Cher mag vandaag tachtig kaarsjes uitblazen.

De zangeres en actrice werd geboren als Cheryl Sarkisian in het Californische El Centro en brak door als de helft van het rock-‘n-roll-duo Sonny & Cher, dat ze vormde met haar toenmalige echtgenoot Sonny Bono.

Terwijl ze samen successen vierden, nam ze toen ook al haar eerste solonummers op.

Het huwelijk met Sonny strandde in 1975.

Slechts vier dagen na de officiële scheiding stapte Cher alweer in het huwelijksbootje met rockmuzikant Gregg Allman, de medeoprichter van The Allman Brothers Band, bekend van hits als Jessica en Ramblin’ Man.

Dat huwelijk kende een stormachtige start: al na negen dagen vroeg Cher een scheiding aan vanwege zijn heroïne- en alcoholverslaving, maar binnen een maand verzoende het stel zich weer.

Samen brachten ze onder de naam Allman & Woman nog het album Two The Hard Way uit.

Op 7 juli 1976 werd hun zoon Elijah Blue Allman geboren, die later in de voetsporen van zijn ouders trad en eveneens muzikant werd.

Na de breuk met Allman had Cher relaties met Kiss-bassist Gene Simmons en gitarist Les Dudek.

In totaal heeft ze twee kinderen: Chaz Bono en Elijah Blue Allman.

Naast haar muzikale loopbaan bouwde Cher een succesvolle carrière op als actrice.

Ze schitterde in films zoals The Witches of Eastwick, Mermaids, Silkwood, Mask, Suspect en Tea with Mussolini.

Haar acteerhoogtepunt beleefde ze op 11 april 1988, toen ze een Oscar voor beste actrice in ontvangst mocht nemen voor haar hoofdrol in Moonstruck.

In juli 2018 voegde ze een nieuw succes toe aan haar filmcarrière toen ze te zien en te horen was in de film Mamma Mia! Here We Go Again.

Ze vertolkte hierin de rol van Ruby Sheridan, de grootmoeder van Sophie.

Naar aanleiding van dit filmavontuur bracht ze in hetzelfde jaar het album Dancing Queen uit, een plaat die volledig gevuld was met haar eigen uitvoeringen van ABBA-covers.

Als zangeres bleef ze decennialang de hitlijsten bestormen.

In 1993 scoorde ze een opmerkelijke hit met een nieuwe uitvoering van ‘I Got You Babe’, dit keer samen met het MTV-tekenfilmduo Beavis and Butt-head.

Aan het begin van 1999 behaalde ze een grote nummer 1-hit in Nederland met het nummer ‘Believe’.

Haar repertoire bevat daarnaast bekende klassiekers zoals “Bang bang (My baby shot me down)’, ‘Gypsys, tramps & thieves’, Half-breed’, ‘Dark lady’, ‘If I could turn back time’ en ‘The shoop shoop song (It’s in his kiss)’.

In 2010 combineerde ze haar talenten in de film Burlesque, waarvoor ze de single ‘You haven’t seen the last of Me’ opnam.

In 2023 bracht ze haar kerstalbum Christmas uit, gevolgd door het verzamelalbum Forever in 2024.

Daarnaast bracht ze onlangs haar memoires uit en werd ze geëerd met een Grammy Lifetime Achievement Award.

De zangeres is nog regelmatig te zien op rode lopers en is momenteel druk bezig met het afronden van nieuwe muziek.

Ze werkt aan een nieuw studioalbum, wat waarschijnlijk haar laatste grote album zal zijn.

Ze verklaarde hierover dat het inzingen van de vocalen op deze leeftijd uitdagend is, maar dat de nummers fantastisch zijn.

foto april 1979

Cher over haar nieuwe album Take me home (Joepie van 27 april 1979).

Cher (juni 1991)

Gisteren nog vandaag

Precies vijfenzestig jaar geleden ontmoetten Marlon Brando en Tarita Teriipaia elkaar tijdens de opnames van de Amerikaanse film Mutiny on the Bounty.

Tarita werd op 29 december 1941 geboren op Bora Bora in Frans-Polynesië en was van 1962 tot 1972 getrouwd met Brando als zijn derde vrouw.

Samen kregen zij twee kinderen: zoon Simon Teihotu en hun inmiddels overleden dochter Cheyenne Brando.

De voormalige actrice is momenteel 84 jaar oud en leidt een teruggetrokken leven op Tahiti in Frans-Polynesië.

In 2004 publiceerde ze haar memoires, Marlon, My Love and My Torment, waarin ze openhartig vertelt over haar turbulente relatie met de legendarische acteur.

