Vandaag precies 35 jaar geleden namen we afscheid van Roy Black: een blik op zijn bewogen leven en tijdloze muziek

Gerhard Höllerich zag op 25 januari 1943 het levenslicht met één grote droom: popartiest worden.

Amper achttien was hij toen hij zijn eerste muzikale stappen zette bij The Honky Tonks. Zijn diepzwarte haren en zijn grote bewondering voor Roy Orbison leverden hem al snel zijn bekende artiestennaam op: Roy Black.

Twee jaar later stampte hij zijn eigen band Roy Black and his Cannons uit de grond, wat leidde tot een ontmoeting met producer Hans Bertram.

De start in 1964 verliep niet meteen van een leien dakje, want zijn eerste singles ‘Sweet Baby mein’ en ‘Darling my Love’ kregen nauwelijks aandacht.

Maar met zijn derde poging, ‘Du bist nicht allein’, schoot hij pal in de roos.

Het was het begin van een waanzinnige succesperiode: tot 1969 belandden al zijn singles in de top 10, en maar liefst zes ervan stootten door naar nummer één.

Tussendoor dook hij ook regelmatig op in populaire bioscoopfilms.

In 1971 scoorde hij een enorme internationale voltreffer met het aanstekelijke duet ‘Schön ist es auf der Welt zu sein’, aan de zijde van de toen tienjarige Noorse Anita Hegerland (die van 1987 tot en met 1991 getrouwd was met Mike Oldfield; samen kregen ze twee kinderen).

Daarna keerde het tij. De hits bleven uit en Roy belandde in een diep dal, waarbij vooral zijn privéproblemen en een aanslepende strijd tegen alcohol en pillen de pers haalden.

Toch gaf hij niet op. In 1985 maakte hij een knappe comeback met het nummer ‘Mona’, en vanaf 1989 sloot het publiek hem opnieuw massaal in de armen dankzij zijn rol in de kijkcijferhit Ein Schloß am Wörthersee.

Het herwonnen geluk bleek helaas van korte duur. Op 9 oktober 1991 sloeg het noodlot toe: Roy overleed plots aan een hartinfarct, nauwelijks een maand na de geboorte van zijn dochtertje Nathalie.

Zijn bewogen levensverhaal inspireerde nadien verschillende boeken en leidde tot de film ‘Du bist nicht allein, Die Roy Black Story’, waarin niemand minder dan Christoph Waltz in de huid van de zanger kroop.

Voor mij persoonlijk blijft ‘Du bist nicht allein’ een van de absolute hoogtepunten uit de Duitse popgeschiedenis. Kunnen jullie mij daarin volgen?

30 jaar geleden, wat verdienen de sterren van Hollywood

De honoraria liepen dertig jaar geleden al duchtig de spuigaten uit, maar wat staken de grote sterren van Hollywood in die tijd nu eigenlijk in hun zak?

Het bleef toen al een heerlijk tijdverdrijf: even binnengluren in de portefeuille van de groten der aarde.

Destijds, midden jaren negentig, werd er volop gefluisterd over de duizelingwekkende inkomsten over het jaar 1995, en het loonde zeker de moeite om die toenmalige loonbrieven eens van naderbij te bekijken.

Aan de top van die rangschikking stonden toen Steven Spielberg, die 150 miljoen dollar (circa 131,3 miljoen euro) binnenhaalde, en Oprah Winfrey, die afklokte op 171 miljoen dollar, zowat 149,7 miljoen euro.

Michael Jackson haalde in datzelfde jaar vlot 90 miljoen dollar binnen, goed voor ongeveer 78,8 miljoen euro.

Het was destijds al een hele poos haasje-over spelen tussen Oprah Winfrey en Steven Spielberg.

Oprah wist Steven dat jaar dan ook vlotjes van de eerste stek te wippen.

Zij mocht op haar belastingbrief over 1995 een bruto-inkomen van 171 miljoen dollar invullen, zowat 149,7 miljoen euro.

Dat was maar liefst 21 miljoen dollar, of circa 18,4 miljoen euro, meer dan Spielberg, die het jaar voordien nog met de kroon was gaan lopen.

Op de derde plaats stonden The Beatles, die dankzij een reeks heruitgaven en heropgevist oud materiaal zomaar even 130 miljoen dollar, circa 113,8 miljoen euro, wisten op te strijken.

De rest van de toenmalige top tien mocht er evenzeer wezen: Michael Jackson ving 90 miljoen dollar (ongeveer 78,8 miljoen euro), The Rolling Stones haalden 77 miljoen dollar (omgerekend 67,4 miljoen euro) op en The Eagles deden het haast even goed met 75 miljoen dollar, oftewel 65,6 miljoen euro.

Arnold Schwarzenegger en goochelaar David Copperfield klokten beiden af op 74 miljoen dollar, wat neerkwam op 64,8 miljoen euro.

Jim Carrey streek 63 miljoen dollar (ongeveer 55,1 miljoen euro) op, terwijl auteur en scenarioschrijver Michael Crichton, de man achter kaskrakers als Jurassic Park en de hitserie E.R., de tiende plek deelde met komiek Jerry Seinfeld, elk goed voor 59 miljoen dollar of circa 51,6 miljoen euro.

Ook elders vielen er toen aardige bedragen te rapen: de heren van R.E.M. verdienden in een jaar tijd 44 miljoen dollar (zo’n 38,5 miljoen euro) en tekenden bovendien een kersvers platencontract van 80 miljoen dollar, oftewel 70 miljoen euro.

Zelfs met stevige metal viel er toen goud te scheppen, want zowel Kiss met 35 miljoen dollar (circa 30,6 miljoen euro) als Metallica met 28 miljoen dollar (ongeveer 24,5 miljoen euro) beleefden een bijzonder lucratief jaar.

De grootste verrassing zat hem op de zestiende plaats, waar het illusionistenduo Siegfried & Roy met hun vertrouwde witte tijgers toch weer eventjes 48 miljoen dollar, goed voor 42 miljoen euro, bijeen wist te sprokkelen.

Waarnemers trokken toen al aan de alarmbel: de vergoedingen rezen werkelijk de pan uit.

Waar vijf miljoen dollar (een slordige 4,38 miljoen euro) kort daarvoor nog gold als een vorstelijke gage voor een hoofdrol, kwamen de grote kleppers hun bed al niet meer uit voor minder dan twintig miljoen dollar, zowat 17,5 miljoen euro.

Op het kleine scherm bleven de gages op het eerste gezicht wat bescheidener, al mochten de wekelijkse bedragen er absoluut zijn.

Heather Locklear zag voor elke aflevering van Melrose Place 100.000 dollar op haar rekening verschijnen, goed voor 87.500 euro, terwijl Teri Hatcher in Lois & Clark 75.000 dollar per episode incasseerde, oftewel 65.600 euro.

Dat leek al een aardige stuiver, maar Ted Danson streek in het slotseizoen van Cheers zowaar een half miljoen dollar per aflevering op, zo’n 438.000 euro.

Daarmee deed hij zelfs beter dan Kelsey Grammer, die voor een weekje draaien aan Frasier 250.000 dollar (circa 219.000 euro) opstreek.

De absolute uitschieter was Roseanne Barr, die per aflevering van haar sitcom 600.000 dollar (ongeveer 525.000 euro) mocht noteren.

Dat was overigens nog klein bier vergeleken met haar aandeel in de winst van de reeks.

Ook David Hasselhoff wist de kassa op die manier flink te laten rinkelen.

Als acteur kreeg hij net zoals Pamela Anderson een standaardvergoeding van 60.000 dollar per aflevering, pakweg 52.500 euro, maar als uitvoerend producent mocht hij jaarlijks ettelijke tientallen miljoenen dollars in zijn rode zwembroek proppen.

Restte natuurlijk de vraag wanneer men opslag mocht vragen en wanneer men zich beter gedeisd hield.

