Deze week, precies zeventig jaar geleden, maakten Bing Crosby en Grace Kelly hun intrede in de Amerikaanse hitlijsten met het nummer ‘True Love’.

Het sfeervolle lied werd geschreven door Cole Porter voor de film High Society, waarin Crosby en Kelly de hoofdrollen vertolkten.

Een bijzonder detail aan de originele opname is de accordeon, die werd bespeeld door de Nederlander Melle Weersma.

Voor Grace Kelly betekende High Society meteen haar allerlaatste filmrol.

Later dat jaar stapte ze in het huwelijksbootje met prins Reinier van Monaco, waarmee ze de filmwereld definitief vaarwel zei.

True Love kwam op 8 september 1956 de Amerikaanse hitparade binnen en klom uiteindelijk op naar een mooie derde plaats.

Het nummer kreeg decennia later nog een opmerkelijk nieuw leven dankzij Elton John en Kiki Dee.

Zij namen met True Love een tweede duet op, nadat ze zo’n twintig jaar eerder al een gigantische hit hadden gescoord met Don’t Go Breaking My Heart.

Deze coverversie sloeg opnieuw aan bij het grote publiek en bereikte in november 1993 de tweede plaats in de Engelse hitlijst.

Ook in onze contreien deed het duet het uitstekend: in Vlaanderen bereikte het nummer de vierde plaats in de Ultratop 50 en in Nederland was het goed voor een elfde plaats.

Van plattelandsmeisje tot wereldster: het verhaal van Patti Page

Tijdens de opname van ‘With My Eyes Wide Open‘, waarin Patti Page vier verschillende partijen voor haar rekening nam, moest ze elke noot op de piano aanslaan om niet de draad kwijt te raken.

Ze gaf zelf toe dat ze geen enkele noot muziek kon lezen.

De zangeres, die ondertussen bekendstond onder de bijnaam ‘The Singing Rage‘, bewees daarmee dat muzieknoten voor haar weliswaar Latijn waren, maar dat dit een groot succes als vocaliste absoluut niet in de weg hoefde te staan.

Achter de artiestennaam Patti Page ging de op 8 november 1927 geboren Clara Ann Fowler schuil, die opgroeide in extreme armoede in het stadje Claremore in Oklahoma.

Ze was een van de elf kinderen (zeven zusjes en drie broers, als op één na jongste) in een gezin waar haar vader bij het spoor werkte en haar moeder katoen plukte.

Als kind liep ze op blote voeten naar school om haar enige paar schoenen te sparen voor de kerk, en de radio thuis mocht zelden aan uit angst voor een hoge stroomrekening.

Zelf zag ze zichzelf als een heel gewoon, huiselijk meisje.

In het kleine Claremore kende iedereen elkaar en werden er gezellige dansavondjes georganiseerd.

Hoewel haar moeder het orgel in de kerk bespeelde en haar vader gitaar speelde, was niemand in het gezin beroepsmuzikant.

Clara Ann was de enige van de kinderen met een echte passie voor muziek.

Samen met twee van haar zusjes vormde ze een trio waarmee ze optrad op schoolfuifjes.

Oorspronkelijk droomde ze er overigens van om kunstenares te worden en kreeg ze zelfs een beurs voor de kunstacademie, maar die sloeg ze af toen haar muzikale carrière opeens een vlucht nam.

Op twaalfjarige leeftijd verhuisde het gezin naar Tulsa.

Tot dat moment had de jonge zangeres zich nooit echt voor de radio geïnteresseerd; ze had dan ook nooit durven dromen dat ze ooit nog op het podium zou staan met grootheden als Dinah Shore en Bing Crosby.

Nog voordat ze van zingen haar beroep maakte, had Clara Ann al op talloze school- en universiteitsfeesten opgetreden.

Rond 1945 begon ze actief te zoeken naar een baantje als zangeres.

Ze deed auditie in elke club in Tulsa, tot ze op een avond een telefoontje kreeg van een radiomanager van het lokale radiostation KTUL, die haar op een schoolfeestje had horen optreden.

