Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Gimondi werd geboren in Sedrina, nabij Bergamo, en liet als amateur al zijn talent zien door onder andere de Ronde van de Toekomst te winnen.
Zijn grote doorbraak volgde in 1965, toen hij als neoprof meteen de Ronde van Frankrijk op zijn naam schreef.
Zijn succes in de Grote Rondes bleef groeien.
Twee jaar later won hij de Ronde van Italië, een prestatie die hij in 1969 en 1976 herhaalde. Door in 1968 ook de Ronde van Spanje te winnen, trad hij toe tot een exclusief gezelschap.
Gimondi is namelijk een van de slechts zeven renners die alle drie de Grote Rondes hebben gewonnen, samen met Jacques Anquetil, Eddy Merckx, Bernard Hinault, Alberto Contador, Vincenzo Nibali en Chris Froome.
De renner, die de bijnamen de buizerd van Bergamo en de aristocraat droeg, blonk uit in constantheid; in al zijn vijf deelnames aan de Ronde van Frankrijk eindigde hij in de top tien.
Zijn minste resultaat was een zevende plaats, en hij pakte in totaal zeven Touretappes.
Naast zijn successen in rittenkoersen was Gimondi een specialist in eendaagse klassiekers.
Hij won tweemaal de Ronde van Lombardije, in 1966 en 1973.
Daarnaast schreef hij Parijs-Roubaix in 1966 en Milaan-San Remo in 1974 op zijn naam, en kroonde hij zichzelf in 1973 tot wereldkampioen.
Zijn carrière kende ook een schaduwzijde toen hij tijdens de vijftiende etappe van de Ronde van Frankrijk in 1975 positief testte op doping.
Dit kostte hem tien minuten straftijd in het algemeen klassement, een boete van duizend Zwitserse frank en een voorwaardelijke schorsing van een maand.
Gimondi overleed in 2019 op 76-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval, die hem trof tijdens het zwemmen in zee aan de oostkust van Sicilië.
De 25e editie van de Ronde van Frankrijk, verreden in de zomer van 1931, staat bekend als een van de meest slopende en heroïsche edities uit de vroege geschiedenis van de wielersport.
Met een totale afstand van maar liefst 5091 kilometer, verdeeld over 24 etappes, was deze editie een ware uitputtingsslag, waarbij de renners tegen de klok en elkaar streden op loodzware wegen.
Dit enorme aantal kilometers staat in schril contrast met de moderne wielersport.
Waar de renners in 1931 nog 5091 kilometer moesten overbruggen, is de huidige Ronde van Frankrijk, de editie van 2026, een totale afstand van 3320,7 kilometer.
Destijds was het bovendien het tweede jaar dat de Tour met nationale ploegen reed in plaats van individuele sponsors, wat zorgde voor een felle strijd tussen de grote wielerbuurlanden Frankrijk, België en Italië.
In 1931 stonden er slechts 6 officiële nationale ploegen aan de start, aangevuld met een grote groep individuele renners.
De vier grote wielerlanden Frankrijk, België, Italië en Duitsland stuurden elk een ploeg van 8 renners. Daarnaast was er een gecombineerd team van Australië en Zwitserland met elk 4 renners, en nam Spanje deel met slechts 1 enkele renner.
Nederland schitterde in die tijd door afwezigheid en had geen nationale ploeg aan de start.
In deze beginperiode van de Tour met landenploegen was het wegwielrennen in Nederland nog lang niet zo populair of professioneel ontwikkeld als in de omringende landen.
De sportieve focus lag in Nederland destijds vooral op het baanwielrennen, waar wel grote successen werden geboekt.
Het zou nog tot 1936 duren voordat er voor het eerst een Nederlandse afvaardiging aan de start van de Tour verscheen, destijds met renners als Albert van Schendel en Theo Middelkamp, die toen direct de allereerste Nederlandse etappezege wisten op te eisen.
Dit alles bracht het deelnemersveld van 1931 op 41 ploegrenners, die werden vergezeld door 40 onafhankelijke renners, de zogenaamde touriste-routiers, wat zorgde voor een bescheiden peloton van 81 renners in totaal.
Hoe anders is dat in de editie van 2026, waar 23 professionele merkenteams aan de start verschijnen met elk 8 renners, wat resulteert in een gigantisch en strak georganiseerd peloton van 184 renners.
