
Pim Jacobs, ik liet mijn vingers verzekeren voor 2 miljoen (Story van 24 september 1985).

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

William Clarence Eckstein werd op 8 juli 1914 geboren in Pittsburgh, Pennsylvania, als zoon van een chauffeur en een naaister.
Het gezin verhuisde naar Washington, waar hij klusjes deed voor Ethel Waters in het Howard Theater.
Met het zakgeld dat hij zo verdiende, kon hij deelnemen aan een talentenjacht, die hij in 1932 won.
Hij verliet de school, sloot zich aan bij de Tommy Miles Band en leerde trompet spelen om zijn zang te ondersteunen.
Al vroeg in zijn carrière veranderde hij zijn achternaam in Eckstine, nadat een clubeigenaar de oorspronkelijke spelling ‘te joods’ vond.
Zijn talent bleef niet onopgemerkt, bandleider Earl Hines hoorde hem in de De Lizza Club en nam hem op in zijn band.
Met hen nam hij ‘Skylark’ op, een versie die beter verkocht dan die van Glenn Miller.
Samen met Hines componeerde hij ook de ‘Stormy Monday Blues’.
Dankzij zijn groeiende succes kon Eckstine zijn eigen club openen op 52nd Street in New York, maar die moest hij uiteindelijk sluiten vanwegete hoge onkosten.
Daarna ging hij op tournee met zijn eigen, historische band.
Samen met zijn muzikaal arrangeur John Birks ‘Dizzy’ Gillespie hielp hij de weg vrijmaken voor de bebop en de moderne jazz.
Deze band was een broedplaats voor talent en Eckstine was zo mede verantwoordelijk voor de doorbraak van vele grootheden, zoals Miles Davis, Charlie Parker, Dexter Gordon, Art Blakey en Sarah Vaughan.
In oktober 1945 scoorde hij met ‘A Cottage for Sale’ zijn eerste van in totaal 28 hits in de Amerikaanse Billboard hitparade.
In 1947 kreeg hij een platencontract bij het nieuw opgerichte MGM Records.
Nog datzelfde jaar had hij een hit met ‘Everything I Have is Yours’.
Tot zijn grote successen behoren verder opnamen als ‘Caravan’, ‘I Apologize’, ‘No One But You’ en ‘Gigi’.
Daarnaast componeerde hij zelf de bluesklassieker ‘Jelly, Jelly’.
Bekend om zijn rijke, bijna opera-achtige bas-baritonstem, zette Eckstine ook modetrends met zijn stijlvolle pakken, een imago dat hem gedurende zijn hele solocarrière van pas zou komen.
Zijn invloed reikte ook tot in Europa. Zo scoorde P.J. Proby in 1965 een hit met een cover van ‘I Apologize’ en zijn duet ‘Passing Strangers’ met Sarah Vaughan haalde tweemaal de Engelse hitlijst, in 1957 en 1969.
Zijn laatste album, ‘Billy Eckstine Sings with Benny Carter’, werd in 1986 genomineerd voor een Grammy Award.
Voor zijn bijdragen aan de muziek werd Eckstine ook onderscheiden met een ster op de Hollywood Walk of Fame.
Billy Eckstine overleed op 8 maart 1993 op 78-jarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag
Tekst geschreven van het nummer ‘The Last Farewell’ door Ronald Arthur Webster.

In de Joepie van 16 april 1975, waren Engelbert Humperdinck en Tom Jones nog vrienden.
Er zijn verschillende geruchten en verklaringen over de oorzaak van hun vete.
Zo gaan er al lang geruchten dat Engelbert Humperdinck avances zou hebben gemaakt naar Charlotte Laws, die destijds, in 1979, een relatie had met Tom Jones.
Laws zelf heeft in interviews bevestigd dat Humperdinck inderdaad ongepaste acties heeft ondernomen in haar bijzijn.
Hoewel ze stelt dat de vete al voor dit incident bestond, kan het de relatie zeker geen goed hebben gedaan.
Tom Jones heeft in het verleden zeer onvriendelijke dingen over Engelbert Humperdinck gezegd in interviews, hem onder andere een “klootzak” noemend. Engelbert Humperdinck reageert over het algemeen milder in het openbaar, maar de vijandigheid lijkt wederzijds.
Engelbert Humperdinck heeft zelf in interviews gesuggereerd dat de werkelijke reden van hun breuk iets anders was dan wat in de media wordt gespeculeerd, maar hij wilde er niet in detail over uitweiden.
Ondanks dat Engelbert Humperdinck in het verleden heeft aangegeven de strijdbijl te willen begraven en zelfs zijn medeleven betuigde toen zijn vouw Linda Woodward van Tom Jones in 2016 overleed, is er zeker geen sprake van een hereniging.
Tom Jones heeft herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat hij geen interesse heeft in een vriendschap met Humperdinck.