Een insider uit Hollywood gaf destijds al de gouden raad mee: wie ook maar enigszins vervangbaar was, zweeg maar beter over loonsverhoging, hoe vlot de serie ook liep.

Actrice Suzanne Somers had die les aan den lijve ondervonden.

Toen zij voor de populaire sitcom Three’s Company een verdrievoudiging van haar wedde én tien procent van de winst eiste, werd haar personage prompt uit het script geschreven.

Ze vertrok in de volgende aflevering halsoverkop om voor haar zieke moeder te zorgen, en kwatongen beweerden toen schertsend dat ze daar nog altijd aan het bed zat te waken.

Als we die cijfers uit 1996 nu vergelijken met de situatie van vandaag, valt pas op hoe ontzettend hard het Hollywood-landschap geëxplodeerd is.

Wat destijds als onwaarschijnlijk royale jaarinkomens werd gezien, bleek achteraf slechts het begin te zijn van gigantische miljardenfortuinen en een heel nieuwe economie rond streaming en rechten.

Steven Spielberg en Oprah Winfrey voeren ook vandaag nog de lijstjes aan, al spreken we bij hen niet langer over tientallen miljoenen op jaarbasis, maar over miljardenvermogens.

Waar Spielberg in 1995 nog 150 miljoen dollar opstreek, bezit hij nu een vermogen van meer dan zeven miljard dollar, mede dankzij een percentage op elk verkocht pretparkticket bij Universal Studios dat hij al die jaren bleef innen.

Oprah Winfrey liet haar jaarlijkse gage van 171 miljoen dollar achter zich door een eigen media-imperium uit te bouwen, waardoor haar totale bezit nu op meer dan drie miljard dollar geraamd wordt.

In de muziekwereld is de vergelijking even treffend.

Michael Jackson, die toen 90 miljoen dollar binnenhaalde, overleed in 2009, maar zijn nalatenschap boert vandaag zakelijk gezien nog steviger dan tijdens zijn hoogdagen dankzij streaming, een Broadway-musical en monsterdeals voor zijn rechten.

The Rolling Stones en de overgebleven leden van The Eagles en The Beatles trekken nog altijd moeiteloos langs uitverkochte stadions, waar tegenwoordig met één enkele wereldtournee vlot meer dan honderd miljoen dollar omgezet wordt.

Hardrockbands als Metallica en Kiss zagen hun miljoenen van 1995 verbleken bij de hedendaagse inkomsten uit wereldwijde merchandising en tournees, waarbij Kiss zijn voltallige catalogus en merknaam recent zelfs voor honderden miljoenen van de hand deed.

Bij de acteurs en komieken wisten Jerry Seinfeld en Arnold Schwarzenegger, die toen respectievelijk 59 en 74 miljoen dollar verdienden, de sprong te maken naar het kransje van de officiële miljardairs.

Seinfeld deed dat door de rechten op zijn serie decennialang te blijven verzilveren, met streamingdeals die de toenmalige miljoenen in de schaduw stelden.

Schwarzenegger deed hetzelfde door zijn toenmalige filmgages slim in vastgoed en bedrijven te pompen, waardoor hij vandaag als investeerder veel meer overhoudt dan hij indertijd op een filmset kon opstrijken.

David Copperfield wist zijn 74 miljoen dollar van weleer om te zetten in een reusachtig resort- en vastgoedbezit en staat nog steeds in Las Vegas voor uitverkochte zalen.

Het contrast met het verleden is het meest merkbaar in de televisiewereld.

De halve miljoen dollar van Ted Danson en de zeshonderdduizend dollar van Roseanne Barr per aflevering deden destijds monden openvallen.

Later werd die lat echter verlegd naar één miljoen dollar per aflevering voor de casts van Friends en The Big Bang Theory, en vandaag tellen streamingdiensten als Netflix, Walt Disney, Prime en Apple TV+ voor prestigieuze miniseries zonder verpinken één tot twee miljoen dollar per enkele aflevering neer voor een hoofdrolspeler.

Het grote verschil met toen is wel dat de gulle, levenslange royalty’s bij klassieke herhalingen op televisie, waar de sterren uit 1996 decennia op konden teren, door het streamingmodel bijna volledig zijn weggevallen.

45 jaar geleden, Jan Puimège met zijn hit Vrienden Van Het Laatste Glas.

Jan Puimège werd ontdekt in een uitzending van het BRT-programma Ontdek de ster in 1975, in de Koningin Elisabethzaal te Antwerpen, waarbij een vriend hem had ingeschreven.

In 1976 won hij de Grote Prijs Will Ferdy.

Puimèges liedjes hadden een zachte, poëtische inslag en werden met heldere articulatie gezongen.

Soms bevatten ze ook milde maatschappijkritiek.

Na amper zeven jaar carrière overleed hij op 22 mei 1982, op 26-jarige leeftijd, onverwacht aan een hartaanval toen hij in bad zat, vlak voordat zijn derde album op de markt kwam.

Diverse collega’s organiseerden een postume hulde aan Puimège op het album Jan Puimège (1983).

Onder anderen Wim De Craene, Will Ferdy, Zjef Vanuytsel en Ed Kooyman brachten op het album enkele van Puimèges nieuwe liedjes ten gehore die hijzelf nooit meer had kunnen opnemen.

Er is ook een prijs vernoemd naar de zanger: de Prijs Jan Puimège, die door onder meer Mira en De Nihilisten gewonnen is.

In de gemeente Wommelgem bij Antwerpen bracht Jan Puimège een groot deel van zijn jeugd door.

Hier werd als aandenken aan de zanger een culturele kring opgericht onder de naam Kulturele Kring Jan Puimège.

Folkmuzikant en -zanger Dirk Van Esbroeck was een neef van Puimège.

Het album Dead Ringer van Meat Loaf en Jim Steinman, dat 45 jaar geleden verscheen

Doordat Meat Loaf zijn stem kwijt was door een combinatie van drugs, oververmoeidheid en een intensieve tournee, duurde het tot september 1981 voordat zijn tweede studioalbum Dead Ringer verscheen.

Net als bij het debuutalbum Bat out of Hell uit 1977 zijn alle nummers van het album geschreven door Jim Steinman.

Het album werd geproduceerd door Meat Loaf en Stephan Galfas, samen met Jimmy Iovine en Jim Steinman, met uitzondering van drie nummers.

Ondanks de bewuste poging om het album te voorzien van hetzelfde succesvolle recept als het debuut, viel het resultaat artistiek gezien tegen, en dat lag vooral aan de stem van Meat Loaf.

Als je eerst naar Bat out of Hell luistert en daarna naar Dead Ringer, dan lijkt het wel of je naar een compleet andere zanger zit te luisteren.

Van dit album kwamen vier singles uit: ‘Dead Ringer For Love’ (waaraan zangeres Cher haar muzikale medewerking verleende, hoewel zij vreemd genoeg niet op de hoes van de single vermeld stond), ‘I’m Gonna Love Her For Both Of Us’, ‘Read ‘Em And Weep’ en ‘Peel Out’.

Voor de videoclip van ‘Dead Ringer For Love’, waarin Meat Loaf samen met Cher te zien is, werd de regie verzorgd door Allan F. Nicholls.

Bij de release werd het album gemengd tot teleurstellend ontvangen door critici, die vonden dat het de ongekende genialiteit en de kenmerkende productie van Todd Rundgren miste die het debuutalbum zo sterk maakten.

Commercieel deed het album het in Groot-Brittannië uitstekend, waar het de eerste plaats in de hitlijsten bereikte, maar in de rest van Europa en Noord-Amerika waren zowel de singles als het album grotendeels een commerciële flop.

Jim Steinman bekende jaren later dat hij ook niet tevreden was over het album, en dit kwam opnieuw vooral door de vocale beperkingen en de stemproblemen van Meat Loaf destijds.

