Vandaag precies 45 jaar geleden betoverde de Nieuw-Zeelandse operazangeres Kiri Te Kanawa de wereld met haar zang tijdens de koninklijke bruiloft van prins Charles en Diana Spencer.

Dit optreden vormde een bijzonder hoogtepunt in het leven van een vrouw met een evenzo opmerkelijke achtergrond.

Ze kwam ter wereld in Gisborne op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland als Claire Mary Teresa Rawstron.

Haar biologische vader, Tiake Wawatai, was een Maori en was destijds getrouwd met Henerata Te Huia Kohere.

Haar biologische moeder, Noeleen Rawstron, was van Europese afkomst.

Omdat er verder weinig bekend is over haar natuurlijke ouders, nam haar leven al na vijf weken een beslissende wending toen ze werd geadopteerd door Atama Te Kanawa, eveneens een Maori, en Hellena Janet Leece, die net als Kiri’s biologische moeder Europese wortels had.

Haar adoptieouders gaven haar de naam Kiri, wat in het Maori toepasselijk klok betekent.

Haar onderwijs en muzikale basis ontving ze aan het Saint Mary’s College in Auckland.

De grote doorbraak in haar thuisland kwam in 1965, toen ze de prestigieuze Mobil Song Quest won.

In deze bijzondere competitie nam ze het op tegen zangers uit allerlei genres, van pop en jazz tot klassiek.

De hoofdprijs was een beurs om in Londen te studeren, wat de deuren naar een internationale carrière opende.

Een jaar later kon ze zonder auditie beginnen aan het London Opera Centre, waar ze zangles kreeg van James Robertson.

Haar podiumcarrière begon met de rol van de Tweede Dame in Mozarts Die Zauberflöte, maar na enkele andere rollen was het haar vertolking van Idamante in Idomeneo die echt indruk maakte.

Het leverde haar een felbegeerd driejarig contract op bij het Royal Opera House in Covent Garden, waarmee haar naam definitief gevestigd was.

Het internationale succes liet daarna niet lang op zich wachten.

In 1971 maakte ze haar debuut in de Verenigde Staten tijdens een operafestival in New Mexico, waar ze schitterde als de gravin in Le nozze di Figaro.

Ze hernam deze glansrol in Covent Garden en in 1972 bij de San Francisco Opera.

Twee jaar later beleefde ze een zenuwslopend maar triomfantelijk debuut in de Metropolitan Opera in New York, toen ze op het allerlaatste moment de zieke Teresa Stratas moest vervangen als Desdemona in Otello.

In de decennia die volgden speelde ze in opera’s over de hele wereld en liet ze zich ook op het witte doek gelden, bijvoorbeeld als Donna Elvira in de film Don Giovanni van Joseph Losey uit 1979.

Naast de bekende wapenfeiten uit haar carrière zijn er nog talloze boeiende weetjes over haar leven te vertellen.

Zo kreeg zij in 1982, een jaar na het huwelijk van Charles en Diana, de adellijke titel Dame Commander of the Order of the British Empire toegekend voor haar verdiensten in de muziek.

Ook maakte ze met succes uitstapjes buiten de pure opera; ze zong in 1991 het officiële themanummer World in Union voor het wereldkampioenschap rugby en nam in 1984 de rol van Maria op zich in een legendarische studio-opname van de musical West Side Story, gedirigeerd door componist Leonard Bernstein zelf.

Verder richtte ze in 2004 de Kiri Te Kanawa Foundation op om jong vocaal talent uit Nieuw-Zeeland financieel en mentaal te ondersteunen, en staat ze in haar vrije tijd bekend als een zeer fanatiek golfster.

In de latere fase van haar loopbaan bleef ze haar publiek verrassen.

Zo maakte ze in 2013 een opvallend uitstapje naar de televisiewereld met een gastrol in het vierde seizoen van de populaire Britse dramaserie Downton Abbey, waarin ze heel toepasselijk de historische Australische sopraan Nellie Melba speelde.

Haar definitieve afscheid van de operawereld kwam in 2010, toen ze voor het laatst in een rol stond als de Marschallin in Der Rosenkavalier van Richard Strauss bij de Oper Köln.

Hoewel ze toen al een jaar gestopt was, maakte ze in september 2017 officieel bekend dat ze niet langer in het openbaar zou optreden, waarmee een rustig einde kwam aan een van de meest succesvolle zangcarrières van onze tijd.

Let The Bright Seraphim – Prince Charles & Lady Diana’s Wedding, St Pauls 1981

Vandaag is het precies 45 jaar geleden dat het koninklijke huwelijk tussen prins Charles en prinses Diana plaatsvond, een relatie met een veelbewogen geschiedenis vol iconische momenten, publieke spanningen en opmerkelijke weetjes.

Hoewel ze elkaar al jaren kenden, konden ze pas in het openbaar samen verschijnen toen Diana 19 jaar oud was.

De 31-jarige Charles had daarvoor een relatie met haar oudere zus, Lady Sarah McCorquodale.

Toen die afspraakjes op niets uitliepen, sprong de vonk over op de jongere zus en vroeg Charles haar na slechts zes maanden daten ten huwelijk.

Tijdens het beroemde interview na hun verlovingsaankondiging vroeg een verslaggever of het paar verliefd was. Diana antwoordde meteen met een overtuigd Natuurlijk!”, waarop Charles haar bijviel met de raadselachtige toevoeging wat verliefd zijn ook betekent.

Voor de verlovingsring kreeg Diana de keuze uit verschillende prachtige exemplaren en koos ze voor de inmiddels wereldberoemde ring met de blauwe saffier, dezelfde ring die tegenwoordig de hand van Kate Middleton siert.