Het was een samenwerking tussen de Amerikaanse jazzaccordeonist en het vocale kwartet, die elkaar ontmoetten in Duitsland.
Het album bevatte twaalf nummers, waaronder klassiekers als Spring Is Here, But Beautiful, My One and Only Love, Wave en Good Bye.
De instrumentale arrangementen waren van Les Hooper en H. Jones, en de vocale arrangementen van Gene Puerling.
De producer was Hans Georg Brunner-Schwer, die ook eigenaar was van het label MPS Records, waar het album werd uitgebracht.
Art Van Damme werd geboren in 1920 in Michigan en begon op jonge leeftijd accordeon te spelen.
Hij werd beïnvloed door jazzpianisten als Art Tatum en Fats Waller, en ontwikkelde een eigen stijl die swing, bebop en cool jazz combineerde.
Hij speelde met vele bekende jazzmusici, zoals Benny Goodman, Dizzy Gillespie, Charlie Parker en Stan Getz.
Hij maakte meer dan honderd albums en trad op over de hele wereld.
Hij wordt beschouwd als een van de grootste jazzaccordeonisten aller tijden.
Hij overleed in 2010 op 89-jarige leeftijd.
De Canadees Frank Mills (°27 juni 1942), die vooral muziek voor de Canadese tv maakte, nam deze oorwurm al in 1974 op, maar het nummer flopte toen.
In 1978 werd het opnieuw uitgebracht als B-kant van een andere single.
Een dj van een Canadees radiostation draaide echter per vergissing steeds ‘Music Box Dancer’.
Er kwam toen zoveel positieve respons op het nummer dat de platenmaatschappij het wereldwijd opnieuw als A-kant uitbracht.
‘Music Box Dancer’ werd een Amerikaanse top 3-hit en ook in Europa deed de single het erg goed in januari 1979.
Zo was het nummer in Vlaanderen en Nederland goed voor een elfde plaats in de Brt Top 30 en de Nederlandse Top 40.
Sindsdien werd het ook gebruikt in talloze films, series en commercials, o.a. in The Simpsons en Kill Bill (Met dank aan Denis Michiels)
De arrangementen zijn geschreven door componist William Loose. Helaas ook al overleden op 22 februari in 1991.
Deze lp is uitgebracht door Realistic, één van de merken van RadioShack.

Een van de quadrafonische systemen die Realistic ontwikkelde, was Quatravox, dat vier kanalen synthetiseerde uit stereo-opnamen.
Het maakte gebruik van Hafler-circuits om de geluiden te isoleren die 180 ° uit fase waren met de hoofdmicrofoons, zoals de galm van de studio of het applaus van het publiek.
Deze geluiden werden vervolgens naar de achterste luidsprekers gestuurd, waardoor een ruimtelijk effect ontstond dat meer scheiding bood dan gewoon stereogeluid.

Quatravox was echter geen echt discreet quadrafonisch systeem, omdat het de geluiden niet onafhankelijk kon manipuleren of positioneren.
Meer dan 35 jaar geleden, heb ik gewerkt als manager in een Tandy winkel in de Vlaanderenstraat, in Gent.
De keten had twee grote takken, namelijk de Amerikaanse en Canadese divisie.

De winkels in Amerika RadioShack en zijn daar opgericht in 1921.
De Tandy winkels in Europa, werden beheerd door de Canadese tak van het bedrijf.
De keten is is in 2015 en 2017 in faling gegaan.
De keten is nu in handen van Unicomer Group.

