Het is vandaag al 40 jaar geleden dat de Franse schrijver en dichter Jean Genet is overleden.

Het bewogen leven van de in Parijs geboren Jean Genet vormde een onuitputtelijke bron voor zijn literaire werk.

Omdat hij een ongewenst kind was, liet zijn moeder hem achter bij het Burgerlijk Armenbestuur, waarna hij via een weeshuis bij een timmermansgezin in de Morvan terechtkwam.

Hoewel veel pleegkinderen destijds vooral als goedkope arbeidskrachten werden gezien, trof Genet het met een liefdevolle pleegmoeder.

Hij was een rustige jongen die veel las en goed leerde, maar toch begon hij vanaf zijn tiende te stelen.

Toen hij op die jonge leeftijd voor het eerst in de cel belandde, besloot hij de rol van dief volledig te omarmen, simpelweg omdat de maatschappij hem dit stempel al had opgeplakt.

Na de dood van zijn pleegmoeder en een mislukte opleiding volgde een grimmige periode van weglopen en tuchthuizen.

Vooral zijn tijd in het beruchte opvoedingsgesticht Mettray, een harde mannenwereld vol perverse machtsverhoudingen, liet diepe sporen na.

In tegenstelling tot veel anderen voelde Genet zich daar juist thuis. Eenmaal vrij gaf hij zich over aan een zwerfbestaan vol criminaliteit en prostitutie, en na een korte periode in het vreemdelingenlegioen belandde hij opnieuw regelmatig achter de tralies.

Tijdens een van deze opsluitingen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog begon hij met schrijven.

Na een lang gedicht over een ter dood veroordeelde moordenaar voltooide hij zijn debuutroman Onze Lieve Vrouw van de Bloemen. In dit boek neemt de hoofdpersoon de lezer mee op een hallucinante reis door de wereld van pooiers en verschoppelingen.

Het werk was destijds schokkend en zijn tijd ver vooruit. Terwijl Nederland pas in de jaren zestig via Gerard Reve kennismaakte met vergelijkbare homo-erotische thema’s, werd Genet in Frankrijk direct opgemerkt door grootheden als André Gide en Jean-Paul Sartre.

Toen Genet in 1948 een levenslange gevangenisstraf riskeerde, kwamen invloedrijke vrienden zoals Picasso en Cocteau voor hem in actie.

Dankzij een gratieverzoek aan de president kwam hij vrij, waarna hij zich volledig op zijn kunst kon storten.

Hij maakte naam als avant-gardistisch toneelschrijver met stukken als De Meiden en regisseerde de provocerende film Un Chant d’Amour.

Met zijn werk probeerde hij de façade van de burgerlijke samenleving te doorbreken en de eenzaamheid van de mens te tonen.

In zijn latere jaren bleef Genet een controversieel figuur door zijn steun aan radicale politieke groeperingen zoals de Black Panthers en de RAF.

Hij leidde een rusteloos leven, reisde veel en liet uiteindelijk een huis bouwen in Marokko.

Jean Genet overleed op 75-jarige leeftijd in een Parijse hotelkamer en vond zijn laatste rustplaats in het Marokkaanse Larache.

Zijn artistieke erfenis leeft nog altijd voort, wat onder meer blijkt uit de diverse opera’s die in de eenentwintigste eeuw op zijn oeuvre werden gebaseerd.

65 jaar geleden, De Amerikaanse actrice Sue Lyon is verkozen om de rol van Dolores Haze te spelen in de film Lolita van de Amerikaanse regisseur Stanley Kubrick

De film Lolita uit 1962 is een zwart-witdrama, geregisseerd door Stanley Kubrick, gebaseerd op de gelijknamige en destijds veelbesproken roman van Vladimir Nabokov.

Dit boek werd uitgebracht in 1955 en is een van de meest controversiële en meest gelezen werken van die tijd.

In de editie van Piccolo van 19 maart 1961 werd al vooruitgeblikt op de verfilming met de eerste foto van de jonge actrice Sue Lyon.

Nabokovs beroemdste werk veroorzaakte een groot schandaal; de roman kreeg het predicaat pervers opgeplakt en de auteur werd voor pornograaf uitgemaakt.

Dit leidde ertoe dat het boek van 1956 tot 1958 verboden werd in Frankrijk en ook in de Verenigde Staten pas in 1958 gepubliceerd kon worden.

In het Verenigd Koninkrijk nam de douane zelfs alle exemplaren in beslag die het land binnenkwamen, tot de officiële publicatie daar in 1959.

