Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
De Amerikaanse zangeres Tori Amos is een klassiek geschoolde pianiste die al op jonge leeftijd haar eigen muzikale koers koos.
Als dochter van een methodistendominee met een Ierse en Cherokee-achtergrond speelde religie van kinds af aan een grote rol in haar leven.
Al op driejarige leeftijd begon ze met het componeren van eigen liedjes, wat haar als vijfjarige een plek opleverde als jongste student ooit aan het Peabody Conservatorium.
Hoewel een toekomst als concertpianiste voor haar was uitgestippeld, verliet ze op haar elfde de opleiding vanwege haar opstandige aard en haar weerstand tegen het strikt lezen van bladmuziek.
In plaats daarvan gaf ze de voorkeur aan eigen interpretaties van klassieke meesters en begon ze al op dertienjarige leeftijd op te treden in bars en lounges in Washington.
Eind jaren tachtig verhuisde ze naar Los Angeles en nam ze de naam Tori aan.
Met haar band Y Kant Tori Read bracht ze in 1988 een album uit dat commercieel flopte en haar presenteerde in een stijl waar ze zich later van zou distantiëren.
Ondanks deze moeizame start vond ze haar weg terug naar de piano en schreef ze de nummers voor haar eigenlijke solodebuut Little Earthquakes.
Haar platenmaatschappij zag meer kansen op de Europese markt, waarna ze naar Londen vertrok om in een klein appartement haar werk te voltooien.
Dit album werd een groot succes door de ongekende openhartigheid over thema’s als religie, schuld en haar persoonlijke ervaring met seksueel geweld in nummers als ‘Me and a Gun’ en ‘Crucify’.
Haar debuut vestigde direct haar reputatie als een melodieus en tekstueel gelaagd talent.
In het voorjaar van 2026 laat ze opnieuw van zich horen met de singles ‘Stronger Together’ en ‘Shush’, die respectievelijk in februari en maart zijn verschenen.
Deze nummers kondigen de komst aan van haar achttiende studioalbum In Times of Dragons, dat op 1 mei 2026 verschijnt.
Ter ondersteuning van dit nieuwe werk reist de 62-jarige Tori in april door Europa met haar grootste tournee in tien jaar tijd.
Tijdens deze reeks concerten staat ze op 24 en 25 april in Carré in Amsterdam, om vervolgens op maandag 27 april 2026 naar België te komen voor een optreden in het Koninklijk Circus in Brussel.
De zanger had destijds met Georgia On My Mind een enorme hit te pakken, een nummer dat decennia eerder door Hoagy Carmichael was geschreven en al successen had gekend in de uitvoeringen van Louis Armstrong en Nat Gonella.
Hoewel veel Europese liefhebbers destijds nog niet de kans hadden gehad om hem live te zien, spraken Amerikaanse critici vol lof over zijn veelzijdige talenten.
De toen bekende jazzcriticus, Francis Newton vergeleek in het tijdschrift New Statesman het luisteren naar zijn platen met het kijken naar een tijger in een dierentuin; je zag de vorm, maar de ware kracht werd pas duidelijk tijdens een optreden.
Zijn concerten werden omschreven als bijna religieuze bijeenkomsten.
De sfeer raakte geladen met elektriciteit zodra hij achter zijn piano plaatsnam en zijn liedjes met een intense, bezielde stem de zaal in stuurde, terwijl het publiek ritmisch meewiegde.
Voor dergelijke optredens ontving hij destijds duizend dollar per voorstelling, een bedrag dat omgerekend naar de huidige waarde in 2026 neerkomt op ongeveer 11.000 dollar.
In 1961 was dit een uitzonderlijk hoog inkomen voor één avond, aangezien een gemiddeld gezin toen nog geen zesduizend dollar per jaar verdiende.
De single Georgia On My Mind was de voorbode van het album The Genius Hits The Road, waarvoor Sid Feller opnieuw als producer optrad.
