45 jaar geleden, de tv-reeks De Vijf te zien op Nederland 1

Zelf heb ik deze tv-reeks nooit gezien, maar ik las wel jaren eerder als kind de boeken over hun avonturen.

De geestelijke moeder van deze meeslepende verhalen was de Britse schrijfster Enid Blyton (1897-1968), een van de succesvolste kinderboekenauteurs aller tijden.

Ze schreef de oorspronkelijke reeks van 21 boeken tussen 1942 en 1963.

De verhalen draaiden om de broers Julian en Dick, hun zusje Anne, hun stoere nichtje Georgina (die liever George genoemd wilde worden) en de hond Timmy.

Samen trokken ze er tijdens de schoolvakanties op uit, vaak rond het fictieve kustdorpje Kirrin.

Wat de boeken voor generaties kinderen zo magisch maakte, was het gevoel van ultieme vrijheid: de hoofdpersonages beleefden hun avonturen zonder toezicht van volwassenen, kampeerden op eilandjes, verkenden ruïnes en ontrafelden geheimen met verrekijkers en zaklampen.

In 1978 verscheen de populaire Britse jeugdserie De Vijf, gebaseerd op deze beroemde boekenreeks.

De hoofdrollen werden vertolkt door Marcus Harris als Julian, Gary Russell als Dick en Jennifer Thanisch als Anne. Samen met Michele Gallagher als het tomboy-meisje George en de trouwe hond Timmy beleefden ze talloze avonturen vol mysterie, geheime gangen en smokkelaars.

De serie werd geproduceerd door Southern Television voor het ITV-netwerk en omvatte 26 afleveringen verdeeld over twee seizoenen.

De makers slaagden erin de nostalgische sfeer van de boeken perfect over te brengen naar het tv-scherm, waardoor de verfilming voor veel kinderen die opgroeiden in de late jaren zeventig en tachtig de definitieve weergave werd van de klassieke verhalen.

De herkenbare begintune en de spannende verhaallijnen maakten de tv-reeks tot een grote internationale hit die ook in de Lage Landen met veel succes werd uitgezonden.

Na het afronden van de serie namen de jonge hoofdrolspelers vrijwel allemaal afstand van de acteerwereld en sloegen zij heel uiteenlopende wegen in.

Marcus Harris stopte grotendeels met acteren, stapte het bedrijfsleven in en werd later actief in de lokale politiek als raadslid en burgemeester van Wallingford.

Na een zware beroerte besloot hij een langgekoesterde droom waar te maken en publiceerde hij in 2025 zijn eerste roman, Running Away.

Gary Russell bleef als enige nog even actief in het vak, maar maakte al snel de overstap naar een succesvolle achter-de-schermen-carrière als schrijver, redacteur en producent, waarbij hij een belangrijke rol speelde in de wereld van de bekende sciencefictionserie Doctor Who.

Jennifer Thanisch koos op haar beurt voor een rustig privéleven buiten de schijnwerpers, stichtte een gezin en ging aan de slag als lerares op een basisschool in Sussex.

Het levensverhaal van Michele Gallagher kent helaas een tragisch verloop: zij trok zich volledig terug uit de openbaarheid en overleed in 2000 op 36-jarige leeftijd.

Maggie Pierce: van MGM-actrice en Hollywood-persoonlijkheid tot mevrouw Minskoff op Broadway.

Margaret P. L. Pierce werd geboren op 24 oktober 1931 in Detroit, Michigan.

Nadat ze in haar jeugd haar moeder en broer verloor, koos ze aanvankelijk voor een opleiding tot verpleegkundige aan de New York University School of Nursing.

Daarnaast was ze actief als fotomodel, wat uiteindelijk de deur opende naar een carrière in de entertainmentindustrie.

Pierce was een impulsieve, openhartige persoonlijkheid die ervan genoot om interviews te geven.

De achtergrondverhalen die ze in de pers deelde, veranderden echter door de jaren heen, wat voor de nodige verwarring zorgde over haar exacte opleiding, de duur van haar werk als verpleegkundige of model, en de manier waarop haar grote doorbraak in de showbizz tot stand kwam.

Ze hield er een opvallende levensstijl op na: ze at slechts één maaltijd per dag, zwom dagelijks tweehonderd meter en stak af en toe een sigaret op, naar eigen zeggen puur om vervelende mensen te verjagen.

Ze was daarnaast dol op sport. In haar middelbareschooltijd speelde ze voetbal en als volwassene was ze catcher in een softbalteam dat volledig bestond uit vrouwen uit de Hollywood-industrie.

Na het volgen van acteerlessen werd ze in 1959 gecontracteerd door de bekende filmstudio Metro-Goldwyn-Mayer.

Tijdens haar periode bij MGM verscheen ze regelmatig in de rubrieken van bekende roddeljournalisten zoals Hedda Hopper en Louella Parsons.

Zij schreven uitgebreid over haar liefdesleven, waaronder een verbroken verloving met zakenman Bob Neal en een nooit officieel bevestigde verloving met David Lange, de jongere broer van actrice Hope Lange.

In haar beginjaren bij MGM speelde ze bijrollen in verschillende speelfilms, waaronder de romantische komedie ‘Where the Boys Are’ uit 1960 en het drama ‘Go Naked in the World’ uit 1961, waarin ze naast grote namen als Gina Lollobrigida en Ernest Borgnine verschijnt.

Hoewel ze in films vaak in bescheiden rollen te zien was, bouwde ze al snel een veelzijdige televisiecarrière op.

Zo was ze te zien in bekende series uit de jaren zestig, zoals ‘Wagon Train’, ‘Alfred Hitchcock Presents’, ‘The Fugitive’ en ‘The Man from U.N.C.L.E.’

Tevens speelde ze mee in de horroranthologie ‘Tales of Terror’ uit 1962 en de muzikale film ‘The Fastest Guitar Alive’ uit 1967.

Haar bekendste televisierol kreeg ze in het seizoen 1965-1966, toen ze de rol van Barbara Porter vertolkte in de komedieserie ‘My Mother the Car’, waarin ze de echtgenote speelde van het personage van Jerry Van Dyke.

Rond 1966 kreeg ze een relatie met vastgoedtycoon Jerome “Jerry” Minskoff, die vijftien jaar ouder was en op dat moment getrouwd was en drie kinderen had.

Sommige bronnen vermelden dat ze na zijn echtscheiding in 1966 in Las Vegas trouwden, maar de enige officiële huwelijksakte in de openbare registers stamt uit New York City in 1971.

Vanaf dat moment verschoof haar aandacht geleidelijk van acteren naar de theaterwereld achter de schermen.

Haar echtgenoot produceerde Broadwaystukken in het theater dat door zijn familie was geopend.

Hij werd zeven keer genomineerd voor een Tony Award en won er een in 1986 voor de herneming van Sweet Charity.

Onder de naam Maggie Minskoff was ze onder meer werkzaam als productiecoördinator voor Broadwayvoorstellingen, waaronder de succesvolle musical Irene met Debbie Reynolds.

Ook was ze gedurende langere tijd betrokken bij het beheer van het beroemde Minskoff Theatre in New York.

Het echtpaar verdeelde hun tijd tussen hun woningen in Manhattan en Londen, tot aan het overlijden van Minskoff in augustus 1994.

Jerome Minskoff speelde een sleutelrol in de familieonderneming, die werd geleid door een van de oudste bouworganisaties van New York.

Als partner bij de historische onderneming die in 1908 werd opgericht door zijn grootvader Samuel, had hij de leiding over het beheer en de verhuur van het volledige Minskoff-vastgoed.

Na zijn studie rechten was hij later dan zijn broers toegetreden tot het familiebedrijf, waar hij zich ontwikkelde tot een van de bepalende krachten.

Vanuit zijn traditioneel ingerichte kantoor, pal naast dat van zijn oudste broer Henry, stuurde hij de zakelijke exploitatie aan.

Binnen het hechte familiebedrijf, waar de taken duidelijk verdeeld waren tussen het bouwmanagement van zijn broer Myron en het algemene bestuur van Henry, vormde Jerry de strategische pijler achter het commerciële succes.

In 1981 maakte de familie zich op voor nieuwe projecten in de metropoolregio, waarbij Jerry zich ook voorbereidde op de komst van zijn zoon Steven, die in juni als nieuwe generatie het bedrijf versterkte.

Samen met zijn familie en enkele andere grote bouwfamilies behoorde Jerry tot de belangrijkste ontwikkelaars van speculatieve kantoorpanden in de stad.

Na een zware periode keek hij in 1981 met een goed gevoel terug op het herstel van hun portefeuille.