Inmiddels wordt het boek echter beschouwd als een van de hoogtepunten van de moderne romankunst.

Lyon werd op pas veertienjarige leeftijd gecast voor de rol van Dolores Haze in de verfilming van Kubrick.

Ze speelde een twaalfjarig meisje op wie een oudere man, de Europese professor Humbert Humbert, smoorverliefd wordt.

De film was daardoor, en gecombineerd met het feit dat Lyon zelf minderjarig was, indertijd vrij controversieel.

In diverse landen werd de productie met de destijds gewaagde beelden dan ook gecensureerd.

Zo moesten in de Australische en Britse versies bepaalde scènes worden ingekort of aangepast.

In de Verenigde Staten probeerde de katholieke kerk de film maandenlang tegen te houden, wat Kubrick dwong om extra aanpassingen in de montage te maken.

De casting van Sue Lyon was groot nieuws, aangezien zij uit achthonderd kandidaten werd gekozen voor de felbegeerde rol.

Tijdens de première was de actrice, die overigens ook de nummers Lolita Ya Ya en Turn Off the Moon inzong voor de soundtrack, nog altijd maar vijftien jaar oud.

De rol leverde haar in 1963 een Golden Globe op.

James Mason nam de uitdagende rol van de getroebleerde Humbert Humbert op zich, een personage dat door andere grote acteurs zoals Laurence Olivier en David Niven werd geweigerd vanwege de gevoelige aard van de film.

Naast Mason leverde Peter Sellers een gedenkwaardige prestatie in de bijrol van de mysterieuze Clare Quilty.

Vanwege de strikte filmcensuur in die tijd, de zogenaamde Hays Code, moest Kubrick veel van de expliciete thema’s uit het boek subtieler aanpakken door de nadruk te leggen op zwarte humor en psychologisch drama.

Hoewel het verhaal zich afspeelt in de Verenigde Staten, vonden de opnames onder leiding van Kubrick plaats in de Associated British Studios in Elstree, Engeland.

De film werd uiteindelijk geprezen om de visuele stijl en ontving een Oscarnominatie voor het beste aangepaste scenario, dat door Nabokov zelf was geschreven.

In memoriam Philip Vanoutrive: het heengaan van een begenadigd Gents fotograaf en verteller.

Philip Vanoutrive was een veelzijdige Gentse creatieveling die bekendstaat om zijn vermogen om verhalen te vertellen via zowel de lens als het geschreven woord.

Hij combineerde zijn passie voor fotografie vaak met een scherp oog voor detail en een diepgaande interesse in menselijke verhalen en landschappen.

Hij had een talent voor het vinden van schoonheid in de eenvoud en de rust van het alledaagse leven.

Zijn vakmanschap werd jarenlang gewaardeerd door een breed publiek, mede door zijn werk als fotograaf bij Het Volk en later bij De Gentenaar, waar hij talloze gebeurtenissen en menselijke verhalen visueel vertaalde voor de lezers.

Tijdens zijn eerste jeugdjaren woonde het gezin op de Coupure Links in Gent, tot het gezin enkele jaren later naar De Pinte verhuisde.

Het was daar dat de jarenlange band met mijn familie ontstond; mijn plusmama Magda was destijds zijn leidster toen hij als welp bij de plaatselijke jeugdbeweging zat.

Zelf leerde ik Philip kennen dankzij het NTG, maar daarna steunde hij mij toen ik de patron was van de Hotsy Totsy.

Jarenlang was hij daar een trouwe klant en toen hij samenwerkte met Manu, was de Hotsy Totsy de vaste plek om de werkweek op vrijdag af te sluiten.

Nog maar een paar maanden geleden hadden we een gesprek op sociale media om binnenkort nog eens af te spreken, samen met Magda.

Het is pijnlijk dat deze ontmoeting er niet meer zal komen.

Wat veel mensen echter niet weten, is dat hij ook een zeer goede tekenaar was en prachtige metaal- en houtsculpturen maakte.

In deze kunstwerken kon hij zijn creativiteit en ambacht op een andere manier tot uiting brengen.

Een bijzonder hoogtepunt in zijn carrière was dat hij als eerste Belgische fotograaf een eerste prijs won in de wereldwijd gerenommeerde wedstrijd World Press Photo, specifiek in de categorie Nature in 1989.

Deze prestigieuze erkenning onderstreepte zijn vakmanschap en zijn vermogen om de natuur op een unieke en impactvolle manier vast te leggen.

Naast zijn natuurfotografie legde Vanoutrive ook belangrijke historische tradities en menselijke getuigenissen vast in verschillende boekpublicaties.

