
50 jaar geleden: Patricia Paay heeft muzikaal boontje over Will Tura

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Een mooie gelegenheid om stil te staan bij een bijzonder muzikaal eerbetoon aan haar.
In 1975 bracht Wim De Craene immers zijn tijdloze klassieker Rozane uit, waarin hij vol overgave zijn liefde bezingt voor Rozane, een pseudoniem voor Chris Thys.
Het blijft een prachtig stukje Vlaamse muziekgeschiedenis dat na al die jaren nog steeds recht naar het hart gaat.
Een heel gelukkige verjaardag voor Chris, en luister jij er vandaag ook nog eens naar, deze klassieker?

Op 8 oktober 1976 vierde Ann Christy haar tienjarig artiestenjubileum met een groot feest in dancing Roosdaal in Roosdaal.
Tien jaar daarvoor begon ze als verlegen schoenenverkoopster haar muzikale loopbaan, toen ze voor het eerst het podium betrad als zangeres bij het orkest The Adam’s.
In het decennium dat volgde, legde ze een lange en soms moeilijke weg af, waarbij ze zowel in binnen- als buitenland haar grote talent liet zien.
Ze werkte zich stap voor stap naar de top van de Vlaamse muziekwereld.
Ze stond erom bekend heel kieskeurig te zijn bij het kiezen van nieuw repertoire, vaak tot verbazing van haar platenproducenten.
Daarnaast was ze perfectionistisch ingesteld bij elk optreden en zette ze zich altijd met enorme werklust en toewijding in.
Over haar eerste tien jaar in het vak vertelde ze destijds dat de planken een harde leerschool waren geweest, maar tegelijk een geweldige ervaring.
Ze voelde zich gelukkig dat ze haar passie had kunnen blijven uitoefenen.
Vooral de warme steun van het Vlaamse publiek na de teleurstelling op het Eurovisiesongfestival deed haar veel deugd en gaf haar de moed om door te gaan.
Haar tienjarige jubileum vierde ze die avond in het gezelschap van haar bewonderaars en collega-artiesten, want ook John Terra, Dream Express en Connie Neefs waren te gast om het feest mee op te luisteren.





Conny Vandenbos, geboren in Den Haag als Jacoba Adriana Hollestelle, groeide uit tot een van de meest geliefde en herkenbare stemmen van de Nederlandse lichte muziek en het chanson.
Ze kwam uit een muzikaal gezin en begon al op jonge leeftijd met zingen.
Haar artiestennaam Vandenbos ontleende ze aan haar eerste echtgenoot, Wim van den Bos; hoewel dat huwelijk na enkele jaren strandde, bleef ze die naam haar hele loopbaan trouw, aaneengeschreven als één geheel.
Haar landelijke doorbraak volgde in het begin van de jaren zestig, onder meer door haar deelname aan het Knokke-festival in 1964 en haar optreden namens Nederland op het Eurovisiesongfestival in 1965 met het ingetogen ’t Is genoeg’.
In de jaren zeventig beleefde ze het absolute hoogtepunt van haar populariteit. Met haar warme stemgeluid, feilloze dictie en het talent om een verhaal echt voelbaar te maken, scoorde ze grote klassiekers zoals ‘Ik ben gelukkig zonder jou’, ‘Een roosje, m’n roosje’ en ‘Sjakie van de hoek’.
Ze wist als geen ander het evenwicht te bewaren tussen luisterliedjes met diepgang en toegankelijke, verhalende popmuziek.
Naast haar zangcarrière was ze bovendien een gewaardeerde radiopresentatrice voor onder meer de KRO en Radio Noordzee Internationaal, waar ze met veel liefde het Nederlandstalige luisterlied en collega-artiesten onder de aandacht bracht.
Midden in die succesvolle jaren zeventig, in 1976, verscheen de single ‘Ome Arie’.

Het lied is een liefdevol en nostalgisch portret van een voormalige kermisatleet, Mister Martokari, ooit de sterkste man ter wereld. Zonder enige kapsones of bombarie woont hij nu in de buurt, waar zijn stoep een toevluchtsoord is voor alle kinderen uit de wijk.
Voor hen vertoont de ouder wordende acrobaat nog altijd zijn spierkracht door staven ijzer met blote handen te buigen, terwijl er limonade en een trommel snoep klaarstaan.
Wanneer een kind in de penarie zit, verdwijnen de zorgen bij hem als sneeuw voor de zon, waardoor de geuzennaam Ome Arie veel meer warmte en respect draagt dan een formeel meneer.
Het nummer roept op een vertederende manier de sfeer op van vroeger, toen zo’n goedhartige buurman het verschil maakte.
Met het kinderkoor van de Plesman-school uit Badhoevedorp op de achtergrond en een zwierig arrangement wist Conny Vandenbos deze vertederende kinderheld perfect tot leven te wekken.
‘Ome Arie’ is een bewerking van een Amerikaans origineel, getiteld ‘Jacob Brown’, geschreven en opgenomen door singer-songwriter Jud Strunk voor diens album Daisy a Day uit 1973.
Strunk was in de Verenigde Staten niet alleen actief als muzikant, maar genoot tevens bekendheid als humorist en verhalenverteller in het populaire televisieprogramma Rowan & Martin’s Laugh-In, waar zijn scherpe en rake karakteriseringen van markante dorpsfiguren een vaste plek kregen.
Het was niet de eerste keer dat Conny Vandenbos succes oogstte met zijn repertoire; ook haar hits ‘Een roosje m’n roosje’ en ‘Sjakie van de hoek’ vonden hun oorsprong in het werk van Strunk.
Het tragische lot van de Amerikaanse singer-songwriter werpt een melancholische schaduw over dit repertoire.
Op 5 oktober 1981 kwam Jud Strunk op 45-jarige leeftijd om het leven bij een vliegtuigongeluk.
Als fervent skiliefhebber en gediplomeerd piloot steeg hij die bewuste dag met zijn vintage, open-cockpit gevechtsvliegtuigje, een Fairchild PT-19, op vanaf een vliegveld in Carrabassett Valley in de staat Maine.
Vermoedelijk kreeg hij direct na de start een zware hartaanval, waarna het toestel neerstortte in de omliggende bossen; noch Strunk noch zijn passagier overleefde de crash.

