Boudewijn de Groot viert vandaag zijn 82ste verjaardag.

Een mooi moment om stil te staan bij zijn klassieker Verdronken vlinder.

Het nummer verscheen begin 1967 in eerste instantie als de B-kant van de single ‘Onder ons’, de opvolger van zijn grote hit ‘Het Land van Maas en Waal’.

Twee jaar later, in 1969, kreeg het lied alsnog een hoofdrol toen het werd uitgebracht als A-kant, met ‘Beneden alle peil’ als achterkant.

Beide nummers zijn geschreven door Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh, met een arrangement van Bert Paige.

In Verdronken vlinder verlangt de schrijver naar het vrije leven van een vlinder.

Gaandeweg beseft hij echter dat ook dat bestaan een schaduwzijde heeft, zoals een tragisch einde op een plas water.

Uiteindelijk kiest hij er dan ook voor om gewoon mens te zijn, met de troostende gedachte dat hij geen vlinder hoeft te wezen om echt te leven.

De andere kant van de single, ‘Beneden alle peil’, bezingt een onbeantwoorde liefde.

De zanger vindt de vrouw in kwestie geweldig, maar omdat zij alleen oog heeft voor zichzelf, vindt hij haar gedrag beneden alle peil.

Het nummer Verdronken vlinder bleek door de jaren heen een grote inspiratiebron voor andere artiesten.

In 1993 scoorden Erik Van Neygen en Sanne er een grote hit mee in Vlaanderen.

Daarnaast werd het lied in de loop der tijd ook succesvol gecoverd door uiteenlopende namen als Mama’s Jasje, Josee Koning, de cast van LikeMe en zelfs de indierockband Bettie Serveert.

Reclame voor het album Het Beste van Boudewijn de Groot (juli 1977)

Gisteren nog vandaag

De comeback van Boudewijn De Groot (Joepie 13 november 1973).

Het bekende nummer Testament is gecomponeerd door Boudewijn de Groot, terwijl Bert Paige tekende voor de arrangementen en Tony Vos de productie voor zijn rekening nam.

De tekst is grotendeels geschreven door Lennaert Nijgh, die in het lied via een fictief testament terugblikt op zijn jeugdjaren.

In deze nalatenschap deelt hij milde snerpen uit aan zijn familie, die hij beticht van valse getuigenissen, aan stelende vrienden en aan een bedrieglijke ex-vriendin.

Toch is het nummer niet louter bitter; Nijgh koestert tegelijkertijd de mooie herinneringen en reflecteert op verloren idealen.

Omdat Boudewijn de Groot een specifiek deel van de oorspronkelijke tekst niet goed bij zichzelf vond passen, nam hij zelf de pen ter hand voor het couplet dat begint met de regel over het fotoalbum van zijn ouders.

Testament verscheen op het succesvolle album Voor de overlevenden en deed daarnaast dienst als de B-kant van de hitsingle Het Land van Maas en Waal.

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot in de Muziek Expres van december 1979

Gisteren nog vandaag

Na een stilte van vijf jaar maakte Boudewijn de Groot in 1973 zijn comeback met het album Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser.

De titel van de plaat is ontleend aan het bekende nummer Jimmy, dat hij vernoemde naar zijn zoon Jim. Vader en zoon schitteren samen op de albumhoes.

Naast Jimmy bevat het album nummers zoals Terug van weggeweest, Wat geweest is, is geweest, Onderweg, Het Spaarne, Kindermeidslied (Nurse’s Song), Tante Julia, Ik zal je iets vertellen, Parijs, Berlijn, Madrid, De kleine schoorsteenveger en De reiziger.

Voor de teksten werkte De Groot opnieuw samen met Lennaert Nijgh en met zijn toenmalige zwager Ruud Engelander.

Bovendien zijn twee nummers vertalingen van gedichten van William Blake.

Muzikaal kreeg hij ondersteuning van sologitarist Eelco Gelling, met wie hij al eerder samenwerkte op Nacht en ontij, en violiste Vera Beths, die een gastbijdrage leverde op het nummer’ ‘De reiziger’.

Bang dat het publiek hem in de tussentijd was vergeten, was De Groot niet.

Tijdens zijn afwezigheid deden zijn verzamelalbums het namelijk buitengewoon goed. Vooral de dubbel-lp Vijf Jaar Hits was een groot succes, snel gevolgd door een eveneens goed verkopend tweede deel.

Dit bewees dat zijn populariteit en bekendheid alleen maar waren gegroeid, waardoor het grote succes van Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser niet als een complete verrassing kwam.

