Cher mag vandaag tachtig kaarsjes uitblazen.

De zangeres en actrice werd geboren als Cheryl Sarkisian in het Californische El Centro en brak door als de helft van het rock-‘n-roll-duo Sonny & Cher, dat ze vormde met haar toenmalige echtgenoot Sonny Bono.

Terwijl ze samen successen vierden, nam ze toen ook al haar eerste solonummers op.

Het huwelijk met Sonny strandde in 1975.

Slechts vier dagen na de officiële scheiding stapte Cher alweer in het huwelijksbootje met rockmuzikant Gregg Allman, de medeoprichter van The Allman Brothers Band, bekend van hits als Jessica en Ramblin’ Man.

Dat huwelijk kende een stormachtige start: al na negen dagen vroeg Cher een scheiding aan vanwege zijn heroïne- en alcoholverslaving, maar binnen een maand verzoende het stel zich weer.

Samen brachten ze onder de naam Allman & Woman nog het album Two The Hard Way uit.

Op 7 juli 1976 werd hun zoon Elijah Blue Allman geboren, die later in de voetsporen van zijn ouders trad en eveneens muzikant werd.

Na de breuk met Allman had Cher relaties met Kiss-bassist Gene Simmons en gitarist Les Dudek.

In totaal heeft ze twee kinderen: Chaz Bono en Elijah Blue Allman.

Naast haar muzikale loopbaan bouwde Cher een succesvolle carrière op als actrice.

Ze schitterde in films zoals The Witches of Eastwick, Mermaids, Silkwood, Mask, Suspect en Tea with Mussolini.

Haar acteerhoogtepunt beleefde ze op 11 april 1988, toen ze een Oscar voor beste actrice in ontvangst mocht nemen voor haar hoofdrol in Moonstruck.

In juli 2018 voegde ze een nieuw succes toe aan haar filmcarrière toen ze te zien en te horen was in de film Mamma Mia! Here We Go Again.

Ze vertolkte hierin de rol van Ruby Sheridan, de grootmoeder van Sophie.

Naar aanleiding van dit filmavontuur bracht ze in hetzelfde jaar het album Dancing Queen uit, een plaat die volledig gevuld was met haar eigen uitvoeringen van ABBA-covers.

Als zangeres bleef ze decennialang de hitlijsten bestormen.

In 1993 scoorde ze een opmerkelijke hit met een nieuwe uitvoering van ‘I Got You Babe’, dit keer samen met het MTV-tekenfilmduo Beavis and Butt-head.

Aan het begin van 1999 behaalde ze een grote nummer 1-hit in Nederland met het nummer ‘Believe’.

Haar repertoire bevat daarnaast bekende klassiekers zoals “Bang bang (My baby shot me down)’, ‘Gypsys, tramps & thieves’, Half-breed’, ‘Dark lady’, ‘If I could turn back time’ en ‘The shoop shoop song (It’s in his kiss)’.

In 2010 combineerde ze haar talenten in de film Burlesque, waarvoor ze de single ‘You haven’t seen the last of Me’ opnam.

In 2023 bracht ze haar kerstalbum Christmas uit, gevolgd door het verzamelalbum Forever in 2024.

Daarnaast bracht ze onlangs haar memoires uit en werd ze geëerd met een Grammy Lifetime Achievement Award.

De zangeres is nog regelmatig te zien op rode lopers en is momenteel druk bezig met het afronden van nieuwe muziek.

Ze werkt aan een nieuw studioalbum, wat waarschijnlijk haar laatste grote album zal zijn.

Ze verklaarde hierover dat het inzingen van de vocalen op deze leeftijd uitdagend is, maar dat de nummers fantastisch zijn.

foto april 1979

Cher over haar nieuwe album Take me home (Joepie van 27 april 1979).

Cher (juni 1991)

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot viert vandaag zijn 82ste verjaardag.

Een mooi moment om stil te staan bij zijn klassieker Verdronken vlinder.

Het nummer verscheen begin 1967 in eerste instantie als de B-kant van de single ‘Onder ons’, de opvolger van zijn grote hit ‘Het Land van Maas en Waal’.

Twee jaar later, in 1969, kreeg het lied alsnog een hoofdrol toen het werd uitgebracht als A-kant, met ‘Beneden alle peil’ als achterkant.

Beide nummers zijn geschreven door Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh, met een arrangement van Bert Paige.

