Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
In mei 1986 tekende Michael Jackson een historisch contract met Pepsi, waarbij bronnen variëren tussen 5 mei voor de formele ondertekening en 6 mei voor de grootschalige bekendmaking tijdens een persconferentie in New York.
Gehuld in een zwart paillettenjasje presenteerde de zanger zich aan de wereldpers om de grootste individuele sponsordeal uit de geschiedenis van de reclamewereld te bevestigen.
De overeenkomst had een waarde van ongeveer 15 miljoen dollar en vormde een vervolg op het eerdere succes van de campagne uit 1984.
Het contract verplichtte de zanger om in drie commercials te verschijnen en legde vast dat Pepsi de hoofdsponsor zou worden van zijn komende wereldtournee, de Bad World Tour.
Een opvallend detail aan deze samenwerking was dat Michael Jackson de frisdrank in de reclamespotjes nooit daadwerkelijk hoefde te drinken of vast te houden.
De focus lag volledig op zijn artistieke imago en zijn dansstijl om het merk te profileren onder de slogan the choice of a new generation.
De tournee die door dit contract werd ondersteund, de Bad World Tour, ging van start op 12 september 1987 in Tokio en eindigde op 27 januari 1989 in Los Angeles.
Het was de eerste solotournee van Michael Jackson en werd een fenomenaal succes.
De tour omvatte 123 concerten verspreid over 15 landen op 4 continenten. In totaal trok de tournee ongeveer 4,4 miljoen fans aan, wat leidde tot een recordopbrengst van circa 125 miljoen dollar.
Hiermee werd het de best verdienende en drukst bezochte tournee van de jaren 80.
Een bijzonder feit is dat Michael tijdens deze tournee een reeks van zeven uitverkochte concerten gaf in het Wembley Stadium in Londen, waar hij in totaal voor 504.000 mensen optrad.
Dit leverde hem een vermelding op in het Guinness World Records. Ook doneerde hij aanzienlijke delen van de opbrengst aan diverse goede doelen, waaronder ziekenhuizen en weeshuizen.
Wat betreft de catering en de exclusiviteit tijdens de optredens was de invloed van de sponsor zeer merkbaar.
Als onderdeel van de overeenkomst had Pepsi de exclusieve rechten, wat betekende dat op de concertterreinen en in de VIP-ruimtes alleen Pepsi-producten verkrijgbaar waren.
Concurrenten zoals Coca-Cola waren volledig verbannen uit het zicht van het publiek en de media rondom de tourlocaties.
Bezoekers konden tijdens de concerten dan ook alleen cola van het merk Pepsi nuttigen.
Hoewel de eerdere samenwerking in 1984 werd overschaduwd door een ernstig ongeval waarbij het haar van de zanger vlam vatte tijdens opnames, markeerde de nieuwe deal uit 1986 een periode van ongekende commerciële macht.
De resulterende reclamespots, waarin Michael vaak samen met jonge dansers te zien was, werden wereldwijd iconisch.
Hiermee werd de basis gelegd voor een van de meest invloedrijke partnerschappen tussen de muziekindustrie en het bedrijfsleven
Hoewel zijn wieg in Brugge stond, groeide hij vanaf tweejarige leeftijd op in Heist-aan-Zee, waar zijn moeder een kapsalon uitbaatte.
Als kind was hij vooral gepassioneerd door voetbal en zingen, waarbij zijn uitzonderlijke stemgeluid al op tienjarige leeftijd werd opgemerkt door zijn muziekleraar.
Na de scheiding van zijn ouders verhuisde hij naar Brussel, waar hij op zijn vijftiende de schoolbanken verruilde voor diverse banen als bakkersgast, slager, loopjongen, verkoper en fabrieksarbeider.
Zijn muzikale ambitie leidde hem in die periode naar verschillende zangwedstrijden, wat hem uiteindelijk een plek opleverde in de revue van de Folies Bergère in Brussel.
Daar werkte hij samen met Bobbejaan Schoepen, de man die in 1967 zijn hit “Ik geloof “zou schrijven.
In de jaren zestig kende Jimmy een veelbelovende start als beat- en yéyézanger.
Ondanks pogingen van zijn management om met het Franstalige Soufflé, een cover van Breathless, door te breken in Frankrijk, bleef het grote succes daar uit.