Toen hoofdhuurder W. T. Grant in 1975 failliet ging, kwam er op het dieptepunt van de markt maar liefst 400.000 vierkante voet aan kantoorruimte leeg te staan in hun vlaggenschip 1 Astor Plaza.

Jerry wist het gebouw in de jaren daarna echter weer volledig te verhuren.

Hoewel hij vastberaden was om te blijven bouwen, benadrukte hij hoe selectief ontwikkelaars moesten zijn en hoe lastig speculatieve bouw in die tijd was geworden.

Jerry stond ook bekend om zijn uitgesproken visie op de stadsontwikkeling van New York.

Hij sprak zich kritisch uit over de voorgestelde herziening van de zone-indeling voor midtown Manhattan om de West Side te ontwikkelen en bleef realistisch over de economische haalbaarheid en de logistiek van de stad.

Toch speelde zijn bedrijf een pioniersrol toen het in 1966 het Astor Hotel aan Broadway verwierf.

Onder de nieuwe theaterwetgeving realiseerden ze daar een multifunctionele toren met kantoorruimtes, winkels en twee theaters, waaronder het bekende Minskoff Theatre.

Ondanks de complexe financiering en een uitdagende timing wist Jerry het project naar een goed einde te brengen door sterk relatiebeheer met grote geldschieters.

Hij onderhield uitstekende banden met de concurrentie, geloofde sterk in de kameradschap binnen het vak en bleef, geheel in lijn met de familietraditie, onverminderd optimistisch over de verdere expansie van hun vastgoedimperium.

Het oorspronkelijke familiebedrijf Samuel Minskoff & Sons, zoals Jerry en zijn broers dat in de twintigste eeuw leidden, bestaat in die klassieke vorm inmiddels niet meer.

Wel is de naam Minskoff nog altijd een van de meest vooraanstaande spelers in de New Yorkse vastgoedwereld gebleven, voornamelijk via Edward J. Minskoff Equities (EJME).

Edward J. Minskoff, de zoon van Henry en het neefje van Jerry, richtte deze opvolger in 1987 op.

Het bedrijf bezit, ontwikkelt en beheert miljoenen vierkante meters aan hoogwaardig vastgoed, waaronder beeldbepalende kantoortorens zoals 51 Astor Place en 1166 Avenue of the Americas in Manhattan.

Net als veel andere grote vastgoedontwikkelaars in New York heeft de onderneming recent te maken gekregen met een veranderende kantorenmarkt.

Hoewel EJME succesvol grote nieuwe huurders weet aan te trekken voor hun panden in Manhattan en nieuwe ontwerpen ontwikkelt, zorgen de gestegen rentevoeten en de veranderde vraag naar kantoorruimte af en toe voor financiële uitdagingen bij specifieke herfinancieringen en buitenstedelijke projecten.

Desondanks behoort de organisatie nog altijd tot de gevestigde orde van institutionele vastgoedontwikkelaars in de Verenigde Staten.

Na het overlijden van haar echtgenoot verhuisde Pierce uiteindelijk naar Las Vegas, Nevada. Maggie Pierce overleed op 5 april 2010 op 78-jarige leeftijd in Danbury, Connecticut (achterkant cover van het tijdschrift Piccolo, zomer 1961)

Gisteren nog vandaag

De Nederlandse actrice Monique van de Ven, geboren als Monica Maria Elisabeth van de Ven, mag vandaag 74 kaarsjes uitblazen.

We leerden het nummer ‘Als je weet wat liefde is’ kennen dankzij de legendarische televisieserie Sil de Strandjutter.

Deze onvergetelijke reeks, met fantastische hoofdrollen voor Jan Decleir en Monique van de Ven, werd voor het eerst uitgezonden in 1976.

De muziek werd gecomponeerd door Johnny Pearson, waarna Karel H. Hille zorgde voor de prachtige Nederlandse tekst.

Monique van de Ven bracht het nummer destijds uit op single, maar helaas kwam het niet verder dan de Tipparade.

Later besloot ook Mieke Telkamp het nummer te coveren.

Sil de Strandjutter is een dramaserie gebaseerd op het gelijknamige en succesvolle boek van de Nederlandse auteur Cor Bruijn uit 1940.

Het verhaal speelt zich af in de negentiende eeuw op het waddeneiland Terschelling en volgt het leven van de eigenzinnige boer en strandjutter Sil Droeviger.

Wanneer hij tijdens een zware storm een Zweeds meisje uit een zinkende boot redt, besluit hij haar als zijn eigen dochter op te voeden, wat leidt tot een meeslepend gezinsdrama vol liefde, trots en religieuze spanningen.

De serie was destijds een gigantisch kijkcijferkanon in zowel Nederland als Vlaanderen en geldt nog altijd als een van de absolute hoogtepunten uit de Nederlandstalige televisiegeschiedenis.

Een leuk weetje is dat de productie destijds ontzettend ambitieus en duur was voor die tijd.

De opnames vonden grotendeels plaats op Terschelling zelf, wat zorgde voor een zeer authentieke en rauwe sfeer.

Hoewel Monique van de Ven destijds al een grote ster was door haar filmdebuut in Turks Fruit, was haar muzikale uitstapje met de titelsong een zeldzaamheid in haar carrière.

De serie zorgde bovendien voor een enorme boost in het toerisme naar Terschelling, omdat kijkers massaal de prachtige, melancholische locaties uit de afleveringen met eigen ogen wilden bewonderen.

Monique van de Ven woont inmiddels al jaren samen met haar man, de acteur en scenarioschrijver Turks Fruit, in het Gooise Blaricum.

Stilzitten doet de actrice nog allerminst, want ze denkt nog zeker niet na over een definitief pensioen.

Zo speelde ze recent nog de hoofdrol in het deels fictieve docudrama Een vrouw als Monique en staan er ook alweer diverse nieuwe filmprojecten op haar planning.

45 jaar geleden, hoe Larry Wilcox het leven van zijn Chips-partner redde.

De bekende tv-reeks CHiPs, die van 1978 tot en met 1983 goed was voor zes seizoenen en destijds te zien was op de BRT, is een iconisch en licht misdaaddrama over twee motorpolitieagenten.

In de serie vertolkt Erik Estrada de rol van de macho-agent Francis, beter bekend als Frank Poncherello, terwijl Larry Wilcox gestalte geeft aan zijn no-nonsense en rechttoe rechtaan partner Jon Baker.

Samen patrouilleren ze als Highway Patrolmen voor het kantoor in Central Los Angeles van de California Highway Patrol.

De afkorting van deze politiedienst, CHP, verklaart meteen ook de herkomst van de serietitel.

Hun opdrachten krijgen de agenten steevast van Sergeant Joseph (of Joe) Getraer, een rol gespeeld door Robert Pine.

Kenmerkend voor de reeks is de ronkende motor waar de agenten op rijden: voor de opnames maakte men gebruik van de Kawasaki Z1000 P, waarbij de P heel toepasselijk voor Police staat.

De aanhoudende populariteit van de originele reeks leidde in 2017 nog tot een bioscoopfilm.

Hierin namen Dax Shepard en Michael Peña de hoofdrollen van respectievelijk Jon Baker en Frank Poncherello voor hun rekening, al dook Erik Estrada wel nog even op voor een kleine gastrol.

Wat veel televisiekijkers destijds echter niet wisten over de reeks en de twee hoofdrolspelers, is dat de vriendschap tussen de agenten louter acteerwerk was.

Hoewel Estrada en Wilcox op het scherm onafscheidelijke en loyale partners speelden, konden de twee acteurs het achter de schermen helemaal niet goed met elkaar vinden.

De onderlinge rivaliteit en de spanningen op de set liepen na verloop van tijd zelfs zo hoog op dat Larry Wilcox besloot om op te stappen.

Hij keerde daardoor niet meer terug voor het zesde en tevens laatste seizoen van de serie.

Daarnaast had Erik Estrada de reeks bijna niet kunnen afmaken: hij kreeg tijdens de opnames van het derde seizoen een zeer zwaar motorongeluk op de set, maar wist na een intensieve revalidatie toch succesvol terug te keren.

De degen kruisen met Zorro: weetjes en een terugblik op de cast.

Zorro is de legendarische bioscoop- en televisieheld die met veel verve gerechtigheid bracht in het koloniale Californië.

Achter het iconische masker, de kenmerkende hoed en de wapperende zwarte cape ging de edelman Diego de la Vega schuil.

Deze nobele strijder stond erom bekend altijd zijn beroemde brandmerk, een gekerfde Z, achter te laten na een succesvolle missie.