Tijdens hun huwelijk reisden ze de wereld rond en beleefden ze bijzondere momenten.

Uit een brief van Charles aan Nancy Reagan bleek hoe hij de Amerikaanse president en first lady bedankte voor een onvergetelijke avond in het Witte Huis.

Hij schreef dat Diana er maar niet over uitkon dat ze op één avond had gedanst met John Travolta, Neil Diamond, Clint Eastwood én de president van de Verenigde Staten.

Toch hield het sprookje geen stand, al blikte Diana in een controversieel interview in 1995 nog liefdevol terug op het begin: ze hield vreselijk veel van haar man, wilde alles met hem delen en vond dat ze een heel goed team waren.

Uiteindelijk kwamen er barsten in de relatie.

Charles gaf toe een buitenechtelijke relatie te hebben met Camilla Parker-Bowles, terwijl Diana gedurende vijf jaar een affaire had met James Hewitt, de paardrij-instructeur van haar zoons.

Toen de relatieproblemen zo openlijk naar buiten kwamen, greep koningin Elizabeth in met een brief waarin ze het paar dringend adviseerde te scheiden.

Na jaren van onderhandelen werd de scheiding op 28 augustus 1996 definitief.

Diana noemde dit de meest verdrietige dag uit haar leven.

Hoewel ze haar titel Her Royal Highness kwijtraakte, mocht ze wel Princess of Wales blijven heten.

Rondom de ‘Bruiloft van de Eeuw’ vonden bovendien heel wat opmerkelijke feiten plaats.

Zo had Diana’s iconische trouwjurk een sleep van maar liefst 7,6 meter, de langste in de koninklijke geschiedenis, en keken er wereldwijd zo’n 750 miljoen mensen mee op televisie.

De zenuwen speelden het paar parten tijdens de ceremonie: Diana draaide per ongeluk de namen van Charles om, terwijl Charles vergat haar zijn “wereldse goederen” te beloven.

Diana schreef daarnaast geschiedenis door als eerste koninklijke bruid het woord “gehoorzamen” uit haar trouwgelofte te schrappen, een traditie die latere koninklijke bruiden zoals Kate Middleton en Meghan Markle voortzetten.

Vandaag 50 jaar geleden: huwelijk van Carl Gustaf van Zweden met Silvia Sommerlath

Tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München leerden ze elkaar kennen.

Na de dood van koning Gustaaf VI Adolf op 14 september 1973 werd Carl Gustaf koning.

Op 12 maart 1976 werd de verloving van Carl Gustaf en Silvia bekendgemaakt. Ongeveer drie maanden later, op 19 juni 1976, trouwden ze in de Storkyrkan, de domkerk van Stockholm.

Koningin Silvia is de enige dochter van de Duitse zakenman Walther Sommerlath en de Braziliaanse Alice Soares de Toledo. Haar vader was directeur van de Braziliaanse afdeling van het Zweedse bedrijf Böhler-Uddeholm.

Silvia werd tijdens de Tweede Wereldoorlog geboren in Heidelberg (Duitsland).

In 1947 verhuisde de familie naar Brazilië en Silvia groeide op in São Paulo.

In 1957 keerde de familie terug naar Duitsland. Silvia heeft drie nationaliteiten: Duits, Braziliaans en Zweeds.

Voor haar huwelijk werkte Silvia op het Argentijnse consulaat in München, was een gastvrouw gedurende de Olympische Spelen en was dienstdoend hoofd van Protocol voor de Winterspelen in Innsbruck, Oostenrijk.

Silvia is gediplomeerd tolk-vertaler. Ze spreekt zes talen: Zweeds, Duits, Portugees, Frans, Spaans en Engels. Silvia is ook grotendeels vloeiend in gebarentaal.

Hoewel Carl Gustaf altijd al een zwak had voor mooie vrouwen, werd hij pas in 2010 het middelpunt van een pittig schandaal.

Het boek ‘Carl XVI Gustaf: Den motvillige monarken’ (koning met tegenzin) beschreef hoe hij ‘genoot van getortel in ranzige nachtclubs van duistere onderwereldfiguren’.

Daar bleef het niet bij; hij was ook nog betrokken bij ‘wilde, van alcohol doordrenkte orgieën en naakte jacuzzifeestjes met modellen’.

Dat had niemand gezocht achter de wat streng ogende brillendrager.

Uit de kast rolden vervolgens een paar koninklijke minnaressen, onder wie Camilla Henemark, een Zweeds-Nigeriaans zingend model dat eind jaren negentig een affaire van een jaar met de koning had gehad.

‘De koning was zo verliefd als een tiener,’ zo valt in het boek te lezen. De koningin wist ervan, maar stond machteloos.’

Dat gold uiteindelijk ook voor Camilla Henemark, bekend van de groep Army of Lovers en hun hits ‘Obsession’ en ‘Crucified’, op wie de relatie een enorme wissel trok.

“Het was een aanhoudend feest met veel geld en champagne,” zei ze. “Maar aan het einde werd ik afstandelijk en dronk ik aanhoudend.”

Ik zakte dieper en dieper weg in een depressie en haatte de wereld.” Van haar lover had ze toen niets meer te verwachten.

Tijdens het schandaal bleek ook dat een Servische gangster, Mille Markovic, feestjes voor de koning en zijn vrienden organiseerde in een ondergrondse club onder het Nationale Politiedepartement (!).

Volgens Mille was het de normaalste zaak van de wereld dat meisjes “hun kleren uitgooiden en bij de mannen op schoot kropen”.