In Verdronken vlinder verlangt de schrijver naar het vrije leven van een vlinder.

Gaandeweg beseft hij echter dat ook dat bestaan een schaduwzijde heeft, zoals een tragisch einde op een plas water.

Uiteindelijk kiest hij er dan ook voor om gewoon mens te zijn, met de troostende gedachte dat hij geen vlinder hoeft te wezen om echt te leven.

De andere kant van de single, ‘Beneden alle peil’, bezingt een onbeantwoorde liefde.

De zanger vindt de vrouw in kwestie geweldig, maar omdat zij alleen oog heeft voor zichzelf, vindt hij haar gedrag beneden alle peil.

Het nummer Verdronken vlinder bleek door de jaren heen een grote inspiratiebron voor andere artiesten.

In 1993 scoorden Erik Van Neygen en Sanne er een grote hit mee in Vlaanderen.

Daarnaast werd het lied in de loop der tijd ook succesvol gecoverd door uiteenlopende namen als Mama’s Jasje, Josee Koning, de cast van LikeMe en zelfs de indierockband Bettie Serveert.

Reclame voor het album Het Beste van Boudewijn de Groot (juli 1977)

Gisteren nog vandaag

De comeback van Boudewijn De Groot (Joepie 13 november 1973).

Het bekende nummer Testament is gecomponeerd door Boudewijn de Groot, terwijl Bert Paige tekende voor de arrangementen en Tony Vos de productie voor zijn rekening nam.

De tekst is grotendeels geschreven door Lennaert Nijgh, die in het lied via een fictief testament terugblikt op zijn jeugdjaren.

In deze nalatenschap deelt hij milde snerpen uit aan zijn familie, die hij beticht van valse getuigenissen, aan stelende vrienden en aan een bedrieglijke ex-vriendin.

Toch is het nummer niet louter bitter; Nijgh koestert tegelijkertijd de mooie herinneringen en reflecteert op verloren idealen.

Omdat Boudewijn de Groot een specifiek deel van de oorspronkelijke tekst niet goed bij zichzelf vond passen, nam hij zelf de pen ter hand voor het couplet dat begint met de regel over het fotoalbum van zijn ouders.

Testament verscheen op het succesvolle album Voor de overlevenden en deed daarnaast dienst als de B-kant van de hitsingle Het Land van Maas en Waal.

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot in de Muziek Expres van december 1979

Gisteren nog vandaag

Na een stilte van vijf jaar maakte Boudewijn de Groot in 1973 zijn comeback met het album Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser.

De titel van de plaat is ontleend aan het bekende nummer Jimmy, dat hij vernoemde naar zijn zoon Jim. Vader en zoon schitteren samen op de albumhoes.

Naast Jimmy bevat het album nummers zoals Terug van weggeweest, Wat geweest is, is geweest, Onderweg, Het Spaarne, Kindermeidslied (Nurse’s Song), Tante Julia, Ik zal je iets vertellen, Parijs, Berlijn, Madrid, De kleine schoorsteenveger en De reiziger.

Voor de teksten werkte De Groot opnieuw samen met Lennaert Nijgh en met zijn toenmalige zwager Ruud Engelander.

Bovendien zijn twee nummers vertalingen van gedichten van William Blake.

Muzikaal kreeg hij ondersteuning van sologitarist Eelco Gelling, met wie hij al eerder samenwerkte op Nacht en ontij, en violiste Vera Beths, die een gastbijdrage leverde op het nummer’ ‘De reiziger’.

Bang dat het publiek hem in de tussentijd was vergeten, was De Groot niet.

Tijdens zijn afwezigheid deden zijn verzamelalbums het namelijk buitengewoon goed. Vooral de dubbel-lp Vijf Jaar Hits was een groot succes, snel gevolgd door een eveneens goed verkopend tweede deel.

Dit bewees dat zijn populariteit en bekendheid alleen maar waren gegroeid, waardoor het grote succes van Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser niet als een complete verrassing kwam.

Het album werd een enorme hit, bereikte de eerste plaats in de albumlijst en hield het daar twintig weken vol.

Dit leverde De Groot een gouden en een platina plaat op, evenals zijn derde Edison.

Het succes kreeg begin 1974 nog een vrolijk staartje toen er een carnavalsversie van het nummer Tante Julia op single verscheen, opgenomen als duet met Nico Haak.