Hun dochter Cheyenne werd geboren in 1970, maar toen zij twee jaar oud was, besloten Marlon Brando en Tarita Teriipaia te scheiden.

Cheyenne werd daarna opgevoed door haar moeder en zag haar vader nauwelijks.

Aan het eind van de jaren tachtig begon ze een carrière als model, maar in deze periode raakte ze ook verslaafd aan drugs.

In 1987 leerde ze Dag Drollet kennen en in 1989 raakte ze in verwachting van hem.

Datzelfde jaar raakte Cheyenne zwaargewond bij een ongeval waarbij haar gezicht zo verminkt raakte dat ze plastische chirurgie moest ondergaan.

Op 16 mei 1990 werd Dag Drollet vermoord door de halfbroer van Cheyenne, Christian Devi Brando.

Cheyenne beviel in juni van dat jaar van een zoon, Tuki Brando, die later ook model werd.

In de jaren na de moord op Drollet belandde Cheyenne regelmatig in psychiatrische ziekenhuizen.

Ze werd schizofreen verklaard en verloor het ouderlijk gezag over Tuki, waarna Tarita Teriipaia de opvoeding overnam en de voogdij kreeg.

Cheyenne ging mentaal steeds verder achteruit en was niet in staat om te getuigen tegen Christian.

Door het wegvallen van deze getuigenis kreeg Christian een lichtere straf en kwam hij in 1996 al vrij.

Cheyenne maakte dit niet meer mee; zij pleegde op 16 april 1995 op 25-jarige leeftijd zelfmoord.

De witte jurk van Marilyn Monroe en de verspreiding van de legendarische collectie van Debbie Reynolds.

Het beeld van Marilyn Monroe in haar witte jurk is onlosmakelijk verbonden met de filmgeschiedenis, mede dankzij het ontwerp van William Travilla voor de productie The Seven Year Itch uit 1955.

De bewuste scène bij het metrostation, waar de luchtstroom uit het ventilatierooster de rok doet opwaaien, groeide uit tot een universeel symbool van Hollywood-glamour.

Interessant is dat de iconische pose waarbij zij de jurk met beide handen omlaag drukt, eigenlijk niet exact zo in de uiteindelijke film voorkomt.

Dat specifieke beeld is vooral gebaseerd op de talloze persfoto’s die werden gemaakt tijdens de eerste opnames in de straten van Manhattan.

Omdat de enorme menigte fans en fotografen destijds voor te veel rumoer zorgde, moest de scène later in de gecontroleerde omgeving van een filmset opnieuw worden opgenomen.

De culturele waarde van dit kledingstuk werd in juni 2011 nogmaals bevestigd toen de jurk tijdens een veiling voor een recordbedrag van 5,6 miljoen dollar van eigenaar wisselde.

Sinds die bewuste veiling is de exacte verblijfplaats van de jurk niet meer publiekelijk bekendgemaakt.

Het kledingstuk werd door actrice en verzamelaar Debbie Reynolds verkocht aan een anonieme bieder die telefonisch deelnam, waardoor de jurk nu deel uitmaakt van een private collectie.

Hoewel er vaak verwarring ontstaat met de nauwsluitende, met kristallen bezette jurk die Monroe droeg tijdens haar legendarische verjaardagsserenade voor president Kennedy, is dat een ander stuk.

Die bewuste jurk is wel in publieke handen; deze werd in 2016 gekocht door de museumketen Ripley’s Believe It or Not!.

De opwaaiende witte jurk van Travilla blijft echter verborgen voor het grote publiek.

De veiling in 2011 markeerde het einde van de droom van Debbie Reynolds om een officieel Hollywood-museum op te richten.

Doordat de financiering hiervoor nooit rondkwam, raakte haar unieke collectie definitief verspreid.

Zo werden de zeldzame Arabian test-schoenen van Dorothy uit The Wizard of Oz verkocht, terwijl een ander paar uit de film via een schenking door onder andere Leonardo DiCaprio en Steven Spielberg terechtkwam in het Academy Museum of Motion Pictures.

Ook de beroemde Ascot-jurk van Audrey Hepburn uit My Fair Lady bracht miljoenen op en verdween, net als de jurk van Monroe, in een anonieme privécollectie.

Zelfs de garderobe van Gene Kelly uit Singin’ in the Rain werd opgesplitst, waarbij bijpassende kostuums door verschillende bieders werden gekocht.

Hoewel veel van deze stukken nu achter gesloten deuren worden bewaard, blijft de herinnering aan de scène op het metrostation een van de meest krachtige beelden uit de westerse cultuur.

Van de filmset van Bresson naar het testament van Epstein: het bewogen levenspad van Caroline Lang

Het leven van Caroline Lang, de dochter van de Franse politicus Jack Lang, is een opmerkelijke reis geweest door de werelden van kunst, recht en internationale media.

