


Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek



De verfilming van Umberto Eco’s beroemde roman ‘De naam van de roos’ ging op 19 september 1986 in première in Amerika.
De film, geregisseerd door Jean-Jacques Annaud, had Sean Connery en een jonge Christian Slater in de hoofdrollen.
Voor zijn prestatie als de monnik William van Baskerville ontving Connery een BAFTA.
Ook de sfeervolle muziek van James Horner, die een unieke plaats inneemt in diens oeuvre, droeg bij aan het succes.
De film is beroemd om zijn grimmige en authentieke sfeer, die grotendeels te danken is aan de gekozen filmlocatie.
De opnames vonden plaats in de winter van 1985-1986 in het twaalfde-eeuwse Klooster Eberbach in Duitsland.
Dit klooster diende als decor voor veel van de cruciale binnenscènes.
Zo werd de indrukwekkende slaapzaal van de monniken omgebouwd tot het beroemde scriptorium (de schrijfzaal) en werd ook de kapittelzaal intensief gebruikt.
Het feit dat er in de winter werd gefilmd, maakte het er naar verluidt ijskoud, wat perfect bijdroeg aan de naargeestige sfeer van het verhaal.
Wat veel mensen echter niet weten, is dat de buitenkant van de abdij—inclusief de iconische achthoekige bibliotheektoren—helemaal niet in Duitsland te vinden was.
Dit was een gigantische set, speciaal voor de film gebouwd in een steengroeve buiten Rome.
Het echte Klooster Eberbach, een voormalig cisterciënzer klooster nabij Eltville am Rhein, is dus het decor voor het ‘interne’ leven in de film.
Het complex zelf, met zijn prachtige Romaanse en vroeggotische gebouwen, wordt beschouwd als een van de belangrijkste monumenten van Europa.
Tegenwoordig dient het klooster als een van de hoofdlocaties voor het Rheingau Musik Festival, een internationaal festival voor klassieke muziek.
De geschiedenis van de locatie is echter niet alleen religieus; in de middeleeuwen was Eberbach ook een economische grootmacht en bezat het met 300 hectare de grootste wijngaarden van heel Europa.

Het verhaal van Quality Street begint in 1890 in het Engelse Halifax, waar John Mackintosh en zijn vrouw een snoepwinkel openden.
Ze hadden een uniek product ontwikkeld: een mix van harde toffee en zachte karamel, gemaakt van eenvoudige, lokale ingrediënten.
De snoepjes waren zo populair dat ze in 1898 ’s werelds allereerste toffeefabriek openden.
Het succes kende echter een flinke tegenslag toen deze fabriek negen jaar later, in 1909, volledig afbrandde.
Het echtpaar liet zich niet ontmoedigen, kocht een oude tapijtfabriek en bouwde deze om tot een nieuwe, succesvolle productielocatie.
Na de dood van John nam zijn zoon Harold het bedrijf over. Harold had grotere ambities en wilde de snoepjes ook nationaal en internationaal verkopen.
In 1936 lanceerde hij de snoepmix daarom onder een nieuwe, pakkende naam: Quality Street.
Die naam was slim geleend van een populair toneelstuk van J.M. Barrie, de schrijver van Peter Pan. De snoepjes – een mix van verschillende chocolaatjes, toffees en fruitvullingen – werden verkocht in de iconische, kleurrijke verpakking.
Het merk kreeg al snel een nostalgische en feestelijke uitstraling en wordt tot op de dag van vandaag sterk geassocieerd met Kerstmis en speciale gelegenheden.
Tegenwoordig maakt Quality Street deel uit van het Zwitserse voedingsconcern Nestlé


Ann Petersen werd op 22 juni 1927 geboren in Wuustwezel. Hoewel ze als kind al gebeten was door het theater, koos ze pas op latere leeftijd voor een leven als actrice. Vanaf dat moment bouwde ze wel een indrukwekkende carrière uit, zowel op televisie, in de film als in het theater.