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden, reclame voor de verzamelaar Hit Singles Volume 8 (mei 1981)

Het nummer ‘Stars On 45’ was een legale bewerking van een illegale 12-inch-single van Alto Passion, waarop originele opnamen van diverse artiesten, waaronder The Beatles, tot een medley waren gesmeed.

Toen Willem van Kooten deze illegale plaat in handen kreeg, gaf hij producer Jaap Eggermont de opdracht om er een officiële versie van te maken.

Voor de zangpartijen werd een indrukwekkend team samengesteld.

Smile-zanger Bas Muys nam de stem van John Lennon voor zijn rekening, en hij deed dat zo overtuigend dat Julian Lennon ooit opmerkte dat de stem van Muys meer op die van zijn vader leek dan die van hemzelf.

Hans Vermeulen kroop in de huid van George Harrison, terwijl Okkie Huysdens te horen was als Paul McCartney.

Daarnaast leverden ook Albert West, Tony Sherman, Arnie Treffers, Okkie Huysdens, en Jody Pijper een bijdrage aan het project.

Het resultaat was een ongekend wereldwijd succes.

In 1981 werden er van deze eerste single meer dan 5 miljoen exemplaren verkocht.

Op 20 juni 1981 bereikte de plaat de eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100, een prestatie die werd beloond met een platina-status voor de verkoop van meer dan een miljoen stuks in de Verenigde Staten alleen al.

Uiteindelijk voerde de single de hitlijsten aan in minstens een dozijn landen, waaronder Nederland, Duitsland, Canada en Australië.

Het succes breidde zich dat jaar razendsnel uit met een volledig album en verschillende vervolgsingles.

Het eerste album, in de VS uitgebracht als Stars on Long Play, was een internationaal fenomeen waarvan meer dan 2,5 miljoen exemplaren over de toonbank gingen.

Na de Beatles-medley volgden in 1981 nog meer hits, zoals de Abba-medley, Stevie Wonder-medley en Frank Sinatra-medley.

Deze opvolgers domineerden eveneens de hitlijsten en droegen bij aan een indrukwekkend totaalplaatje.

De totale verkoop van alle Stars on 45-releases in 1981 wordt wereldwijd geschat op ruim 10 tot 15 miljoen eenheden.

Gisteren nog vandaag

Grace Jones mag vandaag 78 kaarsjes uitblazen.

45 jaar geleden, LP-bespreking Nightclubbing van Grace Jones (Joepie 24 mei 1981)

Gisteren nog vandaag

Nightclubbing uit 1981 markeert het moment waarop Grace Jones haar transformatie van disco-diva naar avant-garde-icoon voltooide.

De weg naar dit succes was bijzonder; Jones werkte zich op van een Jamaicaanse domineesdochter tot een veelzijdige wereldster.

Hoewel ze in Amerika de toneelschool bezocht, werd ze al snel ontdekt als topmodel.

Ze sierde de covers van bladen als Elle en Vogue, en verscheen zelfs op de voorzijde van het Duitse Der Stern.

Het album werd opgenomen in de beroemde Compass Point Studios op de Bahama’s, waar een uniek geluid werd gesmeed door de combinatie van reggae-ritmes, post-punkattitude en elektronische texturen.

Onder leiding van producenten Chris Blackwell en Alex Sadkin, en met de ritmesectie van Sly & Robbie, ontstond een lome, hypnotiserende sfeer die perfect de overgang van de glitter van de jaren zeventig naar de kille chic van de jaren tachtig ving.

Rond deze tijd ontwikkelde Jones haar kenmerkende androgynen look met kort haar en strakke pakken, wat haar een onvergetelijk icoon in zowel de muziek als de mode maakte.

De titeltrack kent een interessante oorsprong; het nummer werd geschreven door David Bowie en Iggy Pop en verscheen voor het eerst op het album The Idiot van Iggy Pop in 1977.

In de uitvoering van Jones krijgt het stuk echter een geheel nieuwe dimensie. Terwijl het origineel uit de Berlijnse periode van Bowie en Pop een zekere mate van decadente uitputting suggereerde, klinkt de versie van Jones als een triomftocht door een nachtelijk stedelijk landschap.

Haar voordracht is afstandelijk en bijna robotachtig, wat naadloos aansluit bij het hoekige, minimalistische arrangement.

