Vandaag is het dertig jaar geleden dat de Gentse acteur Carlos Van Lanckere is overleden.

Na het afronden van een klassieke opleiding aan de Koninklijke Toneelschool van Gent verwierf hij al snel bekendheid binnen de amateurverenigingen, en in het bijzonder bij de Gentse Rederijkerskamer Jhesus met der Balsemblomme.

Daar ontmoette hij de toenmalige Prince Souverein Herman Van Overbeke.

Deze ontmoeting vormde het startschot van een zeer vruchtbare samenwerking, die de aanzet gaf tot het structureren en uitbreiden van talloze rederijkerskamers en amateurgezelschappen in Vlaanderen.

Vanuit die gedrevenheid stichtte Van Lanckere in 1932 het Algemeen Kristelijk Vlaams Toneel (A.K.V.T.), een verbond dat voornamelijk Oost-Vlaamse gezelschappen verenigde.

Slechts vier jaar later volgde de oprichting van het Nationaal Vlaams Kristelijk Toneelverbond (N.V.K.T.), een overkoepelende organisatie voor alle landelijke Vlaams-christelijke amateurgezelschappen.

Hij zette zich hier met hart en ziel voor in als bezielend secretaris-generaal, tot hij in 1986 wegens ziekte de fakkel moest doorgeven.

Zijn ambities in het theater reikten echter nog verder.

In 1950 richtte hij de Keurgroep op, een initiatief waarmee hij getalenteerde acteurs wilde samenbrengen.

De kwaliteiten van deze groep bleven niet onopgemerkt, want al snel werden ze gevraagd om toe te treden tot de International Amateur Theatre Association (I.A.T.A.).

Dit opende de deuren naar een indrukwekkende internationale tournee.

De Keurgroep trad op doorheen heel Europa, met voorstellingen in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Joegoslavië, Tsjechoslowakije, Italië, Denemarken, Finland, Oostenrijk, Roemenië, Ierland en Schotland. Ook buiten de Europese grenzen wisten ze het publiek te boeien, met opvoeringen in Amerika, Japan, Mexico en India.

Naast zijn levenswerk in het theater bouwde Carlos Van Lanckere eveneens een mooie carrière op in de film- en televisiewereld.

Hij was erbij toen de allereerste opnamen van het toenmalige N.I.R., de nationale televisieomroep van België, werden gemaakt en groeide al snel uit tot een vertrouwd gezicht in tal van Vlaamse televisiereeksen.

Zo schitterde hij als Naten in De Filosoof van Haeghem, waar hij speelde aan de zijde van Romain Deconinck en Jenny Tanghe.

In de reeks Dirk Van Haveskerke, een bewerking van Hendrik Consciences De Leeuw van Vlaanderen, nam hij de rol van Jan Breydel voor zijn rekening, geflankeerd door Luc Philips in de rol van Pieter De Coninck.

Daarnaast vertolkte hij de opmerkelijke rol van Gust Verhelle in de televisieklassieker De Paradijsvogels.

Ook op het witte doek liet hij zijn sporen na.

Tijdens de eerste internationale doorbraak van de Vlaamse film in 1971 speelde hij deken Broeke in Mira, een film met Jan Decleir en Willeke van Ammelrooy die toen een officiële selectie wist te verzilveren op het prestigieuze filmfestival van Cannes.

Gedurende de laatste tien jaar van zijn leven bleef hij met onverminderde interesse alles wat met het amateurtheater te maken had op de voet volgen, een passie die hij koesterde tot aan zijn overlijden op 23 juli 1996.

55 jaar geleden, te gast op het Knokkefestival 1971

In juli 1971 streek het muzikale circus weer neer in het casino voor de Europabeker voor Zangvoordracht, in de volksmond beter bekend als de Knokke Cup of de Knokke-Beker.

Negen landen zongen er destijds hun ziel uit het lijf voor die ene felbegeerde Europese beker.

De Belgische ploeg stond dat jaar onder de bezielende leiding van Jo Leemans, die als kranige ploegleidster meteen haar stempel drukte op het festival.

Toen een Brusselse confrater in de krant durfde te schrijven dat de Belgische ploeg te zwak was, pikte Jo dat absoluut niet.

Ze verhief dan ook prompt haar muzikale stem tegen de journalist en gebruikte daarbij zowat alle noten van de toonladder, tot de bemols toe, om het tegendeel te bewijzen.

Het repertoire dat de twee Belgische meisjes, Micha Marah en Mireille May en Joe Harris, brachten, klonk dan ook geweldig.

Achter de schermen heerste destijds de nodige spanning.

Zo dreigde L. J. Van Rijmenant ermee om de jonge zangeres Micha Marah voortijdig uit de Knokke-Beker terug te trekken.

Hij had namelijk toen een flinke lak aan ploegleidster Jo Leemans. Louis Julien van Rijmenant, zoals zijn volledige naam luidde, stond in het toenmalige artikel gekscherend bekend als de eerlijkste gangster uit België.

