50 jaar geleden, Luc Appermont, binnenkort naar Amerika.

In mei 1976, inmiddels vijftig jaar geleden, stond PopPoll-winnaar Luk Appermont op het punt om de volgende maand naar de Verenigde Staten te reizen om frisse televisie-ideeën op te doen.

De BRT-presentator werd destijds aangenaam verrast toen de lezers van Joepie hem in de allereerste poppoll verkozen tot beste tv-presentator.

Dat zijn programma Labyrint op de vierde plaats eindigde, deed hem even opkijken.

Luk vertelde toen dat hij blij was dat Labyrint was gestegen in de polls, vooral omdat het programma minder op tieners was gericht dan zijn eerdere werk. Waar in Binnen en Buiten nog veel popvedetten optraden, was Labyrint immers een stuk serieuzer.

Hij keek met tevredenheid terug op de uitzendingen, vooral omdat hij er veel eigen inbreng in kwijt kon.

Volgens hem moet je als presentator volledig achter een concept staan om het goed te kunnen brengen.

Wel betreurde hij het dat er destijds zo weinig eigen Vlaamse producties werden gemaakt.

De presentator steunde dan ook de actie van Vlaamse artiesten die vonden dat de BRT hen boycotte.

Luk noemde hun protest volkomen verantwoord.

Hij vond dat er te weinig Vlaamse artiesten aan bod kwamen op het scherm en sprak de kritiek dat ze niets konden tegen.

Door zijn vele optredens in het land wist hij immers hoe getalenteerd ze waren.

Hij zag het als een vicieuze cirkel: als de radio meer Vlaamse muziek zou draaien, zouden de platen beter verkopen.

Dat zou weer leiden tot grotere budgetten en meer initiatief, wat de kwaliteit alleen maar ten goede zou komen.

Nu moesten artiesten helaas vaak eerst succes in het buitenland boeken voordat ze in eigen land werden gewaardeerd, iets wat Luk destijds te gek voor woorden vond.

Naast zijn televisiewerk was Luk in die periode veel op de Vlaamse podia te vinden, onder andere met de Vlaamse 5 Sterrenshow.

Soms zong hij met een orkest, maar meestal stond hij op de planken als conferencier in een show vol spelletjes en humor.

Op televisiegebied was de serie Hit-journal, een coproductie met buitenlandse zenders, net afgelopen.

Luk liep destijds rond met plannen voor een nieuw, degelijk programma dat puur door de BRT geproduceerd zou worden.

Die plannen waren toen nog vaag en alleen Labyrint was een zekerheid, al kon ook dat snel veranderen.

Zijn populariteit reikte destijds al tot over de landsgrenzen, zo bleek toen hij in Den Haag was om voor de BRT commentaar te leveren bij het Eurovisiesongfestival.

Tot zijn grote verbazing bleek het Nederlandse publiek hem te kennen.

Mensen vroegen massaal om foto’s en handtekeningen, en Luk was naar eigen zeggen blij dat hij er toevallig een aantal bij zich had. Dankzij de opkomst van kabeltelevisie keken ze in het hart van Nederland naar de Belgische zender.

Opvallend genoeg waren de Nederlanders erg enthousiast over Labyrint en vonden ze het vaak beter dan hun eigen programma’s, terwijl de Vlamingen destijds juist vaak naar de Nederlandse televisie opkeken.

De geplande reis naar de Amerikaanse televisiestations deed hij overigens volledig op eigen initiatief, zonder financiële steun van de BRT.

Vandaag is het precies 95 jaar geleden dat de veelzijdige Nederlands-Belgische entertainer Henk van Montfoort werd geboren.

Zijn indrukwekkende loopbaan als presentator, zanger, acteur en conferencier begon vlak na de oorlog in een bescheiden schoolorkestje.

Al snel vond hij zijn weg naar grotere podia op gala’s en kermissen.

Een belangrijke wending in zijn leven vond plaats in de jaren vijftig in Amsterdam, waar hij zijn eerste vrouw Yvonne Henneco ontmoette.

Hij volgde haar naar België en kwam zo terecht in de artistieke kringen rond het orkest van Marcel Hellemans.

In de jaren die volgden werkte hij samen met bekende namen zoals Miel Cools en Claire.

Met die laatste scoorde hij in 1977 een grote hit; hun duet ‘Op de purp’re hei’ voerde twee weken lang de Vlaamse top tien aan.

Hoewel hij zijn mediacarrière op de radio startte, werd hij bij het grote publiek vooral geliefd via de televisie.

Opvallend genoeg was hij vaker op de Belgische dan op de Nederlandse buis te zien, met succesvolle programma’s als Hallo met Henk en Henk in Wonderland.

In Nederland genoot hij bekendheid met titels als Hallo hier Hilversum.

Naast zijn werk als presentator was Van Montfoort in de jaren zestig een veelgeziene gast in diverse televisiefilms en series.

Hoewel hij begin jaren tachtig officieel besloot om het rustiger aan te doen, bleef het podium aan hem trekken.

Foto met zijn zoon Tonny Van Montfoort, helaas ook al overleden op 24 april 2024.

Tot in 2001 trad hij nog regelmatig op met een speciale show voor senioren.

