Weltruf: Gentse radio’s en televisies uit de Zinniastraat

De geschiedenis van Weltruf in de Zinniastraat in Gent is nauw verbonden met de opkomst van de radio en het modernisme in de twintigste eeuw.

In het pand op nummer 1, gelegen in de wijk Brugsepoort-Rooigem, was de firma Etablissements Van Den Weghe gevestigd.

Dit bedrijf combineerde houtbewerking met de assemblage van elektronica.

Omdat Weltruf in de Zinniastraat hoofdzakelijk fungeerde als een assembleur en verdeler, gebruikten zij vaak chassis en onderdelen van grotere fabrikanten uit die tijd, zoals Barco, Siera of Philips.

In het eigen atelier werden houten kasten vervaardigd waarin deze onderdelen werden ingebouwd, om vervolgens als complete radiomeubels en platenspelers onder de eigen merknaam Weltruf te worden verkocht.

Later werd het aanbod uitgebreid met televisietoestellen.

Naast het atelier op nummer 1 diende de locatie op nummer 37 als een bijkomend verkooppunt en toonzaal waar klanten rechtstreeks de geassembleerde toestellen konden aanschaffen.

Ook de nabijgelegen firma Supermoderne aan de Boerderijstraat 85 fungeerde als toonzaal en officieel verkooppunt voor de apparatuur uit het atelier.

De sterke lokale verankering van deze zaken bleek onder meer uit de betrokkenheid bij de wielersport.

Een feitelijk bewijs hiervan is de overwinning van Rik Van Steenbergen en Emile Severeyns in de Gentse Zesdaagse van 1956 in ’t Kuipke.

Deze foto waarop Van Steenbergen een Radio-Pick-up van Weltruf in ontvangst neemt bij Supermoderne in de Boerderijstraat, bevestigt dat deze toestellen als prestigieuze prijzen werden geschonken.

Ook op de Gentse Jaarbeurs in het Floraliënpaleis was het merk aanwezig met eigen presentaties van modellen zoals de Weltruf Super.

Het atelier in de Zinniastraat bood naast de vervaardiging ook technische ondersteuning voor het onderhoud van de apparaten.

De geschiedenis van de firma Van Den Weghe en het merk Weltruf blijft herkenbaar door de bewaarde objecten, zoals radio’s, televisies en luciferetiketten, die rechtstreeks naar deze locaties in Gent verwijzen. (Met dank aan Dirk Peeters voor de reclame)

Vandaag 30 jaar geleden overlijdt Staf Janssens, oprichter van IJsboerke.

Het verhaal van IJsboerke begon meer dan tachtig jaar geleden, toen de veertienjarige Staf Janssens in 1943 met zijn fiets de baan op ging.

In de beginjaren verkocht de jonge ondernemer uit Tielen nog bakharing en kranten, maar de echte ommekeer kwam toen hij besloot om zelfgemaakt schepijs van deur tot deur aan te bieden.

Met zijn houten kar legde hij de basis voor wat een van de meest iconische Belgische merknamen zou worden.

Wat Staf Janssens zo uniek maakte, was zijn ongekende commerciële inzicht en zijn focus op de herkenbaarheid van het merk.

De typerende oranje vrachtwagens groeiden uit tot een vertrouwd gezicht in het straatbeeld en brachten het ijs tot in de kleinste dorpsstraten.

Wist je dat Janssens een enorme passie had voor vogels?

Op het terrein van de fabriek in Tielen liet hij een indrukwekkend vogelpark aanleggen met honderden exotische soorten, dat op een gegeven moment zelfs gratis toegankelijk was voor het publiek.

Gisteren nog vandaag

Daarnaast begreep hij als geen ander de kracht van sportmarketing.

IJsboerke was jarenlang de trotse hoofdsponsor van een succesvolle wielerploeg, waardoor de merknaam ook internationale faam verwierf in grote koersen zoals de Tour de France.