De Nederlandse tekst voor ‘Ome Arie’ werd geschreven door Herman Pieter de Boer, terwijl Pieter Natte tekende voor het arrangement en Eric Boom de productie verzorgde.
Op de B-kant van het singletje prijkte het nummer ‘Moeder en Dochter’.
Het nummer opende in 1976 haar succesvolle studioalbum ‘Zo wil ik leven’, dat doordrong tot de top tien van de Nederlandse LP Top 50.
Aan het album werkten tal van gerenommeerde vakmensen mee.
Zo zijn als backing vocals Gerard Stellaard en Titia Dekker te horen, waarbij Stellaard bovendien tekende voor de arrangementen van de nummers ‘Ik Blijf Je Vrouw’ en ‘Toch Dichtbij’.
Ook arrangeur Dick Bakker verleende zijn muzikale medewerking aan het album.
In datzelfde jaar ontving Conny Vandenbos een Gouden Harp voor haar gehele oeuvre en verdiensten voor de Nederlandse muziek, gevolgd door een Edison voor het album ‘Zo wil ik leven’.
Ook als single deed het lied het bijzonder goed in het najaar van 1976. ‘Ome Arie’ kwam op 18 september 1976 binnen in de Nederlandse Top 40, verbleef er zeven weken en bereikte de elfde plaats, terwijl het in de Nationale Hitparade klom naar positie 16.
In Vlaanderen wist de single eveneens de hitlijsten te halen en bereikte het nummer de achtentwintigste plaats in de BRT Top 30.
Op 7 april 2002 overleed Conny Vandenbos op 65-jarige leeftijd in Amsterdam aan de gevolgen van longkanker, kort nadat de ziekte bij haar was vastgesteld.
Haar muzikale nalatenschap bleef echter springlevend, net als de herinnering aan de muzikale familie waaruit ze stamde.
Haar broer Peter Hollestelle bouwde immers eveneens een mooie carrière op in de muziekwereld.
Hij zong in diverse beat- en popformaties, werkte veelvuldig als sessiezanger en vormde eind jaren zeventig samen met Jody Pijper het duo Cashmere.
Met hun single ‘Love’s What You Want’, een bewerking van Leo Sayers’ nummer ‘Easy to Love’, scoorden zij in 1979 een grote hit.
Zo lieten broer en zus ieder op hun eigen manier een blijvende herinnering achter in het collectieve muziekgeheugen.

Thérèse Steinmetz groeide op in een artistiek Amsterdams gezin; haar vader Jan Steinmetz was operazanger en haar moeder Henny Zwanenburgh pianiste.
Ze studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam en volgde de toneelschool, wat de basis legde voor haar veelzijdige podiumcarrière.
Haar bekendheid groeide snel, resulterend in een eigen televisieprogramma in 1966 onder de titel Thérèse.
In 1967 vertegenwoordigde ze Nederland op het Eurovisiesongfestival in Wenen met ‘Ring-dinge-ding’, geschreven door Gerrit den Braber en John Woodhouse.
Het nummer eindigde op een gedeelde veertiende plaats met slechts twee punten, maar hetzelfde jaar stond ze wel op de planken in de musical Waterproef.
Bovendien behaalde ze met de single ‘Speel het spel’ een notering in de Nederlandse Top 40.
Haar internationale doorbraak volgde in 1970, toen zij het Gouden Hert won op het Cerbul de Aur-festival, het Intervisie Songfestival in het Roemeense Brașov.
Deze overwinning maakte haar mateloos populair in Oost-Europa en leidde tot een omvangrijke internationale tournee en talrijke televisieoptredens.
Desondanks bleef ze in Nederland actief: in 1971 schitterde ze in de musical ’n Maagd op je dak.
Tussen 1976 en 1982 toerde Steinmetz langs de theaters met haar cabaret- en chansonprogramma’s Opus 1, 2 en 3, producties die later door de NCRV op televisie werden uitgezonden.
Binnen deze omroep werkte ze intensief samen met Ted de Braak.
In 1981 deelde ze het podium met André van den Heuvel in ‘Alleen op maandag’, gevolgd door de theatertournee De Nacht van de Balkan in 1982.
Hierin trad ze op met het Roemeense folkloreorkest van Andreï Serban en dansgroep Nitsanim.
Haar buitenlandse optredens reikten zelfs tot het Caraïbisch gebied, Cuba en Midden-Amerika.
Vanaf de jaren tachtig legde Steinmetz zich met succes toe op het kunstschilderen.
Ze opende een eigen galerie en exposeerde haar figuratieve doeken regelmatig.
Haar muzikale passie doofde echter niet.
In 2015 startte ze een theatertournee met de Franse chansonnier Philippe Elan, met wie ze samen met Nico van der Linden het tweetalige album Amsterdam-Parijs, heen en weer uitbracht.
Begin 2020 bundelden Steinmetz en Elan opnieuw hun krachten voor het theaterprogramma Over Grenzen.
Op persoonlijk vlak kende haar leven zowel passie als ingrijpend verlies.
Steinmetz was getrouwd met tenorzanger Arjan Blanken, maar verliet hem in 1966 voor tekstschrijver en televisieproducent Gerrit den Braber, met wie ze samenbleef tot zijn overlijden in 1997.
Een jaar daarvoor, in 1996, overleed haar enige dochter Ellis op 39-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.
Na het verlies van haar dochter en haar partner zocht Steinmetz rust aan de Côte d’Azur en vestigde zij zich in Cannes, waar ze bleef schilderen.
Inmiddels woont de 93-jarige Steinmetz in het Rosa Spier Huis in Laren, een befaamde woon- en werkgemeenschap voor kunstenaars en wetenschappers.
Daar richt zij zich vooral op haar schilderwerk en toont ze af en toe haar doeken tijdens exposities.