Hij was een invloedrijke Belgische songwriter, producer, muziekuitgever en platenbaas die onder verschillende pseudoniemen werkte, zoals Terry Rendall.

Als oprichter van Intervox en president van de Eurovox Music Group drukte hij een grote stempel op de muziekindustrie.

Later zou hij zelfs internationale bekendheid en enorm succes verwerven als de rechtenhouder en promotor van ‘De vogeltjesdans’ van De Electronica’s, die hij wereldwijd op de kaart zette.

Ondertussen liep ook Anton Peters rond in de badstad, die als regisseur en producer al jarenlang de grote man en drijvende kracht achter de Belgische ploeg was.

Samen met zijn echtgenote zocht hij na de muzikale strijd de gezelligheid op in de bar Pimm’s.

Om alle achterklap en corruptie van de baan te vegen, hanteerde de organisatie dat jaar een strikt stemsysteem waarbij de hoogste en de laagste jurywaarderingen wegvielen.

Ondanks die integere opzet zorgden de resultaten voor de nodige discussie.

Roemenië, vertegenwoordigd door Aurelian Andreescu, Mihaela Mihai en Aura Urziceanu, kwam die week glansrijk en ijzersterk uit de strijd en zou uiteindelijk zelfs de overwinning wegslepen.

Hoewel hun beheersing van het nummer Alfie knap was, vroegen critici zich af hoe een zinnige jury hen honderdvijftig punten kon toekennen als hun hele repertoire op diezelfde stijl was gebaseerd.

Spanje, dat het jaar ervoor nog won met onder andere Julio Iglesias, presteerde dit keer juist bijzonder zwak, terwijl de sterke Nederlandse ploeg, gevormd door Lenada ten Haaf, Marco Maas en Ellen Wills, onterecht met heel weinig punten werd bedeeld.

Buiten het officiële wedstrijdprogramma viel er in Knokke gelukkig ook genoeg te beleven.

De harten van het publiek werden gestolen in de 21 Club, waar de JJ-Band en de Hearts of Soul elke avond de ziel uit hun lijf bliezen en zongen.

Op louter objectieve gronden verdienden zij absoluut een extra beker.

Daarnaast stroomde de kuststad vol met bekende radio-dj’s en presentatoren van de BRT. Omdat deze verbale spraakwatervallen moesten verdwijnen bij de zender BRT 1, hadden ze plotseling alle tijd van de wereld om massaal naar Knokke af te zakken en de sfeer op te snuiven.

De Nederlands-Surinaamse actrice Alida Neslo.

De Nederlands-Surinaamse actrice en theatermaakster Alida Neslo groeide op in Suriname in een intellectueel gezin en is de zus van de bekende surinamiste Ellen Neslo.

Al op jonge leeftijd kwam ze in aanraking met de kunsten dankzij balletlessen van haar oom, de balletpedagoog Percy Muntslag.

Na het afronden van het Atheneum A koos ze aanvankelijk voor een talenstudie.

Ze vertrok naar Vlaanderen en behaalde aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen haar bachelor in Spaans en Engels.

Toch ontdekte ze dat haar ware passie ergens anders lag.

Ze besloot haar talenstudie niet te vervolgen en schreef zich in aan de befaamde theateropleiding Studio Herman Teirlinck in dezelfde stad.

Haar studententijd was niet alleen leerzaam, maar ook avontuurlijk.

Om haar opleiding te bekostigen, trok ze als danseres door Vlaanderen met een drive-inshow, waarbij ze het podium deelde met bekende artiesten als Vader Abraham, Jacques Herb, De Kermisklanten en Mieke.

In 1980 studeerde ze succesvol af.

Haar carrière nam al snel een vlucht toen ze zich aansloot bij Tiedrie, het Theater van de derde wereld onder leiding van Tone Brulin.

Hier schitterde ze in stukken als Kapai-Kapai, Charkawa, Gilgamesj en het door Edgar Cairo geschreven Ba Anansi.

Daarnaast deed ze ruime podiumervaring op bij Mudra Afrique, waar ze werkte met de gerenommeerde choreografen Maurice Béjart en Germaine Acogny, en stond ze op de planken bij de Zwarte Komedie, met teksten van onder meer Tom Lanoye en Bert Verhoye, en bij het Nederlands Toneel Gent.

Voor het grote publiek in Vlaanderen werd Alida in 1983 een bekend en geliefd gezicht dankzij haar rol als panellid in het televisieprogramma TV-Touché.

Nog generatie-overstijgender was haar verschijning als Alida in het educatieve kinderprogramma

De Boomhut op de VRT, het huidige Ketnet. Dit programma was een groot succes en werd in 1998 zelfs bekroond met de Prijs voor het beste jeugdprogramma van de Vlaamse Gemeenschap.

Haar televisiewerk omvatte verder de presentatie van Het einde van de wereld en de creatie van diverse documentaires, wat haar brede inzetbaarheid als mediamaker onderstreept.

Haar onberispelijke taalgevoel kwam in 2003 prachtig tot uiting toen ze deelnam aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal.