In 1984 werd zij geportretteerd als een veelzijdige eenentwintigjarige die haar tijd verdeelde tussen haar rechtenstudie, een rol in de film L’Argent van Robert Bresson en haar politieke ambities voor de socialistische partij in Parijs.

Destijds woonde ze nog in het ouderlijk huis in het Quartier Latin, waar ze de maaltijden verzorgde voor haar vader, die op dat moment minister van Cultuur was.

Haar vader, geboren in 1939, was een van de meest invloedrijke figuren in het Franse culturele beleid onder president Mitterrand en bleef tot begin 2026 actief als voorzitter van het Institut du monde arabe.

Na deze vroege start in de filmwereld en de politiek koos Caroline voor een loopbaan achter de schermen van de internationale amusementsindustrie.

Ze bouwde een indrukwekkende carrière op bij de Amerikaanse filmstudio Warner Bros., waar ze opklom tot de positie van Senior Vice President.

In deze hoedanigheid was ze jarenlang verantwoordelijk voor de distributie en productie in Frankrijk en andere Franstalige gebieden, waarmee ze haar juridische achtergrond combineerde met haar passie voor de filmsector.

Daarnaast ontwikkelde zij zich tot een gerespecteerd expert en verzamelaar op de internationale kunstmarkt.

Begin 2026 nam haar loopbaan een onverwachte wending toen ze werd benoemd tot gedelegeerde bestuurder van het Syndicat des producteurs indépendants.

Kort na deze aanstelling raakte zij echter betrokken in een publieke discussie, nadat bekend werd dat zij werd genoemd in documenten rondom de Amerikaanse zakenman Jeffrey Epstein.

Caroline Lang werd in het testament van de zakenman aangewezen als een van de begunstigden die een aanzienlijk bedrag zou ontvangen.

Uit de dossiers bleek dat zij en Epstein gedurende langere tijd een persoonlijke relatie onderhielden die terugging tot de jaren tachtig en negentig.

In die periode was zij werkzaam in de internationale film- en mediawereld, een sector waarin Epstein vaker contacten zocht met invloedrijke personen en hun familieleden.

De documenten suggereerden dat er sprake was van een langdurige vriendschap, waarbij zij ook op verschillende van zijn eigendommen was gezien.

Toen deze informatie begin 2026 publiekelijk bekend werd, leidde dit tot grote verontwaardiging in de Franse cultuursector, mede vanwege de ernstige misdrijven waarvan Epstein werd beschuldigd.

Hoewel er geen bewijs naar voren kwam dat zij betrokken was bij zijn illegale activiteiten, zorgden de directe financiële link en de aard van hun verstandhouding voor een onhoudbare situatie.

De aanhoudende publieke druk leidde ertoe dat zij begin 2026 besloot al haar functies bij de producentenorganisaties neer te leggen.

Hiermee kwam een abrupt einde aan haar formele rol binnen de Franse cultuurwereld, die zij decennialang mede had vormgegeven.

65 jaar geleden, De Amerikaanse actrice Sue Lyon is verkozen om de rol van Dolores Haze te spelen in de film Lolita van de Amerikaanse regisseur Stanley Kubrick

De film Lolita uit 1962 is een zwart-witdrama, geregisseerd door Stanley Kubrick, gebaseerd op de gelijknamige en destijds veelbesproken roman van Vladimir Nabokov.

Dit boek werd uitgebracht in 1955 en is een van de meest controversiële en meest gelezen werken van die tijd.

In de editie van Piccolo van 19 maart 1961 werd al vooruitgeblikt op de verfilming met de eerste foto van de jonge actrice Sue Lyon.

Nabokovs beroemdste werk veroorzaakte een groot schandaal; de roman kreeg het predicaat pervers opgeplakt en de auteur werd voor pornograaf uitgemaakt.

Dit leidde ertoe dat het boek van 1956 tot 1958 verboden werd in Frankrijk en ook in de Verenigde Staten pas in 1958 gepubliceerd kon worden.

In het Verenigd Koninkrijk nam de douane zelfs alle exemplaren in beslag die het land binnenkwamen, tot de officiële publicatie daar in 1959.

Inmiddels wordt het boek echter beschouwd als een van de hoogtepunten van de moderne romankunst.

Lyon werd op pas veertienjarige leeftijd gecast voor de rol van Dolores Haze in de verfilming van Kubrick.

Ze speelde een twaalfjarig meisje op wie een oudere man, de Europese professor Humbert Humbert, smoorverliefd wordt.

De film was daardoor, en gecombineerd met het feit dat Lyon zelf minderjarig was, indertijd vrij controversieel.