Cees Veerman zag op 6 oktober 1943 het levenslicht in het Noord-Hollandse Volendam, waar zowat iedereen hem kende onder zijn bijnaam Poes.
Zijn muzikale verhaal begon bij plaatselijke groepjes zoals The Skyriders, tot hij begin jaren zestig mee aan de wieg stond van The Blue Cats, de formatie die niet veel later simpelweg als The Cats muziekgeschiedenis zou schrijven.
Binnen de groep ontpopte Cees zich tot een bijzonder veelzijdige pionier als slaggitarist, zanger en componist.
In de beginjaren nam hij steevast de leadzang voor zijn rekening op vroege hits zoals ‘What a Crazy Life’ ‘en ‘Sure He’s a Cat’.
Zelfs toen arrangeur Wim Jongbloed voor de typische weelderige orkestratie zorgde en Piet Veerman uitgroeide tot het uithangbord van de grote, dramatische ballads, bleef Cees een onmisbaar tegengewicht vormen.
Met zijn wat heesere, ritmische stemgeluid gaf hij kleur aan het meer op beat en pop geënte werk.
Daarnaast kroop hij regelmatig in de pen om nummers voor The Cats te componeren.
Met zijn wat heesere, ritmische stemgeluid gaf hij kleur aan het meer op beat en pop geënte werk. Daarnaast kroop hij regelmatig in de pen om nummers voor The Cats te componeren.
In 1972 kreeg Cees af te rekenen met stemproblemen.
Nadat hij een maand noodgedwongen aan de kant had gestaan en de arts bevestigde dat zijn stembanden genezen waren, bleef hij toch met zware twijfels en gepieker worstelen.
Hij besloot dan ook dat jaar de groep te verlaten en werd tijdelijk vervangen door Piet Keizer.
Platenfirma EMI gaf hem vervolgens de kans om op eigen benen te staan, wat in 1976 leidde tot zijn enige soloalbum, Another Side Of Me.
De muziekpers merkte meteen op dat de plaat een heel andere, meer melancholische en breekbare kant van Cees liet horen dan de bekende palingsound van de band.
Die sfeer sloot dan ook perfect aan bij de gekozen titel.
Cees schreef acht van de nummers helemaal zelf en oogstte daarmee veel lof bij recensenten.
Zij prezen zijn fijne talent als singer-songwriter, dat binnen de groepsdynamiek weleens overschaduwd raakte door het hitgeweld rond boegbeeld Piet Veerman.
De singles die van de plaat werden geplukt, ‘Sailor, sail on (Dreamer, dream on)’ en ‘Another Side Of Me’, passeerden wel over de radio, maar wisten uiteindelijk niet door te stoten naar de Top 40.
De single Sailor, sail on schopte het wel tot een mooie tiende stek in de Tipparade.
Het album mag er hoe dan ook wezen en is vandaag een absolute aanrader om via Spotify te herontdekken.
Zeker wie met wat heimwee terug wil naar de warme, authentieke sound van de jaren zeventig, zal hier moeiteloos zijn gading in vinden.
Vanaf 2011 bouwde Cees een nieuw bestaan op in Indonesië.
In de nacht van 14 op 15 maart 2014 overleed hij er stilletjes in zijn slaap, waarmee een einde kwam aan het leven van een van de absolute grondleggers van de legendarische Volendamse popgeschiedenis.

Eind september 1986 had Linda de Mol het simpelweg.
De camera was op slag verliefd op haar uiterlijk, ze had een stralende glimlach, een vlekkeloze uitspraak van zowel het Nederlands als het Engels en een vanzelfsprekende flair.
Het leek alsof ze al jaren meeliep in de televisiewereld. Een belangrijk voordeel was haar broer John, die haar in Hilversum wist te introduceren.
Dankzij hem had ze uitstekende contacten bij de TROS, de omroep waar hij bijna tien jaar eerder zijn loopbaan was gestart als assistent-producer van een popprogramma.
Inmiddels had John zich opgewerkt tot een invloedrijke manager met zijn eigen artiestenmanagementbureau genaamd Total Management.
Daarmee behartigde hij niet alleen de zakelijke belangen van zijn zus, maar ook die van succesvolle acts als de Dolly Dots, Centerfold en René Shuman.
Het managen van die artiesten was voor John een uiterst strategische zet: hij kon de talenten uit zijn eigen stal immers direct boeken voor de televisieshows die hij destijds al volop produceerde.
Wanneer journalisten haar vroegen naar die beroemde kruiwagen, reageerde Linda nuchter.
Het was een vraag die ze al vanaf haar allereerste optreden voor de camera kreeg.
Natuurlijk speelde zo’n ingang een rol, erkende ze, maar een kruiwagen kon nooit de doorslag geven voor echt succes.
Zowel bij de TROS als bij Sky Channel keken ze immers kritisch mee.

