Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Het idee voor deze foto is afkomstig van een bekende foto van Jayne Mansfield.
Buiten zangeres, actrice en zakenvrouw schreef Madonna 20 jaar geleden geschiedenis door haar eerste kinderboek ‘De Engelse rozen’ uit te brengen.
Twee jaar later, in 2005, bracht ze al haar vijfde boek ‘Lotsa De Casha (Heel Veel Geld)’ uit.
De Portugese kunstenaar Rui Paes illustreerde het boek.
In Lotsa De Casha vertelt Madonna het verhaal van de rijkste man ter wereld.
Die raakt alles kwijt, maar hij krijgt er een echte vriend voor terug.
Lotsa De Casha is bedoeld voor kinderen van 6 jaar en ouder.
Het boek benadrukt de eeuwenoude moraal dat geld niet gelukkig maakt.
Ilene Cooper, de recensente van The American Library Association, vindt dat Madonna dezelfde fout maakt als andere sterren die aan het schrijven zijn geslagen.
‘Zij denken dat zij kunnen schrijven, maar wat zij doen is vreselijk, echt vreselijk‘.
Ondanks deze kritiek gaan Madonna’s boeken als warme broodjes over de toonbank.
Haar uitgever laat weten dat meer dan twee miljoen exemplaren van de reeks zijn verkocht.
De boeken zijn in veertig talen vertaald en in meer dan honderd landen te koop.
Hoewel de officiële doodsoorzaak van Elvis Presley na zijn overlijden op 16 augustus 1977 werd vastgesteld op hartfalen, werpt zijn voormalige huisarts een ander licht op de zaak.
Elvis werd destijds dood op het toilet aangetroffen en de arts die hem probeerde te reanimeren, dokter Nichopoulos, stelt in zijn boek ‘The King and Doctor Nick’ dat de zanger gered had kunnen worden als hij een operatie niet had geweigerd.
Nichopoulos, die de laatste twaalf jaar van Elvis’ leven deel uitmaakte van zijn entourage, onthult daarin schokkende details over de werkelijke gezondheidstoestand van de King.
Volgens de arts leed Elvis aan een erfelijke darmverlamming die leidde tot een extreme vorm van constipatie.
Zijn dikke darm had een abnormale diameter van vijftien tot achttien centimeter, wat aanzienlijk groter is dan de normale zes tot negen centimeter.
Nichopoulos schrijft dat de doodsoorzaak aanvankelijk onzeker was, maar dat nieuw onderzoek de puzzelstukjes uiteindelijk in elkaar heeft doen vallen.
In de darmen van Elvis werd stoelgang aangetroffen die daar al vier tot vijf maanden vastzat.
Deze aandoening verklaart volgens de dokter ook het beruchte overgewicht van de zanger; dit kwam niet door te veel of te vet eten, maar was een direct gevolg van de ernstige verstopping.
De ziekte had een enorme impact op het leven van de zanger.
Elvis schaamde zich er diep voor en had soms zelfs ongelukjes op het podium, waardoor hij zich tijdens optredens halsoverkop moest omkleden.
Omdat constipatie in de jaren zestig en zeventig nog in de taboesfeer zat en nauwelijks bespreekbaar was, zocht hij onvoldoende hulp, hoewel de behandelingen intussen sterk zijn geëvolueerd.
Nichopoulos is er dan ook van overtuigd dat Elvis wellicht nog in leven had kunnen zijn als hij destijds de nodige darmoperatie had ondergaan.
Op de plaats waar Graceland staat, stond oorspronkelijk een boerderij die eigendom was van Stephen C. Toof, de oprichter van S.C. Toof & Co., een commerciële drukkerij in Memphis.
Het landgoed werd vernoemd naar Toofs dochter, Grace, die de boerderij later erfde.
Spoedig daarna kreeg dit gedeelte van het land de naam Graceland.
In 1939 bouwde Grace Toofs nichtje, Ruth Moore, samen met haar echtgenoot dr. Thomas Moore een landhuis in koloniale stijl op het terrein.
Het landhuis telt drieëntwintig kamers, waaronder acht slaapkamers en badkamers.
De badkamer waar het levenloze lichaam van Elvis werd gevonden, bevindt zich pal boven de entree.
Deze ingang wordt ondersteund door vier grote pilaren, en bij het portiek waken aan weerszijden twee grote leeuwen.
Toen Elvis Graceland kocht, liet hij ingrijpende aanpassingen uitvoeren.
Zo kwamen er een stenen muur rondom het terrein, een smeedijzeren poort met een muziekthema, een zwembad, een tennisbaan en de beroemde Jungle Room, die voorzien is van een overdekte waterval.
In februari en oktober 1976 werd deze Jungle Room omgebouwd tot een opnamestudio.
Hier nam Elvis bijna alle nummers op voor zijn laatste twee studioalbums, ‘From Elvis Presley Boulevard’, ‘Memphis, Tennessee’ en ‘Moody Blue’.
Dit waren zijn laatst bekende opnamen in een studio-omgeving.
Om tot rust te kunnen komen, liet Elvis in de tuin de Meditation Garden aanleggen.
Hij bleef op het landgoed wonen tot aan zijn overlijden op 16 augustus 1977.
Na zijn dood werd Elvis begraven in deze Meditation Garden, net als zijn ouders Gladys en Vernon en zijn grootmoeder.