Naast de titeltrack bevat het album meer indrukwekkende bewerkingen. Een van de absolute hoogtepunten is de single I’ve Seen That Face Before (Libertango).

Gisteren nog vandaag

Dit nummer is een bewerking van Libertango, een compositie van de Argentijnse componist en bandoneonist Astor Piazzolla.

De tekst van deze versie werd mede geschreven door Francine Canovas, beter bekend onder haar artiestennaam Nathalie Delon.

Zij was de moeder van de Frans-Amerikaanse acteur Anthony Delon en was van 1964 tot 1969 getrouwd met Alain Delon.

Later werd zij de vriendin van producent Chris Blackwell, wat leidde tot de samenwerking voor dit album. Nathalie Delon overleed helaas in 2021.

I’ve Seen That Face Before werd een gigantisch succes in de Lage Landen. In Vlaanderen stond de single maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats in de hitlijsten, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de tweede positie bereikte.

Ook van het nummer Demolition Man van Sting maakte ze een zeer krachtige en eigenzinnige cover die perfect paste binnen de vernieuwende sound van het album.

Het visuele aspect van Nightclubbing bleef onlosmakelijk verbonden met de muziek.

De iconische hoes, gefotografeerd door Jean-Paul Goude, toont Jones met haar kenmerkende blokkapsel en een strak gesneden Armani-jasje.

Deze verschijning versterkte de impact van nummers zoals Pull Up to the Bumper en Walking in the Rain.

Het album wordt tot op de dag van vandaag geprezen om de unieke persoonlijkheid van Grace Jones en blijft een essentieel referentiepunt voor artiesten die de grenzen tussen kunst, mode en commercie willen vervagen.

Op oudejaarsavond 1977 maakte de single La Vie En Rose haar debuut in de BRT Top 30, om twee weken later door te stoten naar de dertiende positie.

De tekst van dit wereldberoemde nummer werd oorspronkelijk geschreven door Edith Piaf, die de tekst destijds de titel Les Choses En Rose meegaf.

De bijbehorende muziek werd gecomponeerd door Louis Gugliemi, beter bekend onder zijn pseudoniem Louiguy.

Hoewel het chanson in 1945 voor het eerst werd opgenomen door Marianne Michel, een goede vriendin van Piaf, zorgde het grote succes van die uitvoering ervoor dat de schrijfster het nummer uiteindelijk ook zelf inzong.

In 1946 werd het haar allereerste grote hit.

In 1983 beleefde de cover van Grace Jones een heropleving en kwam deze terug in de hitlijsten, binnen op nummer 28, waarna deze uiteindelijk de zestiende plaats bereikte.

Grace Jones in de Humo van 31 juli 1980

Grace Jones in de Joepie van 1 december 1985

Gisteren nog vandaag

Grace Jones in de Muziek Expres van april 1982

Gisteren nog vandaag

Otis Redding: Van talentenjacht tot wereldster

Op 8 februari 1958 organiseert een lokaal radiostation in Macon, Georgia, een talentenjacht onder de naam Teenage Party.

De show is al snel zo populair dat het kleine Roxy Theatre te krap wordt en de productie verhuist naar het grotere Douglass Theatre.

Vanaf dat moment kunnen luisteraars elke zaterdagochtend via de radio meegenieten van de opnames.

Het is tijdens een van deze edities dat Otis Redding het podium betreedt als kandidaat.

Zijn optreden maakt indruk en hij raakt in contact met de bekende gitarist Johnny Jenkins, die hem aanbiedt om zijn vaste begeleider te worden.

Dit moment is de start van een glansrijke, maar tragisch korte carrière.

Slechts negen jaar later, op 10 december 1967, komt de zanger op 26-jarige leeftijd om het leven bij een vliegtuigongeluk.

Een van zijn nummers is’ I’ve got dreams to remember’, dat hij samen met zijn echtgenote Zelma Redding en Joe Rock schreef.

Redding scoorde er na zijn overlijden een postume hit mee in 1968, en herhaalde dat succes nogmaals in 1994.

Op de B-kant van deze single staat het nummer ‘Nobody’s fault but mine’.

De single deed het internationaal goed en bereikte de hitlijsten in zowel de Verenigde Staten als Nederland.