In diverse landen werd de productie met de destijds gewaagde beelden dan ook gecensureerd.

Zo moesten in de Australische en Britse versies bepaalde scènes worden ingekort of aangepast.

In de Verenigde Staten probeerde de katholieke kerk de film maandenlang tegen te houden, wat Kubrick dwong om extra aanpassingen in de montage te maken.

De casting van Sue Lyon was groot nieuws, aangezien zij uit achthonderd kandidaten werd gekozen voor de felbegeerde rol.

Tijdens de première was de actrice, die overigens ook de nummers Lolita Ya Ya en Turn Off the Moon inzong voor de soundtrack, nog altijd maar vijftien jaar oud.

De rol leverde haar in 1963 een Golden Globe op.

James Mason nam de uitdagende rol van de getroebleerde Humbert Humbert op zich, een personage dat door andere grote acteurs zoals Laurence Olivier en David Niven werd geweigerd vanwege de gevoelige aard van de film.

Naast Mason leverde Peter Sellers een gedenkwaardige prestatie in de bijrol van de mysterieuze Clare Quilty.

Vanwege de strikte filmcensuur in die tijd, de zogenaamde Hays Code, moest Kubrick veel van de expliciete thema’s uit het boek subtieler aanpakken door de nadruk te leggen op zwarte humor en psychologisch drama.

Hoewel het verhaal zich afspeelt in de Verenigde Staten, vonden de opnames onder leiding van Kubrick plaats in de Associated British Studios in Elstree, Engeland.

De film werd uiteindelijk geprezen om de visuele stijl en ontving een Oscarnominatie voor het beste aangepaste scenario, dat door Nabokov zelf was geschreven.

Serge Gainsbourg en de artistieke blik van zijn nieuwe muze Bambou.

In de beginjaren tachtig bevond de Franse cultfiguur Serge Gainsbourg zich in een nieuwe fase van zijn leven, zowel artistiek als persoonlijk.

Na de breuk met Jane Birkin vond hij een nieuwe muze en partner in Bambou, een jonge vrouw die een rustgevende maar ook fascinerende invloed op hem had.

Hun relatie werd gekenmerkt door een contrast tussen de publieke provocatie waar Gainsbourg om bekendstond en de intimiteit die zij deelden tijdens hun gezamenlijke reizen en werkprojecten.

Tijdens een verblijf in Gabon voor de opnames van de film Équateur kwam de dynamiek tussen het paar duidelijk naar voren.

Terwijl Gainsbourg zich concentreerde op zijn rol als regisseur, paste Bambou zich moeiteloos aan de lokale omgeving aan.

Haar verschijning en spontaniteit maakten indruk op de mensen om haar heen, waarbij ze zelfs traditionele vlechtjes in haar haar liet maken.

Voor Gainsbourg was zij niet alleen een partner, maar ook een dankbaar onderwerp voor zijn fotografie en filmkunst, waarbij hij haar schoonheid in diverse producties vastlegde.

Gainsbourg reflecteerde in deze periode ook op zijn eigen karakter, waarbij hij erkende dat er een zekere donkerte en onvoorspelbaarheid in hem school.

Hij zag zijn kunst, of het nu muziek, schilderkunst of film was, als een noodzakelijke uitlaatklep voor zijn innerlijke onrust.

Tegelijkertijd begon hij afstand te nemen van het hectische nachtleven van de Parijse clubs en gaf hij de voorkeur aan de ingetogen luxe van gerenommeerde hotelbars, waar hij in de namiddag kon genieten van een zorgvuldig bereide cocktail.

Zijn veelzijdigheid als kunstenaar bleef de kern van zijn bestaan.

Hij beschouwde zichzelf als een man die door vele disciplines was gevormd, van de piano en gitaar tot de architectuur en de literatuur.

Een bijzonder bezit dat hij koesterde en dat een centrale plek op zijn piano in Parijs innam, was een filmzoeker die hij jaren eerder van Brigitte Bardot had gekregen.

Dit optische instrument, waarmee een regisseur shots kan bepalen zonder de zware camera te verplaatsen, stond symbool voor zijn passie voor het visuele.

Het was een kostbaar kleinood dat zijn voortdurende drang om de wereld door een artistieke lens te bekijken bevestigde, een passie die hem tot aan het einde van zijn carrière zou blijven drijven.

De Amerikaanse film ‘The Whole Town’s Talking’ te zien in de Vlaamse bioscoop

‘The Whole Town’s Talking’ is een charmante en vlot geregisseerde misdaadkomedie die vanaf maart 1936 in de Vlaamse bioscoop te zien was.

De film, geregisseerd door John Ford, vertelt het verhaal van Arthur Ferguson Jones, een verlegen en uiterst punctuele kantoorbediende.