Het radiostation zond wekelijks een show uit die gesponsord werd door de ‘Page Milk Company’, genaamd ‘Patti Page Time‘.

Toen de oorspronkelijke zangeres vertrok, boden ze Clara Ann zowel haar plaats als haar artiestennaam aan: deze naam zou ze de rest van haar leven dragen.

Haar grote doorbraak kwam al snel daarna, in 1947, met het nummer ‘Confess’.

Dit nummer zorgde per toeval voor een muzikale revolutie: door een gebrek aan budget voor achtergrondzangers besloot haar producer haar stem dubbel op te nemen.

Hiermee werd Page een van de allereerste artiesten die overdubbing gebruikte om haar eigen harmonieën in te zingen, wat het handelsmerk van haar warme en heldere stemgeluid zou worden.

Haar zangtechniek ging er in de jaren daarna sterk op vooruit, hoewel ze nooit muziek leerde lezen; alles werd uit het hoofd geleerd voordat ze de studio in dook

Zingen kon je volgens haar niet uit boeken leren: het was puur een kwestie van gevoel en de juiste snaar weten te raken bij het publiek.

Via Tulsa kwam ze in Chicago terecht, waar ze zong voor de NBC en de CBS en albums opnam voor het label Mercury.

Haar reusachtige hit ‘Tennessee Waltz’ dankte ze aan een gelukkig toeval.

Toen ze in de winter van 1950 kerstnummers opnam voor Mercury, had ze slechts drie nummers klaar.

Om twee singles te vullen was er een vierde nummer nodig.

Arrangeur Jack Rael stelde de ‘Tennessee Waltz’ voor: een schot in de roos, want er werden al snel meer dan drie miljoen exemplaren van verkocht.

Zowel deze plaat als ‘Mocking Bird Hill’ stormden de Hit Parade binnen.

In de jaren 50 groeide ze uit tot de best verkopende vrouwelijke artiest ter wereld met een onweerstaanbare mix van pop en country.

Haar versie van ‘Tennessee Waltz’ uit 1950 werd een gigantisch fenomeen, stond maandenlang op de eerste plaats in de hitlijsten en groeide later zelfs uit tot een van de officiële volksliederen van de staat Tennessee.

Het werd een absoluut record: er werden uiteindelijk meer dan 10 miljoen exemplaren van verkocht, wat het lange tijd de bestverkochte single door een vrouwelijke artiest ooit maakte.

In haar zeven decennia omvattende carrière verkocht ze wereldwijd meer dan 100 miljoen platen, behaalde ze maar liefst 15 gouden platen en scoorde ze minstens 14 miljoenen-sellers.

Internationale bekendheid vergaarde ze daarnaast met onvergetelijke klassiekers zoals het aanstekelijke ‘(How Much Is) That Doggie in the Window?’ en hits als ‘All My Love’ en ‘Cross Over the Bridge’.

Naast haar imposante platensucces was ze een graag geziene gast op televisie en presenteerde ze haar eigen pop- en countryshows.

Haar populariteit was in de jaren 50 zelfs zo groot dat ze de enige artiest in Amerika werd die haar eigen televisieshows mocht presenteren op alle drie de grote landelijke netwerken (ABC, CBS en NBC).

In haar privéleven kende ze zowel geluk als tegenslagen.

Na een heel kort eerste huwelijk trouwde ze in 1956 met Hollywood-choreograaf Charles O’Curran, met wie ze twee kinderen adopteerde: zoon Danny en dochter Kathleen.

Via hem raakte ze ook bevriend met Elvis Presley; ze zongen soms samen achter de schermen en ze dook zelfs onbetaald op als figurante in de beroemde trouwscène van zijn film Blue Hawaii.

Later, in 1990, vond ze opnieuw de liefde bij Jerry Filiciotto, met wie ze naast haar muziek een esdoornsiroopbedrijf opzette in New Hampshire.

Tot zijn overlijden in 2009 bleven ze samen.

Patti Page bleef tot op hoge leeftijd met veel passie optreden en werd gedurende haar lange carrière bekroond met meerdere onderscheidingen, waaronder haar eerste Grammy Award in 1999 voor haar livealbum in Carnegie Hall.