’s Avonds kregen de vrouwen kamers toegewezen met op de deur bordjes wie met wie naar bed zou gaan. “Ik heb bewijs,” zei Markovic. “De hele wereld kan het zien.”, “Dit is niet fake, maar echt.”, “Ik kan alles bewijzen.”

Alle sensatie ten spijt bleven de Zweden vrij onverstoorbaar achter hun koning staan: dat hij vreemd was gegaan, daar konden ze best mee leven en vonden ze een privézaak.

Met belastinggeld betaalde bodyguards meenemen naar stripclubs en daarover liegen, bleek echter wel een pijnpuntje voor het volk.

Vandaag is het precies 65 jaar geleden dat koning Boudewijn en koningin Fabiola te gast waren bij prinses Colonna en haar echtgenoot in hun indrukwekkende Palazzo Colonna in Rome.

Dit gebeurde tijdens hun officiële staatsbezoek aan Italië en Vaticaanstad, dat in zijn geheel plaatsvond van woensdag 7 juni tot en met zaterdag 10 juni 1961.

Dit paleis is de historische residentie van de beroemde familie Colonna. Volgens de overlevering stamt deze adellijke dynastie af van de graven van Tusculum, met Pieter de Columna (1099-1151) als eerste telg.

Hij was de zoon van graaf Gregorius III en eigenaar van het kasteel Columna in de Albaanse Heuvels.

Hun stamboom gaat via Italo-Romeinse adel, kooplieden, geestelijken en Lombarden terug tot in de vroege middeleeuwen.

De familie beweerde zelfs dat hun wortels bij de Julio-Claudiaanse dynastie lagen, de bloedlijn van Julius Caesar en keizers als Augustus, Caligula en Nero.

Net als hun voorvaderen uit Tusculum speelden de Colonna’s een sleutelrol binnen de rooms-katholieke kerk.

Ze traden door de eeuwen heen op als felle tegenstanders, maar ook als trouwe verdedigers van de paus.

De familie bracht de zalige Margaritha Colonna, paus Martinus V en maar liefst drieëntwintig kardinalen voort.

Giovanni Colonna di Carbognano beet in 1206 de spits af als allereerste kardinaal van de familie.

Hoewel hun pauselijke prinsentitel pas uit 1854 dateert, vervult de familie wel al sinds 1710 de rol van prins-assistent van de pauselijke troon.

Het was de eerder genoemde paus Martinus V die in de vijftiende eeuw de opdracht gaf voor de bouw van het Palazzo Colonna.

Het paleis ontsnapte in 1527 aan een verwoestende plundering, omdat marchesa Isabella d’Este er destijds verbleef; zij was toevallig de moeder van de commandant van de plunderende troepen.

In de zeventiende eeuw begon kardinaal Girolamo Colonna met een grondige restauratie van het gebouw.

Hij liet een prachtige galerij aanleggen voor de kunstcollectie die zijn vader Filippo bijeen had gebracht.

Later werd het palazzo nog verder uitgebreid door Lorenzo Onofrio en Fabrizio Colonna.

Tegenwoordig herbergt deze indrukwekkende galerij meesterwerken van onder meer Titiaan, Guercino en Reni.

Bezoekers kunnen er beroemde doeken bewonderen, zoals Venus en Cupido van Bronzino, Narcissus bij de vijver van Tintoretto en De boneneter van Annibale Carracci.

Daarnaast is er ruim baan voor kunstenaars uit onze streken, met werken van Paul Bril, Jan Brueghel, Joos de Momper, Jan Frans van Bloemen, Antoon van Dyck en Jean Boulogne.

Liefhebbers die deze historische familieresidentie en de bijbehorende kunstschatten zelf willen ontdekken, kunnen elke zaterdagochtend in het Palazzo Colonna terecht wanneer de deuren voor het publiek openstaan.

Aan dit boeiende stukje geschiedenis zijn nog enkele opmerkelijke details toe te voegen.

De naam Colonna is bijvoorbeeld niet zomaar gekozen. Het familiewapen toont een opvallende zuil, wat in het Italiaans vertaald wordt als colonna.

Dit is een klassiek voorbeeld van een sprekend wapen, waarbij de afbeelding direct verwijst naar de familienaam.

Door de eeuwen heen was deze familie bovendien verwikkeld in een van de meest beruchte vetes uit de Italiaanse geschiedenis.

Eeuwenlang streden de Colonna’s met de rivaliserende familie Orsini om de absolute macht in Rome.

Deze bittere strijd liep zo vaak uit de hand dat verschillende pausen moesten ingrijpen om de vrede in de stad te herstellen.

Een van de meest dramatische momenten vond plaats in 1303, toen Sciarra Colonna tijdens een hoogoplopend conflict paus Bonifatius VIII in het gezicht zou hebben geslagen, een gebeurtenis die bekendstaat als de aanslag van Anagni.

Ook het Palazzo Colonna zelf heeft nog een mooie verrassing in petto, vooral voor liefhebbers van de klassieke filmgeschiedenis.

De weelderige Galleria Colonna, met zijn schitterende fresco’s en indrukwekkende architectuur, diende in 1953 als majestueus decor voor een van de bekendste scènes uit de filmklassieker Roman Holiday.

De onvergetelijke slotscène, waarin Audrey Hepburn als prinses Ann een persconferentie geeft, werd precies in deze galerij opgenomen.

