Van beatgroep tot Soundmixshow: het muzikale levensverhaal van Frank Ashton

Frank Ashton, die eigenlijk Frans Biezen heet, begon zijn muzikale loopbaan bij de Jumping Tigers voordat hij in 1965 landelijke bekendheid kreeg als medeoprichter van Les Cruches.

Deze formatie gold als de bekendste Tilburgse beatgroep en ontleende haar naam aan Kruikensijkers, de bekende bijnaam van de Tilburgers.

Biezen deelde het podium in die tijd met niet de minsten: ook Henny Vrienten (later Doe Maar), John van der Ven (de latere producer van onder meer André Hazes) en Jos van den Dries (VOF de Kunst) maakten deel uit van de band.

Les Cruches was regelmatig te zien en te horen op tv en radio.

In 1968 besloot hij de groep te verlaten en een heel andere muzikale koers te varen.

Zo sloot hij zich een tijdje aan bij de Rekels, de band die bekend werd door de samenwerking met Hanny (Hennie Doeland-Lonis).

In 1974 vormde hij het duo Frans & Monique, waarmee hij een grote hit scoorde met het nummer ‘Hé Monique’.

Na die periode kreeg Frank de nodige tegenslagen te verwerken.

Zo kreeg hij destijds toestemming om samen met producer Cees Vermeulen een klassieker op te nemen.

Hun oog viel op ‘You’ll Never Walk Alone’, maar de platenmaatschappij zag er geen brood in.

Slechts drie maanden later, in 1976, scoorde Lee Towers er een enorme hit mee.

Vanaf dat moment wist Frank dat hij muzikaal op de juiste weg zat, al duurde het daarna nog enkele jaren voordat hij met Cees Vermeulen aan zijn zijde opnieuw de studio in kon duiken.

Een nieuwe fase brak dan ook aan in 1981, toen hij onder de naam Frank Evans het podium betrad.

Hij bracht toen als eerste single ‘Forget Him’ uit.

Dat nummer was in 1963 geschreven door de Britse componist en producer Tony Hatch en was oorspronkelijk een hit voor Bobby Rydell.

Met zijn versie van deze oude hit van Bobby Rydell haalde hij in Vlaanderen met ‘Forget Him’ in juni 1981 de tiende plaats in de BRT Top 30.

Toch keek hij toen vol vertrouwen vooruit en voorspelde hij dat hij met zijn nieuwe single ‘Lonely Town’ helemaal naar de top zou gaan.

Het was een opvallend optimistische uitspraak van een man die de afgelopen jaren de nodige tegenslagen te verwerken had gekregen.

Doc Pomus (Jerome Solon Felder) en Mort Shuman schreven dit nummer ooit voor Elvis Presley. Elvis weigerde toen echter dit nummer op te nemen, waardoor Gene McDaniels het in 1963 als eerste opnam.

Dit legendarische schrijversduo tekende trouwens al eerder voor wereldhits van Elvis Presley, zoals ‘Surrender’, ‘Viva Las Vegas’ en ‘Kiss Me Quick’, en ook de klassieker ‘Save the Last Dance for Me’ voor The Drifters.

Hoewel het nummer geschreven was in 1963, leek het Frank in augustus 1981 op het lijf geschreven.

Hij had toen net een mislukt huwelijk achter de rug en woonde weer alleen. Frank legde uit dat de stad voor hem veranderd was, omdat hij overal geconfronteerd werd met mooie maar ook pijnlijke herinneringen, waar hij op sombere dagen liever met een boog omheen liep.

Toch accepteerde hij deze tegenslagen in de liefde als een onvermijdelijk onderdeel van zijn keuze voor een zangcarrière.

Veel tijd om bij de pakken neer te zitten had hij trouwens niet, want zijn agenda zat toen overvol.

Met de cover van Lonely Town behaalde hij op 15 augustus 1981 eveneens de tiende plaats in de BRT Top 30.

Hoewel deze twee singles in Vlaanderen succesvol waren, bereikten beide singles in zijn thuisland niet de hitparade.

In 1986 veranderde hij zijn artiestennaam opnieuw en deed hij als Frank Ashton mee aan de Soundmixshow.

Hij won deze talentenjacht met het nummer ‘Reno Town’ (Don’t go down to Reno), een cover van Tony Christie die werd geproduceerd door zijn vriend Jack de Nijs.

Opvallend genoeg had hij dit nummer een jaar eerder al op single uitgebracht onder zijn vorige schuilnaam Frank Evans.

De overwinning in de Soundmixshow zorgde voor zijn definitieve doorbraak.

Met de single ‘Remember The Good Times’ bereikte hij de eenentwintigste plaats in de Top 40, al kwam het nummer in Vlaanderen niet verder dan de tipparade.

Ook dit was een cover, gebaseerd op het Italiaanse nummer ‘Non voglio mica la luna’ uit 1986, dat werd geschreven door Zucchero, Luigi Albertelli en Enzo Malepasso en in Italië een hit werd voor zangeres Marina Fiordaliso.

De daaropvolgende single, getiteld ‘The Roses Ain’t Growing Anymore’ en geschreven door Hans Bouwens, bleef steken in de Tipparade.

Dit nummer werd geschreven door Hans Bouwens, de bekende voorman van de George Baker Selection.

Een nare val van een podium in 1997 leek een abrupt einde te maken aan zijn zangcarrière.

Na een jarenlange revalidatie maakte hij in 2004 echter een knappe comeback met het album Latin Lover.

Veertien jaar later, in 2019, liet hij opnieuw van zich horen door mee te doen aan het programma The Voice Senior, waar hij koos voor het team van coach Frans Bauer.

Hij wist toen uiteindelijk door te dringen tot de tweede ronde, maar de winst van dat seizoen ging naar de countryzanger Ruud Hermans.

De inmiddels 79-jarige zanger treedt tot op de dag van vandaag nog incidenteel op en is nog altijd te boeken.

Oldies-rage bezorgt Frank Evans tweede start

Gisteren nog vandaag

Meer dan ‘Dokter Bernhard’: Het bewogen leven van Bonnie St. Claire

Bonnie St. Claire werd geboren op een schip, als dochter van een binnenvaartschipper (als Bonje Cornelia Swart op 18 november 1949).

Haar muzikale avontuur begon toen ze in 1966 als 17-jarig meisje tijdens een concert van Peter Koelewijn op het podium een lied mee mocht zingen en zo werd ontdekt.

In 1967 kreeg ze via Koelewijn een platencontract en maakte ze onder de artiestennaam Bonny St. Claire haar eerste single, wat de start vormde van een indrukwekkende en veelzijdige zangcarrière.

Haar allereerste singles, zoals haar debuutsingle ‘Tame Me, Tiger’ (1967) en internationale Engelstalige releases uit die vroege periode, werden uitgebracht onder de naam Bonny.

Later, toen ze in de jaren 70 de overstap maakte naar Nederlandstalige muziek en de vaste zangeres werd van Unit Gloria, werd de spelling definitief veranderd naar Bonnie St. Claire.

In de eerste jaren scoorde Bonnie vooral successen met Engelstalige popmuziek.

Hits als ‘Mañana Mañana’ en ‘I Won’t Stand Between Them’ maakten haar al snel een geliefde naam in de Nederlandse muziekwereld.