Hij besloot zich vervolgens op Vlaanderen te richten en sloeg een nieuwe artistieke weg in.
Deze keuze bleek uiterst succesvol met tijdloze hits zoals ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, opgenomen met de J.J. Band, en het bekende ‘Rozen voor Sandra’
Ook nummers als “Saragossa” en “Yet I Know” groeiden uit tot grote successen.
Naast zijn muzikale carrière toonde hij grote maatschappelijke betrokkenheid toen hij kort na zijn vijftigste verjaardag de diagnose kanker kreeg.
Door hier openlijk over te communiceren, hielp hij het taboe rond de ziekte te doorbreken.
Als boegbeeld van de VTM-actie Levenslijn hielp hij ruim 4,4 miljoen euro in te zamelen voor kankerbestrijding.
Zijn lange loopbaan werd op diverse manieren geëerd.
In 2013 vierde hij zijn gouden jubileum met een concert in de Stadsschouwburg van Brugge en een jaar later werd hij opgenomen in de Radio 2 Eregalerij voor een leven vol muziek, nadat zijn grootste hit daar in 2002 al een plek had gekregen.
Ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag verscheen in 2014 een verzamelalbum met veertig nummers, inclusief nieuw werk en uniek materiaal.
Als single werd hieruit het nummer ‘Harten kennen geen geheimen’, een vertaling door Andy Free van ‘Herzen haben keine Fenster’ van Elfi Graf uitgebracht.
De laatste jaren verblijft de zanger in een appartement in Duinbergen, maar zijn gezondheid is momenteel zorgwekkend.
Na een infectie tijdens een operatie in 2017 verbleef hij al negen maanden in het ziekenhuis, en recent is er een gescheurde pees in zijn linkerbeen geconstateerd.
Vanwege zijn hoge leeftijd en een zwakker hart is een nieuwe operatie uitgesloten, waardoor hij nauwelijks nog kan lopen.
Jimmy ervaart dagelijks hevige pijnen die ook zijn stem beïnvloeden, waarvoor hij hulp krijgt bij een pijnkliniek.
Ondanks een medische geschiedenis met meerdere zware ingrepen aan zijn heupen, knie en de plaatsing van een pacemaker, behoudt hij een positieve instelling en probeert hij zijn dagen zo zinvol mogelijk door te brengen.
Jimmy Frey kende geen rimpelloze jeugd. Zijn ouders vormden geen goed team en zijn vader was een gewelddadige rokkenjager die regelmatig dronken thuiskwam.
De situatie escaleerde vaak tot fysiek geweld, waarbij Jimmy’s moeder het zwaar te verduren kreeg.
Toen Jimmy elf was, verplichtte de rechter zijn vader om het huis te verlaten.
Ondanks de grauwe sfeer was er thuis gelukkig veel muziek.
Jimmy zong graag mee met platen van Luis Mariano, het idool van zijn moeder.
Hoewel hij op school geen hoogvlieger was, merkte zijn muziekleraar zijn talent op en adviseerde zijn moeder om hem te stimuleren in het zingen.
Op bijna vijftienjarige leeftijd verhuisde Jimmy met zijn moeder naar Brussel, waar zijn zus al woonde en zijn moeder een nieuwe partner had gevonden.
Deze stiefvader drong aan op verdere studies, maar de technische school bleek niets voor Jimmy.
Hij ging op vijftienjarige leeftijd aan de slag als beenhouwersgast.
Het was een zware leerschool met lange werkdagen, waardoor er aanvankelijk geen tijd meer was voor muziek.
Twee jaar later hoorde de neef van zijn baas hem zingen en moedigde hem aan om deel te nemen aan talentenjachten.
Met nummers van Luis Mariano won hij prompt verschillende prijzen.
Onder de naam Ben Timior begon hij vaker op te treden.
In 1958 vond hij werk bij een beenhouwer die zijn passie wel steunde, waardoor hij aan talloze wedstrijden kon deelnemen.
Datzelfde jaar won hij de officiële zangwedstrijd van de Wereldtentoonstelling in Brussel en de superfinale van de Belgische Strijdkrachten met liedjes van Jacques Brel.
In 1961 volgde de Prijs van de stad Brussel. Na zijn legerdienst besloot Jimmy definitief voor een zangcarrière te kiezen, wat leidde tot een breuk met zijn moeder.