Ze overleed op nieuwjaarsdag, 1 januari 2013, op 85-jarige leeftijd in een verzorgingstehuis in Encinitas (Californië) aan de gevolgen van hartfalen en longaandoeningen.

Vlak na haar overlijden werd ze eervol bekroond met een postume Grammy Lifetime Achievement Award.

Vandaag is het ook al 25 jaar geleden dat Julie London is overleden.

Het nummer ‘Cry Me A River’ werd in 1953 geschreven door Arthur Hamilton.

Hij schreef het oorspronkelijk voor een film van regisseur Jack Webb, de toenmalige echtgenoot van zangeres Julie London, die Hamilton nog kende van de middelbare school.

Het was de bedoeling dat Ella Fitzgerald het bluesy nummer zou zingen in de film Pete Kelly’s Blues, maar uiteindelijk werd het liedje uit de film geknipt.

Na haar scheiding van Webb leerde Julie London de jazzpianist Bobby Troup kennen, de componist achter de klassieker ‘Route 66’.

Hij werd haar tweede echtgenoot en overtuigde haar om een LP met jazzstandards op te nemen voor Liberty Records. ‘Cry Me A River’ was het enige nieuwe nummer op dit album, getiteld Julie Is Her Name.

Het werd als single uitgebracht en groeide uit tot de eerste grote hit voor het platenlabel, met een negende plaats in de Billboard-hitparade.

Julie London zong het nummer ook in de film The Girl Can’t Help It en bracht in 1960 een nieuwe versie uit.

Bobby Troup overleed in 1999 op 81-jarige leeftijd. Een jaar later, in oktober 2000, overleed Julie London op 74-jarige leeftijd.

45 jaar geleden, Barry Manilow tegen halve prijs op reuze scherm.

Barry Manilow, geboren als Barry Picus en zoon van Joodse immigranten, groeide uit tot ‘The king of soft rock’.

Een van zijn onsterfelijke hits is ‘Copacabana (at the Copa)’, met die onvergetelijke openingszin: ‘Her name was Lola/ She was a showgirl’.

Hoewel Manilow de vrolijke melodie schreef, kwam de tekst van de hand van Jack Feldman en Bruce Sussman.

De Lola in het lied was geen verzinsel; haar personage was gebaseerd op Lola Falana, een succesvolle Amerikaanse zangeres en danseres met de bijnaam ‘Black Venus’.

Haar talent werd in 1975 erkend met een nominatie voor de Tony Award voor Beste Actrice in een Musical, voor haar rol als Edna Mae Sheridan in ‘Doctor Jazz’.

Ze werd hiermee de tweede beroemde Lola in de muziekgeschiedenis, na het gelijknamige nummer van The Kinks.

Terwijl in ‘Copacabana’ op bloederige wijze om Lola’s hand wordt gevochten, was het liefdesleven van de echte Lola ook turbulent.

Haar geheime relatie met de op dat moment getrouwde Sammy Davis jr. bleef niet lang verborgen en was voor zijn echtgenote May Britt de reden om te scheiden.

Later was Falana nog kortstondig getrouwd met Butch Tavares van de band Tavares.

In 1978, hetzelfde jaar dat de wereld zong over Lola’s fictieve liefdesleven, onderging Manilows eigen amoureuze leven een cruciale wending.

Hij ontmoette Garry Kief, die niet alleen zijn manager, maar ook zijn levenspartner zou worden.

Dit stond in schril contrast met zijn korte, mislukte huwelijk met jeugdliefde Susan in 1964.

De langdurige, geheime relatie met Kief zou, naar eigen zeggen, zijn leven redden.

‘Mijn carrière explodeerde in die tijd’, vertelde Manilow in The Guardian. ‘Het was een gekkenhuis. Avond na avond thuiskomen in een lege hotelkamer, daar komen vanzelf problemen van.

Omdat ik Garry had, was er iemand in die hotelkamer om mee te huilen en om plezier mee te hebben.’

Pas in 2017, in een groot interview met People getiteld ‘My untold story’, kwam Manilow publiekelijk uit de kast.