Ze zat ongetwijfeld dichter bij het vuur en had een kans gekregen, maar daarna moest ze zichzelf dubbel en dwars bewijzen.
Wellicht zelfs harder dan een ander, juist doordat ze de achternaam De Mol droeg.
Voor het naderende winterseizoen wachtte haar een overvolle agenda. Nadat presentator Erik de Zwart de overstap had gemaakt, nam Linda in 1986 samen met radio-dj Jeroen Soer de presentatie van TROS Popformule over.
Soer was kort daarvoor vertrokken bij de VARA.
Linda zou het muziekprogramma uiteindelijk één seizoen presenteren, goed voor ongeveer een jaar.
Omdat de show in nauwe samenwerking met Sky Channel werd geproduceerd, presenteerde ze tweetalig, waarbij het Engels voor Sky Channel centraal stond.
Ondertussen naderden de gesprekken met de TROS over een eigen show hun afronding: een periodiek praatprogramma in magazinevorm rond popmuziek, mode, media en aanverwante onderwerpen.
Linda nam plaats in de redactie om actief ideeën aan te dragen, want puur en alleen voorlezen wat een ander had bedacht, vond ze niets.
Ze wilde toen nadrukkelijk haar eigen stempel op het programma drukken.
Bij Sky Channel combineerde ze popmuziek met een populair kinderprogramma.
TROS Popformule kwam wekelijks vanuit de gloednieuwe discotheek Escape aan het Amsterdamse Rembrandtplein, die op dat moment gold als de grootste discotheek van Europa.
Ook de presentatie van de Eurochart verzorgde ze vanuit diezelfde locatie.
Wel stond er in de Eurochart iets nieuws te gebeuren: ze zou de uitzendingen voortaan tweetalig in het Engels en het Duits presenteren.
Ze mikte op echt Duits en wilde nadrukkelijk wegblijven van Rudi Carrell-Duits, al waarschuwde ze dat men er in het begin niet te veel van moest verwachten, omdat ze simpelweg nog veel oefening nodig had.
Tel daarbij haar optredens op in het kinderprogramma van Sky naast de ondeugende punkkat D.J. Kat, en het was duidelijk dat ze een opmerkelijke start doormaakte voor iemand die amper een jaar eerder haar debuut had beleefd.
Haar professionele doelen wilde ze binnen vijf jaar realiseren.
Het plan was helder: vijf jaar zeer hard werken, financieel flink binnenlopen en het maximale uit haar mogelijkheden halen.
Daarna zou het tijd zijn om gas terug te nemen en te kiezen voor een rustiger bestaan.
De weekenden stonden voorlopig in het teken van de vrijdag- en zaterdagavonden, want ze dacht de eerste vrouwelijke dj te zijn die een grootschalige drive-inshow presenteerde als verlengstuk van het TROS-popprogramma.
Met een beetje geluk bleef de zondag over om op adem te komen.
Ook haar relatie hoopte ze ondanks de drukte intact te houden.
Een vrij moment in haar agenda was dan ook nauwelijks te vinden.
Zowel haar hobby’s als haar rechtenstudie moesten opzijgezet worden.
Die studie beschouwde ze toen al als een verloren zaak, hoewel ze al voorbij de helft was.
Echte spijt voelde ze niet, aangezien het televisiewerk haar veel meer aansprak door de creativiteit, het directe resultaat en de mogelijkheid om daar te zijn waar leuke dingen gebeurden.
Zelfs haar balletlessen sneuvelden simpelweg door tijdgebrek, al bleef een goede conditie noodzakelijk om het slopende tempo vol te houden.
Ze keek voorzichtig verder dan de horizon van vijf jaar: ze hield de rem erop, deed hooguit nog een paar leuke shows per maand en dacht aan een gezin.
Dat lag op dat moment toen echter nog ver weg.