Feller was een trompettist, orkestleider en arrangeur wiens dertigjarige samenwerking met Ray Charles weelderig gearrangeerde hits voortbracht zoals ‘I Can’t Stop Loving You’.
Als hoofdarrangeur voor Capitol Records en later ABC Records werkte Feller ook samen met grootheden als Peggy Lee, Mel Torme, Paul Anka, Steve Lawrence en Eydie Gormé
De arrangementen voor dit specifieke album werden echter verzorgd door Ralph Burns, een klassiek geschoolde musicus die aan het New England Conservatory of Music had gestudeerd.
Burns was bijna vijftien jaar lang een drijvende kracht achter het orkest van Woody Herman, de Amerikaanse jazzklarinettist en bigbandleider die zijn loopbaan al tijdens zijn middelbare schooltijd in Milwaukee was begonnen.
Na omzwervingen bij orkesten van onder meer Tom Gerun, Harry Sosnik en Isham Jones, richtte Herman in 1936 zijn eigen legendarische formatie op, waar hij tot het einde van zijn leven trouw aan bleef.
Ralph Burns zou later in zijn carrière, in 1972, een Academy Award winnen voor Cabaret en muziek arrangeren voor films als Lenny, New York, New York en All That Jazz.
Op het album The Genius Hits The Road reisden we door Amerika en kwamen we onder meer terecht in Alabamy Bound, Georgia On My Mind, Basin Street Blues, Mississippi Mud, Moonlight In Vermont, New York’s My Home, California, Here I Come, Moon over Miami, Deep In The Heart Of Texas, Carry Me Back To Old Virginny, Blue Hawaii en Chattanooga Choo-Choo.
Alleen in Virginny ontmoette hij op deze reis zijn Raelettes.
Deze groep, in 1958 voortgekomen uit The Cookies, bestond rond die tijd uit Gwen Berry, Margie Hendricks, Pat Lyles en Darlene McCrea.
Vooral de krachtige stem van Margie Hendricks gaf nummers als Hit the Road Jack hun onvergetelijke karakter.
Hoewel er binnen de muziekindustrie destijds veel werd gefluisterd over de persoonlijke verhoudingen tussen Charles en zijn zangeressen, was hun muzikale invloed onomstreden.
De Raelettes traden niet alleen op als ondersteuning; ze brachten later ook eigen werk en albums uit, zoals Yesterday… Today… Tomorrow uit 1972, en bleven in wisselende bezettingen tot aan zijn overlijden in 2004 met hem verbonden.
Ondanks dat het album uit 1961 een verzameling popnummers was, bewees Charles hiermee dat hij zelfs van eenvoudige liedjes zoals Deep In The Heart Of Texas iets muzikaals interessants kon maken.
Dit album is dan ook een aanrader voor mensen die graag luisteren naar bigbandmuziek en lichte jazz en is vandaag de dag nog steeds eenvoudig te beluisteren via diensten als Spotify en YouTube.
Steef Verwée, geboren in 1951, groeide op in een familie waar het Oudenaards de voertaal was.
Zijn familiewortels in de regio gaan terug tot het midden van de zestiende eeuw, met een brief uit 1730 als oudste getuigenis.
Al op achttienjarige leeftijd schreef hij zijn eerste Oudenaardse liederen waarmee hij lokaal optrad.
Na zijn studies aan het Koninklijk Conservatorium in Gent, die hij in 1973 afrondde met specialisaties in gitaar, zang en musicologie, begon zijn carrière in de musical- en theaterwereld bij gezelschappen als NTG, Arca en Theater Poëzien.
Om zijn eigen creaties te perfectioneren, volgde hij aanvullende opleidingen in scriptschrijven en lichtontwerp in Londen, New York en Amsterdam.
Zijn succesvolle producties, waaronder Claus on the Rocks, leidden tot een periode als artistiek begeleider bij het KNTV. In die tijd richtte hij zijn eigen uitgeverij De Cirkel op, tegenwoordig bekend als Circle Productions Gent.