Dit gedenkwaardige filmmoment gaf het zeventiende-eeuwse gebouw voor altijd een bijzondere plaats in de internationale filmgeschiedenis. (Ter info: de ontvangst in het Romeinse stadspaleis vond plaats in de begindagen van deze reis; volgens sommige bronnen op woensdag 7 juni en volgens andere op donderdag 8 juni 1961).

Zomerse nostalgie uit Monaco, de heropleving van Stéphanie’s badpakkencollectie.

Was u nog niet aan vakantie toe, maar droomde u wel volop van witte stranden en wuivende palmen?

Dan kon u heerlijk wegdromen bij de exotische badpakkencollectie van prinses Stéphanie.

De prinses van Monaco vond het in 1986 namelijk een prachtig idee om samen met haar compagnon Alix de la Comble een eigen exclusieve kledinglijn te lanceren.

Achter de schermen had hun merk Pool Position een zeer persoonlijke geschiedenis.

De twee vrouwen hadden elkaar enkele jaren eerder leren kennen toen Stéphanie in 1983 een stage volgde bij het beroemde modehuis Christian Dior onder leiding van hoofdontwerper Marc Bohan.

Vanuit hun gedeelde passie besloten ze de handen ineen te slaan en Pool Position officieel als hun eigen label te presenteren, met een sterke focus op kwalitatief hoogstaande zwemkleding.

Ze creëerden strandkleding en badpakken die zowel sportief als elegant waren, wat een opvallend frisse en jonge collectie opleverde.

De presentatie van hun allereerste badpakkenlijn werd meteen een groot mondiaal media-evenement.

Ze hielden een succesvolle modeshow in de Sporting Club in Monaco, waar onder meer prins Rainier, prinses Caroline en prins Albert op de eerste rij zaten om de kersverse eigenaressen te steunen.

Hoewel zwart ook in de zomer van 1986 de modekleur bij uitstek bleef en Stéphanie daarom koos voor veel zwarte ontwerpen met opvallende witte accenten en grafische motieven, was er aan kleur geen gebrek.

De collectie bevatte eveneens vrolijke tinten zoals felroze, geel, blauw en klassiek rood.

De modellen waren mooi in balans, sportief maar tegelijkertijd uiterst vrouwelijk.

Zo hadden veel badpakken een hoge uitsnijding en waren ze voorzien van trendy details zoals ruitpatronen, strepen en logo’s.

Het oorspronkelijke merk Pool Position verdween na de succesvolle beginjaren uiteindelijk weer van het modetoneel.

Prinses Stéphanie richtte zich nadien op andere projecten, waaronder het uitbrengen van een eigen parfum, een muzikale carrière en het beheren van enkele kledingzaken in Monaco.

Toch is de naam vandaag de dag zeker niet vergeten, want het merk is momenteel bezig aan een opvallende comeback.

Pauline Ducruet, de dochter van prinses Stéphanie, heeft namelijk besloten om de modegerfenis van haar moeder nieuw leven in te blazen.

In mei 2025 bracht zij via haar eigen label Alter Designs al een eerste eerbetoon uit met een capsulecollectie onder de naam Alter x Pool Position.

Deze badpakkenlijn was qua stijl volledig geïnspireerd op de sfeer en de ontwerpen uit de jaren tachtig.

Die samenwerking kreeg heel recent nog een vervolg, want in maart 2026 kondigde Pauline aan dat ze het merk Pool Position weer volledig gaat herlanceren, precies veertig jaar na de oorspronkelijke oprichting.

De eerste badpakkencollectie van het vernieuwde label staat gepland voor juni 2026.

Hiermee keert de vertrouwde Monegaskische strandkleding weer helemaal terug, met ontwerpen die ook daadwerkelijk lokaal in Monaco worden geproduceerd

Prinses Stéphanie van Monaco (juni 1981)

Van burgerlijke trots naar koninklijke eenheid: Govert Flinck en de wording van Nederland.

Govert Flinck was een van de meest getalenteerde leerlingen van Rembrandt en ontwikkelde zich tot een van de meest gevierde portretschilders van de Nederlandse Gouden Eeuw.

Hoewel hij aanvankelijk de dramatische stijl en het donkere kleurgebruik van zijn leermeester nauwgezet overnam, verschoof zijn werk later naar een lichtere en meer elegante stijl die beter aansloot bij de veranderende smaak van de elite.

Hij werd een favoriet van de regenten en kreeg prestigieuze opdrachten binnen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, een uniek politiek verschijnsel in het zeventiende-eeuwse Europa.

Deze republiek kende geen centraal gezag van een koning, maar werd bestuurd als een confederatie van zelfstandige gewesten, waarbij de werkelijke macht vaak lag bij de rijke handelssteden en de regenten.

De bloei in de wetenschap en de kunsten werd gefinancierd door de enorme rijkdom die de handelscompagnieën binnenbrachten, waardoor een burgerlijke cultuur ontstond waarin succesvolle kooplieden de belangrijkste opdrachtgevers werden.

In deze context van burgerlijke trots en economische macht vervaardigde Flinck in 1645 het imposante werk Officieren van het schuttersgilde.

Op dit doek zien we de compagnie van kapitein Joan Huydecoper en luitenant Frans van Waveren, die in een levendige en informele setting zijn afgebeeld.

In plaats van een stijve rij vormt de groep van twaalf schutters een dynamisch geheel; sommigen staan op de voorgrond, terwijl anderen op een verhoging achter een balustrade zijn geplaatst, wat het schilderij een grote dieptewerking geeft.

Flinck wist de waardigheid van deze mannen perfect te vangen door hen af te beelden als zelfverzekerde burgers in hun meest kostbare kleding.