In Nederland was het nummer een groot succes; het stond maar liefst veertien weken in de Hitparade, met de achtste plaats als piek, en het eindigde op de achtste plaats in de Top 40.

In Vlaanderen bleef het succes iets bescheidener en strandde het nummer in de Tipparade.

In mei 1976 bracht de Amerikaanse topster Billy Swan een bezoek aan Will Tura.

De twee muzikanten hadden elkaar het jaar daarvoor leren kennen tijdens het Antwerpse radiosalon, waar ze samen op het podium stonden en een paar duonummers zongen voor het radioprogramma Binnen en buiten.

Sinds die eerste ontmoeting waren ze zeer goede vrienden geworden.

Toen Will Tura wat later een reis naar de Verenigde Staten maakte, zochten de twee elkaar voor de tweede keer op.

In Antwerpen had Will al verteld over zijn reisplannen, waarna Billy hem meteen uitnodigde op zijn prachtige ranch.

Eenmaal daar aangekomen bleek Billy echter in New York te zitten voor een optreden.

Omdat Will die dag geen andere plannen had, nam hij het eerste vliegtuig naar New York om het concert bij te wonen.

Billy merkte zijn Vlaamse collega op, riep hem het podium op, stelde hem voor aan het publiek en vroeg hem om een paar nummers mee te zingen, wat een geweldige ervaring werd.

Toen Billy Swan in mei 1976 op zijn beurt naar België kwam voor een promotietrip en enkele optredens, stond Will Tura klaar om zijn Amerikaanse vriend te verwelkomen.

De rollen waren nu omgedraaid: Will was de gastheer en Billy de gast.

Hoewel Will de avond ervoor nog ergens in Vlaanderen had opgetreden, stond hij die ochtend al om zeven uur op de luchthaven van Zaventem om Billy op te vangen.

De heren aten eerst samen bij Will thuis en verkenden ’s middags Brussel.

Billy toonde zich een rasechte toerist die alles wilde zien en weten.

Diezelfde avond moest Will optreden in Putte, en Billy stond erop om mee te gaan.

Net zoals eerder in de Verenigde Staten stonden ze ook die avond weer samen op het podium om een aantal nummers te brengen, maar ditmaal voor een enthousiast Vlaams publiek.

45 jaar geleden, reclame voor Chu Pops

De geschiedenis van de muzikale kauwgom Chu Pops, in Amerika bekend als Chu-Bops, begon aan het begin van de jaren tachtig, toen producent Amural Products Company een unieke verzamelrage ontketende.

Tussen 1980 en 1983 bracht dit bedrijf miniatuurversies uit van destijds razend populaire lp-hoezen.

Het succes waaide al snel over naar Europa, waar importeur Ets Charlier uit Antwerpen de distributie voor de Lage Landen op zich nam.

Onder de enthousiaste slagzin dat de hit uit Amerika nu ook bij ons verkrijgbaar was, veroverde het product in mei 1981 de markt in onder andere Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk.

Het concept was even eenvoudig als doeltreffend. Voor een klein bedrag kochten jongeren bij kiosken en platenzaken een kartonnetje van vierenhalve vierkante centimeter dat exact leek op een echte vinylplaat.

Binnenin dit miniatuur-album zat een felroze stuk kauwgom in de vorm van een grammofoonplaat, inclusief nagemaakte groeven.

Een extra verrassing wachtte aan de binnenzijde van het openklapbare hoesje, waar de songtekst van de grootste hit van het album stond afgedrukt.

Wie bijvoorbeeld het album Voulez-vous van ABBA bemachtigde, vond daarin de complete tekst van het bekende nummer ‘Does your Mother know’.

De marketing achter de kauwgom speelde perfect in op de verzamelwoede van de jeugd.

Er werd gewerkt met opeenvolgende reeksen die telkens acht nieuwe albums van actuele sterren bevatten.

De allereerste serie die in onze regio op de markt kwam, bestond uit een gevarieerde mix van wereldberoemde pop- en rockacts, waaronder Dire Straits, Kiss, Roxy Music, Billy Joel, Blondie, Sheila en twee verschillende albums van ABBA.

Later volgden nog speciale thematische series rondom iconen zoals Elvis Presley en The Beatles.

Om al deze schatten netjes te bewaren, konden fans een speciaal Chu Pops-verzamelalbum aanschaffen, waarin precies zestien hoesjes overzichtelijk konden worden opgeborgen.