Anton Karas ontmoette de regisseur Carol Reed in 1948, toen Reed in Wenen was om de film te draaien naar een verhaal van Graham Greene.
Met in de hoofdrol Orson Welles, Joseph Cotten, en Alida Valli.
Reed was onder de indruk van Karas’ spel in een Heuriger, een typisch Weens wijnbar, en nodigde hem uit om in zijn hotel voor hem te spelen.
Reed besloot om Karas de muziek voor de film te laten componeren en nam hem mee naar Londen voor 12 weken.
Hij schreef muziek voor elke scène van de film, maar het beroemdste stuk, het Harry Lime Theme of The Third Man Theme, had hij al zo’n 20 jaar eerder gemaakt.
De film werd eind 1949 uitgebracht in Engeland en werd een groot succes.
Dankzij de film kreeg Karas al snel aanbiedingen van muziekuitgevers en zelfs een uitnodiging van de koninklijke familie om in Londen een concert te geven.
Het nummer The Third Man Theme werd een grote hit en maakte Karas wereldberoemd.
Het nummer bereikte de eerste plaats in de Amerikaanse en Britse hitlijsten, en bleef daar wekenlang staan.
Het wordt geschat dat er meer dan 40 miljoen exemplaren van het nummer zijn verkocht, zowel op plaat als op bladmuziek.
Het thema van The Third Man wordt nog steeds beschouwd als een iconisch stukje filmgeschiedenis, en een meesterwerk van muzikale sfeer.
Anton Karas overleed op 10 januari 1985 en werd begraven op een begraafplaats in Sievering in Wenen.
Williams is vooral bekend van het nummer Moon River uit 1961, hoewel dat nooit in de hitlijsten stond.
Ook de liedjes Can’t Get Used To Losing You, Speak Softly Love (uit de film The Godfather), Music to Watch Girls By, Love Story, Happy Heart, Can’t Take My Eyes Off You en Can’t Help Falling In Love (gecoverd van Elvis Presley) werden populair.
Ook maakte hij tal van kerstalbums en leende hij zijn warme stem aan de kerstkraker The Most Wonderful Time of the Year.
Andy Williams was van 1961 tot 1975 getrouwd met Claudine Longet (Franse zangeres, actrice en danseres), met wie hij drie kinderen had.
Williams leerde Longet kennen toen ze als danseres in Folies Bergère werkte.
Na hun echtscheiding stond Willams zijn ex bij tijdens haar proces voor de dood van haar vriend Vladimir Peter Sabich.
Longet schoot de skikampioen “per ongeluk” dood in de douche.
Ze werd veroordeeld tot dertig dagen cel en een kleine boete.
In 1991 trouwde Andy Williams een tweede keer met Debbie Meyer.
Williams leed sinds 2011 aan blaaskanker.
Op 19 juli 2012 klonk het nog dat Williams goed herstelde en zich elke dag beter voelde en in september alweer kon gaan optreden.
Williams kon de ziekte echter niet de baas en overleed uiteindelijk op 25 september 2012 aan de gevolgen ervan.
Andy Williams kreeg maar liefst 18 gouden en 3 platina-albums.
Piccolo journalist Evert Siderius bespreekt Andy Williams