Zijn rustige leven wordt volledig overhoop gehaald wanneer blijkt dat hij een sprekende gelijkenis vertoont met Killer Mannion, een beruchte en gevaarlijke ontsnapte gevangene die bekendstaat als staatsvijand nummer één..

De verwarring begint wanneer Jones tijdens een lunch met zijn collega Bill, op wie hij heimelijk verliefd is, door het publiek wordt aangezien voor de voortvluchtige crimineel.

Na een onmiddellijke arrestatie door de politie moet de onschuldige klerk hemel en aarde bewegen om zijn identiteit te bewijzen.

Om verdere misverstanden te voorkomen, krijgt hij een speciaal identificatiebewijs mee, maar dit trekt juist de aandacht van de echte Killer Mannion.

De gangster steelt het document om zich ongestoord in de stad te kunnen bewegen, terwijl Jones overdag braaf op kantoor werkt.

Edward G. Robinson levert een indrukwekkende prestatie in deze dubbelrol door een scherp contrast neer te zetten tussen de zachtmoedige Jones en de meedogenloze Mannion.

Naast hem schittert Jean Arthur als de gevatte Bill, wiens sprankelende aanwezigheid voor de nodige humor en romantische spanning zorgt.

Ondanks zijn aanvankelijke bedeesdheid vindt Jones uiteindelijk de moed om de gevaarlijke bandiet te ontmaskeren en aan de gerechtigheid over te leveren.

Deze heldendaad geeft hem bovendien het zelfvertrouwen om Bill ten huwelijk te vragen, een verzoek dat zij met plezier accepteert.

De film laat zien dat John Ford, hoewel vooral beroemd om zijn westerns, ook uitstekend overweg kon met komische timing en stedelijke settings.

De technische uitvoering, waarbij beide personages van Robinson tegelijkertijd in beeld verschijnen, was voor die tijd zeer knap gedaan.

Het resultaat is een vermakelijke verkenning van de absurditeit van persoonsverwisselingen en de menselijke moed in onverwachte omstandigheden.

De Italiaanse actrice Laura Antonelli

Laura Antonelli was een van de meest bekende gezichten van de Italiaanse cinema in de jaren zeventig en tachtig.

Ze werd geboren als Laura Antonaz in 1941 in Pola, een stad die destijds tot Italië behoorde maar tegenwoordig in Kroatië ligt.

Voordat ze haar weg naar het witte doek vond, werkte ze als lerares lichamelijke opvoeding, een achtergrond die haar hielp bij haar gracieuze verschijning in latere rollen.

Haar grote internationale doorbraak kwam in 1973 met de film Malizia, geregisseerd door Salvatore Samperi.

In deze film speelde ze een huishoudster die de harten van een weduwnaar en zijn drie zonen op hol bracht.

De film was een gigantisch commercieel succes en maakte van Antonelli op slag een wereldberoemde verschijning.

Ze werd geprezen om haar vermogen om onschuld te combineren met een sterke sensuele uitstraling, wat haar de bijnaam de goddelijke schepping opleverde.

Gedurende haar carrière werkte ze samen met enkele van de grootste regisseurs van die tijd, waaronder Luchino Visconti in L’Innocente uit 1976 en Ettore Scola in Passione d’amore uit 1981.

In deze films bewees ze dat ze meer was dan alleen een mooie verschijning en dat ze over een aanzienlijk dramatisch talent beschikte.

Ook haar persoonlijke leven trok veel aandacht, met name haar jarenlange relatie met de Franse acteur Jean-Paul Belmondo, met wie ze in verschillende films schitterde.

Helaas kende haar leven vanaf de jaren negentig een tragische wending.

Na een mislukte cosmetische ingreep voor de opnames van de film Malizia 2000 veranderde haar uiterlijk ingrijpend, wat leidde tot een diepe persoonlijke crisis.

Tegelijkertijd raakte ze verwikkeld in juridische problemen en kampte ze met een tanende gezondheid en eenzaamheid.

Ze trok zich volledig terug uit de openbaarheid en leefde de laatste jaren van haar leven in de buurt van Rome, waar ze in 2015 op 73-jarige leeftijd overleed.

Anita Louise was een Amerikaanse actrice die vooral bekendheid verwierf tijdens de gouden jaren van Hollywood in de jaren dertig en veertig.

Zij werd op 9 januari 1917 geboren als Anita Louise Fremault in New York en werd al als kind op de planken gezet.

Op zesjarige leeftijd was zij voor het eerst op Broadway te zien in het stuk Peter Ibbetson.

Haar filmdebuut volgde in 1922 met een ongenoemde rol in Down to the Sea in Ships.