Ook ligt er een gedenksteen voor Elvis’ tweelingbroer Jesse Garon, die tijdens de geboorte overleed.
De Meditation Garden werd al in 1978 opengesteld voor het publiek, en op 7 juni 1982 opende Graceland officieel de deuren als museum.
Inmiddels is het landgoed uitgegroeid tot een waar bedevaartsoord en vormt het, naast de muziek, de grootste bron van inkomsten voor zijn nabestaanden.
Met jaarlijks zo’n 600.000 tot 700.000 bezoekers is het landhuis in Memphis, Tennessee, het op één na meest bezochte woonhuismuseum van de Verenigde Staten, na het Witte Huis.
Een ticket kost afhankelijk van het gekozen type rondleiding tussen de 53 en 148 dollar voor volwassenen (ongeveer 48 tot 134 euro)
Sinds de openstelling voor publiek op 7 juni 1982 tot aan 2026 hebben in totaal ruim 23 miljoen bezoekers een bezoek gebracht aan Graceland.
De meidengroep Bananarama werd in 1980 opgericht door Keren Woodward, Sara Dallin en Siobhan Fahey.
Hun eerste single was de cover Aie-a-mwana, die ze in 1981 uitbrachten.
Dit nummer verscheen oorspronkelijk in 1971 op het album Le Monde Fabuleux Des Yamasuki van het Belgische project Yamasuki’s.
In 1975 werd het in Vlaanderen een hitje voor de groep Black Blood.
Het werd geschreven door Daniel Vangarde, de vader van Thomas Bangalter van Daft Punk, en zijn landgenoot Jean Kluger.
In de studio kregen de dames hulp van Steve Jones en Paul Cook van The Sex Pistols, waarna het nummer een kleine hit werd in Engeland.
De grote doorbraak kwam al vroeg in de jaren tachtig na een succesvolle samenwerking met Terry Hall en zijn groep Fun Boy Three.
Samen namen ze ‘It Ain’t What You Do It’s the Way That You Do It’ op, een swingend jazznummer uit 1939 dat oorspronkelijk werd gezongen door Jimmie Lunceford and His Orchestra.
Het nummer werd een grote hit in Europa en gaf Bananarama de kans om aan hun eerste album te werken.
Dat debuutalbum, getiteld Deep Sea Skiving, bevatte onder meer ‘Really Saying Something’, een cover van een Motown-nummer uit 1964 van The Velvelettes dat ze eveneens samen met de Fun Boy Three zongen.
De derde single van de plaat was ‘Shy Boy’, een nummer dat geschreven en geproduceerd werd door Steve Jolley en Tony Swain, die ook bekend waren van hun werk met Imagination en Alison Moyet.
Bananarama schreef daarnaast zelf nummers voor het album, zoals ‘Young at Heart’, dat ze samen met Robert Hodgens maakten.
Hodgens zou later met zijn band The Bluebells een eigen versie van het nummer uitbrengen en daar eveneens een grote hit mee scoren.
Niet veel later veroverden ze ook internationaal de hitlijsten met aanstekelijke popnummers zoals ‘Cruel Summer’ en ‘Robert De Niro’s Waiting’.
In het midden van de jaren tachtig ging Bananarama een samenwerking aan met het beroemde producerstrio Stock Aitken Waterman, een stap die hun muzikale carrière naar een absolute piek bracht.
Met een vernieuwde, energiekere dancepopsound scoorden ze wereldhit na wereldhit, waaronder hun beroemde cover van Venus, evenals ‘Love in the First Degree’ en ‘I Heard a Rumour’.
Na het grote succes van het album Wow! besloot Siobhan Fahey in 1988 de groep te verlaten om te trouwen met David Stewart van de Eurythmics en een solocarrière te beginnen.
Fahey richtte later het succesvolle Shakespeare’s Sister op.
Ze werd kortstondig vervangen door Jacquie O’Sullivan, geboren als Jacqueline Michelle O’Sullivan, die tot 1991 bij de band bleef.
Vanaf dat moment besloten Sara Dallin en Keren Woodward als duo door te gaan.
In 1996 kregen ze een eervolle vermelding in het Guinness Book of Records als de meest succesvolle vrouwelijke groep ooit en als de meidengroep met de meeste hitnoteringen in de Britse hitparade.
Hoewel de oorspronkelijke driemansformatie in 2017 en 2018 een eenmalige en zeer succesvolle reünietournee deed, is de vaste bezetting een duo gebleven.
Sara Dallin, geboren op 17 december 1961 en inmiddels 64 jaar, en Keren Woodward, geboren op 2 april 1961 en 65 jaar, zijn nog altijd ontzettend actief op de bühne.
Ze treden regelmatig op tijdens festivals, retro-events zoals Rewind Festival en geven eigen optredens in Groot-Brittannië en daarbuiten.
Ook nieuw werk blijft een vast onderdeel van hun plannen.
Na hun succesvolle studioalbums In Stereo uit 2019 en Masquerade uit 2022 brachten ze in het voorjaar van 2024 de verzamelaar Glorious: The Ultimate Collection uit, waarop ook een paar gloednieuwe nummers stonden.
Ze schrijven en nemen in hun eigen tempo nog steeds nieuwe muziek op via hun eigen label, dus nieuw materiaal valt in de toekomst zeker te verwachten.
Dat het duo hun rijke discografie actief blijft vieren, bleek opnieuw toen hun album Now Or Never op 15 mei 2026 in een geremasterde en uitgebreide versie opnieuw werd uitgebracht op de digitale platforms.
