Boudewijn de Groot viert vandaag zijn 82ste verjaardag.

Een mooi moment om stil te staan bij zijn klassieker Verdronken vlinder.

Het nummer verscheen begin 1967 in eerste instantie als de B-kant van de single ‘Onder ons’, de opvolger van zijn grote hit ‘Het Land van Maas en Waal’.

Twee jaar later, in 1969, kreeg het lied alsnog een hoofdrol toen het werd uitgebracht als A-kant, met ‘Beneden alle peil’ als achterkant.

Beide nummers zijn geschreven door Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh, met een arrangement van Bert Paige.

In Verdronken vlinder verlangt de schrijver naar het vrije leven van een vlinder.

Gaandeweg beseft hij echter dat ook dat bestaan een schaduwzijde heeft, zoals een tragisch einde op een plas water.

Uiteindelijk kiest hij er dan ook voor om gewoon mens te zijn, met de troostende gedachte dat hij geen vlinder hoeft te wezen om echt te leven.

De andere kant van de single, ‘Beneden alle peil’, bezingt een onbeantwoorde liefde.

De zanger vindt de vrouw in kwestie geweldig, maar omdat zij alleen oog heeft voor zichzelf, vindt hij haar gedrag beneden alle peil.

Het nummer Verdronken vlinder bleek door de jaren heen een grote inspiratiebron voor andere artiesten.

In 1993 scoorden Erik Van Neygen en Sanne er een grote hit mee in Vlaanderen.

Daarnaast werd het lied in de loop der tijd ook succesvol gecoverd door uiteenlopende namen als Mama’s Jasje, Josee Koning, de cast van LikeMe en zelfs de indierockband Bettie Serveert.

Reclame voor het album Het Beste van Boudewijn de Groot (juli 1977)

Gisteren nog vandaag

De comeback van Boudewijn De Groot (Joepie 13 november 1973).

Het bekende nummer Testament is gecomponeerd door Boudewijn de Groot, terwijl Bert Paige tekende voor de arrangementen en Tony Vos de productie voor zijn rekening nam.

De tekst is grotendeels geschreven door Lennaert Nijgh, die in het lied via een fictief testament terugblikt op zijn jeugdjaren.

In deze nalatenschap deelt hij milde snerpen uit aan zijn familie, die hij beticht van valse getuigenissen, aan stelende vrienden en aan een bedrieglijke ex-vriendin.

Toch is het nummer niet louter bitter; Nijgh koestert tegelijkertijd de mooie herinneringen en reflecteert op verloren idealen.

Omdat Boudewijn de Groot een specifiek deel van de oorspronkelijke tekst niet goed bij zichzelf vond passen, nam hij zelf de pen ter hand voor het couplet dat begint met de regel over het fotoalbum van zijn ouders.

Testament verscheen op het succesvolle album Voor de overlevenden en deed daarnaast dienst als de B-kant van de hitsingle Het Land van Maas en Waal.

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot in de Muziek Expres van december 1979

Gisteren nog vandaag

Na een stilte van vijf jaar maakte Boudewijn de Groot in 1973 zijn comeback met het album Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser.

De titel van de plaat is ontleend aan het bekende nummer Jimmy, dat hij vernoemde naar zijn zoon Jim. Vader en zoon schitteren samen op de albumhoes.

Naast Jimmy bevat het album nummers zoals Terug van weggeweest, Wat geweest is, is geweest, Onderweg, Het Spaarne, Kindermeidslied (Nurse’s Song), Tante Julia, Ik zal je iets vertellen, Parijs, Berlijn, Madrid, De kleine schoorsteenveger en De reiziger.

Voor de teksten werkte De Groot opnieuw samen met Lennaert Nijgh en met zijn toenmalige zwager Ruud Engelander.

Bovendien zijn twee nummers vertalingen van gedichten van William Blake.

Muzikaal kreeg hij ondersteuning van sologitarist Eelco Gelling, met wie hij al eerder samenwerkte op Nacht en ontij, en violiste Vera Beths, die een gastbijdrage leverde op het nummer’ ‘De reiziger’.

Bang dat het publiek hem in de tussentijd was vergeten, was De Groot niet.

Tijdens zijn afwezigheid deden zijn verzamelalbums het namelijk buitengewoon goed. Vooral de dubbel-lp Vijf Jaar Hits was een groot succes, snel gevolgd door een eveneens goed verkopend tweede deel.

Dit bewees dat zijn populariteit en bekendheid alleen maar waren gegroeid, waardoor het grote succes van Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser niet als een complete verrassing kwam.

Het album werd een enorme hit, bereikte de eerste plaats in de albumlijst en hield het daar twintig weken vol.