Vanaf 1972 sloot ze zich aan bij de formatie Unit Gloria, waar ze Robert Long opvolgde als frontvrouw.

Met aanstekelijke liedjes zoals ‘Clap Your Hands and Stamp Your Feet’ en ‘Voulez-Vous’ veroverden ze samen de hitlijsten in binnen- en buitenland.

Een belangrijke wending in haar carrière kwam halverwege de jaren zeventig, toen Bonnie de overstap maakte naar het

Nederlandstalig repertoire.

Dat bleek een schot in de roos: haar dramatische duet ‘Dokter Bernhard’ met Ron Brandsteder groeide uit tot een absolute klassieker.

Het nummer bereikte in augustus 1976 de twaalfde plaats in de BRT Top 30 en was in Nederland goed voor een zevende plaats in de Top 40.

Het lied gaat over dokter Christiaan Barnard, de Zuid-Afrikaanse chirurg die in 1967 de eerste harttransplantatie ter wereld uitvoerde.

Het nummer uit 1976 van Bonnie St. Claire en Ron Brandsteder is opgebouwd als een telefoongesprek/dialoog: een bezorgde vrouw belt over haar zieke man, waarna de dokter haar probeert gerust te stellen, hoewel het in werkelijkheid slecht met hem afloopt.

In de decennia die volgden, reeg ze de successen aan elkaar met emotionele en meeslepende nummers zoals ‘Pierrot’, ‘Bonnie Kom Je Buiten Spelen’, ‘De Roos’, ‘Sla Je Arm Om Me Heen’ en ‘Morgen Wordt Alles Anders’.

Naast haar muzikale successen kwam de zangeres de laatste jaren meerdere keren in het nieuws, toen ze tijdens haar optredens ’dronken’ op het podium zou hebben gestaan.

In 2004 werd St. Claire door de rechter veroordeeld tot 20 dagen gevangenisstraf, omdat ze in 1997 voor de 3e keer een auto-ongeluk had veroorzaakt onder invloed van alcohol.

In 2016 was het 10 jaar geleden dat Bonnie als gevolg van haar alcoholprobleem met een ernstige leverbeschadiging werd opgenomen in het ziekenhuis.

In de jaren die daarop volgden, stond de ‘Dokter Bernhard’-zangeres droog, maar begin 2014 bleek ze toch weer aan de drank te zijn.

Bonnie is al sinds 1 oktober 2018 volledig nuchter en heeft sindsdien geen druppel alcohol meer aangeraakt.

Ze vertelt in de media dat ze zich een stuk energieker, helderder en een leukere vrouw voelt nu het ‘waasje’ van de verslaving weg is, al heeft ze wel een beschadigde lever overgehouden aan haar verleden.

Haar bewogen levensverhaal schreef ze tevens openhartig van zich af in haar in 2021 verschenen autobiografie Kwam een vrouw bij de slijterij.

Op persoonlijk vlak was haar laatste grote relatie met Anne Jan Jongebloed, met wie ze in 2004 trouwde.

In september 2023 maakten zij bekend na een huwelijk van 19 jaar te gaan scheiden.

De breuk verliep zonder ruzies en kwam voornamelijk door hun verschillende werkritmes.

De twee hebben nog altijd zeer goed contact; Anne Jan treedt zelfs nog regelmatig op als haar chauffeur om haar naar haar optredens te brengen.

Hoewel er mediaberichten waren dat ze soms spijt had van de scheiding of openstond voor verzoening, is ze momenteel single.

Bonnie woont al sinds 2009 in het Noord-Hollandse Aalsmeer; na een aantal tussentijdse verhuizingen binnen de gemeente heeft ze haar plekje helemaal gevonden in een woning in het hart van het centrum.

De nu 76-jarige zangeres staat nog altijd met veel plezier op het podium en denkt nog niet aan stoppen.

90 jaar na de moord op Federico García Lorca: hoe zijn poëzie 50 jaar later voortleefde in ‘Hijo de la Luna

Hijo de la Luna (Spaans voor “Kind van de Maan”) is een van de meest dramatische en poëtische ballades uit de Spaanse popgeschiedenis.

Het nummer werd geschreven door José María Cano voor de legendarische Spaanse popgroep Mecano en is terug te vinden op het album Entre el cielo y el suelo, dat in Spanje werd uitgebracht op 16 juni 1986.

Met zijn betoverende walsritme en theatrale orkestratie groeide het nummer al snel uit tot een gigantische internationale hit in Spanje, Latijns-Amerika en grote delen van Europa.

Dankzij het succes van de single Hijo de la Luna, uitgebracht op 25 juli 1987 in hun thuisland en in Frankrijk in 1988, werd de single bij ons uitgebracht in de winter van 1989.

De single bereikte bij ons de achttiende plaats in de Ultratop 50.

Om die plaats te bereiken, moesten ze wachten op een tweede poging in augustus 1990.

Dit dankzij Nederland, waar de single pas in juni 1990 de hitparade bereikte, om dan in juli uiteindelijk de derde plaats te bereiken in de Nederlandse Top 40.

Wat het nummer zo bijzonder maakt, is de duistere tekst die is opgebouwd als een klassiek volksverhaal.

De tekst van het nummer is enigszins geïnspireerd op de Romancero gitano van de dichter Federico García Lorca, die tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936) in Granada werd vermoord.

De universele dichter, die in de nacht van 18 op 19 augustus 1936 door de handen van falangisten om het leven kwam, schreef deze dichtbundel, geïnspireerd door de Andalusische volksziel en, meer in het bijzonder, door de wereld, de gebruiken en de symbolen die rond de zigeunergemeenschap draaien: de liefde, de jaloezie, de wraak, de maan…

Uit deze liefde voor de zigeunercultuur en uit deze thema’s over liefde, tragedie en dood ontstond zijn toneelstuk Bodas de sangre (geïnspireerd op Romeo en Julia).

Dit stuk werd in 1981 verfilmd door de regisseur Carlos Saura uit Aragón, en ook in 1963 door Francisco Rovira Beleta in Los Tarantos, met de dansers Antonio Gades en de bekende (zigeuner)danseres Carmen Amaya.

Het nummer vertelt het tragische sprookje van een zigeunervrouw die tot de volle maan bidt om een echtgenoot.

De maan verhoort haar wens, maar eist een duistere prijs: het eerste kind dat ze zal baren.

Wanneer de baby wordt geboren met een spierwitte huid en grijze ogen, vermoedt de vader overspel.

Hij steekt zijn vrouw dood en laat het kind alleen achter op een bergtop.

De maan ontfermt zich uiteindelijk over het kind, en elke keer als de baby huilt, verandert de maan in een sikkel om hem als een wiegje te wiegen.

We moeten rekening houden met de strenge wetten van de zigeunergemeenschap, die botsen met de hedendaagse ideeën over gendergelijkheid.

Toch moeten we de tekst analyseren vanuit het perspectief van die tijd en de betekenis ervan begrijpen.

De vrouw werd beschouwd als de matriarch, de schenker van het leven.

De maan, in de klassieke oudheid vertegenwoordigd door Diana, was de godin van de jagenden en behield haar maagdelijkheid.

Ze kon destijds dus geen kind baren.

Daarom heeft ze een andere vrouw nodig om haar er een te bezorgen. In de tragedie van Lorca zien we nog een voorbeeld van een vrouw die geen kinderen kan baren: Yerma.