Henk van Montfoort overleed uiteindelijk op 71-jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker.

Vandaag viert Ivan Moerman, beter bekend onder zijn artiestennaam Jimmy Frey, zijn zevenentachtigste verjaardag.

Hoewel zijn wieg in Brugge stond, groeide hij vanaf tweejarige leeftijd op in Heist-aan-Zee, waar zijn moeder een kapsalon uitbaatte.

Als kind was hij vooral gepassioneerd door voetbal en zingen, waarbij zijn uitzonderlijke stemgeluid al op tienjarige leeftijd werd opgemerkt door zijn muziekleraar.

Na de scheiding van zijn ouders verhuisde hij naar Brussel, waar hij op zijn vijftiende de schoolbanken verruilde voor diverse banen als bakkersgast, slager, loopjongen, verkoper en fabrieksarbeider.

Zijn muzikale ambitie leidde hem in die periode naar verschillende zangwedstrijden, wat hem uiteindelijk een plek opleverde in de revue van de Folies Bergère in Brussel.

Daar werkte hij samen met Bobbejaan Schoepen, de man die in 1967 zijn hit “Ik geloof “zou schrijven.

In de jaren zestig kende Jimmy een veelbelovende start als beat- en yéyézanger.

Ondanks pogingen van zijn management om met het Franstalige Soufflé, een cover van Breathless, door te breken in Frankrijk, bleef het grote succes daar uit.

Hij besloot zich vervolgens op Vlaanderen te richten en sloeg een nieuwe artistieke weg in.

Deze keuze bleek uiterst succesvol met tijdloze hits zoals ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, opgenomen met de J.J. Band, en het bekende ‘Rozen voor Sandra’

Ook nummers als “Saragossa” en “Yet I Know” groeiden uit tot grote successen.

Naast zijn muzikale carrière toonde hij grote maatschappelijke betrokkenheid toen hij kort na zijn vijftigste verjaardag de diagnose kanker kreeg.

Door hier openlijk over te communiceren, hielp hij het taboe rond de ziekte te doorbreken.

Als boegbeeld van de VTM-actie Levenslijn hielp hij ruim 4,4 miljoen euro in te zamelen voor kankerbestrijding.

Zijn lange loopbaan werd op diverse manieren geëerd.

In 2013 vierde hij zijn gouden jubileum met een concert in de Stadsschouwburg van Brugge en een jaar later werd hij opgenomen in de Radio 2 Eregalerij voor een leven vol muziek, nadat zijn grootste hit daar in 2002 al een plek had gekregen.

Ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag verscheen in 2014 een verzamelalbum met veertig nummers, inclusief nieuw werk en uniek materiaal.

Als single werd hieruit het nummer ‘Harten kennen geen geheimen’, een vertaling door Andy Free van ‘Herzen haben keine Fenster’ van Elfi Graf uitgebracht.

De laatste jaren verblijft de zanger in een appartement in Duinbergen, maar zijn gezondheid is momenteel zorgwekkend.

Na een infectie tijdens een operatie in 2017 verbleef hij al negen maanden in het ziekenhuis, en recent is er een gescheurde pees in zijn linkerbeen geconstateerd.

Vanwege zijn hoge leeftijd en een zwakker hart is een nieuwe operatie uitgesloten, waardoor hij nauwelijks nog kan lopen.

Jimmy ervaart dagelijks hevige pijnen die ook zijn stem beïnvloeden, waarvoor hij hulp krijgt bij een pijnkliniek.

Ondanks een medische geschiedenis met meerdere zware ingrepen aan zijn heupen, knie en de plaatsing van een pacemaker, behoudt hij een positieve instelling en probeert hij zijn dagen zo zinvol mogelijk door te brengen.

Jimmy Frey kende geen rimpelloze jeugd. Zijn ouders vormden geen goed team en zijn vader was een gewelddadige rokkenjager die regelmatig dronken thuiskwam.

De situatie escaleerde vaak tot fysiek geweld, waarbij Jimmy’s moeder het zwaar te verduren kreeg.

Toen Jimmy elf was, verplichtte de rechter zijn vader om het huis te verlaten.

Ondanks de grauwe sfeer was er thuis gelukkig veel muziek.

Jimmy zong graag mee met platen van Luis Mariano, het idool van zijn moeder.

Hoewel hij op school geen hoogvlieger was, merkte zijn muziekleraar zijn talent op en adviseerde zijn moeder om hem te stimuleren in het zingen.

Op bijna vijftienjarige leeftijd verhuisde Jimmy met zijn moeder naar Brussel, waar zijn zus al woonde en zijn moeder een nieuwe partner had gevonden.

Deze stiefvader drong aan op verdere studies, maar de technische school bleek niets voor Jimmy.

Hij ging op vijftienjarige leeftijd aan de slag als beenhouwersgast.

Het was een zware leerschool met lange werkdagen, waardoor er aanvankelijk geen tijd meer was voor muziek.

Twee jaar later hoorde de neef van zijn baas hem zingen en moedigde hem aan om deel te nemen aan talentenjachten.

Met nummers van Luis Mariano won hij prompt verschillende prijzen.

Onder de naam Ben Timior begon hij vaker op te treden.