Dit leverde De Groot een gouden en een platina plaat op, evenals zijn derde Edison.

Het succes kreeg begin 1974 nog een vrolijk staartje toen er een carnavalsversie van het nummer Tante Julia op single verscheen, opgenomen als duet met Nico Haak.

Gisteren nog vandaag

In mei 1976 bracht de Amerikaanse topster Billy Swan een bezoek aan Will Tura.

De twee muzikanten hadden elkaar het jaar daarvoor leren kennen tijdens het Antwerpse radiosalon, waar ze samen op het podium stonden en een paar duonummers zongen voor het radioprogramma Binnen en buiten.

Sinds die eerste ontmoeting waren ze zeer goede vrienden geworden.

Toen Will Tura wat later een reis naar de Verenigde Staten maakte, zochten de twee elkaar voor de tweede keer op.

In Antwerpen had Will al verteld over zijn reisplannen, waarna Billy hem meteen uitnodigde op zijn prachtige ranch.

Eenmaal daar aangekomen bleek Billy echter in New York te zitten voor een optreden.

Omdat Will die dag geen andere plannen had, nam hij het eerste vliegtuig naar New York om het concert bij te wonen.

Billy merkte zijn Vlaamse collega op, riep hem het podium op, stelde hem voor aan het publiek en vroeg hem om een paar nummers mee te zingen, wat een geweldige ervaring werd.

Toen Billy Swan in mei 1976 op zijn beurt naar België kwam voor een promotietrip en enkele optredens, stond Will Tura klaar om zijn Amerikaanse vriend te verwelkomen.

De rollen waren nu omgedraaid: Will was de gastheer en Billy de gast.

Hoewel Will de avond ervoor nog ergens in Vlaanderen had opgetreden, stond hij die ochtend al om zeven uur op de luchthaven van Zaventem om Billy op te vangen.

De heren aten eerst samen bij Will thuis en verkenden ’s middags Brussel.

Billy toonde zich een rasechte toerist die alles wilde zien en weten.

Diezelfde avond moest Will optreden in Putte, en Billy stond erop om mee te gaan.

Net zoals eerder in de Verenigde Staten stonden ze ook die avond weer samen op het podium om een aantal nummers te brengen, maar ditmaal voor een enthousiast Vlaams publiek.

50 jaar geleden, Luc Appermont, binnenkort naar Amerika.

In mei 1976, inmiddels vijftig jaar geleden, stond PopPoll-winnaar Luk Appermont op het punt om de volgende maand naar de Verenigde Staten te reizen om frisse televisie-ideeën op te doen.

De BRT-presentator werd destijds aangenaam verrast toen de lezers van Joepie hem in de allereerste poppoll verkozen tot beste tv-presentator.

Dat zijn programma Labyrint op de vierde plaats eindigde, deed hem even opkijken.

Luk vertelde toen dat hij blij was dat Labyrint was gestegen in de polls, vooral omdat het programma minder op tieners was gericht dan zijn eerdere werk. Waar in Binnen en Buiten nog veel popvedetten optraden, was Labyrint immers een stuk serieuzer.

Hij keek met tevredenheid terug op de uitzendingen, vooral omdat hij er veel eigen inbreng in kwijt kon.

Volgens hem moet je als presentator volledig achter een concept staan om het goed te kunnen brengen.

Wel betreurde hij het dat er destijds zo weinig eigen Vlaamse producties werden gemaakt.

De presentator steunde dan ook de actie van Vlaamse artiesten die vonden dat de BRT hen boycotte.

Luk noemde hun protest volkomen verantwoord.

Hij vond dat er te weinig Vlaamse artiesten aan bod kwamen op het scherm en sprak de kritiek dat ze niets konden tegen.

Door zijn vele optredens in het land wist hij immers hoe getalenteerd ze waren.

Hij zag het als een vicieuze cirkel: als de radio meer Vlaamse muziek zou draaien, zouden de platen beter verkopen.

Dat zou weer leiden tot grotere budgetten en meer initiatief, wat de kwaliteit alleen maar ten goede zou komen.

Nu moesten artiesten helaas vaak eerst succes in het buitenland boeken voordat ze in eigen land werden gewaardeerd, iets wat Luk destijds te gek voor woorden vond.

Naast zijn televisiewerk was Luk in die periode veel op de Vlaamse podia te vinden, onder andere met de Vlaamse 5 Sterrenshow.

Soms zong hij met een orkest, maar meestal stond hij op de planken als conferencier in een show vol spelletjes en humor.

Op televisiegebied was de serie Hit-journal, een coproductie met buitenlandse zenders, net afgelopen.

Luk liep destijds rond met plannen voor een nieuw, degelijk programma dat puur door de BRT geproduceerd zou worden.