In het begin van de ronde domineerden de sprinters in de vlakke ritten, maar het spektakel begon pas echt toen de bergen opdoemden.
Een gedenkwaardig moment vond plaats in de tweede etappe, toen de Oostenrijkse individuele renner Max Bulla geschiedenis schreef.
Hoewel de individuele renners tien minuten later waren gestart dan de nationale ploegen, slaagde Bulla erin om iedereen in te halen en de etappe te winnen.
Hierdoor pakte hij als enige onafhankelijke renner ooit in de geschiedenis de gele trui.
Het klassement kreeg zijn definitieve vorm in de loodzware Pyreneeën.
Tijdens de negende etappe van Pau naar Luchon ontbond de Franse renner Antonin Magne zijn duivels.
Hij viel aan op de flanken van de legendarische Tourmalet, nam de leiding in de wedstrijd en veroverde de gele trui. Magne, die bekendstond om zijn tactische inzicht en methodische manier van rijden, werd gesteund door een ijzersterke Franse ploeg met onder anderen Charles Pélissier.
Na deze slopende ritten was er voor de renners van de luxe van moderne hotels absoluut geen sprake.
Hoewel ze na een etappe ergens moesten slapen, was de realiteit uiterst sober.
De ploegen huurden meestal eenvoudige kamers in goedkope lokale herbergen of kleine familiehotels langs de route.
Omdat er vaak niet genoeg bedden waren, moesten renners de kamers en soms zelfs de bedden met elkaar delen.
Na een rit van driehonderd kilometer kropen twee renners dan samen in een krap bed.
Ook de hygiëne liet te wensen over, want kamers met eigen warm stromend water waren er amper.
Renners moesten zich vaak behelpen met een teil koud water op de binnenplaats of een gedeelde kraan op de gang. Van een echt sportdieet was evenmin sprake; men at gewoon de zware kost die de lokale herberg serveerde.
Niet alleen het comfort, maar ook het prijzengeld was van een heel andere orde dan vandaag de dag. In 1931 bedroeg de eerste prijs voor de eindwinnaar van het algemeen klassement 25.000 Franse frank, uit een totale prijzenpot van 650.000 Franse frank.
Gecorrigeerd naar de huidige koopkracht was die hoofdprijs toen ongeveer 15.000 tot 20.000 euro waard.
Dit staat in schril contrast met de editie van 2026, waarin de totale prijzenpot ruim 2,3 miljoen euro bedraagt en de uiteindelijke winnaar maar liefst 500.000 euro mee naar huis neemt.
In de Alpen en tijdens de latere vlakke ritten werd de Franse leider constant bestookt door zijn naaste belagers.
Vooral de Belg Jef Demuysere en de Italiaan Antonio Pesenti gaven zich niet zomaar gewonnen.
Demuysere bleef aanvallen opzetten en won meerdere zware ritten, maar Magne gaf geen krimp.
In de voorlaatste etappe, die over de gevreesde kasseien in het noorden van Frankrijk voerde, probeerden de Belgen een beslissende slag te slaan.
Magne wist echter stand te houden door constant aan het wiel van Demuysere te blijven kleven.
Uiteindelijk eindigde de loodzware koers op 26 juli 1931 in het legendarische Prinsenpark, oftewel het Parc des Princes in Parijs.
In die tijd stroomde de wielerbaan van dit stadion traditiegetrouw bomvol met tienduizenden enthousiaste toeschouwers om de helden van de weg na weken van afzien te huldigen.
Na alle kilometers over onverharde wegen en kasseien konden de renners nog een paar laatste rondjes over de houten piste rijden voor het oog van de massa.
Het was in deze historische ambiance dat Antonin Magne als grote triomfator werd binnengehaald, met een voorsprong van bijna dertien minuten op Demuysere en ruim tweeëntwintig minuten op Pesenti.
Het betekende de eerste van zijn twee Tourzeges en een groot feest voor het Franse publiek.
De Belgen grepen met Demuysere, Gaston Rebry en Maurice De Waele weliswaar net naast de individuele hoofdprijs, maar zij namen wel de troostprijs mee naar huis door het ploegenklassement op hun naam te schrijven
Deze twintigste editie in 1926 staat te boek als de langste en zwaarste Tour uit de geschiedenis, met een recordafstand van maar liefst 5.745 kilometer verspreid over 17 etappes.
Om deze legendarische overwinning te herdenken, kun je in de kerk van Wontergem momenteel een bijzondere tentoonstelling bezoeken.
Aan de hand van foto’s, wielerattributen en unieke herinneringsstukken komen zijn indrukwekkende wielercarrière en zijn hechte band met het dorp helemaal tot leven.
De tentoonstelling is nog tot en met 30 september dagelijks gratis toegankelijk van 10 uur tot 17 uur.
In 1976 vocht hij in de bergen een felle strijd uit met Joop Zoetemelk.
Hoewel Zoetemelk de rit op Alpe d’Huez op zijn naam schreef, stelde Van Impe zijn eindzege definitief veilig in de Pyreneeën op de flanken van de Pla d’Adet.
Het was sowieso een memorabele editie voor de Belgische renners, die destijds enorm schitterden.
Freddy Maertens bleek onstuitbaar en verzamelde maar liefst acht ritzeges.
Hij won de proloog in Saint-Jean-de-Monts, de eerste etappe naar Angers en de derde etappe in Le Touquet-Paris-Plage.
Later voegde hij daar nog de zevende etappe naar Mulhouse, beide delen van de achttiende etappe naar Langon en Lacanau-Océan, de eenentwintigste etappe naar Versailles en het eerste deel van de slotrit in Parijs aan toe.
Ook andere landgenoten droegen bij aan het Belgische succes. Willy Teirlinck won de dertiende etappe naar Saint-Gaudens,
Lucien Van Impe pakte zelf de veertiende etappe naar Saint-Lary-Soulan, Michel Pollentier zegevierde in de zestiende etappe naar Fleurance en Ferdinand Bracke won een dag later de rit naar Auch.
Ook Nederland presteerde dat jaar buitengewoon goed.
Hennie Kuiper opende de Nederlandse successen in de vierde etappe met aankomst in Bornem.
Joop Zoetemelk toonde zijn klasse in het hooggebergte en won drie zware ritten: de negende etappe naar L’Alpe d’Huez, de tiende etappe naar Montgenèvre en de twintigste etappe naar de Puy de Dôme.
Tot slot pikte Gerben Karstens zijn ritten mee door het derde deel van de achttiende etappe in Bordeaux te winnen, om vervolgens ook het tweede deel van de slotrit in Parijs op zijn naam te schrijven.
De Nederlandse TI-Raleigh-equipe won de 5e etappe, deel A: de ploegentijdrit van Leuven naar Leuven.
Het verschil tussen Eddy Merckx en Joop Zoetemelk, die tweede eindigde, bedroeg 9 minuten en 51 seconden.
Op de derde plaats eindigde Lucien Van Impe.
In totaal namen er 35 Belgen en 21 Nederlanders deel aan de Tour van 1971.
Belgische etappezeges
Eric Leman won de 1e etappe, deel A van Mulhouse naar Bazel, de 6e etappe, deel A van Roubaix (Robaais) naar Amiens en de 7e etappe van Rungis naar Nevers.
Albert Van Vlierberghe won de 1e etappe, deel C van Freiburg im Breisgau naar Mulhouse.
Eddy Merckx won de 2e etappe van Mulhouse naar Straatsburg, de 13e etappe van Albi naar Albi, de 17e etappe van Mont-de-Marsan naar Bordeaux en de 20e etappe van Versailles naar Parijs.
Walter Godefroot won de 9e etappe van Clermont-Ferrand naar Saint-Étienne.
Herman Van Springel won de 16e etappe, deel B van Gourette/Les Eaux Bonnes naar Pau.
Nederlandse etappezeges
Gerben Karstens won de 1e etappe, deel B van Bazel naar Freiburg im Breisgau.
Rini Wagtmans won de 3e etappe van Straatsburg naar Nancy.
Jan Krekels won de 19e etappe van Blois naar Versailles.
De Ronde van Frankrijk van 2001 was de achtentachtigste editie van de belangrijkste wielerwedstrijd ter wereld en vond plaats van 7 tot en met 29 juli.
De ronde startte in de Noord-Franse stad Duinkerke met een proloog, die werd gewonnen door de Fransman Christophe Moreau, en eindigde traditiegetrouw op de Champs-Élysées in Parijs.
Deze editie bestond uit een proloog en twintig etappes, met een totale afstand van net geen drieduizendvijfhonderd kilometer.
Het parcours bracht het peloton voornamelijk door Frankrijk, maar maakte ook een korte uitstap naar België.
Voor de Belgische wielerfans en de twee deelnemende Belgische ploegen, Lotto-Adecco en Domo-Farm Frites, werd het een succesvolle editie op het gebied van ritzeges en strijdlust.
De nationale wielertrots werd al vroeg aangewakkerd in de tweede etappe van Calais naar Antwerpen.
De Belg Marc Wauters, die uitkwam voor de Nederlandse Rabobank-ploeg, wist in zijn thuisland de overwinning te grijpen en veroverde daarmee voor één dag de prestigieuze gele trui.
Ook in het verdere verloop van de ronde lieten de Belgen zich nadrukkelijk gelden.
Het was daarbij specifiek de Belgische Lotto-Adecco-formatie die wist te schitteren met exact twee overwinningen.
Rik Verbrugghe schreef na een lange ontsnapping de vijftiende etappe tussen Pau en Lavaur op zijn naam.
Twee dagen later was het opnieuw raak voor de Lotto-ploeg toen Serge Baguet de zeventiende rit van Brive-la-Gaillarde naar Montluçon won.
De andere Belgische ploeg, Domo-Farm Frites, had dat jaar absolute triomfen gevierd in het voorjaar, maar in deze Tour behaalden de renners van Patrick Lefevere geen etappewinst en hun absolute kopman Johan Museeuw was niet in de selectie opgenomen.
In het algemeen klassement speelden de Belgische renners, waaronder Mario Aerts en de voor Domo rijdende Axel Merckx, geen rol van betekenis voor de absolute topplaatsen, maar de ritzeges en de dag in het geel maakten het tot een geslaagde Tour voor België.
Sportief gezien werd het algemeen klassement gedomineerd door het verwachte duel tussen de Amerikaan Lance Armstrong en de Duitser Jan Ullrich.
Armstrong, kopman van de US Postal-ploeg, hield zich in het begin van de ronde relatief rustig, maar deelde een enorme klap uit tijdens de eerste zware Alpenrit naar Alpe d’Huez.
Het moment waarop hij vlak voor zijn beslissende demarrage even achterom keek naar Ullrich, is een onuitwisbaar beeld uit de wielergeschiedenis geworden. Armstrong domineerde de bergen en de tijdritten en won de ronde uiteindelijk met een voorsprong van ruim zes en een halve minuut op Ullrich.
De Spanjaard Joseba Beloki mocht als derde mee op het eindpodium in Parijs.
Naast de strijd om de gele trui waren er andere opvallende prestaties die de koers kleurden.
De Duitse sprinter Erik Zabel veroverde de groene trui voor het puntenklassement voor de zesde opeenvolgende keer, wat destijds een absoluut record was.
De populaire Franse renner Laurent Jalabert won de bolletjestrui voor het bergklassement en bracht het thuispubliek in vervoering met zijn aanvallende rijstijl in de bergen.
De witte trui voor de beste jongere ging naar de talentvolle Spanjaard Oscar Sevilla, terwijl de aanvallende Spaanse Kelme-ploeg het ploegenklassement won.
Een grote verrassing was de Kazach Andrei Kivilev, die dankzij een lange ontsnapping in de achtste etappe naar Pontarlier, een rit die door de Nederlander Erik Dekker werd gewonnen, uiteindelijk als vierde in Parijs eindigde.
De rode lantaarn voor de laatste renner in het klassement ging naar de Franse sprinter Jimmy Casper.
Jaren later kreeg de uitslag van deze Tour echter een zware historische correctie.
In 2012 werd Lance Armstrong, na een grootschalig onderzoek van het Amerikaanse antidopingagentschap USADA, ontmaskerd als spil in een geavanceerd dopingnetwerk.
De internationale wielerunie UCI besloot daarop onmiddellijk om Armstrong al zijn zeven Tourzeges, waaronder die van 2001, af te nemen.
De organisatie van de Tour de France besloot de opengevallen eerste plaats vacant te laten en geen nieuwe winnaar aan te wijzen.
Hierdoor is de eerste positie in de officiële geschiedenisboeken voor de editie van 2001 voor altijd blanco gebleven, wat deze wedstrijd onlosmakelijk verbindt met een donkere periode uit de wielersport.
Terwijl wielerjournalist Mark Vanlombeek voor zijn werk de Tourkaravaan door het Franse landschap volgde, verbleven zijn vrouw en kinderen aan de Belgische kust, een menselijk contrast dat het tijdschrift Story destijds mooi optekende in de editie van 8 juli.
Het peloton kleurde dat jaar behoorlijk in de Lage Landen, met een sterke afvaardiging van 32 Belgische en 19 Nederlandse renners aan de startlijn.
Onze landgenoten lieten zich in die 73ste editie bijzonder goed opmerken en wisten de Tour extra glans te geven met vijf indrukwekkende ritzeges.
Pol Verschuere opende het Belgische succesverhaal met winst in de allereerste etappe van Nanterre naar Sceaux. Ludo Peeters triomfeerde in de zevende rit van Cherbourg naar Saint-Hilaire du Harcouët, waarna Eddy Planckaert meteen een dag later het goede voorbeeld volgde en de achtste etappe naar Nantes op zijn naam schreef.
Ook Rudy Dhaenens en Frank Hoste mochten juichen na overwinningen in respectievelijk de elfde rit vanuit Futuroscope naar Bordeaux en de vijftiende etappe van Carcassonne naar Nîmes.
De Nederlandse eer werd succesvol verdedigd door Johan van der Velde, die in de vijfde etappe van Evreux naar Villers-sur-Mer de tegenstand te slim af was en als eerste over de streep kwam.
Naast de successen uit de Lage Landen staat de Tour van 1986 in de internationale wielergeschiedenis vooral gegrift als de ronde van een van de meest beklijvende interne ploegduels ooit.
Binnen het dominante La Vie Claire team vochten de Amerikaan Greg LeMond en de Franse vijfvoudige winnaar Bernard Hinault een psychologische en fysieke slijtageslag uit.
Hoewel Hinault een jaar eerder had beloofd LeMond aan de eindzege te helpen, viel hij zijn jongere ploegmaat meermaals aan onder het mom dat hij hem wilde dwingen de zege echt te verdienen.
Deze zinderende en soms verwarrende tweestrijd leverde iconische televisiebeelden op, met als absoluut hoogtepunt de etappe naar l’Alpe d’Huez waar beide rivalen hand in hand over de finish kwamen. Uiteindelijk trok LeMond aan het langste eind in het algemeen klassement.
Hij kroonde zich zo tot de allereerste Amerikaanse, en bij uitbreiding niet-Europese, winnaar van de Ronde van Frankrijk, een mijlpaal die de wielersport wereldwijd een enorme impuls gaf.
De geschiedenis van Weltruf in de Zinniastraat in Gent is nauw verbonden met de opkomst van de radio en het modernisme in de twintigste eeuw.
In het pand op nummer 1, gelegen in de wijk Brugsepoort-Rooigem, was de firma Etablissements Van Den Weghe gevestigd.
Dit bedrijf combineerde houtbewerking met de assemblage van elektronica.
Omdat Weltruf in de Zinniastraat hoofdzakelijk fungeerde als een assembleur en verdeler, gebruikten zij vaak chassis en onderdelen van grotere fabrikanten uit die tijd, zoals Barco, Siera of Philips.
In het eigen atelier werden houten kasten vervaardigd waarin deze onderdelen werden ingebouwd, om vervolgens als complete radiomeubels en platenspelers onder de eigen merknaam Weltruf te worden verkocht.
Later werd het aanbod uitgebreid met televisietoestellen.
Naast het atelier op nummer 1 diende de locatie op nummer 37 als een bijkomend verkooppunt en toonzaal waar klanten rechtstreeks de geassembleerde toestellen konden aanschaffen.
Ook de nabijgelegen firma Supermoderne aan de Boerderijstraat 85 fungeerde als toonzaal en officieel verkooppunt voor de apparatuur uit het atelier.
De sterke lokale verankering van deze zaken bleek onder meer uit de betrokkenheid bij de wielersport.
Een feitelijk bewijs hiervan is de overwinning van Rik Van Steenbergen en Emile Severeyns in de Gentse Zesdaagse van 1956 in ’t Kuipke.
Deze foto waarop Van Steenbergen een Radio-Pick-up van Weltruf in ontvangst neemt bij Supermoderne in de Boerderijstraat, bevestigt dat deze toestellen als prestigieuze prijzen werden geschonken.
Ook op de Gentse Jaarbeurs in het Floraliënpaleis was het merk aanwezig met eigen presentaties van modellen zoals de Weltruf Super.
Het atelier in de Zinniastraat bood naast de vervaardiging ook technische ondersteuning voor het onderhoud van de apparaten.
De geschiedenis van de firma Van Den Weghe en het merk Weltruf blijft herkenbaar door de bewaarde objecten, zoals radio’s, televisies en luciferetiketten, die rechtstreeks naar deze locaties in Gent verwijzen. (Met dank aan Dirk Peeters voor de reclame)
Het verhaal van IJsboerke begon meer dan tachtig jaar geleden, toen de veertienjarige Staf Janssens in 1943 met zijn fiets de baan op ging.
In de beginjaren verkocht de jonge ondernemer uit Tielen nog bakharing en kranten, maar de echte ommekeer kwam toen hij besloot om zelfgemaakt schepijs van deur tot deur aan te bieden.
Met zijn houten kar legde hij de basis voor wat een van de meest iconische Belgische merknamen zou worden.
Wat Staf Janssens zo uniek maakte, was zijn ongekende commerciële inzicht en zijn focus op de herkenbaarheid van het merk.
De typerende oranje vrachtwagens groeiden uit tot een vertrouwd gezicht in het straatbeeld en brachten het ijs tot in de kleinste dorpsstraten.
Wist je dat Janssens een enorme passie had voor vogels?
Op het terrein van de fabriek in Tielen liet hij een indrukwekkend vogelpark aanleggen met honderden exotische soorten, dat op een gegeven moment zelfs gratis toegankelijk was voor het publiek.
Gisteren nog vandaag
Daarnaast begreep hij als geen ander de kracht van sportmarketing.
IJsboerke was jarenlang de trotse hoofdsponsor van een succesvolle wielerploeg, waardoor de merknaam ook internationale faam verwierf in grote koersen zoals de Tour de France.
Hoewel het bedrijf in de loop der jaren verschillende keren van eigenaar wisselde en de bekende huis-aan-huisverkoop grotendeels naar de achtergrond verdween, blijft de herinnering aan de ijscowagen met zijn vrolijke bel stevig verankerd in het collectieve geheugen van vele Belgen.
Een naam die niet alleen herinnert aan een onverbiddelijke winnaar op de fiets, maar ook aan een man wiens leven na de koers even turbulent als boeiend was.
Om zich in 1947 volledig op het wielrennen te storten, zette hij zijn studies stop. Het bleek de juiste gok, want de jongeman uit Berlare groeide uit tot een absolute topper.
Op zijn indrukwekkende palmares prijken de Ronde van Vlaanderen, drie overwinningen in Luik-Bastenaken-Luik en zes ritzeges in de Tour.
Als renner kende De Bruyne geen compassie. “Op de fiets was ik eigenlijk een beest”, liet hij zich ooit ontvallen.
Die mentaliteit werd gekenmerkt door een intense rivaliteit met superkampioen Rik Van Looy.
Legendarisch is de anekdote uit de Ronde van Lombardije: De Bruyne en Van Looy reden samen op kop, maar gunden elkaar de zege zo weinig dat ze een kilometer voor de finish surplace hielden.
Terwijl supporters gewoon naast hen meewandelden, werden ze ingehaald door de rest. Van de 32 renners die finishten, werden zij 31ste en 32ste.
Een zwaar ongeval in 1960 maakte echter noodgedwongen een einde aan zijn actieve carrière.
Na zijn gedwongen afscheid vond De Bruyne een nieuwe roeping als wielerreporter voor de BRT.
Deze tweede carrière verliep echter niet zonder slag of stoot.
Hoewel hij populair was bij de kijkers, kreeg hij bergen kritiek over zijn taalgebruik en worstelde hij met zijn contract.
Jaar na jaar werkte hij met een tijdelijk contract, maar de ultieme erkenning van een vaste benoeming bleef uit.
De reden? Hij miste het vereiste diploma voor het journalistenexamen.
Een uitweg, het beruchte artikel 14 dat een benoeming wegens ‘buitengewone verdiensten’ mogelijk maakte, werd hem niet gegund.
Die uitzondering was naar verluidt vooral voorbehouden aan mensen met de juiste politieke kleur.
De Bruyne, die weigerde een partij te kiezen en weinig steun kreeg van collega’s, viel uit de boot.
Toen de BRT in 1977 besloot te snoeien in het aantal losse medewerkers, zag de sportredactie haar kans om hem opzij te schuiven met argumenten als ‘geen teamspeler’ en ‘zijn Nederlands is te slecht’.
De Bruyne voelde de bui hangen en nam zelf ontslag om een nieuw hoofdstuk te beginnen als ploegleider bij het befaamde Flandria-team.
Die periode werd echter overschaduwd door de ‘affaire met de peer’, waarmee geletruidrager Michel Pollentier de dopingcontrole probeerde te omzeilen.
Het bezorgde De Bruyne een enorme kater. “Alle journalisten verweten Fred dat hij ervan wist. Maar dat was niet zo”, verdedigde zijn vrouw Lydie hem jaren later.
Ontgoocheld verliet hij Flandria, maar hij loodste bij Daf-Trucks nog wel Hennie Kuiper naar de overwinning in de Ronde van Vlaanderen.
In die periode liet hij zich soms bitter uit over het gebrek aan beroepsernst bij de nieuwe generatie.
“Ik was plots een ouwe zak, die niet was meegegroeid met zijn tijd”, stelde hij vast.
Na nog enkele jaren als public-relationsman liet De Bruyne de wielerwereld definitief achter zich.
Hij verhuisde in 1988 met zijn echtgenote naar Seillans, een dorp in de Franse Provence.
Daar wijdde hij zich aan het schrijven van biografieën over wielergrootheden.
Hoewel Fred De Bruyne al in 1994 overleed, is de herinnering aan hem nog springlevend.
Zowel in zijn laatste woonplaats Seillans, waar een plein naar hem is vernoemd, als in zijn geboortestreek Berlare, waar een straat zijn naam draagt.
Een tastbaar bewijs dat de mens en de legende nog lang niet vergeten zijn.
Hennie Kuiper, een van de meest veelzijdige Nederlandse wielrenners aller tijden, excelleerde zowel in het klassieke werk als in etappekoersen.
In 1972 werd hij Olympisch kampioen op de weg, gevolgd door de wereldtitel in 1975, waarmee hij zich schaarde in een select gezelschap van renners die beide titels behaalden, waaronder Ercole Baldini, Paolo Bettini en Remco Evenepoel.
In datzelfde jaar, 1975, toonde hij zijn buitengewone talent door én nationaal veldkampioen én nationaal kampioen op de weg én wereldkampioen op de weg te worden – een zeldzame driedubbele prestatie.
Hoewel Kuiper in de Tour de France nooit de gele trui droeg, eindigde hij twee keer als tweede in het eindklassement en won hij twee keer de prestigieuze etappe naar Alpe d’Huez.
Zijn ware kracht toonde hij in de klassiekers, waar hij de enige Nederlander is die vier van de vijf wielermonumenten op zijn naam schreef: Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en de Ronde van Lombardije.
Zijn mentaliteit, perfect samengevat in zijn bekende uitspraak “Wielrennen is eerst het bord van de tegenstander leeg eten, voor je aan je eigen bord begint”, benadrukt zijn tactische inzicht en wilskracht.
Na zijn actieve loopbaan bleef hij betrokken bij de wielersport als ploegleider, onder andere bij de Duitse ploeg Telekom en het Amerikaanse Motorola.
In 2017 opende zijn neef, met hulp van vrijwilligers en Hennie zelf, het Hennie Kuiper Wielermuseum in Noord Deurningen, waar zijn indrukwekkende carrière wordt tentoongesteld.
Datzelfde jaar bracht hij ook zijn boek “Hennie Kuiper Kampioen Wilskracht” uit.
Stan Ockers was in de jaren vijftig een van de meest geliefde wielrenners die Vlaanderen ooit gekend heeft.
Met zijn bijnaam ‘le rusé’, de listige, was hij geliefd om zijn slimme manier van koersen.
Zijn talent was immens: hij eindigde twee keer als tweede in de Ronde van Frankrijk, in 1950 en 1952, en toonde zijn explosiviteit door in 1955 en 1956 de groene trui te winnen.
Het jaar 1955 was zijn absolute meesterwerk.
Hij won de Waalse Pijl, domineerde Luik-Bastenaken-Luik en kroonde zich in het Italiaanse Frascati tot wereldkampioen.
Ockers leek op de top van zijn kunnen, maar op die hoogte sloeg het noodlot genadeloos toe.
Op 29 september 1956 kwam hij zwaar ten val op de piste van het Antwerpse Sportpaleis. Twee dagen later, op 1 oktober, bezweek hij aan zijn verwondingen.
Zijn dood veroorzaakte een schokgolf van nationale rouw in België.
Een van de vele jonge bewonderaars die diep geraakt waren, was de toen 11-jarige Eddy Merckx.
De herinnering aan de gevallen held bleef levend.
Al in 1957 werd er een monument voor hem opgericht op de Côte des Forges, en ook decennia later wordt hij geëerd met een gedenkplaat in Borgerhout.
Zelfs in de cultuur leeft hij voort, zoals in het lied ‘Stanneke’ van Hugo Matthysen, wat bewijst dat de listige Flandrien nooit echt vergeten is.
Merckx groeide op in Sint-Pieters-Woluwe bij Brussel, waar zijn ouders een kruidenierszaak runden.
In een interview zei hij het volgende over deze periode in zijn leven: Ik moest met de fiets naar een Franstalige school. Mijn drie jaar jongere broer en zus gingen met de bus naar de andere kant van de stad, omdat daar een Vlaamse school was.
Gisteren nog vandaag
Franstalig of Vlaams, mijn ouders waren daar eigenlijk niet zo mee bezig. Als je een winkel hebt, moet je de twee taalgroepen bedienen. Mijn moeder kende wel goed Frans omdat ze als jong meisje ging helpen in de winkel van haar zus in Anderlecht. Vader sprak geen woord Frans toen hij zich met mijn moeder in Sint-Pieters-Woluwe kwam vestigen. Hij heeft het al doende moeten leren.
Op 5 december 1967 trad Eddy Merckx in het huwelijk met Claudine Acou, de dochter van wielrenner Lucien Acou.
Hoewel zowel de burgerlijke als de kerkelijke huwelijksplechtigheden tweetalig waren, ontstond er onvrede bij veel Vlamingen omdat het jawoord enkel in het Frans werd uitgesproken.
Sindsdien profileert Merckx zich als een tweetalige model-Belg, trots op zijn goede relaties met de Belgische dynastie, om zo gelijkaardige communautaire spanningen en zijn (deels) beladen familiegeschiedenis te vermijden.
Toch verloopt zijn communicatie in het Nederlands, mede door zijn Franstalige middelbare schoolopleiding en zijn introverte karakter, eerder moeizaam.
Op 14 februari 1970 werd dochter Sabrina Merckx geboren, die later zou trouwen met de Argentijnse proftennisser Eduardo Masso.
Uit dit huwelijk werd Merckx’ kleinzoon Luca Masso geboren, die professioneel hockeyspeler is geworden.
Op 12 augustus 1972 kwam Eddy Merckx’ enige zoon Axel Merckx ter wereld, die eveneens profwielrenner werd.
Axana, de Belgisch-Canadese dochter van Axel, behaalde op 17 mei 2019 twee gouden medailles op het open Belgisch kampioenschap zwemmen: één op de 200 meter rugslag en één op de 400 meter wisselslag.
Een lange en slopende tocht van 246 kilometer, startend en eindigend in het hart van Hoei, met als ultieme scherprechter de gevreesde Muur.
Die dag in 1985 was speciaal, want het betekende de geboorte van een nieuw tijdperk voor de Waalse Pijl.
Voor het eerst lag de finishlijn bovenop de Muur van Hoei, een beslissing die de koers voorgoed zou veranderen en de Muur tot een beklimming in de wielerkalender zou maken.
De eerste die zijn naam aan deze legendarische aankomst koppelde, was Claude Criquielion.
Zijn overlijden in 2015, exact dertig jaar na zijn eerste triomf, was een groot verlies voor de wielersport.
Gelukkig werd zijn nalatenschap in datzelfde jaar geëerd met een monument in de steilste bocht van de Muur, een bocht die nu voor altijd de naam van deze kampioen draagt.
Achter Criquielion streden Moreno Argentin en Laurent Fignon voor de ereplaatsen, terwijl de lokale trots, Eric Van Lancker uit ons eigen Oudenaarde, een verdienstelijke negende plek behaalde.
Van de vele renners aan de start, wisten er uiteindelijk 84 de finishlijn te passeren. Een dag om nooit te vergeten!