Hij trok naar Parijs met producer Louis Maréchal, waar hij zijn definitieve artiestennaam Jimmy Frey kreeg, geïnspireerd door namen als Sammy Frey. Hoewel hij er enkele Franse singles opnam, bleef het grote succes uit.
In 1964 keerde hij terug naar Vlaanderen en bracht hij zijn eerste Nederlandstalige single ‘Aan de overkant’ uit.
Zijn echte doorbraak kwam in 1966 via het programma Canzonissima.
Met zijn geblondeerde haar en militaire galakostuum creëerde hij een iconisch imago.
Zijn charisma en de hit ‘Ik geloof’ maakten van hem een nationale ster.
In 1967 stond hij op de Europese Beker voor zangvoordracht in Knokke naast internationale grootheden.
Een jaar later volgde zijn legendarische hit ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, geschreven door de broers Lameirinhas.
Het nummer bereikte de top van de hitlijsten en werd later opgenomen in de Eregalerij van Radio 2.
De jaren zestig en zeventig waren een aaneenschakeling van successen.
Met nummers als “Als het ware rozen zijn” en “Als een kus naar tranen smaakt” bleef hij de hitlijsten domineren.
Het absolute hoogtepunt was “Rozen voor Sandra” in 1970, waarvan internationaal 1,8 miljoen exemplaren werden verkocht.
Jimmy omarmde zijn imago als de Vlaamse playboy, maar bleef verstandig omgaan met zijn inkomsten.
Ook in de jaren zeventig bleven de hits komen, zoals de Zomerhit ‘Niemand weet hoeveel ik van je hou’ en de publiekslievelingen ‘Pappie nummer twee’ en ‘De smaak van je lippen’.
Na een rustigere periode maakte hij in 1980 een sterke comeback met een discoversie van ‘Yet, I know’, waarmee hij opnieuw een Zomerhit won.
In de jaren tachtig bleef hij afwisselen tussen Nederlandstalige nummers zoals ’40 jaar’ en Franse vertalingen van wereldhits.
In 1989 nam hij deel aan Eurosong met ‘Vrijen met jou’, maar kort daarna sloeg het noodlot toe en werd er kanker bij hem vastgesteld.
Na zijn herstel zette hij zich onvermoeibaar in voor andere patiënten via zijn eigen stichting en de VTM-actie Levenslijn.
De bijbehorende single ‘Samen leven’ werd een enorme hit en bracht veel geld op voor het goede doel.
De daaropvolgende decennia stonden in het teken van jubilea en erkenning.
Hij vierde zijn dertig- en veertigjarige carrière met grote concerttournees en bleef een graag geziene gast op evenementen zoals het Schlagerfestival.
Zijn hit ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’ werd officieel vereeuwigd en in 2013 ontving hij de prestigieuze award voor een Leven vol Muziek.
Zelfs op latere leeftijd bleef hij actief met nieuwe releases en tournees, waarbij hij door radio en publiek steevast werd geëerd als een van de grootste iconen van het Vlaamse lied.
Jimmy Frey en zijn nieuwe single ‘Er is nog zoveel niet verloren’ (Joepie 25 december 1983)
Gisteren nog vandaag
Jimmy Frey in de Story 10 oktober 1979
Jimmy Frey in de Joepie van 6 juli 1980
Gisteren nog vandaag
Jimmy Frey (september 1979)
Jimmy Frey, van Nederlandstalige hits naar Franse chanson (Joepie 12 juni 1974).
Jimmy Frey in de Story van 3 augustus 1979
Jimmy Frey in de Story van 12 oktober 1979.
De 2 vrouwen van Jimmy Frey (Joepie 3 juni 1979)
Gaan zeilen met Benny Scott, Ann Christy, Jimmy Frey, Gaby Lang en Paul Anderson (september 1979)
Jimmy Frey, Will Tura en Willy Sommers (oktober 1973)
Joan Collins stond al op driejarige leeftijd op het podium, met de droom om toneelactrice te worden.
Ze begon een opleiding aan de Royal Academy of Dramatic Arts in Londen, maar ze maakte deze niet af. Want de verleiding van de filmindustrie was te sterk.
Op haar zeventiende tekende ze haar eerste contract bij een Britse filmstudio en drie jaar later maakte ze een wervelende entree in Hollywood.