Halverwege de jaren negentig verlegde ze haar werkterrein naar Nederland.

In 1995 werd ze artistiek leider bij De Nieuw Amsterdam, een theatergroep en toneelopleiding die oorspronkelijk was opgezet door Rufus Collins.

Vijf jaar later, in 2000, volgde ze Ritsaert ten Cate op als directeur van de theateropleiding DasArts, een door hem opgezette tweede fase-opleiding voor reeds afgestudeerde theaterstudenten.

Ondanks haar successen in Europa bleef Suriname trekken.

In 2006 besloot ze terug te keren naar haar geboorteland met een duidelijke missie: het opzetten van een hoogwaardige toneelopleiding, vergelijkbaar met de Studio Herman Teirlinck waar zij zelf haar vak had geleerd.

Naast deze feiten over haar rijkgevulde loopbaan zijn er nog enkele bijzondere weetjes over Alida Neslo.

Met haar rol in TV-Touché was ze een van de eerste opvallende vrouwen van kleur op de Vlaamse televisie die structureel in een intellectueel en satirisch panel plaatsnam, wat destijds een ware doorbraak was in de media.

Bij haar terugkeer in Suriname beperkte ze zich bovendien niet tot het reguliere kunstonderwijs.

Ze startte bijzondere theaterprojecten met gedetineerden, onder andere in de gevangenis van Santo Boma, om hen via creatieve expressie te helpen bij hun rehabilitatie en terugkeer in de maatschappij.

Daarnaast groeide ze al snel uit tot een onmisbare stem in de Surinaamse cultuursector, waar ze onder meer optrad als adviseur voor het Directoraat Cultuur.

Vandaag 45 jaar geleden: eerste aflevering van de Knokke Cup op BRT 1 en Nederland 2

Zou het ooit nog eens worden zoals vroeger, met een tierende Lou van Rees en een woedende Willem O. Duys?

Kregen we na jaren weer een echt rel-festival terug met keiharde, door en door gemene Belgen- en Hollander-grappen?

Of werd het Knokke-festival ook dit jaar weer een zouteloos liedjesgedoe waarin iedereen lief was voor iedereen?

Ach, had de oude heer Gustaaf Nellens nog maar geleefd.

Ivo Niehe was de kapitein van de ploeg en samen met Lori Spee, Suzanne Michaels en Wim Hogenkamp probeerde hij het Nederlandse team naar een goede prestatie te leiden.

Ivo Niehe was toen kapitein van de ploeg.

Lori Spee blonk dit jaar uit met haar zang.

Als kind zong Lori al opvallend hoog en goedbedoelde kennissen brachten haar en Ruud Jacobs (broer van Pim Jacobs, zwager van Rita Reys en ex-vriend van Liselore Gerritsen) bij elkaar.

Lori bleek over een schitterende stem te beschikken en mocht een heuse langspeelplaat volzingen met als titel “Behind those eyes”.

Lori schreef al haar teksten zelf en dat was in het hitgevoelige wereldje geen voordeel, want onzichtbare krachten wonnen meestal.

Maar misschien werden we eindelijk wakker en hoorden we dat Lori heel mooie liedjes schreef.

Suzanne Michaels leek het sprookje van ieder schoolmeisje te beleven: zo van de klas naar de platenstudio.

Haar eerste single werd eind 1979 een succes: “It should be Christmas every day”. In één keer werd dat plaatje opgenomen, omdat Suzanne het lied in één keer hemels zuiver zong.

In de platenindustrie hadden ze nog nooit eerder zoiets meegemaakt.

In 1981 zong ze onder meer “It’s you” en “Love me tender”.

Het werden geen dikke hits, maar ze had net haar diploma gehaald aan het begin van haar zesde jaar atheneum.

Eerst een diploma, vond haar moeder, en zo gebeurde het.

Maar wie weet lag straks heel België plat aan haar voeten.

Wim Hogenkamp, helaas ook al overleden in 1989, was het derde lid van de Holland-equipe, en hij werd door een klein aantal liefhebbers op handen gedragen.

Wim schreef ooit het liedje “De mallemolen” voor Heddy Lester, die er tijdens het Eurovisie Songfestival slechts weinig punten mee behaalde.

Aangespoord door dit “succes” stortte Wim Hogenkamp zich als uitvoerend artiest op zijn eigen werk.

Er werd een langspeelplaat gemaakt met de titel “Heel gewoon”, waarvoor hij een Edison ontving.

Toen droeg hij eenmaal de Louis Davids-ring om de ringvinger; de zanger zat helemaal gebeiteld.

Niets kon hem een tweede langspeelplaat meer in de weg staan en die kwam er dan ook, met als titel “Punt uit”.

Zoiets deed je vermoeden dat het de laatste plaat van Wim was.

Maar nee, volgens de biografie van de platenmaatschappij was de nabije toekomst voor Wim van groot belang: hij was met zoveel dingen tegelijk bezig dat het hem vaak moeilijk viel zijn gedachten op één activiteit te concentreren.

Plannen voor de toekomst waren er in ieder geval genoeg.