In november 2002 blies de Belgisch-Spaanse zangeres Belle Perez deze klassieker nieuw leven in, waarvoor ze de krachten bundelde met de heren van de Belgische acapellagroep Voice Male.

Als dochter van Spaanse ouders paste de iconische ballade haar als een gegoten jas.

Waar het origineel van Mecano rust op een mystieke synthpop-sfeer met de heldere, gereserveerde stem van zangeres Ana Torroja, koos Perez samen met Voice Male voor een warmere, meer akoestische en vocaal gelaagde benadering.

Met haar krachtige stem, de harmonieuze begeleiding van de heren en subtiele flamenco-invloeden wisten ze het nummer een eigentijdse energie te geven.

De samenwerking werd een groot succes in Vlaanderen: de single piekte op de 8e plaats in de Ultratop 50 en klom zelfs op naar de 4e plek in de BRT Top 30.

Belle Perez in de P Magazine van 30 augustus 2001

De muzikale reis van Hans Vermeulen: van Sandy Coast tot Thailand

Hans Vermeulen, geboren op 18 september 1947, verzamelde muzikanten om zich heen om een band op te richten.

De groep opereerde achtereenvolgens onder de namen Sandy Coast Skiffle Group, Sandy Coast Five en Sandy Coast Rockers, om de naam uiteindelijk in te korten tot Sandy Coast.

De bezetting bestond uit de twee broers Vermeulen, Onno Bevoort en Jos de Jager toen de band dankzij een door het blad Hitwezen georganiseerde talentenjacht een platencontract bij Negram won.

Niet veel later verscheen ‘Being In Love/I Want You For My Own’, de allereerste single van Sandy Coast.

De eerste single die de Top 40 wist te behalen was ‘We’ll Meet Again’, die in augustus 1966 op de 39e plaats binnenkwam.

In 1967 bracht de groep haar debuutalbum uit onder de titel And Their Name Is…. Sandy Coast.

De band scoorde in maart 1971 haar grootste hit met ‘True Love That’s A Wonder’, afkomstig van de elpee Sandy Coast.

Vanaf 1972 versterkte zangeres Marian Noble de band voor een jaar.

Deze zangeres uit Zwijndrecht heette feitelijk Marian Meyer en bracht in de jaren zeventig diverse solosingles uit.

Bij haar debuutsingle My Mother in 1967 gebruikte ze aanvankelijk de naam Marian Nobel.

Willem Duys was de ontdekker van deze zangeres en dankzij hem kreeg ze dan ook een platencontract.

Toen hij haar vervolgens introduceerde in zijn immens populaire talkshow Voor de vuist weg, kondigde hij

haar, geheel op eigen initiatief, aan als Marianne Noble.

Omdat de platenhoezen bij Delta destijds al gedrukt waren als Marian Nobel, ontstond er die bekende verwarring.

Hoewel ze daar zelf in eerste instantie wat verbolgen over was, is ze die naam altijd blijven gebruiken.

Ook na haar latere overstap naar Polydor nam ze de naam die Duys had bedacht definitief over.

Later verwierf zij onder meer bekendheid met haar eigen projecten en haar deelname aan The Voice Senior in 2018.

Marianne Noble is overleden op 2 maart 2025.

De blueszangeres uit Dordrecht is 78 jaar oud geworden.

Kort voor haar overlijden kreeg ze te horen dat ze een kwaadaardige tumor bij haar longen had.

Eerder in 2023 was ze ook al eens in het ziekenhuis opgenomen na een hartinfarct.

Toen de groep in 1974 uit elkaar viel, richtten de gebroeders Vermeulen hun pijlen op een nieuwe formatie genaamd Rainbow Train.

Kort daarna ontdekte Vermeulen zangeres Anita Meyer en lijfde haar direct in.

Vermeulen componeerde ook de nummer 1-hit ‘The Alternative Way’, waarmee Anita Meyer een droomdebuut beleefde.

Tussendoor hield Hans Vermeulen zich bezig met de productie van platen van onder meer Lucifer.

Rainbow Train bestond in 1975 uit naast Hans Vermeulen, die zang, gitaar, orgel en piano speelde, en Anita Meyer, Debbie Wokaty (zangeres), Jan Vermeulen (bas), Shel Schellekens (drums), Eric Tagg (zang, orgel en piano) en ex-Limousine-lid Okkie Huysdens (ook zang, orgel en piano). geboren als Johannes Josephus Huijsdens en helaas op 6 september 2014 overleden.

Later traden ook pianist Jan Rietman, afkomstig van ondermeer de groepen Unit Gloria, Long Tall Ernie And The Shakers, en zangeres Dianne Marchal toe.

Dianne Marchal, wier eigenlijke naam Hilde Vermeulen was, was de echtgenote van Hans.

Hans bracht in 1976 via Mercury zijn soloalbum I Only Know My Name uit, waarop muziek te horen was met invloeden van Stevie Wonder.

Daarnaast verschenen er singles onder de naam Hans Vermeulen & Rainbow Train.

Rainbow Train bracht in 1978 haar eerste en enige lp ‘Accompanied By’ uit, en de bijbehorende single ‘Heaven On Earth’ werd een bescheiden hit in Nederland en Vlaanderen.

In 1980 kwam Sandy Coast weer bij elkaar en trad op 13 juni op tijdens de Haagse Beatnach.

Drie nummers van dat optreden belandden op het verzamelalbum van het evenement.

De heroprichting leidde tot de elpee Terreno, waarvan de single ‘The Eyes Of Jenny’ een grote hit werd in binnen- en buitenland.

Toch koos Hans Vermeulen opnieuw voor de solotoer.

‘Ik dacht het wel’ werd de titel van zijn nieuwe album, dat duidelijke invloeden van Doe Maar liet horen.

Vermeulen ontpopte zich echter meer en meer als producer en werkte in die rol samen met artiesten als Nadieh, Ruth Jacott en Hans de Booij.

Verder schreef hij muziek voor televisiecommercials en had hij de muzikale leiding over de musical De Zoon Van Louis Davids.

In de tweede helft van de jaren tachtig profiteerde Sandy Coast van een heropleving in de belangstelling voor muziek uit de jaren zestig.

In 1988 bracht de band het album Rendez-Vous uit, een elpee en cd met opnieuw opgenomen versies van hun oude successen.

Ondertussen eisten privéproblemen steeds meer hun tol.

Diverse projecten waar hij aan begon, werden niet afgemaakt, en ook zijn huwelijk met Hilde liep op de klippen.

Hans Vermeulen kampte met een gigantische financiële schuld in de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig.

Vermeulen had zich financieel verbonden aan de bekende G.T.B.-geluidsstudio in Den Haag.

De deal mislukte volledig en liet hem met enorme schulden achter.

Hij lette naar eigen zeggen altijd meer op de muziek dan op de centen, waardoor hij een miljoenenclaim opbouwde bij de Belastingdienst.

Ondanks zijn vele successen had Vermeulen te maken met een schuld van 680.670 euro.

Eind jaren tachtig en begin jaren negentig zat hij dan ook volledig aan de grond.

Hij leefde in een sober souterrain in Scheveningen en verdiende wat geld met optredens in Haagse kroegen.