Het album werd een enorme hit, bereikte de eerste plaats in de albumlijst en hield het daar twintig weken vol.

Dit leverde De Groot een gouden en een platina plaat op, evenals zijn derde Edison.

Het succes kreeg begin 1974 nog een vrolijk staartje toen er een carnavalsversie van het nummer Tante Julia op single verscheen, opgenomen als duet met Nico Haak.

Gisteren nog vandaag

In mei 1976 bracht de Amerikaanse topster Billy Swan een bezoek aan Will Tura.

De twee muzikanten hadden elkaar het jaar daarvoor leren kennen tijdens het Antwerpse radiosalon, waar ze samen op het podium stonden en een paar duonummers zongen voor het radioprogramma Binnen en buiten.

Sinds die eerste ontmoeting waren ze zeer goede vrienden geworden.

Toen Will Tura wat later een reis naar de Verenigde Staten maakte, zochten de twee elkaar voor de tweede keer op.

In Antwerpen had Will al verteld over zijn reisplannen, waarna Billy hem meteen uitnodigde op zijn prachtige ranch.

Eenmaal daar aangekomen bleek Billy echter in New York te zitten voor een optreden.

Omdat Will die dag geen andere plannen had, nam hij het eerste vliegtuig naar New York om het concert bij te wonen.

Billy merkte zijn Vlaamse collega op, riep hem het podium op, stelde hem voor aan het publiek en vroeg hem om een paar nummers mee te zingen, wat een geweldige ervaring werd.

Toen Billy Swan in mei 1976 op zijn beurt naar België kwam voor een promotietrip en enkele optredens, stond Will Tura klaar om zijn Amerikaanse vriend te verwelkomen.

De rollen waren nu omgedraaid: Will was de gastheer en Billy de gast.

Hoewel Will de avond ervoor nog ergens in Vlaanderen had opgetreden, stond hij die ochtend al om zeven uur op de luchthaven van Zaventem om Billy op te vangen.

De heren aten eerst samen bij Will thuis en verkenden ’s middags Brussel.

Billy toonde zich een rasechte toerist die alles wilde zien en weten.

Diezelfde avond moest Will optreden in Putte, en Billy stond erop om mee te gaan.

Net zoals eerder in de Verenigde Staten stonden ze ook die avond weer samen op het podium om een aantal nummers te brengen, maar ditmaal voor een enthousiast Vlaams publiek.

50 jaar geleden, Luc Appermont, binnenkort naar Amerika.

In mei 1976, inmiddels vijftig jaar geleden, stond PopPoll-winnaar Luk Appermont op het punt om de volgende maand naar de Verenigde Staten te reizen om frisse televisie-ideeën op te doen.

De BRT-presentator werd destijds aangenaam verrast toen de lezers van Joepie hem in de allereerste poppoll verkozen tot beste tv-presentator.

Dat zijn programma Labyrint op de vierde plaats eindigde, deed hem even opkijken.

Luk vertelde toen dat hij blij was dat Labyrint was gestegen in de polls, vooral omdat het programma minder op tieners was gericht dan zijn eerdere werk. Waar in Binnen en Buiten nog veel popvedetten optraden, was Labyrint immers een stuk serieuzer.

Hij keek met tevredenheid terug op de uitzendingen, vooral omdat hij er veel eigen inbreng in kwijt kon.

Volgens hem moet je als presentator volledig achter een concept staan om het goed te kunnen brengen.

Wel betreurde hij het dat er destijds zo weinig eigen Vlaamse producties werden gemaakt.

De presentator steunde dan ook de actie van Vlaamse artiesten die vonden dat de BRT hen boycotte.

Luk noemde hun protest volkomen verantwoord.

Hij vond dat er te weinig Vlaamse artiesten aan bod kwamen op het scherm en sprak de kritiek dat ze niets konden tegen.

Door zijn vele optredens in het land wist hij immers hoe getalenteerd ze waren.

Hij zag het als een vicieuze cirkel: als de radio meer Vlaamse muziek zou draaien, zouden de platen beter verkopen.

Dat zou weer leiden tot grotere budgetten en meer initiatief, wat de kwaliteit alleen maar ten goede zou komen.

Nu moesten artiesten helaas vaak eerst succes in het buitenland boeken voordat ze in eigen land werden gewaardeerd, iets wat Luk destijds te gek voor woorden vond.

Naast zijn televisiewerk was Luk in die periode veel op de Vlaamse podia te vinden, onder andere met de Vlaamse 5 Sterrenshow.