Dit album verscheen oorspronkelijk in september 2012 ter gelegenheid van hun dertigjarig bestaan en een Amerikaanse tournee.
De vernieuwde digitale uitgave telt zes nummers, waaronder de titeltrack ‘Now Or Never’, ‘La La Love’, hun cover van Maroon 5 en Christina Aguilera, namelijk ‘Moves Like Jagger’, en een heropgenomen versie van de jarennegentigtrack ‘Movin’ On’, aangevuld met nieuwe mixes van Ian Masterson.
Op 30 juni 2026 brachten Sara Dallin en Keren Woodward opnieuw een speciale release uit, ditmaal rond hun iconische hit Venus.
Deze release bevat de geremasterde originele versie, zeldzame 12-inchmixen, instrumentale tracks en niet eerder digitaal beschikbare dancemixes die destijds in 1986 op de maxi-single verschenen.
Hiermee zetten ze de legendarische track, die ze oorspronkelijk overnamen van Shocking Blue en waarmee ze de eerste plek in de Amerikaanse Billboard Hot 100 veroverden, opnieuw in de schijnwerpers.
Met een carrière die inmiddels meer dan vier decennia overspant, blijven Sara en Keren wereldwijd optreden en nieuwe muziek maken, waarmee hun status als iconen van de popmuziek definitief vaststaat.
De geruchten dat ze een travestiet zou zijn, probeerde ze in diezelfde periode te ontkrachten door te poseren voor Playboy, maar de speculaties stopten hiermee niet.
Zelfs vijftien jaar geleden, in 2011, laaide de controverse weer op toen een Italiaanse krant een geboorteakte publiceerde van een zekere Alain Tap, geboren in 1939.
Dit was veel vroeger dan de late jaren veertig die altijd als Lears geboorteperiode werden aangenomen, al hing er rond haar ware leeftijd sowieso altijd al een zweem van geheimzinnigheid.
De krant toonde bovendien een foto van een jonge Tap die sprekend op haar leek.
Lear zelf bleef er nuchter onder en vertelde tijdens een bezoek aan Brugge in 2009 dat ze net als iedereen in de showbizz altijd moet acteren.
Al die mysteries deden haar muzikale succes destijds in elk geval geen kwaad.
Samen met producer Anthony Monn groeide ze uit tot de blanke queen of disco.
Ze brak in 1978 wereldwijd door met het nummer ‘Follow me’, waarna de successen elkaar snel opvolgden.
Haar single ‘Queen of China-Town’ was oorspronkelijk al in 1977 uitgebracht, maar werd door haar immense populariteit in 1978 opnieuw uitgebracht.
Ook andere nummers zoals ‘Enigma (Give a bit of mmmh to me)’, ‘Gold’, ‘The Sphinx’ en ‘Fashion Pack’ groeiden uit tot grote hits.
In 1992 zorgde de Ierse zangeres Sinéad O’Connor voor veel beroering toen ze live op de Amerikaanse televisie een foto van de paus verscheurde.
Haar complexe relatie met religie nam in 1999 een nieuwe wending toen ze in Lourdes tot priester werd gewijd door bisschop Michael Cox, de leider van de afgescheurde Latijnse Tridentijnse kerk.
Vanaf dat moment ging ze door het leven als Moeder Bernadette Mary en werd ze de eerste vrouw in deze functie.
De ceremonie veroorzaakte echter stevige ruzie en de weigering van de Rooms-Katholieke Kerk om de wijding te erkennen.
Omdat O’Connor destijds 200.000 dollar aan Cox had geschonken, ontstond al snel de perceptie dat ze haar priesterschap simpelweg had gekocht.
Door de jaren heen bleef de zangeres worstelen met haar identiteit, wat zich onder meer uitte in verschillende naamsveranderingen.
In 2017 veranderde ze haar wettelijke naam naar Magda Davitt.
Slechts een jaar later kondigde ze aan dat Sinéad Marie Bernadette O’Connor niet langer bestond; ze had zich bekeerd tot de islam en wilde voortaan Shuhada’ Davitt genoemd worden, een Arabische naam die staat voor martelaar of getuige.
Naast deze spirituele zoektocht werd haar leven zwaar getekend door persoonlijke en mentale worstelingen.
O’Connor kampte met de naweeën van trauma’s en misbruik uit haar jeugd. Ze gaf zelf aan dat ze door haar directe start in de muziekindustrie nooit had geleerd om een normaal leven te leiden en geen tijd had genomen om te genezen.
Na decennialang cannabisgebruik en een kortstondige verslaving aan andere middelen in 2020 door het verlies van een geliefde en de zorgen om haar tienerzoon Shane, besloot ze in 2021 in te grijpen.
Ze annuleerde al haar optredens voor dat jaar om een jaar lang te focussen op therapie en ontwenning, met als doel haar zwarte gedachten te overwinnen.
Via Twitter vroeg ze haar fans om begrip voor de zes loodzware jaren die ze had doorgemaakt, met de boodschap dat haar herstel nu echt kon beginnen.
Dit herstel werd echter ruw verstoord door een onvoorstelbaar drama toen haar 17-jarige zoon Shane in januari 2022 uit het leven stapte.
O’Connor was gebroken en noemde hem op Twitter het licht van haar leven dat besloten had zijn aardse strijd te beëindigen.
