallende theaterprestaties was de monoloog Het massagesalon (1986), die later ook op televisie werd vertoond.

Ondanks haar 76 jaar en gezondheidsproblemen – ze leed aan diabetes, artrose en had hartproblemen – bleef Ann Petersen erg actief. Ze deed dit deels omdat ze het acteren graag deed, maar ook omdat ze maar een klein pensioen had.

Gisteren nog vandaag

Haar huwelijk eindigde in 1960 in een echtscheiding. Zelf vertelde ze dat ze haar man verliet omdat hij graag kinderen had gewild, iets wat ze na een operatie met complicaties niet meer kon krijgen.

Ann Petersen overleed op 11 december 2003 in haar woning in Opwijk.

Gisteren nog vandaag

40 jaar geleden, Julien Schoenaerts, het theater heeft goden nodig

Julien Schoenaerts wordt door publiek, pers en vakgenoten unaniem beschouwd als een van de grootste naoorlogse acteurs in Vlaanderen en Nederland.

Zijn filmdebuut maakte hij in 1955, met de hoofdrol in ‘Meeuwen sterven in de haven’ van Roland Verhavert, Ivo Michiels en Rik Kuypers.

Later in zijn carrière speelde hij nog vele memorabele rollen, waaronder Pieter de Coninck in ‘De Leeuw van Vlaanderen’ (1983) in de regie van Hugo Claus.

In 1992 vertolkte hij de rol van monseigneur Stillemans in de filmklassieker ‘Daens’, geregisseerd door Stijn Coninx.

In zijn privéleven trouwde Schoenaerts met kunstschilderes Bérénice Devos (1922-1993). Samen kregen ze drie kinderen: Bruno (°1953), die advocaat werd, Sara (1958-2013) en Helga (1961-1982).

Het leven van Julien werd echter zwaar beïnvloed door een bipolaire stoornis.

Tijdens de periodes waarin de ziekte het hem ondraaglijk maakte, trad zijn zoon Bruno op als zijn wettelijke voogd.

Het huwelijk met Bérénice Devos liep uiteindelijk uit op een echtscheiding.

Later kreeg Julien een relatie met zijn vriendin Dominique Wiche.

Met haar kreeg hij een zoon, de nu bekende filmacteur Matthias Schoenaerts.

Opmerkelijk is dat de film ‘Daens’ niet alleen een belangrijke rol was voor Julien, maar ook het debuut van zijn toen vijftienjarige zoon Matthias, die de rol van Wannes Scholliers speelde.

Julien Schoenaerts overleed op 81-jarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het precies 60 jaar geleden dat de BRT de eerste aflevering van ‘Johan en de Alverman’ uitzond.

Deze jeugdreeks groeide uit tot een onvergetelijk stuk Vlaamse televisiegeschiedenis en werd onmiddellijk ontzettend populair.

De serie vertelt het verhaal van Johan Claeszoons, een jonge chirurgijn gespeeld door Frank Aendenboom, die rond 1650 in het Nekkersbos een bijzonder mannetje ontmoet.

Dit wezentje, vertolkt door Jef Cassiers, blijkt een alverman te zijn die door zijn koning uit de mythische wereld Avalon is verbannen.

Zijn straf voor nieuwsgierigheid is dat hij pas mag terugkeren als hij iets vindt dat van nut kan zijn voor zijn volk.

Zijn onverstaanbare taal klonk als “mallapatta kling kling!”. Gelukkig staan zijn magische fluit en toverring Fafifoerniek hem bij tijdens zijn avonturen in de mensenwereld.

Het succes van de reeks was te danken aan een combinatie van factoren.

De verzorgde opnamen op historische locaties zoals het Kasteel van Gaasbeek, de mergelgrotten van Folx-les-Caves en het openluchtmuseum van Bokrijk gaven de serie een authentieke en magische sfeer.

Ook de muziek speelde een cruciale rol. Het thema, dat als een leidmotief door het verhaal verweven zit, versterkte de sfeer aanzienlijk.

Zoals wel vaker in die tijd, leende componist Pieter Verlinden de muziek uit een bestaande filmscore: ‘The Duchess of Brighton’ van Miklós Rózsa.

Een bijzonder detail is dat de chemie tussen de hoofdrolspelers ook buiten de set oversloeg: acteur Frank Aendenboom trouwde in het echt met zijn tegenspeelster Rosemarie Bergmans, die in de serie de rol van Rosita speelde.

De populariteit van ‘Johan en de Alverman’ beperkte zich niet tot Vlaanderen.

De serie werd ook in Nederland en Italië uitgezonden en is later meermaals herdrukt als boek en uitgebracht op dvd.

Mede door de sterke acteursregie van Senne Rouffaer en de beeldregie van Bert Struys, wordt de reeks nog steeds beschouwd als een van de beste jeugdproducties die de BRT ooit heeft gemaakt.

Vandaag, is het exact 35 jaar geleden dat Lynn Wesenbeek, een van Vlaanderens bekendste mediapersoonlijkheden, in het huwelijksbootje stapte met advocaat en voormalig liberaal politicus Geert Versnick.