Het zou dan ook jaren duren voor een nieuwe samenwerking tussen beide heren, tot we in 1993 eindelijk een waardig vervolg kregen op Bat out of Hell, dat dan ook toepasselijk de titel Bat out of Hell 2 meekreeg.

45 jaar geleden, ex-Mud Rob Davis speelt nu bij Darts

Eind september 1981 was Rob Davis allang geen tieneridool meer. Jaren eerder vormde hij samen met zanger Les Gray het vertrouwde uithangbord van Mud, een band die zowel bij ons in Vlaanderen als in Nederland over de koppen liep.

Dagelijks kreeg Rob zakken vol liefdesbrieven en rustig over straat lopen zat er destijds echt niet meer in.

Die gigantische roem bleef echter niet duren. De hits droogden op, het aantal optredens slonk en ook binnen de groep begon het te wringen.

De vanzelfsprekende chemie tussen Les Gray en drummer Dave Mount verdween.

Les trok het schrijven van singles en covers steeds meer naar zich toe, vaak met B-kantjes die maar weinig voorstelden.

Daardoor groeiden Rob en Les stilaan uit elkaar, tot ze eigenlijk gewoon zaten te wachten op het definitieve einde van de groep.

Na hun laatste hit begonnen Rob Davis en bassist Ray Stiles zich stilaan los te wrikken.

Ze zagen het niet meer zitten en hun muzikale voorkeur verschoof naar oudere soulgroepen en opkomende Amerikaanse westcoastbands zoals The Doobie Brothers en Eagles.

Achteraf bekeken werd Mud toen al een heel andere richting uitgeduwd, zonder dat ze het zelf goed en wel beseften.

Toch bleven ze nog enige tijd samen optreden. Er liepen namelijk nog buitenlandse aanbiedingen binnen, al voelde dat vaak als overleven op korte termijn en gebeurde het lang niet altijd met volle goesting.

In 1978 viel dan toch het doek. Het allerlaatste optreden vond plaats in een afgelegen dorpje.

Muzikaal ging het nog wel, maar de sfeer zat helemaal onder het vriespunt en het plezier was definitief weg. Iedereen voelde dat het verhaal geschreven was.

Dave Mount was kort voor dat einde al opgestapt, waarna Rob een tijdje de kost verdiende met studiowerk en het geven van gitaarles.

Ondertussen stampte Les Gray met verse muzikanten een vernieuwde versie van Mud uit de grond.

De vriendschap bleef wel overeind: Rob hielp Les af en toe nog in de studio, al zag hij hem minder vaak, en hij hield ook geregeld contact met Dave, die op dat moment zonder werk zat.

In 1980 belandde Rob bij de Britse doo-wop- en rock-‘n-rollformatie Darts.

Eerst viel hij even in voor de vertrekkende gitarist George Currie, om wat later een vast bandlid te worden.

Hij zou er zo’n twee jaar blijven, tot in 1982.

Zijn uitstraling was intussen een pak nuchterder dan tijdens de wilde Mud-jaren. Grote hits scoorde Darts in die periode amper, maar aan optredens was er geen gebrek: van intieme clubs en kleine zalen tot verre buitenlandse reizen naar Thailand, Korea en Japan.

Bij Mud was het succes vroeger vooral beperkt gebleven tot Engeland, Duitsland en de Benelux.

Rob vond het achteraf gezien best jammer dat ze met Mud nooit die kleinere, directe concerten hadden gespeeld, maar bij Darts kon dat gelukkig wel.

Een echt idool wilde hij sowieso nooit zijn. De muziek primeerde altijd. Die uitzinnige adoratie van vroeger hoefde voor hem niet eens en had hij ook nooit gevraagd.

Op zijn tijd bij Mud keek hij intussen met een heel nuchtere blik terug.

Bij Darts zat hij weer helemaal op zijn plek: omringd door jongere muzikanten, een goedgevulde agenda en elk optreden dat aanvoelde als een echt feestje.

Eind september 1981 liet hij dan ook weten dat hij voorlopig bij Darts bleef. Hij amuseerde zich rot, net zoals de rest van de bende.

De groep had werk en dat was voor hem het allerbelangrijkste.

Hij prees zich gelukkig dat hij opnieuw deel uitmaakte van een band die hem op handen droeg en respecteerde.

Na zijn periode bij Darts gooide Rob Davis het over een heel andere boeg en legde hij zich volledig toe op het schrijven van pop- en dancehits en het studiowerk achter de knoppen.

Dat bleek een schot in de roos: samen met Cathy Dennis pende hij later gigantische wereldhits neer voor Kylie Minogue, waaronder Can’t Get You Out of My Head en Come Into My World.

Ook de andere Mud-leden kenden elk hun eigen verhaal.

Les Gray blies Mud in de jaren tachtig nieuw leven in met een verjongde bezetting.

Zeker in Vlaanderen, Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk was hij een graag geziene gast op nostalgiefestivals en dook hij geregeld op in televisieprogramma’s.

Hij overleed op 21 februari 2004 in een Portugees ziekenhuis aan de gevolgen van keelkanker en een daaropvolgende hartaanval.

Bassist Ray Stiles sloot zich vanaf de jaren tachtig aan bij The Hollies en bleef in de groep tot 20 augustus 2026. Toen de twee kernleden, gitarist Tony Hicks (80) en drummer Bobby Elliott (84), besloten om met pensioen te gaan

Samen met twee nieuwe bandleden treedt hij met de andere muzikanten nog altijd geregeld op onder de naam Mud.

Vier jaar geleden stonden ze trouwens nog gewoon bij ons op het podium in Oudenaarde.

Met drummer Dave Mount liep het helaas heel wat minder goed af. Hij trok zich volledig terug uit de muziekwereld en overleed op 2 december 2006 in het ziekenhuis, na een zelfmoordpoging.

Vandaag, 45 jaar geleden, Grace Jones te gast in de Brusselse discotheek Mirano.

De Mirano in Brussel is een legendarische plek die een rijke geschiedenis ademt.

Het begon allemaal in 1934, toen het pand aan de Leuvensesteenweg in Sint-Joost-ten-Node de deuren opende als bioscoop Ciné Mirano.

Na jarenlang dienst te hebben gedaan als filmzaal sloot de bioscoop eind jaren zeventig, waarna het gebouw in 1981 werd omgevormd tot de discotheek Mirano Continental.

De officiële opening van de Mirano Continental vond plaats op donderdag 19 maart 1981.

De club was van meet af aan bedoeld als de Brusselse tegenhanger van de beroemde New Yorkse Studio 54 en het Parijse Le Palace.

Deze eerste avond werd bijgewoond door tal van prominenten, waaronder de Franse presentator Thierry Ardisson als een van de eregasten.

Niemand minder dan de extravagante Grace Jones verzorgde een optreden en arriveerde op spectaculaire wijze in een witte limousine.

Zij bleef een graag geziene gast in de club, want op 4 oktober 1981 bracht ze een tweede bezoek aan de Mirano na haar optreden in de Ancienne Belgique.

De Mirano werd al snel de plek waar de internationale jetset en mode-elite elkaar ontmoetten.

Grote namen uit de modewereld, waaronder de bekende Antwerpse Zes, gebruikten de club als podium voor hun avant-gardistische shows.

In de hoogtijdagen was het een smeltkroes van kunstenaars, modellen en muzikanten, wat de club een aura van exclusiviteit en creativiteit gaf.

Een van de meest unieke technische snufjes is de draaiende dansvloer.

Dit overblijfsel uit het cinematijdperk werd behouden en gemoderniseerd, waardoor het nog steeds een van de centrale attracties van de zaal is.

Ook de majestueuze entree in de vorm van een trechter en het interieur vol goud- en zwartaccenten dragen bij aan de theatrale sfeer die zo typerend is voor deze locatie.

Tegenwoordig bestaat de Mirano nog steeds, al heeft het een bewogen periode achter de rug.

Na een sluiting in 2017 onderging het gebouw een grondige renovatie, waarbij geprobeerd is om de pracht en praal van de jaren dertig weer terug te brengen.

