Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Een mooie gelegenheid om stil te staan bij een bijzonder muzikaal eerbetoon aan haar.
In 1975 bracht Wim De Craene immers zijn tijdloze klassieker Rozane uit, waarin hij vol overgave zijn liefde bezingt voor Rozane, een pseudoniem voor Chris Thys.
Het blijft een prachtig stukje Vlaamse muziekgeschiedenis dat na al die jaren nog steeds recht naar het hart gaat.
Een heel gelukkige verjaardag voor Chris, en luister jij er vandaag ook nog eens naar, deze klassieker?
Frank Liefooghe volgde zijn opleiding aan de Academie van Gent, waar hij zich bekwaamde in grafiek, sierkunst en schilderkunst.
Onder invloed van mentoren als Raoul Servais, Jan Burssens en Pierre Vlerick groeide bij hem een vrijgevochten, non-conformistische mentaliteit die bepalend werd voor zijn artistieke ontwikkeling.
Die houding kwam tot uiting in grootschalige projecten die de gemiddelde toeschouwer verbaasden, zoals zijn plan uit 1969 om het Stedelijk Museum in Amsterdam in te pakken met een gigantisch schilderij.
Hoewel dat herinneringen opriep aan het werk van Christo, kwam het voort uit Liefooghes eigen drang om de ruimte te beheersen en artistieke grenzen te verleggen.
In de vroege jaren zeventig kregen zijn concepten een uitgesprokener maatschappelijke en filosofische lading.
In 1970–1971 experimenteerde hij bijvoorbeeld met een mobiel van hoge ballonnen boven het Amsterdamse IJ, de brede waterweg die noordelijk langs het centrum van Amsterdam loopt en de stad van Amsterdam-Noord scheidt, om de spanning tussen natuur en kunstmatige vergankelijkheid te onderzoeken.
Het project ‘Landschap van de Toekomst’ kwam tot stand in samenwerking met het Stedelijk Museum.
Later richtte hij zijn aandacht meer op thema’s zoals vrede en solidariteit.
Dat leidde onder meer tot een ontwerp voor een monument in Jeruzalem: een blauw ei dat onder invloed van de zon zou openbreken en zo symbolen van verschillende religies zou verenigen.
Het werk uit deze periode weerspiegelt een sterk ideologisch engagement, vaak in opvallende en onconventionele vormen.
Maar Frank Liefooghe was zoveel meer dan de man van grote projecten.
Zo ontwierp hij ook de hoes van het album ‘Tussen Zomer en Winter’ van Rob de Nijs.
De twee leerden elkaar kennen in Gent, via de Gentse muziekproducent en tekstschrijver Walter Ertvelt. Rob de Nijs verbleef toen een korte periode in Gent, waar de voorbereiding van het album plaatsvond.
Na het werk nam Ervelt hem mee naar de Hotsy Totsy. Op een van die avonden ontmoette De Nijs er Frank Liefooghe.
Franks oudste broer, Dirk Liefooghe, was jarenlang leerkracht aan de Gentse academie en een bekende figuur in de Gentse kunstwereld.
Hij werkte mee aan verschillende kunstprojecten en speelde in 1965 in het toneelstuk ‘Maria Stuart’ van Friedrich von Schiller (1759-1805), in een regie van Georges Vitaly, animator van kleine theaters in Parijs.
Regieassistent was Jo Decaluwe.
Het stuk was de eerste productie van het NTG, met Dré Poppe als eerste directeur.
Naast deze conceptuele projecten bleef Liefooghe zich intensief wijden aan de schilderkunst zelf, meestal ver van de gevestigde galeriewereld.
Reizen naar Schotland, Ibiza en Ierland vormden de aanloop naar zijn meest ingrijpende ervaring: een verblijf in West-Afrika in 1982.
De onderdompeling in een andere cultuur en het herontdekken van antieke levenswaarden veranderden zijn artistieke visie fundamenteel. Werken als ‘Regendans van de Lobi’ en ‘Wedergeboorte’ gebruiken weliswaar westerse materialen, maar ademen een geest die losstaat van de Europese traditie.
Zijn schilderstijl wisselt tussen een vrolijk, tachistisch kleurgebruik met veel oranje en groen, en een mystiekere benadering met diepe blauwtinten, bruinen en zwarte accenten.
Die visuele keuzes worden gestuurd door persoonlijke herinneringen aan ontmoetingen met mensen, dieren en de natuur.
