Het bewogen leven van de in Parijs geboren Jean Genet vormde een onuitputtelijke bron voor zijn literaire werk.
Omdat hij een ongewenst kind was, liet zijn moeder hem achter bij het Burgerlijk Armenbestuur, waarna hij via een weeshuis bij een timmermansgezin in de Morvan terechtkwam.
Hoewel veel pleegkinderen destijds vooral als goedkope arbeidskrachten werden gezien, trof Genet het met een liefdevolle pleegmoeder.
Hij was een rustige jongen die veel las en goed leerde, maar toch begon hij vanaf zijn tiende te stelen.
Toen hij op die jonge leeftijd voor het eerst in de cel belandde, besloot hij de rol van dief volledig te omarmen, simpelweg omdat de maatschappij hem dit stempel al had opgeplakt.
Na de dood van zijn pleegmoeder en een mislukte opleiding volgde een grimmige periode van weglopen en tuchthuizen.

Vooral zijn tijd in het beruchte opvoedingsgesticht Mettray, een harde mannenwereld vol perverse machtsverhoudingen, liet diepe sporen na.
In tegenstelling tot veel anderen voelde Genet zich daar juist thuis. Eenmaal vrij gaf hij zich over aan een zwerfbestaan vol criminaliteit en prostitutie, en na een korte periode in het vreemdelingenlegioen belandde hij opnieuw regelmatig achter de tralies.
Tijdens een van deze opsluitingen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog begon hij met schrijven.
Na een lang gedicht over een ter dood veroordeelde moordenaar voltooide hij zijn debuutroman Onze Lieve Vrouw van de Bloemen. In dit boek neemt de hoofdpersoon de lezer mee op een hallucinante reis door de wereld van pooiers en verschoppelingen.
Het werk was destijds schokkend en zijn tijd ver vooruit. Terwijl Nederland pas in de jaren zestig via Gerard Reve kennismaakte met vergelijkbare homo-erotische thema’s, werd Genet in Frankrijk direct opgemerkt door grootheden als André Gide en Jean-Paul Sartre.
Toen Genet in 1948 een levenslange gevangenisstraf riskeerde, kwamen invloedrijke vrienden zoals Picasso en Cocteau voor hem in actie.
Dankzij een gratieverzoek aan de president kwam hij vrij, waarna hij zich volledig op zijn kunst kon storten.
Hij maakte naam als avant-gardistisch toneelschrijver met stukken als De Meiden en regisseerde de provocerende film Un Chant d’Amour.
Met zijn werk probeerde hij de façade van de burgerlijke samenleving te doorbreken en de eenzaamheid van de mens te tonen.
In zijn latere jaren bleef Genet een controversieel figuur door zijn steun aan radicale politieke groeperingen zoals de Black Panthers en de RAF.
Hij leidde een rusteloos leven, reisde veel en liet uiteindelijk een huis bouwen in Marokko.
Jean Genet overleed op 75-jarige leeftijd in een Parijse hotelkamer en vond zijn laatste rustplaats in het Marokkaanse Larache.
Zijn artistieke erfenis leeft nog altijd voort, wat onder meer blijkt uit de diverse opera’s die in de eenentwintigste eeuw op zijn oeuvre werden gebaseerd.

