In 1958 vond hij werk bij een beenhouwer die zijn passie wel steunde, waardoor hij aan talloze wedstrijden kon deelnemen.

Datzelfde jaar won hij de officiële zangwedstrijd van de Wereldtentoonstelling in Brussel en de superfinale van de Belgische Strijdkrachten met liedjes van Jacques Brel.

In 1961 volgde de Prijs van de stad Brussel. Na zijn legerdienst besloot Jimmy definitief voor een zangcarrière te kiezen, wat leidde tot een breuk met zijn moeder.

Hij trok naar Parijs met producer Louis Maréchal, waar hij zijn definitieve artiestennaam Jimmy Frey kreeg, geïnspireerd door namen als Sammy Frey. Hoewel hij er enkele Franse singles opnam, bleef het grote succes uit.

In 1964 keerde hij terug naar Vlaanderen en bracht hij zijn eerste Nederlandstalige single ‘Aan de overkant’ uit.

Zijn echte doorbraak kwam in 1966 via het programma Canzonissima.

Met zijn geblondeerde haar en militaire galakostuum creëerde hij een iconisch imago.

Zijn charisma en de hit ‘Ik geloof’ maakten van hem een nationale ster.

In 1967 stond hij op de Europese Beker voor zangvoordracht in Knokke naast internationale grootheden.

Een jaar later volgde zijn legendarische hit ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, geschreven door de broers Lameirinhas.

Het nummer bereikte de top van de hitlijsten en werd later opgenomen in de Eregalerij van Radio 2.

De jaren zestig en zeventig waren een aaneenschakeling van successen.

Met nummers als “Als het ware rozen zijn” en “Als een kus naar tranen smaakt” bleef hij de hitlijsten domineren.

Het absolute hoogtepunt was “Rozen voor Sandra” in 1970, waarvan internationaal 1,8 miljoen exemplaren werden verkocht.

Jimmy omarmde zijn imago als de Vlaamse playboy, maar bleef verstandig omgaan met zijn inkomsten.

Ook in de jaren zeventig bleven de hits komen, zoals de Zomerhit ‘Niemand weet hoeveel ik van je hou’ en de publiekslievelingen ‘Pappie nummer twee’ en ‘De smaak van je lippen’.

Na een rustigere periode maakte hij in 1980 een sterke comeback met een discoversie van ‘Yet, I know’, waarmee hij opnieuw een Zomerhit won.

In de jaren tachtig bleef hij afwisselen tussen Nederlandstalige nummers zoals ’40 jaar’ en Franse vertalingen van wereldhits.

In 1989 nam hij deel aan Eurosong met ‘Vrijen met jou’, maar kort daarna sloeg het noodlot toe en werd er kanker bij hem vastgesteld.

Na zijn herstel zette hij zich onvermoeibaar in voor andere patiënten via zijn eigen stichting en de VTM-actie Levenslijn.

De bijbehorende single ‘Samen leven’ werd een enorme hit en bracht veel geld op voor het goede doel.

De daaropvolgende decennia stonden in het teken van jubilea en erkenning.

Hij vierde zijn dertig- en veertigjarige carrière met grote concerttournees en bleef een graag geziene gast op evenementen zoals het Schlagerfestival.

Zijn hit ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’ werd officieel vereeuwigd en in 2013 ontving hij de prestigieuze award voor een Leven vol Muziek.

Zelfs op latere leeftijd bleef hij actief met nieuwe releases en tournees, waarbij hij door radio en publiek steevast werd geëerd als een van de grootste iconen van het Vlaamse lied.

Jimmy Frey en zijn nieuwe single ‘Er is nog zoveel niet verloren’ (Joepie 25 december 1983)

Gisteren nog vandaag

Jimmy Frey in de Story 10 oktober 1979

Jimmy Frey in de Joepie van 6 juli 1980

Gisteren nog vandaag

Jimmy Frey (september 1979)

Jimmy Frey, van Nederlandstalige hits naar Franse chanson (Joepie 12 juni 1974).

Jimmy Frey in de Story van 3 augustus 1979

Jimmy Frey in de Story van 12 oktober 1979.

De 2 vrouwen van Jimmy Frey (Joepie 3 juni 1979)

Gaan zeilen met Benny Scott, Ann Christy, Jimmy Frey, Gaby Lang en Paul Anderson (september 1979)

Jimmy Frey, Will Tura en Willy Sommers (oktober 1973)

Gisteren nog vandaag

Precies vijftig jaar geleden maakte de Vlaamse formatie Trinity haar debuut in de Joepie Top 50 met de hit 002-345-709 (That’s My Number).

Deze discoklassieker bleek een schot in de roos en bestormde de hitlijsten in zowel België als Nederland.

Zo behaalde de groep een indrukwekkende tweede plaats in de Belgische Radio 2 Top 30, terwijl het nummer in Nederland doorstootte naar de vierde positie in de Nationale Hitparade en de achtste plek in de Top 40.

Het trio achter dit succes bestond uit Sofie Verbruggen, simpelweg bekend als Sofie, en de muzikanten Fred Bekky en Bob Bobbot.

De twee mannen, die eigenlijk Fred Beeckmans en Bob Baelemans heetten, waren bekende gezichten in de muziekwereld.

