Kim Carnes was al beroemd voordat ze beroemd werd.

In 1981 werd de stem van Kim Carnes in Amerika omschreven als een geluid dat tegelijkertijd zoet en schor was, vergelijkbaar met gekarameliseerde suiker.

Ze kon destijds inderdaad zeemzoet overkomen, om dan plots rauw uit te pakken.

Dat was destijds goed te horen op Bette Davis Eyes, haar eerste hit in onze hitlijsten.

Kim Carnes weigerde eerst om het nummer op te nemen, maar gelukkig voor haar en voor ons veranderde ze van mening na het horen van de nieuwe arrangementen die geschreven waren door Bill Cuomo.

Het nummer was destijds geschreven door Jackie DeShannon en Donna Weiss en was oorspronkelijk terug te vinden op het album New Arrangements van Jackie DeShannon uit 1975.

De single kwam op 28 maart 1981 de Billboard Hot 100 binnen en stond vanaf 16 mei 1981 negen weken op de eerste plaats.

In Vlaanderen bereikte de single de vijfde plaats in de hitlijst, terwijl de single in Nederland niet verder kwam dan de zeventiende plaats in de Top 40.

Hiermee bereikte de kleine blonde dame destijds eindelijk wat haar jaren daarvoor al was voorspeld.

Collega-muzikanten en journalisten waren het er toen immers al roerend over eens dat ze in de wieg was gelegd voor de status van superster, en met die felbegeerde eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten had ze dat doel op dat moment ook helemaal waargemaakt.

De eerste grote stap werd ruim een jaar daarvoor gezet met de hit ‘Don’t fall in love with a dreamer’, een duet van Kim met Kenny Rogers.

Dat liedje had ze destijds samen met haar echtgenoot Dave Ellingson geschreven.

Kim kende Kenny Rogers trouwens al lang, aangezien ze ooit samen lid waren van de groep The New Christy Minstrels.

Kenny Rogers was daar toen niet de zanger, maar speelde er gedurende een kleine twee jaar contrabas.

Deze groep had een sterk wisselende bezetting.

Andere bekende oud-leden zijn Barry McGuire, die na zijn vertrek in 1965 een wereldwijde hit scoorde met Eve of Destruction, Jerry Yester, die later bij The Lovin’ Spoonful speelde, Gene Clark, die later deel uitmaakte van The Byrds, en Larry Ramos, die later zanger en lid werd van The Association.

Haar eerste solo-hit in Amerika was geen eigen compositie, maar ‘More Love’ van Smokey Robinson.

Uit dezelfde eerdere elpee Romance Dance kwam destijds ook een eigen versie van ‘Cry like a baby’ van de Box Tops.

Grote namen zoals Barbra Streisand, Anne Murray en Rita Coolidge hadden haar nummers toen al vertolkt.

Barbra Streisand heeft zelfs drie verschillende nummers gezongen die door Kim Carnes zijn geschreven: ‘Love Comes from Unexpected Places’, dat Streisand opnam voor haar succesvolle album ‘Superman’ uit 1977,

‘Stay Away’, dat door Streisand werd gecoverd op haar album ‘Songbird’ uit 1978, en later het nummer ‘Make No Mistake, He’s Mine’, wat een bijzonder geval is, omdat dit nummer in 1984 werd uitgebracht als een duet tussen Barbra Streisand en Kim Carnes en terug te vinden is op Streisands album ‘Emotion’.

Anne Murray coverde ‘You’re a Part of Me’, een nummer dat oorspronkelijk door Kim Carnes werd geschreven en uitgebracht op haar titelloze album uit 1975.

Ook Rita Coolidge coverde datzelfde nummer ‘You’re a Part of Me’.

Daarnaast coverden ook grotere namen zoals Don Williams, Engelbert Humperdinck, Kenny Rogers en Tim McGraw nummers van haar hand.

Zelfs Frank Sinatra had al met haar werk te maken gehad; zij en haar echtgenoot herbewerkten en schreven destijds de tekst voor zijn nummer ‘You Turned My World Around’, een compositie van Bert Kaempfert en Herbert Rehbein die Sinatra in 1974 uitbracht als single en die ook te horen is op zijn album Some Nice Things I’ve Missed.