Soms zong hij met een orkest, maar meestal stond hij op de planken als conferencier in een show vol spelletjes en humor.

Op televisiegebied was de serie Hit-journal, een coproductie met buitenlandse zenders, net afgelopen.

Luk liep destijds rond met plannen voor een nieuw, degelijk programma dat puur door de BRT geproduceerd zou worden.

Die plannen waren toen nog vaag en alleen Labyrint was een zekerheid, al kon ook dat snel veranderen.

Zijn populariteit reikte destijds al tot over de landsgrenzen, zo bleek toen hij in Den Haag was om voor de BRT commentaar te leveren bij het Eurovisiesongfestival.

Tot zijn grote verbazing bleek het Nederlandse publiek hem te kennen.

Mensen vroegen massaal om foto’s en handtekeningen, en Luk was naar eigen zeggen blij dat hij er toevallig een aantal bij zich had. Dankzij de opkomst van kabeltelevisie keken ze in het hart van Nederland naar de Belgische zender.

Opvallend genoeg waren de Nederlanders erg enthousiast over Labyrint en vonden ze het vaak beter dan hun eigen programma’s, terwijl de Vlamingen destijds juist vaak naar de Nederlandse televisie opkeken.

De geplande reis naar de Amerikaanse televisiestations deed hij overigens volledig op eigen initiatief, zonder financiële steun van de BRT.

50 jaar geleden, Cynthia Clay bij Teach In?

Cynthia Clay, de artiestennaam van de Nederlandse Inneke Wouters, was oorspronkelijk werkzaam als lerares lichamelijke opvoeding, maar koesterde altijd de droom om door te breken in de muziekwereld.

Haar carrière kreeg vorm toen ze een platencontract tekende bij het Belgische label International Pelgrims Group.

Dit gebeurde onder begeleiding van producer Roland Uyttendaele, die nauwe banden had met zowel het Nederlandse Dureco als de Belgische platenfirma Fonior.

Hoewel ze debuteerde met het nummer ‘I Can Hear Music’, was het de opvolger uit 1975 die haar definitief op de kaart zette. ‘Lonely Without You’ groeide uit tot een onvervalste Vlaamse klassieker die tot op de dag van vandaag zeer geliefd is.

Opmerkelijk genoeg was het nummer oorspronkelijk bedoeld voor de Amerikaanse zangeres Bertice Reading.

Omdat zij echter een te hoge gage vroeg, gingen de producenten op zoek naar een alternatief en kwamen ze bij Clay terecht.

Volgens journalist en muziekkenner Jan Delvaux heeft het nummer een bijzondere impact gehad op de luisteraars; hij grapt regelmatig dat er op de tonen van deze hit heel wat kinderen zijn verwekt (Joepie 25 april 1976).

Vandaag viert Ivan Moerman, beter bekend onder zijn artiestennaam Jimmy Frey, zijn zevenentachtigste verjaardag.

Hoewel zijn wieg in Brugge stond, groeide hij vanaf tweejarige leeftijd op in Heist-aan-Zee, waar zijn moeder een kapsalon uitbaatte.

Als kind was hij vooral gepassioneerd door voetbal en zingen, waarbij zijn uitzonderlijke stemgeluid al op tienjarige leeftijd werd opgemerkt door zijn muziekleraar.

Na de scheiding van zijn ouders verhuisde hij naar Brussel, waar hij op zijn vijftiende de schoolbanken verruilde voor diverse banen als bakkersgast, slager, loopjongen, verkoper en fabrieksarbeider.

Zijn muzikale ambitie leidde hem in die periode naar verschillende zangwedstrijden, wat hem uiteindelijk een plek opleverde in de revue van de Folies Bergère in Brussel.

Daar werkte hij samen met Bobbejaan Schoepen, de man die in 1967 zijn hit “Ik geloof “zou schrijven.

In de jaren zestig kende Jimmy een veelbelovende start als beat- en yéyézanger.

Ondanks pogingen van zijn management om met het Franstalige Soufflé, een cover van Breathless, door te breken in Frankrijk, bleef het grote succes daar uit.

Hij besloot zich vervolgens op Vlaanderen te richten en sloeg een nieuwe artistieke weg in.

Deze keuze bleek uiterst succesvol met tijdloze hits zoals ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, opgenomen met de J.J. Band, en het bekende ‘Rozen voor Sandra’

Ook nummers als “Saragossa” en “Yet I Know” groeiden uit tot grote successen.

Naast zijn muzikale carrière toonde hij grote maatschappelijke betrokkenheid toen hij kort na zijn vijftigste verjaardag de diagnose kanker kreeg.