Die plannen waren toen nog vaag en alleen Labyrint was een zekerheid, al kon ook dat snel veranderen.

Zijn populariteit reikte destijds al tot over de landsgrenzen, zo bleek toen hij in Den Haag was om voor de BRT commentaar te leveren bij het Eurovisiesongfestival.

Tot zijn grote verbazing bleek het Nederlandse publiek hem te kennen.

Mensen vroegen massaal om foto’s en handtekeningen, en Luk was naar eigen zeggen blij dat hij er toevallig een aantal bij zich had. Dankzij de opkomst van kabeltelevisie keken ze in het hart van Nederland naar de Belgische zender.

Opvallend genoeg waren de Nederlanders erg enthousiast over Labyrint en vonden ze het vaak beter dan hun eigen programma’s, terwijl de Vlamingen destijds juist vaak naar de Nederlandse televisie opkeken.

De geplande reis naar de Amerikaanse televisiestations deed hij overigens volledig op eigen initiatief, zonder financiële steun van de BRT.

Vandaag is het precies 95 jaar geleden dat de veelzijdige Nederlands-Belgische entertainer Henk van Montfoort werd geboren.

Zijn indrukwekkende loopbaan als presentator, zanger, acteur en conferencier begon vlak na de oorlog in een bescheiden schoolorkestje.

Al snel vond hij zijn weg naar grotere podia op gala’s en kermissen.

Een belangrijke wending in zijn leven vond plaats in de jaren vijftig in Amsterdam, waar hij zijn eerste vrouw Yvonne Henneco ontmoette.

Hij volgde haar naar België en kwam zo terecht in de artistieke kringen rond het orkest van Marcel Hellemans.

In de jaren die volgden werkte hij samen met bekende namen zoals Miel Cools en Claire.

Met die laatste scoorde hij in 1977 een grote hit; hun duet ‘Op de purp’re hei’ voerde twee weken lang de Vlaamse top tien aan.

Hoewel hij zijn mediacarrière op de radio startte, werd hij bij het grote publiek vooral geliefd via de televisie.

Opvallend genoeg was hij vaker op de Belgische dan op de Nederlandse buis te zien, met succesvolle programma’s als Hallo met Henk en Henk in Wonderland.

In Nederland genoot hij bekendheid met titels als Hallo hier Hilversum.

Naast zijn werk als presentator was Van Montfoort in de jaren zestig een veelgeziene gast in diverse televisiefilms en series.

Hoewel hij begin jaren tachtig officieel besloot om het rustiger aan te doen, bleef het podium aan hem trekken.

Foto met zijn zoon Tonny Van Montfoort, helaas ook al overleden op 24 april 2024.

Tot in 2001 trad hij nog regelmatig op met een speciale show voor senioren.

Henk van Montfoort overleed uiteindelijk op 71-jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker.

Vandaag 30 jaar geleden overlijdt Staf Janssens, oprichter van IJsboerke.

Het verhaal van IJsboerke begon meer dan tachtig jaar geleden, toen de veertienjarige Staf Janssens in 1943 met zijn fiets de baan op ging.

In de beginjaren verkocht de jonge ondernemer uit Tielen nog bakharing en kranten, maar de echte ommekeer kwam toen hij besloot om zelfgemaakt schepijs van deur tot deur aan te bieden.

Met zijn houten kar legde hij de basis voor wat een van de meest iconische Belgische merknamen zou worden.

Wat Staf Janssens zo uniek maakte, was zijn ongekende commerciële inzicht en zijn focus op de herkenbaarheid van het merk.

De typerende oranje vrachtwagens groeiden uit tot een vertrouwd gezicht in het straatbeeld en brachten het ijs tot in de kleinste dorpsstraten.

Wist je dat Janssens een enorme passie had voor vogels?

Op het terrein van de fabriek in Tielen liet hij een indrukwekkend vogelpark aanleggen met honderden exotische soorten, dat op een gegeven moment zelfs gratis toegankelijk was voor het publiek.

Gisteren nog vandaag

Daarnaast begreep hij als geen ander de kracht van sportmarketing.

IJsboerke was jarenlang de trotse hoofdsponsor van een succesvolle wielerploeg, waardoor de merknaam ook internationale faam verwierf in grote koersen zoals de Tour de France.

Hoewel het bedrijf in de loop der jaren verschillende keren van eigenaar wisselde en de bekende huis-aan-huisverkoop grotendeels naar de achtergrond verdween, blijft de herinnering aan de ijscowagen met zijn vrolijke bel stevig verankerd in het collectieve geheugen van vele Belgen.