Sinds de heropening in 2019 functioneert de Mirano niet alleen als discotheek op vrijdag- en zaterdagavond met een focus op electro- en urbanmuziek, maar doet het ook dienst als polyvalente evenementenlocatie en cultureel centrum.

Het wordt nu geëxploiteerd door de groep Art Blanc en is nog steeds een van de meest beeldbepalende plekken in het Brusselse nachtleven voor zowel clubavonden als bedrijfsfeesten en artistieke presentaties.

Grace Jones komt

Jean Marais: het bewogen leven van een Franse legende en zijn ‘On oublie tout, on oublie rien’

De Franse acteur Jean Marais, geboren als Jean Alfred Villain-Marais en door intimi liefkozend Jeannot genoemd, kende een bewogen weg naar de top.

Zijn kinderjaren waren verre van eenvoudig.

Toen hij werd geboren, weigerde zijn moeder hem te zien, omdat haar dochtertje pas enkele dagen daarvoor was overleden.

Toen zijn vader terugkeerde uit het leger was Jean vijf jaar oud, maar niet veel later bracht zijn moeder de drie kinderen onder bij hun grootmoeder, waar ze zonder vader opgroeiden.

Al van jongs af aan droomde Jean van het acteurschap, ondanks het gebrek aan steun van zijn familie en twee afwijzingen door de toneelschool.

Nadat hij van school werd gestuurd omdat hij verkleed als meisje zijn vrienden vermaakte en met een leraar flirtte, ging hij aan de slag als assistent van een fotograaf.

Zo kon hij acteerlessen bekostigen bij de grote regisseur Charles Dullin.

Om rond te komen nam hij vermoeiende figurantenrolletjes aan voor tien frank per dag, maar hij was zielsgelukkig om eindelijk in de theaterwereld te staan.

In het begin viel hij vooral op door zijn aantrekkelijke uiterlijk en innemende persoonlijkheid, maar al snel ontwikkelde hij zich tot een veelzijdig en gerespecteerd acteur.

Zijn levenslange passie voor schilderen leverde hem zijn eerste filmkans op: regisseur Marcel L’Herbier kocht in 1933 een van Jeans doeken en gaf hem meteen een paar kleine filmrollen.

Het echte keerpunt kwam toen hij op zijn vierentwintigste de dichter en cineast Jean Cocteau ontmoette.

Cocteau lanceerde Marais’ carrière met rollen in onder meer ‘Oedipe-Roi’ en ‘Les Chevaliers de La Table Ronde’.

De ontmoeting voelde voor Marais als een wedergeboorte. Cocteau werd een vaderfiguur, mentor en levenspartner, en de twee bleven onafscheidelijk tot Cocteaus dood, vijfentwintig jaar later.

Samen boekten ze enorme successen, zoals met de film ‘L’Éternel retour’ en klassiekers als ‘La belle et la bête’ uit 1946, waarin Marais op meesterlijke wijze zowel het beest als de prins vertolkte, en ‘Orphée’ uit 1949.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef hij optreden in het bezette Parijs, maar na de bevrijding in 1944 meldde hij zich bij de Tweede Franse Pantserdivisie.

Als vrachtwagenchauffeur bracht hij brandstof en munitie naar het front, een moedige inzet die hem het Croix de guerre opleverde.

Na de oorlog groeide Marais uit tot een internationaal tieneridool en een icoon van de Franse cinema en het theater.

Hij schitterde in romantische drama’s, komedies en vooral spannende mantel-en-degenfilms.

In de jaren zestig boekte hij opnieuw enorm veel succes in de populaire Fantômas-reeks, waarin hij zowel de geheimzinnige schurk met het blauwe masker speelde als journalist Fandor, tegenover komiek Louis de Funès.

Ook op muzikaal vlak liet de veelzijdige artiest van zich horen.

Zo bracht hij in 1988 op het label Franceval het nummer On oublie tout, on oublie rien uit.

De tekst werd geschreven door Gilbert Sinoué en François Valéry, die tevens de muziek componeerde.

Het nummer is een weemoedige bespiegeling over nostalgie, de vergankelijkheid van de tijd en de manier waarop herinneringen en muziek verbonden blijven met iemands levensverhaal.

De tekst beschrijft hoe men door de jaren heen bepaalde details uit het verleden lijkt te vergeten, maar dat de diepere emoties, de gezichten van vrienden, de liefdes en de mooie momenten onuitwisbaar in het geheugen bewaard blijven.

Marais bracht het nummer destijds onder de aandacht via optredens in Franse televisieprogramma’s, waaronder het populaire La Classe.

Voor zijn indrukwekkende oeuvre ontving hij in 1993 een ere-César en in 1996 het Franse Legioen van Eer.

Datzelfde jaar speelde hij zijn laatste filmrol in ‘Io ballo da sola’ van Bernardo Bertolucci.

De veelzijdige kunstenaar Jean Marais overleed op 8 november 1998 in Cannes aan een hartaanval en liet een rijke erfenis aan film, theater, schilderkunst en beeldhouwwerken na.

Koude eenzaamheid in een hotelkamer: het verhaal achter ‘Stranger in Moscow’ van Michael Jackson

Michael Jackson pende ‘Stranger in Moscow’ helemaal zelf neer in september 1993, op een hotelkamer in Moskou tijdens zijn Dangerous World Tour.

Het nummer ademt een diepe eenzaamheid, isolatie, paranoia en een gevoel van totale vervreemding van de buitenwereld. Jackson zat toen net midden in een zware persoonlijke crisis door de allereerste publieke beschuldigingen van kindermisbruik.

Door de niet-aflatende heksenjacht van de media voelde hij zich buiten zijn kamer voortdurend belaagd en als het ware opgesloten.

Het nummer belandde op het album HIStory: Past, Present and Future, Book I uit 1995.

Je vindt het terug als zesde nummer op het tweede schijfje, het deel met nagelnieuw studiowerk.

In het najaar van 1996 werd het nummer uiteindelijk ook gelanceerd als de vijfde en meteen laatste single van dat dubbelalbum.

In Vlaanderen bereikte de single de zesentwintigste plaats in de BRT Top 30. In Nederland deed het nummer het een stuk beter en schopte het tot de negende plek in de Top 40.

Muzikaal geldt de track als een van zijn meest bejubelde en weemoedige ballads.

Zachte synthesizers vloeien er naadloos samen met een ritmische beatbox die Jackson zelf inzong. Helemaal op het einde hoor je een flard van een Russische stem: een sample van een KGB-ondervrager, ingesproken door Ed Wiesnieski.

Naar het einde toe hoor je ook de bekende passage waarin hij zich luidop afvraagt hoe het voelt wanneer je verkleumd bent en niemand nog naar je omkijkt.

Een fijn weetje brengt ons bij de videogame Sonic the Hedgehog 3 uit 1994.

Jackson werkte destijds achter de schermen mee aan de soundtrack.

Hoewel zijn naam nooit officieel op de aftiteling verscheen, vertonen zowel de muziek van de aftiteling als die van het level IceCap Zone treffende harmonische gelijkenissen met het akkoordenschema van ‘Stranger in Moscow’.

De videoclip, ingeblikt door regisseur Nick Brandt, sluit perfect aan bij die beklemmende sfeer.

Hoewel het decor een kille, grauwe Russische stad suggereert, vonden de opnames gewoon plaats in Los Angeles.

De clip werd integraal in zwart-wit gedraaid en trekt voluit de kaart van extreme slow motion.

Terwijl Jackson in een lange, donkere jas door de straten zwerft, passeren verschillende eenzame zielen in alledaagse taferelen de revue, zoals een man die naar duiven tuurt of een tiener die in zijn eentje staat te basketballen.

Naar het einde toe barst er een kletterende regenbui los.

Zowel de neervallende druppels als de reacties van de voorbijgangers worden sterk vertraagd weergegeven, wat de melancholie en het gevoel van afzondering nog tastbaarder maakt.