Uiteindelijk vormen deze schilderijen een persoonlijke belijdenis, nauw verwant aan de bevlogenheid van zijn eerdere politieke en maatschappelijke projecten.
Vandaag precies vijf jaar geleden beleefde actrice Blanka Heirman een bijzonder moment: na maar liefst 24 jaar afwezigheid maakte ze haar comeback op de planken.
Jarenlang was de Gentse actrice dé leading lady van het NTGent, waar ze veertig jaar lang de pannen van het dak speelde.
Tot in 1997 het voltallige gezelschap zonder pardon aan de deur werd gezet.
Blanka trad daarna nooit meer op, tot het theaterbloed tijdens de coronalockdown plots weer begon te stromen.
Zowel Blanka, toen tachtig jaar en al enige tijd weduwe van acteur en voormalig NTGent-directeur Hugo Vandenberghe, als de 69-jarige Koen Crucke hadden hun vertrouwde Gent intussen ingeruild voor De Haan.
Blanka verbleef er in een serviceflat om de hoek bij Koen.
Ze vonden elkaar in een gedeeld verleden, want ook Koen werd in 1988 op een vergelijkbare manier aan de kant geschoven bij de Gentse opera.
Om de stille lockdownmaanden door te komen, sloegen ze de handen in elkaar.
Vooral Jan Gheysens, de man van Koen en eveneens met een verleden bij het NTGent, schreef aan een nieuw theaterstuk.
Drie keer per week schaafde het drietal aan de teksten tot er na vijf versies een definitief script lag.
Blanka kon haar geluk niet op toen Koen haar vroeg om mee te doen en noemde het weer mogen spelen het mooiste cadeau dat ze ooit had gekregen.
Het resultaat werd De Wens, een rasechte Gentse komedie over broer Eduard en zus Hedwige, die na dertig jaar ruzie plots een jaar moeten samenwonen om de erfenis van hun verongelukte ouders te krijgen.
Na scherpe en eerlijke feedback van theatermaker Luk De Bruyker werd de voorstelling nog flink herschreven en ingekort.
Zonder groot budget, maar met een decor uit de kringloopwinkel en een flinke dosis goesting, trok het duo naar de Gentse Minardschouwburg.
Op de bühne was er een geweldige klik.
Voor Koen was het de ideale kans om te tonen dat hij veel meer in zijn mars heeft dan enkel Alberto uit Samson en Gert, temeer omdat hij zijn zangstem voor deze productie volledig opzijzette.
Blanka genoot met volle teugen van de herwonnen magie op de planken en glunderde van trots.
Op 17 en 19 september 2021 mocht het publiek in de Minard meegenieten van deze hartverwarmende terugkeer, een theaterherinnering die vijf jaar later nog altijd een glimlach op het gezicht tovert (Diverse bronnen, Sabine Van Damme, HLNWS 26/08/2021, Minard en KCM StageMuisic bv)
De Nederlands-Surinaamse actrice en theatermaakster Alida Neslo groeide op in Suriname in een intellectueel gezin en is de zus van de bekende surinamiste Ellen Neslo.
Al op jonge leeftijd kwam ze in aanraking met de kunsten dankzij balletlessen van haar oom, de balletpedagoog Percy Muntslag.
Na het afronden van het Atheneum A koos ze aanvankelijk voor een talenstudie.
Ze vertrok naar Vlaanderen en behaalde aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen haar bachelor in Spaans en Engels.
Toch ontdekte ze dat haar ware passie ergens anders lag.
Ze besloot haar talenstudie niet te vervolgen en schreef zich in aan de befaamde theateropleiding Studio Herman Teirlinck in dezelfde stad.
Haar studententijd was niet alleen leerzaam, maar ook avontuurlijk.
Om haar opleiding te bekostigen, trok ze als danseres door Vlaanderen met een drive-inshow, waarbij ze het podium deelde met bekende artiesten als Vader Abraham, Jacques Herb, De Kermisklanten en Mieke.
In 1980 studeerde ze succesvol af.
Haar carrière nam al snel een vlucht toen ze zich aansloot bij Tiedrie, het Theater van de derde wereld onder leiding van Tone Brulin.
Hier schitterde ze in stukken als Kapai-Kapai, Charkawa, Gilgamesj en het door Edgar Cairo geschreven Ba Anansi.
Daarnaast deed ze ruime podiumervaring op bij Mudra Afrique, waar ze werkte met de gerenommeerde choreografen Maurice Béjart en Germaine Acogny, en stond ze op de planken bij de Zwarte Komedie, met teksten van onder meer Tom Lanoye en Bert Verhoye, en bij het Nederlands Toneel Gent.