Verzamelaars werden destijds al gewaarschuwd dat ze snel moesten toeslaan.

Zodra er na twee maanden een nieuwe reeks verscheen, stopte de fabrikant direct met de productie van de vorige serie.

Hierdoor veranderden oude hoesjes in korte tijd in schaarse rariteiten.

De advertenties uit die tijd gaven de jeugd dan ook de tip om dubbele exemplaren goed te bewaren voor ruilhandel, met de belofte dat de waarde van dag tot dag zou stijgen.

Die voorspelling is decennia later werkelijkheid geworden. De nostalgische hoesjes, en dan met name de zeldzame exemplaren die na al die jaren nog ongeopend zijn, inclusief de originele kauwgom, zijn tegenwoordig gezochte en waardevolle objecten onder verzamelaars van popmemorabilia.

45 jaar geleden domineerde Ottawan de hitlijsten met hun klassieker Hands up (Give me your heart), ook bekend als de Franstalige versie Haut les mains.

Het duo bestond uit Jean-Baptiste Patrick en Annette Eltice, twee zangers met Caraïbische roots die werden samengebracht door de producenten Jean Kluger en Daniel Vangarde.

De groepsnaam was een knipoog naar de Canadese hoofdstad Ottawa, een bestemming die de producenten tijdens een promotour had geïnspireerd.

De formatie brak in 1980 al door met de hit “D.I.S.C.O”, die zowel in het Frans als in het Engels de BRT Top 30 veroverde en zelfs de derde plaats in de hitparade bereikte.

In 1981 volgde hun grootste succes met Hands up, goed voor een vierde positie.

Opvallend is dat de Franse variant “Haut les mains (donne moi ton cœur)” al een halfjaar eerder in de lijst verscheen, maar destijds bleef steken op de dertigste plek.

De tekst van deze bekende single werd geschreven door de Vlaamse tekstschrijfster Nelly Byl.

Het nummer kreeg extra bekendheid als het vrolijke uithangbord voor de luxe reisorganisatie Club Med.

Hoewel de groep vooral herinnerd wordt om deze grote successen, scoorde ze ook nog een bescheiden hit met “Qui va garder mon crocodile cet été?”, dat tot de drieëntwintigste plaats in de hitlijsten klom.

60 jaar geleden, Dusty Springfield met haar cover ‘You Don’t Have To Say You Love Me’.

Dit nummer vindt zijn oorsprong in het Italiaanse lied ‘Io che non vivo (senza te)’, wat zich vertaalt als ‘Ik, die niet zonder jou kan leven’.

Het werd geschreven door Pino Donaggio en Vito Pallavicini, waarbij Donaggio het in 1965 samen met Jody Miller voor het eerst zong tijdens het Festival van Sanremo.

In Italië groeide het direct uit tot een groot succes dat drie weken lang de hitlijsten aanvoerde.

Dusty Springfield was tijdens datzelfde festival aanwezig en raakte, ondanks de taalbarrière, diep ontroerd door de uitvoering.

Een jaar later namen haar vriendin Vicki Wickham en manager Simon Napier-Bell het initiatief voor een Engelse bewerking.

Springfield was uiterst perfectionistisch en had naar verluidt 47 takes nodig voordat ze tevreden was met de opname.

Haar inzet werd beloond met een wereldwijd succes: het nummer bereikte de eerste plaats in Groot-Brittannië en de vierde positie in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

In Nederland maakte de plaat op 14 mei 1966 zijn debuut in de Top 40, waar hij tien weken genoteerd stond met de zevenentwintigste plek als hoogste resultaat.

Sindsdien is het nummer door talloze artiesten gecoverd. De versie van Elvis Presley uit 1970 is waarschijnlijk de meest bekende, maar ook namen als Brenda Lee, Cher en de Britse groep Guys ‘n’ Dolls hebben het lied uitgebracht.

Zelfs André Hazes nam het nummer in 1985 op onder de Nederlandstalige titel ‘Geloof mij’, een versie die in 2012 ook door zijn zoon André Hazes Jr. werd gezongen.

In Vlaanderen bracht Sandra Kim in 1993 een eigen vertolking uit met als titel ‘Wil je eeuwig van me houden’.

Reclame voor muziekcassettes van het merk Philips (oktober 1977)

Vandaag, op 6 mei, staan we stil bij het overlijden van de Britse zanger en componist Mike Hazlewood, die op deze dag precies vijfentwintig jaar geleden overleed.