Dankzij zijn manager Peer Evers en een regeling met het maatschappelijk werk en het Sociaal Fonds van de Buma-Stemra werd er uiteindelijk orde op zaken gesteld om de schuld af te betalen.

Deze afspraak hield in dat Vermeulens auteursrechten voor het grootste gedeelte werden ingehouden om de schulden af te lossen.

Hans Vermeulen leefde dan ook enige jaren van een minimaal inkomen.

Eerder dan verwacht had Vermeulen zijn schuld afgelost.

Vrijwel platzak vertrok hij rond 1994 definitief naar Thailand om daar opnieuw te beginnen.

Om zijn muzikale grenzen te verleggen, verruilde Vermeulen Nederland vervolgens voor het Thaise eiland Koh Samui.

Een prettige bijkomstigheid was dat hij in het goedkope Thailand in principe van de royalty’s van zijn hits kon leven.

Toch bleef hij ook in Azië actief met componeren en produceren.

Zo maakte hij onder de naam The Rest in 1994 een nieuw album ‘Domestic Affairs’ uit en dit met oude bekenden uit de Haagse muziekscene, te weten Polle Eduard op zang en gitaar, Len Bouman op bas, Beau Wassenbergh op drums en Okkie Huijsdens voor de productie.

Tevens raakte hij betrokken bij de Thaise band Carabao.

Op 1 juli 1995 trad Hans Vermeulen in Bussum in het huwelijk met de jonge Thaise Jariya Chatsuwan, ook wel bekend als Aom.

Samen met producer Eddy Ouwens nam hij in 1997 een cd op met internationale hits van bekende artiesten.

Ouwens had hem daar al eerder tevergeefs voor gevraagd, maar uiteindelijk ging Vermeulen overstag.

De nummers op het album ‘Vogelvrij’ werden voorzien van Nederlandse teksten geschreven door onder anderen Robert Long, Paula Patricio, Joost Nuissl, Henk Temming en Coot van Doesburg.

De single ‘De Mooiste Droom Is Vogelvrij’, een cover van het gekende nummer ‘Up Where We Belong’ dat hij samen met Sandra Reemer inzong, werd een bescheiden radiohit.

In 1998 verscheen er een dubbel-cd met een overzicht van zijn gehele loopbaan, met de hits van zijn groepen Sandy Coast, Rainbow Train en The Rest en met vocale bijdragen van onder meer Rob de Nijs, Ruth Jacott en Anita Meyer.

Met de single ‘Een Kus En Een Knuffel’ uit het album, een cover van Butterfly Kisses van Bob Carlisle en Randy Thomas, scoorde hij een bescheiden radiohit.

In Thailand behaalde zijn vrouw Aom een top 10-hit met haar versie van ‘The Eyes Of Jenny’, terwijl Vermeulen optredens verzorgde met het Bangkok Symphonic Orchestra.

Op 19 april 2002 werd hij tijdens een speciaal optreden begeleid door het Metropole Orkest.

Dit concert werd later op televisie uitgezonden door de KRO en verscheen zowel op cd als dvd, onder de naam ‘Met Mij Gaat Het Goed’ in 2004.

Tijdens zijn rijkgevulde carrière ontving Hans Vermeulen onder meer een Gouden Harp en een Edison.

Hij overleed plotseling op 9 november 2017 op 70-jarige leeftijd.

Vader Abraham, 13 dingen dat je nog niet van me weet

Oorspronkelijk had Vader Abraham geen echte volle baard, maar droeg hij enkel een zwarte sik in combinatie met een opplakbaard.

Pas in de loop der tijd liet hij zijn eigen baard groeien, die hij voor optredens steevast grijs spoot.

Tijdens een live-uitzending van de NCRV-actie Geven voor Leven in 1974 liet hij zijn befaamde gezichtsbeharing afscheren, nadat de opbrengst boven de vijftig miljoen gulden was uitgekomen, precies zoals hij van tevoren had beloofd.

Nadat de tondeuse eroverheen was gegaan, gaf de zanger toe toch niet heel blij te zijn met het verdwijnen van zijn handelsmerk.

Om die reden trad hij tot zijn eigen baard weer volledig was aangegroeid tijdelijk op met een nepbaard.

Achter deze kenmerkende look schuilt Pierre Kartner, die al voor zijn doorbraak als Vader Abraham enorm actief was in de muziekwereld als zanger, liedjesschrijver en producer.

Zo ontdekte hij onder andere Corry Konings en Mieke en schreef hij talloze hits voor bekende Nederlandse artiesten.

Het personage Vader Abraham ontstond in 1971 bij het schrijven van de carnavalshit Vader Abraham had 7 zonen, waarvoor hij spontaan een bolhoed en nepbaard opzette.

Met Het kleine café aan de haven en vooral ’t Smurfenlied behaalde hij gigantische internationale successen.

’t Smurfenlied verkocht wereldwijd miljoenen exemplaren en bracht hem zelfs tot op de Engelse televisie bij Top of the Pops.

Kartner stond bekend als een ongekende werkarchitect die duizenden nummers schreef, en hij bleef tot op hoge leeftijd optreden en componeren.

Op 8 november 2022 overleed Pierre Kartner op 87-jarige leeftijd in Breda.

De uitvaart vond in besloten kring plaats op 11 november 2022, geheel in lijn met zijn privacywensen.

Bijna 45 jaar geleden, de komische film De boezemvriend.

De Nederlandse komediefilm De Boezemvriend verscheen aan het begin van de jaren tachtig en werd geregisseerd door Dimitri Frenkel Frank.

Het verhaal van deze klassieke slapstick is gebaseerd op het beroemde Russische toneelstuk De Revisor van Nikolaj Gogol.

De hoofdrol wordt vertolkt door André van Duin, die de rondreizende kwakzalver en valse tandarts Fred van der Zee speelt.

Het verhaal speelt zich af in het jaar 1811, tijdens de Franse bezetting onder keizer Napoleon.

Terwijl de keizer in Parijs kampt met hevige kiespijn, vlucht Fred van der Zee in Nederland voor de Franse soldaten die jonge mannen ronselen voor het leger.

Tijdens zijn vlucht ontmoet hij kermisdanseres Mercedes, op wie hij verliefd wordt.

Door een misverstand zien de lokale autoriteiten, onder leiding van de corrupte kolonel Moeskop, Fred aan voor de belastinginspecteur van de keizer.

Fred besluit gebruik te maken van de situatie en laat zich heerlijk in de watten leggen op het kasteel van de kolonel.

Wanneer zijn ware identiteit aan het licht komt, slaat hij opnieuw op de vlucht.

Op een kermis loopt hij uiteindelijk de echte Napoleon tegen het lijf.

Nadat Fred de keizer van zijn vreselijke kiespijn verlost, benoemt Napoleon hem dankbaar tot zijn persoonlijke boezemvriend.

Een opvallende verschijning in het verhaal is zangeres Vanessa, die het personage van de kermisdanseres Mercedes vertolkt.

Zij vormt de charmante schone op wie hoofdpersoon Fred van der Zee op slag verliefd wordt.

Haar aanwezigheid zorgt voor het nodige vuurwerk en romantische verwikkelingen.

Met haar extravagante en opvallende uitstraling geeft zij de kermisscènes extra allure en fungeert ze als de ultieme blikvanger die Freds hoofd op hol weet te brengen.