Door hier openlijk over te communiceren, hielp hij het taboe rond de ziekte te doorbreken.

Als boegbeeld van de VTM-actie Levenslijn hielp hij ruim 4,4 miljoen euro in te zamelen voor kankerbestrijding.

Zijn lange loopbaan werd op diverse manieren geëerd.

In 2013 vierde hij zijn gouden jubileum met een concert in de Stadsschouwburg van Brugge en een jaar later werd hij opgenomen in de Radio 2 Eregalerij voor een leven vol muziek, nadat zijn grootste hit daar in 2002 al een plek had gekregen.

Ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag verscheen in 2014 een verzamelalbum met veertig nummers, inclusief nieuw werk en uniek materiaal.

Als single werd hieruit het nummer ‘Harten kennen geen geheimen’, een vertaling door Andy Free van ‘Herzen haben keine Fenster’ van Elfi Graf uitgebracht.

De laatste jaren verblijft de zanger in een appartement in Duinbergen, maar zijn gezondheid is momenteel zorgwekkend.

Na een infectie tijdens een operatie in 2017 verbleef hij al negen maanden in het ziekenhuis, en recent is er een gescheurde pees in zijn linkerbeen geconstateerd.

Vanwege zijn hoge leeftijd en een zwakker hart is een nieuwe operatie uitgesloten, waardoor hij nauwelijks nog kan lopen.

Jimmy ervaart dagelijks hevige pijnen die ook zijn stem beïnvloeden, waarvoor hij hulp krijgt bij een pijnkliniek.

Ondanks een medische geschiedenis met meerdere zware ingrepen aan zijn heupen, knie en de plaatsing van een pacemaker, behoudt hij een positieve instelling en probeert hij zijn dagen zo zinvol mogelijk door te brengen.

Jimmy Frey kende geen rimpelloze jeugd. Zijn ouders vormden geen goed team en zijn vader was een gewelddadige rokkenjager die regelmatig dronken thuiskwam.

De situatie escaleerde vaak tot fysiek geweld, waarbij Jimmy’s moeder het zwaar te verduren kreeg.

Toen Jimmy elf was, verplichtte de rechter zijn vader om het huis te verlaten.

Ondanks de grauwe sfeer was er thuis gelukkig veel muziek.

Jimmy zong graag mee met platen van Luis Mariano, het idool van zijn moeder.

Hoewel hij op school geen hoogvlieger was, merkte zijn muziekleraar zijn talent op en adviseerde zijn moeder om hem te stimuleren in het zingen.

Op bijna vijftienjarige leeftijd verhuisde Jimmy met zijn moeder naar Brussel, waar zijn zus al woonde en zijn moeder een nieuwe partner had gevonden.

Deze stiefvader drong aan op verdere studies, maar de technische school bleek niets voor Jimmy.

Hij ging op vijftienjarige leeftijd aan de slag als beenhouwersgast.

Het was een zware leerschool met lange werkdagen, waardoor er aanvankelijk geen tijd meer was voor muziek.

Twee jaar later hoorde de neef van zijn baas hem zingen en moedigde hem aan om deel te nemen aan talentenjachten.

Met nummers van Luis Mariano won hij prompt verschillende prijzen.

Onder de naam Ben Timior begon hij vaker op te treden.

In 1958 vond hij werk bij een beenhouwer die zijn passie wel steunde, waardoor hij aan talloze wedstrijden kon deelnemen.

Datzelfde jaar won hij de officiële zangwedstrijd van de Wereldtentoonstelling in Brussel en de superfinale van de Belgische Strijdkrachten met liedjes van Jacques Brel.

In 1961 volgde de Prijs van de stad Brussel. Na zijn legerdienst besloot Jimmy definitief voor een zangcarrière te kiezen, wat leidde tot een breuk met zijn moeder.

Hij trok naar Parijs met producer Louis Maréchal, waar hij zijn definitieve artiestennaam Jimmy Frey kreeg, geïnspireerd door namen als Sammy Frey. Hoewel hij er enkele Franse singles opnam, bleef het grote succes uit.

In 1964 keerde hij terug naar Vlaanderen en bracht hij zijn eerste Nederlandstalige single ‘Aan de overkant’ uit.

Zijn echte doorbraak kwam in 1966 via het programma Canzonissima.

Met zijn geblondeerde haar en militaire galakostuum creëerde hij een iconisch imago.

Zijn charisma en de hit ‘Ik geloof’ maakten van hem een nationale ster.