Ze sprak de wens uit dat hij in vrede mocht rusten en drukte haar volgers op het hart om zijn voorbeeld niet te volgen.
Hoe dan ook kwam er op 26 juli 2023 een verdrietig einde aan het roerige bestaan van deze veelbesproken zangeres, die op 56-jarige leeftijd overleed.
Uit het Ierse lijkschouwingsrapport bleek dat ze specifiek overleed aan een verergering van de longziekte COPD, astma en een lichte infectie in de onderste luchtwegen.
Het succes en de schaduwzijde van een countryklassieker.
Het nummer Success Has Made a Failure of Our Home van Sinead O’Connor is gebaseerd op het nummer Success van countryzangeres Loretta Lynn.
Dat origineel werd in 1961 geschreven door Johnny Mullins.
In de tekst zingt de artiest over de keerzijde van roem: het najagen van een succesvolle carrière en rijkdom heeft er in dit verhaal ironisch genoeg voor gezorgd dat het gezinsleven en het huwelijk volledig zijn stukgelopen.
Hoewel de kern en de betekenis in beide versies precies hetzelfde zijn, bracht Sinead O’Connor wel een paar subtiele tekstuele aanpassingen aan.
Zo veranderde ze onder andere de openingsregel over het achterlaten van een eenvoudige boerderij om het lied moderner te maken en beter te laten aansluiten bij haar eigen achtergrond.
Toen Loretta Lynn de single in april 1962 uitbracht, werd het een groot succes en betekende het haar allereerste top 10-hit in de Amerikaanse Hot Country Songs.
Jaren later wist Sinead O’Connor met haar eigen versie ook in de Lage Landen te scoren, waar de cover goed was voor een eenentwintigste plaats in zowel de Vlaamse BRT Top 30 als een vijftiende plaats in de Top 40.
Inmiddels is ook Loretta Lynn overleden. De legendarische countryzangeres stierf op 4 oktober 2022 op negentigjarige leeftijd in haar slaap.
Wat dit opzwepende nummer extra bijzonder maakt, is dat de zeven getalenteerde groepsleden het helemaal zelf schreven.
Stella Barker, Clare Hirst, Miranda Joyce, Jennie Matthias, Sarah-Jane Owen, Judy Parsons en Lesley Shone vormden destijds een opvallende en stoere verschijning in de muziekwereld.
Een leuk detail is dat de groep deels voortkwam uit de as van The Bodysnatchers, een toen bekende ska-band. Stella Barker, Miranda Joyce, Sarah-Jane Owen en Judy Parsons maakten de overstap vanuit die groep en bundelden hun krachten met de nieuwe leden Clare Hirst, Jennie Matthias en Lesley Shone om The Belle Stars compleet te maken.
De meiden stonden erom bekend dat ze al hun instrumenten zelf bespeelden, wat in de vroege jaren tachtig voor een voltallige vrouwenband nog altijd uitzonderlijk en behoorlijk vooruitstrevend was.
De aanstekelijke mix van pop en new wave, met een stevige knipoog naar hun ska-roots, werd feilloos vastgelegd door producer Peter Collins.
Hij was een bijzonder veelzijdige vakman die zijn sporen in de internationale muziekindustrie ruimschoots heeft verdiend.
Het bleef voor hem overigens niet bij Britse meidengroepen, want zijn productiewerk omvat een opvallend breed scala aan artiesten en stevige genres.
Zo verzorgde hij later het geluid voor uiteenlopende namen als Alice Cooper, Bon Jovi, Suicidal Tendencies, Indigo Girls, Jane Wiedlin, October Project, The Cardigans en Tracey Ullman.
De samenwerking tussen The Belle Stars en Collins bleek een absoluut schot in de roos, want de single vloog overal de hitlijsten in.
In Vlaanderen was het nummer goed voor een indrukwekkende tweede plaats in de toenmalige BRT Top 30, en ook in Nederland was het een enorm succes met een zesde plek in de Top 40.
In hun thuisland, het Verenigd Koninkrijk, piekte de plaat zelfs op de derde positie. Hoewel Sign of the Times wereldwijd hun grootste succes bleef, stonden The Belle Stars aan het eind van de jaren tachtig toch nog een keer onverwacht in de schijnwerpers.
Hun vrolijke cover van het nummer Iko Iko werd toen namelijk prominent gebruikt in de geprezen film Rain Man, wat de groep flink wat jaren na hun hoogtijdagen alsnog een grote hit opleverde in Amerika.
Dit onverwachte succes kwam overigens op het moment dat de groep feitelijk al niet meer bestond, want in 1986 waren The Belle Stars officieel uit elkaar gegaan.
Zangeres Jennie Matthias, die ook bekendstaat als Jennie McKeown, is de muziekwereld echter wel altijd trouw gebleven en treedt tegenwoordig nog af en toe solo op in het retrocircuit.
Hoe een lokaal carnavalslied uit New Orleans de hitlijsten veroverde.
Het nummer Iko Iko van de Britse meidengroep The Belle Stars is een aanstekelijke popklassieker met een rijke en complexe geschiedenis.
Hoewel The Belle Stars er in de jaren tachtig een grote hit mee scoorden, liggen de oorspronkelijke wortels van het lied tientallen jaren eerder in de kleurrijke straten van New Orleans.