Samen kregen ze twee dochters, onder wie actrice Lauren Versnick.

Hoewel het koppel in 2001 uit elkaar ging, hebben ze altijd een vriendschappelijke band behouden.

De carrière van Lynn Wesenbeek, geboren in Brasschaat in 1962, werd gelanceerd toen ze in 1987 tot Miss België werd gekroond.

Haar overwinning was de perfecte springplank naar de televisiewereld.

In 1989, bij het opstarten van VTM, werd ze een van de eerste en meest geliefde omroepsters van de zender.

Gedurende 23 jaar was ze een vast gezicht op het scherm en presenteerde ze succesvolle programma’s als “Miss België”, “Royalty” en “De Exclusieve”.

Na haar vertrek bij VTM in 2012 bleef Wesenbeek niet stilzitten.

Ze begon een nieuwe fase als freelance journaliste en moderator en maakte zelfs een opmerkelijke zijstap naar het bedrijfsleven door in 2015 mede de Belgische Federatie voor Robotica op te richten.

In 2018 keerde ze terug naar haar oude liefde, de televisie, als presentatrice van het interviewprogramma “Z-Talk” op Kanaal Z.

In datzelfde jaar schreef ze samen met Kris Colpaert het boek “50 Tinten Wijs”, waarvoor ze tal van bekende leeftijdsgenoten interviewde over het leven na vijftig.

Een volgende verrassende wending kwam er in 2019, toen ze de politieke arena betrad als lijstduwer voor Open Vld bij de Europese verkiezingen.

Ze zette haar televisiewerk op pauze en behaalde een indrukwekkend aantal van ruim 53.000 voorkeurstemmen, wat net niet voldoende was voor een zetel.

Haar politieke engagement kreeg een vervolg toen ze in 2020 door haar partij werd aangesteld als lid van de raad van bestuur van de VRT.

Recentelijk heeft Lynn Wesenbeek een nieuwe, creatieve passie omarmd.

In 2025 richtte ze Studio Saudade op, een project waarmee ze haar zelfgemaakte keramieken hoofden als designobjecten verkoopt, en zo opnieuw een nieuw hoofdstuk aan haar veelzijdige carrière toevoegt.

Gisteren nog vandaag

Acteur Jef Demedts mag vandaag 90 kaarsjes uitblazen.

Jef Demedts was jarenlang een vaste waarde in het theater, voornamelijk bij NTGent, waar hij niet alleen op de planken stond, maar ook een periode de artistieke leiding op zich nam.

Voor het grote publiek is hij wellicht het bekendst door zijn iconische hoofdrol als Fabian van Fallada in de gelijknamige jeugdreeks.

Daarnaast vertolkte hij door de jaren heen nog vele andere televisierollen.

Zo speelde hij Miel Bataille in ‘Rupel’, was hij drie jaar lang te zien als Gaston Veugelen in ‘Familie’ en had hij een rol als Karel Arends in de telenovelle ‘Ella’.

Zijn veelzijdigheid bleek ook uit zijn talrijke gastoptredens in populaire series.

Hij verscheen onder meer in ‘De Kotmadam’, ‘Windkracht 10’, ‘Wittekerke’, ‘Spoed’, ‘Flikken’, ‘Aspe’ en ‘LouisLouise’. In ‘F.C. De Kampioenen’ was hij zelfs drie keer te gast in verschillende rollen.

Daarnaast werkte hij mee aan klassiekers als ‘Manko Kapak’, ‘Kapitein Zeppos’, ‘Het zwaard van Ardoewaan’ en ‘De Paradijsvogels’.

Op het witte doek had hij een rol als begrafenisondernemer in de film ‘Pauline & Paulette’ uit 2001.

35 jaar geleden, Hugo Van Den Berghe, pannellid in de Wies Andersen Show.

Hugo Van den Berghe, geboren op 19 juni 1943 in het Oost-Vlaamse Wetteren, zette zijn eerste stappen in de acteerwereld al op jonge leeftijd.

In 1958 sloot hij zich aan bij het liefhebberstoneel ‘Vrank en Vrij’ in zijn geboortedorp.

Zijn talent bleek al vroeg, want nog tijdens zijn theateropleiding aan het conservatorium van Gent presenteerde de toen achttienjarige Van den Berghe het jongerenprogramma ‘Tienerklanken’ (1961-1965).

Na zijn studies debuteerde hij professioneel in ‘De Kleine Johannes’ bij Toneel Vandaag in Brussel.

Opmerkelijk genoeg volgde hij er vrijwel meteen zijn mentor Rudi Van Vlaenderen op als directeur en speelde hij mee in de geruchtmakende productie ‘Thyestes’ van Hugo Claus.

Toch verliet hij Brussel na een jaar voor het Nederlands Toneel Gent (NTG).

Die overstap bleek bepalend, want daar leerde hij niet alleen zijn echtgenote Blanka Heirman kennen, maar bouwde hij ook een indrukwekkende carrière uit.