Nederland wist de Knokke Cup in 1981 niet te winnen.

De hoofdprijs ging dat jaar naar het Vlaamse team met Sofie (Sofie Verbruggen).

Ze vertegenwoordigde dat jaar ons land samen met haar collega-artiesten Johan Verminnen en actrice en zangeres Liliane Dorekens.

Liliane Dorekens, geboren op 29 oktober 1950 te Antwerpen, studeerde in 1972 af aan de Studio Herman Teirlinck als onderdeel van de allereerste lichting van de opleiding kleinkunst.

Ze deed dit samen met onder andere Connie Neefs en Luc Appermont.

Haar bekendste rollen zijn Melanie in de populaire komische serie Slisse & Cesar en Micheline Hoefkens (de vriendin van Rita) in de soap Familie.

Ze had daarnaast gastrollen in onder andere Thuis.

Ze speelde mee in grote producties zoals de musicals Je Anne (Koninklijk Ballet van Vlaanderen) en Fiddler on the Roof.

Recent vierde ze nog haar 55-jarige vriendschap met Connie Neefs in de muzikale theatervoorstelling Vrienden voor het leven.

De oorspronkelijke, grote zangwedstrijd De Knokke Cup (voorheen bekend als het Songfestival van Knokke of de Europabeker voor Zangvoordracht) liep jaarlijks van 1959 tot en met 1973.

In de jaren 80 werd er in het Casino van Knokke nog vijf keer een kleinschaligere versie onder de naam ‘Knokke Cup’ georganiseerd.

De allerlaatste editie van deze reeks vond plaats in 1986.

Als chef d’équipe (kapitein van de ploeg) deed Lou van Rees vanaf 1959 voor Nederland maar liefst 15 keer mee aan het befaamde Knokkefestival.

Regelmatig mondde dit uit in een relletje, maar volgens Van Rees was dat altijd weer goed voor de publiciteit.

Nederland won onder zijn leiding in 1964 met Willeke Alberti, Shirley, Trea Dobbs, Ilonka Biluska en Rita Hovink en in 1965 met Greetje Kauffeld, Liesbeth List, Conny van Bergen, Suzie en Jan Arntz.

Willem O. Duys schreef in diverse muziekbladen en werd wegens zijn grote vakkennis uitgenodigd om een optreden van Johnnie Ray voor de AVRO aan te kondigen.

Zo maakte hij op 1 juli 1959 zijn debuut als televisiepresentator en volgden er meer opdrachten.

In die tijd liet hij zich Willem ‘O’ Duys noemen.

Het was trouwens Willem Duys die Nederland in 1975 liet kennismaken met een nieuw fenomeen, namelijk Lee Towers.

Gustave (Gustaaf) Nellens (1907–1971) was een visionaire Belgische kunstverzamelaar en de legendarische directeur van het Casino Knokke.

Onder zijn leiding groeide de kustgemeente uit tot een internationale ontmoetingsplaats voor de absolute wereldtop uit de kunst- en muziekwereld.

Hij haalde iconen zoals Frank Sinatra, Edith Piaf, Jacques Brel en Nat King Cole naar het podium.

In 1952 bestelde hij de destijds grootste kristallen kroonluchter ter wereld (7 ton zwaar) voor de grote feestzaal.

Hij onderhield nauwe vriendschappen met meesters zoals Pablo Picasso, Salvador Dalí en Max Ernst, die er allemaal exposeerden.

Zijn meest permanente nalatenschap in het casino is de opdracht aan de surrealistische schilder René Magritte.

In 1953 realiseerde Magritte er de monumentale, 71 meter lange 360°-muurschildering Het betoverde rijk (Le Domaine Enchanté) in de zaal die vandaag de dag de Magrittezaal heet.

Na zijn onverwachte overlijden in 1971 werd het artistieke roer overgenomen door zijn zonen Jacques en Roger Nellens.

Zij zetten de familietraditie voort door onder andere popart-icoon Keith Haring naar Knokke te halen.

Ter nagedachtenis aan Gustave werd in 1974 het iconische stenen beeld Eva van Eugène Dodeigne in Knokke ingehuldigd.

De familie Nellens droeg de concessie van het casino in de jaren 90 van de vorige eeuw over aan de Franse casinogroep Partouche.

Hiermee kwam een einde aan de rechtstreekse creatieve en familiale leiding.

De Belgische gokgroep Napoleon Games nam de exploitatie in 2013 over. Het casino draagt vandaag de dag ook de naam Napoleon Casino Knokke.

Het gebouw zelf is eigendom van de gemeente Knokke-Heist.

De gemeente heeft recent grote plannen goedgekeurd voor een volledige vernieuwing en uitbreiding van de site.

Aan de renovatie van het casino hangt een stevig prijskaartje van 95 miljoen euro.

De bedoeling is dat de werken klaar zijn tegen 2032.

Vandaag bereikte ons het droevige nieuws dat Margriet Hermans op 72-jarige leeftijd is overleden.

e laat een indrukwekkende en veelzijdige erfenis achter in de Vlaamse showbizz, de politiek en ver daarbuiten.