De productie was in handen van Joop van den Ende en kent naast Vanessa en André van Duin een brede sterrencast uit de Nederlandse entertainmentwereld van die tijd.

Onder anderen Leen Jongewaard, Corrie van Gorp, Frans van Dusschoten, Jérôme Reehuis en Ischa Meijer spelen mee.

Ook is er een bekend gastoptreden van volkszanger André Hazes als herbergier.

De muziek van de film werd gecomponeerd door Tonny Eyk.

De première was op 9 december 1982 en werd bezocht door circa 716.000 mensen in de bioscoop.

Het is vandaag precies veertig jaar geleden dat Willem Ruis is overleden.

Hij begon zijn omroepcarrière bij de radio, waar hij twaalf jaar lang het sportprogramma Langs de Lijn presenteerde.

Daarnaast was hij een tijdje verbonden aan het actualiteitenprogramma Dingen van de Dag en maakte hij talloze radio-interviews met bekende Nederlanders.

Tot zijn meest spraakmakende werk behoorden de gesprekken met Godfried Bomans en Jan Wolkers voor de serie Alleen op een eiland.

In de zomer van 1971 fungeerde hij hierin als contactpersoon tijdens hun eenzame verblijf op het eiland Rottumerplaat.

In 1978 bracht hij de single uit ‘Laat Me Effe Drukken’. Het zou bij deze enige single blijven en helaas niet terug te vinden zijn op YouTube.

Vanaf 1981 werkte Ruis op freelancebasis voor de televisie.

Datzelfde jaar maakte hij de veelbesproken overstap van zijn vorige werkgever, waar hij destijds al vijf seizoenen de Willem Ruis Show had gepresenteerd.

Bij zijn nieuwe omroep nam hij tot 1984 de presentatie van de bekende Lotto-shows op zich.

In de winter van dat jaar startte hij met de Sterrenshow, een project dat hij zelf omschreef als het grootste avontuur uit zijn loopbaan.

Dit programma werd live uitgezonden vanuit een Italiaanse circustent op wisselende locaties in het land.

Vanwege geldgebrek moest dit kostbare project uiteindelijk worden stopgezet.

Tussen alle presentatiebedrijven door maakte Ruis in 1982 trouwens ook nog zijn debuut als acteur in de speelfilm Het Beest.

Naast deze grote projecten stond Willem Ruis bekend om zijn ongekende energie, waarmee hij de harten van miljoenen kijkers veroverde.

Zijn bijnaam luidde dan ook de Kiss Master, omdat hij erom bekendstond kandidaten in zijn shows enthousiast te kussen en te omhelzen bij een overwinning.

Naast de grote Lotto-shows boekte hij ook enorme successen met de razend populaire spelshow Vijf tegen Vijf, die hij van 1982 tot vlak voor zijn dood presenteerde.

Ruis was een perfectionist die alles gaf voor zijn werk, wat hem destijds de bestbetaalde presentator van Nederland maakte.

Zijn plotselinge overlijden in 1986 aan een hartaanval tijdens een vakantie in het Spaanse Dénia schokte heel televisiekijkend Nederland en Vlaanderen en bracht een vroegtijdig einde aan de loopbaan van een van de grootste showmasters die het land gekend heeft.

50 jaar geleden, Don Mercedes en zijn hit ‘Rocky’

De Utrechter, die feitelijk Rob van Bommelen heet, begon al in de jaren zestig muziek te maken met zijn band onder de naam Don Mercedes & his Bentz, al bleef het echt grote succes destijds nog uit.

Dat veranderde in 1976. In dat jaar behaalde de Duitser Frank Farian, de grote man achter Boney M., in zijn eigen land een nummer-één-hit met het Amerikaanse nummer ‘Rocky’, dat oorspronkelijk is geschreven door Jay Stevens en voor het eerst op plaat werd gezet door Austin Roberts.

In 1975 brengt de Amerikaanse countryzanger Dickey Lee het nummer Rocky uit. Het wordt een grote hit in de Verenigde Staten en komt op 1 terecht in de hitlijst genaamd Hot Country Singles.

De Nederlandse producers Peter Koelewijn en Will Hoebee zagen potentie in het lied en besloten er een Nederlandstalige versie van te maken.

John Eshuis, promotieman van platenmaatschappij Phonogram (Philips), nam de vertaling voor zijn rekening.

De producers wisten in eerste instantie nog niet met wie ze het nummer moesten opnemen, totdat Will op het idee kwam om Don Mercedes te benaderen.

Peter haalde vervolgens Bonnie St. Claire over om de vrouwelijke leadstem in te zingen.

Zij had op dat moment net een grote hit met Dr. Bernhard gescoord, samen met hem.

Hoewel verschillende websites beweren dat Patricia Paay de leadstem inzong, is dat dus niet juist.

De hele productie werd in een halve dag afgerond.

Diezelfde dag nog bracht Will een bandje naar een paar diskjockeys, die ‘Rocky’ meteen begonnen te draaien.

Het werd een enorm succes: in Vlaanderen eiste de single gedurende drie weken de hoogste positie van de hitparade op, en ook in Nederland bereikte de plaat de eerste plaats in de Top 40.

Het nummer was zo populair dat het in datzelfde jaar ook nog werd gecoverd door Paul Severs en De Strangers.

Twee jaar later, in 1978, coverde Don Mercedes het nummer “Days Of Pearly Spencer” van David McWilliams.

Peter Koelewijn schreef hiervoor de Nederlandse tekst en het nummer kreeg de titel ‘Telefoon’.

Ook op deze single is Bonnie St. Claire weer te horen.

Tegenwoordig staat deze single op Discogs te koop voor zo’n 50 euro.

Destijds was het exemplaar voor een afgeslankte prijs van 50 Belgische frank te koop, wat neerkomt op 1,25 euro, waarmee het achteraf gezien een van de beste investeringen ooit was.

In 1981 probeerde de zanger nog mee te liften op de wereldwijde Dallas-rage met het nummer ‘Wie Schoot Op J.R. Ewing’.

Na zijn muzikale hoogtijdagen opende hij een discotheek aan de Oude Gracht in Utrecht, die hij enkele jaren heeft gerund voordat de zaak uiteindelijk failliet ging.

Daarnaast bleef hij actief als zakenman.

Zo exploiteerde hij een sinaasappelplantage in Florida en investeerde hij in de Franse en Amerikaanse release van het bekende boek Stoppen met roken van Allen Carr.

In het begin van 2011 verscheen er voor het eerst in dertig jaar weer een nieuw album van zijn hand.

Inmiddels is de Nederlandse zanger 85 jaar oud en geniet hij in alle rust van het leven.

De Nederlandse actrice Monique van de Ven, geboren als Monica Maria Elisabeth van de Ven, mag vandaag 74 kaarsjes uitblazen.

We leerden het nummer ‘Als je weet wat liefde is’ kennen dankzij de legendarische televisieserie Sil de Strandjutter.

Deze onvergetelijke reeks, met fantastische hoofdrollen voor Jan Decleir en Monique van de Ven, werd voor het eerst uitgezonden in 1976.

De muziek werd gecomponeerd door Johnny Pearson, waarna Karel H. Hille zorgde voor de prachtige Nederlandse tekst.

Monique van de Ven bracht het nummer destijds uit op single, maar helaas kwam het niet verder dan de Tipparade.