Collins genoot intens van de feestjes en ontmoetingen met sterren als Marlon Brando, James Dean en Marilyn Monroe.
Ze werkte samen met grootheden als Bette Davis, Richard Burton en Paul Newman, en deed zo enorm veel ervaring op.
Ze maakte echter ook kennis met de omgangsregels van Hollywood, waarbij studiobazen haar grote rollen toezegden in ruil voor ‘wederdiensten’.
Collins wees deze allemaal af, waardoor de hoofdrol in ‘Cleopatra’ – de film die Liz Taylor haar grote doorbraak bezorgde – aan haar voorbijging.
Na een vroege, maar weinig opzienbarende carrière, kwam haar echte doorbraak pas veel later.
In de jaren 80 werd ze op latere leeftijd wereldberoemd door haar iconische rol als ‘superbitch’ Alexis Colby in de televisieserie Dynasty.
Hoewel dit haar bekendste rol is, heeft ze in totaal in meer dan 60 films meegespeeld en meerdere boeken geschreven.
Collins zag vier eerdere huwelijken stranden. Ze heeft twee kinderen uit haar tweede huwelijk met zanger Anthony Newley, en een dochter uit haar derde huwelijk met platenbaas Ron Kass.
Sinds 2002 is ze gelukkig getrouwd met Percy Gibson, de manager van een theatergezelschap, die 32 jaar jonger is dan zijzelf.
Haar jongere zus was de bekende schrijfster Jackie Collins
Op 31 december 2014 werd ze geridderd door koningin Elizabeth II en mag ze zichzelf Dame Joan noemen.
Ze woont doorgaans met haar man in Belgravia, een zeer exclusieve wijk in Londen, maar bezit ook huizen in New York en Los Angeles.
Daarnaast heeft ze een enorme villa in Saint-Tropez, Frankrijk, waar ze afgelopen zomer nog van een zonnige vakantie genoot.
In 2022 vatte de documentairefilm This is Joan Collins haar veelbewogen leven samen
Donald Trump, geboren op 14 juni 1946, groeide op in een gezin met twee broers en twee zussen.
Na zijn economische studie, gericht op vastgoed, trad hij toe tot het familiebedrijf van zijn vader en grootmoeder, The Trump Organization.
Waar het bedrijf zich aanvankelijk richtte op sociale huurwoningen, verlegde Trump de focus al snel naar prestigieuze projecten in Manhattan, waar de winstmarges aanzienlijk hoger lagen.
Onder zijn leiding groeide de organisatie, die in 2016 al meer dan 250 bedrijven omvatte, uit tot een imperium met als bekendste wapenfeiten de bouw van de Trump Tower en het tijdelijke mede-eigenaarschap van het Empire State Building.
Een sleutelmoment in zijn opmars als mediapersoonlijkheid was de renovatie van een schaatsbaan in Central Park, New York.
Nadat de stad er na zes jaar en een budgetoverschrijding van 12 miljoen dollar niet in was geslaagd het project af te ronden, nam Trump het over.
Hij voltooide de renovatie in slechts drie maanden, en dat voor bijna een miljoen dollar onder het budget.
De stunt leverde hem een enorme hoeveelheid positieve media-aandacht op.
Zijn zakelijke carrière kende ook tegenslagen. Hoewel Trump nooit persoonlijk failliet is gegaan, hebben verschillende van zijn bedrijven wel een technisch faillissement doorstaan.
Hij slaagde er echter steeds in om deze bedrijven te herstructureren, waarbij hij zijn privévermogen doorgaans buiten schot wist te houden.
De lancering van zijn realityshow “The Apprentice” maakte van de naam ‘Trump’ een wereldwijd merk.
Met zijn iconische uitspraak “You’re fired!” werd hij een tv-fenomeen, wat hem in staat stelde om zijn naam via licenties te verkopen.
Zijn investeringen waren zeer divers en omvatten onder meer casino’s, golfterreinen, hotels, sportteams, missverkiezingen en zelfs een cameo in de film “Home Alone”.
Ook recenter bleef hij actief als ondernemer met projecten als het socialemediaplatform Truth Social en de cryptomunt $TRUMP.
Het vermogen van Donald Trump is altijd onderwerp van discussie geweest.