Hoewel het bedrijf in de loop der jaren verschillende keren van eigenaar wisselde en de bekende huis-aan-huisverkoop grotendeels naar de achtergrond verdween, blijft de herinnering aan de ijscowagen met zijn vrolijke bel stevig verankerd in het collectieve geheugen van vele Belgen.

Wielerlegende Fred De Bruyne zou vandaag 95 zijn geworden

Een naam die niet alleen herinnert aan een onverbiddelijke winnaar op de fiets, maar ook aan een man wiens leven na de koers even turbulent als boeiend was.

Om zich in 1947 volledig op het wielrennen te storten, zette hij zijn studies stop. Het bleek de juiste gok, want de jongeman uit Berlare groeide uit tot een absolute topper.

Op zijn indrukwekkende palmares prijken de Ronde van Vlaanderen, drie overwinningen in Luik-Bastenaken-Luik en zes ritzeges in de Tour.

Als renner kende De Bruyne geen compassie. “Op de fiets was ik eigenlijk een beest”, liet hij zich ooit ontvallen.

Die mentaliteit werd gekenmerkt door een intense rivaliteit met superkampioen Rik Van Looy.

Legendarisch is de anekdote uit de Ronde van Lombardije: De Bruyne en Van Looy reden samen op kop, maar gunden elkaar de zege zo weinig dat ze een kilometer voor de finish surplace hielden.

Terwijl supporters gewoon naast hen meewandelden, werden ze ingehaald door de rest. Van de 32 renners die finishten, werden zij 31ste en 32ste.

Een zwaar ongeval in 1960 maakte echter noodgedwongen een einde aan zijn actieve carrière.

Na zijn gedwongen afscheid vond De Bruyne een nieuwe roeping als wielerreporter voor de BRT.

Deze tweede carrière verliep echter niet zonder slag of stoot.

Hoewel hij populair was bij de kijkers, kreeg hij bergen kritiek over zijn taalgebruik en worstelde hij met zijn contract.

Jaar na jaar werkte hij met een tijdelijk contract, maar de ultieme erkenning van een vaste benoeming bleef uit.

De reden? Hij miste het vereiste diploma voor het journalistenexamen.

Een uitweg, het beruchte artikel 14 dat een benoeming wegens ‘buitengewone verdiensten’ mogelijk maakte, werd hem niet gegund.

Die uitzondering was naar verluidt vooral voorbehouden aan mensen met de juiste politieke kleur.

De Bruyne, die weigerde een partij te kiezen en weinig steun kreeg van collega’s, viel uit de boot.

Toen de BRT in 1977 besloot te snoeien in het aantal losse medewerkers, zag de sportredactie haar kans om hem opzij te schuiven met argumenten als ‘geen teamspeler’ en ‘zijn Nederlands is te slecht’.

De Bruyne voelde de bui hangen en nam zelf ontslag om een nieuw hoofdstuk te beginnen als ploegleider bij het befaamde Flandria-team.

Die periode werd echter overschaduwd door de ‘affaire met de peer’, waarmee geletruidrager Michel Pollentier de dopingcontrole probeerde te omzeilen.

Het bezorgde De Bruyne een enorme kater. “Alle journalisten verweten Fred dat hij ervan wist. Maar dat was niet zo”, verdedigde zijn vrouw Lydie hem jaren later.

Ontgoocheld verliet hij Flandria, maar hij loodste bij Daf-Trucks nog wel Hennie Kuiper naar de overwinning in de Ronde van Vlaanderen.

In die periode liet hij zich soms bitter uit over het gebrek aan beroepsernst bij de nieuwe generatie.

“Ik was plots een ouwe zak, die niet was meegegroeid met zijn tijd”, stelde hij vast.

Na nog enkele jaren als public-relationsman liet De Bruyne de wielerwereld definitief achter zich.

Hij verhuisde in 1988 met zijn echtgenote naar Seillans, een dorp in de Franse Provence.