Later besloot ook Mieke Telkamp het nummer te coveren.

Sil de Strandjutter is een dramaserie gebaseerd op het gelijknamige en succesvolle boek van de Nederlandse auteur Cor Bruijn uit 1940.

Het verhaal speelt zich af in de negentiende eeuw op het waddeneiland Terschelling en volgt het leven van de eigenzinnige boer en strandjutter Sil Droeviger.

Wanneer hij tijdens een zware storm een Zweeds meisje uit een zinkende boot redt, besluit hij haar als zijn eigen dochter op te voeden, wat leidt tot een meeslepend gezinsdrama vol liefde, trots en religieuze spanningen.

De serie was destijds een gigantisch kijkcijferkanon in zowel Nederland als Vlaanderen en geldt nog altijd als een van de absolute hoogtepunten uit de Nederlandstalige televisiegeschiedenis.

Een leuk weetje is dat de productie destijds ontzettend ambitieus en duur was voor die tijd.

De opnames vonden grotendeels plaats op Terschelling zelf, wat zorgde voor een zeer authentieke en rauwe sfeer.

Hoewel Monique van de Ven destijds al een grote ster was door haar filmdebuut in Turks Fruit, was haar muzikale uitstapje met de titelsong een zeldzaamheid in haar carrière.

De serie zorgde bovendien voor een enorme boost in het toerisme naar Terschelling, omdat kijkers massaal de prachtige, melancholische locaties uit de afleveringen met eigen ogen wilden bewonderen.

Monique van de Ven woont inmiddels al jaren samen met haar man, de acteur en scenarioschrijver Turks Fruit, in het Gooise Blaricum.

Stilzitten doet de actrice nog allerminst, want ze denkt nog zeker niet na over een definitief pensioen.

Zo speelde ze recent nog de hoofdrol in het deels fictieve docudrama Een vrouw als Monique en staan er ook alweer diverse nieuwe filmprojecten op haar planning.

Vandaag 55 jaar geleden, de Vlaamse zanger Marc Dex in het huwelijksbootje met Maria Staes.

Marc Dex, de artiestennaam van Marcel Deckx, werd geboren op 3 juli 1943 in Retie.

Hij groeide op in een muzikale Kempense familie waarin de liefde voor zang en volksamusement er al vroeg in zat, een passie die ook zijn jongere broer Juul Kabas zou delen.

Als jongeman pakte Marc de gitaar op en begon hij op te treden in lokale zaaltjes, gecharmeerd door het lichte Nederlandstalige lied.

Zijn definitieve doorbraak bij het grote publiek kwam er aan het einde van de jaren zestig.

In 1968 nam hij deel aan Canzonissima, de toenmalige Vlaamse preselectie voor het Eurovisiesongfestival.

Hij behaalde de tweede plaats in de competitie met het melancholische nummer “O clown”.

Dit nummer, waarin de emotionele grens tussen de lach op het podium en het verdriet erachter centraal staat, werd een enorme hit en markeerde de start van zijn grote succes.

In de jaren die volgden, reeg hij de successen aan elkaar.

Hits als ‘Niet huilen mama’, ‘Maar in Amerika’, ‘Palma de Mallorca’ en ‘Jij bent mijn wereld’ veroverden de Vlaamse hitparades en werden klassiekers in zijn repertoire.

Met zijn sympathieke uitstraling, warme stem en innemende podiumaanwezigheid was hij een vaste waarde op de radio, televisie en de vele feesttenten en podia in het land.

Naast zijn werk op de bühne ontpopte Marc Dex zich ook als ondernemer binnen de muziekwereld.

Hij richtte een eigen platenlabel en boekingskantoor op om jong muzikaal talent te ondersteunen en te begeleiden.

Zo werd Margriet Hermans in 1985 ontdekt door Marc Dex, waarna ze op 33-jarige leeftijd begon met een bloeiende zang- en showbusinesscarrière.

Die muzikaliteit gaf hij eveneens door binnen zijn eigen gezin, want zijn dochter Barbara Dex trad later succesvol in zijn voetsporen en vertegenwoordigde België in 1993 op het Eurovisiesongfestival.

Het echtpaar stapte op 27 juli 1971 in het huwelijksbootje, is vandaag 55 jaar getrouwd en woont samen in Oud-Turnhout.

De nu 83-jarige zanger staat nog volop op het podium en staat binnenkort op de affiche met onder meer zangeres Mieke.

Marc Dex, als ik ’s middags wakker werd, rook ik spek en eieren (Story 7 april 1987

Gisteren nog vandaag

Marc Dex, afscheid nemen kan ik niet (Story november 1986)

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

De tien geboden van Marc Dex (Story 18 september 1981)

Gisteren nog vandaag

Marc Dex met zijn album O Clown

Marc Dex op vakantie in Canada (Joepie 3 september 1978)

Gisteren nog vandaag

Marc Dex, nieuwe producer voor Alwin Frank (Joepie 5 november 1975)

Doris D And The Pins, winnaar Veronica Award week 24 van 1981

Debbie Jenner werd als kind gekenmerkt door een bijna ziekelijke verlegenheid, een eigenschap die haar in haar geboorteplaats Skegness vaak tot doelwit van pesterijen maakte.

Op school ervaarde zij het als een ware marteling om voor de klas te staan; vaak kreeg ze een brok in haar keel en kon ze geen woord uitbrengen wanneer een leraar haar een vraag stelde.

Zelfs haar eigen danslerares zag aanvankelijk geen toekomst voor haar en adviseerde haar moeder om haar een opleiding tot secretaresse te laten volgen.

Ondanks deze moeilijke start wist Debbie vanaf haar tiende al zeker dat ze danseres wilde worden, een droom die zij uiteindelijk verwezenlijkte bij het ballet van Maria Moore.

Samen met de andere danseressen van dit ballet, Ingrid de Goede, Yvonne Mehagnoul, Irene Verhoeven en Donna Baron, trad zij regelmatig op in AVRO’s TopPop wanneer er geen videoclips beschikbaar waren van artiesten in de hitparade.

Een cruciaal moment was mei 1980, toen de volledige groep in het programma playbackte en danste op het nummer Funkytown van Lipps Inc. playbackte en danste.

Lipps Inc. was een studioband van de Amerikaanse producer en componist Steven Greenberg, met Cynthia Johnson als zangeres.

Johnson was ook bekend van de band Flyte Tyme, waar de producers Jimmy Jam en Terry Lewis deel van uitmaakten.

Enkele jaren later produceerden zij het succesvolle album Control van Janet Jackson, met hits als Control, Nasty en What Have You Done For Me Lately.

Omdat de oorspronkelijke zangeres Cynthia Johnson hoogzwanger was en niet kon reizen, dachten veel kijkers dat deze balletgroep de werkelijke formatie van Lipps Inc. was.

Het nummer Funkytown bereikte de eerste plaats in zowel de Vlaamse BRT Top 30 als de Nederlandse Top 40.

Vanwege de enorme populariteit op de Europese radio was er een gezicht nodig voor de promotie in Europa.

Terwijl de hele groep in Nederland te zien was, werd Debbie Jenner door de platenfirma en de originele groep gekozen om voor dit nummer het gezicht voor Europa te worden, waarbij zij het nummer playbackte tijdens optredens.

Producenten Hans van Hemert en Piet Souer zagen het potentieel van de danseressen en benaderden hen om zelf een plaat op te nemen.