Na een periode bij Theater Arena startte hij Applied Promotions Intermed nv, een bedrijf dat cultuur promoot binnen de bedrijfswereld.
Ondertussen bleef hij onafgebroken eigen werk creëren, met als een van de hoogtepunten de première van The Erotic Opera in de Stadsschouwburg van Amsterdam in 1985.
Ook zijn vriendschap met Hugo Claus had een grote invloed op zijn creatieve ontwikkeling, wat onder meer leidde tot veertig liederen op poëzie van Claus.
In 1992 produceerde hij voor de Wereldtentoonstelling in Sevilla en de Olympische Spelen in Barcelona de cd Belgium, a Century of Music, een officieel geschenk van het Ministerie van Buitenlandse Handel.
Verwee werkte bovendien intensief samen met de BRT en de BRT Big Band en was als muziekdirecteur en lichtontwerper betrokken bij tal van grote operaproducties zoals Nabucco en La Traviata.
In 2012 werd hij voor de tentoonstelling Beatles, Bombardons en Buuneklakkers gevraagd om zijn Oudenaardse liedjes uit de jaren zestig opnieuw uit te voeren.
Dit trok de aandacht van het stadsbestuur en resulteerde in 2014 in de cd ‘Oudenaarde, een hymne’, een drieluik met twintig liederen. Tijdens de release in CC De Woeker werd hij benoemd tot Ambassadeur van het Oudenaards Dialect.
Dit alles resulteerde in 2022 in de cd en theatercreatie Oudenaarde een Idioticon, geïnspireerd op het Zuid-Oostvlaandersch Idioticon van Isidoor Teirlinck uit 1905.
Op deze uitgave brengt hij oude woorden en lokale geschiedenis tot leven, waarbij zijn goede vriend Marijn Devalck schitterde in de videoclip ‘Largootje voor mijn prinsesje’.
Om het erfgoed van de regio en het Pays des Collines levend te houden, bracht hij in mei 2024 samen met het stadsbestuur van Ronse de cd ‘Ronse in ’t Roonsies’ uit, die te koop is bij de plaatselijke Dienst Toerisme.
Op basis van deze cd creëerde Steef een audiovisueel Tour de Chant-programma dat onlangs zijn première kende in het CC De Ververij te Ronse.
Dit deed hij in samenwerking met Veronique De Tier, vooraanstaand dialectologe van de Universiteit Gent, met wie hij in totaal bijna honderd liederen schreef ter bevordering van de Vlaamse streektalen.
Recent bracht hij samen met pianist Eddy Aelbrecht een nieuwe cd uit met tweeëntwintig instrumentale composities voor klassieke gitaar en piano.
Eddy Aelbrecht genoot zijn opleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel, waar hij orgel, muziekgeschiedenis en harmonie studeerde.
Aan het conservatorium van Antwerpen voltooide hij zijn studies pedagogie en pianobegeleiding
Van 1985 tot 2024 was hij onafgebroken actief als fulltime begeleider en docent muziektheorie en harmonie aan Studio Herman Teirlinck en later aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen.
Hij was tevens een veelgevraagd pianist en docent aan de drama-afdeling van het conservatorium in Gent.
Naast zijn onderwijstaken begeleidde hij vrijwel alle bekende Belgische artiesten en vele internationale namen.
Als geliefd studiomuzikant en pianist was hij vier jaar lang verbonden aan het Casino van Knokke en trad hij wereldwijd op, van Europa tot in Dubai, Abu Dhabi en Pakistan.
Dit gezamenlijke album is geïnspireerd op de filosofie van oude Griekse denkers zoals Plato, Socrates en Epicurus.
De aanleiding hiervoor waren de colleges van de hedendaagse filosoof Johan Braeckman, die Verwée aanzetten om thema’s als ataraxia, deugd en kalmte muzikaal te vertalen.
Elk muziekstuk is opgebouwd vanuit een filosofisch citaat en gekoppeld aan een plant die mogelijk in de tuin van Epicurus groeide.