Het Spaanse woord zorro betekent overigens vos, een uiterst toepasselijke naam voor deze sluwe en behendige held.

Volgens de overlevering arriveerde Diego de la Vega in 1805 in Californië, dat op dat moment nog een uitgestrekte Spaanse kolonie was.

Zijn vader was een welgestelde man en de eigenaar van een Spaanse mijn.

Toen er in 1820 verhalen over een mysterieuze held die de armen verdedigde tegen de wrede Spanjaarden zijn geboortedorp Barranca del Cobre bereikten, hadden de dorpsbewoners al snel door om wie het daadwerkelijk ging.

Deze boeiende legende werd wereldberoemd dankzij de iconische televisieserie, geproduceerd door de studio’s van Walt Disney.

De populaire reeks liep van 10 oktober 1957 tot en met 2 april 1961 en groeide uit tot een absolute televisieklassieker.

De titelrol werd meesterlijk vertolkt door Armando Joseph Catalano, die wereldwijde bekendheid verwierf onder zijn pseudoniem Guy Williams.

Hij werd geboren in 1924 en overleed onverwacht in 1989 in Buenos Aires, waar hij na zijn acteercarrière naartoe was verhuisd, omdat de serie daar ongekend populair bleef.

Een leuk weetje over de reeks is dat Williams in het echte leven een uitstekende en gepassioneerde schermer was.

Hierdoor hoefde er zelden een stuntman aan te pas te komen en voerde hij de sierlijke zwaardgevechten met echte, onafgestompte zwaarden uit, wat de actiescènes bijzonder realistisch maakte.

Als we naar de fenomenale cast van destijds kijken, moeten we helaas vaststellen dat de volledige hoofdcast inmiddels is overleden, wat onvermijdelijk is gezien de ouderdom van deze geliefde serie.

Gene Sheldon, die op komische en aandoenlijke wijze gestalte gaf aan Diego’s dove en stomme, maar enorm trouwe dienaar Bernardo, stierf in 1982.

Henry Calvin, voor altijd onvergetelijk als de sympathieke, hongerige en ietwat onhandige Sergeant Garcia met wie Zorro keer op keer de draak stak, overleed in 1975.

George J. Lewis, die de rol speelde van Don Alejandro de la Vega, de trotse en rechtvaardige vader van Diego, stierf op hoge leeftijd in 1995.

Ook Don Diamond, die vaak te zien was als de lankmoedige sidekick van Garcia, de grappige Korporaal Reyes, is niet meer onder ons; hij overleed in 2011 op negentigjarige leeftijd.

Hoewel de acteurs ons hebben verlaten, zorgen de tijdloze avonturen, de aanstekelijke titelsong en hun memorabele vertolkingen ervoor dat de legende van Zorro voor altijd blijft voortleven in de harten van talloze fans

Vandaag is het dertig jaar geleden dat de Gentse acteur Carlos Van Lanckere is overleden.

Na het afronden van een klassieke opleiding aan de Koninklijke Toneelschool van Gent verwierf hij al snel bekendheid binnen de amateurverenigingen, en in het bijzonder bij de Gentse Rederijkerskamer Jhesus met der Balsemblomme.

Daar ontmoette hij de toenmalige Prince Souverein Herman Van Overbeke.

Deze ontmoeting vormde het startschot van een zeer vruchtbare samenwerking, die de aanzet gaf tot het structureren en uitbreiden van talloze rederijkerskamers en amateurgezelschappen in Vlaanderen.

Vanuit die gedrevenheid stichtte Van Lanckere in 1932 het Algemeen Kristelijk Vlaams Toneel (A.K.V.T.), een verbond dat voornamelijk Oost-Vlaamse gezelschappen verenigde.

Slechts vier jaar later volgde de oprichting van het Nationaal Vlaams Kristelijk Toneelverbond (N.V.K.T.), een overkoepelende organisatie voor alle landelijke Vlaams-christelijke amateurgezelschappen.

Hij zette zich hier met hart en ziel voor in als bezielend secretaris-generaal, tot hij in 1986 wegens ziekte de fakkel moest doorgeven.

Zijn ambities in het theater reikten echter nog verder.

In 1950 richtte hij de Keurgroep op, een initiatief waarmee hij getalenteerde acteurs wilde samenbrengen.

De kwaliteiten van deze groep bleven niet onopgemerkt, want al snel werden ze gevraagd om toe te treden tot de International Amateur Theatre Association (I.A.T.A.).

Dit opende de deuren naar een indrukwekkende internationale tournee.

De Keurgroep trad op doorheen heel Europa, met voorstellingen in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Joegoslavië, Tsjechoslowakije, Italië, Denemarken, Finland, Oostenrijk, Roemenië, Ierland en Schotland. Ook buiten de Europese grenzen wisten ze het publiek te boeien, met opvoeringen in Amerika, Japan, Mexico en India.

Naast zijn levenswerk in het theater bouwde Carlos Van Lanckere eveneens een mooie carrière op in de film- en televisiewereld.

Hij was erbij toen de allereerste opnamen van het toenmalige N.I.R., de nationale televisieomroep van België, werden gemaakt en groeide al snel uit tot een vertrouwd gezicht in tal van Vlaamse televisiereeksen.

Zo schitterde hij als Naten in De Filosoof van Haeghem, waar hij speelde aan de zijde van Romain Deconinck en Jenny Tanghe.

In de reeks Dirk Van Haveskerke, een bewerking van Hendrik Consciences De Leeuw van Vlaanderen, nam hij de rol van Jan Breydel voor zijn rekening, geflankeerd door Luc Philips in de rol van Pieter De Coninck.

Daarnaast vertolkte hij de opmerkelijke rol van Gust Verhelle in de televisieklassieker De Paradijsvogels.

Ook op het witte doek liet hij zijn sporen na.

Tijdens de eerste internationale doorbraak van de Vlaamse film in 1971 speelde hij deken Broeke in Mira, een film met Jan Decleir en Willeke van Ammelrooy die toen een officiële selectie wist te verzilveren op het prestigieuze filmfestival van Cannes.

Gedurende de laatste tien jaar van zijn leven bleef hij met onverminderde interesse alles wat met het amateurtheater te maken had op de voet volgen, een passie die hij koesterde tot aan zijn overlijden op 23 juli 1996.

Het is inmiddels al vijfentwintig jaar geleden dat Kylie Minogue de wereld veroverde met haar gigantische hit Can’t Get You Out Of My Head.

Dit aanstekelijke nummer werd geschreven door de Britse zangeres, componiste en producer Cathy Dennis, samen met oude rot in het vak Rob Davis.

De wat oudere muziekliefhebbers zullen Davis misschien nog wel herkennen uit zijn tijd als gitarist van de legendarische Britse glamrockband Mud.

De samenwerking bleek een schot in de roos, want de single veroverde moeiteloos de eerste plaats in de Vlaamse Ultratop 50 en wist die positie maar liefst zes weken lang vast te houden.

In de BRT Top 30 deed het nummer het zo mogelijk nog beter door daar maar liefst acht weken lang de absolute eerste plaats te bezetten.

Eveneens in Nederland en in vrijwel de rest van de wereld domineerde het nummer de hitlijsten en behaalde het overal de nummer één-positie.

De pers was destijds laaiend enthousiast over deze fenomenale comeback en schreef dat Kylie er weer helemaal mocht zijn.

Het kon inderdaad verkeren, want nog niet zo heel lang daarvoor werd ze gezien als een simpel tienersterretje met zo weinig geloofwaardigheid dat zelfs de Joepie of de Hitkrant er zijn neus voor zou ophalen.

Ze onderging echter een indrukwekkende transformatie tot een ware vamp en bouwde aan een heel nieuw imago.

Ze had een spraakmakende relatie met INXS-frontman Michael Hutchence, zong een onvergetelijk duet met Nick Cave, werkte samen met de Manic Street Preachers en nam muziek op met Robbie Williams.

Haar geloofwaardigheid steeg naar zulke grote hoogten dat popkoningin Madonna destijds zelfs met een T-shirt met de naam van Kylie erop rondliep.

Om haar nieuwe, zelfverzekerde imago nog wat extra in de verf te zetten, poseerde ze in die periode regelmatig met zo min mogelijk kleding aan voor diverse vooraanstaande fotografen.

Naast deze opmerkelijke feiten over haar megahit en transformatie, is de carrière van de Australische zangeres rijk aan nog veel meer bijzondere details.

Wat veel mensen zich wellicht nog herinneren, is dat ze haar doorbraak niet in de muziek beleefde, maar als actrice in de populaire Australische soapserie Neighbours.