Bij het grote publiek brak ze in 1964 door met haar rol als Emma in de legendarische BRT-jeugdserie Kapitein Zeppos.
Het was de start van een lange reeks televisierollen.
Zo speelde ze in de tv-bewerking van Wij, heren van Zichem (1969), de historische reeks De vorstinnen van Brugge (1972) en de komische serie Slisse en Cesar (1977). Ook later bleef ze een vertrouwd gezicht in reeksen als de Paradijsvogels (1980) en Het verdriet van België (1994). Voor een latere generatie werd ze vooral bekend als Florke, een rol die ze acht jaar lang vertolkte in de populaire soap Thuis.
Daarnaast schreef ze een aantal belangrijke films op haar palmares. De bekendste daarvan zijn klassiekers als Mira (1971) en Hector (1987), maar ook latere films zoals Manneken Pis (1995) en Pauline en Paulette (2002). Voor die laatste rol ontving ze, samen met collega Dora Van der Groen, nog een Fonske, een Vlaamse filmprijs.

Gisteren nog vandaag
Ook op de planken was Petersen erg actief. Ze was 30 jaar lang verbonden aan de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en speelde gastrollen bij diverse theatergezelschappen. Een van haar meest opvallende theaterprestaties was de monoloog Het massagesalon (1986), die later ook op televisie werd vertoond.
Ondanks haar 76 jaar en gezondheidsproblemen – ze leed aan diabetes, artrose en had hartproblemen – bleef Ann Petersen erg actief. Ze deed dit deels omdat ze het acteren graag deed, maar ook omdat ze maar een klein pensioen had.

Gisteren nog vandaag
Haar huwelijk eindigde in 1960 in een echtscheiding. Zelf vertelde ze dat ze haar man verliet omdat hij graag kinderen had gewild, iets wat ze na een operatie met complicaties niet meer kon krijgen.
Ann Petersen overleed op 11 december 2003 in haar woning in Opwijk.

Gisteren nog vandaag

Steve Jobs, de geadopteerde zoon van een Syrische immigrant en een Amerikaanse vrouw, groeide uit tot een van de invloedrijkste figuren in de moderne technologie.
Samen met Steve Wozniak richtte hij Apple op in de garage van zijn ouders.
Terwijl Wozniak de techneut was, blonk Jobs uit als de visionaire verkoper die hun creaties aan de wereld kon presenteren.
Hun eerste grote succes, de Apple II, was een van de eerste personal computers die technologie toegankelijk maakte voor de gewone man.
De echte revolutie volgde in 1984 met de Macintosh, die met zijn grafische interface en de muis de standaard zette voor hoe we computers vandaag de dag nog steeds gebruiken.
Na in 1985 uit Apple te zijn gezet, bewees Jobs zijn veerkracht.
Hij kocht Pixar dat hij uitbouwde tot een revolutionaire
animatiestudio, en richtte het computerbedrijf NeXT op.
In 1997 keerde hij terug als CEO bij een zwaar noodlijdend Apple en zorgde hij voor een spectaculaire ommekeer.
Onder zijn leiding lanceerde Apple een reeks iconische producten die hele industrieën op hun kop zetten.
De iPod en iTunes veranderden de muziekwereld, de iPhone definieerde de moderne smartphone en de iPad creëerde de tabletmarkt.
De kern van Jobs’ succes was niet dat hij de technologie zelf uitvond, maar dat hij een uniek instinct had om die technologie te vertalen naar prachtig ontworpen, gebruiksvriendelijke producten die consumenten fantastisch vonden.
Na een lange strijd tegen kanker overleed hij in 2011