Liever op eigen tempo: Everything but the Girl veertig jaar geleden met ‘Baby, The Stars Shine Bright’

Veertig jaar geleden kozen Everything but the Girl met hun derde album ‘Baby, The Stars Shine Bright’ en de knappe single ‘Come on Home’ voor een rustiger koers.

Tijdens de persvoorstelling van het album praatten ze nuchter over de aandacht die ze kregen.

Ze lachten dan ook hartelijk om het idee dat ze ooit op één zouden belanden en gaven meteen toe dat ze het op de hitparade nooit van Madonna zouden winnen.

Muzikaal sloegen ze met hun nieuwe album een heel andere weg in dan de sobere, jazzy indie van hun debuut ‘Eden’ of het maatschappijkritische ‘Love Not Money’.

Ze gingen voluit voor weidse, filmische ballades met een stevige fifties- en sixties-orkestratie: een weelderige strijkerssectie en een knipoog naar Dusty Springfield.

Dat strookte totaal niet met de synthetische sound die de hitlijsten in 1986 domineerde.

Het album bleef destijds dan ook een beetje onder de radar hangen, en recensenten liepen er niet bepaald wild van.

Pas jaren later kwam de kentering: de gewaagde productie en de ironische teksten, zoals in ‘Sugar Finney’, kregen alsnog de lof die ze verdienden. Vandaag geldt ook ‘Cross My Heart’ terecht als een echte klassieker van het duo.

Kort daarvoor waren ze in 1986 voor het eerst naar Amerika getrokken.

Veel potten hadden ze daar niet gebroken, maar ze voelden dat ze stilaan hun eigen stek in de muziekwereld vonden.

Ze wilden vooral op hun eigen tempo groeien; overweldigend succes hoefde er voor hen niet van vandaag op morgen te zijn.

Ben maakte tijdens de persvoorstelling een subtiele verwijzing naar Sade.

Hij zag hoe zij ten onder ging aan de loodzware druk die een plotse doorbraak op een privéleven legt. Het duo voelde geen greintje afgunst, alleen medelijden.

Rond 1985-1986 was de gekte rond Sade Adu en haar band amper nog bij te benen.

Na het triomfantelijke debuut ‘Diamond Life’ in 1984 schoot ook de opvolger ‘Promise’ eind 1985 recht naar de internationale toppen.

Die wereldroem eiste een zware tol: platenbazen zaten haar op de nek, tabloids en paparazzi gunden haar geen seconde rust, met kwalijke roddels over een relatiebreuk en psychische inzinkingen tot gevolg.

De slopende tournees, de niet-aflatende promotie en het totale gebrek aan privacy putten haar emotioneel en fysiek uit.

Sade trok aan de noodrem en verdween uit de schijnwerpers. Fans moesten tot 1988 wachten op ‘Stronger Than Pride’.

Die dolgedraaide showbizz lieten Ben en Tracey met plezier aan zich voorbijgaan.

Zij nestelden zich liever met hun tweetjes in een kalm hoekje van Londen.

Wilde feestjes en recepties waren aan hen niet besteed; een discotheek of nachtclub hadden ze naar eigen zeggen zelfs nog nooit van dichtbij gezien.

Zelfs in dat rustige leventje liep het niet altijd van een leien dakje.

Omdat ze vierentwintig uur per dag op elkaars lip zaten, maakten ze aan de lopende band ruzie en kibbelden ze over elk klein detail.

Om de vrede te bewaren stelden ze hun werkwijze bij.

Vroeger schreven ze nummers nog zij aan zij; voortaan deed ieder zijn eigen ding: Tracey de teksten, Ben de muziek.

Dat zorgde meteen voor veel minder wrevel.

De echte romantiek vonden ze terug in de studio.

Daar was de vonk ooit overgeslagen, toen ze allebei met een koptelefoon op stonden te zingen en elkaar recht in de ogen keken.

Die herinnering riepen ze bij elke opnamesessie weer op, en dat hoor je tot op vandaag in de zachte, zwoele sfeer van hun songs.

Ben Watt en Tracey Thorn waren niet alleen een muzikaal duo, maar ook een koppel.

Ze leerden elkaar in 1981 kennen aan de Universiteit van Hull. Al snel volgde een relatie die tot op de dag van vandaag standhoudt: ze kregen drie kinderen en stapten in 2009 in het huwelijk.

Ook muzikaal bleef hun verhaal in beweging.

In 2023 verscheen het goed ontvangen comebackalbum Fuse, hun eerste plaat in bijna vierentwintig jaar.

Na een pauze van vijfentwintig jaar keerden ze in 2025 bovendien terug op het podium.

Ze kozen opnieuw voor intimiteit: als kleinschalig akoestisch-elektronisch duo, aangekondigd onder hun eigen namen Ben Watt en Tracey Thorn, en bewust zonder festivalweides of arena’s.

In augustus 2026 volgde nog een nieuwe remix van ‘Run A Red Light’, een teken dat hun artistieke koers springlevend is.

Hun bandnaam Everything But The Girl komt van een slogan van meubelzaak Turner’s in Hull: for your bedroom needs, we sell everything but the girl.

Toen ze elkaar ontmoetten, waren zowel Thorn als Watt al solo onder contract bij Cherry Red: Thorn als lid van Marine Girls, een favoriet van Kurt Cobain, en Watt met zijn debuut North Marine Drive.

Hun eerste gezamenlijke plaat was een samba-achtige cover van Cole Porter’s ‘Night and Day’.

In 1992 werd een Amerikaanse tournee van Everything But The Girl afgelast toen Watt bijna stierf aan een zeldzame auto-immuunziekte; hij schreef daar later het boek Patient over.

Tracey zong ondertussen op Massive Attack’s ‘Protection’.

De grote doorbraak kwam met Todd Terry’s remix van ‘Missing’, die in 1995–1996 wereldwijd een hit werd en nummer 2 haalde in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

In Nederland bereikte de Todd Terry Club Mix in september 1995 de derde plaats in de Top 40; de single stond zeventien weken genoteerd.

Nadat het nummer in oktober 1995 uit de lijst verdween, kwam het door het Europese succes opnieuw in de belangstelling.

In maart 1996 keerde het terug in de Top 40, met een 24e plaats als piek.

In Vlaanderen speelde zich hetzelfde af: in 1995 haalde de single de twaalfde plaats in de Ultratop 50, in 1996 de tiende.

Alles bij elkaar bracht het duo elf studioalbums uit.

In het Verenigd Koninkrijk behaalden ze acht gouden en twee platina-albums; het album Amplified Heart wordt vaak als hun bestverkochte album genoemd, en alleen al in het VK en de VS zijn er honderdduizenden tot meer dan een miljoen exemplaren verkocht.

De single ‘Missing’ werd in het VK driedubbel platina.

Reclame voor het album Another Side Of Me van Cees Veerman

Cees Veerman zag op 6 oktober 1943 het levenslicht in het Noord-Hollandse Volendam, waar zowat iedereen hem kende onder zijn bijnaam Poes.

Zijn muzikale verhaal begon bij plaatselijke groepjes zoals The Skyriders, tot hij begin jaren zestig mee aan de wieg stond van The Blue Cats, de formatie die niet veel later simpelweg als The Cats muziekgeschiedenis zou schrijven.

Binnen de groep ontpopte Cees zich tot een bijzonder veelzijdige pionier als slaggitarist, zanger en componist.

In de beginjaren nam hij steevast de leadzang voor zijn rekening op vroege hits zoals ‘What a Crazy Life’ ‘en ‘Sure He’s a Cat’.

Zelfs toen arrangeur Wim Jongbloed voor de typische weelderige orkestratie zorgde en Piet Veerman uitgroeide tot het uithangbord van de grote, dramatische ballads, bleef Cees een onmisbaar tegengewicht vormen.