Daar vertolkte ze de rol van de stoere monteur Charlene Robinson, en haar bruiloft op het scherm met Jason Donovan behoort nog altijd tot de best bekeken televisiemomenten uit die tijd.

Het beroemde en onweerstaanbare la-la-la-gedeelte uit Can’t Get You Out Of My Head was overigens in eerste instantie bedacht als een tijdelijke opvulling voor de melodie, maar bleek zo aanstekelijk dat het ongewijzigd werd behouden en uitgroeide tot de grootste hook van het decennium.

Ook de futuristische muziekvideo, geregisseerd door Dawn Shadforth, droeg enorm bij aan het wereldwijde succes.

In deze clip is Kylie onder meer te zien in een sportieve wagen tegen een futuristische achtergrond en voert ze samen met haar dansers een strakke choreografie uit, bedacht door Michael Rooney, die hiervoor in 2002 zelfs een MTV Video Music Award voor Best Choreography won.

Minstens zo memorabel was haar kleding in de clip: een uiterst opvallende witte jumpsuit met diepe uitsnijdingen en een kap, speciaal voor haar ontworpen door de Londense modeontwerpster Fee Doran onder het label Mrs Jones.

Bovendien is Kylie niet de enige ster in de familie; haar jongere zus Dannii Minogue heeft eveneens een enorm succesvolle carrière opgebouwd als zangeres en televisiepersoonlijkheid.

Misschien wel het meest bewonderenswaardige aan Kylie is haar immense veerkracht, want na een zware strijd tegen borstkanker in 2005 keerde ze wonderbaarlijk snel en succesvol terug naar het podium om haar unieke status in de popmuziek verder voort te zetten.

Dat de inmiddels 58-jarige zangeres nog absoluut geen zin heeft om te stoppen met haar passie, bewees ze onlangs nog maar eens.

Op 1 juli van dit jaar bracht ze namelijk in samenwerking met Snow Control de nieuwe single ‘These Alarm’ uit.

Ook op andere vlakken blijft ze volop actief, want ook dit jaar verscheen er een gloednieuwe documentaire over haar leven op Netflix, simpelweg getiteld Kylie.

Na bijna dertig jaar in Londen te hebben gewoond, is ze inmiddels teruggekeerd naar haar roots en geniet ze tegenwoordig van het leven in haar thuisland Australië, waar ze zich nabij Melbourne heeft gevestigd.

David Jason, door pech achtervolgd

In juli 1976 was de Engelse acteur David Jason bij het Nederlandse publiek vooral bekend van de komedieserie Tsjongejonge, wat de nogal vrije AVRO-vertaling was van de Britse reeks A sharp intake of breath.

Elke vrijdagavond zagen de kijkers hem in de rol van Peter Barnes, een man die werkelijk altijd pech had en het ongeluk leek aan te trekken.

Wat velen toen echter niet wisten, was dat deze rol de acteur op het lijf geschreven was.

Ook in zijn dagelijks leven werd de acteur constant door het noodlot achtervolgd.

Hoewel Jason oorspronkelijk een opleiding tot elektricien had gevolgd voordat hij definitief voor het acteren koos, kon je hem halverwege de jaren zeventig allesbehalve een handige klusjesman noemen.

Hij had naar eigen zeggen twee linkerhanden, maar steevast als hij na zijn werk thuiskwam, begon hij aan een of ander project dat gegarandeerd finaal fout afliep.

Het absolute dieptepunt van zijn doe-het-zelf-drang speelde zich af rond een schattig boerderijtje dat hij als weekendhuisje had gekocht.

Hij wist dat er wat opknapwerk nodig was en had een strak schema opgesteld om in een maand of drie de kamers en de keuken stuk voor stuk aan te pakken.

Ironisch genoeg, gezien zijn eerdere beroepskeuze, liep het mis bij de elektriciteit. De bedrading was compleet verrot.

Hij dacht de klus wel even te klaren en draaide er zijn hand niet voor om, maar nadat hij de oude draden had verwijderd, overzag hij het geheel totaal niet meer en zag hij er geen begin en geen eind meer aan.

Dit leidde ertoe dat hij en zijn vrouw twee weekenden lang bij kaarslicht moesten zitten.

Toen hij op een avond met een kaars in zijn hand naar de zolder liep, werd deze plotseling gedoofd door een regendruppel.

De volgende dag inspecteerde hij het dak en ontdekte dat ook dit volledig verrot was.

Zonder aarzelen haalde hij een ladder, zette deze tegen het strodak en klom naar boven.

Halverwege zat een flink gat in het stro.

Toen hij er voorzichtig omheen probeerde te stappen, verloor hij zijn evenwicht en viel dwars door het verrotte dakgebinte heen.

Hij belandde beneden op de deel, met diverse gebroken botten als gevolg.

Dit ongeval kostte hem bijna zijn leven en zorgde ervoor dat de acteur de hele zomer, maar liefst zes maanden lang, in het ziekenhuis moest doorbrengen.

Hij kon wel janken toen hij daar lag.

Gedurende die tijd tussen de witte lakens kreeg hij van alle kanten te horen dat hij voortaan van de klusjes moest afblijven en het aan echte doe-het-zelvers moest overlaten.

Jason nam zich in het ziekenhuis stellig voor om die uitstekende raad op te volgen.

Helaas bleek dit voornemen niet vol te houden.

Daags na zijn thuiskomst verviel hij alweer in dezelfde fout.

Hij zag dat het gras rond het huisje veel te hoog stond, rende in een onbewaakt ogenblik naar de garage en haalde de grasmaaier.

Zodra hij begon te maaien, sloeg het kreng plotseling om tot vlak voor zijn tenen.

Hij kon nog maar net op tijd wegspringen om te voorkomen dat hij zijn tenen van zijn voeten maaide.

Een jaar na deze reeks pijnlijke gebeurtenissen, in de zomer van 1976, verbleven Jason en zijn vrouw nog steeds regelmatig in hun weekendhuisje.

Hij verveelde zich daar naar eigen zeggen geen moment.

Ze lazen veel en wandelden graag, maar ondanks alle tegenslagen bekende de acteur dat hij altijd wel weer op zoek ging naar een nieuw klusje als hij even niets te doen had.

Gelukkig voor hem zou het tij in zijn latere leven keren, voornamelijk op professioneel vlak

Sir David Jason werd op 2 februari 1940 geboren als David John White in Edmonton, Londen.

Omdat er al een acteur actief was onder de naam David White, koos hij een nieuwe artiestennaam, geïnspireerd op zijn voorliefde voor de film Jason and the Argonauts.

Hoewel hij na zijn schooltijd dus oorspronkelijk die opleiding tot elektricien volgde, bleef de acteerwereld aan hem trekken.

In de loop van de jaren zestig zette hij zijn eerste stappen in het theater, waarna hij langzaam maar zeker de overstap maakte naar televisie en begon te bouwen aan een carrière die decennia zou omspannen.

Zijn vroege televisiewerk bestond vooral uit komische bijrollen en veel stemmenwerk, waaronder populaire animatieseries voor kinderen zoals Danger Mouse en The Wind in the Willows.

In de jaren zeventig en tachtig kreeg hij steeds grotere kansen.

Een bekende vroege rol was die van de onhandige Granville in de comedyserie Open All Hours.

Ver na de gevaarlijke klusavonturen uit de jaren zeventig kwam zijn absolute doorbraak bij het grote publiek in 1981 met de rol van de ambitieuze, vlotte marktkramer Derek Trotter, beter bekend als Del Boy, in Only Fools and Horses.

Deze serie liep met enorme kijkcijfers door tot het begin van de eenentwintigste eeuw en verankerde hem definitief in het Britse culturele geheugen als een onmiskenbaar komisch talent.

Naast de pure komedie toonde Jason in de jaren negentig aan dat hij ook in andere genres bijzonder sterk voor de dag kwam.

In The Darling Buds of May speelde hij de rol van de kleurrijke Pop Larkin, een succesvolle en nostalgische serie die tevens de doorbraak van actrice Catherine Zeta-Jones betekende.

Niet veel later verraste hij vriend en vijand door de rol aan te nemen van de norse, onconventionele maar briljante inspecteur Jack Frost in de misdaadserie A Touch of Frost.

Deze reeks liep van 1992 tot 2010 en toonde miljoenen kijkers een veel serieuzere en gelaagde kant van zijn acteerkunsten.

Voor zijn aanzienlijke bijdrage aan de Britse televisie werd hij in 2005 geridderd door koningin Elizabeth, waarna hij zich definitief Sir David Jason mocht noemen.