Hij was toen al drie jaar met Kief getrouwd. De zanger had altijd gevreesd dat openlijke homoseksualiteit zijn carrière zou schaden, maar het nieuws deed amper stof opwaaien; het leek een publiek geheim.

Vandaag de dag, op 82-jarige leeftijd, is Manilow nog steeds actief.

Hij is een vaste waarde in het Westgate International Theater in Las Vegas.

Dat is een zaal met een rijke geschiedenis: niemand minder dan Elvis Presley stond er tussen 1969 en 1976 maar liefst 636 keer op het podium.

Het is een mijlpaal die Manilow inmiddels ruimschoots heeft overtroffen.

Daarnaast trekt hij in de lente van 2026 door andere Amerikaanse steden met zijn “The Last Concerts” tour. Ook een optreden in Londen staat gepland in juni 2026.

Twee weken geleden, op 23 september, bracht Manilow zelf een nieuwe single uit met als titel “Once Before I Go”. Het is een cover van een nummer dat Peter Allen samen met Dean Pitchford schreef in 1983, en dat terug te vinden is op zijn album “Not The Boy Next Door”

Vandaag veertig jaar geleden, op maandag 30 september 1985, werd Shirley Bassey’s 22-jarige dochter Samantha dood gevonden na een val van de Clifton Suspension Bridge in Bristol, Engeland.

Bassey heeft altijd volgehouden dat de dood van haar dochter geen zelfmoord was.

Bassey zelf werd in Cardiff geboren als jongste van zeven kinderen.

Haar vader was van Nigeriaanse afkomst en haar moeder kwam uit Yorkshire.

Haar ouders scheidden toen ze drie jaar oud was.

Op haar vijftiende verliet ze school om in een fabriek te werken en ’s avonds op te treden in lokale pubs en clubs.

In 1953 kreeg ze een rol in de musical ‘Memories of Jolson’.

Bassey was tweemaal getrouwd: met Kenneth Hume van 1961 tot 1965, en met Sergio Novak van 1968 tot 1977.

Tijdens haar tweede huwelijk was Novak ook haar manager.

Shirley Bassey heeft ook een oudere dochter, Sharon, en een geadopteerde zoon.

Vijfenzeventig jaar geleden scoorde Billy Eckstine een hit met zijn prachtige cover van het nummer ‘My Foolish Heart’, dat in 1949 werd geschreven door Victor Young met tekst van Ned Washington.

William Clarence Eckstein werd op 8 juli 1914 geboren in Pittsburgh, Pennsylvania, als zoon van een chauffeur en een naaister.

Het gezin verhuisde naar Washington, waar hij klusjes deed voor Ethel Waters in het Howard Theater.

Met het zakgeld dat hij zo verdiende, kon hij deelnemen aan een talentenjacht, die hij in 1932 won.

Hij verliet de school, sloot zich aan bij de Tommy Miles Band en leerde trompet spelen om zijn zang te ondersteunen.

Al vroeg in zijn carrière veranderde hij zijn achternaam in Eckstine, nadat een clubeigenaar de oorspronkelijke spelling ‘te joods’ vond.

Zijn talent bleef niet onopgemerkt, bandleider Earl Hines hoorde hem in de De Lizza Club en nam hem op in zijn band.

Met hen nam hij ‘Skylark’ op, een versie die beter verkocht dan die van Glenn Miller.

Samen met Hines componeerde hij ook de ‘Stormy Monday Blues’.

Dankzij zijn groeiende succes kon Eckstine zijn eigen club openen op 52nd Street in New York, maar die moest hij uiteindelijk sluiten vanwegete hoge onkosten.

Daarna ging hij op tournee met zijn eigen, historische band.

Samen met zijn muzikaal arrangeur John Birks ‘Dizzy’ Gillespie hielp hij de weg vrijmaken voor de bebop en de moderne jazz.

Deze band was een broedplaats voor talent en Eckstine was zo mede verantwoordelijk voor de doorbraak van vele grootheden, zoals Miles Davis, Charlie Parker, Dexter Gordon, Art Blakey en Sarah Vaughan.