In 1967 stond hij op de Europese Beker voor zangvoordracht in Knokke naast internationale grootheden.

Een jaar later volgde zijn legendarische hit ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, geschreven door de broers Lameirinhas.

Het nummer bereikte de top van de hitlijsten en werd later opgenomen in de Eregalerij van Radio 2.

De jaren zestig en zeventig waren een aaneenschakeling van successen.

Met nummers als “Als het ware rozen zijn” en “Als een kus naar tranen smaakt” bleef hij de hitlijsten domineren.

Het absolute hoogtepunt was “Rozen voor Sandra” in 1970, waarvan internationaal 1,8 miljoen exemplaren werden verkocht.

Jimmy omarmde zijn imago als de Vlaamse playboy, maar bleef verstandig omgaan met zijn inkomsten.

Ook in de jaren zeventig bleven de hits komen, zoals de Zomerhit ‘Niemand weet hoeveel ik van je hou’ en de publiekslievelingen ‘Pappie nummer twee’ en ‘De smaak van je lippen’.

Na een rustigere periode maakte hij in 1980 een sterke comeback met een discoversie van ‘Yet, I know’, waarmee hij opnieuw een Zomerhit won.

In de jaren tachtig bleef hij afwisselen tussen Nederlandstalige nummers zoals ’40 jaar’ en Franse vertalingen van wereldhits.

In 1989 nam hij deel aan Eurosong met ‘Vrijen met jou’, maar kort daarna sloeg het noodlot toe en werd er kanker bij hem vastgesteld.

Na zijn herstel zette hij zich onvermoeibaar in voor andere patiënten via zijn eigen stichting en de VTM-actie Levenslijn.

De bijbehorende single ‘Samen leven’ werd een enorme hit en bracht veel geld op voor het goede doel.

De daaropvolgende decennia stonden in het teken van jubilea en erkenning.

Hij vierde zijn dertig- en veertigjarige carrière met grote concerttournees en bleef een graag geziene gast op evenementen zoals het Schlagerfestival.

Zijn hit ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’ werd officieel vereeuwigd en in 2013 ontving hij de prestigieuze award voor een Leven vol Muziek.

Zelfs op latere leeftijd bleef hij actief met nieuwe releases en tournees, waarbij hij door radio en publiek steevast werd geëerd als een van de grootste iconen van het Vlaamse lied.

Jimmy Frey en zijn nieuwe single ‘Er is nog zoveel niet verloren’ (Joepie 25 december 1983)

Gisteren nog vandaag

Jimmy Frey in de Story 10 oktober 1979

Jimmy Frey in de Joepie van 6 juli 1980

Gisteren nog vandaag

Jimmy Frey (september 1979)

Jimmy Frey, van Nederlandstalige hits naar Franse chanson (Joepie 12 juni 1974).

Jimmy Frey in de Story van 3 augustus 1979

Jimmy Frey in de Story van 12 oktober 1979.

De 2 vrouwen van Jimmy Frey (Joepie 3 juni 1979)

Gaan zeilen met Benny Scott, Ann Christy, Jimmy Frey, Gaby Lang en Paul Anderson (september 1979)

Jimmy Frey, Will Tura en Willy Sommers (oktober 1973)

Gisteren nog vandaag

Ontdek de spannende uitslag van de allereerste Joepie-superpoppoll uit 1976!

In de eerste superpoll van 1976 van het tijdschrift Joepie brachten 4.736 lezers hun stem uit om hun favoriete artiesten en platen van dat moment te kiezen.

In de categorie voor beste zanger wist Willy Sommers de eerste plaats te veroveren met 21 procent van de stemmen, gevolgd door Will Tura met 17 procent en Joe Harris met 15 procent.

Verderop in de lijst staan namen als Jimmy Frey, Johan Verminnen en Wim De Craene. Urbanus Van Anus sluit de top negen af met 2 procent.

Bij de zangeressen voert Marva de lijst aan met 22 procent. De top drie wordt hier aangevuld door Cindy met 19 procent en Ann Christy met 17 procent.

Andere populaire zangeressen in de lijst zijn onder meer Truus, Mieke en Ingriani.

Onder de diverse artiesten die de tiende plaats delen, worden namen genoemd zoals Micha Marah en Sofie.

In de categorie voor groepen komt Octopus als winnaar uit de bus met 22 procent van de stemmen.

Dream Express volgt op de tweede plek met 17 procent en De Strangers maken de top drie compleet met 16 procent.

Ook groepen als The Garnets, Two Man Sound en Trinity waren geliefd bij het publiek.