De basis van haar omroepcarrière lag halverwege de jaren tachtig bij Sky Channel en de TROS.
Sky Channel was een Brits bedrijf van mediamagnaat Rupert Murdoch en bereikte via de kabel miljoenen huishoudens in heel West-Europa, met Nederland voorop.
Linda verwierf internationale bekendheid door haar deelname aan The DJ Kat Show en de toonaangevende Eurochart Top 50.
Hoewel de zender Brits was en de voertaal Engels, kwamen talloze programma’s uit de koker van John de Mol Produkties en vonden de opnames geregeld plaats in de Loosdrechtse Pandahallen of het Escape-theater in Amsterdam.
Het vormde de opmaat naar de grote programma’s waarmee ze later doorbrak, zoals Love Letters, dat ook afkomstig was van John de Mol Producties, het latere Endemol.
In diezelfde vroege periode, aan het einde van de jaren tachtig, was Linda bovendien aan de zijde van Ron Brandsteder te zien in de mateloos populaire Showbizzquiz, een programma dat destijds ook in Vlaanderen massaal werd bekeken.
Toen Sky Channel in 1989 werd omgedoopt tot Sky One en de focus volledig verlegde naar de Britse thuismarkt, werd Linda vervangen door Britse presentatoren.
Ze ging zich daarna volledig richten op haar carrière in Nederland en Duitsland.
Bij onze oosterburen werd Linda in de jaren negentig letterlijk op een voetstuk geplaatst en groeide ze uit tot een van de populairste tv-gezichten van de Duitse televisie.
Haar allergrootste succes daar was het programma Traumhochzeit, een huwelijksshow op RTL die vele miljoenen kijkers aan de buis kluisterde.
Toch liet ze rond 2020 weten dat het hoofdstuk Duitsland voorgoed gesloten was.
Het pendelen en de enorme druk hadden te veel energie gekost, waardoor ze besloot haar focus definitief te verleggen naar haar werk en haar gezinsleven in Nederland.
In 2003 richtte ze samen met Rozemarijn de Witte de uitgeverij Mood for Magazines op en lanceerde ze het blad LINDA.
Vier jaar later, in 2007, verwierf de Finse uitgever Sanoma de volledige zeggenschap en uiteindelijk 86 procent van de aandelen. Linda behield een minderheidsbelang van 14 procent en bleef het creatieve gezicht van het blad.
In 2005 lanceerde John de Mol zijn eigen zender Talpa, later bekend als Tien. Linda verruilde de vertrouwde TROS voor de nieuwe zender van haar broer om die mee op te bouwen, waarbij kijkcijfersuccessen zoals Gooische Vrouwen en Miljoenenjacht mee verhuisden.
Na het mislukken van die zender in 2007 volgde een overname door RTL en verhuisde Linda mee naar RTL 4.
Daar volgden gouden jaren met programma’s als Ik hou van Holland en Linda’s Zomerweek.
Haar grote amusementsshows werden door de jaren heen door ontelbare Vlamingen bekeken via de Nederlandse zenders.
Hoewel ze destijds officieel werkte voor RTL, bleef de zakelijke wisselwerking met haar broer bestaan: veel van haar programma’s werden nog steeds gemaakt door zijn productiebedrijven.
Haar absolute grootste succes in Vlaanderen werd echter de hitserie Gooische Vrouwen.
De serie werd in Vlaanderen massaal bekeken op VTM en groeide uit tot een waar kijkcijferfenomeen.
Ook de daaropvolgende bioscoopfilms trokken volle zalen in de Vlaamse bioscopen.
Toen John de Mol de zenders van SBS, waaronder SBS6, had gekocht en Talpa Network oprichtte, stapte Linda in 2019 opnieuw over om hem te steunen.
Ze zei destijds openlijk dat ze er nooit een geheim van had gemaakt dat ze naar hem zou overstappen zodra haar broer haar hulp hard nodig had.
Bij die overstap hoorde ook de verkoop van haar magazine LINDA. aan zijn bedrijf.
In maart 2019 kocht Talpa Network de aandelen van Sanoma over voor zo’n 40 miljoen euro.
Op 8 en 9 januari 2026 volgde de officiële aankondiging en het akkoord over de overname van Mood for Magazines door DPG Media, die de uitgeverij van Talpa Network overnam.
Het blad valt sindsdien onder dezelfde paraplu als Libelle en Margriet.
Ondanks die verkoop blijft Linda nauw verbonden aan het magazine en de hoofdredactie.
Het merk werd intussen gestaag uitgebouwd: naast het reguliere blad en varianten als LINDA.meiden en LINDA.loves verscheen in maart 2026 LINDA.mini, speciaal gericht op aanstaande en jonge ouders.
Vandaag de dag is de 62-jarige Linda nog altijd volop actief.
Ze is regelmatig op televisie te zien, werkt aan nieuwe programma’s en spelconcepten zoals In de Ring, en blijft nauw betrokken bij haar eigen blad.
Dat voornemen uit 1986 om veel geld te verdienen, is ruimschoots waargemaakt.
Uit de openbare jaarcijfers van haar persoonlijke vennootschappen blijkt dat het eigen vermogen van haar bedrijven rond de 37 miljoen euro schommelt.
Ze behoort al decennialang tot de bestbetaalde televisiepresentatrices van Nederland. Zakenblad Quote schatte haar inkomen in het verleden op ongeveer een miljoen euro per jaar.
Daarnaast verdiende ze een fors bedrag toen ze in 2019 haar aandeel in LINDA. verkocht aan het bedrijf van haar broer.
Ze bezit een luxe villa in het Gooi en heeft door de jaren heen vastgoed gekocht, onder meer panden in Amsterdam.
Ze is multimiljonair en heeft een vorstelijk inkomen, maar haar vermogen is echter veel kleiner dan dat van haar oudere broer John.
Zijn kapitaal wordt geschat op zo’n twee miljard euro.
Die reusachtige voorsprong bouwde hij op via grote deals. De verkoop van Endemol aan het Spaanse Telefónica in 2000 bracht hem en Joop van den Ende miljarden op.
De verkoop van Talpa Media, inclusief de wereldwijde rechten van The Voice, aan ITV leverde in 2015 opnieuw honderden miljoenen op, potentieel oplopend tot ruim een miljard euro inclusief bonussen.
Daarnaast belegt hij grootschalig in technologie, vastgoed en beursgenoteerde bedrijven zoals TomTom.
Daarmee is hij ruim vijftig keer zo rijk als zijn zus.

In november 1969 kreeg de Friese scheepskapitein Jan de Vries in Apeldoorn bezoek van de landelijke krant Het Vrije Volk.
De aanleiding was opmerkelijk: hij liet zijn zestienjarige dochter Doetie, ook bekend als Doetje, halfnaakt optreden en volledig naakt mocht wat hem betreft ook.
Boven het artikel stond toen de titel: ‘Doetje mixt muziek en seks tot show’.
Verslaggever Theo Koopman tekende met verbazing het verhaal op van een vader die er alles aan deed om zijn dochter als de zangeres Edith Queen te lanceren.
De Vries vond dat je in de showbusiness niet kinderachtig moest zijn, al eiste hij wel dat zaaleigenaren en televisieproducenten financieel over de brug kwamen voor een naaktoptreden.
Hij toonde de journalist daarbij foto’s die hij zelf van het halfnaakte meisje had gemaakt.
De uiteindelijke doorbraak van Doetje kwam er echter niet door haar vader, maar dankzij haar jongere zus Alie, ook wel Aaltje genoemd.
Vanaf 1971 vormden de zussen diverse formaties.
Ze begonnen als The Swanson Sisters, traden vervolgens op als De Karina’s en The Lady Pop’s, en maakten deel uit van de countryband Colt 45.
Hoewel grote successen tien jaar lang uitbleven en ze in de marges van de muziekwereld bleven hangen, gaven ze de moed nooit op.
Het tij keerde definitief met hun terugkeer naar het Friese Uitwellingerga en een grondige gedaanteverwisseling.
Alie nam de artiestennaam Alice May aan, Doetje werd Caren Wood, en samen doopten ze zich om tot Maywood.