In oktober 1945 scoorde hij met ‘A Cottage for Sale’ zijn eerste van in totaal 28 hits in de Amerikaanse Billboard hitparade.

In 1947 kreeg hij een platencontract bij het nieuw opgerichte MGM Records.

Nog datzelfde jaar had hij een hit met ‘Everything I Have is Yours’.

Tot zijn grote successen behoren verder opnamen als ‘Caravan’, ‘I Apologize’, ‘No One But You’ en ‘Gigi’.

Daarnaast componeerde hij zelf de bluesklassieker ‘Jelly, Jelly’.

Bekend om zijn rijke, bijna opera-achtige bas-baritonstem, zette Eckstine ook modetrends met zijn stijlvolle pakken, een imago dat hem gedurende zijn hele solocarrière van pas zou komen.

Zijn invloed reikte ook tot in Europa. Zo scoorde P.J. Proby in 1965 een hit met een cover van ‘I Apologize’ en zijn duet ‘Passing Strangers’ met Sarah Vaughan haalde tweemaal de Engelse hitlijst, in 1957 en 1969.

Zijn laatste album, ‘Billy Eckstine Sings with Benny Carter’, werd in 1986 genomineerd voor een Grammy Award.

Voor zijn bijdragen aan de muziek werd Eckstine ook onderscheiden met een ster op de Hollywood Walk of Fame.

Billy Eckstine overleed op 8 maart 1993 op 78-jarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

50 jaar geleden, Tom Jones, de vakantie van een showgod.

In de Joepie van 16 april 1975, waren Engelbert Humperdinck en Tom Jones nog vrienden.

Er zijn verschillende geruchten en verklaringen over de oorzaak van hun vete.

Zo gaan er al lang geruchten dat Engelbert Humperdinck avances zou hebben gemaakt naar Charlotte Laws, die destijds, in 1979, een relatie had met Tom Jones.

Laws zelf heeft in interviews bevestigd dat Humperdinck inderdaad ongepaste acties heeft ondernomen in haar bijzijn.

Hoewel ze stelt dat de vete al voor dit incident bestond, kan het de relatie zeker geen goed hebben gedaan.

Tom Jones heeft in het verleden zeer onvriendelijke dingen over Engelbert Humperdinck gezegd in interviews, hem onder andere een “klootzak” noemend. Engelbert Humperdinck reageert over het algemeen milder in het openbaar, maar de vijandigheid lijkt wederzijds.

Engelbert Humperdinck heeft zelf in interviews gesuggereerd dat de werkelijke reden van hun breuk iets anders was dan wat in de media wordt gespeculeerd, maar hij wilde er niet in detail over uitweiden.

Ondanks dat Engelbert Humperdinck in het verleden heeft aangegeven de strijdbijl te willen begraven en zelfs zijn medeleven betuigde toen zijn vouw Linda Woodward van Tom Jones in 2016 overleed, is er zeker geen sprake van een hereniging.

Tom Jones heeft herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat hij geen interesse heeft in een vriendschap met Humperdinck.

70 jaar geleden, Billy Williams Quartet met hun cover van het nummer Sh-Boom(Life Could Be A Dream).

Het Billy Williams Quartet werd opgericht in 1950.

De leden waren:

  • Billy Williams (leadzanger)
  • Eugene Dixon (bas)
  • Claude Riddick (bariton)
  • John Ball (tenor)

Billy Williams was eerder de leadzanger van de populaire vocale groep The Charioteers.

Het kwartet genoot vooral succes in de vroege jaren 50.

Ze waren vaste gasten in de radioshow van Bing Crosby en verschenen meer dan 160 keer in de tv-show “Your Show of Shows” met Sid Caesar. Ook werkte ze samen met Frank Sinatra.

Hun grootste hit was “(It’s No) Sin” in 1951, die meer dan een miljoen exemplaren verkocht en de derde plaats bereikte in de Amerikaanse hitlijsten.

Andere bekende nummers waren “I Won’t Cry Anymore”, “The Gaucho Serenade”, “Busy Line” en “I’ll Never Fail You”.

Na het kwartet zette Billy Williams zijn solocarrière voort.

Na twee huwelijken en twee dochters, ging het helaas minder met hem.