Nieuwe instrumentale cd van Steef Verwée en Eddy Aelbrecht brengt Griekse filosofie tot leven in de tuin van Epicurus.

Steef Verwée, geboren in 1951, groeide op in een familie waar het Oudenaards de voertaal was.

Zijn familiewortels in de regio gaan terug tot het midden van de zestiende eeuw, met een brief uit 1730 als oudste getuigenis.

Al op achttienjarige leeftijd schreef hij zijn eerste Oudenaardse liederen waarmee hij lokaal optrad.

Na zijn studies aan het Koninklijk Conservatorium in Gent, die hij in 1973 afrondde met specialisaties in gitaar, zang en musicologie, begon zijn carrière in de musical- en theaterwereld bij gezelschappen als NTG, Arca en Theater Poëzien.

Om zijn eigen creaties te perfectioneren, volgde hij aanvullende opleidingen in scriptschrijven en lichtontwerp in Londen, New York en Amsterdam.

Zijn succesvolle producties, waaronder Claus on the Rocks, leidden tot een periode als artistiek begeleider bij het KNTV. In die tijd richtte hij zijn eigen uitgeverij De Cirkel op, tegenwoordig bekend als Circle Productions Gent.

Na een periode bij Theater Arena startte hij Applied Promotions Intermed nv, een bedrijf dat cultuur promoot binnen de bedrijfswereld.

Ondertussen bleef hij onafgebroken eigen werk creëren, met als een van de hoogtepunten de première van The Erotic Opera in de Stadsschouwburg van Amsterdam in 1985.

Ook zijn vriendschap met Hugo Claus had een grote invloed op zijn creatieve ontwikkeling, wat onder meer leidde tot veertig liederen op poëzie van Claus.

In 1992 produceerde hij voor de Wereldtentoonstelling in Sevilla en de Olympische Spelen in Barcelona de cd Belgium, a Century of Music, een officieel geschenk van het Ministerie van Buitenlandse Handel.

Verwee werkte bovendien intensief samen met de BRT en de BRT Big Band en was als muziekdirecteur en lichtontwerper betrokken bij tal van grote operaproducties zoals Nabucco en La Traviata.

In 2012 werd hij voor de tentoonstelling Beatles, Bombardons en Buuneklakkers gevraagd om zijn Oudenaardse liedjes uit de jaren zestig opnieuw uit te voeren.

Dit trok de aandacht van het stadsbestuur en resulteerde in 2014 in de cd ‘Oudenaarde, een hymne’, een drieluik met twintig liederen. Tijdens de release in CC De Woeker werd hij benoemd tot Ambassadeur van het Oudenaards Dialect.

Dit alles resulteerde in 2022 in de cd en theatercreatie Oudenaarde een Idioticon, geïnspireerd op het Zuid-Oostvlaandersch Idioticon van Isidoor Teirlinck uit 1905.

Op deze uitgave brengt hij oude woorden en lokale geschiedenis tot leven, waarbij zijn goede vriend Marijn Devalck schitterde in de videoclip ‘Largootje voor mijn prinsesje’.

Om het erfgoed van de regio en het Pays des Collines levend te houden, bracht hij in mei 2024 samen met het stadsbestuur van Ronse de cd ‘Ronse in ’t Roonsies’ uit, die te koop is bij de plaatselijke Dienst Toerisme.

Op basis van deze cd creëerde Steef een audiovisueel Tour de Chant-programma dat onlangs zijn première kende in het CC De Ververij te Ronse.

Dit deed hij in samenwerking met Veronique De Tier, vooraanstaand dialectologe van de Universiteit Gent, met wie hij in totaal bijna honderd liederen schreef ter bevordering van de Vlaamse streektalen.

Recent bracht hij samen met pianist Eddy Aelbrecht een nieuwe cd uit met tweeëntwintig instrumentale composities voor klassieke gitaar en piano.

Eddy Aelbrecht genoot zijn opleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel, waar hij orgel, muziekgeschiedenis en harmonie studeerde.

Aan het conservatorium van Antwerpen voltooide hij zijn studies pedagogie en pianobegeleiding

Van 1985 tot 2024 was hij onafgebroken actief als fulltime begeleider en docent muziektheorie en harmonie aan Studio Herman Teirlinck en later aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen.

Hij was tevens een veelgevraagd pianist en docent aan de drama-afdeling van het conservatorium in Gent.

Naast zijn onderwijstaken begeleidde hij vrijwel alle bekende Belgische artiesten en vele internationale namen.

Als geliefd studiomuzikant en pianist was hij vier jaar lang verbonden aan het Casino van Knokke en trad hij wereldwijd op, van Europa tot in Dubai, Abu Dhabi en Pakistan.