Wat veel mensen misschien niet weten, is dat Margriet haar professionele carrière oorspronkelijk begon voor de klas als leerkracht Frans, geschiedenis en Engels.

In 1985 maakte ze echter de verrassende overstap naar de muziek, en dat bleek een gouden zet.

Als zangeres scoorde ze al snel onvergetelijke hits zoals Een vriend, Alle mooie mannen zijn zo lelijk en Laissez rouler le bon temps, Jacqueline.

Haar muzikale succes opende al snel de deuren naar de televisiewereld.

Tussen 1989 en 1997 groeide ze uit tot een absoluut kijkcijferkanon voor de openbare omroep met haar eigen talkshow Margriet, die in de zomers steevast werd uitgezonden vanuit het Casino in Middelkerke.

Met haar onmiskenbare, bulderende lach en bijzonder spontane stijl werd ze een van de populairste schermgezichten van het land.

Ze was in die tijd een absolute vaste waarde in de huiskamers, niet alleen als presentatrice, maar ook als gewaardeerd panellid in geliefde programma’s zoals De zoete inval op Radio 2 en de legendarische komische quiz Zeg eens euh… op TV1.

Eind jaren negentig besloot Margriet een heel andere weg in te slaan en stapte ze in de politiek voor de partij Open Vld.

Ze diende jarenlang met veel vuur en engagement als Vlaams volksvertegenwoordiger, een ambt dat ze uitoefende tot ze in 2009 afscheid nam van het parlement.

Naast haar drukke publieke leven was ze in de eerste plaats een bijzonder trotse moeder van haar dochter Celien Deloof.

Moeder en dochter deelden een enorme passie voor zingen en stonden in de loop der jaren regelmatig samen op het podium.

Margriet was bovendien altijd heel erg eerlijk over haar persoonlijke leven; zo sprak ze als een van de eersten in Vlaanderen erg openhartig over haar maagverkleining, wat voor veel mensen bijzonder inspirerend en drempelverlagend werkte.

In 2022 maakte ze een fantastische, breed gedragen muzikale comeback dankzij haar deelname aan het VTM-programma Liefde voor muziek.

Haar vrolijke cover ‘Lekker blijven hangen’, een Nederlandstalige bewerking van ‘She’s after my piano’ van 2 Fabiola, werd een gigantisch succes waarmee ze volkomen verdiend de begeerde Radio 2 Zomerhit in de wacht sleepte.

Als ultieme kroon op haar schitterende carrière werd ze in 2023 feestelijk opgenomen in de Eregalerij van Radio 2.

Deze bekroning bevestigde nog maar eens haar status als een ware icoon van de entertainmentwereld.

De zangeres Micha Marah is een achternicht van Hermans.

Vlaanderen neemt vandaag afscheid van een warme, kleurrijke en veelzijdige vrouw die generaties lang zorgde voor een lach en een traan.

Een foto van lang geleden, van Margriet Hermans (foto uit mijn privécollectie)

Gisteren nog vandaag

Margriet Hermans en haar eerste single een vriend.

Het nummer is geschreven door Chris Peeters, Marc Dex en
Margriet Hermans.
Roland Verlooven zorgde voor een indrukwekkende productie.
De single was goed voor een eerste plaats in de Vlaamse Top 10 op 5 september 1987.

Margriet Hermans, dit is mijn paleis (Story 19 mei 1987)

Gisteren nog vandaag

Margriet Hermans medewerking aan Werelddierendag in het teken van onze vrienden de hond en de kat.(4 oktober 1991)

Gisteren nog vandaag

50 jaar geleden, Luc Appermont, binnenkort naar Amerika.

In mei 1976, inmiddels vijftig jaar geleden, stond PopPoll-winnaar Luk Appermont op het punt om de volgende maand naar de Verenigde Staten te reizen om frisse televisie-ideeën op te doen.

De BRT-presentator werd destijds aangenaam verrast toen de lezers van Joepie hem in de allereerste poppoll verkozen tot beste tv-presentator.

Dat zijn programma Labyrint op de vierde plaats eindigde, deed hem even opkijken.

Luk vertelde toen dat hij blij was dat Labyrint was gestegen in de polls, vooral omdat het programma minder op tieners was gericht dan zijn eerdere werk. Waar in Binnen en Buiten nog veel popvedetten optraden, was Labyrint immers een stuk serieuzer.

Hij keek met tevredenheid terug op de uitzendingen, vooral omdat hij er veel eigen inbreng in kwijt kon.

Volgens hem moet je als presentator volledig achter een concept staan om het goed te kunnen brengen.

Wel betreurde hij het dat er destijds zo weinig eigen Vlaamse producties werden gemaakt.

De presentator steunde dan ook de actie van Vlaamse artiesten die vonden dat de BRT hen boycotte.

Luk noemde hun protest volkomen verantwoord.

Hij vond dat er te weinig Vlaamse artiesten aan bod kwamen op het scherm en sprak de kritiek dat ze niets konden tegen.