In de meer recente jaren heeft hij zijn herinneringen gedeeld via verschillende succesvolle autobiografische boeken en is hij blijven acteren, onder andere in Still Open All Hours, een vervolg op zijn eerdere succes.

Hij blijft een van de meest gerespecteerde en geliefde figuren binnen de Britse entertainmentindustrie, met een oeuvre dat meerdere generaties televisiekijkers aan de buis wist te kluisteren.

Zijn privéleven kende overigens ook veel bewogen momenten.

Zo was hij maar liefst achttien jaar samen met de Welshe actrice Myfanwy Talog, totdat zij in 1995 overleed aan borstkanker.

Uiteindelijk vond hij nieuw geluk bij televisieproducente Gill Hinchcliffe.

Met haar kreeg hij in 2001 op 61-jarige leeftijd zijn eerste dochter, waarna het koppel in 2005 in het huwelijksbootje stapte.

In 2023 ontdekte de inmiddels hoogbejaarde acteur bovendien tot zijn grote verrassing dat hij nog een oudere, tot dan toe onbekende dochter had uit een korte relatie in 1970, wat zijn opmerkelijke levensverhaal alleen maar verder verrijkte.

Tegenwoordig leidt David Jason al vele jaren een rustig en teruggetrokken leven in het dorpje Ellesborough in het graafschap Buckinghamshire in Zuid-Engeland.

Hij woont daar samen met zijn vrouw Gill Hinchcliffe en hun dochter Sophie Mae.

Ondanks deze rustige thuisbasis is de nu 86-jarige acteur nog altijd actief in de entertainmentwereld.

Hij is regelmatig te zien in speciale tv-documentaires en jubileumuitzendingen van zijn klassieke series, waaronder een speciaal eerbetoon voor het vijftigjarig bestaan van Open All Hours.

Daarnaast treedt hij op in het theater met zijn eigen liveshow An Evening with Sir David Jason, waarin hij met veel plezier verhalen en anekdotes ophaalt uit zijn lange carrière.

Verder maakt hij nog altijd programma’s en treedt hij op als gastheer in verschillende documentaires en talkshows op de Britse televisie.

De Britse actrice Charlotte Lewis

Charlotte Lewis werd op 7 augustus 1967 geboren in de wijk Kensington in Londen.

Ze groeide op in een diverse omgeving met een Ierse moeder en een half-Chileense, half-Iraakse vader, die ze tijdens haar jeugd echter niet heeft gekend.

Ze ging naar school op de Bishop Douglass School in het noorden van Londen en maakte in 1978 als kind al haar eerste opwachting op televisie in de Britse jeugdserie Grange Hill.

Daarna begon ze als tiener te werken als model. Haar opvallende verschijning trok al snel de aandacht van de internationale filmindustrie, wat resulteerde in haar grote doorbraak halverwege de jaren tachtig.

Op achttienjarige leeftijd werd ze gecast voor de vrouwelijke hoofdrol in de avonturenfilm Pirates uit 1986, geregisseerd door Roman Polański.

Deze rol zette haar direct op de kaart in Hollywood en leverde haar veel publiciteit op.

Datzelfde jaar schitterde ze naast Eddie Murphy in de succesvolle actiekomedie The Golden Child.

Haar vertolking van de mysterieuze Kee Nang maakte haar wereldwijd bekend bij het grote publiek en vormde het absolute hoogtepunt van haar acteercarrière.

In de jaren die volgden speelde ze in diverse films en televisieseries, hoewel het overweldigende commerciële succes van haar eerste twee grote producties moeilijk te evenaren bleek.

Ze werkte in de late jaren tachtig en begin jaren negentig mee aan uiteenlopende projecten, zoals de thriller Tripwire en de actiefilm Men of War, waarin ze samen met Dolph Lundgren te zien was.

Daarnaast verscheen ze als gastactrice in populaire Amerikaanse televisieseries, met als opvallend weetje haar rol als Nina in een aflevering van de bekende sitcom Seinfeld in 1995.

Haar uiterlijk leverde haar niet alleen lof op het witte doek op; zo riep het tijdschrift Shape haar in de jaren negentig uit tot een van de vrouwen met het beste lichaam en haalde ze in 1993 de cover van het tijdschrift Playboy.

Gedurende haar carrière stond ook haar liefdesleven geregeld in de belangstelling, mede door haar banden met grote namen uit de entertainmentwereld.

Hoewel Lewis nooit in het huwelijk is getreden, werd ze romantisch gelinkt aan een reeks beroemde mannen.

Zo had ze kortstondige of langere relaties met onder meer haar tegenspeler Eddie Murphy, komiek Jim Carrey, en acteurs als Warren Beatty en Charlie Sheen.

Ook de beroemde muzikanten Eric Clapton en Michael Hutchence behoorden tot de mannen met wie ze een romantische connectie had.

Vanaf het einde van de jaren negentig nam ze geleidelijk meer afstand van de schijnwerpers in Hollywood om zich te concentreren op haar privéleven en de opvoeding van haar zoon, die in 2004 ter wereld kwam.

In mei 2010 kwam ze opnieuw in de publieke belangstelling toen ze naar buiten trad met onthullingen over haar vroege carrière.

Lewis maakte bekend dat regisseur Roman Polański haar in 1983 tijdens een casting in Parijs had misbruikt en beschuldigde hem er tevens van dat hij voorafgaand aan de opnamen van de film Pirates met alle actrices in deze film naar bed was geweest.

Ze was op dat moment zestien jaar oud. In een interview met het Franse tijdschrift Paris Match in 2019 noemde Polański haar beschuldigingen een gruwelijke leugen.

Hij haalde daarbij een oud tabloid-interview uit 1999 aan waarin Lewis volgens hem zou hebben gezegd dat ze juist zijn minnares wilde worden, iets wat Lewis stellig ontkent.

Omdat de verjaringstermijn voor het indienen van een aanklacht wegens het vermeende misbruik inmiddels was verstreken, diende Lewis in Frankrijk een aanklacht in wegens smaad tegen de regisseur.

In mei 2024 sprak de rechtbank in Parijs Polański vrij van smaad.

De rechters oordeelden dat Polański binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting was gebleven toen hij de aantijgingen in de media publiekelijk ontkende en zich verdedigde.

De rechtbank deed in deze specifieke zaak geen uitspraak over de waarheid van Lewis’ beschuldigingen van misbruik.

Lewis ging in hoger beroep, maar in december 2024 bevestigde een Frans hof van beroep haar vrijspraak en oordeelde de rechter dat Polański haar niet had belasterd en haar geen schadevergoeding hoefde te betalen.

Hoewel ze in de eenentwintigste eeuw nog slechts sporadisch voor de camera verscheen, blijft haar naam voor veel filmliefhebbers onlosmakelijk verbonden met de grote Amerikaanse spektakelfilms van de jaren tachtig.

50 jaar geleden, Archie Bunker wordt opa

All in the Family is een van de meest invloedrijke Amerikaanse komedieseries uit de televisiegeschiedenis en werd oorspronkelijk uitgezonden van januari 1971 tot 1979.

De reeks, bedacht, geschreven en geproduceerd door de legendarische televisieproducent Norman Lear, was gebaseerd op de Britse sitcom ‘Till Death Us Do Part’.

Het verhaal volgde de ups en downs in het leven van een werkende-klassefamilie in Queens, New York, met een onverdraagzame man als patriarch.

De pater familias, Archie Bunker, gespeeld door Carroll O’Connor, werd al snel een ongekend populair personage.

Archie was een havenarbeider die een taxi bestuurde voor extra inkomsten, en zijn persoonlijkheid was specifiek bedoeld als een satirische weergave van onzinnige intolerantie.

Hij was onbehouwen, vaak bevooroordeeld en ronduit conservatief, wat voortdurend botste met de vooruitstrevende idealen van zijn liberale schoonzoon Michael Stivic, die hij steevast Meathead of gehaktbal noemde.

Naast hen stonden de zachtaardige, maar ietwat naïeve echtgenote Edith, gespeeld door Jean Stapleton, en hun feministische dochter Gloria, vertolkt door Sally Struthers.

Wat de baanbrekende sitcom zo uitzonderlijk maakte, was dat het de eerste show op televisie was die de dringende sociale kwesties van die tijd, waaronder racisme, seksisme, vrouwenrechten, homoseksualiteit, religie en de oorlog in Vietnam, openlijk aan de orde stelde en niet uit de weg ging.

Voor de komst van deze reeks waren komedies vooral luchtige, vrolijke familieprogramma’s waarin zelden of nooit controversiële thema’s werden aangesneden.