Voor het grote publiek in Vlaanderen werd Alida in 1983 een bekend en geliefd gezicht dankzij haar rol als panellid in het televisieprogramma TV-Touché.
Nog generatie-overstijgender was haar verschijning als Alida in het educatieve kinderprogramma
De Boomhut op de VRT, het huidige Ketnet. Dit programma was een groot succes en werd in 1998 zelfs bekroond met de Prijs voor het beste jeugdprogramma van de Vlaamse Gemeenschap.
Haar televisiewerk omvatte verder de presentatie van Het einde van de wereld en de creatie van diverse documentaires, wat haar brede inzetbaarheid als mediamaker onderstreept.
Haar onberispelijke taalgevoel kwam in 2003 prachtig tot uiting toen ze deelnam aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal.
Halverwege de jaren negentig verlegde ze haar werkterrein naar Nederland.
In 1995 werd ze artistiek leider bij De Nieuw Amsterdam, een theatergroep en toneelopleiding die oorspronkelijk was opgezet door Rufus Collins.
Vijf jaar later, in 2000, volgde ze Ritsaert ten Cate op als directeur van de theateropleiding DasArts, een door hem opgezette tweede fase-opleiding voor reeds afgestudeerde theaterstudenten.
Ondanks haar successen in Europa bleef Suriname trekken.
In 2006 besloot ze terug te keren naar haar geboorteland met een duidelijke missie: het opzetten van een hoogwaardige toneelopleiding, vergelijkbaar met de Studio Herman Teirlinck waar zij zelf haar vak had geleerd.
Naast deze feiten over haar rijkgevulde loopbaan zijn er nog enkele bijzondere weetjes over Alida Neslo.
Met haar rol in TV-Touché was ze een van de eerste opvallende vrouwen van kleur op de Vlaamse televisie die structureel in een intellectueel en satirisch panel plaatsnam, wat destijds een ware doorbraak was in de media.
Bij haar terugkeer in Suriname beperkte ze zich bovendien niet tot het reguliere kunstonderwijs.
Ze startte bijzondere theaterprojecten met gedetineerden, onder andere in de gevangenis van Santo Boma, om hen via creatieve expressie te helpen bij hun rehabilitatie en terugkeer in de maatschappij.
Daarnaast groeide ze al snel uit tot een onmisbare stem in de Surinaamse cultuursector, waar ze onder meer optrad als adviseur voor het Directoraat Cultuur.
Jef Demedts was jarenlang een vaste waarde in het theater, voornamelijk bij NTGent, waar hij niet alleen op de planken stond, maar ook een periode de artistieke leiding op zich nam.
Voor het grote publiek is hij wellicht het bekendst door zijn iconische hoofdrol als Fabian van Fallada in de gelijknamige jeugdreeks.
Daarnaast vertolkte hij door de jaren heen nog vele andere televisierollen.
Zo speelde hij Miel Bataille in ‘Rupel’, was hij drie jaar lang te zien als Gaston Veugelen in ‘Familie’ en had hij een rol als Karel Arends in de telenovelle ‘Ella’.
Zijn veelzijdigheid bleek ook uit zijn talrijke gastoptredens in populaire series.
Hij verscheen onder meer in ‘De Kotmadam’, ‘Windkracht 10’, ‘Wittekerke’, ‘Spoed’, ‘Flikken’, ‘Aspe’ en ‘LouisLouise’. In ‘F.C. De Kampioenen’ was hij zelfs drie keer te gast in verschillende rollen.
Daarnaast werkte hij mee aan klassiekers als ‘Manko Kapak’, ‘Kapitein Zeppos’, ‘Het zwaard van Ardoewaan’ en ‘De Paradijsvogels’.
Op het witte doek had hij een rol als begrafenisondernemer in de film ‘Pauline & Paulette’ uit 2001.
Hugo Van den Berghe, geboren op 19 juni 1943 in het Oost-Vlaamse Wetteren, zette zijn eerste stappen in de acteerwereld al op jonge leeftijd.
In 1958 sloot hij zich aan bij het liefhebberstoneel ‘Vrank en Vrij’ in zijn geboortedorp.
Zijn talent bleek al vroeg, want nog tijdens zijn theateropleiding aan het conservatorium van Gent presenteerde de toen achttienjarige Van den Berghe het jongerenprogramma ‘Tienerklanken’ (1961-1965).
Na zijn studies debuteerde hij professioneel in ‘De Kleine Johannes’ bij Toneel Vandaag in Brussel.