De originele versie werd in 1953 geschreven door de Amerikaanse rhythm-and-bluesartiest James Sugar Boy Crawford en begin 1954 uitgebracht onder de titel Jock-A-Mo.
Crawford haalde zijn inspiratie uit de straatcultuur van de Mardi Gras Indians.
Dit zijn groepen Afro-Amerikaanse feestvierders in New Orleans die zich tijdens het carnaval kleden in weelderige, op de inheemse Amerikaanse klederdracht geïnspireerde pakken.
De tekst van het nummer beschrijft een speelse maar stoere confrontatie tussen twee rivaliserende stammen tijdens de parade.
De zang in het refrein is gebaseerd op de traditionele kreten die deze carnavalsgroepen naar elkaar riepen.
De exacte betekenis van de woorden is door de jaren heen vaak besproken, maar taalkundigen en historici gaan er doorgaans van uit dat het een mengsel is van Louisiana Creools Frans, inheemse talen en West-Afrikaanse dialecten.
Het refrein is in essentie bedoeld als een plagerij of een overwinningkreet richting de andere groep.
In 1965 blies de Amerikaanse meidengroep The Dixie Cups het nummer nieuw leven in.
Ze pasten de titel aan naar Iko Iko en scoorden er een enorme hit mee.
De leden van The Dixie Cups dachten destijds dat het een traditioneel volksliedje was dat ze van hun grootmoeder hadden geleerd.
Tijdens de opname improviseerden ze de percussie in de studio door met drumstokjes op asbakken en aluminium flessen te tikken.
Omdat ze het nummer samen met hun producers als hun eigen compositie registreerden, ontstond er later een stevige juridische strijd met James Crawford over de auteursrechten.
Uiteindelijk werd er een schikking getroffen waarbij Crawford deels werd erkend, al moest hij een groot deel van de publicatierechten afstaan.
De versie van The Belle Stars, met een herkenbaar en typisch jaren tachtig synthesizergeluid, werd in 1982 opgenomen en uitgebracht.
Destijds was het vooral een bescheiden succes in het Verenigd Koninkrijk en in enkele Europese landen.
Bij ons in Vlaanderen en Nederland bereikte de single toen niet de hitparade.
Het grote succes kwam pas veel later.
Dat omslagpunt vond plaats eind 1988, toen hun energieke cover op de soundtrack verscheen en werd gebruikt in de opening van de immens populaire film Rain Man met Tom Cruise en Dustin Hoffman.
Door het enorme bioscoopsucces van de film werd het nummer in 1989 opnieuw uitgebracht in de Verenigde Staten, waar het dit keer piekte in de hoogste regionen van de Billboard-hitlijsten.
Wat in 1954 begon als een lokaal carnavalslied over botsende parades in New Orleans, is op die manier via The Dixie Cups en de filmindustrie uitgegroeid tot een wereldwijd bekend popfenomeen.
Daarnaast bleek de aantrekkingskracht van de melodie onweerstaanbaar voor vele andere muzikanten.
Artiesten als Rolf Harris, Warren Zevon, Dr. John, John Baldry en zelfs Hugues Aufray coverden het nummer al in de jaren zestig en zeventig.
Maar ook artiesten als Cyndi Lauper, Ringo Starr, Captain Jack en Zap Mama namen het nummer op in hun repertoire.
Het nummer ‘The Clapping Song’ is bij velen vooral bekend door de aanstekelijke cover van de Britse meidengroep The Belle Stars uit 1982, maar de oorsprong van het lied gaat terug tot 1965.
Het werd geschreven door Lincoln Chase en oorspronkelijk uitgebracht door de Amerikaanse zangeres Shirley Ellis.
Haar versie was een enorm succes, verkocht meer dan een miljoen exemplaren en bereikte hoge posities in de Amerikaanse en Britse hitlijsten.
De tekst en het ritme zijn gebaseerd op een kinderversje en een bijbehorend klapspelletje.
De bekende openingsregels “Three, six, nine, the goose drank wine” zijn bovendien deels geleend van een veel ouder nummer uit de jaren dertig genaamd Little Rubber Dolly van de Light Crust Doughboys.
In de zomer van 1982 bliezen The Belle Stars het nummer nieuw leven in met hun opzwepende mix van pop en ska, uitgebracht op het bekende Stiff Records-label .
Hun cover sloeg enorm aan bij het grote publiek.
Het bereikte de elfde plaats in de Britse hitlijsten en klom in Australië na een verblijf van maar liefst zeven maanden zelfs naar de vierde plek.
Het was een nummer dat perfect de vrolijke, energieke sfeer van de vroege jaren tachtig wist te vangen.
Naast de versie van The Belle Stars hebben door de jaren heen vele andere artiesten The Clapping Song gecoverd.
Artiesten als Anita Harris, Gary Glitter en de Franse groep Les Surfs coverden het nummer al in de jaren zestig en zeventig.
Maar ook artiesten als Pia Zadora, Black Lace, Toto Coelo en Carmel namen het nummer op in hun repertoire.
Zo bracht Aaron Carter het uit in 2000 en nam Queen-drummer Roger Taylor in 2021 nog een versie op, terug te vinden op zijn album Outsider.
In Vlaanderen kennen we het nummer bovendien dankzij de Championettes.
In 1984 behaalde de single in zowel Vlaanderen als Nederland de zesde positie in de hitlijsten.
Op de b-kant van de plaat staat het nummer 17 Days, dat eigenlijk bedoeld was voor het project Apollonia 6.