Vanwege haar delicate gelaatstrekken en blonde haar werd ze vaak omschreven als een van de mooiste vrouwen in de filmindustrie, wat haar de bijnaam de koningin van de Hollywoodfeestjes opleverde vanwege haar talent voor het organiseren van sociale evenementen.

Hoewel haar ouders oorspronkelijk voor ogen hadden dat zij onderwijzeres zou worden, kwam zij in aanraking met de filmwereld in Hollywood.

In plaats van haar studie te vervolgen, koos zij definitief voor een loopbaan als filmspeelster en tekende zij een contract bij de studio Warner Bros.

Eenmaal een tiener was zij een geliefde verschijning die door het publiek als een stijlicoon werd beschouwd.

In 1931 werd ze dan ook uitgeroepen tot een WAMPAS Baby Star.

Dit was een prestigieuze promotiecampagne van de Western Association of Motion Picture Advertisers, waarbij jaarlijks dertien jonge actrices werden geselecteerd van wie men verwachtte dat ze zouden uitgroeien tot grote filmsterren.

Haar grote doorbraak kwam inderdaad in de jaren dertig met rollen in verschillende bekende films en prestigieuze kostuumdrama’s.

Ze speelde gedenkwaardige rollen in producties zoals Madame DuBarry uit 1934, A Midsummer Night’s Dream uit 1935, waarin ze Titania vertolkte, en The Story of Louis Pasteur. Andere bekende titels uit deze periode zijn Anthony Adverse, Call it a Day, That Certain Woman, Marie Antoinette, The Sisters en The Little Princess.

Ze stond erom bekend dat ze een aristocratische elegantie naar het witte doek bracht, waardoor ze vaak werd gecast als gracieuze dames of historische figuren.

In de jaren veertig verloor zij echter haar populariteit, al behaalde zij later nog enkele successen op televisie.

De meeste mensen herinneren zich haar uit die tijd waarschijnlijk het beste als de moeder, Nell McLaughlin, in de serie My Friend Flicka, waarin zij van 1956 tot en met 1958 te zien was.

Hierna ging zij met pensioen. Naast haar acteercarrière was ze een begaafd harpiste, een talent dat ze af en toe in haar films liet zien.

In haar privéleven was zij twintig jaar lang getrouwd met de invloedrijke filmproducent Buddy Adler.

Adler was een succesvolle figuur in de filmindustrie en werkte als productiechef bij 20th Century Fox, waar hij verantwoordelijk was voor grote successen en zelfs een Academy Award won voor de film From Here to Eternity.

Samen kregen zij hun enige kind, een dochter genaamd Melanie Adler.

Na het overlijden van haar man in 1960 bleef zij nog enkele jaren actief in het sociale leven van Hollywood.

Anita Louise overleed zelf in 1970 op 55-jarige leeftijd aan de gevolgen van een beroerte.

90 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse zanger en tekstschrijver Edwin Gubbins Doorenbos

Edwin Gubbins Doorenbos werd geboren op 10 juli 1894 in Den Haag en overleed op 28 maart 1974 in Amsterdam.

Hij was een markante verschijning in de Nederlandse amusementswereld van de jaren dertig, veertig en vijftig. Als zanger, pianist en tekstdichter gaf hij een eigen kleur aan het chanson en cabaret.

Hij stond bekend om zijn geraffineerde stijl en bracht achter de piano luisterliedjes met een internationale flair, waarmee hij een brug sloeg tussen het traditionele variété en de literaire kleinkunst.

In 1936 was hij op het witte doek te zien als zanger in de film Komedie om geld, onder regie van Max Ophüls.

In januari 1936 besteedde het tijdschrift ABC uitgebreid aandacht aan zijn bijzondere initiatief in Laren.

Doorenbos had daar het deel van een oude boerenhofstede ingericht als cabaretzaal, die hij het Nederlandse Montmartre noemde.

In deze ruimte, verlicht door kaarsen in lege wijnflessen en ingericht met tonnen als tafels, streefde hij er samen met enkele medewerkers naar om de kleinkunst in ere te houden.

Een van hen was Eline Pisuisse, de dochter van de cabaretpionier Jean-Louis Pisuisse.

Ook Rita Fleming werkte mee aan het programma; zij was in die jaren actief als zangeres en actrice in het Nederlandse theater- en cabaretcircuit.

In zijn repertoire liet hij zich inspireren door het werk van Alec Andrew Templeton, een blinde Britse pianist, componist en satiricus wiens compositie Bach Goes to Town in 1939 een grote hit was voor Benny Goodman.

Doorenbos integreerde deze swingende, neoklassieke benadering op een natuurlijke wijze in zijn eigen muzikale voordrachten.