Dit gezamenlijke album is geïnspireerd op de filosofie van oude Griekse denkers zoals Plato, Socrates en Epicurus.

De aanleiding hiervoor waren de colleges van de hedendaagse filosoof Johan Braeckman, die Verwée aanzetten om thema’s als ataraxia, deugd en kalmte muzikaal te vertalen.

Elk muziekstuk is opgebouwd vanuit een filosofisch citaat en gekoppeld aan een plant die mogelijk in de tuin van Epicurus groeide.

Het album is beschikbaar via streamingplatformen en als Digifile-cd in boekvorm.

Deze uitgave wordt in de BeNeLux en internationaal verdeeld bij alle boekhandels en muziekzaken, en is tevens bestelbaar via Bol.com, zijn site steefverwee.be of de FB-pagina Steef Verwée Epicurus’garden.

Steef trekt momenteel rond met deze muziek, waarbij hij tussen zijn gitaarcomposities door vertelt en citeert uit het werk van deze oud-Griekse filosofen.

Ook al vijf jaar geleden deze maand, onze Gentse vriend Walter Ertvelt met zijn album Roaring 2020.

Ter gelegenheid van zijn toen zeventigste verjaardag vond hij het na vijftig jaar liedjes schrijven voor anderen de hoogste tijd om zelf een album uit te brengen.

Het werd zelfs een dubbel-cd onder de titel Roaring 2020.

Hoewel zijn naam misschien niet bij iedereen meteen een belletje doet rinkelen, is zijn werk ongetwijfeld bekend.

Zo schreef hij de tekst van ‘Vreemde Vogels’, de zomerhit van Claire uit 1973 die nog altijd staat als een huis.

Daarnaast schreef hij nummers voor namen als Johan Verminnen, Kris De Bruyne, Ann Christy en Miek en Roel.

Ook voor Rob de Nijs was hij een belangrijke schakel; Walter werkte mee aan diens album ‘Tussen Zomer En Winter’ uit 1977.

Rob de Nijs verbleef destijds enkele weken in Gent in 1976, voor de voorbereiding, en was toen bijna elke avond aanwezig in de Hotsy Totsy.

De hoes van dat album is overigens een kunstwerk van de Gentse kunstenaar Frank Liefooghe.

Ook als producer liet Walter zijn sporen na in samenwerkingen met Roland, de Skyblasters en Zaki.

Zijn creativiteit reikte echter verder dan muziek alleen; samen met Herwig Deweerdt maakte hij de film Jacques Brel aux Marquises en tot 2001 verzorgde hij een column in het Radio 1-programma ‘Het Einde van de Wereld’.

Bovendien was hij de drijvende kracht achter de Waterfront Galerie op Meulestede in Gent.

Dat was ook de plek waar Hotsy Totsy in 1998 een groot feest gaf ter gelegenheid van ons 25-jarig bestaan, gecombineerd met een tentoonstelling in de galerie.

Voor zijn eigen muzikale project werkte hij samen met componist Yves Meersschaert en liet hij zich omringen door het kruim van de Gentse muziekscene, met bijdragen van onder anderen Roland, Steven De bruyn, Bart Maris en Edward Buadee.

In memoriam Philip Vanoutrive: het heengaan van een begenadigd Gents fotograaf en verteller.

Philip Vanoutrive was een veelzijdige Gentse creatieveling die bekendstaat om zijn vermogen om verhalen te vertellen via zowel de lens als het geschreven woord.

Hij combineerde zijn passie voor fotografie vaak met een scherp oog voor detail en een diepgaande interesse in menselijke verhalen en landschappen.

Hij had een talent voor het vinden van schoonheid in de eenvoud en de rust van het alledaagse leven.

Zijn vakmanschap werd jarenlang gewaardeerd door een breed publiek, mede door zijn werk als fotograaf bij Het Volk en later bij De Gentenaar, waar hij talloze gebeurtenissen en menselijke verhalen visueel vertaalde voor de lezers.

Tijdens zijn eerste jeugdjaren woonde het gezin op de Coupure Links in Gent, tot het gezin enkele jaren later naar De Pinte verhuisde.

Het was daar dat de jarenlange band met mijn familie ontstond; mijn plusmama Magda was destijds zijn leidster toen hij als welp bij de plaatselijke jeugdbeweging zat.

Zelf leerde ik Philip kennen dankzij het NTG, maar daarna steunde hij mij toen ik de patron was van de Hotsy Totsy.

Jarenlang was hij daar een trouwe klant en toen hij samenwerkte met Manu, was de Hotsy Totsy de vaste plek om de werkweek op vrijdag af te sluiten.

Nog maar een paar maanden geleden hadden we een gesprek op sociale media om binnenkort nog eens af te spreken, samen met Magda.