De impact op het publiek was destijds gigantisch, want de show behield de eerste plek in de Nielsen-ratings gedurende vijf van de negen jaar dat de serie liep.

In juli 1976 was Archie Bunker een ware sensatie in Amerika.

Om tijdens de reclameblokken van All in the Family een spotje van dertig seconden uit te zenden, moest een adverteerder destijds maar liefst 125.000 dollar neertellen.

Dit fabelachtige bedrag toonde de enorme populariteit van het programma aan, dat toen al twee jaar onafgebroken de lijst van best bekeken Amerikaanse televisieprogramma’s aanvoerde.

De verwachting was bovendien dat de kijkcijfers nog verder zouden stijgen, want de producenten hadden besloten om van Archie een grootvader te maken.

Wat het scenario betrof, was het een zeer logische stap om Gloria een kind te laten krijgen.

Zij en Mike liepen al enkele jaren als getrouwd stel mee in de serie, dus een mini-gehaktbal op de proppen laten komen was een natuurlijke toevoeging.

De gezinsuitbreiding bestond uit zoon Joseph, die na een spontane zwangerschap van Gloria ter wereld kwam.

Het idee alleen al van de stugge Midas Bunker met een baby in zijn armen, of van Archie die de kleine Joey een schone luier moest omdoen, sprak enorm tot de verbeelding.

De zoektocht naar een geschikte kleinzoon had echter heel wat voeten in de aarde.

Voor dergelijke televisieopnamen was altijd een tweeling nodig, zodat de een voor de ander kon invallen.

Hoewel er in Amerika genoeg tweelingen werden geboren en ouders vaak zeer bereidwillig waren om hun kinderen tegen een fikse spaarcent uit te lenen, golden er in Californië, waar de studio-opnamen plaatsvonden, destijds strenge wetten op kinderarbeid.

In tegenstelling tot vroeger, toen men niet zo nauwkeurig keek, mochten kleine kinderen in 1976 hooguit drie uur per dag in de studio aanwezig zijn.

Voor oudere, leerplichtige kinderen moest de filmmaatschappij zelfs verplicht onderwijs en eigen docenten op de set regelen, soms compleet met heuse schoolklassen in de studio’s.

Bovendien verdienden de ouders zelf niet meer direct aan deze kinderarbeid; het geld moest op een speciale rekening worden gestort die het kind pas bij meerderjarigheid kon opnemen.

Voor baby’s was de wetgeving in die tijd nog veel strenger.

Zij mochten om de twee uur maximaal twintig minuten op de set verschijnen, en dat mocht niet eens aan één stuk door.

Daarbij was de constante aanwezigheid van een verpleegster en een sociaal werkster verplicht.

De rol van de kersverse kleinzoon werd uiteindelijk ingevuld door Justin en Jason, een eeneiige tweeling van de familie Dräger uit Los Angeles, die zelfs in hun geschreeuw elkaars gelijken waren.

De producenten hadden precies op het juiste moment baby’s nodig en deze twee jongens, die maximaal drie weken oud mochten zijn, bleken perfect.

Moeder Dräger voelde er aanvankelijk weinig voor om haar kinderen na amper drie weken voor een paar maanden af te staan, hoe aanlokkelijk het financiële aanbod ook was.

Pas toen ze hoorde hoe uitstekend er voor haar kleintjes gezorgd zou worden, gaf ze haar toestemming en was ze samen met haar man vaak bij de opnamen aanwezig.

Haar man, een zakelijk ingestelde autohandelaar, merkte destijds gekscherend op dat niet alle ouders hun kinderen al zo jong aan het werk zagen.

Hij speelde toen al met de gedachte dat het perspectieven bood voor andere series en een aardige cent zou opleveren als de tweeling het goed zou doen op de buis.

De nieuwe verhaallijn bracht achter de schermen behoorlijk wat teweeg.

Het kostte zowel de technische ploeg als de acteurs veel moeite om aan de situatie te wennen. Omdat Carroll O’Connor erom bekendstond niet de makkelijkste te zijn, verliepen de opnamen van All in the Family doorgaans al niet heel vlot, maar met de komst van de tweeling liep alles aanvankelijk compleet uit de hand.

Hoewel de filmmaatschappij voor een keurig ingerichte kinderkamer had gezorgd, lieten de baby’s al snel merken dat ze een eigen willetje hadden.

Het gekrijs op momenten dat het script er niet om vroeg, gooide meermaals roet in het eten, tot groot ongenoegen van Archie, die uiteraard geen Bunker zou zijn als hij daar niets over te zeggen had.

Na de eerste draaidagen verzuchtte O’Connor dan ook dat, als hij dit allemaal had geweten, hij die Stivic nooit met zijn dochter had laten trouwen.

Vooral het verwisselen van luiers leverde grote problemen op.

O’Connor was als de dood toen hij dit voor het eerst bij Joey moest doen, vrezend dat hij de kleine zou prikken in zijn buik.

Ook Rob Reiner en Sally Struthers deelden die angst.

Zij hadden weliswaar uitgebreid geoefend op een pop, maar die lag tenminste stil, terwijl het echte kind zich tijdens de opnamen steeds bewoog.

Tot grote verbazing van zowel het studiopersoneel als de andere acteurs bleek O’Connor achter de schermen echter ontzettend lief en aardig met de kleintjes om te gaan.

Vader Dräger vond All in the Family altijd al een goede serie die met de komst van de baby’s alleen maar beter werd, en gaf toe dat hij Archie nog nooit zo gelukzalig had zien lachen als op de momenten dat hij een kleintje in zijn armen had 

Naast de grote maatschappelijke rol en de perikelen op de set, zijn er nog talloze andere fascinerende weetjes over de productie te vertellen.

Wist je bijvoorbeeld dat All in the Family de allereerste Amerikaanse televisieserie was waarin het geluid van een doortrekkend toilet te horen was?

Dat was in die tijd een ongekende breuk met de preutse regels over wat er wel en niet op de beeldbuis gehoord mocht worden.

Ook opvallend is de uiterst herkenbare intromuziek, ‘Those Were the Days’, die niet door een gladjes geproduceerd orkest werd ingezongen, maar gewoon op de set door hoofdrolspelers Carroll O’Connor en Jean Stapleton zelf werd vertolkt vanachter een piano.

Het succes van de Bunkers was bovendien zo overweldigend dat de reeks maar liefst zeven spin-offs voortbracht, waaronder de zeer bekende en succesvolle series The Jeffersons en Maude.

Zelfs nadat de originele reeks officieel stopte, liep het verhaal nog enkele jaren door onder de titel Archie Bunker’s Place.

Tot op de dag van vandaag wordt de invloed van dit televisiekapitaal nog steeds gevoeld, simpelweg omdat ‘All in the Family’ voorgoed de deuren opende voor diepgaand realisme en scherpe maatschappijkritiek binnen het doordeweekse televisiegenre.

Na het einde van de oorspronkelijke reeks in 1979 gingen de wegen van de acteurs uiteen.

Carroll O’Connor bleef het personage Archie Bunker nog tot 1983 spelen in het vervolg Archie Bunker’s Place.

Daarna kende hij een groot succes als politiechef Bill Gillespie in de politieserie ‘In the Heat of the Night’, een rol die hij van 1988 tot 1995 met veel overtuiging vertolkte.

Hij bleef nog vele jaren trouw aan het acteervak.

In 2001 overleed hij op zesenzeventigjarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval.

Jean Stapleton, die de rol van Edith speelde, wilde voorkomen dat ze voor de rest van haar leven met één personage werd vereenzelvigd en verliet Archie Bunker’s Place al in het eerste seizoen.

Ze bouwde vervolgens een lange en zeer gerespecteerde carrière op in het theater en speelde daarnaast mee in diverse bekende films en televisieseries, waaronder de romantische komedie ‘You’ve Got Mail’ in 1998.

Zij stierf in 2013 op negentigjarige leeftijd.

Rob Reiner, de acteur achter schoonzoon Michael Stivic, maakte een bijzonder succesvolle overstap naar de regisseursstoel en groeide uit tot een van de meest invloedrijke filmregisseurs in Hollywood.

Hij regisseerde onvergetelijke klassiekers zoals Stand by Me, The Princess Bride, When Harry Met Sally en A Few Good Men. Vandaag de dag is hij nog steeds actief in de filmindustrie als producent en regisseur, en laat hij zich bovendien nadrukkelijk horen in het Amerikaanse publieke en politieke debat.

Sally Struthers, die de rol van dochter Gloria speelde, kreeg begin jaren tachtig haar eigen, zij het kortlopende, serie genaamd Gloria en bleef daarna gestaag acteren.