Wat de singles betreft, was ‘Voor hem, voor haar, voor mij’ van Will Tura het meest populair met 16,5 procent.

Dream Express staat tweede met het nummer ‘Dream Express’ en Willy Sommers bezet de derde plaats met ‘Ben je vanavond ook alleen’.

Andere opvallende nummers in deze lijst zijn ‘Rode rozen in de sneeuw’ van Marva en ‘Tim’ van Wim De Craene.

Ten slotte bij de elpees staat de verzamelplaat Joepie’s Flying Toppers op de eerste plaats met 21 procent.

Willy Sommers volgt met het album Alleen op de tweede plek met 17,5 procent en Dream Express staat op drie met Dreaming.

Het jubileumalbum 20 jaar Strangers en het album ‘In De Weide’ van Urbanus wisten beide ook een aanzienlijk deel van de stemmen te behalen.

Luk Appermont voert de lijst van televisiepresentatoren aan met 24 procent van de stemmen, op de voet gevolgd door Mike Verdrengh en Zaki.

Bij de radioprogramma’s is de BRT Top 30 de duidelijke favoriet, terwijl Jo met de Banjo de populairste radio-dj wordt genoemd.

Op televisiegebied is het programma Slalom de grote winnaar, net voor Rad der Fortuin en Muzieksien.

In de muziekcategorieën zien we een sterke nationale en internationale mix. Wim De Craene wordt door de lezers gezien als de belangrijkste showbelofte.

Bij de zangeressen staat Tina Charles op de eerste plaats met 25 procent, terwijl de Britse zanger Dave de lijst van buitenlandse zangers aanvoert, gevolgd door Elvis Presley en Rod Stewart.

De populaire groep Mud domineert de categorie groepen met 31 procent, waarbij zij Queen en de Rubettes achter zich laten.

De hitlijsten weerspiegelen de opkomst van klassiekers die we vandaag de dag nog steeds kennen.

Bohemian Rhapsody van Queen wordt verkozen tot de beste single, en hun album A Night at the Opera voert de lijst van beste elpees aan.

Andere hooggeklasseerde singles uit die periode zijn ‘Love Hurts’ van Nazareth en ‘Paloma Blanca’ van de George Baker Selection.

Het overzicht toont aan dat zowel de Vlaamse kleinkunst als de internationale glamrock en pop in 1976 een prominente plek innamen in de harten van het publiek.

In de categorie voor beste tv-programma eindigt Toppop op de eerste plaats met 22 procent van de stemmen, gevolgd door André van Duin en Top of the Pops.

Bij de presentatoren voert Ad Visser de lijst aan, terwijl Stan Haag wordt verkozen tot de favoriete radio-dj boven Joost de Draayer en Peter van Dam.

De lezers van het blad hebben Mi Amigo uitgeroepen tot het beste radiostation met 32 procent van de stemmen, terwijl de Nederlandse NOS met een overweldigende 68 procent de ranglijst voor tv-stations domineert.

Op het gebied van muziek en showbizz wordt de Mi Amigo Top 50 beschouwd als de beste hitlijst.

De groep Nazareth wordt gezien als de grote showbelofte van het jaar, nipt gevolgd door Hello en Slik.

Opvallend is dat namen zoals Bruce Springsteen en Barry Manilow destijds ook al een plek in deze lijst wisten te veroveren.

Voor ontspanning op het scherm keken de jongeren het liefst naar De onzichtbare man, die als beste tv-feuilleton uit de bus kwam, voor de Hammond Brothers en De man van zes miljoen.

In de filmwereld blijven de grote iconen populair. Paul Newman wint de titel van beste filmacteur, met Terence Hill en Robert Redford als naaste achtervolgers.

Bij de actrices staat Linda Blair op nummer één, gevolgd door Angie Dickinson en Romy Schneider.

De sportwereld wordt in 1976 aangevoerd door Eddy Merckx, die met 21 procent verkozen is tot beste sportman boven Roger De Vlaeminck en Bjorn Borg.

Bij de vrouwelijke atleten gaat de hoogste eer naar Carine Verbauwen, die Diane De Leeuw en Sheila Young achter zich laat.

50 jaar geleden, Pierre Rapsat over zijn deelname aan het Eurovisiesongfestival in Den Haag.

Hoewel hij vereerd was dat hij België mocht vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival op 3 april 1976 in Den Haag met het nummer ‘Judy et Cie’, stak hij zijn teleurstelling over de gang van zaken in eigen land niet onder stoelen of banken.