Schattingen liepen in 2015 uiteen van 4,1 tot 8,7 miljard dollar en werden in 2020 op zo’n 2,5 miljard geraamd.
In 2025 schatten media als The Guardian en Forbes zijn vermogen op ongeveer 5 miljard euro, waarbij een opvallend groot deel uit digitale bezittingen zoals cryptocurrency zou bestaan.
Zelf claimt hij een vermogen van rond de tien miljard dollar. Hoe dan ook is hij verreweg de rijkste Amerikaanse president ooit.
Op persoonlijk vlak is Trump driemaal getrouwd. Van 1977 tot 1992 was hij gehuwd met de Tsjechische Ivana Zelníčková, met wie hij drie kinderen kreeg: Donald jr., Ivanka en Eric.
In 1993 trouwde hij met Marla Maples, met wie hij dochter Tiffany kreeg; dit huwelijk eindigde in 1999.
Sinds 2005 is hij getrouwd met de Sloveense Melania Knauss, de moeder van zijn jongste zoon, Barron (Story 26 oktober 1990)
Hoewel hij geboren werd als Hans Mulders, kent heel Nederland en Vlaanderen hem onder de naam Hans Kazàn.
Zijn passie voor goochelen ontstond al op negenjarige leeftijd, toen hij een goocheldoos van Sinterklaas kreeg.
Dit geschenk was het startschot voor een levenslange fascinatie voor de kunst van de illusie.
Toen hij zich inschreef bij een goochelclub, moest hij een artiestennaam bedenken.
De jonge Hans was creatief en stelde zijn naam samen uit eerbetoon aan zijn idolen: ‘Ka’ van de legendarische Fred Kaps en ‘zan’ van de Italiaanse goochelaar Remo Inzani.
Het accent op de ‘a’ voegde hij toe om te voorkomen dat het als een hondennaam zou klinken.
De naam klonk zo goed dat hij hem overal gebruikte, zelfs op school. Later, na een breuk met zijn ouders, liet hij zijn achternaam officieel wijzigen in Kazàn.
In 1973 behaalde hij een indrukwekkende derde prijs in de categorie illusionisme tijdens de wereldkampioenschappen goochelen in Parijs.
De echte doorbraak bij het grote publiek kwam vanaf 1976, toen hij een bekend gezicht werd op de Nederlandse televisie.
Eerst als goochelaar in het populaire programma ‘Ren je Rot’ en later met zijn eigen goochelshows bij de TROS.
Ook toonde hij zijn veelzijdigheid als de enthousiaste quizmaster van het spelprogramma ‘Prijzenslag’ bij RTL.
De passie voor het theatervak is duidelijk overgedragen op zijn kinderen.
Zijn zoon Steven is actief als komiek, terwijl zijn zonen Oscar en Renzo in de voetsporen van hun vader zijn getreden als professionele goochelaars.
Samen met Mara (Maartje van Olst) vormen zij het succesvolle illusionistentrio Magic Unlimited.
Na jarenlang in het Overijsselse Bathmen te hebben gewoond, verhuisde Kazàn in 2005 met zijn vrouw naar het zonnige Zuid-Spanje.
Daar opende hij in 2006 het ‘Magic Palace’ in Torremolinos, een droom die helaas van korte duur was.
Toen de belangrijkste investeerder zich terugtrok, moesten de deuren begin 2007 alweer sluiten.
Ondanks deze tegenslag en het feit dat hij lijdt aan de erfelijke ziekte van Dupuytren, waarvoor hij meerdere behandelingen heeft ondergaan, is Hans Kazàn nog steeds volop actief.
Hij treedt op in theaters, is een graag geziene gast op festivals als de Zwarte Cross en Lowlands, en wordt regelmatig gevraagd als spreker.
De kroon op zijn indrukwekkende carrière kwam op 26 maart 2023.
Ter ere van zijn 50-jarig artiestenjubileum werd Hans Kazàn benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Op diezelfde dag werd ook zijn biografie, geschreven door Michel van Zeist, gepresenteerd als een passend eerbetoon aan een van Nederlands bekendste illusionisten.
Samen kregen ze twee dochters, onder wie actrice Lauren Versnick.
Hoewel het koppel in 2001 uit elkaar ging, hebben ze altijd een vriendschappelijke band behouden.