De carrière van Kris De Bruyne start in 1968, wanneer hij doorbreekt met een bluesversie van ‘Klein klein kleutertje’.
Tijdens zijn studies aan het Sint-Lukasinstituut in Brussel, enkele jaren later, leert hij in de kantine Guido Van Hellemont en Wim Bulens kennen.
Dit leidt al snel tot de vorming van het absurde trio Lamp, Lazerus en Kris. Ze nemen samen een plaat op, die onder meer de hits ‘De Peulschil’ en ‘De Onverbiddelijke Zoener’ bevat.
Hierna kiest De Bruyne voor een solocarrière.
In 1973 neemt hij met zijn eerste begeleidingsband, waar ook Raymond van het Groenewoud deel van uitmaakt, een titelloze debuutelpee op.
Hoewel de plaat helaas flopt, wordt ze vandaag algemeen erkend als de allereerste, echte Nederlandstalige rockplaat.
Twee jaar later, in 1975, brengt hij de single ‘Vilvoorde City’ uit, een lied over de stad die toen zijn thuishaven was.
Het nummer schetst een grauw beeld en is aanvankelijk omstreden in Vilvoorde.
In datzelfde jaar verschijnt ook de single ‘Amsterdam’, met muziek van Jo Muyllaert en tekst van De Bruyne.
Beide nummers zijn terug te vinden op het album ‘Ook Voor Jou’ uit 1975.
Met het nummer ‘Je Suis Gaga’ staat hij op 7 december 1985 op de eerste plaats in de Vlaamse Top 10.
Nadat zijn liedjes eind jaren 80 en ’90 wat uit de gratie raken, volgt de echte erkenning pas deze eeuw.
In 2007 wordt ‘Amsterdam’ opgenomen in de Eregalerij van de Vlaamse Klassiekers.
In 2021 krijgt het de ultieme bekroning als het allerbeste Nederlandstalige lied, met een nummer 1-positie in de Lage Landenlijst.
Kris De Bruyne overleed op 3 februari 2021, op 70-jarige leeftijd.




Creatief, geestig en gevat: dat is Agnes De Man ten voeten uit. Na haar studies in modestad Parijs was ze zeventien jaar lang actief in de modewereld, waar ze haar eigen winkel had.
Ze bruiste van de inspiratie en ontwierp kledij, zowel in opdracht van boetieks als voor zichzelf.
Haar rijke fantasiewereld voedde een eigen lijn met extravagante kledij, typisch voor de post-punkperiode van de eighties.
Denk aan een explosie van kleuren, gecombineerd met halskettingen, breiwerk, plastiek en gigantische schouders.
Daarbij richtte ze zich niet zelden tot vrouwen met een maatje meer. Het leverde haar een leven vol hectische modeshoots en campagnes op.
Haar fascinatie voor het Oosten bracht haar naar Indonesië, waar ze stoffen bedrukte met zeefdrukken van koriander- en kippenvoerzakken.
In India trok ze de aandacht door oude, veelkleurige stoffen op te kopen en ter plaatse, samen met Indische kleermakers, nieuwe kleding te creëren.
Een grote ommekeer in haar leven kwam in 1996.
Agnes De Man hing haar flitsende modecarrière aan de wilgen om haar jeugddroom na te jagen: clown worden.
Ze richtte de vzw Relatieclowns op en werkte tien jaar lang intensief met kwetsbare ouderen en mensen met dementie.
Deze ervaring vormt een belangrijke inspiratiebron voor haar huidige kunstwerken. Haar werk is een direct gevolg van deze persoonlijke en professionele verschuiving.
De kwetsbaarheid van de ‘oudjes’ – soms gekwetst, soms kinderlijk onbevangen lachend – bood een diepgaand tegengewicht voor de perfectionistische modewereld waarin ze eerder vertoefde.
Hieruit ontstonden haar groteske, witte poppen van papier-maché.
Sindsdien maakt Agnes De Man persoonlijk en oprecht werk.
Haar emotionele erfenissen vinden een uitweg in suggestieve sculpturen en “niet onschuldige” colliers, maar altijd met de nodige knipoog. Haar wereld is vervreemdend en speels: een champignon groeit door het dak van een huis, een diepblauwe kwal spreidt zijn lange tentakels en houten popjes houden een vinger voor hun mond.
Ze schuwt ook de maatschappijkritiek niet. Met haar komische Barbie-installatie confronteert De Man ons met het maatschappelijk opgedrongen “perfecte” lichaam.
Met klei geeft ze de poppen allerlei plastisch chirurgische ingrepen, van borstvergrotingen en liposucties tot geslachtsveranderingen.
Wat ze ook maakt, haar werk raakt telkens een gevoelige snaar en is doordrongen van tederheid, compassie, troost en humor.