De release in 1984 als eerste single van het album Purple Rain betekende een cruciaal moment in de popgeschiedenis.
Prince schreef en produceerde het nummer in recordtempo nadat regisseur Albert Magnoli hem had gevraagd om een specifiek liedje te maken voor een filmscène waarin de spanningen tussen de hoofdrolspelers centraal stonden.
Prince werkte alleen in de studio en speelde alle instrumenten zelf in.
Wat dit nummer zo revolutionair maakte, was de gedurfde keuze om de baslijn volledig weg te laten.
In die tijd was het ongehoord om een dancenummer te produceren zonder basgitaar of synth-bas.
Prince besloot op het laatste moment de baslijn die hij al had opgenomen te schrappen, omdat hij vond dat het nummer zonder die lage tonen veel rauwer en indringender klonk.
Het resultaat was een minimalistisch meesterwerk dat volledig rustte op een strakke drumbeat, een hypnotiserende synthesizer en zijn expressieve stem.
Een interessant weetje is dat de iconische gitaarsolo aan het begin bijna per ongeluk ontstond terwijl Prince aan het experimenteren was met verschillende effecten.
Het nummer werd een enorme hit en stond vijf weken lang op de eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten, waarmee het de bestverkochte single van 1984 werd.
Dit succes bewees dat Prince op het toppunt van zijn creatieve kracht stond en niet bang was om de wetten van de popmuziek te herschrijven.
Ook de videoclip was spraakmakend, vooral door de openingsscène waarin Prince uit een badkuip stapt terwijl er witte duiven om hem heen vliegen.
Het zorgde voor de nodige controverse en veel gespreksstof bij MTV.
Door de jaren heen hebben vele artiesten zich aan een cover gewaagd of het nummer als basis gebruikt. Een van de meest bekende versies is die van Ginuwine uit 1996, die het nummer een eigentijdse r&b-twist gaf.
In 1990 gebruikte MC Hammer het nummer als fundament voor zijn single Pray en zelfs Patti Smith nam het op in haar collectie op het verzamelalbum Land (1975 – 2002).
Daarnaast hebben ook de alternatieve rockband Local H en de indiegroep The Be Good Tanyas eigenzinnige versies uitgebracht.
Andere sterke covers zijn afkomstig van Razorlight en The Flying Pickets.
Ook in Vlaanderen liet het nummer zijn sporen na met indrukwekkende versies door Naima Joris en Scala & Kolacny Brothers, wat nogmaals onderstreept hoe tijdloos en veelzijdig de compositie van Prince werkelijk is (Poster Joepie 1986)
De zangeres en actrice werd geboren als Cheryl Sarkisian in het Californische El Centro en brak door als de helft van het rock-‘n-roll-duo Sonny & Cher, dat ze vormde met haar toenmalige echtgenoot Sonny Bono.
Terwijl ze samen successen vierden, nam ze toen ook al haar eerste solonummers op.
Het huwelijk met Sonny strandde in 1975.
Slechts vier dagen na de officiële scheiding stapte Cher alweer in het huwelijksbootje met rockmuzikant Gregg Allman, de medeoprichter van The Allman Brothers Band, bekend van hits als Jessica en Ramblin’ Man.
Dat huwelijk kende een stormachtige start: al na negen dagen vroeg Cher een scheiding aan vanwege zijn heroïne- en alcoholverslaving, maar binnen een maand verzoende het stel zich weer.
Samen brachten ze onder de naam Allman & Woman nog het album Two The Hard Way uit.
Op 7 juli 1976 werd hun zoon Elijah Blue Allman geboren, die later in de voetsporen van zijn ouders trad en eveneens muzikant werd.
Na de breuk met Allman had Cher relaties met Kiss-bassist Gene Simmons en gitarist Les Dudek.
In totaal heeft ze twee kinderen: Chaz Bono en Elijah Blue Allman.
Naast haar muzikale loopbaan bouwde Cher een succesvolle carrière op als actrice.
Ze schitterde in films zoals The Witches of Eastwick, Mermaids, Silkwood, Mask, Suspect en Tea with Mussolini.
Haar acteerhoogtepunt beleefde ze op 11 april 1988, toen ze een Oscar voor beste actrice in ontvangst mocht nemen voor haar hoofdrol in Moonstruck.
In juli 2018 voegde ze een nieuw succes toe aan haar filmcarrière toen ze te zien en te horen was in de film Mamma Mia! Here We Go Again.
Ze vertolkte hierin de rol van Ruby Sheridan, de grootmoeder van Sophie.
Naar aanleiding van dit filmavontuur bracht ze in hetzelfde jaar het album Dancing Queen uit, een plaat die volledig gevuld was met haar eigen uitvoeringen van ABBA-covers.
Als zangeres bleef ze decennialang de hitlijsten bestormen.
In 1993 scoorde ze een opmerkelijke hit met een nieuwe uitvoering van ‘I Got You Babe’, dit keer samen met het MTV-tekenfilmduo Beavis and Butt-head.
Aan het begin van 1999 behaalde ze een grote nummer 1-hit in Nederland met het nummer ‘Believe’.
Haar repertoire bevat daarnaast bekende klassiekers zoals “Bang bang (My baby shot me down)’, ‘Gypsys, tramps & thieves’, Half-breed’, ‘Dark lady’, ‘If I could turn back time’ en ‘The shoop shoop song (It’s in his kiss)’.