Rapsat merkte op dat de beleving van het festival in Wallonië aanzienlijk minder intens was dan in Vlaanderen, wat onder meer bleek uit de sobere manier waarop de RTBF de selectie organiseerde.

De kandidaten werden op verschillende tijdstippen gefilmd zonder publiek, waardoor de kijkers en de jury de artiesten nooit live aan het werk hadden gezien.

De zanger omschreef het proces als een nogal afstandelijke ervaring waarbij hij zelf als een gewone toeschouwer voor de televisie zat te wachten op het oordeel.

Ondanks deze kritiek zag Rapsat het festival als een unieke kans op internationale promotie, zeker omdat zijn eerdere albums ondanks goede recensies commercieel weinig succesvol waren.

Hij benaderde de wedstrijd dan ook met een zakelijke nuchterheid en hoopte vooral dat het een springplank zou zijn voor zijn verdere carrière.

Hij vergeleek zijn situatie met die van de Nederlandse inzending Sandra Reemer, die volgens hem direct na haar selectie volop de ruimte kreeg in diverse televisieprogramma’s en binnen een week een hit scoorde.

Volgens Rapsat moesten Belgische artiesten veel harder vechten voor een plek op het kleine scherm en ontbrak het in België vaak aan de nodige professionele omkadering en steun om internationaal echt door te kunnen breken.

Uiteindelijk behaalde Pierre Rapsat op het festival de achtste plaats op een totaal van 18 deelnemers.

In Wallonië bereikte het nummer de zevende plaats in de hitparade, terwijl hij in Vlaanderen met zijn nummer de zestiende plaats in de BRT Top 30 behaalde.

In Nederland bereikte de single de eenendertigste plaats in de Top 40.

De muzikale wortels van Rapsat lagen in Verviers, de stad waarheen hij met zijn familie verhuisde toen hij tien jaar oud was en waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen.

Na in verschillende bands gespeeld te hebben, startte hij in 1973 zijn solocarrière.

Enkele jaren na zijn Eurovisie-avontuur vertegenwoordigde hij België in 1979 opnieuw op een internationaal podium, ditmaal op het Intervisiesongfestival in Sopot, waar hij als tiende eindigde van dertien deelnemers.

In 1982 scoorde hij een radiohit met het nummer ‘Passagers de la nuit’.

Zijn grote artistieke triomf volgde in 2001 met het album Dazibao, dat zowel in België als Frankrijk zeer lovend werd onthaald.

Het bleek een van zijn laatste grote wapenfeiten, want in 2002 overleed hij op 53-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.

Zijn impact op de Belgische cultuur bleef groot; in 2005 eindigde hij op de 51ste plaats in de Waalse verkiezing van De Grootste Belg.

De geslaagde aprilgrap van de Belgische groep The Bowling Balls.

Het Belgische pop- en rockarchief kent vele bijzondere verhalen, maar de ontstaansgeschiedenis van The Bowling Balls is zonder twijfel de meest opmerkelijke.

De groep werd namelijk opgericht om een stripfiguur tot leven te wekken.

Oorspronkelijk werden ze bedacht door Frédéric Jannin en Thierry Culliford, de zoon van Smurfen-bedenker Peyo, voor een grap in Le Trombone Illustré.

Dit was een rebelse bijlage bij het weekblad Robbedoes waarin de strip Germain et nous verscheen.

In die strip luisterden verveelde jongeren de hele dag naar platen van een fictief bandje genaamd The Bowling Balls.

De makers besloten dit grapje door te trekken naar de werkelijkheid.

De fictieve bandleden gaven plotseling echte interviews en er ontstond een plan om een flexidisc bij het tijdschrift te voegen.

De bezetting bestond uit Frédéric Jannin als Averell Ball op toetsen en Bert Bertrand als zanger Billy Ball. Bertrand was een bekende punkjournalist en de zoon van Yvan Delporte; volgens de legende was hij ook de man die de naam Plastic Bertrand bedacht.

Het kwartet werd gecompleteerd door Thierry Culliford als Elton Ball en Christian Lanckvrind als Fernand Ball.

Hoewel Robbedoes uiteindelijk geen budget had voor de release, zag platenlabel EMI wel brood in het project.

Op 1 april 1979 verscheen hun debuutsingle God Save the Night Fever.

Die datum was symbolisch, want de buitenwereld twijfelde voortdurend of de groep wel echt bestond. T

he Bowling Balls specialiseerden zich in nonsensicale teksten en humoristische playbackoptredens waarbij ze hun eigen amateurisme cultiveerden.