De verfijnde weergave van glanzend satijn en fijn kant onderstreept de rijkdom die door de wereldwijde handel was binnengebracht.

Het werk fungeert als een visueel manifest van de macht en onafhankelijkheid van de Amsterdamse burgerij in de jaren rond de Vrede van Münster.

Dit verdrag, dat in 1648 werd getekend, maakte officieel een einde aan de Tachtigjarige Oorlog en zorgde ervoor dat de Republiek eindelijk als soevereine staat werd erkend door de internationale gemeenschap.

Na deze bloeiperiode van de Republiek volgde aan het einde van de achttiende eeuw een periode van grote politieke instabiliteit en buitenlandse overheersing.

In 1795 werd de oude Republiek omvergeworpen door patriotten met steun van Franse troepen, waarna de Bataafse Republiek ontstond.

De definitieve overgang naar een koningschap begon toen Napoleon Bonaparte in 1806 zijn broer, Lodewijk Napoleon, benoemde tot koning van het Koninkrijk Holland.

Lodewijk regeerde echter alleen over het noordelijke deel, terwijl de zuidelijke Nederlanden, het huidige België, in deze periode als departementen rechtstreeks deel uitmaakten van het Franse Keizerrijk van Napoleon zelf.

Pas na de nederlaag van Napoleon in 1813 ontstond de behoefte aan een sterke centrale staat om toekomstige agressie te voorkomen en de rust te herstellen.

Tijdens het Congres van Wenen in 1815 werd besloten tot de vorming van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, een machtige bufferstaat tegen Frankrijk.

Hierbij werden het noorden en het zuiden voor het eerst verenigd onder koning Willem I, de zoon van de laatste stadhouder.

Deze nieuwe monarchie moest de versnipperde macht van de oude republiek vervangen door een moderne centrale eenheid.

Hoewel deze vereniging bedoeld was als een economisch blok waarbij de zuidelijke industrie en de noordelijke handel elkaar zouden versterken, bleek de samenwerking moeizaam.

Grote verschillen in religie, taal en politiek beleid leidden in 1830 tot de Belgische Revolutie, waarna België zich afscheidde en als onafhankelijk koninkrijk verderging.

Thérésia Cabarrus, van Notre-Dame de Thermidor tot Prinses van Chimay.

Thérésia Cabarrus, dochter van een rijke Spaans-Franse financier, werd op haar veertiende uitgehuwelijkt aan de markies van Fontenay.

Ze omarmde echter de idealen van de Franse Revolutie en maakte in 1793, als negentienjarige, gebruik van de nieuwe echtscheidingswet om haar royalistische echtgenoot te verlaten.

Ze vestigde zich in Bordeaux, waar ze de geliefde werd van het invloedrijke jakobijnse conventielid Jean-Lambert Tallien.

Ze gebruikte haar charme om zijn vervolgingsijver tijdens de Terreur te temperen, waardoor ze het leven van veel verdachten redde.

Haar gematigde invloed was echter een doorn in het oog van Robespierre.

Toen Tallien voor “gematigdheid” werd teruggeroepen naar Parijs, volgde Thérésia hem.

Daar werd ze prompt gearresteerd.

Vanuit de gevangenis, waar ze de cel deelde met de toekomstige keizerin Joséphine de Beauharnais, stuurde ze Tallien een wanhopig briefje om haar van de guillotine te redden.

Deze noodkreet spoorde hem aan om het voortouw te nemen in de staatsgreep van 9 Thermidor, die Robespierre ten val bracht en de Terreur beëindigde.

Na haar vrijlating werd Thérésia gevierd als “Notre-Dame de Thermidor”.

Ze trouwde met Tallien en werd de spil van het mondaine leven tijdens het Directoire.

Samen met haar vriendin Joséphine zette ze de trend van de decadente, neo-Griekse modestijl met transparante stoffen.

Ze hield een invloedrijk salon en werd de maîtresse van de machtigste man van Frankrijk, Paul Barras, en later van de rijke bankier Gabriel-Julien Ouvrard, met wie ze meerdere kinderen kreeg.

Haar status als “Koningin van het Directoire” verdampte toen Napoleon Bonaparte aan de macht kwam.

Haar losse reputatie strookte niet met het nieuwe ideaal van respectabiliteit.

De breuk werd definitief toen de Markies de Sade een pornografisch werk publiceerde waarin Thérésia en Joséphine figureerden.

Napoleon was woedend en verbood zijn vrouw Joséphine elk contact met haar “liederlijke” vriendin.

In 1805 hertrouwde Cabarrus met de hoogadellijke cavalerieofficier François-Joseph de Riquet, graaf van Caraman, die kort daarna Prins van Chimay werd.

Hoewel Thérésia haar eerste huwelijk nietig liet verklaren om dit kerkelijk huwelijk mogelijk te maken, werd ze nooit geaccepteerd door haar schoonfamilie.

Thérésia trok zich definitief terug uit het Parijse leven en wijdde zich aan de opvoeding van haar elf kinderen.

Van 1815 tot haar dood in 1835 woonde ze met haar gezin in Brussel en op het kasteel van Chimay.

Haar reputatie bleef haar echter achtervolgen: ze was niet welkom aan het hof van koning Willem I der Nederlanden, en later evenmin bij de Belgische koning Leopold I.

In Chimay liet ze een theater bouwen en organiseerde ze een eigen, gecultiveerd hofleven.

Ze patroneerde musici van naam, zoals Maria Malibran, Luigi Cherubini en Charles de Bériot, en nam deel aan het schildersatelier van François-Joseph Navez.