Naast zijn podiumcarrière was Doorenbos een gerespecteerd verzamelaar en kenner van antieke klokken en horloges. Z

Zijn expertise op dit gebied leidde in 1963 tot de publicatie van zijn boek ‘Klokken’ (ABC 12 januari 1936).

40 jaar geleden, te gast op de filmset van de film The Name Of The Rose.

De verfilming van Umberto Eco’s beroemde roman ‘De naam van de roos’ ging op 19 september 1986 in première in Amerika.

De film, geregisseerd door Jean-Jacques Annaud, had Sean Connery en een jonge Christian Slater in de hoofdrollen.

Voor zijn prestatie als de monnik William van Baskerville ontving Connery een BAFTA.

Ook de sfeervolle muziek van James Horner, die een unieke plaats inneemt in diens oeuvre, droeg bij aan het succes.

De film is beroemd om zijn grimmige en authentieke sfeer, die grotendeels te danken is aan de gekozen filmlocatie.

De opnames vonden plaats in de winter van 1985-1986 in het twaalfde-eeuwse Klooster Eberbach in Duitsland.

Dit klooster diende als decor voor veel van de cruciale binnenscènes.

Zo werd de indrukwekkende slaapzaal van de monniken omgebouwd tot het beroemde scriptorium (de schrijfzaal) en werd ook de kapittelzaal intensief gebruikt.

Het feit dat er in de winter werd gefilmd, maakte het er naar verluidt ijskoud, wat perfect bijdroeg aan de naargeestige sfeer van het verhaal.

Wat veel mensen echter niet weten, is dat de buitenkant van de abdij—inclusief de iconische achthoekige bibliotheektoren—helemaal niet in Duitsland te vinden was.

Dit was een gigantische set, speciaal voor de film gebouwd in een steengroeve buiten Rome.

Het echte Klooster Eberbach, een voormalig cisterciënzer klooster nabij Eltville am Rhein, is dus het decor voor het ‘interne’ leven in de film.

Het complex zelf, met zijn prachtige Romaanse en vroeggotische gebouwen, wordt beschouwd als een van de belangrijkste monumenten van Europa.

Tegenwoordig dient het klooster als een van de hoofdlocaties voor het Rheingau Musik Festival, een internationaal festival voor klassieke muziek.

De geschiedenis van de locatie is echter niet alleen religieus; in de middeleeuwen was Eberbach ook een economische grootmacht en bezat het met 300 hectare de grootste wijngaarden van heel Europa.

De Italiaanse zangeres en actrice Ornella Vanoni is vandaag op 91-jarige leeftijd overleden

Volgens Italiaanse media stierf ze in haar woning in Milaan aan de gevolgen van een hartstilstand.

Vanoni wordt beschouwd als een van de invloedrijkste vertolkers van het Italiaanse lied.

Met meer dan 55 miljoen verkochte platen en circa veertig studioalbums op haar naam groeide ze uit tot een absoluut icoon.

Ze werd geroemd om haar intieme, expressieve stem en haar vermogen verhalen te vertellen over liefde en verlies, maar ook over armoede en sociale uitsluiting.

Van theater naar festivalsucces Geboren in 1934 in Milaan, begon Vanoni haar loopbaan in de jaren vijftig aan het Piccolo Teatro.

Onder leiding van regisseur Giorgio Strehler maakte ze aanvankelijk naam met ‘canzoni della mala’, liederen over de zelfkant van de samenleving.

In 1960 trouwde ze met de zakenman Lucio Ardenzi; twee jaar later werd hun zoon, Cristiano, geboren.

In 1963 won ze het Festival van het Napolitaanse Lied met het nummer Tu si na cosa grande.

In de jaren die volgden nam ze met groot succes meerdere keren deel aan het prestigieuze Festival van San Remo.

Haar grootste commerciële succes behaalde ze in 1970 met L’appuntamento.

Dit nummer was oorspronkelijk geschreven door de Braziliaanse zanger Erasmo Carlos (geboren als Erasmo Esteves) en mede geschreven door de gekende wereldster Roberto Carlos (geboren als Roberto Carlos Braga).

Hoewel ze dezelfde artiestennaam droegen, waren ze geen familie van elkaar; ze brachten het nummer in 1980 overigens wel samen opnieuw uit als duet.

Vanoni’s versie van het nummer verwierf wereldwijd bekendheid.

Het kreeg decennia later een hernieuwde populariteit toen het werd gebruikt in de soundtrack van de film Ocean’s Twelve (2004).

Ook nummers als Anonimo Veneziano en Domani è un altro giorno behoren tot de klassiekers van de Italiaanse popmuziek.