Een hele nieuwe generatie televisiekijkers sloot haar in de vroege jaren tweeduizend in de armen als de excentrieke en luidruchtige Babette Dell in de populaire serie Gilmore Girls.

Momenteel is ze nog steeds een bezige bij en reist ze vol passie door de Verenigde Staten om op te treden in diverse regionale theaterproducties.

De eeneiige tweeling Justin en Jason Dräger ten slotte, die als baby de kleine Joey speelden, zijn na hun tijd op de set van All in the Family volledig buiten de schijnwerpers getreden.

Zij hebben later een normaal leven opgebouwd en hebben geen verdere carrière in de acteerwereld nagestreefd.

Yvette Mimieux

Yvette Carmen Mimieux zag het levenslicht op 8 januari 1942 in het bruisende Los Angeles en verliet deze wereld op 17 januari 2022.

Ze was een Amerikaanse actrice die in de jaren zestig en zeventig grote bekendheid genoot. Ze had een vader van Franse afkomst en een Mexicaanse moeder.

Haar doorbraak op het witte doek kwam in 1960 met twee zeer verschillende rollen die haar veelzijdigheid lieten zien. In The Time Machine, de beroemde verfilming van het boek van H.G. Wells, speelde ze Weena, een wezen uit een verre toekomst.

In datzelfde jaar was ze te zien in de succesvolle film Where the Boys Are.

Voor haar rol in de film Platinum High School, eveneens uit 1960, ontving ze een Golden Globe-nominatie voor beste nieuwkomer.

Naast deze vroege successen speelde Yvette in een groot aantal films en televisieseries.

Zo kreeg ze veel lof voor haar gevoelige vertolking in ‘Light in the Piazza’ uit 1962, waarin ze een jonge vrouw met een verstandelijke beperking speelde die verliefd wordt tijdens een vakantie in Italië.

Daarnaast speelde ze ook in de Disney-sciencefictionfilm ‘The Black Hole’ uit 1979 en in de cultfilm ‘Jackson County Jail’ uit de jaren zeventig.

Op televisie had ze gastrollen in populaire series zoals ‘Dr. Kildare’ en ‘The Love Boat’.

Een interessant weetje is dat ze, voordat haar filmcarrière begon, meedeed aan een schoonheidswedstrijd waarbij Elvis Presley de jury was.

Ze was een van de vier finalisten die werden uitgenodigd op de set van Jailhouse Rock om te strijden voor een kleine figurantenrol, al werd ze uiteindelijk niet gekozen.

Wat veel mensen ook niet weten, is dat Yvette Mimieux niet alleen acteerde, maar zich later ook toelegde op het schrijven en produceren.

Ze wilde niet vastzitten aan het imago van enkel een mooie, kwetsbare vrouw.

Ze schreef en produceerde de televisiefilm ‘Obsessive Love’ uit 1984, waarin ze zelf de uitdagende hoofdrol van een stalker op zich nam.

Eerder schreef ze al het script voor de televisiefilm ‘Hit Lady’ in 1974, waarin ze een meedogenloze huurmoordenaar speelde.

Na haar rol in de miniserie ‘Lady Boss ‘in 1992 besloot ze afscheid te nemen van de acteerwereld.

Ze begon een geheel nieuw en succesvol hoofdstuk in haar leven als zakenvrouw in de vastgoedsector.

Ze had een brede interesse in de wereld om haar heen, wat leidde tot studies in de antropologie en archeologie.

Ze reisde veel, hield zich bezig met schilderen en was een toegewijd beoefenaar van yoga.

Samen met een voormalige actrice begon ze bovendien een bedrijf dat gespecialiseerd was in textiel en borduurwerk, gebaseerd op ontwerpen uit Haïti.

Op persoonlijk vlak was Yvette Mimieux drie keer getrouwd.

Haar tweede huwelijk was met de bekende filmregisseur Stanley Donen, met wie ze van 1972 tot 1985 getrouwd was.

In 1986 trouwde ze met zakenman en National Geographic-fotograaf Howard F. Ruby, met wie ze samenbleef tot aan haar overlijden.

Ze had geen kinderen en leidde na haar acteerpensioen een rijk en fascinerend leven ver buiten de schijnwerpers van Hollywood.

De verrassende wendingen in het leven en de carrière van Morgan Fairchild

Morgan Fairchild werd op 3 februari 1950 in Dallas, Texas, geboren als Patsy Ann McClenny.

Als verlegen kind werd ze door haar moeder ingeschreven voor acteerlessen, waarna ze al op tienjarige leeftijd in kindervoorstellingen begon te spelen.

Na wat kleine opdrachten in Texas verhuisde ze in 1973 naar New York, waar ze al snel de rol kreeg van de wispelturige Jennifer Pace in de soapserie Search for Tomorrow.

Haar ware doorbraak bij het grote publiek kwam eind jaren zeventig, toen ze naar Los Angeles trok en gestalte gaf aan Jenna Wade in de immens populaire reeks Dallas.

Deze rol zette de toon voor haar verdere carrière, waarin ze vaak werd gecast als de glamoureuze, ambitieuze en soms meedogenloze vrouw.

Ze schitterde in de jaren tachtig in succesvolle producties zoals Flamingo Road, waarvoor ze een Golden Globe-nominatie ontving, Paper Dolls, Hotel en Falcon Crest.

Bij een latere generatie kijkers werd ze bijzonder geliefd door haar komische gastrol als Nora Tyler Bing, de extravagante schrijfster en moeder van Chandler in de populaire sitcom Friends.

Wat veel mensen niet weten over haar beginjaren, is dat haar allereerste klus in Hollywood die van body double was.

In de filmklassieker Bonnie and Clyde uit 1967 viel ze in voor hoofdrolspeelster Faye Dunaway tijdens de autorijscènes, simpelweg omdat Dunaway niet met een handgeschakelde versnellingsbak overweg kon.

Haar inmiddels beroemde voornaam Morgan leende ze van de Britse film Morgan: A Suitable Case for Treatment.

Naast de glitter en glamour van Hollywood heeft de actrice ook volkomen onverwachte intellectuele interesses.

Zo is ze al van jongs af aan enorm gefascineerd door dinosauriërs en paleontologie, een wetenschappelijk veld waarin ze had willen werken als haar acteercarrière niet van de grond was gekomen. Nog opvallender is haar diepgaande interesse in epidemiologie en virussen.

Tijdens de vroege jaren van de aids-epidemie verdiepte ze zich uitgebreid in de medische materie en was ze een van de weinige bekende gezichten die weigerde te zwijgen over de ziekte.

Ze trad op als voorvechter en gaf destijds op nationale televisie zelf wetenschappelijke uitleg over retrovirussen om de heersende paniek en stigma’s aan te pakken, ook al gelooft ze dat deze openhartigheid en haar uitgesproken activisme haar in die tijd bepaalde acteerrollen hebben gekost.

Wat haar privéleven betreft, stapte de actrice op zeventienjarige leeftijd in 1967 in het huwelijksbootje met muzikant en zakenman Jack Calmes.

Dit huwelijk hield niet stand en eindigde in 1973 in een scheiding, waarna ze naar New York vertrok om zich volledig op haar carrière te storten.

De grote liefde van haar leven vond ze in 1980 bij filmproducent Mark Seiler. Mark Seiler, geboren op 2 mei 1948, was een invloedrijke Amerikaanse filmproducent en leidinggevende in Hollywood.

Hij bouwde een indrukwekkende carrière op waarin hij onder meer fungeerde als president van de bekende filmstudio RKO Pictures in de jaren tachtig en later als CEO van het productie- en distributiebedrijf Capella Films.

Binnen de filmindustrie stond hij bekend om zijn scherpe zakelijke inzicht en zijn betrokkenheid bij de financiering en distributie van diverse grote internationale filmprojecten.

Hoewel Morgan Fairchild en Mark Seiler er bewust voor kozen om nooit officieel te trouwen, bleven ze meer dan veertig jaar onafscheidelijk en vormden ze een buitengewoon hecht paar tot aan zijn overlijden in juli 2023, na een jarenlange strijd tegen de ziekte van Parkinson en latere complicaties door het coronavirus.

Morgan Fairchild heeft zelf geen kinderen gekregen en heeft later in interviews openhartig verteld dat ze in het verleden meerdere miskramen heeft moeten verwerken.

Haar moedergevoelens uitte ze deels in haar enorme liefde voor dieren.

Ze is al decennialang een fanatieke pleitbezorger voor dierenrechten en heeft door de jaren heen talloze honden en katten uit asielen geadopteerd en een liefdevol thuis gegeven.