Debbie Jenner nam de artiestennaam Doris D. aan en vormde samen met haar vier Nederlandse danseressen de formatie Doris D. & The Pins.

De passie voor het dansen hielp Debbie uiteindelijk haar enorme verlegenheid te overwinnen; op het podium raakte zij in een soort trance, waardoor zij de mensen om haar heen vergat.

Hun eerste single ‘Shine Up’ werd een groot succes en bereikte op 28 februari de eerste plaats in de BRT Top 30.

Ook in de Nederlandse Top 40 stond de groep hiermee twee weken lang op de hoogste positie.

Snel na dit succes ontstonden er echter spanningen binnen de groep.

De Pins voelden zich gereduceerd tot een dansgroepje op de achtergrond, terwijl zij wel degelijk op een aantal platen hadden meegezongen.

Dit leidde ertoe dat de groep uiteenviel.

De oorspronkelijke Pins gingen verder onder de naam Risqué en scoorden nog twee noemenswaardige internationale hits met The Girls Are Back in Town en Burn It Up Mr. D.J.

Bij Doris D. & The Pins werden de oorspronkelijke leden vervangen door vier Engelse danseressen.

In deze nieuwe samenstelling behaalde de groep in 1982 nog een kleine hit met Jamaica.

De samenstelling van de formatie bleef de jaren daarna regelmatig veranderen, waarbij ‘Starting at the End’ uit 1984 de laatste hitparade-notering markeerde.

In 1985 gingen Doris D. & The Pins definitief uit elkaar. Enkele jaren later verscheen Debbie Jenner weer regelmatig op de Nederlandse televisie, ditmaal als aerobics-instructrice die reclame maakte voor haar eigen videobanden.

Doris D., die nu 67 jaar oud is, werkt nog steeds als choreografe en dansdocente in Nederland.

Hoewel ze af en toe nog wel eens opduikt in nostalgische tv-programma’s, zingt of treedt ze niet meer op.

Vandaag is het dertig jaar geleden dat de Gentse acteur Carlos Van Lanckere is overleden.

Na het afronden van een klassieke opleiding aan de Koninklijke Toneelschool van Gent verwierf hij al snel bekendheid binnen de amateurverenigingen, en in het bijzonder bij de Gentse Rederijkerskamer Jhesus met der Balsemblomme.

Daar ontmoette hij de toenmalige Prince Souverein Herman Van Overbeke.

Deze ontmoeting vormde het startschot van een zeer vruchtbare samenwerking, die de aanzet gaf tot het structureren en uitbreiden van talloze rederijkerskamers en amateurgezelschappen in Vlaanderen.

Vanuit die gedrevenheid stichtte Van Lanckere in 1932 het Algemeen Kristelijk Vlaams Toneel (A.K.V.T.), een verbond dat voornamelijk Oost-Vlaamse gezelschappen verenigde.

Slechts vier jaar later volgde de oprichting van het Nationaal Vlaams Kristelijk Toneelverbond (N.V.K.T.), een overkoepelende organisatie voor alle landelijke Vlaams-christelijke amateurgezelschappen.

Hij zette zich hier met hart en ziel voor in als bezielend secretaris-generaal, tot hij in 1986 wegens ziekte de fakkel moest doorgeven.

Zijn ambities in het theater reikten echter nog verder.

In 1950 richtte hij de Keurgroep op, een initiatief waarmee hij getalenteerde acteurs wilde samenbrengen.

De kwaliteiten van deze groep bleven niet onopgemerkt, want al snel werden ze gevraagd om toe te treden tot de International Amateur Theatre Association (I.A.T.A.).

Dit opende de deuren naar een indrukwekkende internationale tournee.

De Keurgroep trad op doorheen heel Europa, met voorstellingen in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Joegoslavië, Tsjechoslowakije, Italië, Denemarken, Finland, Oostenrijk, Roemenië, Ierland en Schotland. Ook buiten de Europese grenzen wisten ze het publiek te boeien, met opvoeringen in Amerika, Japan, Mexico en India.

Naast zijn levenswerk in het theater bouwde Carlos Van Lanckere eveneens een mooie carrière op in de film- en televisiewereld.

Hij was erbij toen de allereerste opnamen van het toenmalige N.I.R., de nationale televisieomroep van België, werden gemaakt en groeide al snel uit tot een vertrouwd gezicht in tal van Vlaamse televisiereeksen.

Zo schitterde hij als Naten in De Filosoof van Haeghem, waar hij speelde aan de zijde van Romain Deconinck en Jenny Tanghe.

In de reeks Dirk Van Haveskerke, een bewerking van Hendrik Consciences De Leeuw van Vlaanderen, nam hij de rol van Jan Breydel voor zijn rekening, geflankeerd door Luc Philips in de rol van Pieter De Coninck.

Daarnaast vertolkte hij de opmerkelijke rol van Gust Verhelle in de televisieklassieker De Paradijsvogels.

Ook op het witte doek liet hij zijn sporen na.

Tijdens de eerste internationale doorbraak van de Vlaamse film in 1971 speelde hij deken Broeke in Mira, een film met Jan Decleir en Willeke van Ammelrooy die toen een officiële selectie wist te verzilveren op het prestigieuze filmfestival van Cannes.

Gedurende de laatste tien jaar van zijn leven bleef hij met onverminderde interesse alles wat met het amateurtheater te maken had op de voet volgen, een passie die hij koesterde tot aan zijn overlijden op 23 juli 1996.

50 jaar geleden, reclame voor de Kangourak van het merk Salik (juli 1976)

Wie in de jaren zeventig of tachtig is opgegroeid, herinnert zich ongetwijfeld nog de schoolreizen of uitstapjes met de jeugdbeweging waarbij één kledingstuk absoluut onmisbaar was.

Rond de middel van zowat elk kind hing toen een handig, opgerold tasje dat bij de minste regenbui kon worden uitgeplooid tot een felgekleurde regenjas.

Dit ingenieuze kledingstuk, dat sterk leek op de Franse K-way, stond bij ons bekend als de kangourak.

Het was de absolute kaskraker van de Belgische zakenman Pierre Salik en zijn gelijknamige kledingbedrijf.

De geschiedenis van het kledingmerk Salik begint feitelijk al vlak na de Tweede Wereldoorlog bij de Joodse handelaar Jacob Salik, de vader van Pierre.

Het bedrijf kende zijn eerste grote successen met de import en verkoop van militaire overschotten van het Amerikaanse leger en begon in de jaren vijftig met de productie van leren en suède kleding.

Toen Pierre Salik in 1964 het roer overnam van zijn overleden vader, zag de jonge ondernemer meteen een gat in de markt.

Hij richtte zijn pijlen op de productie van jeansbroeken en deed dat met succes.

Het opvallende, Amerikaans lijkende woordlogo Salik werd in de jaren zestig in Europa even bekend als Lee Cooper of Levi’s en vormde zowaar een geduchte concurrent voor deze grote merken.

Pierre Salik was niet alleen een gewiekst zakenman, hij begreep ook de kracht van marketing als geen ander.

Om zijn fortuin te maken met de verkoop van jeansbroeken, plaatste hij onder meer grote advertenties in het weekblad Kuifje.

Wie was er immers beter geplaatst om reclame te maken voor stoere jeans dan stripheld Lucky Luke?