Het is pijnlijk dat deze ontmoeting er niet meer zal komen.

Wat veel mensen echter niet weten, is dat hij ook een zeer goede tekenaar was en prachtige metaal- en houtsculpturen maakte.

In deze kunstwerken kon hij zijn creativiteit en ambacht op een andere manier tot uiting brengen.

Een bijzonder hoogtepunt in zijn carrière was dat hij als eerste Belgische fotograaf een eerste prijs won in de wereldwijd gerenommeerde wedstrijd World Press Photo, specifiek in de categorie Nature in 1989.

Deze prestigieuze erkenning onderstreepte zijn vakmanschap en zijn vermogen om de natuur op een unieke en impactvolle manier vast te leggen.

Naast zijn natuurfotografie legde Vanoutrive ook belangrijke historische tradities en menselijke getuigenissen vast in verschillende boekpublicaties.

Zijn sociaal-historische betrokkenheid bleek al vroeg uit het boek ‘De allerlaatste getuigen van WOI’, uitgebracht in september 2011, waarin veertig oorlogskinderen van 1914-1918 een stem kregen.

In dit werk vertellen hoogbejaarde, maar kranige mannen en vrouwen op levendige wijze over hun ervaringen. De prachtige portretfoto’s van Vanoutrive vormden een respectvol eerbetoon aan deze getuigen.

In 2014 bracht hij het rijk geïllustreerde boek ‘The Last Post’ uit.

Hiervoor bracht hij een jaar lang de unieke ceremonie onder de Menenpoort in Ieper in beeld, waarbij Ian Connerty de geschiedenis van de ceremonie en haar helden beschreef en unieke archieffoto’s de beelden van Vanoutrive aanvulden.

Enkele jaren later, in 2017, volgde het boek Meneer de champetter.

Hierin bracht hij een hommage aan de veldwachter die dag en nacht bereikbaar was om het welzijn van plattelanders te beschermen.

Het boek beschrijft de laatste vijftig jaar van de landelijke politie tot aan de hervorming in 2001 en brengt straffe verhalen en anekdotes samen die door meer dan dertig oud-veldwachters zijn opgegraven.

Zijn werk verscheen geregeld in diverse media en publicaties, waar hij gewaardeerd werd om zijn vermogen om sfeer en emotie over te brengen op een authentieke manier, of het nu ging om reizen, cultuur of diepmenselijke geschiedenissen.

Volkomen onverwacht is onze vriend Philip Vanoutrive gisteren, op 9 februari 2026, overleden ten gevolge van hartfalen in het AZ Sint-Lucas te Gent.

Vandaag is het ook tien jaar geleden dat de Vlaamse charmezanger Eddy Wally is overleden.

Eduard Van de Walle, de man die de wereld zou veroveren als Eddy Wally, werd op 12 juli 1932 geboren in een arbeidersgezin in Zelzate.

De kiem voor zijn showbizzcarrière werd gelegd door zijn vader Henri, een teerfabriekarbeider die zelf ook optrad en de jonge Eduard leerde musiceren op de accordeon, gitaar en mondharp.

Het noodlot sloeg echter vroeg toe: toen Henri op 49-jarige leeftijd overleed, moest de pas veertienjarige Eduard als kostwinner aan de slag in een weverij.

Toch liet hij zijn dromen niet varen. Na zijn werkuren schuimde hij de toenmalige talentenjachten, de zogeheten crochetwedstrijden, af.

Daar vond hij niet alleen een publiek, maar ook de liefde van zijn leven, Mariëtte.

Het paar trouwde in 1956 en kreeg een jaar later hun dochter Marina.

In de vroege jaren 60 begon het grote avontuur onder zijn nieuwe artiestennaam.

Eddy opende zijn eigen dancing Paris-Las Vegas in Ertvelde en combineerde dat met zijn werk op de Vlaamse markten.

Als marktkramer verkocht hij met zwier handtassen, een stiel die hem de knepen van het entertainment bijbracht en die hij nooit zou vergeten; hij bleef zichzelf altijd zien als een man van het volk, wat later prachtig tot uiting kwam in zijn lied ‘Als Marktkramer Ben Ik Geboren’

De grote ommekeer kwam in 1966 door zijn samenwerking met de Nederlandse producer Johnny Hoes.

Hun eerste single Chérie werd een ongekend succes: een nummer 1-hit in de Ultratop met meer dan 50.000 verkochte exemplaren.

Wat volgde was een indrukwekkende reeks successen en opmerkelijke wapenfeiten zonder afzonderlijke grenzen tussen zijn rollen als zanger en entertainer.