Zijn sociaal-historische betrokkenheid bleek al vroeg uit het boek ‘De allerlaatste getuigen van WOI’, uitgebracht in september 2011, waarin veertig oorlogskinderen van 1914-1918 een stem kregen.

In dit werk vertellen hoogbejaarde, maar kranige mannen en vrouwen op levendige wijze over hun ervaringen. De prachtige portretfoto’s van Vanoutrive vormden een respectvol eerbetoon aan deze getuigen.

In 2014 bracht hij het rijk geïllustreerde boek ‘The Last Post’ uit.

Hiervoor bracht hij een jaar lang de unieke ceremonie onder de Menenpoort in Ieper in beeld, waarbij Ian Connerty de geschiedenis van de ceremonie en haar helden beschreef en unieke archieffoto’s de beelden van Vanoutrive aanvulden.

Enkele jaren later, in 2017, volgde het boek Meneer de champetter.

Hierin bracht hij een hommage aan de veldwachter die dag en nacht bereikbaar was om het welzijn van plattelanders te beschermen.

Het boek beschrijft de laatste vijftig jaar van de landelijke politie tot aan de hervorming in 2001 en brengt straffe verhalen en anekdotes samen die door meer dan dertig oud-veldwachters zijn opgegraven.

Zijn werk verscheen geregeld in diverse media en publicaties, waar hij gewaardeerd werd om zijn vermogen om sfeer en emotie over te brengen op een authentieke manier, of het nu ging om reizen, cultuur of diepmenselijke geschiedenissen.

Volkomen onverwacht is onze vriend Philip Vanoutrive gisteren, op 9 februari 2026, overleden ten gevolge van hartfalen in het AZ Sint-Lucas te Gent.

40 jaar geleden, Beverly Hill beeft voor Jackie Collins.

acqueline “Jackie” Jill Collins groeide uit tot een van ’s werelds bekendste bestsellerauteurs, met drieëndertig romans op haar naam.

Ze werd geboren in een wereld vol showbizz; haar vader was een theateragent die artiesten als Shirley Bassey, The Beatles en Tom Jones vertegenwoordigde.

Ze was ook de jongere zus van actrice Joan Collins, wereldberoemd door haar rol in de tv-serie “Dynasty”.

Hoewel Jackie als kind al verhaaltjes schreef en een dagboek bijhield, ambieerde ze aanvankelijk een carrière als actrice.

Uiteindelijk koos ze toch voor het schrijverschap. Die keuze bleek een schot in de roos: haar eerste boek, “The World is Full of Married Men” (1968), werd onmiddellijk een bestseller.

Haar boeken doken in het leven van rijke en beroemde personages, met een focus op de glamoureuze wereld van Hollywoodfilmsterren.

Met “Hollywood Wives” (1983) brak ze internationaal definitief door.

Collins verkocht tijdens haar carrière meer dan 500 miljoen boeken in 40 landen.

Haar werk legde haar financieel geen windeieren; in 2011 werd haar vermogen geschat op zo’n 85 miljoen euro.

Diverse romans werden bovendien verfilmd of bewerkt tot succesvolle miniseries.

Haar expertise over de glitterwereld verzilverde ze in 1998 ook op televisie met haar eigen dagelijkse programma, “Jackie Collins’ Hollywood”.

Daarin ontving ze gasten die rechtstreeks uit haar boeken leken te komen: acteurs, actrices en andere beroemdheden uit Hollywood.

Jackie Collins overleed op 77-jarige leeftijd aan de gevolgen van borstkanker.

Vandaag is het ook al tien jaar geleden dat de Vlaamse schrijver Jos Vandeloo (geboren als Josephus Albertus Vandeloo) is overleden.

Jos Vandeloo zette zijn eerste stappen als schrijver met tientallen verhalen en reportages voor tijdschriften en kranten zoals De Zweep, Ons Volk en Het Belang van Limburg.

Zijn officiële debuut volgde in 1953 met de kortverhalenbundel “Mensen strijden elke dag”.

De echte doorbraak bij het grote publiek kwam er eind jaren vijftig en begin jaren zestig, met de verhalenbundel “De muur” en de romans “Het vijand” en “Het gevaar”.

Vooral “Het gevaar” uit 1960, een roman waarin hij waarschuwde voor de risico’s van nucleaire energie, groeide uit tot zijn bekendste werk.

Het boek was decennialang verplichte kost op middelbare scholen. Vandeloo zelf had daar gemengde gevoelens bij. “Dat ik in de lijst met gehaatste boeken sta, kan ik begrijpen,” zei hij hierover in 2004. “Mensen die niet graag lezen, willen graag kiezen wat ze lezen.