In 1989 keerde ze terug naar het Festival van San Remo met het nummer Io come farò en tien jaar later nam ze het duet Alberi op met Enzo Gragnaniello.

Een bijzonder moment volgde in 2004: ter ere van haar zeventigste verjaardag nam ze een duettenalbum op met haar oude liefde en vaste muzikale partner Gino Paoli.

In 2021 bracht ze haar laatste studioalbum Unica uit.

40 jaar geleden, Julien Schoenaerts, het theater heeft goden nodig

Julien Schoenaerts wordt door publiek, pers en vakgenoten unaniem beschouwd als een van de grootste naoorlogse acteurs in Vlaanderen en Nederland.

Zijn filmdebuut maakte hij in 1955, met de hoofdrol in ‘Meeuwen sterven in de haven’ van Roland Verhavert, Ivo Michiels en Rik Kuypers.

Later in zijn carrière speelde hij nog vele memorabele rollen, waaronder Pieter de Coninck in ‘De Leeuw van Vlaanderen’ (1983) in de regie van Hugo Claus.

In 1992 vertolkte hij de rol van monseigneur Stillemans in de filmklassieker ‘Daens’, geregisseerd door Stijn Coninx.

In zijn privéleven trouwde Schoenaerts met kunstschilderes Bérénice Devos (1922-1993). Samen kregen ze drie kinderen: Bruno (°1953), die advocaat werd, Sara (1958-2013) en Helga (1961-1982).

Het leven van Julien werd echter zwaar beïnvloed door een bipolaire stoornis.

Tijdens de periodes waarin de ziekte het hem ondraaglijk maakte, trad zijn zoon Bruno op als zijn wettelijke voogd.

Het huwelijk met Bérénice Devos liep uiteindelijk uit op een echtscheiding.

Later kreeg Julien een relatie met zijn vriendin Dominique Wiche.

Met haar kreeg hij een zoon, de nu bekende filmacteur Matthias Schoenaerts.

Opmerkelijk is dat de film ‘Daens’ niet alleen een belangrijke rol was voor Julien, maar ook het debuut van zijn toen vijftienjarige zoon Matthias, die de rol van Wannes Scholliers speelde.

Julien Schoenaerts overleed op 81-jarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

De Britse zangeres Petula Clark, geboren als Sally Olwen Clark, viert vandaag haar 93ste verjaardag.

Het nummer “This Is My Song” werd oorspronkelijk gecomponeerd door Charlie Chaplin voor zijn film “A Countess from Hong Kong” (1966), die op 5 januari 1967 in première ging.

De hoofdrollen waren voor Marlon Brando, Sophia Loren, Sydney Chaplin en Tippi Hedren.

Het scenario was losjes gebaseerd op het leven van de Russische artieste Moussia Sodskaya, die Chaplin ooit in Frankrijk had ontmoet.

Het was Chaplins laatste film als regisseur, en hij verscheen zelf nog een laatste keer in een kleine cameo als steward aan boord van het schip.

Voor de vocale versie van het titelnummer dacht Chaplin meteen aan Petula Clark.

Hij kende haar als buurvrouw – ze had net als hij een huis in Zwitserland – en vroeg haar om het nummer op te nemen.

Het project stuitte echter op de nodige weerstand. Haar vaste arrangeur, Tony Hatch, vond het lied niet geschikt voor haar.

Petula Clark zelf had ook grote moeite met de ouderwetse tekst, maar Chaplin weigerde er ook maar iets aan te veranderen.

Omdat Hatch afhaakte, werd het arrangement uiteindelijk gemaakt door Ernie Freeman.

De productie was in handen van Sonny Burke en de instrumentale begeleiding werd verzorgd door The Wrecking Crew, een bekende Amerikaanse groep sessiemuzikanten.

Clark was wel bereid het nummer op te nemen voor haar album, maar toen platenmaatschappij Pye Records besloot het als single uit te brengen, probeerde ze dat nog te blokkeren.

Tevergeefs, want het nummer werd toch uitgebracht en groeide, tegen haar eigen verwachtingen in, uit tot een wereldhit.

Het behaalde de eerste plaats in de hitparades van zowel Vlaanderen als Nederland.

Petula Clark zong later ook succesvolle versies in het Frans (C’est ma chanson), Duits (Love, so heisst mein Song) en Italiaans (Cara felicità).

Het succes van het lied stond in schril contrast met de ontvangst van de film.

“A Countess from Hong Kong” was een flop in de VS (waar het slechts 2 miljoen dollar omzette) en de rest van Europa.

De enige uitzondering was Italië, waar de film wel een succes werd. Uiteindelijk was het dankzij het enorme succes van de filmmuziek dat de film toch nog uit de kosten kwam.