Gisteren nog vandaag
Andy Williams in de Picollo van december 1959

Gisteren nog vandaag
Ray Conniff begon zijn carrière als trombonist in verschillende big bands, waaronder die van Bunny Berigan en Artie Shaw.
Na de Tweede Wereldoorlog werd hij aangesteld als huisarrangeur bij Columbia Records, waar hij werkte voor artiesten als Rosemary Clooney, Marty Robbins, Frankie Laine, Johnny Mathis, Guy Mitchell en Johnnie Ray.
Hij schreef onder meer de arrangementen voor ‘Yes Tonight Josephine’ en ‘Just Walkin’ In The Rain’.
In 1955 was hij ook verantwoordelijk voor het arrangement van ‘Band Of Gold’ van Don Cherry, de vader van Neneh Cherry dat een miljoenenhit werd in de Verenigde Staten.
In 1959 richtte hij zijn eigen groep op, The Ray Conniff Singers, die een unieke stijl hadden waarbij de zangers woordloos meezongen met de instrumenten.
Met deze groep had hij veel succes in de jaren zestig en zeventig, zowel met albums als met singles.
Een van zijn bekendste hits was ‘Harmony’, dat in 1973 een top 3-hit werd in Nederland en een top 20-hit in Vlaanderen.
Ray Conniff overleed op 12 oktober 2002 op 85-jarige leeftijd aan de gevolgen van een val in zijn huis.
Het nummer is afkomstig van de tweede James Bond-film uit 1963 met dezelfde naam.
De titelsong From Russia With Love is geschreven door Lionel Bart.
Het orkest werd gedirigeerd door Barry en uitgevoerd door John Barry & His Orchestra.
Het nummer bereikt de twintigste plaats in de Engelse Hitparade.
Ook andere artiesten zoals Bobby Vinton, Jack Jones, Craig Douglas, Eddie Harris, Ramsey Lewis en Count Basie coverde het nummer.
Ook kreeg de tekst een vertaling naar het Frans door Pierre Saka en gezongen door Bob Asklöf in 1964.
Maar ook kreeg het nummer een Finse vertaling dankzij Sauvo Puhtila en gezongen door de Finse zangeres Laila Kinnunen in 1964. (diverse bronnen en Wikipedia)
Op de muziekschool in Hamburg studeerde hij meerdere muziekinstrumenten: piano, klarinet, saxofoon en accordeon.
Hij begon zijn carrière als saxofonist bij het radio-orkest van Hans Busch in Danzig.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef hij in gevangenschap in Denemarken waar hij verliefd werd op een jonge Deense.
Uit deze relatie werd zijn oudste dochter geboren.
Eveneens tijdens die periode formeerde hij zijn eerste bigband Pik Ass. Na de oorlog ging hij met deze band op de schnabbeltour langs Amerikaanse officiersclubs in Noord-Duitsland.
Aan het eind van de veertiger jaren componeerde en arrangeerde hij hoofdzakelijk voor de NDR en Polydor.
Begin 1952 stapte hij naast Horst Wende als tweede man in bij Polydor/Siemens team als producer.
Voor Freddy Quinn bijvoorbeeld produceerde hij in 1959 Die Gitarre und das Meer, wat een grote hit werd.
Ook bewerkte Kaempfert het Duitse volksliedje “Muss i denn zum Städtele hinaus” dat onder de titel “Wooden Heart” Elvis Presley een wereldsucces opleverde.
Met Wonderland by Night maakte Kaempfert in 1960 zijn grote internationale doorbraak.
In 1961 stond deze hit vijf weken nummer één in de Verenigde Staten.
Dat was de eerste keer dat een Duitser een nummer één-hit had in de VS.

Gisteren nog vandaag
Een andere compositie van hem, Morgen, bereikte eveneens een hoge klassering in de Amerikaanse Top 20.
Zijn absolute top bereikte Kaempfert met het nummer Strangers in the Night, dat door “Ol’ Blue Eyes” Frank Sinatra tot de grootste wereldhit van en voor Kaempfert gezongen werd.
In 1961 was Kaempfert verantwoordelijk voor de opnames van de zanger Tony Sheridan, die werd begeleid door een tot dan toe onbekende band, The Beatles.
Ook neemt Bert Kaempfert met The Beatles de klassieker Ain’t She Sweet en het instrumentale Cry For A Shadow op.
Zijn compositie Afrikaan beat (1962) werd de herkenningsmelodie van het sprookje de Indische Waterlelies geschreven door onze koningin Fabiola in de Efteling, waar het wordt gespeeld door een kikkerorkest en een ganzenensemble.
Het nummer Living it up uit 1963 was de tune van de jeugdserie Kapitein Zeppos.
Bert Kaempfert stierf plotseling op 21 juni 1980, op 56-jarige leeftijd in zijn vakantiehuis op Majorca ten gevolge van een beroerte. (diverse bronnen en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag
Yvonne De Carlo die vooral bekend werd door haar rol als Lily Munster in de komische horrorserie The Munsters.
Maar naast acteren had ze ook een passie voor zingen.

Gisteren nog vandaag
In 1957 bracht ze haar eerste en enige album uit, getiteld Yvonne De Carlo sings.
Het album bevatte twaalf nummers, variërend van pop tot jazz tot musical.
De Carlo zong met een warme en expressieve stem, die soms deed denken aan Marilyn Monroe of Doris Day.

Het album was geen groot commercieel succes, maar ze werd toen wel beschouwd als een van de mooiste vrouwen van Hollywood, met haar donkere haar, groene ogen en voluptueuze figuur.

Gisteren nog vandaag