Het album is beschikbaar via streamingplatformen en als Digifile-cd in boekvorm.
Deze uitgave wordt in de BeNeLux en internationaal verdeeld bij alle boekhandels en muziekzaken, en is tevens bestelbaar via Bol.com, zijn site steefverwee.be of de FB-pagina Steef Verwée Epicurus’garden.
Steef trekt momenteel rond met deze muziek, waarbij hij tussen zijn gitaarcomposities door vertelt en citeert uit het werk van deze oud-Griekse filosofen.
Ze brak door met haar debuutsingle ‘This Will Be’, een nummer afkomstig van haar eerste album ‘Inseparable’.
Achter de schermen waren Chuck Jackson en Coles toenmalige partner Marvin Yancy de drijvende krachten.
Zij schreven niet alleen alle nummers voor het album, inclusief de hitsingle, maar namen ook de arrangementen en de productie voor hun rekening.
De single deed het goed in de hitlijsten: in Vlaanderen bereikte ‘This Will Be’ de vijfde plaats in de BRT Top 30, terwijl het in Nederland tot de zestiende plek in de Top 40 schopte.
De professionele samenwerking tussen Cole en Yancy bloeide al snel uit tot een persoonlijke relatie.
Op 31 juli 1976 trouwde de zangeres met Marvin Yancy, die naast producer ook een voormalig lid was van de R&B-groep The Independents en een gewijde baptistenpredikant.
Onder zijn invloed werd Cole een vrome baptist. Samen kregen ze een zoon, Robert Adam “Robbie” Yancy, die later als muzikant met zijn moeder op tournee zou gaan.
Helaas was hun huwelijk geen lang leven beschoren; het koppel scheidde in 1980.
Het gezin werd echter getroffen door een reeks van tragedies.
Marvin Yancy overleed amper vijf jaar na de scheiding, in 1985, aan een hartaanval op de jonge leeftijd van 34 jaar.
Dertig jaar later, in 2015, overleed Natalie Cole zelf op 65-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Los Angeles.
Het noodlot sloeg opnieuw toe in 2017, toen hun zoon Robbie op 39-jarige leeftijd stierf, net als zijn vader aan een hartaanval.
Op 17 februari 1978 verscheen het debuutalbum van Kate Bush, getiteld “The Kick Inside”.
De totstandkoming van dit album werd mede mogelijk gemaakt door David Gilmour van Pink Floyd, die na het horen van haar demo’s ervoor zorgde dat ze de aandacht kreeg van de platenmaatschappij.
Met vijf singles, waaronder de iconische hits “Wuthering Heights” en “The Man with the Child in His Eyes”, leverde de unieke Kate Bush een album af dat direct insloeg.
Een van de bijzonderste nummers op de plaat is “Moving”, een eerbetoon aan haar dansleraar Lindsay Kemp.
Kenmerkend zijn de walvisgeluiden aan het begin en de tekst die haar gevoel tijdens het dansen beschrijft: “Moving stranger, does it really matter / As long as you’re not afraid to feel?”.
“The Kick Inside” was een groot commercieel succes en behaalde de eerste plaats in de Nederlandse hitlijsten en een tweede plaats in Vlaanderen.
Opmerkelijk is dat er wereldwijd zes verschillende versies van de albumhoes zijn uitgebracht.
Deze plaat, met onvergetelijke hits als ‘Don’t Stand So Close To Me’ en ‘De Do Do Do, De Da Da Da’, werd nota bene gewoon in Nederland opgenomen, in de Wisseloord Studio’s in Hilversum.
Het album was een groot succes en behaalde de derde plaats in de Nederlandse hitlijsten.
Leuk detail: exact zes jaar later, op 3 oktober 1986, bracht de band een remix van ‘Don’t Stand So Close To Me’ uit om hun verzamelalbum ‘Every Breath You Take (The Singles)’ te promoten.
De plaat wordt nog steeds geprezen als een absoluut hoogtepunt in de discografie van Bowie.