Door zijn vele optredens in het land wist hij immers hoe getalenteerd ze waren.

Hij zag het als een vicieuze cirkel: als de radio meer Vlaamse muziek zou draaien, zouden de platen beter verkopen.

Dat zou weer leiden tot grotere budgetten en meer initiatief, wat de kwaliteit alleen maar ten goede zou komen.

Nu moesten artiesten helaas vaak eerst succes in het buitenland boeken voordat ze in eigen land werden gewaardeerd, iets wat Luk destijds te gek voor woorden vond.

Naast zijn televisiewerk was Luk in die periode veel op de Vlaamse podia te vinden, onder andere met de Vlaamse 5 Sterrenshow.

Soms zong hij met een orkest, maar meestal stond hij op de planken als conferencier in een show vol spelletjes en humor.

Op televisiegebied was de serie Hit-journal, een coproductie met buitenlandse zenders, net afgelopen.

Luk liep destijds rond met plannen voor een nieuw, degelijk programma dat puur door de BRT geproduceerd zou worden.

Die plannen waren toen nog vaag en alleen Labyrint was een zekerheid, al kon ook dat snel veranderen.

Zijn populariteit reikte destijds al tot over de landsgrenzen, zo bleek toen hij in Den Haag was om voor de BRT commentaar te leveren bij het Eurovisiesongfestival.

Tot zijn grote verbazing bleek het Nederlandse publiek hem te kennen.

Mensen vroegen massaal om foto’s en handtekeningen, en Luk was naar eigen zeggen blij dat hij er toevallig een aantal bij zich had. Dankzij de opkomst van kabeltelevisie keken ze in het hart van Nederland naar de Belgische zender.

Opvallend genoeg waren de Nederlanders erg enthousiast over Labyrint en vonden ze het vaak beter dan hun eigen programma’s, terwijl de Vlamingen destijds juist vaak naar de Nederlandse televisie opkeken.

De geplande reis naar de Amerikaanse televisiestations deed hij overigens volledig op eigen initiatief, zonder financiële steun van de BRT.

Vandaag is het precies 95 jaar geleden dat de veelzijdige Nederlands-Belgische entertainer Henk van Montfoort werd geboren.

Zijn indrukwekkende loopbaan als presentator, zanger, acteur en conferencier begon vlak na de oorlog in een bescheiden schoolorkestje.

Al snel vond hij zijn weg naar grotere podia op gala’s en kermissen.

Een belangrijke wending in zijn leven vond plaats in de jaren vijftig in Amsterdam, waar hij zijn eerste vrouw Yvonne Henneco ontmoette.

Hij volgde haar naar België en kwam zo terecht in de artistieke kringen rond het orkest van Marcel Hellemans.

In de jaren die volgden werkte hij samen met bekende namen zoals Miel Cools en Claire.

Met die laatste scoorde hij in 1977 een grote hit; hun duet ‘Op de purp’re hei’ voerde twee weken lang de Vlaamse top tien aan.

Hoewel hij zijn mediacarrière op de radio startte, werd hij bij het grote publiek vooral geliefd via de televisie.

Opvallend genoeg was hij vaker op de Belgische dan op de Nederlandse buis te zien, met succesvolle programma’s als Hallo met Henk en Henk in Wonderland.

In Nederland genoot hij bekendheid met titels als Hallo hier Hilversum.

Naast zijn werk als presentator was Van Montfoort in de jaren zestig een veelgeziene gast in diverse televisiefilms en series.

Hoewel hij begin jaren tachtig officieel besloot om het rustiger aan te doen, bleef het podium aan hem trekken.

Foto met zijn zoon Tonny Van Montfoort, helaas ook al overleden op 24 april 2024.

Tot in 2001 trad hij nog regelmatig op met een speciale show voor senioren.

Henk van Montfoort overleed uiteindelijk op 71-jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker.

Vandaag is het precies 60 jaar geleden dat de BRT de eerste aflevering van ‘Johan en de Alverman’ uitzond.

Deze jeugdreeks groeide uit tot een onvergetelijk stuk Vlaamse televisiegeschiedenis en werd onmiddellijk ontzettend populair.

De serie vertelt het verhaal van Johan Claeszoons, een jonge chirurgijn gespeeld door Frank Aendenboom, die rond 1650 in het Nekkersbos een bijzonder mannetje ontmoet.

Dit wezentje, vertolkt door Jef Cassiers, blijkt een alverman te zijn die door zijn koning uit de mythische wereld Avalon is verbannen.

Zijn straf voor nieuwsgierigheid is dat hij pas mag terugkeren als hij iets vindt dat van nut kan zijn voor zijn volk.

Zijn onverstaanbare taal klonk als “mallapatta kling kling!”. Gelukkig staan zijn magische fluit en toverring Fafifoerniek hem bij tijdens zijn avonturen in de mensenwereld.

Het succes van de reeks was te danken aan een combinatie van factoren.