Zijn talent werd er bekroond met de Oscar De Gruyter-prijs voor zijn rol in ‘Nooit te bereiken’ van Simon Gray.

Als regisseur bij het NTG toonde Van den Berghe een duidelijke voorliefde voor het werk van Cyriel Buysse; maar liefst drie van zijn eerste vier regies waren stukken van deze auteur.

“Ik ben begonnen via zijn meest bekende stuk, ‘Het gezin Van Paemel’, en nadien ben ik hem grondig gaan lezen en ik moet zeggen: ik had daar heel veel binding mee,” lichtte hij die keuze ooit toe.

Zijn regiewerk strekte zich ook uit tot televisie, met onder meer het tv-feuilleton ‘Het gezin van Paemel’ in 1978.

Naast het regisseren bleef hij zelf een gevierd acteur en speelde hij bijvoorbeeld de glansrijke hoofdrol van Dore Maersschalck in “Daar is een mens verdronken” (1983).

Zijn visie als NTG-directeur was helder, zoals bleek uit zijn ‘beginselverklaring’: “Het NTG richt zich ondubbelzinnig naar een jong publiek.

Dit wil zeggen: een publiek dat zich jong voelt, dat openstaat voor de trilling van de tijd, voor vernieuwing, voor avontuur, voor vers talent, voor ongewone visies.

Een publiek dat niet blind is voor wat gebeurt op deze planeet en daarom niet kan zonder de zuurstof van de allesrelativerende humor, ironie en zelfspot.”

Zelfs tijdens zijn drukke directeurschap bij het NTG bleef Van den Berghe een bekend gezicht op televisie.

Op uitnodiging van collega-acteur en VTM-programmadirecteur Mike Verdrengh presenteerde hij programma’s als ‘Sanseveria’ en ‘Kort Vlaams’.

In 1990 nam hij met een rol in ‘Elektra’, geregisseerd door Dirk Tanghe, voor lange tijd afscheid van het theater.

Hij bleef echter zeer actief op het kleine scherm, met rollen in populaire series als ‘Familie’, ‘Flikken’, ‘Recht op Recht’, ‘Spoed’ en ‘Dirk Tanghe’, en bleef ook regisseren voor televisie.

Jarenlang meed hij het schouwburgpodium, tot actrice Chris Lomme hem in 2005 kon overtuigen om terug te keren in het stuk ‘Het licht in de ogen’.

Na een herseninfarct, waar hij redelijk goed van herstelde, vond hij rust in De Haan, waar hij met zijn vrouw naast Koen Crucke woonde.

Toch bleef de passie voor het podium trekken. “Ik kan het acteren niet laten en ik ben zeer blij dat ik het weer doe,” vertelde hij eind 2012 in De Gentenaar.

“Straks kan ik weer op de grote scène staan in Platonov. Ik voel dat ik weer onder de mensen ben.

Na mijn herseninfarct doet dit deugd.” Hij voegde de daad bij het woord en was in 2014 ook nog te zien als bisschop in de film ‘Café Derby’.

De laatste jaren van zijn leven ging zijn gezondheid achteruit.

Acteur en regisseur Hugo Van den Berghe overleed uiteindelijk op 23 februari 2020 op 76-jarige leeftijd in zijn woonplaats De Haan.

Kan een afbeelding zijn van 3 mensen en tekst

Vanavond 60 jaar geleden, eerste voorstelling van het Nederlands Toneel Gent.

Op 9 oktober 1965 ging het NTG van start met een merkwaardige opvoering van Maria Stuart van Friedrich von Schiller (1759-1805) in een regie van Georges Vitaly (animator van kleine theaters in Parijs) en de regieassistent was Jo Decaluwe.

Met Joanna Geldof in de titelrol en Suzanne Juchtmans als Elisabeth.

Maakten ook nog deel uit van deze eerste cast: Gaby Bouüaert, Roger Bolders, Jef Demedts, Daniël Decock, Eric Raes, Werner Kopers, Edgar De Pont, Jo Delvaux, Jaak Vissenaken, Jo De Meyere, Paul-Emile Van Royen, Eddy Asselbergs, Roger De Wilde, Greta Verniers, Anton Cogen, Blanka Heirman, Lieve Moorthamer, Maria Verheyden, Veerle Wyffels, Ivo Baeyens, Jan Gheysens, Dirk Liefooghe, Dirk De Vilder en Gilbert Braeckman.

Er werden van Maria Stuart drieëntwintig voorstellingen gespeeld, waarmee 13.429 toeschouwers werden bereik.

De laatste voorstelling was op 27 oktober 1965

De eerste NTG-directeur, Dré Poppe, kon er maar twee seizoenen blijven.

Wegens een onenigheid met zijn Raad van Bestuur met als voorzitter Bert Willems, omtrent participatie in de opbrengst van het toenemende aantal bezoekers, vroeg Poppe op het einde van het seizoen 1966-1967 van zijn verplichtingen als directeur ontheven te worden.

Hij werd opgevolgd door Albert Hanssens, die al als administrateur aan het NTG verbonden was.