Opmerkelijk genoeg volgde hij er vrijwel meteen zijn mentor Rudi Van Vlaenderen op als directeur en speelde hij mee in de geruchtmakende productie ‘Thyestes’ van Hugo Claus.
Toch verliet hij Brussel na een jaar voor het Nederlands Toneel Gent (NTG).
Die overstap bleek bepalend, want daar leerde hij niet alleen zijn echtgenote Blanka Heirman kennen, maar bouwde hij ook een indrukwekkende carrière uit.
Zijn talent werd er bekroond met de Oscar De Gruyter-prijs voor zijn rol in ‘Nooit te bereiken’ van Simon Gray.
Als regisseur bij het NTG toonde Van den Berghe een duidelijke voorliefde voor het werk van Cyriel Buysse; maar liefst drie van zijn eerste vier regies waren stukken van deze auteur.
“Ik ben begonnen via zijn meest bekende stuk, ‘Het gezin Van Paemel’, en nadien ben ik hem grondig gaan lezen en ik moet zeggen: ik had daar heel veel binding mee,” lichtte hij die keuze ooit toe.
Zijn regiewerk strekte zich ook uit tot televisie, met onder meer het tv-feuilleton ‘Het gezin van Paemel’ in 1978.
Naast het regisseren bleef hij zelf een gevierd acteur en speelde hij bijvoorbeeld de glansrijke hoofdrol van Dore Maersschalck in “Daar is een mens verdronken” (1983).
Zijn visie als NTG-directeur was helder, zoals bleek uit zijn ‘beginselverklaring’: “Het NTG richt zich ondubbelzinnig naar een jong publiek.
Dit wil zeggen: een publiek dat zich jong voelt, dat openstaat voor de trilling van de tijd, voor vernieuwing, voor avontuur, voor vers talent, voor ongewone visies.
Een publiek dat niet blind is voor wat gebeurt op deze planeet en daarom niet kan zonder de zuurstof van de allesrelativerende humor, ironie en zelfspot.”
Zelfs tijdens zijn drukke directeurschap bij het NTG bleef Van den Berghe een bekend gezicht op televisie.
Op uitnodiging van collega-acteur en VTM-programmadirecteur Mike Verdrengh presenteerde hij programma’s als ‘Sanseveria’ en ‘Kort Vlaams’.
In 1990 nam hij met een rol in ‘Elektra’, geregisseerd door Dirk Tanghe, voor lange tijd afscheid van het theater.
Hij bleef echter zeer actief op het kleine scherm, met rollen in populaire series als ‘Familie’, ‘Flikken’, ‘Recht op Recht’, ‘Spoed’ en ‘Dirk Tanghe’, en bleef ook regisseren voor televisie.
Jarenlang meed hij het schouwburgpodium, tot actrice Chris Lomme hem in 2005 kon overtuigen om terug te keren in het stuk ‘Het licht in de ogen’.
Na een herseninfarct, waar hij redelijk goed van herstelde, vond hij rust in De Haan, waar hij met zijn vrouw naast Koen Crucke woonde.
Toch bleef de passie voor het podium trekken. “Ik kan het acteren niet laten en ik ben zeer blij dat ik het weer doe,” vertelde hij eind 2012 in De Gentenaar.
“Straks kan ik weer op de grote scène staan in Platonov. Ik voel dat ik weer onder de mensen ben.
Na mijn herseninfarct doet dit deugd.” Hij voegde de daad bij het woord en was in 2014 ook nog te zien als bisschop in de film ‘Café Derby’.
De laatste jaren van zijn leven ging zijn gezondheid achteruit.
Acteur en regisseur Hugo Van den Berghe overleed uiteindelijk op 23 februari 2020 op 76-jarige leeftijd in zijn woonplaats De Haan.
Op 9 oktober 1965 ging het NTG van start met een merkwaardige opvoering van Maria Stuart van Friedrich von Schiller (1759-1805) in een regie van Georges Vitaly (animator van kleine theaters in Parijs) en de regieassistent was Jo Decaluwe.
Met Joanna Geldof in de titelrol en Suzanne Juchtmans als Elisabeth.
Maakten ook nog deel uit van deze eerste cast: Gaby Bouüaert, Roger Bolders, Jef Demedts, Daniël Decock, Eric Raes, Werner Kopers, Edgar De Pont, Jo Delvaux, Jaak Vissenaken, Jo De Meyere, Paul-Emile Van Royen, Eddy Asselbergs, Roger De Wilde, Greta Verniers, Anton Cogen, Blanka Heirman, Lieve Moorthamer, Maria Verheyden, Veerle Wyffels, Ivo Baeyens, Jan Gheysens, Dirk Liefooghe, Dirk De Vilder en Gilbert Braeckman.