De verzorgde opnamen op historische locaties zoals het Kasteel van Gaasbeek, de mergelgrotten van Folx-les-Caves en het openluchtmuseum van Bokrijk gaven de serie een authentieke en magische sfeer.

Ook de muziek speelde een cruciale rol. Het thema, dat als een leidmotief door het verhaal verweven zit, versterkte de sfeer aanzienlijk.

Zoals wel vaker in die tijd, leende componist Pieter Verlinden de muziek uit een bestaande filmscore: ‘The Duchess of Brighton’ van Miklós Rózsa.

Een bijzonder detail is dat de chemie tussen de hoofdrolspelers ook buiten de set oversloeg: acteur Frank Aendenboom trouwde in het echt met zijn tegenspeelster Rosemarie Bergmans, die in de serie de rol van Rosita speelde.

De populariteit van ‘Johan en de Alverman’ beperkte zich niet tot Vlaanderen.

De serie werd ook in Nederland en Italië uitgezonden en is later meermaals herdrukt als boek en uitgebracht op dvd.

Mede door de sterke acteursregie van Senne Rouffaer en de beeldregie van Bert Struys, wordt de reeks nog steeds beschouwd als een van de beste jeugdproducties die de BRT ooit heeft gemaakt.

Wielerlegende Fred De Bruyne zou vandaag 95 zijn geworden

Een naam die niet alleen herinnert aan een onverbiddelijke winnaar op de fiets, maar ook aan een man wiens leven na de koers even turbulent als boeiend was.

Om zich in 1947 volledig op het wielrennen te storten, zette hij zijn studies stop. Het bleek de juiste gok, want de jongeman uit Berlare groeide uit tot een absolute topper.

Op zijn indrukwekkende palmares prijken de Ronde van Vlaanderen, drie overwinningen in Luik-Bastenaken-Luik en zes ritzeges in de Tour.

Als renner kende De Bruyne geen compassie. “Op de fiets was ik eigenlijk een beest”, liet hij zich ooit ontvallen.

Die mentaliteit werd gekenmerkt door een intense rivaliteit met superkampioen Rik Van Looy.

Legendarisch is de anekdote uit de Ronde van Lombardije: De Bruyne en Van Looy reden samen op kop, maar gunden elkaar de zege zo weinig dat ze een kilometer voor de finish surplace hielden.

Terwijl supporters gewoon naast hen meewandelden, werden ze ingehaald door de rest. Van de 32 renners die finishten, werden zij 31ste en 32ste.

Een zwaar ongeval in 1960 maakte echter noodgedwongen een einde aan zijn actieve carrière.

Na zijn gedwongen afscheid vond De Bruyne een nieuwe roeping als wielerreporter voor de BRT.

Deze tweede carrière verliep echter niet zonder slag of stoot.

Hoewel hij populair was bij de kijkers, kreeg hij bergen kritiek over zijn taalgebruik en worstelde hij met zijn contract.

Jaar na jaar werkte hij met een tijdelijk contract, maar de ultieme erkenning van een vaste benoeming bleef uit.

De reden? Hij miste het vereiste diploma voor het journalistenexamen.

Een uitweg, het beruchte artikel 14 dat een benoeming wegens ‘buitengewone verdiensten’ mogelijk maakte, werd hem niet gegund.

Die uitzondering was naar verluidt vooral voorbehouden aan mensen met de juiste politieke kleur.

De Bruyne, die weigerde een partij te kiezen en weinig steun kreeg van collega’s, viel uit de boot.

Toen de BRT in 1977 besloot te snoeien in het aantal losse medewerkers, zag de sportredactie haar kans om hem opzij te schuiven met argumenten als ‘geen teamspeler’ en ‘zijn Nederlands is te slecht’.

De Bruyne voelde de bui hangen en nam zelf ontslag om een nieuw hoofdstuk te beginnen als ploegleider bij het befaamde Flandria-team.

Die periode werd echter overschaduwd door de ‘affaire met de peer’, waarmee geletruidrager Michel Pollentier de dopingcontrole probeerde te omzeilen.

Het bezorgde De Bruyne een enorme kater. “Alle journalisten verweten Fred dat hij ervan wist. Maar dat was niet zo”, verdedigde zijn vrouw Lydie hem jaren later.

Ontgoocheld verliet hij Flandria, maar hij loodste bij Daf-Trucks nog wel Hennie Kuiper naar de overwinning in de Ronde van Vlaanderen.

In die periode liet hij zich soms bitter uit over het gebrek aan beroepsernst bij de nieuwe generatie.

“Ik was plots een ouwe zak, die niet was meegegroeid met zijn tijd”, stelde hij vast.

Na nog enkele jaren als public-relationsman liet De Bruyne de wielerwereld definitief achter zich.

Hij verhuisde in 1988 met zijn echtgenote naar Seillans, een dorp in de Franse Provence.

Daar wijdde hij zich aan het schrijven van biografieën over wielergrootheden.

Hoewel Fred De Bruyne al in 1994 overleed, is de herinnering aan hem nog springlevend.