Daar wijdde hij zich aan het schrijven van biografieën over wielergrootheden.

Hoewel Fred De Bruyne al in 1994 overleed, is de herinnering aan hem nog springlevend.

Zowel in zijn laatste woonplaats Seillans, waar een plein naar hem is vernoemd, als in zijn geboortestreek Berlare, waar een straat zijn naam draagt.

Een tastbaar bewijs dat de mens en de legende nog lang niet vergeten zijn.

Hennie Kuiper, wie is de nieuwe winnaar van de Wereldkampioenschappen wielrennen 1975

Hennie Kuiper, een van de meest veelzijdige Nederlandse wielrenners aller tijden, excelleerde zowel in het klassieke werk als in etappekoersen.

In 1972 werd hij Olympisch kampioen op de weg, gevolgd door de wereldtitel in 1975, waarmee hij zich schaarde in een select gezelschap van renners die beide titels behaalden, waaronder Ercole Baldini, Paolo Bettini en Remco Evenepoel.

In datzelfde jaar, 1975, toonde hij zijn buitengewone talent door én nationaal veldkampioen én nationaal kampioen op de weg én wereldkampioen op de weg te worden – een zeldzame driedubbele prestatie.

Hoewel Kuiper in de Tour de France nooit de gele trui droeg, eindigde hij twee keer als tweede in het eindklassement en won hij twee keer de prestigieuze etappe naar Alpe d’Huez.

Zijn ware kracht toonde hij in de klassiekers, waar hij de enige Nederlander is die vier van de vijf wielermonumenten op zijn naam schreef: Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en de Ronde van Lombardije.

Zijn mentaliteit, perfect samengevat in zijn bekende uitspraak “Wielrennen is eerst het bord van de tegenstander leeg eten, voor je aan je eigen bord begint”, benadrukt zijn tactische inzicht en wilskracht.

Na zijn actieve loopbaan bleef hij betrokken bij de wielersport als ploegleider, onder andere bij de Duitse ploeg Telekom en het Amerikaanse Motorola.

In 2017 opende zijn neef, met hulp van vrijwilligers en Hennie zelf, het Hennie Kuiper Wielermuseum in Noord Deurningen, waar zijn indrukwekkende carrière wordt tentoongesteld.

Datzelfde jaar bracht hij ook zijn boek “Hennie Kuiper Kampioen Wilskracht” uit.

Gisteren nog vandaag

Weinig wielrenners hebben in zo’n korte tijd zo’n diepe indruk nagelaten als Stan Ockers.

Stan Ockers was in de jaren vijftig een van de meest geliefde wielrenners die Vlaanderen ooit gekend heeft.

Met zijn bijnaam ‘le rusé’, de listige, was hij geliefd om zijn slimme manier van koersen.

Zijn talent was immens: hij eindigde twee keer als tweede in de Ronde van Frankrijk, in 1950 en 1952, en toonde zijn explosiviteit door in 1955 en 1956 de groene trui te winnen.

Het jaar 1955 was zijn absolute meesterwerk.

Hij won de Waalse Pijl, domineerde Luik-Bastenaken-Luik en kroonde zich in het Italiaanse Frascati tot wereldkampioen.

Ockers leek op de top van zijn kunnen, maar op die hoogte sloeg het noodlot genadeloos toe.

Op 29 september 1956 kwam hij zwaar ten val op de piste van het Antwerpse Sportpaleis. Twee dagen later, op 1 oktober, bezweek hij aan zijn verwondingen.

Zijn dood veroorzaakte een schokgolf van nationale rouw in België.

Een van de vele jonge bewonderaars die diep geraakt waren, was de toen 11-jarige Eddy Merckx.

De herinnering aan de gevallen held bleef levend.

Al in 1957 werd er een monument voor hem opgericht op de Côte des Forges, en ook decennia later wordt hij geëerd met een gedenkplaat in Borgerhout.