Desondanks bracht ze haar laatste levensjaren door in bitterheid en verveling.

Thérésia Cabarrus werd begraven in de kerk van Chimay, waar een standbeeld op het marktplein nog aan haar herinnert.

Vandaag is het ook al vijftig jaar geleden dat Francisco Franco y Bahamonde, en beter bekend als generalísimo Francisco Franco is overleden

Francisco Franco werd op 4 december 1892 geboren in El Ferrol, Galicië, in het noordwesten van Spanje.

Zijn jeugd was moeilijk. Zijn vader, een marineofficier, was vooral bezig met gokken, drinken en vreemdgaan, wat thuis tot voortdurende ruzies leidde.

Uiteindelijk verliet zijn vader het gezin voor een jonge maîtresse in Madrid.

Getekend door deze ervaringen koos Franco zelf een radicaal ander pad: hij was een sober man die roken, drinken, gokken en het bezoek aan kroegen of bordelen meed.

Hoewel hij de marine ambieerde, koos hij in 1907 noodgedwongen voor het leger. Hij was een middelmatige student, maar maakte carrière in het Spaanse protectoraat Marokko.

Zijn optreden tijdens de Rifoorlog (ca. 1921-1926) was meedogenloos.

Nadat hij in 1916 gewond raakte, werd hij bevorderd. Een sleutelrol speelde hij in het Spaanse Vreemdelingenlegioen dat hij omvormde tot een geduchte eenheid.

Het redden van de stad Melilla in 1921 maakte hem tot een nationale held.

In 1923 trouwde hij met Carmen Polo, met wie hij één dochter kreeg.

Toen in 1931 de Tweede Spaanse Republiek werd uitgeroepen, hield Franco zich aanvankelijk afzijdig.

Wel ontstond er frictie toen de republikeinen zijn Militaire Academie sloten.

In de onrustige jaren dertig sloeg hij in 1934 een linkse opstand neer.

Toen het linkse Volksfront in 1936 de verkiezingen won, werd Franco overgeplaatst naar de Canarische Eilanden, wat hij zag als een verbanning.

Dit was de opmaat naar de Spaanse Burgeroorlog, die op 17 juli 1936 uitbrak.

Franco en andere rechtse generaals probeerden de macht te grijpen om te voorkomen dat Spanje ‘links-anarchistisch’ zou worden.

De staatsgreep slaagde deels, wat leidde tot een bloedige oorlog. Franco kreeg cruciale militaire steun van Hitlers Duitsland en Mussolini’s Italië; de republikeinen werden gesteund door Stalins Sovjet-Unie.

De invloed van de communisten binnen het republikeinse kamp zorgde echter voor interne spanningen.

Eind 1938 trok Stalin zijn steun terug, wat het lot van de republiek bezegelde.

Op 1 april 1939 claimden de nationalisten de overwinning.

De nationalisten traden hard op; alleen al in Barcelona werden in enkele dagen 10.000 mensen zonder proces geëxecuteerd.

De oorlog was desastreus, met naar schatting 320.000 doden en 114.000 blijvend vermiste republikeinen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef het fascistische Spanje officieel neutraal.

Hitler en Franco ontmoetten elkaar in 1940, maar naar verluidt had Hitler een hekel aan de Spaanse leider.

Hoewel Franco een lijst met Joodse namen doorspeelde aan Duitsland, diende het neutrale Spanje ook als toevluchtsoord voor ongeveer 200.000 Joden.

Na 1945 bouwde Franco zijn dictatuur uit, wat leidde tot een internationaal isolement.

Hij herstelde in 1947 op papier de monarchie en wees in 1969 Juan Carlos I aan als zijn opvolger.

Francisco Franco stierf op 20 november 1975.

Tot verrassing van velen leidde de nieuwe koning Juan Carlos Spanje naar een democratie.

De erfenis van Franco blijft echter gevoelig; in 2022 werd in Spanje een wet aangenomen die het verheerlijken van Franco en het fascisme verbiedt.

Noor van Jordanië

Het leven van de Amerikaanse Lisa Najeeb Halaby, geboren op 23 augustus 1951 in Washington D.C., nam een sprookjesachtige wending toen ze in Jordanië aan het werk was.

Terwijl ze als architect meewerkte aan de luchthaven van Amman, leerde ze koning Hussein kennen.

De vonk sloeg over. Ze trouwden op 15 juni 1978, waarop Lisa zich bekeerde tot de islam en de naam aannam waaronder de wereld haar zou kennen: koningin Noor van Jordanië.

Het paar kreeg samen vier kinderen: prins Hamzah (1980), prins Hashim (1981), prinses Iman (1983) en prinses Raiyah (1986).

Aan hun huwelijk kwam abrupt een einde toen koning Hussein in 1999 op 64-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van lymfeklierkanker.

Na de dood van haar man veranderde de positie van Noor aan het hof.

Koning Hussein had al acht kinderen uit drie eerdere huwelijken, waaronder Abdullah, de huidige koning.

Omdat Noor zijn stiefmoeder is, kreeg zij niet de titel van koningin-moeder.

De band met de huidige koninklijke familie is sindsdien bekoeld.

De relatie raakte naar verluidt vertroebeld nadat Noors eigen zoon, prins Hamzah, in 2004 zijn positie als kroonprins verloor.

Er wordt gefluisterd dat de koninginnen Noor en Rania niet goed met elkaar overweg kunnen.

Dit leek pijnlijk duidelijk te worden toen Noor vorig jaar geen uitnodiging ontving voor de bruiloft van kroonprins Hussein en prinses Rajwa.