Met zijn wat heesere, ritmische stemgeluid gaf hij kleur aan het meer op beat en pop geënte werk.

Daarnaast kroop hij regelmatig in de pen om nummers voor The Cats te componeren.

Met zijn wat heesere, ritmische stemgeluid gaf hij kleur aan het meer op beat en pop geënte werk. Daarnaast kroop hij regelmatig in de pen om nummers voor The Cats te componeren.

In 1972 kreeg Cees af te rekenen met stemproblemen.

Nadat hij een maand noodgedwongen aan de kant had gestaan en de arts bevestigde dat zijn stembanden genezen waren, bleef hij toch met zware twijfels en gepieker worstelen.

Hij besloot dan ook dat jaar de groep te verlaten en werd tijdelijk vervangen door Piet Keizer.

Platenfirma EMI gaf hem vervolgens de kans om op eigen benen te staan, wat in 1976 leidde tot zijn enige soloalbum, Another Side Of Me.

De muziekpers merkte meteen op dat de plaat een heel andere, meer melancholische en breekbare kant van Cees liet horen dan de bekende palingsound van de band.

Die sfeer sloot dan ook perfect aan bij de gekozen titel.

Cees schreef acht van de nummers helemaal zelf en oogstte daarmee veel lof bij recensenten.

Zij prezen zijn fijne talent als singer-songwriter, dat binnen de groepsdynamiek weleens overschaduwd raakte door het hitgeweld rond boegbeeld Piet Veerman.

De singles die van de plaat werden geplukt, ‘Sailor, sail on (Dreamer, dream on)’ en ‘Another Side Of Me’, passeerden wel over de radio, maar wisten uiteindelijk niet door te stoten naar de Top 40.

De single Sailor, sail on schopte het wel tot een mooie tiende stek in de Tipparade.

Het album mag er hoe dan ook wezen en is vandaag een absolute aanrader om via Spotify te herontdekken.

Zeker wie met wat heimwee terug wil naar de warme, authentieke sound van de jaren zeventig, zal hier moeiteloos zijn gading in vinden.

Vanaf 2011 bouwde Cees een nieuw bestaan op in Indonesië.

In de nacht van 14 op 15 maart 2014 overleed hij er stilletjes in zijn slaap, waarmee een einde kwam aan het leven van een van de absolute grondleggers van de legendarische Volendamse popgeschiedenis.

Een kind tot vrouw verklaard: het ontluisterende verhaal van Mandy Smith en Bill Wyman

In 1984 ontmoette de toen 47-jarige Bill Wyman, bassist van The Rolling Stones, de dertienjarige Mandy Smith tijdens de BPI Awards.

In zijn autobiografie Stone Alone (1990) schreef hij later de woorden die hem altijd zijn blijven achtervolgen: ze nam hem de adem weg en ze was volgens hem een vrouw op haar dertiende.

Dat was geen verspreking, maar de kern van het probleem: een volwassen man die een kind tot vrouw verklaart om zijn eigen gedrag het aanzien van een romance te geven.

De relatie bleef jarenlang strikt geheim. Terwijl Mandy gewoon naar school ging, betaalde Wyman volgens latere getuigenissen een privéschool dicht bij zijn appartement.

In het uitgaansleven noemde hij haar Cynthia, zodat journalisten haar werkelijke leeftijd niet zouden ontdekken.

Mensen in zijn omgeving dachten dat ze begin twintig was.

Toen een van hen op een verjaardagsfeest ontdekte dat ze pas vijftien was en al ruim twee jaar met hem omging, verdween het gezelschap snel. Niemand stapte destijds naar de politie.

Binnen de band werd de situatie genormaliseerd.

Wyman behandelde het als een privékwestie met een kind. De andere bandleden profiteerden van dezelfde losbandige rockscene, keken de andere kant op of spraken hem er pas op aan toen het verschil in leeftijd zelfs binnen de rock-’n-roll niet meer weg te lachen viel.

In het Verenigd Koninkrijk ligt de wettelijke grens voor seksuele meerderjarigheid op zestien jaar.

Tot die leeftijd is seksueel contact met een volwassene strafbaar, ongeacht of ouders daarmee instemmen.

Het verhaal kwam pas in de openbaarheid nadat Mandy zestien was geworden, in de zomer van 1986.

Dat was precies het moment waarop het Nederlandse blad Veronica schreef over Bills blues, een geheim dagboek en mogelijke stappen van justitie.

Tot een rechtszaak kwam het destijds niet, omdat Mandy en haar moeder weigerden mee te werken aan het onderzoek.

Jaren later verklaarde Wyman dat hij na het uitbreken van het Jimmy Savile-schandaal zelf naar de politie en het Openbaar Ministerie was gestapt, waar hem werd verteld dat er geen zaak tegen hem lag.

Het latere huwelijk in juni 1989, toen Mandy net achttien was, wiste het verleden niet uit; het diende vooral om de relatie maatschappelijk aanvaardbaarder te maken.

Volgens haar eigen verklaringen begon het seksuele contact op haar veertiende, alsof dat het verhaal enigszins fatsoenlijk moest houden.

De eerste ontmoeting vond echter plaats toen ze dertien was, en dat leeftijdsverschil veranderde niets aan de verantwoordelijkheid van de volwassene.

De media in 1986 volgden een bekend patroon: het jonge meisje werd neergezet als een vroegrijp feestbeest, de moeder kreeg de schuld van medeplichtigheid en de rockster werd afgeschilderd als het slachtoffer van zijn eigen verliefdheid.

Wyman had al tientallen jaren de reputatie van de zwijgzame Stone, die een obsessie had voor piepjonge meisjes.

Hij hield lijsten bij met honderden en later zelfs duizenden namen, en pikte rond het podium bewust de jongste meisjes uit het publiek.

Tijdgenoten omschreven Mandy destijds als uitzonderlijk jong, wat de situatie meteen strafbaar maakte.

Dit gedrag stond overigens niet los van de toenmalige bandcultuur.

Binnen de Stones leek het idee te heersen dat zeer jonge meisjes bij het rocksterrendom hoorden, een thema dat zelfs in hun muziek terugkwam.

In Stray Cat Blues uit 1968 zong Mick Jagger al dat hij wist dat het meisje pas vijftien was en hij haar legitimatiebewijs niet hoefde te zien.

Tijdens liveoptredens verlaagde hij die leeftijd soms gekscherend naar dertien.

Het was geen geheim, maar een tekst die op het podium stoer werd gebracht.

Toch vormde Wyman een uitzondering door het systeem te veranderen in een jarenlange, verborgen relatie met een minderjarige.

De overige groepsleden kun je niet zomaar met hem vergelijken.

Drummer Charlie Watts gold als de absolute tegenpool: hij bleef decennialang trouw aan zijn vrouw Shirley en distantieerde zich van de groupiecultuur.

Keith Richards kende een turbulente reputatie, maar zijn langdurige relaties waren met volwassen vrouwen.

Oprichter Brian Jones was vroeg en intensief seksueel actief in een losbandige tijd, maar bouwde geen geheim dossier op met schoolgeld en schuilnamen.

Mick Jaggers vaste relaties betroffen eveneens volwassen vrouwen, al beweerde actrice Rae Dawn Chong later dat zij in 1977 als vijftienjarige het bed deelde met de toen 33-jarige zanger zonder dat hij naar haar leeftijd vroeg.

Dat bleef echter een eenmalige verklaring achteraf, geen openlijke trots zoals Wymans uitspraak over een dertienjarige vrouw.

Toen Mandy’s verhaal openbaar werd, sprak de groep Wyman hierop aan.

Jagger zou volgens ingewijden met walging hebben gereageerd, mede omdat zijn eigen dochters ouder waren dan Mandy.

Die afkeer liet zien dat de band vond dat Wyman een duidelijke grens had overschreden, al bleef het eerdere wegkijken een kwalijke rol spelen.

Rond haar zeventiende verjaardag kreeg Mandy dankzij haar connecties via Bill een kans in de muziekindustrie.