Als je op de lijst met verplichte literatuur staat, kan dat veel weerstand oproepen. Ik zou zelf ook liever de vrije keuze hebben.”

Vandeloo was echter een veelzijdig auteur. Naast romans en kortverhalen schreef hij ook gelauwerde poëzie, toneelstukken en scenario’s voor de Vlaamse en Nederlandse televisie.

De rode draad door zijn oeuvre is een weinig optimistische levensvisie, waarin de mens het onderspit delft tegen de gevaren van een moderniserende maatschappij, zoals angst en eenzaamheid.

Collega-schrijver Walter van den Broeck, die jarenlang samen met Vandeloo bij uitgeverij Manteau zat, herinnerde hem als “een heel aimabele man die vol verhalen zat.

Volgens Van den Broeck was Vandeloo “een van de eerste auteurs die de moderniteit en de gevaren ervan heeft toegelaten in de Vlaamse letteren.”

Het werk van Vandeloo werd bekroond met diverse literaire prijzen en vertaald in meerdere Europese talen, waaronder het Russisch.

Een leuke blijk van waardering kwam van striptekenaar Marc Sleen, een fan van Vandeloo, die in de Nero-strips regelmatig boeken van de auteur in Nero’s boekenkast tekende.

Jos Vandeloo werd negentig jaar oud.

Vandaag is het precies twintig jaar geleden dat we afscheid namen van de Gentse cursiefjesschrijver Prosper De Smet. Hij werd zesentachtig.

Dankzij gemeenschappelijke kennis Coenraed de Waele had ik het genoegen hem nog te leren kennen.

Ik nodigde hem niet veel later uit om zijn dichtbundel ‘Gekke gedachten, stille gepeinzen’ voor te stellen in de Hotsy Totsy, een aanbod dat hij met zichtbaar plezier aanvaardde.

Een mooi moment om terug te blikken op het leven van deze Gentse stem van het volk.

Prosper De Smet werd geboren in de Roggestraat als zoon van een dokwerker en een naaister.

Zijn jeugd werd getekend door een vroege tegenslag: toen zijn vader in 1928 overleed, werd de amper negenjarige Prosper in het Stedelijk Weeshuis geplaatst, in de volksmond bekend als het beruchte “Kuldershuis”.

Pas vier jaar later, nadat zijn moeder hertrouwde, kon hij terugkeren naar de vertrouwde Roggestraat.

Hoewel er in het gezin De Smet, buiten de krant Vooruit, nauwelijks werd gelezen, ontdekte de jonge Prosper al snel zijn passie.

Rond zijn veertiende opende de wereld van de literatuur zich voor hem, met Multatuli als grote held.

Hij volgde een opleiding tot letterzetter en schoolde zichzelf via avondonderwijs bij in talen.

Zijn liefde voor het geschreven woord vond hij in de krant, waar hij de rubrieken van Raymond Herreman verslond.

Na zijn legerdienst en mobilisatie tijdens de Tweede Wereldoorlog, vond hij in 1945 werk als drukker-letterzetter, eerst bij firma Collier en vanaf 1948 bij het dagblad Vooruit.

Daar groeide hij door tot lay-outverantwoordelijke en zou hij blijven tot aan zijn pensioen in 1980, ook na de overgang naar De Morgen.

Maar het was zijn pen die hem onsterfelijk zou maken in Gent en daarbuiten.

Naast zijn dagtaak ontpopte hij zich tot een veelzijdig schrijver voor de krant.

Onder het pseudoniem PDS schreef hij boekbesprekingen, als Polke Pluim leverde hij humoristische sportbijdragen, maar zijn bekendste alter ego werd P. Pluim.

Dertig jaar lang schreef hij onder die naam een dagelijks cursiefje waarin hij het leven van de gewone man schetste, vaak optimistisch met een vleugje weemoed en milde maatschappijkritiek.

Ook na de overgang naar De Morgen bleef hij schrijven, tot hij in 2001 na bijna vijftig jaar definitief stopte.

Zijn talent bleef niet beperkt tot de krant. Tussen 1955 en 1990 publiceerde De Smet acht romans, een toneelstuk, verhalen- en dichtbundels.

Zijn werk werd meermaals bekroond, onder meer met de Letterkundige Prijs van de Stad Gent en de Visser Neerlandiaprijs.

Zijn debuutroman ‘De ontploffing’ (1957) werd door De Groene Amsterdammer zelfs uitgeroepen tot boek van de maand.

