Wielerlegende Fred De Bruyne zou vandaag 95 zijn geworden

Een naam die niet alleen herinnert aan een onverbiddelijke winnaar op de fiets, maar ook aan een man wiens leven na de koers even turbulent als boeiend was.

Om zich in 1947 volledig op het wielrennen te storten, zette hij zijn studies stop. Het bleek de juiste gok, want de jongeman uit Berlare groeide uit tot een absolute topper.

Op zijn indrukwekkende palmares prijken de Ronde van Vlaanderen, drie overwinningen in Luik-Bastenaken-Luik en zes ritzeges in de Tour.

Als renner kende De Bruyne geen compassie. “Op de fiets was ik eigenlijk een beest”, liet hij zich ooit ontvallen.

Die mentaliteit werd gekenmerkt door een intense rivaliteit met superkampioen Rik Van Looy.

Legendarisch is de anekdote uit de Ronde van Lombardije: De Bruyne en Van Looy reden samen op kop, maar gunden elkaar de zege zo weinig dat ze een kilometer voor de finish surplace hielden.

Terwijl supporters gewoon naast hen meewandelden, werden ze ingehaald door de rest. Van de 32 renners die finishten, werden zij 31ste en 32ste.

Een zwaar ongeval in 1960 maakte echter noodgedwongen een einde aan zijn actieve carrière.

Na zijn gedwongen afscheid vond De Bruyne een nieuwe roeping als wielerreporter voor de BRT.

Deze tweede carrière verliep echter niet zonder slag of stoot.

Hoewel hij populair was bij de kijkers, kreeg hij bergen kritiek over zijn taalgebruik en worstelde hij met zijn contract.

Jaar na jaar werkte hij met een tijdelijk contract, maar de ultieme erkenning van een vaste benoeming bleef uit.

De reden? Hij miste het vereiste diploma voor het journalistenexamen.

Een uitweg, het beruchte artikel 14 dat een benoeming wegens ‘buitengewone verdiensten’ mogelijk maakte, werd hem niet gegund.

Die uitzondering was naar verluidt vooral voorbehouden aan mensen met de juiste politieke kleur.

De Bruyne, die weigerde een partij te kiezen en weinig steun kreeg van collega’s, viel uit de boot.

Toen de BRT in 1977 besloot te snoeien in het aantal losse medewerkers, zag de sportredactie haar kans om hem opzij te schuiven met argumenten als ‘geen teamspeler’ en ‘zijn Nederlands is te slecht’.

De Bruyne voelde de bui hangen en nam zelf ontslag om een nieuw hoofdstuk te beginnen als ploegleider bij het befaamde Flandria-team.

Die periode werd echter overschaduwd door de ‘affaire met de peer’, waarmee geletruidrager Michel Pollentier de dopingcontrole probeerde te omzeilen.

Het bezorgde De Bruyne een enorme kater. “Alle journalisten verweten Fred dat hij ervan wist. Maar dat was niet zo”, verdedigde zijn vrouw Lydie hem jaren later.

Ontgoocheld verliet hij Flandria, maar hij loodste bij Daf-Trucks nog wel Hennie Kuiper naar de overwinning in de Ronde van Vlaanderen.

In die periode liet hij zich soms bitter uit over het gebrek aan beroepsernst bij de nieuwe generatie.

“Ik was plots een ouwe zak, die niet was meegegroeid met zijn tijd”, stelde hij vast.

Na nog enkele jaren als public-relationsman liet De Bruyne de wielerwereld definitief achter zich.

Hij verhuisde in 1988 met zijn echtgenote naar Seillans, een dorp in de Franse Provence.

Daar wijdde hij zich aan het schrijven van biografieën over wielergrootheden.

Hoewel Fred De Bruyne al in 1994 overleed, is de herinnering aan hem nog springlevend.

Zowel in zijn laatste woonplaats Seillans, waar een plein naar hem is vernoemd, als in zijn geboortestreek Berlare, waar een straat zijn naam draagt.

Een tastbaar bewijs dat de mens en de legende nog lang niet vergeten zijn.

Hennie Kuiper, wie is de nieuwe winnaar van de Wereldkampioenschappen wielrennen 1975

Hennie Kuiper, een van de meest veelzijdige Nederlandse wielrenners aller tijden, excelleerde zowel in het klassieke werk als in etappekoersen.

In 1972 werd hij Olympisch kampioen op de weg, gevolgd door de wereldtitel in 1975, waarmee hij zich schaarde in een select gezelschap van renners die beide titels behaalden, waaronder Ercole Baldini, Paolo Bettini en Remco Evenepoel.

In datzelfde jaar, 1975, toonde hij zijn buitengewone talent door én nationaal veldkampioen én nationaal kampioen op de weg én wereldkampioen op de weg te worden – een zeldzame driedubbele prestatie.

Hoewel Kuiper in de Tour de France nooit de gele trui droeg, eindigde hij twee keer als tweede in het eindklassement en won hij twee keer de prestigieuze etappe naar Alpe d’Huez.