Na het uiteenvallen van hun eerdere band The Pebbles besloten zij samen met Sofie een nieuwe weg in te slaan met de oprichting van Trinity.

Hoewel Fred Bekky inmiddels helaas is overleden, leeft de muzikale erfenis van de groep nog altijd voort.

Gisteren nog vandaag

De Belgische formatie Trinity scoorde in 1977 een opvallende hit met het nummer Drop, Drop, Drop.

De compositie was het resultaat van de samenwerking tussen Fred Bekky, de artiestennaam van Fred Beeckmans, en Bob Bobbot, ook wel bekend als Bob Baelemans.

Met dit lied waagde de groep hun kans tijdens de Belgische preselecties voor het Eurovisiesongfestival van dat jaar. Hoewel hun inzending een sterke indruk maakte, slaagden ze er net niet in om de overwinning binnen te slepen.

Ze moesten de eer laten aan Dream Express, de groep waar overigens voormalig Pebbles-lid Luc Smets deel van uitmaakte.

Ondanks dat Trinity België niet mocht vertegenwoordigen op het Europese podium, kende het nummer in eigen land een succesvol verloop in de hitlijsten.

De single wist op te klimmen naar een verdienstelijke twaalfde plaats in de toenmalige BRT Top 30.

In Nederland verliep het succes wat moeizamer; daar bleef de plaat steken in de Tipparade en bereikte deze de officiële verkooplijsten niet. Toch blijft Drop, Drop, Drop een memorabel onderdeel van de Belgische popgeschiedenis uit de late jaren zeventig.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

De Vlaamse groep Madou, geen volksmuziek, maar muziek van nu voor het volk van nu

45 jaar geleden, de Vlaamse groep Madou staat voor een opvallende breuk met de traditionele volksmuziek.

Hoewel de kernleden hun sporen verdienden in de formatie Rum, kiezen zij voor een geluid dat volledig geworteld is in de moderne tijd.

De band presenteert zich toen als een collectief dat muziek maakt voor de mensen van nu, wars van de brave en voorspelbare paden die de folkwereld vaak kenmerken.

De muziek van Madou vormde begin jaren tachtig een unieke combinatie in het Nederlandstalige muzieklandschap.

In de melodieën waren de folkinvloeden nog sterk te horen, maar de teksten behandelden het, vaak bittere, leven van nu.

Gebroken relaties en de harde dagelijkse werkelijkheid vormden de thematiek, waaraan de stem van Vera Coomans nog een extra tragische toets toevoegde.

Een derde element was het eerder moderne instrumentarium waarmee de nummers waren gearrangeerd, waardoor de associatie met traditionele folk moeilijk te maken viel.

Wegens het uitblijven van commercieel succes bleef het destijds bij die ene plaat.

Het duurde tot de hernieuwde populariteit van de folk vanaf omstreeks 2000, voordat de muziek van Madou een echte cultstatus kreeg.

In 2005 bracht Vera Coomans met de muzikanten van Jaune Toujours het oude repertoire al eens opnieuw onder de naam Madouce.

Veertig jaar na het ontstaan van de groep kreeg de band echter een definitieve doorstart onder impuls van Thomas Devos en Louis Van de Leest.

In februari 2021 verscheen de nieuwe single Ronquières, in september van dat jaar gevolgd door hun tweede album ‘Is Er Iets?’.

Na een Rewind-concert in de Ancienne Belgique en de single Mooie Dag verscheen op 22 november 2024 hun derde album ‘Engel’.

Tijdens de daaropvolgende tournee door Vlaanderen was vrijwel de volledige bezetting uit 1981 weer van de partij.

Jan Devos zorgde voor heropgevist en nieuw tekstmateriaal, terwijl Wiet Van de Leest de toetsen, viool en strijkersarrangementen voor zijn rekening nam.

Vera Coomans schitterde met een stem die doorheen de jaren alleen maar aan patina heeft gewonnen.

Ook Thomas Devos, zoon van Jan en Vera en bekend van projecten als Rumplestitchkin en Tommigun, sloot zich aan.

Hij bracht vers materiaal aan dat het vuur liet heropflakkeren en maakte nieuwe arrangementen voor de oude songs.

De herwaardering voor de groep bereikte een hoogtepunt in februari 2026, toen Vera Coomans de Lifetime Achievement Award in ontvangst mocht nemen.

In diezelfde maand behaalde hun nummer ‘Niets is voor Altijd’ de vierendertigste plaats in de Belpop 100.

Het succes zet zich voort in 2027 met drie grote concerten: op 27 januari in De Roma in Antwerpen, op 29 januari in de Handelsbeurs in Gent en op 31 januari in Le Botanique in Brussel.

De ticketverkoop voor de concerten in Antwerpen en Brussel is inmiddels van start gegaan (Joepie 1 maart 1981)

De schaduwzijde van Tien om te zien: goudkoorts en gebroken dromen in de Vlaamse showbizz

De opmars van de Vlaamse amusementsmuziek aan het begin van de jaren negentig werd gedreven door een grenzeloos optimisme bij duizenden aspirant-artiesten.