Er werden van Maria Stuart drieëntwintig voorstellingen gespeeld, waarmee 13.429 toeschouwers werden bereik.
De laatste voorstelling was op 27 oktober 1965
De eerste NTG-directeur, Dré Poppe, kon er maar twee seizoenen blijven.
Wegens een onenigheid met zijn Raad van Bestuur met als voorzitter Bert Willems, omtrent participatie in de opbrengst van het toenemende aantal bezoekers, vroeg Poppe op het einde van het seizoen 1966-1967 van zijn verplichtingen als directeur ontheven te worden.
Hij werd opgevolgd door Albert Hanssens, die al als administrateur aan het NTG verbonden was.
Mijn loopbaan begon als verkoper van groenten en fruit, na een korte opleiding in de Wondelgemstraat.
Al snel droeg ik de verantwoordelijkheid voor de winkel aan het Van Beverensplein in Gent.
Deze eerste werkervaring werd onderbroken door mijn legerdienst in Duitsland.
Na een opleiding in Peel, werd ik als magazijnier tewerkgesteld bij de logistieke dienst in Aken.
Toen majoor de Man vroeg naar kandidaten om in het hotel Mercator te werken, was ik een van de eersten om die kans te grijpen.
Gisteren nog vandaag
Daar ontdekte ik de horeca en binnen enkele weken was ik al ‘Maître de salle’.
Ik woonde er samen met drie andere soldaten in een woning in de wijk van de beroepsmilitairen, waaronder Patrick, een tandarts die ook uit Gent kwam.
Ik werkte er veel en kreeg zelfs de kans om als burger in dienst te blijven, maar dat aanbod sloeg ik af.
Ik keerde terug naar mijn vertrouwde wereld en werd opnieuw gerant, waarbij ik met veel plezier groenten en fruit verkocht.
Een jaar later maakte ik de overstap naar de elektronicawereld als verkoper in de Tandy-winkel in Oostakker.
Nog een jaar later werd ik gerant van het filiaal in de Vlaanderenstraat in Gent, waar ik ook in een mooi appartement boven de winkel woonde.
Gisteren nog vandaag
Enkel jaren later, nam ik er een bijverdienste in de avond bij als barman in het NTG in Gent, een rol waarin mijn horeca-ervaring uit het leger goed van pas kwam.
Toen het met de Tandy-keten minder goed ging, diende zich een nieuwe kans aan.
Met veel enthousiasme werd ik foyerverantwoordelijke in het NTG.
Gisteren nog vandaag
Naast het horecagedeelte kwam ik er in contact met de fascinerende wereld van theater, met zijn acteurs, regisseurs en andere boeiende persoonlijkheden.
Ik kon van op de eerste rij meemaken hoe nieuwe producties tot stand kwamen en leerde er warme collega’s met een hart voor het theater kennen.
Ik was ook nauw betrokken bij de verbouwing van het theatergebouw, meer specifiek de foyer, keuken, eetzalen en de artiestenbar.
Gisteren nog vandaag
Een moment dat me altijd zal bijblijven, is de opening van de foyer, die ik omvormde tot een brasserie waar ik nog steeds trots op ben.
Gisteren nog vandaag
Gisteren nog vandaag
Ook Minnemeers, de tweede zaal van het NTG, en tijdens de Gentse Feesten in de Lakenhal, met gasten als Freek Neirynck en Radio 2, blijven gekoesterde herinneringen.
Gisteren nog vandaag
Ik heb in die tijd zelfs in het theatergebouw gewoond.
Gisteren nog vandaag
Aan dit avontuur kwam echter een einde en ik begon een nieuw hoofdstuk bij Vendex.
Dit bedrijf, destijds ook eigenaar van Hema, had net de supermarktketen Battard overgenomen, die vooral in West-Vlaanderen en Wallonië actief was.
Mijn taak was om de winkels aan te passen aan de nieuwe beleidsplannen. Ik werkte voornamelijk in Wallonië en verbleef er de hele week op hotel.
Tijdens die periode wees mijn vriend Philippe Bossuyt me erop dat de Hotsy Totsy te koop stond.
Samen zijn we in dat avontuur gestapt.