Zijn ware kracht toonde hij in de klassiekers, waar hij de enige Nederlander is die vier van de vijf wielermonumenten op zijn naam schreef: Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en de Ronde van Lombardije.

Zijn mentaliteit, perfect samengevat in zijn bekende uitspraak “Wielrennen is eerst het bord van de tegenstander leeg eten, voor je aan je eigen bord begint”, benadrukt zijn tactische inzicht en wilskracht.

Na zijn actieve loopbaan bleef hij betrokken bij de wielersport als ploegleider, onder andere bij de Duitse ploeg Telekom en het Amerikaanse Motorola.

In 2017 opende zijn neef, met hulp van vrijwilligers en Hennie zelf, het Hennie Kuiper Wielermuseum in Noord Deurningen, waar zijn indrukwekkende carrière wordt tentoongesteld.

Datzelfde jaar bracht hij ook zijn boek “Hennie Kuiper Kampioen Wilskracht” uit.

Gisteren nog vandaag

Weinig wielrenners hebben in zo’n korte tijd zo’n diepe indruk nagelaten als Stan Ockers.

Stan Ockers was in de jaren vijftig een van de meest geliefde wielrenners die Vlaanderen ooit gekend heeft.

Met zijn bijnaam ‘le rusé’, de listige, was hij geliefd om zijn slimme manier van koersen.

Zijn talent was immens: hij eindigde twee keer als tweede in de Ronde van Frankrijk, in 1950 en 1952, en toonde zijn explosiviteit door in 1955 en 1956 de groene trui te winnen.

Het jaar 1955 was zijn absolute meesterwerk.

Hij won de Waalse Pijl, domineerde Luik-Bastenaken-Luik en kroonde zich in het Italiaanse Frascati tot wereldkampioen.

Ockers leek op de top van zijn kunnen, maar op die hoogte sloeg het noodlot genadeloos toe.

Op 29 september 1956 kwam hij zwaar ten val op de piste van het Antwerpse Sportpaleis. Twee dagen later, op 1 oktober, bezweek hij aan zijn verwondingen.

Zijn dood veroorzaakte een schokgolf van nationale rouw in België.

Een van de vele jonge bewonderaars die diep geraakt waren, was de toen 11-jarige Eddy Merckx.

De herinnering aan de gevallen held bleef levend.

Al in 1957 werd er een monument voor hem opgericht op de Côte des Forges, en ook decennia later wordt hij geëerd met een gedenkplaat in Borgerhout.

Zelfs in de cultuur leeft hij voort, zoals in het lied ‘Stanneke’ van Hugo Matthysen, wat bewijst dat de listige Flandrien nooit echt vergeten is.

Vandaag 40 jaar geleden, won Criquielion De Waalse Pijl op de mythische Muur

Een lange en slopende tocht van 246 kilometer, startend en eindigend in het hart van Hoei, met als ultieme scherprechter de gevreesde Muur.

Die dag in 1985 was speciaal, want het betekende de geboorte van een nieuw tijdperk voor de Waalse Pijl.

Voor het eerst lag de finishlijn bovenop de Muur van Hoei, een beslissing die de koers voorgoed zou veranderen en de Muur tot een beklimming in de wielerkalender zou maken.

De eerste die zijn naam aan deze legendarische aankomst koppelde, was Claude Criquielion.

Zijn overlijden in 2015, exact dertig jaar na zijn eerste triomf, was een groot verlies voor de wielersport.

Gelukkig werd zijn nalatenschap in datzelfde jaar geëerd met een monument in de steilste bocht van de Muur, een bocht die nu voor altijd de naam van deze kampioen draagt.

Achter Criquielion streden Moreno Argentin en Laurent Fignon voor de ereplaatsen, terwijl de lokale trots, Eric Van Lancker uit ons eigen Oudenaarde, een verdienstelijke negende plek behaalde.

Van de vele renners aan de start, wisten er uiteindelijk 84 de finishlijn te passeren. Een dag om nooit te vergeten!

Lomme Driessens, toen ik Freddy Martens terugzag, had ik kunnen huilen, zo slecht was hij eraan toe (Sport 80 van 9 januari 1985)

Freddy Maertens, een naam die synoniem staat voor de wielersport in de jaren 70, kende een carrière met immense pieken en diepe dalen.

Na een uiterst succesvolle periode, waarin hij onder andere twee keer wereldkampioen werd (1973 en 1976) en etappes en de groene trui in de Ronde van Frankrijk won, leek zijn ster te verbleken.

In 1979 en 1980, op amper 28-jarige leeftijd, won hij enkel nog enkele criteriums.

Zijn carrière leek vroegtijdig ten einde te lopen, een lot dat wel meer wielrenners in die tijd trof, toen de carrières doorgaans korter waren dan nu.

Deze sportieve tegenslag werd nog verergerd door financiële problemen.

Door verkeerde investeringen verloor Maertens een aanzienlijk deel van zijn kapitaal.

Hij was toen destijds bekend om zijn dure levensstijl en hij hield van mooie auto’s en kleding, een eigenschap die hem in contrast bracht met de vaak soberder levende wielrenners van die tijd.