De carrière van Lynn Wesenbeek, geboren in Brasschaat in 1962, werd gelanceerd toen ze in 1987 tot Miss België werd gekroond.
Haar overwinning was de perfecte springplank naar de televisiewereld.
In 1989, bij het opstarten van VTM, werd ze een van de eerste en meest geliefde omroepsters van de zender.
Gedurende 23 jaar was ze een vast gezicht op het scherm en presenteerde ze succesvolle programma’s als “Miss België”, “Royalty” en “De Exclusieve”.
Na haar vertrek bij VTM in 2012 bleef Wesenbeek niet stilzitten.
Ze begon een nieuwe fase als freelance journaliste en moderator en maakte zelfs een opmerkelijke zijstap naar het bedrijfsleven door in 2015 mede de Belgische Federatie voor Robotica op te richten.
In 2018 keerde ze terug naar haar oude liefde, de televisie, als presentatrice van het interviewprogramma “Z-Talk” op Kanaal Z.
In datzelfde jaar schreef ze samen met Kris Colpaert het boek “50 Tinten Wijs”, waarvoor ze tal van bekende leeftijdsgenoten interviewde over het leven na vijftig.
Een volgende verrassende wending kwam er in 2019, toen ze de politieke arena betrad als lijstduwer voor Open Vld bij de Europese verkiezingen.
Ze zette haar televisiewerk op pauze en behaalde een indrukwekkend aantal van ruim 53.000 voorkeurstemmen, wat net niet voldoende was voor een zetel.
Haar politieke engagement kreeg een vervolg toen ze in 2020 door haar partij werd aangesteld als lid van de raad van bestuur van de VRT.
Recentelijk heeft Lynn Wesenbeek een nieuwe, creatieve passie omarmd.
In 2025 richtte ze Studio Saudade op, een project waarmee ze haar zelfgemaakte keramieken hoofden als designobjecten verkoopt, en zo opnieuw een nieuw hoofdstuk aan haar veelzijdige carrière toevoegt.
Als zoon van Ward Op de Beeck, voormalig journalist bij de BRT-nieuwsdienst, was de weg naar de media voor Johan Op de Beeck een logische stap.
Na zijn studies communicatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel startte hij in 1980 zijn carrière als journalist bij de BRT, waar hij uitgroeide tot een bekend gezicht als presentator van Het Journaal.
In 1990 verliet hij de openbare omroep om zijn eigen mediabedrijf op te richten.
Zijn ondernemerschap leidde hem in 1993 naar de functie van eerste hoofdredacteur bij TV Limburg.
Zijn carrière kreeg een internationaal vervolg toen hij vanaf 1996 de redactie van de nieuwszender Euronews in Lyon leidde.
Later was hij ook actief bij het European Journalism Centre in Maastricht.
Zijn expertise in de mediawereld bleek opnieuw in 1999, toen hij meehielp aan de oprichting van Kanaal Z, waar hij in 2002 hoofdredacteur en directeur informatie werd.
Tussen 2003 en 2005 keerde hij terug naar de VRT als netmanager van Canvas en Ketnet. Nadien bekleedde hij de functies van gedelegeerd bestuurder bij Videohouse en secretaris-generaal van RTD, de beroepsvereniging van Belgische kabelmaatschappijen.
Naast zijn managementfuncties bleef Op de Beeck ook creatief actief. Hij maakte tv-documentaires zoals “Masters of the Game”, “Undercover”, “Raveel”, “Atlantik Wall” en “Jodentransport XX”.
Bovendien was hij het gezicht van praat- en debatprogramma’s, waaronder “Eerlijk Gezegd” op TV1 en “Zeven op Z”.
De voorbije jaren heeft hij zich succesvol toegelegd op het schrijven van historische werken. Hij is de auteur van vijf bestsellers over het napoleontische tijdperk, waaronder “Napoleons nachtmerrie” (2012), “Waterloo” (2013) en de tweedelige biografie “Napoleon” (2014).
Ook zijn boek “Het verlies van België” (2015), over het ontstaan van het land, werd een groot succes.
Later volgden nog werken over de vrije meningsuiting (2017) en Lodewijk XIV (2018). Recent verscheen zijn nieuwste boek, getiteld “De aanslag op Napoleon”
Hugo Van den Berghe, geboren op 19 juni 1943 in het Oost-Vlaamse Wetteren, zette zijn eerste stappen in de acteerwereld al op jonge leeftijd.