Gisteren nog vandaag
We transformeerden de Hotsy Totsy, voorheen een privézaak, tot een levendig café. Met een aangepaste drankkaart, optredens en diverse activiteiten maakten we er opnieuw een succesverhaal van.
Enkele jaren later kreeg ik de kans om aan het hoofd te staan van de plaatselijke dekenij.
Samen met de andere leden en mijn vriend Thierry Bonnaffé heb ik toen de boekenmarkt op de Graslei in Gent opgericht.
Dankzij de steun van de huidige burgemeester Mathias De Clercq en toenmalig burgemeester Daniël Termont is deze zondagse markt uitgegroeid tot een groot succes.
In 2000 was ik ook medeoprichter van de Poëzieroute in de Gentse binnenstad.
Als hoofd van de dekenij besloot ik met het bestuur om onze activiteiten tijdens de Gentse Feesten grondig te herzien.
Zo schaften we de maandagmarkt, bekend als ‘de dag van de lege portemonnee’, af en verwelkomden we in 2004 de organisatie van Polé Polé.
Nu is de tijd gekomen om dit alles achter me te laten en van mijn pensioen te genieten.
Ik ben dankbaar voor deze prachtige carrière en vooral voor de vele mensen die ik heb mogen leren kennen.
Gisteren nog vandaag
Het zijn er te veel om op te noemen, maar ze hebben voor altijd een plek in mijn hart.
Deze klassieker, geschreven door Cyriel Buysse, werd geregisseerd door Dirk Tanghe.
Ik herinner me nog dat ik hem tijdens de repetities regelmatig een glas witte wijn bracht en dan bleef kijken naar de gang van zaken.
Het decor, ontworpen door Steven Demets, en de verlichting van Jaak van de Velde waren subliem.
Het verhaal was ijzersterk en de bezetting was fantastisch; Jef Demets schitterde in zijn rol als vader Van Paemel.
Naast vrijwel de complete vaste groep toneelspelers van het NTG, kregen ze ook nog versterking van Els De Schepper, Koen De Sutter, Frank Dierens en Marijke Pinoy.
Dirk Tanghe wist er bijna een filmvoorstelling van te maken, mede dankzij de ruimte die hij kreeg in de Tolhuislaan.
Bijna 30.000 mensen kwamen kijken, dus we kunnen zeker spreken van een groot succes.
De film, Mijn vriend, is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van het proces Jespers dat in de jaren zeventig veel ophef veroorzaakte in België.
Magda Cnudde vertolkt de rol van Ondine met veel overtuiging en nuance.
Mijn mama en mijn plus vader waren toen ook te zien als figuranten in deze film.
De film, geregisseerd door Fons Rademakers, kwam in première op 5 april 1979.
De film was geen kassucces.
Gisteren nog vandaag
Gisteren nog vandaag
De Gentse actrice Magda Cnudde, leerde ik kennen toen ik werkte in het Ntg waar ze deel uitmaakte van het gezelschap bij het Nederlands Toneel Gent.
Magda Cnudde is een gerenommeerde Gentse actrice die zowel op het toneel als op het scherm schitterde.
Ze werkte samen met prestigieuze gezelschappen zoals NTGent en het Raamtheater, waar ze het podium deelde met grote namen als Bob Snijers, Steven De Lelie en Anneleen Cooreman.
Ze vertolkte uiteenlopende rollen in Het oneindige verhaal, de musical Peter Pan, Chocoladetongen en Spaans stuk.
Tijdens de Gentse Feesten van 2005 kroop ze in de huid van Flavie in De Paradijsvogels.
Ze maakte ook indruk op het witte doek in films als Mijn vriend en Pauline & Paulette. Ze had een rol in Confituur, de tweede film van Lieven Debrauwer.
Daarnaast was ze te zien in de BRT-jeugdserie Tim.
Ze was ook te gast op televisie in Heterdaad (mevrouw De Roover), Café Majestic (Rosalie), Alexander (Irene), Flikken (moeder van Kevin), Hallo België (Renée), De Kotmadam (Bernadette), Verschoten & Zoon (mevrouw Moreels), Aspe (Simonne Van Der Veken), Happy Singles (Martha) en Thuis (Hilde Camps).
Ze speelde een vaste rol in de VTM-serie Spoed als baliebediende/verpleegster Bea Goossens (2004-2008) en als Trudie, de “huismoeder” in Het Huis Anubis (2006-2009).
Van 2010 tot 2011 was ze te volgen in de VTM-soap Familie.
Van 2012 tot 2015 speelde ze mee in de jeugdserie Rox.