Zelfs in de cultuur leeft hij voort, zoals in het lied ‘Stanneke’ van Hugo Matthysen, wat bewijst dat de listige Flandrien nooit echt vergeten is.

Eddy Merckx mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen

Merckx groeide op in Sint-Pieters-Woluwe bij Brussel, waar zijn ouders een kruidenierszaak runden.

In een interview zei hij het volgende over deze periode in zijn leven: Ik moest met de fiets naar een Franstalige school. Mijn drie jaar jongere broer en zus gingen met de bus naar de andere kant van de stad, omdat daar een Vlaamse school was.

Gisteren nog vandaag

Franstalig of Vlaams, mijn ouders waren daar eigenlijk niet zo mee bezig. Als je een winkel hebt, moet je de twee taalgroepen bedienen. Mijn moeder kende wel goed Frans omdat ze als jong meisje ging helpen in de winkel van haar zus in Anderlecht. Vader sprak geen woord Frans toen hij zich met mijn moeder in Sint-Pieters-Woluwe kwam vestigen. Hij heeft het al doende moeten leren.

Op 5 december 1967 trad Eddy Merckx in het huwelijk met Claudine Acou, de dochter van wielrenner Lucien Acou.

Hoewel zowel de burgerlijke als de kerkelijke huwelijksplechtigheden tweetalig waren, ontstond er onvrede bij veel Vlamingen omdat het jawoord enkel in het Frans werd uitgesproken.

Sindsdien profileert Merckx zich als een tweetalige model-Belg, trots op zijn goede relaties met de Belgische dynastie, om zo gelijkaardige communautaire spanningen en zijn (deels) beladen familiegeschiedenis te vermijden.

Toch verloopt zijn communicatie in het Nederlands, mede door zijn Franstalige middelbare schoolopleiding en zijn introverte karakter, eerder moeizaam.

Op 14 februari 1970 werd dochter Sabrina Merckx geboren, die later zou trouwen met de Argentijnse proftennisser Eduardo Masso.

Uit dit huwelijk werd Merckx’ kleinzoon Luca Masso geboren, die professioneel hockeyspeler is geworden.

Op 12 augustus 1972 kwam Eddy Merckx’ enige zoon Axel Merckx ter wereld, die eveneens profwielrenner werd.

Axana, de Belgisch-Canadese dochter van Axel, behaalde op 17 mei 2019 twee gouden medailles op het open Belgisch kampioenschap zwemmen: één op de 200 meter rugslag en één op de 400 meter wisselslag.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 40 jaar geleden, won Criquielion De Waalse Pijl op de mythische Muur

Een lange en slopende tocht van 246 kilometer, startend en eindigend in het hart van Hoei, met als ultieme scherprechter de gevreesde Muur.

Die dag in 1985 was speciaal, want het betekende de geboorte van een nieuw tijdperk voor de Waalse Pijl.

Voor het eerst lag de finishlijn bovenop de Muur van Hoei, een beslissing die de koers voorgoed zou veranderen en de Muur tot een beklimming in de wielerkalender zou maken.

De eerste die zijn naam aan deze legendarische aankomst koppelde, was Claude Criquielion.

Zijn overlijden in 2015, exact dertig jaar na zijn eerste triomf, was een groot verlies voor de wielersport.

Gelukkig werd zijn nalatenschap in datzelfde jaar geëerd met een monument in de steilste bocht van de Muur, een bocht die nu voor altijd de naam van deze kampioen draagt.

Achter Criquielion streden Moreno Argentin en Laurent Fignon voor de ereplaatsen, terwijl de lokale trots, Eric Van Lancker uit ons eigen Oudenaarde, een verdienstelijke negende plek behaalde.

Van de vele renners aan de start, wisten er uiteindelijk 84 de finishlijn te passeren. Een dag om nooit te vergeten!

Lomme Driessens, toen ik Freddy Martens terugzag, had ik kunnen huilen, zo slecht was hij eraan toe (Sport 80 van 9 januari 1985)

Freddy Maertens, een naam die synoniem staat voor de wielersport in de jaren 70, kende een carrière met immense pieken en diepe dalen.