Naast klassiekers als Ik Spring Uit Een Vliegmachien bewees Eddy zijn tijdloze kracht in 1995 met de house-versie Chérie (Is In Da House).

Deze gigantische comeback bereikte zelfs de Nederlandse Tipparade.

Als de Voice of Europe trok hij bovendien naar Las Vegas en Rusland, terwijl zijn debuuthit in het Chinees werd vertaald als Baobei.

Zijn liveoptredens waren legendarisch, niet alleen om de muziek, maar vooral om de ongeëvenaarde interactie met zijn fans.

Met een ontwapenend enthousiasme strooide hij kwistig met oneliners die uitgroeiden tot zijn handelsmerk.

Wanneer hij het podium betrad, klonk steevast het triomfantelijke “Eddy Wally is in the house!”, gevolgd door een oprecht “Geweldig!” bij elk applaus.

Deze uitspraken waren geen ingestudeerde nummertjes, maar een uiting van zijn natuurlijke charisma, waardoor hij uitgroeide tot een onmisbaar mediafenomeen.

Hij toonde zijn enorme zelfspot in het absurdistische programma Lava als Kapitein Wally, samen met Kamagurka en Herr Seele op de tv.

Zijn status was zo groot dat hij opdook in strips van Urbanus en Suske & Wiske, en gastrollen vertolkte in F.C. De Kampioenen en de film Camping Cosmos.

De erkenning voor zijn unieke persoonlijkheid reikte uiteindelijk tot in de kosmos; in 1994 werd de planetoïde (2025) Eddywally naar hem vernoemd.

In 2013 volgde een lokaal hoogtepunt toen hij de allereerste ereburger van de Gentse Feesten werd.

Met de persoonlijke documentairereeks Kroost uit 2014 werd het beeld van de volksjongen die uitgroeide tot een wereldster definitief vereeuwigd.

Morgenavond, 7 februari, brengt VRT 1 de eenmalige docu ‘Chérie’, naar aanleiding van het overlijden van volksheld, cultfiguur, charmezanger en fenomeen Eddy Wally tien jaar geleden.

Foto van Eddy Wally in zijn geliefde dancing ‘Paris-Las Vegas’ in Ertvelde

Vandaag is het precies 45 jaar geleden dat Louis Neefs, de man met de warmste stem van Vlaanderen, op het hoogtepunt van zijn carrière uit het leven werd weggerukt.

Het noodlot sloeg toe in de namiddag van 25 december 1980, toen Louis samen met zijn vrouw Liliane en hun 15-jarige zoon Günther terugkeerde naar Mechelen na een familiebezoek in zijn geboortedorp Vorselaar.

In Lier werd hun wagen zwaar aangereden. De gevolgen waren niet te overzien: Louis was op slag dood en ook Liliane overleed onderweg naar het ziekenhuis.

Ze waren beiden amper 43 jaar oud.

Hun zoon Günther overleefde de klap, maar belandde met een zware schedelbreuk in coma en lijdt sindsdien aan geheugenverlies over het ongeval.

De oudste zoon, Ludwig, ontsnapte aan het drama omdat hij op dat moment op skivakantie was in Frankrijk.

Voor die fatale dag had de in 1937 in Gierle geboren Neefs al een opmerkelijk levenspad bewandeld.

Zijn kindertijd bracht hij door in de lagere school van zijn geboortedorp, waar hij zelfs les kreeg van zijn eigen vader, gevolgd door een zwerftocht langs diverse middelbare scholen, van de jezuïeten in Turnhout tot het Vrij Technisch Instituut in Borgerhout.

Hoewel hij oorspronkelijk technisch tekenaar en bruggenbouwer wilde worden, nam de muziek de bovenhand toen hij tijdens zijn technische studies gitaar leerde spelen.

Wat begon met optredens voor familie onder het pseudoniem Ludwig Künner en als zanger bij de Sun Spots, groeide uit tot een grote carrière toen talentscout Ke Riema hem introduceerde bij de platenmaatschappijen.

Dit resulteerde in 1960 in zijn doorbraak met het nummer Ein kleines Kompliment.

In de jaren die volgden, bouwde Neefs een indrukwekkend repertoire op, vaak met dank aan tekstschrijver Phil van Cauwenbergh die Amerikaanse songs vertaalde naar tijdloze parels als Mijn vriend BenjaminAan het strand van Oostende en Zondagmiddag Lilian.

Zijn succes reikte tot in Nederland, waar hij met Margrietje de top 10 haalde, en ver daarbuiten.

Neefs was een echt competitiebeest en perfectionist: hij vertegenwoordigde België tweemaal op het Eurovisiesongfestival, won in 1968 de Olympiade van het lichte lied in Athene en kaapte prijzen weg van Spanje tot Zuid-Amerika.