Ze tekende bij PWL, het productiehuis van de hitmakers Stock, Aitken en Waterman, die eerder succes hadden met Bananarama en Mel & Kim.

Haar debuutsingle ‘I Just Can’t Wait’ verscheen in 1987.

Het nummer behaalde een bescheiden succes in het Verenigd Koninkrijk, terwijl het in Nederland en Vlaanderen bleef steken in de Tipparade.

De singles ‘Positive Reaction’ en ‘Boys and Girls’ deden weinig, en hoewel ‘Victim of Pleasure’ het iets beter deed, brak ze nooit echt door.

Na een matig ontvangen cover van ‘Don’t You Want Me’ van The Human League in 1989, die alleen in Italië een hitje werd, eindigde haar muzikale loopbaan.

Wat overbleef, was aanhoudende persaandacht voor haar privéleven.

Op 2 juni 1989 trouwde de achttienjarige Mandy op een landgoed in Suffolk met de inmiddels 52-jarige Bill Wyman.

De ophef draaide destijds vooral om Wymans publieke uitspraken dat de relatie al zes jaar eerder was begonnen.

Mandy droeg een trouwjurk ter waarde van zo’n 18.000 euro en Bills zoon Stephen trad op als getuige.

Mandy gaf later aan dat ze van tevoren eigenlijk al wist dat het niets zou worden, en ze vertrok al enkele weken na de bruiloft.

Kinderen kwamen er dan ook niet.

In mei 1991 volgde een korte, onbetwiste echtscheidingsprocedure die binnen driekwart minuut was afgerond bij de rechtbank, uitgesproken op grond van overspel door Wyman.

Zij was toen negentien en hij drieënvijftig.

De definitieve financiële afwikkeling liet op zich wachten tot 24 november 1992.

Volgens de officiële verklaring van de advocaten kreeg Mandy een woning in Noord-Londen inclusief inboedel, getaxeerd op circa 290.000 euro, zo’n 150.000 euro aan contanten, een vergoeding tot ongeveer 115.000 euro voor gemaakte onkosten en nog eens 115.000 euro voor de juridische kosten.

Nederlandse kranten, zoals het Leidsch Dagblad, berekenden de totale waarde van de schikking op maximaal 670.000 euro.

Mandy zelf relativeerde dat bedrag later nuchter: na aftrek van het huis en de advocatenkosten bleef er omgerekend zo’n 60.000 euro over, wat vervolgens grotendeels naar de belasting ging.

Als het haar om het geld te doen was geweest, zo stelde ze, was ze wel bij hem gebleven.

De familiegeschiedenis kreeg vervolgens nog een bizarre wending: Mandy’s moeder Patsy raakte verloofd met Bills zoon Stephen.

In 1993 trouwde de dertigjarige Stephen met de 46-jarige Patsy, al liep ook dit huwelijk na korte tijd stuk.

In datzelfde jaar bracht de 23-jarige Mandy haar succesvolle autobiografie It’s All Over Now uit en trouwde ze met de Belgische profvoetballer Pat Van Den Hauwe.

Twee jaar later zette ze hem de deur uit, naar eigen zeggen vanwege ziekelijke jaloezie.

In 2001 kreeg ze met model Ian Mosby een zoon, Max Harrison.

Terugblikkend vertelde Mandy dat ze vanaf haar veertiende de anticonceptiepil slikte en dat haar lichamelijke gezondheid daardoor zwaar te lijden had.

In 2010 pleitte ze er publiekelijk voor om de wettelijke meerderjarigheidsgrens in Groot-Brittannië te verhogen van zestien naar achttien jaar, met de boodschap dat je op die leeftijd nog een kind bent en je die verloren jeugd nooit meer terugkrijgt.

Tegenwoordig leidt Mandy een teruggetrokken leven, heeft zij steun gevonden in het rooms-katholieke geloof en schreef ze enige tijd voor een katholiek lifestylemagazine.

Bill Wyman en zijn relatie met Mandy Smith (Veronica, week 38 van 1986)

Vijf jaar keihard werken werden er veertig: het succesverhaal van Linda de Mol

Eind september 1986 had Linda de Mol het simpelweg.

De camera was op slag verliefd op haar uiterlijk, ze had een stralende glimlach, een vlekkeloze uitspraak van zowel het Nederlands als het Engels en een vanzelfsprekende flair.

Het leek alsof ze al jaren meeliep in de televisiewereld. Een belangrijk voordeel was haar broer John, die haar in Hilversum wist te introduceren.

Dankzij hem had ze uitstekende contacten bij de TROS, de omroep waar hij bijna tien jaar eerder zijn loopbaan was gestart als assistent-producer van een popprogramma.

Inmiddels had John zich opgewerkt tot een invloedrijke manager met zijn eigen artiestenmanagementbureau genaamd Total Management.

Daarmee behartigde hij niet alleen de zakelijke belangen van zijn zus, maar ook die van succesvolle acts als de Dolly Dots, Centerfold en René Shuman.

Het managen van die artiesten was voor John een uiterst strategische zet: hij kon de talenten uit zijn eigen stal immers direct boeken voor de televisieshows die hij destijds al volop produceerde.

Wanneer journalisten haar vroegen naar die beroemde kruiwagen, reageerde Linda nuchter.

Het was een vraag die ze al vanaf haar allereerste optreden voor de camera kreeg.

Natuurlijk speelde zo’n ingang een rol, erkende ze, maar een kruiwagen kon nooit de doorslag geven voor echt succes.

Zowel bij de TROS als bij Sky Channel keken ze immers kritisch mee.

Ze zat ongetwijfeld dichter bij het vuur en had een kans gekregen, maar daarna moest ze zichzelf dubbel en dwars bewijzen.

Wellicht zelfs harder dan een ander, juist doordat ze de achternaam De Mol droeg.

Voor het naderende winterseizoen wachtte haar een overvolle agenda. Nadat presentator Erik de Zwart de overstap had gemaakt, nam Linda in 1986 samen met radio-dj Jeroen Soer de presentatie van TROS Popformule over.

Soer was kort daarvoor vertrokken bij de VARA.

Linda zou het muziekprogramma uiteindelijk één seizoen presenteren, goed voor ongeveer een jaar.

Omdat de show in nauwe samenwerking met Sky Channel werd geproduceerd, presenteerde ze tweetalig, waarbij het Engels voor Sky Channel centraal stond.

Ondertussen naderden de gesprekken met de TROS over een eigen show hun afronding: een periodiek praatprogramma in magazinevorm rond popmuziek, mode, media en aanverwante onderwerpen.

Linda nam plaats in de redactie om actief ideeën aan te dragen, want puur en alleen voorlezen wat een ander had bedacht, vond ze niets.

Ze wilde toen nadrukkelijk haar eigen stempel op het programma drukken.

Bij Sky Channel combineerde ze popmuziek met een populair kinderprogramma.

TROS Popformule kwam wekelijks vanuit de gloednieuwe discotheek Escape aan het Amsterdamse Rembrandtplein, die op dat moment gold als de grootste discotheek van Europa.

Ook de presentatie van de Eurochart verzorgde ze vanuit diezelfde locatie.

Wel stond er in de Eurochart iets nieuws te gebeuren: ze zou de uitzendingen voortaan tweetalig in het Engels en het Duits presenteren.

Ze mikte op echt Duits en wilde nadrukkelijk wegblijven van Rudi Carrell-Duits, al waarschuwde ze dat men er in het begin niet te veel van moest verwachten, omdat ze simpelweg nog veel oefening nodig had.

Tel daarbij haar optredens op in het kinderprogramma van Sky naast de ondeugende punkkat D.J. Kat, en het was duidelijk dat ze een opmerkelijke start doormaakte voor iemand die amper een jaar eerder haar debuut had beleefd.

Haar professionele doelen wilde ze binnen vijf jaar realiseren.