Na een uiterst succesvolle periode, waarin hij onder andere twee keer wereldkampioen werd (1973 en 1976) en etappes en de groene trui in de Ronde van Frankrijk won, leek zijn ster te verbleken.

In 1979 en 1980, op amper 28-jarige leeftijd, won hij enkel nog enkele criteriums.

Zijn carrière leek vroegtijdig ten einde te lopen, een lot dat wel meer wielrenners in die tijd trof, toen de carrières doorgaans korter waren dan nu.

Deze sportieve tegenslag werd nog verergerd door financiële problemen.

Door verkeerde investeringen verloor Maertens een aanzienlijk deel van zijn kapitaal.

Hij was toen destijds bekend om zijn dure levensstijl en hij hield van mooie auto’s en kleding, een eigenschap die hem in contrast bracht met de vaak soberder levende wielrenners van die tijd.

De schulden stapelden zich op, hij moest zijn villa in Lombardsijde verkopen en werd achtervolgd door de belastingsadministratie.

Een pijnlijk hoofdstuk voor de man die ooit op het hoogste podium had gestaan.

In de zomer van 1981 leek er echter een wonder te gebeuren, want Maertens kende een opmerkelijke heropleving, een comeback die in de wielergeschiedenis als een van de memorabelste wordt beschouwd.

Zijn oud-ploegleider, de legendarische Briek “Lomme” Driessens, een man die bekend stond om zijn harde, maar rechtvaardige aanpak en een neus voor talent, haalde hem naar de Boule d’Or-ploeg.

Driessens geloofde in Maertens, ook al dachten velen dat zijn beste jaren voorbij waren.

Dat vertrouwen werd beloond, want Maertens reed een ijzersterke Ronde van Frankrijk, pakte maar liefst vijf etappezeges en veroverde opnieuw de groene trui.

Als kers op de taart werd hij dat najaar in Praag voor de tweede keer wereldkampioen, een prestatie die de wielerwereld met verstomming sloeg.

Maertens stond bekend om zijn explosieve sprint, maar ook om zijn vermogen om, als hij echt in vorm was, in ontsnappingen mee te gaan en dit bewees hij in 1981 opnieuw.

Helaas bleek deze comeback van korte duur. In de seizoenen die volgden, kon Maertens geen grote overwinningen meer aan zijn palmares toevoegen.

Na nog een jaar bij Boule d’Or, reed hij voor verschillende kleinere ploegen en privésponsoren, een periode waarin hij meer dan ooit afhankelijk was van zijn wilskracht en doorzettingsvermogen.

Hij hing zijn fiets in 1987 definitief aan de haak.

Na zijn wielercarrière bleef Maertens actief, maar in andere rollen, zo werkte hij een tiental jaren als vertegenwoordiger en van 2000 tot 2007 als arbeider in het Nationaal Wielermuseum (nu KOERS. Museum van de Wielersport) in Roeselare.

Daar werd hij een vertrouwd gezicht voor de bezoekers en kon hij zijn passie voor de koers delen.

Sinds februari 2008 is hij gastheer en pr-medewerker voor het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde, waar hij zijn kennis en ervaring inzet om de rijke geschiedenis van deze wielerklassieker te promoten.

Ondanks de tegenslagen en de moeilijke periode na zijn carrière, blijft Freddy Maertens een gerespecteerd figuur in de wielerwereld.

Dat bleek nogmaals in 2010, toen hij door de lezers van de Krant van West-Vlaanderen werd uitgeroepen tot de beste West-Vlaamse wielrenner aller tijden.

Hij liet daarbij grote namen als Briek Schotte en Johan Museeuw achter zich, een ultieme erkenning voor een renner die de wielergeschiedenis kleurde met zijn talent, doorzettingsvermogen en onvergetelijke comeback.