Omdat Salik in Brussel heel wat mensen kende, waaronder tekenaar Hergé, haalde hij uit die nauwe band met de stripwereld in de jaren zeventig nog een meesterzet.

Bij de verkoop van de beroemde kangourak-regenjasjes zat telkens een spaarzegel of een zelfklever van Kuifje, Kapitein Haddock of een ander personage uit de reeks.

De tekeningen hiervoor werden vaak speciaal ontworpen door Hergés rechterhand Bob de Moor.

Het zorgde ervoor dat kinderen maar wat graag een nieuwe kangourak wilden, liefst nog in verschillende kleuren, wat de kassa van Salik flink deed rinkelen.

De man achter dit enorme succes, de in 1930 geboren Pierre Salik, was een bijzonder flamboyant figuur in de Brusselse beau monde.

Salik was naar het schijnt een intimus van de afgetreden koning Leopold III, bij wie hij naar verluidt kind aan huis was, en bouwde in de loop der jaren een fabelachtige kunstcollectie op.

Hij verzamelde werken van klinkende namen als Monet en Modigliani, maar had vooral een immense collectie schilderijen van de Belgische surrealist René Magritte.

Tot zijn verzameling behoorde ooit La corde sensible, een doek dat later voor ettelijke miljoenen euro’s onder de hamer ging bij veilinghuis Christie’s.

Salik hield van het luxueuze leven en ontving geregeld bekende politici op zijn buitenverblijf in Knokke, waarbij hij niet verlegen zat om het uitdelen van dure relatiegeschenken.

Ondanks de grote successen met de Salik-jeans en de onvergetelijke kangourak, kende het zakenimperium in de latere decennia ook donkere periodes.

De fabriek in Quaregnon moest eind jaren zeventig de deuren sluiten en latere avonturen in de kledingsector kenden wisselend succes.

Zo eindigde het verhaal van zijn kinderkledingmerk Kid Cool uiteindelijk in een faillissement.

Vanaf de late jaren tachtig tot ver in de jaren negentig en zelfs in de jaren tweeduizend kwam Pierre Salik vaker in het nieuws door aanslepende en dure conflicten met de fiscus en vermeldingen in politiek-juridische dossiers, in plaats van met nieuwe modetrends.

Die jarenlange fiscale geschillen bleven niet zonder gevolgen.

In 2022 verkocht hij noodgedwongen zijn bekende villa in Knokke voor 14 miljoen euro om een miljoenenboete aan de fiscus te kunnen betalen.

Vandaag is het kledingmerk Salik grotendeels uit het straatbeeld verdwenen.

De fabriek in Quaregnon, de plek waar ooit duizenden broeken van de band rolden, is tegenwoordig een meubelzaak.

Toch blijft de naam Salik, en in het bijzonder de felgekleurde kangourak met de Kuifje-stickers, voor velen een iconisch stukje nostalgie.

Het was een tijd waarin een simpel regenjasje in een buideltje volstond om ons als kind op schoolreis een veilig en stoer gevoel te geven.

Pierre Salik is vorig jaar op 17 januari 2025 op 94-jarige leeftijd overleden.

De Nederlands-Surinaamse actrice Alida Neslo.

De Nederlands-Surinaamse actrice en theatermaakster Alida Neslo groeide op in Suriname in een intellectueel gezin en is de zus van de bekende surinamiste Ellen Neslo.

Al op jonge leeftijd kwam ze in aanraking met de kunsten dankzij balletlessen van haar oom, de balletpedagoog Percy Muntslag.

Na het afronden van het Atheneum A koos ze aanvankelijk voor een talenstudie.

Ze vertrok naar Vlaanderen en behaalde aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen haar bachelor in Spaans en Engels.

Toch ontdekte ze dat haar ware passie ergens anders lag.

Ze besloot haar talenstudie niet te vervolgen en schreef zich in aan de befaamde theateropleiding Studio Herman Teirlinck in dezelfde stad.

Haar studententijd was niet alleen leerzaam, maar ook avontuurlijk.

Om haar opleiding te bekostigen, trok ze als danseres door Vlaanderen met een drive-inshow, waarbij ze het podium deelde met bekende artiesten als Vader Abraham, Jacques Herb, De Kermisklanten en Mieke.

In 1980 studeerde ze succesvol af.

Haar carrière nam al snel een vlucht toen ze zich aansloot bij Tiedrie, het Theater van de derde wereld onder leiding van Tone Brulin.

Hier schitterde ze in stukken als Kapai-Kapai, Charkawa, Gilgamesj en het door Edgar Cairo geschreven Ba Anansi.

Daarnaast deed ze ruime podiumervaring op bij Mudra Afrique, waar ze werkte met de gerenommeerde choreografen Maurice Béjart en Germaine Acogny, en stond ze op de planken bij de Zwarte Komedie, met teksten van onder meer Tom Lanoye en Bert Verhoye, en bij het Nederlands Toneel Gent.

Voor het grote publiek in Vlaanderen werd Alida in 1983 een bekend en geliefd gezicht dankzij haar rol als panellid in het televisieprogramma TV-Touché.

Nog generatie-overstijgender was haar verschijning als Alida in het educatieve kinderprogramma

De Boomhut op de VRT, het huidige Ketnet. Dit programma was een groot succes en werd in 1998 zelfs bekroond met de Prijs voor het beste jeugdprogramma van de Vlaamse Gemeenschap.

Haar televisiewerk omvatte verder de presentatie van Het einde van de wereld en de creatie van diverse documentaires, wat haar brede inzetbaarheid als mediamaker onderstreept.

Haar onberispelijke taalgevoel kwam in 2003 prachtig tot uiting toen ze deelnam aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal.

Halverwege de jaren negentig verlegde ze haar werkterrein naar Nederland.

In 1995 werd ze artistiek leider bij De Nieuw Amsterdam, een theatergroep en toneelopleiding die oorspronkelijk was opgezet door Rufus Collins.

Vijf jaar later, in 2000, volgde ze Ritsaert ten Cate op als directeur van de theateropleiding DasArts, een door hem opgezette tweede fase-opleiding voor reeds afgestudeerde theaterstudenten.

Ondanks haar successen in Europa bleef Suriname trekken.

In 2006 besloot ze terug te keren naar haar geboorteland met een duidelijke missie: het opzetten van een hoogwaardige toneelopleiding, vergelijkbaar met de Studio Herman Teirlinck waar zij zelf haar vak had geleerd.

Naast deze feiten over haar rijkgevulde loopbaan zijn er nog enkele bijzondere weetjes over Alida Neslo.

Met haar rol in TV-Touché was ze een van de eerste opvallende vrouwen van kleur op de Vlaamse televisie die structureel in een intellectueel en satirisch panel plaatsnam, wat destijds een ware doorbraak was in de media.

Bij haar terugkeer in Suriname beperkte ze zich bovendien niet tot het reguliere kunstonderwijs.

Ze startte bijzondere theaterprojecten met gedetineerden, onder andere in de gevangenis van Santo Boma, om hen via creatieve expressie te helpen bij hun rehabilitatie en terugkeer in de maatschappij.

Daarnaast groeide ze al snel uit tot een onmisbare stem in de Surinaamse cultuursector, waar ze onder meer optrad als adviseur voor het Directoraat Cultuur.