Het plan was helder: vijf jaar zeer hard werken, financieel flink binnenlopen en het maximale uit haar mogelijkheden halen.

Daarna zou het tijd zijn om gas terug te nemen en te kiezen voor een rustiger bestaan.

De weekenden stonden voorlopig in het teken van de vrijdag- en zaterdagavonden, want ze dacht de eerste vrouwelijke dj te zijn die een grootschalige drive-inshow presenteerde als verlengstuk van het TROS-popprogramma.

Met een beetje geluk bleef de zondag over om op adem te komen.

Ook haar relatie hoopte ze ondanks de drukte intact te houden.

Een vrij moment in haar agenda was dan ook nauwelijks te vinden.

Zowel haar hobby’s als haar rechtenstudie moesten opzijgezet worden.

Die studie beschouwde ze toen al als een verloren zaak, hoewel ze al voorbij de helft was.

Echte spijt voelde ze niet, aangezien het televisiewerk haar veel meer aansprak door de creativiteit, het directe resultaat en de mogelijkheid om daar te zijn waar leuke dingen gebeurden.

Zelfs haar balletlessen sneuvelden simpelweg door tijdgebrek, al bleef een goede conditie noodzakelijk om het slopende tempo vol te houden.

Ze keek voorzichtig verder dan de horizon van vijf jaar: ze hield de rem erop, deed hooguit nog een paar leuke shows per maand en dacht aan een gezin.

Dat lag op dat moment toen echter nog ver weg.

De basis van haar omroepcarrière lag halverwege de jaren tachtig bij Sky Channel en de TROS.

Sky Channel was een Brits bedrijf van mediamagnaat Rupert Murdoch en bereikte via de kabel miljoenen huishoudens in heel West-Europa, met Nederland voorop.

Linda verwierf internationale bekendheid door haar deelname aan The DJ Kat Show en de toonaangevende Eurochart Top 50.

Hoewel de zender Brits was en de voertaal Engels, kwamen talloze programma’s uit de koker van John de Mol Produkties en vonden de opnames geregeld plaats in de Loosdrechtse Pandahallen of het Escape-theater in Amsterdam.

Het vormde de opmaat naar de grote programma’s waarmee ze later doorbrak, zoals Love Letters, dat ook afkomstig was van John de Mol Producties, het latere Endemol.

In diezelfde vroege periode, aan het einde van de jaren tachtig, was Linda bovendien aan de zijde van Ron Brandsteder te zien in de mateloos populaire Showbizzquiz, een programma dat destijds ook in Vlaanderen massaal werd bekeken.

Toen Sky Channel in 1989 werd omgedoopt tot Sky One en de focus volledig verlegde naar de Britse thuismarkt, werd Linda vervangen door Britse presentatoren.

Ze ging zich daarna volledig richten op haar carrière in Nederland en Duitsland.

Bij onze oosterburen werd Linda in de jaren negentig letterlijk op een voetstuk geplaatst en groeide ze uit tot een van de populairste tv-gezichten van de Duitse televisie.

Haar allergrootste succes daar was het programma Traumhochzeit, een huwelijksshow op RTL die vele miljoenen kijkers aan de buis kluisterde.

Toch liet ze rond 2020 weten dat het hoofdstuk Duitsland voorgoed gesloten was.

Het pendelen en de enorme druk hadden te veel energie gekost, waardoor ze besloot haar focus definitief te verleggen naar haar werk en haar gezinsleven in Nederland.

In 2003 richtte ze samen met Rozemarijn de Witte de uitgeverij Mood for Magazines op en lanceerde ze het blad LINDA.

Vier jaar later, in 2007, verwierf de Finse uitgever Sanoma de volledige zeggenschap en uiteindelijk 86 procent van de aandelen. Linda behield een minderheidsbelang van 14 procent en bleef het creatieve gezicht van het blad.

In 2005 lanceerde John de Mol zijn eigen zender Talpa, later bekend als Tien. Linda verruilde de vertrouwde TROS voor de nieuwe zender van haar broer om die mee op te bouwen, waarbij kijkcijfersuccessen zoals Gooische Vrouwen en Miljoenenjacht mee verhuisden.

Na het mislukken van die zender in 2007 volgde een overname door RTL en verhuisde Linda mee naar RTL 4.

Daar volgden gouden jaren met programma’s als Ik hou van Holland en Linda’s Zomerweek.

Haar grote amusementsshows werden door de jaren heen door ontelbare Vlamingen bekeken via de Nederlandse zenders.

Hoewel ze destijds officieel werkte voor RTL, bleef de zakelijke wisselwerking met haar broer bestaan: veel van haar programma’s werden nog steeds gemaakt door zijn productiebedrijven.

Haar absolute grootste succes in Vlaanderen werd echter de hitserie Gooische Vrouwen.

De serie werd in Vlaanderen massaal bekeken op VTM en groeide uit tot een waar kijkcijferfenomeen.

Ook de daaropvolgende bioscoopfilms trokken volle zalen in de Vlaamse bioscopen.

Toen John de Mol de zenders van SBS, waaronder SBS6, had gekocht en Talpa Network oprichtte, stapte Linda in 2019 opnieuw over om hem te steunen.

Ze zei destijds openlijk dat ze er nooit een geheim van had gemaakt dat ze naar hem zou overstappen zodra haar broer haar hulp hard nodig had.

Bij die overstap hoorde ook de verkoop van haar magazine LINDA. aan zijn bedrijf.

In maart 2019 kocht Talpa Network de aandelen van Sanoma over voor zo’n 40 miljoen euro.

Op 8 en 9 januari 2026 volgde de officiële aankondiging en het akkoord over de overname van Mood for Magazines door DPG Media, die de uitgeverij van Talpa Network overnam.

Het blad valt sindsdien onder dezelfde paraplu als Libelle en Margriet.

Ondanks die verkoop blijft Linda nauw verbonden aan het magazine en de hoofdredactie.

Het merk werd intussen gestaag uitgebouwd: naast het reguliere blad en varianten als LINDA.meiden en LINDA.loves verscheen in maart 2026 LINDA.mini, speciaal gericht op aanstaande en jonge ouders.

Vandaag de dag is de 62-jarige Linda nog altijd volop actief.

Ze is regelmatig op televisie te zien, werkt aan nieuwe programma’s en spelconcepten zoals In de Ring, en blijft nauw betrokken bij haar eigen blad.

Dat voornemen uit 1986 om veel geld te verdienen, is ruimschoots waargemaakt.

Uit de openbare jaarcijfers van haar persoonlijke vennootschappen blijkt dat het eigen vermogen van haar bedrijven rond de 37 miljoen euro schommelt.

Ze behoort al decennialang tot de bestbetaalde televisiepresentatrices van Nederland. Zakenblad Quote schatte haar inkomen in het verleden op ongeveer een miljoen euro per jaar.

Daarnaast verdiende ze een fors bedrag toen ze in 2019 haar aandeel in LINDA. verkocht aan het bedrijf van haar broer.

Ze bezit een luxe villa in het Gooi en heeft door de jaren heen vastgoed gekocht, onder meer panden in Amsterdam.

Ze is multimiljonair en heeft een vorstelijk inkomen, maar haar vermogen is echter veel kleiner dan dat van haar oudere broer John.

Zijn kapitaal wordt geschat op zo’n twee miljard euro.

Die reusachtige voorsprong bouwde hij op via grote deals. De verkoop van Endemol aan het Spaanse Telefónica in 2000 bracht hem en Joop van den Ende miljarden op.

De verkoop van Talpa Media, inclusief de wereldwijde rechten van The Voice, aan ITV leverde in 2015 opnieuw honderden miljoenen op, potentieel oplopend tot ruim een miljard euro inclusief bonussen.

Daarnaast belegt hij grootschalig in technologie, vastgoed en beursgenoteerde bedrijven zoals TomTom.

Daarmee is hij ruim vijftig keer zo rijk als zijn zus.