In 1958 sloot hij zich aan bij het liefhebberstoneel ‘Vrank en Vrij’ in zijn geboortedorp.
Zijn talent bleek al vroeg, want nog tijdens zijn theateropleiding aan het conservatorium van Gent presenteerde de toen achttienjarige Van den Berghe het jongerenprogramma ‘Tienerklanken’ (1961-1965).
Na zijn studies debuteerde hij professioneel in ‘De Kleine Johannes’ bij Toneel Vandaag in Brussel.
Opmerkelijk genoeg volgde hij er vrijwel meteen zijn mentor Rudi Van Vlaenderen op als directeur en speelde hij mee in de geruchtmakende productie ‘Thyestes’ van Hugo Claus.
Toch verliet hij Brussel na een jaar voor het Nederlands Toneel Gent (NTG).
Die overstap bleek bepalend, want daar leerde hij niet alleen zijn echtgenote Blanka Heirman kennen, maar bouwde hij ook een indrukwekkende carrière uit.
Zijn talent werd er bekroond met de Oscar De Gruyter-prijs voor zijn rol in ‘Nooit te bereiken’ van Simon Gray.
Als regisseur bij het NTG toonde Van den Berghe een duidelijke voorliefde voor het werk van Cyriel Buysse; maar liefst drie van zijn eerste vier regies waren stukken van deze auteur.
“Ik ben begonnen via zijn meest bekende stuk, ‘Het gezin Van Paemel’, en nadien ben ik hem grondig gaan lezen en ik moet zeggen: ik had daar heel veel binding mee,” lichtte hij die keuze ooit toe.
Zijn regiewerk strekte zich ook uit tot televisie, met onder meer het tv-feuilleton ‘Het gezin van Paemel’ in 1978.
Naast het regisseren bleef hij zelf een gevierd acteur en speelde hij bijvoorbeeld de glansrijke hoofdrol van Dore Maersschalck in “Daar is een mens verdronken” (1983).
Zijn visie als NTG-directeur was helder, zoals bleek uit zijn ‘beginselverklaring’: “Het NTG richt zich ondubbelzinnig naar een jong publiek.
Dit wil zeggen: een publiek dat zich jong voelt, dat openstaat voor de trilling van de tijd, voor vernieuwing, voor avontuur, voor vers talent, voor ongewone visies.
Een publiek dat niet blind is voor wat gebeurt op deze planeet en daarom niet kan zonder de zuurstof van de allesrelativerende humor, ironie en zelfspot.”
Zelfs tijdens zijn drukke directeurschap bij het NTG bleef Van den Berghe een bekend gezicht op televisie.
Op uitnodiging van collega-acteur en VTM-programmadirecteur Mike Verdrengh presenteerde hij programma’s als ‘Sanseveria’ en ‘Kort Vlaams’.
In 1990 nam hij met een rol in ‘Elektra’, geregisseerd door Dirk Tanghe, voor lange tijd afscheid van het theater.
Hij bleef echter zeer actief op het kleine scherm, met rollen in populaire series als ‘Familie’, ‘Flikken’, ‘Recht op Recht’, ‘Spoed’ en ‘Dirk Tanghe’, en bleef ook regisseren voor televisie.
Jarenlang meed hij het schouwburgpodium, tot actrice Chris Lomme hem in 2005 kon overtuigen om terug te keren in het stuk ‘Het licht in de ogen’.
Na een herseninfarct, waar hij redelijk goed van herstelde, vond hij rust in De Haan, waar hij met zijn vrouw naast Koen Crucke woonde.
Toch bleef de passie voor het podium trekken. “Ik kan het acteren niet laten en ik ben zeer blij dat ik het weer doe,” vertelde hij eind 2012 in De Gentenaar.
“Straks kan ik weer op de grote scène staan in Platonov. Ik voel dat ik weer onder de mensen ben.
Na mijn herseninfarct doet dit deugd.” Hij voegde de daad bij het woord en was in 2014 ook nog te zien als bisschop in de film ‘Café Derby’.
De laatste jaren van zijn leven ging zijn gezondheid achteruit.
Acteur en regisseur Hugo Van den Berghe overleed uiteindelijk op 23 februari 2020 op 76-jarige leeftijd in zijn woonplaats De Haan.