In 2010 combineerde ze haar talenten in de film Burlesque, waarvoor ze de single ‘You haven’t seen the last of Me’ opnam.
In 2023 bracht ze haar kerstalbum Christmas uit, gevolgd door het verzamelalbum Forever in 2024.
Daarnaast bracht ze onlangs haar memoires uit en werd ze geëerd met een Grammy Lifetime Achievement Award.
De zangeres is nog regelmatig te zien op rode lopers en is momenteel druk bezig met het afronden van nieuwe muziek.
Ze werkt aan een nieuw studioalbum, wat waarschijnlijk haar laatste grote album zal zijn.
Ze verklaarde hierover dat het inzingen van de vocalen op deze leeftijd uitdagend is, maar dat de nummers fantastisch zijn.
foto april 1979
Cher over haar nieuwe album Take me home (Joepie van 27 april 1979).
45 jaar geleden, LP-bespreking Nightclubbing van Grace Jones (Joepie 24 mei 1981)
Gisteren nog vandaag
Nightclubbing uit 1981 markeert het moment waarop Grace Jones haar transformatie van disco-diva naar avant-garde-icoon voltooide.
De weg naar dit succes was bijzonder; Jones werkte zich op van een Jamaicaanse domineesdochter tot een veelzijdige wereldster.
Hoewel ze in Amerika de toneelschool bezocht, werd ze al snel ontdekt als topmodel.
Ze sierde de covers van bladen als Elle en Vogue, en verscheen zelfs op de voorzijde van het Duitse Der Stern.
Het album werd opgenomen in de beroemde Compass Point Studios op de Bahama’s, waar een uniek geluid werd gesmeed door de combinatie van reggae-ritmes, post-punkattitude en elektronische texturen.
Onder leiding van producenten Chris Blackwell en Alex Sadkin, en met de ritmesectie van Sly & Robbie, ontstond een lome, hypnotiserende sfeer die perfect de overgang van de glitter van de jaren zeventig naar de kille chic van de jaren tachtig ving.
Rond deze tijd ontwikkelde Jones haar kenmerkende androgynen look met kort haar en strakke pakken, wat haar een onvergetelijk icoon in zowel de muziek als de mode maakte.
De titeltrack kent een interessante oorsprong; het nummer werd geschreven door David Bowie en Iggy Pop en verscheen voor het eerst op het album The Idiot van Iggy Pop in 1977.
In de uitvoering van Jones krijgt het stuk echter een geheel nieuwe dimensie. Terwijl het origineel uit de Berlijnse periode van Bowie en Pop een zekere mate van decadente uitputting suggereerde, klinkt de versie van Jones als een triomftocht door een nachtelijk stedelijk landschap.
Haar voordracht is afstandelijk en bijna robotachtig, wat naadloos aansluit bij het hoekige, minimalistische arrangement.
Naast de titeltrack bevat het album meer indrukwekkende bewerkingen. Een van de absolute hoogtepunten is de single I’ve Seen That Face Before (Libertango).
Gisteren nog vandaag
Dit nummer is een bewerking van Libertango, een compositie van de Argentijnse componist en bandoneonist Astor Piazzolla.
De tekst van deze versie werd mede geschreven door Francine Canovas, beter bekend onder haar artiestennaam Nathalie Delon.
Zij was de moeder van de Frans-Amerikaanse acteur Anthony Delon en was van 1964 tot 1969 getrouwd met Alain Delon.
Later werd zij de vriendin van producent Chris Blackwell, wat leidde tot de samenwerking voor dit album. Nathalie Delon overleed helaas in 2021.
I’ve Seen That Face Before werd een gigantisch succes in de Lage Landen. In Vlaanderen stond de single maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats in de hitlijsten, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de tweede positie bereikte.
Ook van het nummer Demolition Man van Sting maakte ze een zeer krachtige en eigenzinnige cover die perfect paste binnen de vernieuwende sound van het album.
Het visuele aspect van Nightclubbing bleef onlosmakelijk verbonden met de muziek.
De iconische hoes, gefotografeerd door Jean-Paul Goude, toont Jones met haar kenmerkende blokkapsel en een strak gesneden Armani-jasje.
Deze verschijning versterkte de impact van nummers zoals Pull Up to the Bumper en Walking in the Rain.
Het album wordt tot op de dag van vandaag geprezen om de unieke persoonlijkheid van Grace Jones en blijft een essentieel referentiepunt voor artiesten die de grenzen tussen kunst, mode en commercie willen vervagen.
Op oudejaarsavond 1977 maakte de single La Vie En Rose haar debuut in de BRT Top 30, om twee weken later door te stoten naar de dertiende positie.
De tekst van dit wereldberoemde nummer werd oorspronkelijk geschreven door Edith Piaf, die de tekst destijds de titel Les Choses En Rose meegaf.
De bijbehorende muziek werd gecomponeerd door Louis Gugliemi, beter bekend onder zijn pseudoniem Louiguy.
Hoewel het chanson in 1945 voor het eerst werd opgenomen door Marianne Michel, een goede vriendin van Piaf, zorgde het grote succes van die uitvoering ervoor dat de schrijfster het nummer uiteindelijk ook zelf inzong.
In 1946 werd het haar allereerste grote hit.
In 1983 beleefde de cover van Grace Jones een heropleving en kwam deze terug in de hitlijsten, binnen op nummer 28, waarna deze uiteindelijk de zestiende plaats bereikte.