Aangespoord door familie, fans en kleine platenbonzen geloofden velen oprecht dat ze een fantastisch talent bezaten.

Dit leidde ertoe dat artiesten soms wel zes singles opnamen en tot anderhalf miljoen Belgische frank investeerden — wat vandaag de dag neerkomt op ruim 37.000 euro — voordat ze beseften dat de beloofde distributie en promotie door de platenfirma uitbleven.

In de praktijk moesten vaders van jonge zangers vaak zelf met de auto de lokale winkels bevoorraden, omdat de beloofde nationale promotie uitbleef.

Het enorme succes van het wekelijkse muziekprogramma Tien om te zien op de commerciële televisie fungeerde hierbij als de grote katalysator.

Het programma bood een ongekend nationaal podium voor het levenslied en de lokale popmuziek, waardoor de verkoopcijfers van Vlaamstalige producties explodeerden.

Voor gevestigde iconen zoals Willy Sommers, die al sinds de jaren zeventig een sterrenstatus genoot met klassiekers als Zeven anjers, zeven rozen, betekende dit een krachtige tweede adem.

Het programma verbond de jarenlange ervaring van dergelijke boegbeelden met een hernieuwde commerciële dynamiek, waardoor zij ook bij een jongere generatie prominent in het vizier bleven.

Opvallend is dat Nederland op dit vlak een belangrijke voorloper was waar veel Vlamingen jarenlang naar keken.

Al vanaf 1971 was daar Op losse groeven te zien, dat later werd opgevolgd door Op Volle Toeren.

Beide programma’s werden gepresenteerd door Chiel Montagne, die daarmee de absolute pionier van het genre was.

Montagne, die helaas op 24 juli 2025 is overleden, bleef voor velen het symbool van de waardering voor het Nederlandstalige lied.

Omdat de Vlaamse staatszender BRT dergelijke amusementsvriendelijke programma’s nauwelijks bood, stemden veel kijkers in Vlaanderen, zoals ik, af op de Nederlandse televisie voor hun portie muziek van eigen bodem.

Pas met de komst van VTM kregen deze artiesten met Tien om te zien eindelijk een eigen lokaal platform van vergelijkbare schaal.

Naast de gevestigde waarden ontstond er in Vlaanderen echter een enorme nieuwe instroom die hoopte op een vergelijkbare doorbraak als bij de noorderburen.

Dit creëerde een scherp onderscheid tussen de professionele top en de wereld van de loonpersingen.

Terwijl de echte sterren konden rekenen op professionele begeleiding, boden kleine labels amateurs de kans om tegen hoge prijzen een single op te nemen.

Zangers draaiden vaak zelf volledig op voor de productiekosten. Voor een oplage van duizend exemplaren betaalde een artiest destijds tussen de 70.000 frank (ongeveer 1.735 euro) en 115.000 frank (bijna 2.850 euro).

Dit bedrag dekte de kosten voor de studio en een vierkleurenhoes, maar de beloofde kwaliteit bleek in de praktijk niet altijd op waarheid te berusten.

De markt raakte hierdoor verzadigd met muziek die door experts vaak als hopeloos ouderwets werd omschreven.

Het was niet ongewoon dat dezelfde melodieën aan verschillende artiesten tegelijkertijd werden verkocht, waarbij enkel de tekst werd aangepast.

Maandelijks stroomden er tientallen van dit soort singles en cassettes binnen bij televisieproducenten, ingestuurd door mensen die ervan overtuigd waren dat zij de volgende grote ster zouden worden naast hun idolen uit de jaren zeventig en tachtig.

Sommigen gingen zelfs zo ver dat ze hun volledige spaargeld van bijvoorbeeld 800.000 frank (circa 19.830 euro) opofferden voor een moment in de spotlights.

Voor de meeste van deze hoopvolle talenten bleef de kelder echter de uiteindelijke bestemming voor hun voorraad.

Meer dan de helft van de geperste singles raakte men aan de straatstenen niet kwijt.

De schrille tegenstelling tussen de weinigen die werkelijk doorbraken en de massa die enkel betaalde voor een illusie, typeerde deze gouden jaren van de Vlaamse showbizz.

Ondanks de financiële aderlating bleven velen hun uitgaven zien als een noodzakelijke investering in een droom, waarbij de glitter van het televisiescherm een onweerstaanbare, maar voor velen onbereikbare aantrekkingskracht behield.

Vandaag is het ook tien jaar geleden dat de Vlaamse charmezanger Eddy Wally is overleden.

Eduard Van de Walle, de man die de wereld zou veroveren als Eddy Wally, werd op 12 juli 1932 geboren in een arbeidersgezin in Zelzate.

De kiem voor zijn showbizzcarrière werd gelegd door zijn vader Henri, een teerfabriekarbeider die zelf ook optrad en de jonge Eduard leerde musiceren op de accordeon, gitaar en mondharp.

Het noodlot sloeg echter vroeg toe: toen Henri op 49-jarige leeftijd overleed, moest de pas veertienjarige Eduard als kostwinner aan de slag in een weverij.

Toch liet hij zijn dromen niet varen. Na zijn werkuren schuimde hij de toenmalige talentenjachten, de zogeheten crochetwedstrijden, af.