Zowel in zijn laatste woonplaats Seillans, waar een plein naar hem is vernoemd, als in zijn geboortestreek Berlare, waar een straat zijn naam draagt.

Een tastbaar bewijs dat de mens en de legende nog lang niet vergeten zijn.

Vandaag, is het exact 35 jaar geleden dat Lynn Wesenbeek, een van Vlaanderens bekendste mediapersoonlijkheden, in het huwelijksbootje stapte met advocaat en voormalig liberaal politicus Geert Versnick.

Samen kregen ze twee dochters, onder wie actrice Lauren Versnick.

Hoewel het koppel in 2001 uit elkaar ging, hebben ze altijd een vriendschappelijke band behouden.

De carrière van Lynn Wesenbeek, geboren in Brasschaat in 1962, werd gelanceerd toen ze in 1987 tot Miss België werd gekroond.

Haar overwinning was de perfecte springplank naar de televisiewereld.

In 1989, bij het opstarten van VTM, werd ze een van de eerste en meest geliefde omroepsters van de zender.

Gedurende 23 jaar was ze een vast gezicht op het scherm en presenteerde ze succesvolle programma’s als “Miss België”, “Royalty” en “De Exclusieve”.

Na haar vertrek bij VTM in 2012 bleef Wesenbeek niet stilzitten.

Ze begon een nieuwe fase als freelance journaliste en moderator en maakte zelfs een opmerkelijke zijstap naar het bedrijfsleven door in 2015 mede de Belgische Federatie voor Robotica op te richten.

In 2018 keerde ze terug naar haar oude liefde, de televisie, als presentatrice van het interviewprogramma “Z-Talk” op Kanaal Z.

In datzelfde jaar schreef ze samen met Kris Colpaert het boek “50 Tinten Wijs”, waarvoor ze tal van bekende leeftijdsgenoten interviewde over het leven na vijftig.

Een volgende verrassende wending kwam er in 2019, toen ze de politieke arena betrad als lijstduwer voor Open Vld bij de Europese verkiezingen.

Ze zette haar televisiewerk op pauze en behaalde een indrukwekkend aantal van ruim 53.000 voorkeurstemmen, wat net niet voldoende was voor een zetel.

Haar politieke engagement kreeg een vervolg toen ze in 2020 door haar partij werd aangesteld als lid van de raad van bestuur van de VRT.

Recentelijk heeft Lynn Wesenbeek een nieuwe, creatieve passie omarmd.

In 2025 richtte ze Studio Saudade op, een project waarmee ze haar zelfgemaakte keramieken hoofden als designobjecten verkoopt, en zo opnieuw een nieuw hoofdstuk aan haar veelzijdige carrière toevoegt.

Gisteren nog vandaag

35 jaar geleden, Johan Op de Beeck over bekend zijn in Vlaanderen.

Als zoon van Ward Op de Beeck, voormalig journalist bij de BRT-nieuwsdienst, was de weg naar de media voor Johan Op de Beeck een logische stap.

Na zijn studies communicatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel startte hij in 1980 zijn carrière als journalist bij de BRT, waar hij uitgroeide tot een bekend gezicht als presentator van Het Journaal.

In 1990 verliet hij de openbare omroep om zijn eigen mediabedrijf op te richten.

Zijn ondernemerschap leidde hem in 1993 naar de functie van eerste hoofdredacteur bij TV Limburg.

Zijn carrière kreeg een internationaal vervolg toen hij vanaf 1996 de redactie van de nieuwszender Euronews in Lyon leidde.

Later was hij ook actief bij het European Journalism Centre in Maastricht.

Zijn expertise in de mediawereld bleek opnieuw in 1999, toen hij meehielp aan de oprichting van Kanaal Z, waar hij in 2002 hoofdredacteur en directeur informatie werd.

Tussen 2003 en 2005 keerde hij terug naar de VRT als netmanager van Canvas en Ketnet. Nadien bekleedde hij de functies van gedelegeerd bestuurder bij Videohouse en secretaris-generaal van RTD, de beroepsvereniging van Belgische kabelmaatschappijen.

Naast zijn managementfuncties bleef Op de Beeck ook creatief actief. Hij maakte tv-documentaires zoals “Masters of the Game”, “Undercover”, “Raveel”, “Atlantik Wall” en “Jodentransport XX”.

Bovendien was hij het gezicht van praat- en debatprogramma’s, waaronder “Eerlijk Gezegd” op TV1 en “Zeven op Z”.

De voorbije jaren heeft hij zich succesvol toegelegd op het schrijven van historische werken. Hij is de auteur van vijf bestsellers over het napoleontische tijdperk, waaronder “Napoleons nachtmerrie” (2012), “Waterloo” (2013) en de tweedelige biografie “Napoleon” (2014).

Ook zijn boek “Het verlies van België” (2015), over het ontstaan van het land, werd een groot succes.

Later volgden nog werken over de vrije meningsuiting (2017) en Lodewijk XIV (2018). Recent verscheen zijn nieuwste boek, getiteld “De aanslag op Napoleon”