Tegenwoordig verdeelt koningin Noor haar tijd tussen haar woningen in Washington D.C. en Londen.

Ze is echter niet uit het koninklijke leven verdwenen. Ze staat internationaal bekend als een bemiddelaar tussen Arabische, islamitische en westerse landen.

Met haar eigen stichting zet ze zich vurig in voor onder meer vrouwenrechten, vluchtelingenwerk en ontwapening.

Ze ontving hiervoor een onderscheiding voor haar inzet voor vrede in het Midden-Oosten, waarbij ze vaak benadrukt dat vrouwen de sleutel tot vrede en veiligheid zijn.

Daarnaast onderhoudt ze warme banden met andere koningshuizen.

Zo zou Noor goed bevriend zijn met de voormalig Koningin der Nederlanden Beatrix.

Ze was ook aanwezig bij de uitvaart van de Griekse koning Constantijn en een jaar later bij diens herdenkingsdienst.

In 2018 was ze te gast op de tachtigste verjaardag van de Spaanse koningin Sofia.

Naast haar drukke agenda is de moeder van vier inmiddels ook de trotse grootmoeder van een groeiende schare kleinkinderen.

Vandaag, 35 jaar geleden, kwam Stefano Casiraghi, de echtgenoot van prinses Caroline van Monaco, op tragische wijze om het leven.

Stefano Casiraghi, een succesvol Italiaans zakenman en sportman, stierf tijdens een wereldkampioenschap offshore powerboat-racen.

Voor de kust van Saint-Jean-Cap-Ferrat in Zuid-Frankrijk sloeg het noodlot toe toen zijn catamaran, de “Pinot di Pinot”, kapseisde bij hoge snelheid. Casiraghi, die op dat moment zijn wereldtitel verdedigde, overleefde het ongeval niet.

Hij was de zoon van ondernemer Giancarlo Casiraghi en Fernanda Palici.

Voor zijn huwelijk had hij al een succesvolle carrière opgebouwd, met uiteenlopende zakelijke activiteiten van de export van sportschoenen tot vastgoedontwikkeling.

Zijn ondernemersgeest bracht hem fortuin in de scheepsbouw en de vastgoedsector, met investeringen in Italië, Afrika en de Verenigde Staten.

Op 29 december 1983 trad hij in het huwelijk met prinses Caroline van Monaco. Samen kregen ze drie kinderen die in korte tijd hun vader moesten missen: Andrea, Charlotte en Pierre.

De nalatenschap van Stefano Casiraghi leeft voort door deze kinderen, die inmiddels zelf een gezin hebben gesticht.

Zijn oudste zoon, Andrea Casiraghi (1984), is momenteel de vierde in de lijn van troonopvolging.

In 2002 werd hij door het Amerikaanse tijdschrift People opgenomen in hun lijst van ’50 Most Beautiful People’.

Hij is een liefhebber van voetbal, paardrijden, skiën en gitaarspelen.

Op 31 augustus 2013 trouwde hij in de tuinen van het prinselijk paleis met Tatiana Santo Domingo, dochter van de Colombiaanse zakenman Julio Mario Santo Domingo Jr. en de Braziliaanse Vera Rechulski.

Het paar heeft drie kinderen: zoon Sasha (2013), dochter India (2015) en zoon Maximilian Rainier (2018).

Dochter Charlotte Casiraghi (1986) groeide in Parijs uit tot een mode-icoon voor jongere meisjes, mede dankzij haar elegante uitstraling.

Hoewel zij zelf geen koninklijke titel voert, is ze elfde in de lijn van de Monegaskische troonopvolging.

Charlotte kreeg in 2013 een zoon, Raphaël, met komiek Gad Elmaleh.

Op 1 juni 2019 huwde ze de Franse regisseur Dimitri Rassam, met wie ze eind 2018 hun zoon Balthazar kreeg.

De jongste zoon, Pierre Casiraghi (1987), heeft sinds mei 2008 een relatie met de journaliste Beatrice Borromeo.

Het paar trad op 25 juli 2015 in Monaco in het huwelijk voor de wet.

De kerkelijke inzegening volgde op 1 augustus 2015 op Isola Bella, een eiland in het Lago Maggiore dat eigendom is van de familie van zijn vrouw.

Dit “mooie eiland” werd in 1630 gekocht door graaf Carlo III Borromeo, die het naar zijn vrouw Isabella noemde.

Hij liet er een kasteel in barokstijl bouwen met een indrukwekkende tuin, bestaande uit tien terrassen met antieke beelden waar traditioneel witte pauwen rondlopen.

De familie Borromeo, die ooit een heilige voortbracht, Carolus Borromeus, verblijft jaarlijks enkele weken op het eiland.

Beatrice Borromeo is de dochter van graaf Carlo Ferdinando Borromeo.

Omdat zij buiten het huwelijk werd geboren, draagt zij, net als haar oudere broer, geen adellijke titel.

Beatrice werkt voor de Italiaanse pers. Samen met Pierre kreeg ze twee zonen: Stefano, geboren op 28 februari 2017, en Francesco, geboren op 21 mei 2018.

Vandaag vindt in Luxemburg een historische gebeurtenis plaats: Groothertog Henri treedt af en zijn oudste zoon, Guillaume, wordt ingehuldigd als de nieuwe groothertog.

De dag van de troonswissel volgt een strak protocol. Om 10:00 uur ’s ochtends vindt de abdicatie van Henri plaats, gevolgd door de inzwering van Guillaume.

Rond het middaguur presenteert de nieuwe groothertog zich met zijn gezin aan het volk tijdens een balkonmoment.