Zijn persoonlijke leven kende, net als zijn professionele, een stabiel verloop.

Na zijn huwelijk in 1946 en enkele verhuizingen binnen Gent, streek hij in 1960 neer in de Bosuilstraat in Wondelgem.

Daar zou hij tot aan zijn dood blijven wonen, als een scherpe observator van het leven dat hij zo treffend wist te vangen in zijn verhalen en cursiefjes.

Vandaag, 25 jaar geleden, overleed meestervervalser Konrad Paul Kujau. Hij werd vooral bekend door zijn vervalsing van de dagboeken van Adolf Hitler in 1983.

Via een groep oude nazi’s kwam Kujau in contact met de Hamburgse journalist Gerd Heidemann.

Het lukte hem om Heidemann 62 vervalste delen van de dagboeken van Hitler te verkopen aan het blad ‘Stern’.

De publicatie veroorzaakte een enorme sensatie.

De dagboeken suggereerden onder andere dat Hitler niet op de hoogte was geweest van de Kristallnacht, wat in de Bondsrepubliek lange tijd het publieke debat domineerde.

In totaal verdiende Kujau 9,3 miljoen Duitse mark met zijn vervalsingen.

De fraude kwam aan het licht op 5 mei 1983.

In juli 1985 werd Kujau veroordeeld tot vier en een half jaar gevangenisstraf, maar hij werd na drie jaar vrijgelaten vanwege kanker aan het strottenhoofd.

Na zijn vrijlating maakte Kujau gebruik van zijn bekendheid om een publieke figuur te worden.

Na de mysterieuze dood van Uwe Barschel in 1988 trad hij op als expert in vervalsingen in een reportage van ‘Spiegel TV’.

In 1992 was de vervalsingszaak van de Hitler-dagboeken het onderwerp van de film ‘Schtonk!’.

Samen met de Rock & Roll Junkies bracht Kujau in 1995 een album uit, getiteld ‘Rebellen der Kunst’.

In de politiek was hij minder succesvol: in 1994 stond hij op de lijst van de Autofahrer- und Bürgerinteressenpartei Deutschlands en in 1996 stelde hij zich kandidaat voor het burgemeesterschap van Stuttgart, maar kreeg slechts 901 stemmen.

In zijn laatste levensjaren werkte Kujau in zijn schildersatelier en hield hij tentoonstellingen in Pegnitz.

Hij overleed op 12 september 2000, op 62-jarige leeftijd.

Vandaag 55 jaar geleden, overlijdt de Britse filosoof, logicus, wiskundige Bertrand Russell.

Russell was van adellijke afstamming en hij kreeg onderwijs van privéleraren.

Zijn grootvader John Russell was tweemaal premier van het Verenigd Koninkrijk geweest: 1846-1852 en 1865-1866.

Hij maakte naam met ‘Principles of Mathematics’ (1903) en geldt als grondlegger van de analytische filosofie.

Russell gebruikte logica om wiskundige problemen op te lossen en om filosofische problemen te verhelderen.

Hij zag het als zijn taak een logische taal te ontwerpen, zodat wij niet langer worden misleid door de onnauwkeurige weergave van de wereld in de gewone taal.

De flamboyante Engelsman had vooruitstrevende ideeën en stond daar ook voor.

In 1918 zat hij vijf maanden vast wegens zijn pacifistisch protest tegen deelname van de Verenigde Staten als bondgenoot in de strijd tegen Duitsland.

In 1940 werd hij in New York moreel ongeschikt bevonden om les te geven.

Hij streed voor gelijkberechtiging van vrouwen en tegen het christendom.

In 1950 kreeg Russell de Nobelprijs voor de Literatuur, niet voor zijn filosofisch werk, maar voor zijn rol als ‘voorvechter van humaniteit en geestelijke vrijheid van de mensheid’.

Russell keerde zich vanaf het midden van de jaren vijftig ook tegen nucleaire bewapening.

Tijdens de Vietnamoorlog riep hij samen met o.a. Jean-Paul Sartre een Vietnamtribunaal in het leven: een opinietribunaal.

Hij beschuldigde de Verenigde Staten van oorlogsmisdaden.

Drie dagen voor zijn dood publiceerde Russell nog een brief met een veroordeling van Israëls politiek die hij kenmerkte als een “politiek van agressie en gebiedsuitbreiding door geweld”.

De brief, gedateerd op 31 januari 1970 werd op 3 februari, een dag na zijn dood, voorgelezen op een Internationale conferentie van parlementariërs in Caïro.

De brief werd ook als advertentie in The Times gepubliceerd.