Jannin vatte die periode later treffend samen door te zeggen dat het een tijd was waarin iedereen maar wat deed, en aangezien zij ook maar iemand waren, deden zij dus ook maar wat. Toch lieten ze met nummers als ‘You Don’t Know’ en hun cover van ‘When You Walk in the Room’ een blijvende indruk achter.

Het einde van de band kwam even plotseling als het begin.

Kort na het verschijnen van hun enige album kondigde Bert Bertrand aan dat hij naar Bora-Bora zou vertrekken.

De overige leden dachten dat het een grap was, maar Bertrand vertrok daadwerkelijk en keerde nooit meer terug.

Hij maakte een einde aan zijn leven in New York, vlak nadat hij Lou Reed had geïnterviewd.

Van de overgebleven leden bleef Frédéric Jannin de bekendste als striptekenaar, radio- en televisiepersoonlijkheid en muzikant.

Zo scoorde hij in 1990 nog een grote hit met het project Zinno.

In de jaren negentig volgde een bescheiden revival van The Bowling Balls met een verzamel-cd en een documentaire op Canal+.

Critici stelden toen vast dat de muziek, ondanks de parodiërende insteek, technisch verrassend goed in elkaar stak.

De nummers bleken achteraf gezien prima stand te houden naast het werk van synthpopgrootheden als OMD of Erasure (Diverse bronnen, Dirk Houbrechts en Joepie, maart 1981)

50 jaar geleden, zingende seksbom Elkie Brooks.

In maart 1976 werd zangeres Elkie Brooks omschreven als een zingende seksbom die met haar opvallende verschijning en strakke jeans menig jongerenhart sneller deed kloppen.

Voor de echte popkenner was zij destijds geen onbekende, omdat velen zich haar vurige stem bij de Britse groep Vinegar Joe nog wel konden herinneren.

In die periode maakte zij echter naam als de blanke furie van de rock met haar eerste solo-album Rich Man’s Woman uit 1975,

uitgebracht op A&M Records.

Hoewel dit album door critici werd geprezen, zorgde de hoesfoto van een naakte Brooks met een verensjaal destijds voor de nodige ophef.

Brooks gaf in die tijd aan dat zij het vleiend vond dat haar figuur in de smaak viel bij het publiek, maar ze benadrukte dat haar solocarrière op dat moment al haar aandacht opeiste.

Na het uit elkaar gaan van Vinegar Joe in 1974 had zij een lastige periode gekend waarin zij zelfs naar Amerika was getrokken in de hoop een filmster te worden.

Dat avontuur liep echter op niets uit bij gebrek aan de juiste contacten en rollen.

Uiteindelijk leefde zij weer op toen zij zich aansloot bij de popgroep Wet Willie voor een tournee.

Ze vertelde destijds dat het zwerversbestaan van een artiest, met elke dag een andere stad en een ander hotel, voor haar een levensnoodzaak was geworden.

In de jaren die volgden op deze periode in 1976 brak een uiterst succesvolle tijd aan met zestien albums in twintig jaar.

Dit begon met Two Days Away in 1977, geproduceerd door het beroemde duo Jerry Leiber en Mike Stoller.

Van dit album kwamen grote hits zoals Pearl’s a Singer en Sunshine After the Rain. Ook zong zij in 1977 een duet met Cat Stevens en scoorde zij later successen met nummers als Lilac Wine en Don’t Cry Out Loud.

In 1980 trad zij op tijdens het Knebworth Festival naast grote namen als The Beach Boys en Santana.

Haar grootste commerciële succes behaalde zij met het album Pearls uit 1981, dat 79 weken in de hitlijsten stond.

Andere bekende hits uit die jaren waren onder meer Fool If You Think It’s Over en No More the Fool, die begin 1987 de top vijf bereikten.

Terwijl zij in maart 1976 nog probeerde haar huwelijk met gitarist Peter Gage zo goed mogelijk te combineren met haar drukke bestaan, eindigde deze verbintenis later in de jaren zeventig.

Op 1 maart 1978 trouwde zij met haar geluidstechnicus Trevor Jordan, met wie zij twee zonen kreeg, Jermaine en Joseph.

Het gezin woonde jarenlang in een landhuis in North Devon, maar in 1998 kwam Brooks in zware financiële problemen, nadat bleek dat haar accountant haar belastingen niet had betaald.

Ze woonde tijdelijk in een stacaravan, maar wist uiteindelijk na vier jaar al haar schulden af te lossen door haar huis te verkopen.

Vanaf het jaar 2000 werd haar management en tournee-promotie overgenomen door haar zoon Jermaine en diens vrouw Joanna.