Mike Hazlewood maakte in de jaren zestig en zeventig deel uit van The Family Dogg, de groep die we vooral kennen van de hit Sympathy onder de naam Steve Rowland & The Family Dogg.

Binnen deze formatie kruiste zijn pad dat van Albert Hammond, wat het startpunt vormde voor een uiterst succesvolle en nauwe samenwerking.

Als schrijversduo bleken zij een gouden combinatie voor de popmuziek en ze penden talloze klassiekers neer, waaronder It Never Rains In Southern California, The Free Electric Band en het bejubelde The Air That I Breathe.

Ook hits als Little Arrows en Freedom Come Freedom Go kwamen uit hun koker.

Een aanzienlijk deel van hun succes was verbonden aan de Ierse zanger Joe Dolan.

Voor hem schreven Hazlewood en Hammond in 1969 de internationale hit ‘Make Me an Island’, gevolgd door de singles ‘Teresa’ en ‘You’re Such a Good Looking Woman’.

Dat laatste nummer groeide uit tot het lijflied van Dolan en voerde zelfs twee keer de Ierse hitlijsten aan: eerst in 1970 en later opnieuw in 1997, toen hij een nieuwe versie opnam met Dustin the Turkey.

Daarnaast schreef Hazlewood het nummer ‘Southern Lady,’ dat werd vertolkt door Rita Coolidge.

Na zijn jarenlange successen in de hitlijsten richtte Hazlewood zich eind jaren tachtig op de theaterwereld.

Hij verwierf de rechten van de roman Mr. Pye van Mervyn Peake en bewerkte het boek in samenwerking met de Amerikaans-Britse componist Howard Lee Sloan tot een muziektheatervoorstelling.

Een opmerkelijk hoofdstuk in zijn carrière is de onverwachte link met de Britse band Radiohead.

Hazlewood en Hammond worden namelijk officieel vermeld als medeauteurs van de wereldhit ‘Creep’ uit 1992.

Dit was het resultaat van een rechtszaak wegens plagiaat, omdat Radiohead de akkoordprogressie en de melodie van de brug uit ‘The Air That I Breathe’ had overgenomen.

Het leven van de getalenteerde tekstschrijver kwam abrupt tot een einde in 2001.

Tijdens een vakantie in het Italiaanse Florence werd Mike Hazlewood getroffen door een hartaanval.

Hij werd slechts 59 jaar oud.

Vandaag 40 jaar geleden, Michael Jackson en Pepsi-Cola, een bruisende combinatie

In mei 1986 tekende Michael Jackson een historisch contract met Pepsi, waarbij bronnen variëren tussen 5 mei voor de formele ondertekening en 6 mei voor de grootschalige bekendmaking tijdens een persconferentie in New York.

Gehuld in een zwart paillettenjasje presenteerde de zanger zich aan de wereldpers om de grootste individuele sponsordeal uit de geschiedenis van de reclamewereld te bevestigen.

De overeenkomst had een waarde van ongeveer 15 miljoen dollar en vormde een vervolg op het eerdere succes van de campagne uit 1984.

Het contract verplichtte de zanger om in drie commercials te verschijnen en legde vast dat Pepsi de hoofdsponsor zou worden van zijn komende wereldtournee, de Bad World Tour.

Een opvallend detail aan deze samenwerking was dat Michael Jackson de frisdrank in de reclamespotjes nooit daadwerkelijk hoefde te drinken of vast te houden.

De focus lag volledig op zijn artistieke imago en zijn dansstijl om het merk te profileren onder de slogan the choice of a new generation.

De tournee die door dit contract werd ondersteund, de Bad World Tour, ging van start op 12 september 1987 in Tokio en eindigde op 27 januari 1989 in Los Angeles.

Het was de eerste solotournee van Michael Jackson en werd een fenomenaal succes.

De tour omvatte 123 concerten verspreid over 15 landen op 4 continenten. In totaal trok de tournee ongeveer 4,4 miljoen fans aan, wat leidde tot een recordopbrengst van circa 125 miljoen dollar.

Hiermee werd het de best verdienende en drukst bezochte tournee van de jaren 80.

Een bijzonder feit is dat Michael tijdens deze tournee een reeks van zeven uitverkochte concerten gaf in het Wembley Stadium in Londen, waar hij in totaal voor 504.000 mensen optrad.