De kracht schuilt in een perfecte mix van elementen: de sterke productie die Bowie samen met Tony Visconti verzorgde, de kenmerkende zang van de meester zelf, en de innovatieve, grensverleggende gitaarpartijen van Robert Fripp.
Alle nummers op het album zijn geschreven door David Bowie en het bracht legendarische hitsingles voort zoals “Ashes to Ashes” en “Fashion”.
Het visuele aspect werd, zoals altijd bij Bowie, niet vergeten, met de beroemde albumhoes ontworpen door Bowie en Brian Duffy.
Voor de uitvoering kon hij rekenen op een ijzersterke band, met onder meer Andy Clark op synthesizer, Carlos Alomar op gitaar en de solide ritmesectie van bassist George Murray en drummer Dennis Davis. De achtergrondzang werd verzorgd door Chris Porter en Lynn Maitland.
Het kwam op 22 maart de lp Top 50 binnen en stond vanaf 14 juni maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats.
Ook in Vlaanderen was het album een groot succes.
Tijdens een diner, georganiseerd door platenmaatschappij EMI, kreeg De Nijs de onderscheiding uit handen van de Britse zanger Cliff Richard.
Het album, geproduceerd door Gerard Stellaard, bevatte bekende nummers als “Zondag”, geschreven door Stellaard, Bill van Dijk en Tineke Beishuizen, die al eerder teksten schreef voor Rob De Nijs en die in augustus 2023 overleed.
Ook de covers “Alleen Is Maar Alleen” met Nederlandse tekst van Benny Neyman en “Foto Van Vroeger” (oorspronkelijk van Udo Jürgens en de tekst van “Foto Van Vroeger” was van Joost Nuissl, die in totaal voor vijf nummers de tekst schreef voor het album) droegen bij aan de populariteit van het album.
“Long Tall Glasses (I Can Dance)” bereikte nummer 4 in het VK Singles Chart en in Amerika was de single goed voor een negende plaats in de billboard top 100.
In Vlaanderen was de single dus goed voor een tweede plaats en in Nederland zelfs goed voor een eerste plaats.
Deze single is afkomstig van zijn tweede album “Just a Boy” verscheen in 1974 en het album bereikte de vierde plaats in het Britse Albums Chart.
Voor het album werkte hij samen met twee producers, namelijk:
De gekende ex-zanger Adam Faith, die begin jaren 70 een management voor artiesten was begonnen.
Sayer was toen een van zijn eerste klanten.
David Courtney, een songwriter, drummer en producer die met Faith samenwerkte.
Hij schreef ook mee aan de nummers op het album en dit samen met Sayer, die trouwens ook alle teksten schreef.
De arrangementen zijn geschreven door Del Newman.
Buiten het nummer Long Tall Glasses (I Can Dance), die als derde single uit kwam, verscheen er in Vlaanderen en Nederland nog twee andere singles uit het album, namelijk:
“One Man Band” en Bereikte toen nummer 6 in het VK Singles Chart.
In Vlaanderen Nederland bereikte het nummer niet de hitparade.
“Train” werd vreemd niet in het Verenigd Koninkrijk uitgebracht, maar wel dus in andere landen, waaronder Vlaanderen en Nederland.
Het nummer was in Vlaanderen goed voor een vijfentwintigste plaats en in Nederland deed het nummer beter en bereikte daar de vijftiende plaats.
Op dit album verscheen ook het door hem geschreven nummer Giving It All Away, die een groot succes was voor Roger Daltrey in 1973.
Voor het album werkte Sayer met de volgende muzikanten:
Gerry Conway: Drums
Alan Tarney: Basgitaar
Dave Courtney: Keyboards
Cliff White: Gitaar
De albumhoes van Just a Boy is ontworpen door Humphrey Butler-Bowdon, zijn oude leerkracht die hem les gaf aan op academie (Leo Sayer, eindelijk weer mezelf zijn uit de Joepie van 25 december 1974).