Midden de jaren zestig leefde hij in een gekraakte pand dat daarvoor een hotel was.

Want door diabetes verloor hij zijn stem.

Op straat leerde hij Eerwaarde Clarence Cobbs kennen die hem kon overtuigen om bij hem te komen wonen.

Die kon hem overtuigen om zijn studie aan de De Paul University af te ronden.

Daardoor kon hij aan de slag gaan als medewerker in een stadsproject om straatloze alcoholisten te helpen.

Billy Williams overleed op 12 oktober 1972 en dit 61-jarige leeftijd.

50 jaar geleden brachten Art Van Damme en The Singers Unlimited hun album Invitation uit.

Het was een samenwerking tussen de Amerikaanse jazzaccordeonist en het vocale kwartet, die elkaar ontmoetten in Duitsland.

Het album bevatte twaalf nummers, waaronder klassiekers als Spring Is Here, But Beautiful, My One and Only Love, Wave en Good Bye.

De instrumentale arrangementen waren van Les Hooper en H. Jones, en de vocale arrangementen van Gene Puerling.

De producer was Hans Georg Brunner-Schwer, die ook eigenaar was van het label MPS Records, waar het album werd uitgebracht.

Art Van Damme werd geboren in 1920 in Michigan en begon op jonge leeftijd accordeon te spelen.

Hij werd beïnvloed door jazzpianisten als Art Tatum en Fats Waller, en ontwikkelde een eigen stijl die swing, bebop en cool jazz combineerde.

Hij speelde met vele bekende jazzmusici, zoals Benny Goodman, Dizzy Gillespie, Charlie Parker en Stan Getz.

Hij maakte meer dan honderd albums en trad op over de hele wereld.

Hij wordt beschouwd als een van de grootste jazzaccordeonisten aller tijden.

Hij overleed in 2010 op 89-jarige leeftijd.

Vandaag is het ook al 35 jaar geleden dat de Amerikaanse zanger Paul Robi, die we vooral kennen als lid van The Platters is overleden.

Paul Robi werd geboren op 20 augustus 1931 en begon zijn carrière als zanger in verschillende gospelkoren.

Hij sloot zich aan bij The Platters in 1954, nadat hij ontdekt was door hun manager Buck Ram.

Samen met Tony Williams, Zola Taylor, David Lynch en Wilbert Reed vormde hij de klassieke bezetting van de groep, die hits scoorde als Only You, The Great Pretender, My Prayer, Twilight Time en Smoke Gets In Your Eyes.

Paul Robi had een warme baritonstem en zong vaak de tweede stem of de lead in sommige nummers.

Hij bleef bij The Platters tot 1960, toen hij de groep verliet na een juridisch conflict met Buck Ram over de rechten op de naam.

Hij vormde zijn eigen versie van The Platters en bleef optreden tot zijn dood in 1989.

Deze week bracht de Franse zangeres Lorène Devienne haar nieuwe single uit, namelijk haar cover van het nummer La Chanson de Mélissa, afkomstig uit de film Billitis en geschreven door de componist Francis Lai.

Het liedje is een ode aan de liefde en de sensualiteit, en Lorène Devienne geeft er haar eigen draai aan met haar warme en expressieve stem.

De single is een voorproefje van haar aankomende album, dat naar verwachting in het voorjaar van 2024 zal verschijnen.

Lorène Devienne begon haar carrière als achtergrondzangeres voor verschillende Franse artiesten, zoals Julien Clerc, Patrick Bruel en Zazie.

In 2006 bracht ze haar eerste soloalbum uit, getiteld Souffles dat goed werd ontvangen in Frankrijk door het publiek en de critici.

Haar tweede album Coup D’oeil Dans Le Rétro bracht ze uit eind 2018.

Lorène Devienne staat bekend om haar veelzijdigheid en haar vermogen om verschillende genres te zingen, van pop tot jazz tot soul.

Lorène Devienne is getrouwd met de pianist en producer Jean-Marc Dupont, die ook haar muzikale partner is.

Samen hebben ze twee kinderen, een zoon van 8 jaar en een dochter van 5 jaar.