De schulden stapelden zich op, hij moest zijn villa in Lombardsijde verkopen en werd achtervolgd door de belastingsadministratie.

Een pijnlijk hoofdstuk voor de man die ooit op het hoogste podium had gestaan.

In de zomer van 1981 leek er echter een wonder te gebeuren, want Maertens kende een opmerkelijke heropleving, een comeback die in de wielergeschiedenis als een van de memorabelste wordt beschouwd.

Zijn oud-ploegleider, de legendarische Briek “Lomme” Driessens, een man die bekend stond om zijn harde, maar rechtvaardige aanpak en een neus voor talent, haalde hem naar de Boule d’Or-ploeg.

Driessens geloofde in Maertens, ook al dachten velen dat zijn beste jaren voorbij waren.

Dat vertrouwen werd beloond, want Maertens reed een ijzersterke Ronde van Frankrijk, pakte maar liefst vijf etappezeges en veroverde opnieuw de groene trui.

Als kers op de taart werd hij dat najaar in Praag voor de tweede keer wereldkampioen, een prestatie die de wielerwereld met verstomming sloeg.

Maertens stond bekend om zijn explosieve sprint, maar ook om zijn vermogen om, als hij echt in vorm was, in ontsnappingen mee te gaan en dit bewees hij in 1981 opnieuw.

Helaas bleek deze comeback van korte duur. In de seizoenen die volgden, kon Maertens geen grote overwinningen meer aan zijn palmares toevoegen.

Na nog een jaar bij Boule d’Or, reed hij voor verschillende kleinere ploegen en privésponsoren, een periode waarin hij meer dan ooit afhankelijk was van zijn wilskracht en doorzettingsvermogen.

Hij hing zijn fiets in 1987 definitief aan de haak.

Na zijn wielercarrière bleef Maertens actief, maar in andere rollen, zo werkte hij een tiental jaren als vertegenwoordiger en van 2000 tot 2007 als arbeider in het Nationaal Wielermuseum (nu KOERS. Museum van de Wielersport) in Roeselare.

Daar werd hij een vertrouwd gezicht voor de bezoekers en kon hij zijn passie voor de koers delen.

Sinds februari 2008 is hij gastheer en pr-medewerker voor het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde, waar hij zijn kennis en ervaring inzet om de rijke geschiedenis van deze wielerklassieker te promoten.

Ondanks de tegenslagen en de moeilijke periode na zijn carrière, blijft Freddy Maertens een gerespecteerd figuur in de wielerwereld.

Dat bleek nogmaals in 2010, toen hij door de lezers van de Krant van West-Vlaanderen werd uitgeroepen tot de beste West-Vlaamse wielrenner aller tijden.

Hij liet daarbij grote namen als Briek Schotte en Johan Museeuw achter zich, een ultieme erkenning voor een renner die de wielergeschiedenis kleurde met zijn talent, doorzettingsvermogen en onvergetelijke comeback.

75 jaar geleden, reclame voor Pontiac Uurwerken met de Belgisch baanwielrenner Jef Scherens (maart 1949)

Jef Scherens werd zes keer onafgebroken wereldkampioen sprint op de baan van 1932 tot 1937.

In 1938 verloor hij de finale tegen Arie van Vliet. De revanche een jaar later ging niet door omdat de oorlog uitbrak.

In de oorlogsjaren werden er geen wereldkampioenschappen gereden, anders had hij er wellicht nog enkele wereldtitels bijgedaan. In 1947, op 38-jarige leeftijd, werd Scherens een laatste keer wereldkampioen.

Naast zijn 7 wereldtitels en 16 Belgische titels won Scherens ook alle Grote Prijzen van diverse landen en op een bepaald moment bezat hij alle sprint- en ronderecords van alle grote wielerbanen in Europa.

Sinds 1963 wordt er in Leuven jaarlijks de GP Jef Scherens gereden. (diverse bronnen en Wikipedia)

De Duitse wielrenner Rolf Wolfshohl mag vandaag 85 kaarsjes uitblazen.

Rolf Wolfshohl won de Ronde van Spanje in 1965 en hij was ook een specialist in het veldrijden, waar hij drie wereldtitels behaalde (1960, 1961 en 1963)

Het einde van zijn carrière was minder, zo was hij het slachtoffer van een ernstig ongeluk in 1967 en een dopingbeschuldiging in 1971.

Hij stopte met wielrennen in 1975.

Daarna had hij een fietsenwinkel.

Zijn zoon Rolf-Dieter Wolfshohl was ook wielrenner.

Op 17 juli 1984 krijg hij tijdens een wedstrijd een ongeluk, met als gevolg een gebroken halswervel.

Hij zal daardoor nooit meer kunnen lopen.

De pech stopt niet voor Rolf-Dieter Wolfshohl, want in 2011 kreeg hij te horen dat hij kanker had.

Negen maanden later sterft Rolf-Dieter Wolfshohl in het ziekenhuis van Bonn.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag