35 jaar geleden, Guido Claus in de Post van 2 november 1990

Johan Claus (1938-2009) richtte in dat jaar het pand op de hoek van de Hoogstraat en de Oude Houtlei in, geïnspireerd door de gelijknamige club van Al Capone in het Chicago van de jaren dertig.

Nog datzelfde jaar liet hij de exploitatie over aan zijn broer Guido, die van de zaak zijn levenswerk zou maken.

Samen met zijn levensgezellin Motte gaf Guido het artiestencafé een renommee die tot ver buiten de grenzen reikte.

Het unieke interieur, de gezelligheid en de persoonlijkheden van het koppel maakten van de ‘Hotsy Totsy’ een begrip.

Het werd een pleisterplaats voor kunst- en cultuurliefhebbers, waar ook Guido’s broer Hugo Claus en Jan Hoet graag geziene gasten waren.

Hugo legde er regelmatig een kaartje met zijn broer en literaire vrienden.

Aan de zijmuur in de Oude Houtlei hangt zijn lofgedicht ‘Achter deze gevel hier’, opgedragen aan Guido en het café.

De club was ook het decor voor een memorabel literair moment: op 17 maart 1983 stelde Hugo Claus er zijn langverwachte meesterwerk ‘Het verdriet van België’ voor aan pers en publiek, wat in de Belgische pers een ongekende hype veroorzaakte.

Guido Claus was zelf ook artistiek actief. Van 1986 tot 1991 vormde hij met Jan Albert De Bruyne (alias ‘Prof. Arnoldus Goedbier’) het muzikaal straattheater-duo ‘Twee Wezen’.

Daarnaast speelde hij in de toneelbewerking van ‘Lijmen & Het been’ (naar Willem Elsschot) en vertolkte hij rollen in films als ‘De Loteling’ (1973), ‘Vrijdag’ (1981) en ‘Hector’ (1987).

In november 1991 kwam er een abrupt einde aan een tijdperk door het plotse overlijden van Guido Claus.

De Groep Druwel kocht de zaak en het nabijgelegen pand.

Na een restauratie werd het café overgenomen door Patrick De Graeve, die de zaak een nieuwe boost gaf met Motte Claus als deel van zijn team.

Al meer dan 50 jaar is de ‘Hotsy Totsy’ een authentiek Gents artiestencafé.

Vandaag de dag is de uitbating al enkele jaren in de goede handen van Lara, die de unieke sfeer van deze historische plek verderzet.

25 jaar geleden: Toen de Gentse kunstenaarspartij “Digter” meer dan alleen maar ludiek was.

Onder de bezielende leiding van onze eigen Coenraed de Waele zette deze gloednieuwe partij de boel op stelten.

Wat Digter zo bijzonder maakte? Wel, het was de allereerste keer in de Belgische geschiedenis dat een lijst vol kunstenaars zich in de verkiezingsstrijd mengde. “Voor het eerst in het bestaan van België neemt een lijst met kunstenaars deel aan de verkiezingen”, verkondigde lijsttrekker en dichter Coenraed de Waele (toen 48).

De naam “Digter” stond voor een heerlijke knipoog naar de poëzie: “Dichten Is Geen Tralala Eerder Rock ‘n’ roll”.

Rond dit gevatte acroniem schaarden zich maar liefst 23 creatieve geesten.

Denk aan bekende namen uit de literatuur zoals Marcella Baete, Ronald Vermeulen en Eva Cox, maar ook theatermakers als Jaak Van De Velde en muzikanten zoals rockdrummer Boudewijn Creelle.

Het programma van Digter was op z’n zachtst gezegd… origineel.

Wat dacht je van de “herverdeling van de liefde”, de “omverwerping van de dictatuur van het orgasme” of een “bos met zangvogels en stadsaapjes op de Vrijdagmarkt”? Het toont de humor en het speelse karakter van deze unieke partij.

Maar Digter had ook serieuze noten op de zang.

Zo pleitten ze voor een proefproject om kunstenaars een echt statuut te geven en de oprichting van een “Huis van het Woord”.

Vandaag is het precies twintig jaar geleden dat we afscheid namen van de Gentse cursiefjesschrijver Prosper De Smet. Hij werd zesentachtig.

Dankzij gemeenschappelijke kennis Coenraed de Waele had ik het genoegen hem nog te leren kennen.

Ik nodigde hem niet veel later uit om zijn dichtbundel ‘Gekke gedachten, stille gepeinzen’ voor te stellen in de Hotsy Totsy, een aanbod dat hij met zichtbaar plezier aanvaardde.

Een mooi moment om terug te blikken op het leven van deze Gentse stem van het volk.

Prosper De Smet werd geboren in de Roggestraat als zoon van een dokwerker en een naaister.

Zijn jeugd werd getekend door een vroege tegenslag: toen zijn vader in 1928 overleed, werd de amper negenjarige Prosper in het Stedelijk Weeshuis geplaatst, in de volksmond bekend als het beruchte “Kuldershuis”.

Pas vier jaar later, nadat zijn moeder hertrouwde, kon hij terugkeren naar de vertrouwde Roggestraat.

Hoewel er in het gezin De Smet, buiten de krant Vooruit, nauwelijks werd gelezen, ontdekte de jonge Prosper al snel zijn passie.

Rond zijn veertiende opende de wereld van de literatuur zich voor hem, met Multatuli als grote held.

Hij volgde een opleiding tot letterzetter en schoolde zichzelf via avondonderwijs bij in talen.

Zijn liefde voor het geschreven woord vond hij in de krant, waar hij de rubrieken van Raymond Herreman verslond.

Na zijn legerdienst en mobilisatie tijdens de Tweede Wereldoorlog, vond hij in 1945 werk als drukker-letterzetter, eerst bij firma Collier en vanaf 1948 bij het dagblad Vooruit.

Daar groeide hij door tot lay-outverantwoordelijke en zou hij blijven tot aan zijn pensioen in 1980, ook na de overgang naar De Morgen.

Maar het was zijn pen die hem onsterfelijk zou maken in Gent en daarbuiten.

Naast zijn dagtaak ontpopte hij zich tot een veelzijdig schrijver voor de krant.

Onder het pseudoniem PDS schreef hij boekbesprekingen, als Polke Pluim leverde hij humoristische sportbijdragen, maar zijn bekendste alter ego werd P. Pluim.

Dertig jaar lang schreef hij onder die naam een dagelijks cursiefje waarin hij het leven van de gewone man schetste, vaak optimistisch met een vleugje weemoed en milde maatschappijkritiek.

Ook na de overgang naar De Morgen bleef hij schrijven, tot hij in 2001 na bijna vijftig jaar definitief stopte.

Zijn talent bleef niet beperkt tot de krant. Tussen 1955 en 1990 publiceerde De Smet acht romans, een toneelstuk, verhalen- en dichtbundels.

Zijn werk werd meermaals bekroond, onder meer met de Letterkundige Prijs van de Stad Gent en de Visser Neerlandiaprijs.

Zijn debuutroman ‘De ontploffing’ (1957) werd door De Groene Amsterdammer zelfs uitgeroepen tot boek van de maand.

Zijn persoonlijke leven kende, net als zijn professionele, een stabiel verloop.

Na zijn huwelijk in 1946 en enkele verhuizingen binnen Gent, streek hij in 1960 neer in de Bosuilstraat in Wondelgem.

Daar zou hij tot aan zijn dood blijven wonen, als een scherpe observator van het leven dat hij zo treffend wist te vangen in zijn verhalen en cursiefjes.

Vandaag, exact 140 jaar geleden, werd de Amerikaanse actrice Theda Bara geboren.

Voor mij heeft ze een speciale betekenis, aangezien haar portret te bewonderen is in de Hotsy Totsy in Gent.

Haar pad naar het sterrendom begon aan de universiteit van Cincinnati, waar ze voor het eerst in aanraking kwam met theater.

Gedreven door ambitie verhuisde Theodosia Burr Goodman in 1908 naar New York om een carrière op Broadway na te jagen.

Daar nam ze de artiestennaam Theda Bara aan. ‘Theda’ was een verkorting van Theodosia, en ‘Bara’ een afkorting van Baranger, de achternaam van haar grootvader.

Vanaf 1914 kwam haar carrière in een stroomversnelling toen ze films begon te maken voor producent William Fox, die op basis van haar succes de Fox Film Corporation oprichtte.

Om haar bekendheid te vergroten, werd Bara voorgesteld als een mysterieuze, exotische vrouw. Publiciteitsmedewerkers creëerden een fascinerend achtergrondverhaal: ze zou in Egypte geboren zijn als de dochter van een Italiaanse kunstenaar en een Franse actrice.

Haar naam, zo beweerde men, was een anagram van ‘Arab Death’.

Dit imago werd verder versterkt met verhalen over een jeugd in de Sahara.

Door haar rol in de film ‘A Fool There Was’ (1915) kreeg Theda Bara de bijnaam ‘the Vamp’, een term die synoniem werd met haar imago.

Ze groeide uit tot een van de eerste sekssymbolen van het witte doek.

In totaal maakte ze een veertigtal films voor Fox, maar ze raakte gefrustreerd door het feit dat ze telkens als ‘vamp’ werd getypecast.

Na haar vertrek bij de studio in 1919 en haar huwelijk in 1921 maakte ze nog maar twee films. Daarna trok ze zich definitief terug uit de filmwereld.

Tragisch genoeg is het merendeel van haar films verloren gegaan bij een brand in de archieven van Fox Studios in New Jersey in 1937.

Haar doorbraakfilm ‘A Fool There Was’ is gelukkig wel bewaard gebleven, net als enkele fragmenten van haar meest opzienbarende film, ‘Cleopatra’, die ons vandaag nog een glimp gunnen van haar unieke verschijning.

Na een carrière van 43 jaar is vandaag de dag aangebroken waarop ik van mijn pensioen mag genieten.

Mijn loopbaan begon als verkoper van groenten en fruit, na een korte opleiding in de Wondelgemstraat.

Al snel droeg ik de verantwoordelijkheid voor de winkel aan het Van Beverensplein in Gent.

Deze eerste werkervaring werd onderbroken door mijn legerdienst in Duitsland.

Na een opleiding in Peel, werd ik als magazijnier tewerkgesteld bij de logistieke dienst in Aken.

Toen majoor de Man vroeg naar kandidaten om in het hotel Mercator te werken, was ik een van de eersten om die kans te grijpen.

Gisteren nog vandaag

Daar ontdekte ik de horeca en binnen enkele weken was ik al ‘Maître de salle’.

Ik woonde er samen met drie andere soldaten in een woning in de wijk van de beroepsmilitairen, waaronder Patrick, een tandarts die ook uit Gent kwam.

Ik werkte er veel en kreeg zelfs de kans om als burger in dienst te blijven, maar dat aanbod sloeg ik af.

Ik keerde terug naar mijn vertrouwde wereld en werd opnieuw gerant, waarbij ik met veel plezier groenten en fruit verkocht.

Een jaar later maakte ik de overstap naar de elektronicawereld als verkoper in de Tandy-winkel in Oostakker.

Nog een jaar later werd ik gerant van het filiaal in de Vlaanderenstraat in Gent, waar ik ook in een mooi appartement boven de winkel woonde.

Gisteren nog vandaag

Enkel jaren later, nam ik er een bijverdienste in de avond bij als barman in het NTG in Gent, een rol waarin mijn horeca-ervaring uit het leger goed van pas kwam.

Toen het met de Tandy-keten minder goed ging, diende zich een nieuwe kans aan.

Met veel enthousiasme werd ik foyerverantwoordelijke in het NTG.

Gisteren nog vandaag

Naast het horecagedeelte kwam ik er in contact met de fascinerende wereld van theater, met zijn acteurs, regisseurs en andere boeiende persoonlijkheden.

Ik kon van op de eerste rij meemaken hoe nieuwe producties tot stand kwamen en leerde er warme collega’s met een hart voor het theater kennen.

Ik was ook nauw betrokken bij de verbouwing van het theatergebouw, meer specifiek de foyer, keuken, eetzalen en de artiestenbar.

Gisteren nog vandaag

Een moment dat me altijd zal bijblijven, is de opening van de foyer, die ik omvormde tot een brasserie waar ik nog steeds trots op ben.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Ook Minnemeers, de tweede zaal van het NTG, en tijdens de Gentse Feesten in de Lakenhal, met gasten als Freek Neirynck en Radio 2, blijven gekoesterde herinneringen.

Gisteren nog vandaag

Ik heb in die tijd zelfs in het theatergebouw gewoond.

Gisteren nog vandaag

Aan dit avontuur kwam echter een einde en ik begon een nieuw hoofdstuk bij Vendex.

Dit bedrijf, destijds ook eigenaar van Hema, had net de supermarktketen Battard overgenomen, die vooral in West-Vlaanderen en Wallonië actief was.

Mijn taak was om de winkels aan te passen aan de nieuwe beleidsplannen. Ik werkte voornamelijk in Wallonië en verbleef er de hele week op hotel.

Tijdens die periode wees mijn vriend Philippe Bossuyt me erop dat de Hotsy Totsy te koop stond.

Samen zijn we in dat avontuur gestapt.

Gisteren nog vandaag

We transformeerden de Hotsy Totsy, voorheen een privézaak, tot een levendig café. Met een aangepaste drankkaart, optredens en diverse activiteiten maakten we er opnieuw een succesverhaal van.

Enkele jaren later kreeg ik de kans om aan het hoofd te staan van de plaatselijke dekenij.

Samen met de andere leden en mijn vriend Thierry Bonnaffé heb ik toen de boekenmarkt op de Graslei in Gent opgericht.

Dankzij de steun van de huidige burgemeester Mathias De Clercq en toenmalig burgemeester Daniël Termont is deze zondagse markt uitgegroeid tot een groot succes.

In 2000 was ik ook medeoprichter van de Poëzieroute in de Gentse binnenstad.

Als hoofd van de dekenij besloot ik met het bestuur om onze activiteiten tijdens de Gentse Feesten grondig te herzien.

Zo schaften we de maandagmarkt, bekend als ‘de dag van de lege portemonnee’, af en verwelkomden we in 2004 de organisatie van Polé Polé.

Nu is de tijd gekomen om dit alles achter me te laten en van mijn pensioen te genieten.

Ik ben dankbaar voor deze prachtige carrière en vooral voor de vele mensen die ik heb mogen leren kennen.

Gisteren nog vandaag

Het zijn er te veel om op te noemen, maar ze hebben voor altijd een plek in mijn hart.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 25 jaar geleden, Hugo Claus geëerd met de driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse gemeenschap.

Zijn werk en invloed blijven resoneren in de literaire wereld, recentelijk versterkt door de publicatie van een sterke biografie door Mark Schaevers.

In een uitgebreid interview in het weekblad Humo in februari van dit jaar, werd Schaevers uitgelicht om zijn diepgaande biografische werk over Claus te bespreken.

Het gesprek vond plaats in de bekende Hotsy Totsy in Gent, een locatie die past bij de culturele statuur van Claus (foto 1: Ann Van Den Sompel)

45 jaar geleden, leuke video van het Free Jazz festival in Gent, in 1978.

Ondanks de kritische geluiden die zowel bij traditionele(re) muzikanten als bij de pers te horen waren over het controversiële karakter van freejazz, werd het genre toen druk beoefend in het Gentse.

Locaties waar het onder meer een dankbaar publiek vond, waren café Trefpunt, kleinkunsttheater Op Zolder en de Hotsy Totsy Club.

Ook in de auditoria van de universiteit en in studentenrestaurant De Brug werden vaak freejazzconcerten georganiseerd op initiatief van de Universitaire Jazzclub. (Patrick De Groote)

Vanavond boekvoorstelling, 50 jaar Hotsy Totsy

Het Gentse nachtcafé Hotsy Totsy bestaat een halve eeuw.

Met zijn interieur geïnspireerd op de roaring twenties werd het een pleisterplek voor een kleurrijk en gemengd publiek, van kunstenaars en wetenschappers tot vrijdenkende drinkebroers, die zich thuis voelden in die warme cocon.

Aan het roer stonden Motte en Guido Claus, een vorstelijk duo dat het woelige schip elke keer weer door de nacht laveerde, met landelijke renommee en echo’s tot in de Amsterdamse grachtengordel toe.

Daar zal de aanwezigheid van Guido’s broer, Hugo Claus, zeker een rol in gespeeld hebben.

In dit boek vertellen we de geschiedenis van het café en graven 35 notoire Hotsy Totsygangers in hun herinneringen.

Onder meer Jessie De Caluwe, Kurt Van Eeghem, Herman Brusselmans, Josse De Pauw, Pjeroo Roobjee, Frank Liefooghe, Herman Balthazar, Guido Lauwaert, Vera Vermeersch, Zaki, Mugo en Jean Paul van Bendegem getuigen.

Zij brengen een ode aan het café dat een rol in hun leven speelde, maar ook aan Motte, die nu 78 is.

De eigenaars zijn nu veranderd, het interieur hetzelfde gebleven. Hoe dan ook is een halve eeuw Hotsy Totsy een reden om te vieren, en een zegen voor het mensdom.

Karel Van Keymeulen is een vermaard jazzjournalist, die het Gentse horeca-erfgoed als zijn binnenzak kent, en schreef een inleiding bij het boek. Kurt Defrancq staat bekend als acteur en theatermaker. Samen stelden ze het boek samen.

Vanavond 25 jaar geleden, Kris De Bruyne, Patrick Riguelle en Wigbert te gast in de Hotsy Totsy (30 september 1997)

Vanavond 25 jaar geleden, Kris de Bruyne, Patrick Riguelle en Wigbert te gast in de Hotsy Totsy (30 september 1997)

Vanavond 25 jaar geleden, Kris de Bruyne, Patrick Riguelle en Wigbert te gast in de Hotsy Totsy (30 september 1997)