Daar vond hij niet alleen een publiek, maar ook de liefde van zijn leven, Mariëtte.

Het paar trouwde in 1956 en kreeg een jaar later hun dochter Marina.

In de vroege jaren 60 begon het grote avontuur onder zijn nieuwe artiestennaam.

Eddy opende zijn eigen dancing Paris-Las Vegas in Ertvelde en combineerde dat met zijn werk op de Vlaamse markten.

Als marktkramer verkocht hij met zwier handtassen, een stiel die hem de knepen van het entertainment bijbracht en die hij nooit zou vergeten; hij bleef zichzelf altijd zien als een man van het volk, wat later prachtig tot uiting kwam in zijn lied ‘Als Marktkramer Ben Ik Geboren’

De grote ommekeer kwam in 1966 door zijn samenwerking met de Nederlandse producer Johnny Hoes.

Hun eerste single Chérie werd een ongekend succes: een nummer 1-hit in de Ultratop met meer dan 50.000 verkochte exemplaren.

Wat volgde was een indrukwekkende reeks successen en opmerkelijke wapenfeiten zonder afzonderlijke grenzen tussen zijn rollen als zanger en entertainer.

Naast klassiekers als Ik Spring Uit Een Vliegmachien bewees Eddy zijn tijdloze kracht in 1995 met de house-versie Chérie (Is In Da House).

Deze gigantische comeback bereikte zelfs de Nederlandse Tipparade.

Als de Voice of Europe trok hij bovendien naar Las Vegas en Rusland, terwijl zijn debuuthit in het Chinees werd vertaald als Baobei.

Zijn liveoptredens waren legendarisch, niet alleen om de muziek, maar vooral om de ongeëvenaarde interactie met zijn fans.

Met een ontwapenend enthousiasme strooide hij kwistig met oneliners die uitgroeiden tot zijn handelsmerk.

Wanneer hij het podium betrad, klonk steevast het triomfantelijke “Eddy Wally is in the house!”, gevolgd door een oprecht “Geweldig!” bij elk applaus.

Deze uitspraken waren geen ingestudeerde nummertjes, maar een uiting van zijn natuurlijke charisma, waardoor hij uitgroeide tot een onmisbaar mediafenomeen.

Hij toonde zijn enorme zelfspot in het absurdistische programma Lava als Kapitein Wally, samen met Kamagurka en Herr Seele op de tv.

Zijn status was zo groot dat hij opdook in strips van Urbanus en Suske & Wiske, en gastrollen vertolkte in F.C. De Kampioenen en de film Camping Cosmos.

De erkenning voor zijn unieke persoonlijkheid reikte uiteindelijk tot in de kosmos; in 1994 werd de planetoïde (2025) Eddywally naar hem vernoemd.

In 2013 volgde een lokaal hoogtepunt toen hij de allereerste ereburger van de Gentse Feesten werd.

Met de persoonlijke documentairereeks Kroost uit 2014 werd het beeld van de volksjongen die uitgroeide tot een wereldster definitief vereeuwigd.

Morgenavond, 7 februari, brengt VRT 1 de eenmalige docu ‘Chérie’, naar aanleiding van het overlijden van volksheld, cultfiguur, charmezanger en fenomeen Eddy Wally tien jaar geleden.

Foto van Eddy Wally in zijn geliefde dancing ‘Paris-Las Vegas’ in Ertvelde

90 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse zanger en tekstschrijver Edwin Gubbins Doorenbos

Edwin Gubbins Doorenbos werd geboren op 10 juli 1894 in Den Haag en overleed op 28 maart 1974 in Amsterdam.

Hij was een markante verschijning in de Nederlandse amusementswereld van de jaren dertig, veertig en vijftig. Als zanger, pianist en tekstdichter gaf hij een eigen kleur aan het chanson en cabaret.

Hij stond bekend om zijn geraffineerde stijl en bracht achter de piano luisterliedjes met een internationale flair, waarmee hij een brug sloeg tussen het traditionele variété en de literaire kleinkunst.

In 1936 was hij op het witte doek te zien als zanger in de film Komedie om geld, onder regie van Max Ophüls.

In januari 1936 besteedde het tijdschrift ABC uitgebreid aandacht aan zijn bijzondere initiatief in Laren.

Doorenbos had daar het deel van een oude boerenhofstede ingericht als cabaretzaal, die hij het Nederlandse Montmartre noemde.

In deze ruimte, verlicht door kaarsen in lege wijnflessen en ingericht met tonnen als tafels, streefde hij er samen met enkele medewerkers naar om de kleinkunst in ere te houden.

Een van hen was Eline Pisuisse, de dochter van de cabaretpionier Jean-Louis Pisuisse.

Ook Rita Fleming werkte mee aan het programma; zij was in die jaren actief als zangeres en actrice in het Nederlandse theater- en cabaretcircuit.

In zijn repertoire liet hij zich inspireren door het werk van Alec Andrew Templeton, een blinde Britse pianist, componist en satiricus wiens compositie Bach Goes to Town in 1939 een grote hit was voor Benny Goodman.

Doorenbos integreerde deze swingende, neoklassieke benadering op een natuurlijke wijze in zijn eigen muzikale voordrachten.