De geschiedenis van de muzikale kauwgom Chu Pops, in Amerika bekend als Chu-Bops, begon aan het begin van de jaren tachtig, toen producent Amural Products Company een unieke verzamelrage ontketende.
Tussen 1980 en 1983 bracht dit bedrijf miniatuurversies uit van destijds razend populaire lp-hoezen.
Het succes waaide al snel over naar Europa, waar importeur Ets Charlier uit Antwerpen de distributie voor de Lage Landen op zich nam.
Onder de enthousiaste slagzin dat de hit uit Amerika nu ook bij ons verkrijgbaar was, veroverde het product in mei 1981 de markt in onder andere Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk.
Het concept was even eenvoudig als doeltreffend. Voor een klein bedrag kochten jongeren bij kiosken en platenzaken een kartonnetje van vierenhalve vierkante centimeter dat exact leek op een echte vinylplaat.
Binnenin dit miniatuur-album zat een felroze stuk kauwgom in de vorm van een grammofoonplaat, inclusief nagemaakte groeven.
Een extra verrassing wachtte aan de binnenzijde van het openklapbare hoesje, waar de songtekst van de grootste hit van het album stond afgedrukt.
Wie bijvoorbeeld het album Voulez-vous van ABBA bemachtigde, vond daarin de complete tekst van het bekende nummer ‘Does your Mother know’.
De marketing achter de kauwgom speelde perfect in op de verzamelwoede van de jeugd.
Er werd gewerkt met opeenvolgende reeksen die telkens acht nieuwe albums van actuele sterren bevatten.
De allereerste serie die in onze regio op de markt kwam, bestond uit een gevarieerde mix van wereldberoemde pop- en rockacts, waaronder Dire Straits, Kiss, Roxy Music, Billy Joel, Blondie, Sheila en twee verschillende albums van ABBA.
Later volgden nog speciale thematische series rondom iconen zoals Elvis Presley en The Beatles.
Om al deze schatten netjes te bewaren, konden fans een speciaal Chu Pops-verzamelalbum aanschaffen, waarin precies zestien hoesjes overzichtelijk konden worden opgeborgen.
Verzamelaars werden destijds al gewaarschuwd dat ze snel moesten toeslaan.
Zodra er na twee maanden een nieuwe reeks verscheen, stopte de fabrikant direct met de productie van de vorige serie.
Hierdoor veranderden oude hoesjes in korte tijd in schaarse rariteiten.
De advertenties uit die tijd gaven de jeugd dan ook de tip om dubbele exemplaren goed te bewaren voor ruilhandel, met de belofte dat de waarde van dag tot dag zou stijgen.
Die voorspelling is decennia later werkelijkheid geworden. De nostalgische hoesjes, en dan met name de zeldzame exemplaren die na al die jaren nog ongeopend zijn, inclusief de originele kauwgom, zijn tegenwoordig gezochte en waardevolle objecten onder verzamelaars van popmemorabilia.
De Amerikaanse zangeres Tori Amos is een klassiek geschoolde pianiste die al op jonge leeftijd haar eigen muzikale koers koos.
Als dochter van een methodistendominee met een Ierse en Cherokee-achtergrond speelde religie van kinds af aan een grote rol in haar leven.
Al op driejarige leeftijd begon ze met het componeren van eigen liedjes, wat haar als vijfjarige een plek opleverde als jongste student ooit aan het Peabody Conservatorium.
Hoewel een toekomst als concertpianiste voor haar was uitgestippeld, verliet ze op haar elfde de opleiding vanwege haar opstandige aard en haar weerstand tegen het strikt lezen van bladmuziek.
In plaats daarvan gaf ze de voorkeur aan eigen interpretaties van klassieke meesters en begon ze al op dertienjarige leeftijd op te treden in bars en lounges in Washington.
Eind jaren tachtig verhuisde ze naar Los Angeles en nam ze de naam Tori aan.
Met haar band Y Kant Tori Read bracht ze in 1988 een album uit dat commercieel flopte en haar presenteerde in een stijl waar ze zich later van zou distantiëren.
Ondanks deze moeizame start vond ze haar weg terug naar de piano en schreef ze de nummers voor haar eigenlijke solodebuut Little Earthquakes.
Haar platenmaatschappij zag meer kansen op de Europese markt, waarna ze naar Londen vertrok om in een klein appartement haar werk te voltooien.
Dit album werd een groot succes door de ongekende openhartigheid over thema’s als religie, schuld en haar persoonlijke ervaring met seksueel geweld in nummers als ‘Me and a Gun’ en ‘Crucify’.
Haar debuut vestigde direct haar reputatie als een melodieus en tekstueel gelaagd talent.
In het voorjaar van 2026 laat ze opnieuw van zich horen met de singles ‘Stronger Together’ en ‘Shush’, die respectievelijk in februari en maart zijn verschenen.
Deze nummers kondigen de komst aan van haar achttiende studioalbum In Times of Dragons, dat op 1 mei 2026 verschijnt.
Ter ondersteuning van dit nieuwe werk reist de 62-jarige Tori in april door Europa met haar grootste tournee in tien jaar tijd.
Tijdens deze reeks concerten staat ze op 24 en 25 april in Carré in Amsterdam, om vervolgens op maandag 27 april 2026 naar België te komen voor een optreden in het Koninklijk Circus in Brussel.