Toch was Neefs meer dan een entertainer; hij was een strijdbare man met principes.

Hij was niet alleen politiek actief als gemeenteraadslid in Mechelen, maar vocht ook verbeten voor de rechten van Vlaamse artiesten.

Hij eiste meer zendtijd voor Nederlandstalige muziek en betere sociale statuten, wat hem regelmatig in conflict bracht met de BRT-top.

Zijn maatschappelijke betrokkenheid bleek ook uit zijn ecologische vooruitziendheid in het nummer Laat ons een bloem.

Ook zijn zoon Günther zou later in de voetsporen van zijn vader treden, al lag dat niet meteen voor de hand.

Na het ongeval en zijn revalidatie werkte Günther jarenlang als autoverkoper, een job die hij nog vijf jaar combineerde met zijn prille zangcarrière.

Hij wilde immers geen kopie van zijn vader zijn, maar zocht en vond zijn eigen weg in de wereld van de swing en bigbandmuziek.

Toch zijn er opvallende parallellen tussen vader en zoon die verder gaan dan hun stemgeluid.

Zo werd Louis’ stem onsterfelijk als de straatkat Thomas O’Malley in de originele Nederlandse versie van de Disney-film De Aristokatten.

Jaren later, bij de vernieuwde uitgave in 2008, nam uitgerekend zoon Günther diezelfde rol voor zijn rekening, waardoor hun stemmen over de generaties heen samensmolten in hetzelfde personage.

Muzikaal kwamen ze in 2000 nog één keer samen: via moderne technieken zong Günther toen een ‘virtueel’ duet met zijn overleden vader van het nummer Laat ons een bloem.

Nu, 45 jaar na zijn dood, blijkt de erfenis van Louis Neefs springlevend.

De heropleving startte echt rond de eeuwwisseling met een groots eerbetoon in het Sportpaleis, georganiseerd door Günther en zijn tante Connie.

Zijn nummers blijven relevant: Laat ons een bloem werd door Yevgueni nieuw leven ingeblazen en diende zelfs als protestlied bij de Oosterweel-saga.

Zijn geboortedorp Gierle en zijn thuisstad Mechelen eren hem met straatnamen en standbeelden, waarvan het recentste in 2024 werd onthuld aan de voet van de Sint-Romboutskathedraal.

40 jaar geleden, Ann Petersen, Vlaanderens veelzijdige actrice over zichzelf en haar carrière.

Ann Petersen werd op 22 juni 1927 geboren in Wuustwezel. Hoewel ze als kind al gebeten was door het theater, koos ze pas op latere leeftijd voor een leven als actrice. Vanaf dat moment bouwde ze wel een indrukwekkende carrière uit, zowel op televisie, in de film als in het theater.

Bij het grote publiek brak ze in 1964 door met haar rol als Emma in de legendarische BRT-jeugdserie Kapitein Zeppos.

Het was de start van een lange reeks televisierollen.

Zo speelde ze in de tv-bewerking van Wij, heren van Zichem (1969), de historische reeks De vorstinnen van Brugge (1972) en de komische serie Slisse en Cesar (1977). Ook later bleef ze een vertrouwd gezicht in reeksen als de Paradijsvogels (1980) en Het verdriet van België (1994). Voor een latere generatie werd ze vooral bekend als Florke, een rol die ze acht jaar lang vertolkte in de populaire soap Thuis.

Daarnaast schreef ze een aantal belangrijke films op haar palmares. De bekendste daarvan zijn klassiekers als Mira (1971) en Hector (1987), maar ook latere films zoals Manneken Pis (1995) en Pauline en Paulette (2002). Voor die laatste rol ontving ze, samen met collega Dora Van der Groen, nog een Fonske, een Vlaamse filmprijs.

Gisteren nog vandaag

Ook op de planken was Petersen erg actief. Ze was 30 jaar lang verbonden aan de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en speelde gastrollen bij diverse theatergezelschappen. Een van haar meest opvallende theaterprestaties was de monoloog Het massagesalon (1986), die later ook op televisie werd vertoond.

Ondanks haar 76 jaar en gezondheidsproblemen – ze leed aan diabetes, artrose en had hartproblemen – bleef Ann Petersen erg actief. Ze deed dit deels omdat ze het acteren graag deed, maar ook omdat ze maar een klein pensioen had.

Gisteren nog vandaag

Haar huwelijk eindigde in 1960 in een echtscheiding. Zelf vertelde ze dat ze haar man verliet omdat hij graag kinderen had gewild, iets wat ze na een operatie met complicaties niet meer kon krijgen.

Ann Petersen overleed op 11 december 2003 in haar woning in Opwijk.

Gisteren nog vandaag