Naast zijn podiumcarrière was Doorenbos een gerespecteerd verzamelaar en kenner van antieke klokken en horloges. Z

Zijn expertise op dit gebied leidde in 1963 tot de publicatie van zijn boek ‘Klokken’ (ABC 12 januari 1936).

Vandaag is het precies 45 jaar geleden dat Louis Neefs, de man met de warmste stem van Vlaanderen, op het hoogtepunt van zijn carrière uit het leven werd weggerukt.

Het noodlot sloeg toe in de namiddag van 25 december 1980, toen Louis samen met zijn vrouw Liliane en hun 15-jarige zoon Günther terugkeerde naar Mechelen na een familiebezoek in zijn geboortedorp Vorselaar.

In Lier werd hun wagen zwaar aangereden. De gevolgen waren niet te overzien: Louis was op slag dood en ook Liliane overleed onderweg naar het ziekenhuis.

Ze waren beiden amper 43 jaar oud.

Hun zoon Günther overleefde de klap, maar belandde met een zware schedelbreuk in coma en lijdt sindsdien aan geheugenverlies over het ongeval.

De oudste zoon, Ludwig, ontsnapte aan het drama omdat hij op dat moment op skivakantie was in Frankrijk.

Voor die fatale dag had de in 1937 in Gierle geboren Neefs al een opmerkelijk levenspad bewandeld.

Zijn kindertijd bracht hij door in de lagere school van zijn geboortedorp, waar hij zelfs les kreeg van zijn eigen vader, gevolgd door een zwerftocht langs diverse middelbare scholen, van de jezuïeten in Turnhout tot het Vrij Technisch Instituut in Borgerhout.

Hoewel hij oorspronkelijk technisch tekenaar en bruggenbouwer wilde worden, nam de muziek de bovenhand toen hij tijdens zijn technische studies gitaar leerde spelen.

Wat begon met optredens voor familie onder het pseudoniem Ludwig Künner en als zanger bij de Sun Spots, groeide uit tot een grote carrière toen talentscout Ke Riema hem introduceerde bij de platenmaatschappijen.

Dit resulteerde in 1960 in zijn doorbraak met het nummer Ein kleines Kompliment.

In de jaren die volgden, bouwde Neefs een indrukwekkend repertoire op, vaak met dank aan tekstschrijver Phil van Cauwenbergh die Amerikaanse songs vertaalde naar tijdloze parels als Mijn vriend BenjaminAan het strand van Oostende en Zondagmiddag Lilian.

Zijn succes reikte tot in Nederland, waar hij met Margrietje de top 10 haalde, en ver daarbuiten.

Neefs was een echt competitiebeest en perfectionist: hij vertegenwoordigde België tweemaal op het Eurovisiesongfestival, won in 1968 de Olympiade van het lichte lied in Athene en kaapte prijzen weg van Spanje tot Zuid-Amerika.

Toch was Neefs meer dan een entertainer; hij was een strijdbare man met principes.

Hij was niet alleen politiek actief als gemeenteraadslid in Mechelen, maar vocht ook verbeten voor de rechten van Vlaamse artiesten.

Hij eiste meer zendtijd voor Nederlandstalige muziek en betere sociale statuten, wat hem regelmatig in conflict bracht met de BRT-top.

Zijn maatschappelijke betrokkenheid bleek ook uit zijn ecologische vooruitziendheid in het nummer Laat ons een bloem.

Ook zijn zoon Günther zou later in de voetsporen van zijn vader treden, al lag dat niet meteen voor de hand.

Na het ongeval en zijn revalidatie werkte Günther jarenlang als autoverkoper, een job die hij nog vijf jaar combineerde met zijn prille zangcarrière.

Hij wilde immers geen kopie van zijn vader zijn, maar zocht en vond zijn eigen weg in de wereld van de swing en bigbandmuziek.

Toch zijn er opvallende parallellen tussen vader en zoon die verder gaan dan hun stemgeluid.

Zo werd Louis’ stem onsterfelijk als de straatkat Thomas O’Malley in de originele Nederlandse versie van de Disney-film De Aristokatten.

Jaren later, bij de vernieuwde uitgave in 2008, nam uitgerekend zoon Günther diezelfde rol voor zijn rekening, waardoor hun stemmen over de generaties heen samensmolten in hetzelfde personage.

Muzikaal kwamen ze in 2000 nog één keer samen: via moderne technieken zong Günther toen een ‘virtueel’ duet met zijn overleden vader van het nummer Laat ons een bloem.

Nu, 45 jaar na zijn dood, blijkt de erfenis van Louis Neefs springlevend.

De heropleving startte echt rond de eeuwwisseling met een groots eerbetoon in het Sportpaleis, georganiseerd door Günther en zijn tante Connie.

Zijn nummers blijven relevant: Laat ons een bloem werd door Yevgueni nieuw leven ingeblazen en diende zelfs als protestlied bij de Oosterweel-saga.

Zijn geboortedorp Gierle en zijn thuisstad Mechelen eren hem met straatnamen en standbeelden, waarvan het recentste in 2024 werd onthuld aan de voet van de Sint-Romboutskathedraal.