Een leuk weetje over die groepsnaam is dat Alice en Caren de naam simpelweg prikten uit een Zweedse telefoongids, puur omdat het lekker internationaal en makkelijk in het gehoor klonk.
Die internationale uitstraling wierp al snel vruchten af.
Maywood scoorde een reeks grote hits, bracht platen uit in meer dan vijftig landen en toerde door landen als Japan, Zuid-Korea, Indonesië en zelfs de voormalige Sovjet-Unie.
Begin jaren tachtig sloeg het duo genadeloos toe met wereldhits als ‘Late at Night’ en ‘Rio’, een ode aan de gelijknamige Braziliaanse stad.
Beide composities kwamen volledig uit de pen van Alice May.
Voor de kenmerkende, aanstekelijke productie tekende Pim Koopman, voormalig drummer van Kayak.
In september 1981 ging het Maywood voor de wind.
De charmante zusjes Alice en Caren, die naar Friesland waren verhuisd, brachten die maand een nieuw album uit waarvan ze hoopten dat het de deuren naar internationaal succes definitief zou openen.
De vooruitzichten waren uitstekend, want zowel in Europa als in de Verenigde Staten was er grote interesse voor het duo.
Tijdens een kort werkbezoek aan Zweden in de voorgaande maand hadden ze bovendien al een gouden plaat in ontvangst mogen nemen, wat zorgde voor een vliegende start van het nieuwe seizoen.
Wie in die periode naar het automatische antwoordapparaat van Maywood luisterde, hoorde de stem van hun zaakwaarnemer Aad Oud, die bellers verzocht contact op te nemen voor informatie over deze succesvolle formatie.
Hij had dan ook alle reden om trots te zijn. Binnen een jaar tijd hadden Alice en Caren zich met sterke, zelfgeschreven nummers naar de absolute top van Nederland gewerkt.
Het leek een bliksemsnelle doorbraak, maar daaraan waren vijftien jaar van hard werken, bloed, zweet en tranen voorafgegaan.
Op de vraag hoe lang ze het nog hadden volgehouden om tegen gesloten deuren aan te lopen, gaf Alice aan dat ze vermoedelijk nog wel een tijdje waren doorgegaan.
Na zoveel jaren keek men immers niet meer op een jaartje meer of minder, en beide zussen waren altijd vastberaden geweest om door te zetten tot het zou lukken.
Hun vader speelde eveneens een belangrijke rol in de uitbouw van hun loopbaan.
Hij stimuleerde hen volop, al waren Caren en Alice uit zichzelf al enorm ambitieus en hadden ze nooit iets anders gewild.
Vader hielp waar mogelijk door hen voornamelijk naar optredens te rijden en waar nodig advies te geven. Intussen werd het project Maywood echter zeer professioneel en zakelijk aangestuurd.
Alice hield ervan om precies te weten wat er speelde, ook al werkten er zeer bekwame mensen aan hun carrière.
Voor de korte termijn lag de focus op optredens in eigen land, vooral in discotheken, waarbij de telefoon roodgloeiend stond zodra ze een hit in de Top 40 hadden.
Voor de langere termijn richtten ze hun blik nadrukkelijk op het buitenland.
Er liepen onderhandelingen met partijen in Amerika om hun platen daar uit te brengen, een proces dat veel tijd en inzicht vergde.
Waar iemand als Herman Brood zijn eigen pad had gekozen, verwachtte Maywood in een ander circuit terecht te komen.
Een eerder aanbod om al naar Amerika te gaan hadden ze afgeslagen, omdat Alice het zinloos vond om daar op te treden zolang er nog geen plaat op de markt was gebracht.
De verwachtingen rond de nieuwe lp waren destijds hooggespannen.
Alice besefte dat het publiek rekende op vakmanschap en dat het album kritischer zou worden beoordeeld dan het debuut.
Daardoor hadden ze ook zelf onder hogere druk gewerkt en de lat aanzienlijk hoger gelegd; een nummer dat een jaar eerder nog als goed werd beschouwd, zou de selectie nu niet meer hebben gehaald.
Die strenge blik had alles te maken met de wens om internationaal door te breken en over de grenzen heen te denken.
Het album werd opgenomen met een sterk muzikantencollectief, waaronder gerenommeerde namen als Ton Scherpenzeel en Rein van den Broek.
Het resultaat was een strakke, commerciële sound. Terwijl producer Pim Koopman ervan overtuigd was dat de plaat meerdere hits bevatte, hield Alice zelf liever nog even een slag om de arm.
Ondanks de grote toewijding waren de zussen niet van plan om het behaalde succes zomaar op te geven om huismoeder te worden; daarvoor hadden ze niet vijftien jaar lang gezwoegd.
Tegelijkertijd zorgden ze voor voldoende ontspanning, want het was niet de bedoeling om overwerkt te raken in deze drukke tijden.
Alice waakte ervoor dat de muziek een gezonde passie bleef.
De recente ervaringen in Zweden hadden hen bovendien al laten proeven van internationale faam.
Alice omschreef het als een adembenemende belevenis die al hun verwachtingen overtrof.
Dat mensen in de meest exclusieve discotheken hun nummers woord voor woord meezongen, maakte diepe indruk.
Na jarenlang in stilte te hebben gedroomd van de stap van Sneek naar het wereldtoneel, was Alice vastbesloten om met volle teugen te genieten van alles wat zou lukken