Daarna volgt een wandeling langs het publiek en een receptie voor de regering.

De feestelijkheden worden ’s avonds afgesloten met een galadiner in het groothertogelijk paleis, in aanwezigheid van buitenlandse gasten en koninklijke collega’s.

De troonswissel wordt bijgewoond door hooggeplaatste gasten, waaronder koning Filip, koningin Mathilde en kroonprinses Elisabeth van België, alsook koning Willem-Alexander, koningin Máxima en de Prinses van Oranje uit Nederland.

De aanwezigheid van deze koningshuizen is niet toevallig; de families zijn nauw met elkaar verwant.

De band met het Belgische koningshuis is het directst.

De moeder van Henri, Joséphine-Charlotte (1927-2005), was prinses van België en de oudere zus van de voormalige koningen Boudewijn en Albert.

De connectie met het Nederlandse koningshuis gaat verder terug in de geschiedenis.

Zowel het Nederlandse Huis van Oranje-Nassau als het Luxemburgse Huis van Nassau stammen af van het oude hertogdom Nassau.

De Nederlandse koningen Willem I, II en III waren tevens groothertog van Luxemburg.

Aan deze personele unie kwam een einde toen er in Nederland geen mannelijke troonopvolger meer was.

Volgens een oud familieverdrag ging de Luxemburgse troon toen over naar een andere tak van de Nassau-familie.

Hoewel koning Willem-Alexander en groothertog Henri dus geen directe bloedverwanten zijn, delen ze een verre gemeenschappelijke voorouder.

De nieuwe groothertogin, Stéphanie, is van Belgische afkomst.

Geboren als gravin Stéphanie de Lannoy, stamt ze uit een oud adellijk geslacht.

Ze groeide op in het kasteel van Anvaing in Henegouwen en volgde een Nederlandstalige basisschool in Ronse.

Haar verdere opleiding was internationaal, met studies in Frankrijk, Brussel, Moskou (Russisch) en Leuven (germanistiek). Ze sloot haar studietijd af in Berlijn met een scriptie en een stage op de Belgische ambassade.

Op 20 oktober 2012 trouwde ze met erfgroothertog Guillaume.

Naar aanleiding van haar huwelijk deed ze afstand van haar Belgische nationaliteit en werd ze Luxemburgse.

Samen hebben ze twee zonen: prins Charles, geboren in 2020, en prins François, geboren in 2023.

Guillaume zelf heeft ook sterke banden met de Europese vorstenhuizen.

Zo is hij de peetoom van onder anderen prins Emmanuel van België en prinses Ariane der Nederlanden.

Vanaf 3 oktober zal zijn officiële titel luiden: Zijne Koninklijke Hoogheid Guillaume, bij de Gratie Gods Groothertog van Luxemburg, Hertog van Nassau en Prins van Bourbon-Parma.

Het leven van prinses Maria Gabriella van Savoye.

Het leven van prinses Maria Gabriella van Savoye, dochter van de laatste koning van Italië, Umberto II, en koningin Marie José van België, is gevuld met opmerkelijke gebeurtenissen.

Al op jonge leeftijd kreeg ze te maken met tegenslagen. Zo overleefde ze samen met haar zus Maria Pia in Zwitserland een tyfusbesmetting in de periode van 1943 tot 1945, terwijl hun kinderjuffrouw aan de ziekte bezweek.

Na de afschaffing van de Italiaanse monarchie in 1946 verhuisde Maria Gabriella met haar moeder naar Zwitserland, terwijl haar vader in Portugal ging wonen.

Later in haar leven volgde ze een brede opleiding, van exacte wetenschappen aan het Italiaans Lyceum in Madrid tot een tolkenopleiding in Genève en kunstgeschiedenis in Parijs.

In de jaren vijftig was er een huwelijksaanzoek van de sjah van Iran, Mohammed Reza Pahlavi.

Dit stuitte echter op verzet; Paus Johannes XXIII zou zijn veto hebben uitgesproken, en de Vaticaanse krant L’Osservatore Romano beschreef een huwelijk met een katholieke prinses als een groot gevaar voor de kerk.

Uiteindelijk trouwde ze in 1969 met de succesvolle vastgoedontwikkelaar Robert Zellinger de Balkany.

Zijn eerste project, Élysée 2 nabij Parijs, was een groot complex met appartementen, een winkelcentrum, bioscoop en sportfaciliteiten.

De oplevering begon in 1964 en beroemdheden zoals Dalí en Cocteau hielpen het te promoten.

In 1969 bouwde hij het nog grotere Parly 2.

Dit project was een enorm succes en zijn bedrijf, SCC (Shopping Center Company), rolde het concept uit door heel Frankrijk en later in andere Europese landen en het Midden-Oosten.

Robert had twee dochters uit een eerder huwelijk en kreeg in 1972 een dochter, Marie Elisabeth, met Maria Gabriella.

Het echtpaar scheidde in 1976 en hun echtscheiding werd officieel in 1990. Robert, die verschillende kastelen en paleizen bezat, overleed op 19 september 2015.

De nu 85-jarige prinses Maria Gabriella van Savoye is oprichtster van de Stichting Umberto II en Marie José van Savoye.

Deze stichting richt zich op de wetenschappelijke studie van het Huis van Savoye en het behoud van hun historisch erfgoed.

Zelf schreef ze ook boeken over de geschiedenis van haar familie.

Na de dood van haar ouders kregen Maria Gabriella en haar drie zussen, net als hun enige broer Victor Emanuel, onenigheid over erfeniskwesties (foto september 1960).