Dit leverde hem een vermelding op in het Guinness World Records. Ook doneerde hij aanzienlijke delen van de opbrengst aan diverse goede doelen, waaronder ziekenhuizen en weeshuizen.

Wat betreft de catering en de exclusiviteit tijdens de optredens was de invloed van de sponsor zeer merkbaar.

Als onderdeel van de overeenkomst had Pepsi de exclusieve rechten, wat betekende dat op de concertterreinen en in de VIP-ruimtes alleen Pepsi-producten verkrijgbaar waren.

Concurrenten zoals Coca-Cola waren volledig verbannen uit het zicht van het publiek en de media rondom de tourlocaties.

Bezoekers konden tijdens de concerten dan ook alleen cola van het merk Pepsi nuttigen.

Hoewel de eerdere samenwerking in 1984 werd overschaduwd door een ernstig ongeval waarbij het haar van de zanger vlam vatte tijdens opnames, markeerde de nieuwe deal uit 1986 een periode van ongekende commerciële macht.

De resulterende reclamespots, waarin Michael vaak samen met jonge dansers te zien was, werden wereldwijd iconisch.

Hiermee werd de basis gelegd voor een van de meest invloedrijke partnerschappen tussen de muziekindustrie en het bedrijfsleven

45 jaar geleden, Frank Duval met zijn hit Angel Of Mine.

Frank Duval werd geboren als Frank Uwe Patz op 22 november 1940 in Berlijn en groeide op in een artistiek milieu, waarbij hij aanvankelijk een opleiding volgde als acteur en danser.

Al snel verschoof zijn focus echter naar de muziek, waarbij hij een kenmerkende stijl ontwikkelde die het midden houdt tussen pop, klassiek en atmosferische elektronische muziek.

Zijn grote doorbraak bij het brede publiek kwam voort uit zijn nauwe samenwerking met de Duitse televisie.

Duval componeerde de muziek voor populaire krimiseries zoals Derrick en Der Alte.

Het was binnen deze context dat zijn grootste hit, “Angel of Mine”, in 1980 het levenslicht zag. Een opvallend detail is dat hij het nummer eigenlijk niet zelf wilde inzingen.

De sessiezangeres die hiervoor was gevraagd, kwam echter niet opdagen, waardoor Duval besloot de vocalen zelf maar voor zijn rekening te nemen.

Het nummer werd een enorm succes in de Lage Landen. In Nederland bereikte de single de eerste plaats in de Top 40, terwijl het nummer in Vlaanderen de tweede plaats behaalde in de BRT Top 30.

Hoewel Angel of Mine bij ons zijn enige grote hit bleef, scoorde hij onder de naam Frank en Kalina in maart 1986 nog een hit met “It Was Love”, een nummer dat hij opnieuw voor de krimiserie schreef.

Deze single was op donderdag 6 maart 1986 TROS Paradeplaat op Radio 3 en bereikte uiteindelijk de vierentwintigste plaats in de Top 40.

Gedurende zijn carrière werkte Duval vaak samen met zijn vrouw, Kalina Maloyer, die de teksten voor veel van zijn liedjes schreef.

Samen creëerden ze een omvangrijk oeuvre dat bekendstaat om de diepe emotionele lading en filmische kwaliteit.

Zijn werk was onlosmakelijk verbonden met de gezichten van de serie Derrick.

Horst Tappert, die bijna 25 jaar lang de stugge detective speelde, kwam te overlijden op 13 december 2008.

Ook zijn collega in de reeks, Fritz Wepper, is inmiddels overleden op 25 maart 2024.

Hoewel het commerciële succes in de hitlijsten na de jaren tachtig afnam, bleef Duval gerespecteerd als een vakman die complexe synthesizerarrangementen wist te combineren met toegankelijke melodieën.

Naast zijn werk voor televisie en zijn solocarrière heeft Duval zich ook beziggehouden met maatschappelijke projecten.

Zo richtte hij de Frank Duval Foundation op, die zich inzet voor kansarme kinderen in India.

Tegenwoordig leidt de 85-jarige componist een teruggetrokken leven op het Spaanse eiland Palma de Mallorca, waar hij nog steeds betrokken is bij diverse kunstvormen, waaronder schilderkunst en digitale media.