Daarna volgde onder meer Mano, een typisch verhaallied over een Mexicaans aandoende gitarist met sombrero en een onbeantwoorde liefde die na een emotioneel afscheid niets meer van zich laat horen.
Helaas liep het tussen de zussen zelf op relationeel vlak eveneens mis. Aan het einde van de jaren tachtig begon het succes te tanen.
Hun deelname aan het Eurovisiesongfestival in 1990 met het nummer ‘Ik wil alles met je delen’ eindigde op een teleurstellende vijftiende plaats.
Tijdens het optreden werkte het geluid tegen: een microfoon stond niet open, waardoor de kenmerkende bastrompet nauwelijks te horen was, terwijl Toto Cutugno dat jaar met de overwinning ging lopen.
Het songfestival luidde het einde van Maywood in.
De zussen raakten verwikkeld in een bittere strijd en wisselden achttien jaar lang geen woord meer met elkaar.
Die ruzie draaide deels om geld, maar was vooral een optelsom van zakelijke, artistieke en persoonlijke spanningen.
Doordat Alice alle liedjes schreef en componeerde, ontving zij aanzienlijk meer auteursrechten en inkomsten dan Caren, die vooral als het gezicht en de leadzangeres op de voorgrond trad.
Deze scheve verdeling leidde tot grote frustraties, zeker toen de gouden jaren voorbij waren en de inkomsten terugliepen.
Alice hield de touwtjes strak in handen, terwijl Caren zich tekortgedaan en ondergewaardeerd voelde.
Het dieptepunt volgde in 1999, toen Alice een rechtszaak aanspande tegen haar zus over het exclusieve gebruiksrecht van de naam Maywood, een zaak die Alice won.
In 2013 leek het wonder alsnog te gebeuren: op uitnodiging van Gerard Joling stonden ze tijdens een reünie in de Ziggo Dome weer samen op het podium.
Ze vielen elkaar geëmotioneerd in de armen en spraken af om opnieuw te gaan optreden, maar achter de schermen liep het al snel weer stuk op contracten, vergoedingen en controle, waardoor de vete weer in alle hevigheid oplaaide.
In augustus 2020 dook op de Facebookpagina Fans van Maywood plotseling een artikel uit de jaren zeventig op met een naaktfoto van een minderjarige Caren.
Alice reageerde in weekblad Story geschokt en verklaarde dat het een onschuldige fanpagina betrof met lieve berichten, maar dat deze foto van haar zus, die destijds vermoedelijk pas veertien of vijftien jaar oud was, daar absoluut niet thuishoorde.
Ze zocht direct contact met de plaatser om het beeldmateriaal te laten verwijderen.
Beide zussen zaten destijds op één lijn over de kwestie en Alice sprak haar opluchting uit voor Caren dat de opname verdwenen was.
Hoewel fans even hoopten op een toenadering, bleef een verzoening uit.
Ondanks het feit dat ze amper drie kilometer bij elkaar vandaan wonen, is er tot op de dag van vandaag geen enkel contact meer tussen de twee.

Mijn favoriet van Maywood en de vele internationale gezichten van Give Me Back My Love
Give Me Back My Love uit het najaar van 1980 is zonder twijfel mijn persoonlijke favoriet van het Nederlandse zussenduo Maywood.
Het nummer werd zoals gewoonlijk geschreven door Alice May (Alie de Vries), die vrijwel het hele repertoire van het duo op haar naam zette, met een herkenbare productie en arrangement van Pim Koopman.
Inhoudelijk draait het nummer om puur liefdesverdriet en het gevoel van leegte na een relatiebreuk.
De zangeres voelt zich na het vertrek van haar geliefde emotioneel leeg en vraagt vertwijfeld om haar liefde, energie en levensvreugde terug.
Het nummer bleef ook bij andere artiesten niet onopgemerkt en leidde tot heel wat uiteenlopende covers.
Al snel na het origineel volgden internationale bewerkingen: zo bracht de Duitse zangeres Marianne Rosenberg in 1981 haar Duitstalige versie Hab’ ich dich verloren uit, en waagde Miami Sound Machine zich in 1982 aan een Spaanse vertaling onder de titel Devuélveme el amor.
Jaren later, in 1995, nam ook Demis Roussos het nummer op, terwijl Songfestivalwinnares Linda Martin er in 2018 een hedendaagse versie van maakte en het geheel voorzag van een stevige beat.
Daarnaast was Maywood immens geliefd in Zuid-Afrika, waar eveneens verschillende opvallende covers verschenen.
Kurt Darren en Patricia Lewis namen een eigen Engelstalige versie op, terwijl de groep Back 2 Basics het nummer vertaalde naar het Afrikaans als ‘Gee Jy Net Jou Hart’.
Tot slot brachten Viva Ora en Andy Jonas een mooie, ingetogen versie van het nummer, waarin de kracht van de tijdloze melodie van Alice May prachtig overeind blijft.