45 jaar geleden, Frank Duval met zijn hit Angel Of Mine.

Frank Duval werd geboren als Frank Uwe Patz op 22 november 1940 in Berlijn en groeide op in een artistiek milieu, waarbij hij aanvankelijk een opleiding volgde als acteur en danser.

Al snel verschoof zijn focus echter naar de muziek, waarbij hij een kenmerkende stijl ontwikkelde die het midden houdt tussen pop, klassiek en atmosferische elektronische muziek.

Zijn grote doorbraak bij het brede publiek kwam voort uit zijn nauwe samenwerking met de Duitse televisie.

Duval componeerde de muziek voor populaire krimiseries zoals Derrick en Der Alte.

Het was binnen deze context dat zijn grootste hit, “Angel of Mine”, in 1980 het levenslicht zag. Een opvallend detail is dat hij het nummer eigenlijk niet zelf wilde inzingen.

De sessiezangeres die hiervoor was gevraagd, kwam echter niet opdagen, waardoor Duval besloot de vocalen zelf maar voor zijn rekening te nemen.

Het nummer werd een enorm succes in de Lage Landen. In Nederland bereikte de single de eerste plaats in de Top 40, terwijl het nummer in Vlaanderen de tweede plaats behaalde in de BRT Top 30.

Hoewel Angel of Mine bij ons zijn enige grote hit bleef, scoorde hij onder de naam Frank en Kalina in maart 1986 nog een hit met “It Was Love”, een nummer dat hij opnieuw voor de krimiserie schreef.

Deze single was op donderdag 6 maart 1986 TROS Paradeplaat op Radio 3 en bereikte uiteindelijk de vierentwintigste plaats in de Top 40.

Gedurende zijn carrière werkte Duval vaak samen met zijn vrouw, Kalina Maloyer, die de teksten voor veel van zijn liedjes schreef.

Samen creëerden ze een omvangrijk oeuvre dat bekendstaat om de diepe emotionele lading en filmische kwaliteit.

Zijn werk was onlosmakelijk verbonden met de gezichten van de serie Derrick.

Horst Tappert, die bijna 25 jaar lang de stugge detective speelde, kwam te overlijden op 13 december 2008.

Ook zijn collega in de reeks, Fritz Wepper, is inmiddels overleden op 25 maart 2024.

Hoewel het commerciële succes in de hitlijsten na de jaren tachtig afnam, bleef Duval gerespecteerd als een vakman die complexe synthesizerarrangementen wist te combineren met toegankelijke melodieën.

Naast zijn werk voor televisie en zijn solocarrière heeft Duval zich ook beziggehouden met maatschappelijke projecten.

Zo richtte hij de Frank Duval Foundation op, die zich inzet voor kansarme kinderen in India.

Tegenwoordig leidt de 85-jarige componist een teruggetrokken leven op het Spaanse eiland Palma de Mallorca, waar hij nog steeds betrokken is bij diverse kunstvormen, waaronder schilderkunst en digitale media.

Anita Louise was een Amerikaanse actrice die vooral bekendheid verwierf tijdens de gouden jaren van Hollywood in de jaren dertig en veertig.

Zij werd op 9 januari 1917 geboren als Anita Louise Fremault in New York en werd al als kind op de planken gezet.

Op zesjarige leeftijd was zij voor het eerst op Broadway te zien in het stuk Peter Ibbetson.

Haar filmdebuut volgde in 1922 met een ongenoemde rol in Down to the Sea in Ships.

Vanwege haar delicate gelaatstrekken en blonde haar werd ze vaak omschreven als een van de mooiste vrouwen in de filmindustrie, wat haar de bijnaam de koningin van de Hollywoodfeestjes opleverde vanwege haar talent voor het organiseren van sociale evenementen.

Hoewel haar ouders oorspronkelijk voor ogen hadden dat zij onderwijzeres zou worden, kwam zij in aanraking met de filmwereld in Hollywood.

In plaats van haar studie te vervolgen, koos zij definitief voor een loopbaan als filmspeelster en tekende zij een contract bij de studio Warner Bros.

Eenmaal een tiener was zij een geliefde verschijning die door het publiek als een stijlicoon werd beschouwd.

In 1931 werd ze dan ook uitgeroepen tot een WAMPAS Baby Star.

Dit was een prestigieuze promotiecampagne van de Western Association of Motion Picture Advertisers, waarbij jaarlijks dertien jonge actrices werden geselecteerd van wie men verwachtte dat ze zouden uitgroeien tot grote filmsterren.

Haar grote doorbraak kwam inderdaad in de jaren dertig met rollen in verschillende bekende films en prestigieuze kostuumdrama’s.

Ze speelde gedenkwaardige rollen in producties zoals Madame DuBarry uit 1934, A Midsummer Night’s Dream uit 1935, waarin ze Titania vertolkte, en The Story of Louis Pasteur. Andere bekende titels uit deze periode zijn Anthony Adverse, Call it a Day, That Certain Woman, Marie Antoinette, The Sisters en The Little Princess.

Ze stond erom bekend dat ze een aristocratische elegantie naar het witte doek bracht, waardoor ze vaak werd gecast als gracieuze dames of historische figuren.

In de jaren veertig verloor zij echter haar populariteit, al behaalde zij later nog enkele successen op televisie.

De meeste mensen herinneren zich haar uit die tijd waarschijnlijk het beste als de moeder, Nell McLaughlin, in de serie My Friend Flicka, waarin zij van 1956 tot en met 1958 te zien was.

Hierna ging zij met pensioen. Naast haar acteercarrière was ze een begaafd harpiste, een talent dat ze af en toe in haar films liet zien.

In haar privéleven was zij twintig jaar lang getrouwd met de invloedrijke filmproducent Buddy Adler.

Adler was een succesvolle figuur in de filmindustrie en werkte als productiechef bij 20th Century Fox, waar hij verantwoordelijk was voor grote successen en zelfs een Academy Award won voor de film From Here to Eternity.

Samen kregen zij hun enige kind, een dochter genaamd Melanie Adler.

Na het overlijden van haar man in 1960 bleef zij nog enkele jaren actief in het sociale leven van Hollywood.

Anita Louise overleed zelf in 1970 op 55-jarige leeftijd aan de gevolgen van een beroerte.

Mel Torme met zijn kerstnummer The Christmas Song

De in Chicago geboren Melvin Howard Tormé Tormé was de zoon van Russisch-Joodse immigranten die oorspronkelijk de achternaam Torma droegen.

Al op vierjarige leeftijd begon hij zijn carrière en als achtjarig jongetje debuteerde hij reeds in diverse radioseries.

Zijn muzikale ontwikkeling ging razendsnel.

Op zijn dertiende schreef hij zijn eerste nummer en drie jaar later werd zijn compositie Lament to Love al uitgebracht.

Als tiener was hij van alle markten thuis: hij zong, arrangeerde en was een begenadigde drummer.

Dat drumtalent bleef niet onopgemerkt, want hij speelde zelfs in de band van Chico Marx, een van de beroemde Marx Brothers.

Terwijl hij zijn carrière in de showbusiness uitbouwde, voltooide hij ook zijn schoolopleiding en studeerde in 1944 af aan de Hyde Park High School in Chicago.

Op dat moment had hij zijn filmdebuut al gemaakt in Higher and Higher (1943). Later volgden er nog musicals zoals Pardon My Rhythm, Let’s Go Steady en Words and Music.

In datzelfde jaar 1944 richtte hij de zanggroep The Mel-Tones op, waarmee hij de enorme hit What Is This Thing Called Love scoorde.

Zijn tienerfans gaven hem in die periode vanwege zijn specifieke stemgeluid de liefkozende bijnaam The Velvet Fog (De Fluwelen Mist).

Tormé schreef ook geschiedenis als componist.

Samen met Robert Wells pende hij de klassieker The Christmas Song neer, het nummer dat in de uitvoering van Nat King Cole uitgroeide tot een wereldwijde kersthit.

Televisiekijkers kennen hem wellicht ook van zijn werk achter en voor de schermen.

Begin jaren zestig verzorgde hij de muziek voor The Judy Garland Show, en later speelde hij gastrollen in bekende series als Night Court, Seinfeld en The Virginian.

De erkenning voor zijn talent bleef komen: in 1982 en 1983 won hij twee jaar op rij de Grammy voor beste jazzzanger.

Mel Tormé overleed op 5 juni 1999 in een ziekenhuis in Los Angeles aan de gevolgen van een hartaanval. Hij werd 73 jaar.