Vandaag is het 55 jaar geleden dat Tim Visterin met zijn nummer ‘De Vogel’ de achtste plaats van de BRT Top 30 bereikte.

Tim Visterin (Antwerpen, 13 november 1940) koos na zijn studies, die hem voorbereidden op een loopbaan in de boekhouding, definitief voor een carrière in de muziek.

Aanvankelijk was hij actief in diverse muziekformaties, waaronder The Jokers en de Franstalige groep “Roland et les Bémols”.

Op advies van Toon Hermans volgde Visterin een opleiding aan de Amsterdamse kleinkunstacademie.

Hoewel hij zich aanvankelijk toelegde op het cabaretgenre met de groep “Sjanbaret”, verwierf hij zijn grootste bekendheid in 1970 met het nummer “De Vogel”.

Dit nummer was een vertaling van het liedje “Dites-Moi, Monsieur” van de Franse zanger Jean-Claude Darnal.

Het werd opgenomen in samenwerking met het Mechelse Onze-Lieve-Vrouw-knapenkoor, waar toen jonge knapen als Frank Deboosere en Pat Donnez in zongen.

Het behaalde een aanzienlijk commercieel succes in Vlaanderen en Nederland, met 100.000 verkochte exemplaren.

Na een periode van optredens, gericht op een jong publiek, verlegde Visterin zijn focus naar de zakelijke aspecten van de muziekindustrie.

Hij was actief als producer voor diverse Vlaamse artiesten en functioneerde als muziekuitgever. In die hoedanigheid verzorgde hij de lokale vertegenwoordiging van internationale acts, waaronder Mud, The Sweet en de Bee Gees.

Eind jaren zeventig vestigde hij zich in de Verenigde Staten.

In 1991 keerde Visterin terug naar Vlaanderen, waar hij zijn werkzaamheden in de muzieksector hervatte.

Hij was onder meer betrokken bij Centropa (Guy Beyers) en het managementteam van artiest Helmut Lotti.

Het nummer “De Vogel” is in de loop der jaren uitgegroeid tot een ‘evergreen’ in het Vlaamse repertoire en wordt nog frequent uitgezonden.

Tim Visterin overleed op 28 augustus 2018 aan de gevolgen van een infarct. Hij bereikte de leeftijd van 77 jaar.

Tim Visterin, liever een kindervriend dan een tieneridool

40 jaar geleden, Kris De Bruyne, de tijd van holle dromen en braspartijen is voorbij.

De carrière van Kris De Bruyne start in 1968, wanneer hij doorbreekt met een bluesversie van ‘Klein klein kleutertje’.

Tijdens zijn studies aan het Sint-Lukasinstituut in Brussel, enkele jaren later, leert hij in de kantine Guido Van Hellemont en Wim Bulens kennen.

Dit leidt al snel tot de vorming van het absurde trio Lamp, Lazerus en Kris. Ze nemen samen een plaat op, die onder meer de hits ‘De Peulschil’ en ‘De Onverbiddelijke Zoener’ bevat.

Hierna kiest De Bruyne voor een solocarrière.

In 1973 neemt hij met zijn eerste begeleidingsband, waar ook Raymond van het Groenewoud deel van uitmaakt, een titelloze debuutelpee op.

Hoewel de plaat helaas flopt, wordt ze vandaag algemeen erkend als de allereerste, echte Nederlandstalige rockplaat.

Twee jaar later, in 1975, brengt hij de single ‘Vilvoorde City’ uit, een lied over de stad die toen zijn thuishaven was.

Het nummer schetst een grauw beeld en is aanvankelijk omstreden in Vilvoorde.

In datzelfde jaar verschijnt ook de single ‘Amsterdam’, met muziek van Jo Muyllaert en tekst van De Bruyne.

Beide nummers zijn terug te vinden op het album ‘Ook Voor Jou’ uit 1975.

Met het nummer ‘Je Suis Gaga’ staat hij op 7 december 1985 op de eerste plaats in de Vlaamse Top 10.

Nadat zijn liedjes eind jaren 80 en ’90 wat uit de gratie raken, volgt de echte erkenning pas deze eeuw.

In 2007 wordt ‘Amsterdam’ opgenomen in de Eregalerij van de Vlaamse Klassiekers.

In 2021 krijgt het de ultieme bekroning als het allerbeste Nederlandstalige lied, met een nummer 1-positie in de Lage Landenlijst.

Kris De Bruyne overleed op 3 februari 2021, op 70-jarige leeftijd.

In november 1970, nu 55 jaar geleden, scoorde John Terra een hit met “Parking Rosie”.

Het nummer was een cover van “Cracklin’ Rosie” van Neil Diamond en behaalde destijds de achtste plaats in de Vlaamse Top 10.

De muziek van Neil Diamond is duidelijk een rode draad in zijn carrière gebleven.

Maar liefst 46 jaar later, in 2016, bracht Terra namelijk een volledig album uit gewijd aan de nummers van de Amerikaanse zanger.

Opvallend detail: “Cracklin’ Rosie” stond opnieuw op dat album, maar ditmaal kreeg het een nieuwe vertaling en de titel “Welkom Rosie”.

Het was dit album uit 2016 dat John Terra eindelijk de brede erkenning in Vlaanderen opleverde.