Het leven na Maywood: solopogingen, nieuwe liedjes en vervlogen roem
Beide zussen hebben na de breuk van Maywood geprobeerd om muzikaal actief te blijven, al verliep dat voor ieder op een heel eigen manier en behaalde geen van beiden meer het gigantische succes van weleer.
Caren Wood deed in de jaren negentig een poging om als soloartieste een doorstart te maken.
Ze bracht enkele singles uit, waaronder liedjes als ‘Once More’ en ‘My Love’, maar die wisten de hitparades nauwelijks te bereiken.
Naast haar solosingles ging ze destijds ook een muzikale samenwerking aan met het orkest van Frank Valdor en trad ze op in kleine zalen en bij evenementen.
Uiteindelijk trok ze zich grotendeels terug uit de schijnwerpers en het hectische artiestenleven om een meer teruggetrokken bestaan te leiden.
Alice May bleef hardnekkig vasthouden aan haar muzikale carrière en trad na het winnen van de rechtszaak in 1999 zelfs op als Maywood met een andere zangeres aan haar zijde, al sloeg die formule niet echt aan bij het grote publiek.
Als soloartieste bracht ook zij losse nummers uit.
Wat het schrijven voor anderen betreft, heeft Alice zeker geprobeerd haar talent als songwriter en componist te gelde te maken.
Ze schreef en produceerde in de jaren tachtig en negentig materiaal voor diverse Nederlandse en buitenlandse acts, met name in het schlager- en popgenre.
Een bekend voorbeeld uit de hoogtijdagen was haar werk voor de Friese zangeres Lori Spee, en later componeerde ze onder meer voor artiesten uit het Duitstalige circuit en jong talent dat ze zelf probeerde te begeleiden.
Desondanks blijft het fenomeen Maywood haar grootste prestatie, aangezien geen enkele compositie voor derden de wereldwijde impact van ‘Late at Night’ of ‘Rio’ evenaart.

Ik beken meteen maar eerlijk dat ik altijd al een zwak voor haar heb gehad.
Wel vind ik het vreemd dat er bij dit artikel een foto is geplaatst van haar album ‘The Lady Is A Champ’, dat al uit 1977 stamt.
Het nummer schreef Patricia samen met John van Katwijk. Ook de andere single ‘Saturday Nights’ uit het album ‘Playmate’ schreven ze samen.
Deze veelzijdige Nederlandse zanger, componist, arrangeur, producer en artiestenmanager werd op 8 augustus 1951 geboren in Rotterdam en begon zijn muzikale loopbaan als leadzanger van de band Christie Lane.
Toen het grote succes daarmee uitbleef, verlegde hij zijn koers: hij ging aan de slag als artiestenmanager en begon zelf nummers te schrijven.
Naast zijn werk met Patricia Paay werkte Van Katwijk veelvuldig samen met grote namen zoals René Froger en Anita Meyer, en in recentere jaren ook met Glennis Grace.
Op 16 januari 2025 kwam hij te overlijden.

Dit bijzondere moment werd vastgelegd op de dag dat de jonge prinses zich officieel liet inschrijven en haar studententijd begon.
Het markeerde de start van haar academische jaren in de sleutelstad, waar zij net als vele andere studenten het collegeleven ging ontdekken.
Tijdens haar studententijd woonde ze in een studentenhuis aan het beroemde Rapenburg.
Aan de universiteit volgde ze een breed scala aan vakken, waaronder rechtswetenschap en staatsrecht, theoretische en toegepaste sociologie, economie, parlementaire en algemene geschiedenis, volkenrecht en Europees recht, en cultuur.
Haar academische inzet wierp vruchten af, want in 1959 behaalde zij haar kandidaatsexamen rechten en in 1961 slaagde ze met succes voor haar doctoraalexamen rechten.

Vandaag precies vijf jaar geleden beleefde actrice Blanka Heirman een bijzonder moment: na maar liefst 24 jaar afwezigheid maakte ze haar comeback op de planken.
Jarenlang was de Gentse actrice dé leading lady van het NTGent, waar ze veertig jaar lang de pannen van het dak speelde.
Tot in 1997 het voltallige gezelschap zonder pardon aan de deur werd gezet.
Blanka trad daarna nooit meer op, tot het theaterbloed tijdens de coronalockdown plots weer begon te stromen.
Zowel Blanka, toen tachtig jaar en al enige tijd weduwe van acteur en voormalig NTGent-directeur Hugo Vandenberghe, als de 69-jarige Koen Crucke hadden hun vertrouwde Gent intussen ingeruild voor De Haan.

Blanka verbleef er in een serviceflat om de hoek bij Koen.
Ze vonden elkaar in een gedeeld verleden, want ook Koen werd in 1988 op een vergelijkbare manier aan de kant geschoven bij de Gentse opera.
Om de stille lockdownmaanden door te komen, sloegen ze de handen in elkaar.
Vooral Jan Gheysens, de man van Koen en eveneens met een verleden bij het NTGent, schreef aan een nieuw theaterstuk.
Drie keer per week schaafde het drietal aan de teksten tot er na vijf versies een definitief script lag.
Blanka kon haar geluk niet op toen Koen haar vroeg om mee te doen en noemde het weer mogen spelen het mooiste cadeau dat ze ooit had gekregen.
Het resultaat werd De Wens, een rasechte Gentse komedie over broer Eduard en zus Hedwige, die na dertig jaar ruzie plots een jaar moeten samenwonen om de erfenis van hun verongelukte ouders te krijgen.
Na scherpe en eerlijke feedback van theatermaker Luk De Bruyker werd de voorstelling nog flink herschreven en ingekort.

Zonder groot budget, maar met een decor uit de kringloopwinkel en een flinke dosis goesting, trok het duo naar de Gentse Minardschouwburg.
Op de bühne was er een geweldige klik.
Voor Koen was het de ideale kans om te tonen dat hij veel meer in zijn mars heeft dan enkel Alberto uit Samson en Gert, temeer omdat hij zijn zangstem voor deze productie volledig opzijzette.
Blanka genoot met volle teugen van de herwonnen magie op de planken en glunderde van trots.
Op 17 en 19 september 2021 mocht het publiek in de Minard meegenieten van deze hartverwarmende terugkeer, een theaterherinnering die vijf jaar later nog altijd een glimlach op het gezicht tovert (Diverse bronnen, Sabine Van Damme, HLNWS 26/08/2021, Minard en KCM StageMuisic bv)

Gisteren nog vandaag