Kim Carnes heeft in haar carrière naar schatting tussen de 10 en 15 miljoen platen verkocht, waarbij albums en singles zijn meegeteld.

Ze heeft 2 Grammy Awards gewonnen uit haar in totaal 8 persoonlijke nominaties.

Tegenwoordig leidt ze samen met haar man een rustig leven in Nashville. Achter de schermen is ze nog altijd actief als songwriter, en ze brengt af en toe nog nieuw werk of een remix uit.

Zo verscheen haar laatste single “If I Was an Angel” in 2023, en bracht ze dit jaar een nieuwe versie van haar klassieker Bette Davis Eyes uit op Spotify.

Over drie dagen, op 20 juli, viert ze haar verjaardag en mag ze 81 kaarsjes uitblazen

In memoriam Jim Morrison.

Morrison overleed op zevenentwintigjarige leeftijd in Parijs op 3 juli 1971.

Zijn dood is nog steeds met mysterie omweven. Hoewel velen dachten dat een overdosis drugs de oorzaak was, is dit nooit bewezen.

Het is een feit dat Jim niet afkerig stond tegenover verdovende middelen, maar de laatste jaren van zijn leven verving hij deze steeds vaker door de traditionele Amerikaanse opkikker, alcohol.

De waarheid ligt waarschijnlijk in het midden.

Morrison leefde extreem hard en sprong brutaal om met zijn lichaam.

Alcohol, drugs, slaapgebrek en een absoluut gebrek aan zelfmedelijden, gecombineerd met een superintense manier van leven, leidden tot een te vroeg einde.

De officiële doodsoorzaak werd vastgesteld als een hartstilstand, wat een logisch verdict lijkt.

Toch geloven veel overtuigde fans nog steeds dat hij leeft en niet op een Parijse begraafplaats ligt.

Het zou een door hemzelf opgezet spel kunnen zijn, en eigenlijk zou zoiets voor iemand als Morrison niet eens zo verrassend zijn.

Hij was exact het type man om een dergelijke show op te voeren en vervolgens rustig onder te duiken, bijvoorbeeld in Afrika, waar hij poëzie zou kunnen schrijven, de wereld zou kunnen uitlachen en iedereen in de waan zou laten dat hij echt was overleden.

Zijn grote droom was altijd om een vooraanstaand schrijver te worden.

In tegenstelling tot zijn schoolvrienden waren zijn idolen geen beroemde acteurs of rockzangers, maar schrijvers, dichters en journalisten.

Hij noemde Rimbaud, Keats en de Amerikaanse beatschrijver Jack Kerouac altijd als de belangrijkste invloeden uit zijn jeugd.

Hun levensstijl en vagebondstijl spraken hem aan. Hij leefde snel en speelde met het idee van een vroege, tragische en romantische dood, net als zijn helden.

Dat de Amerikaanse pers hem later onder andere de nieuwe James Dean doopte, was dan ook geen toeval.

Zelfs toen hij miljoenen verdiende, bleef hij deze levensstijl trouw.

Hij huurde liever een motel- of hotelkamer voor de nacht dan in een luxueus huis te wonen.

Zijn garderobe bestond meestal enkel uit de kleren die hij op dat moment droeg.

Als het ’s nachts koud was, haalde hij zijn creditcard boven om een jas te kopen, die hij de volgende dag bij warmer weer gewoon aan de eerste de beste vreemdeling weggaf.

Nadat zijn rijbewijs werd ingetrokken wegens het verzamelen van te veel processen, probeerde hij het nooit meer te vernieuwen.

Hij kocht dure, nieuwe auto’s die hij in de prak reed of na een dronken nacht ergens parkeerde en vergat.

Hij ging er zelden naar op zoek en gaf ze ook niet op als gestolen.

Hij stuurde zijn vrouw Pamela de wereld rond om kleren te verzamelen voor een boetiek die hij haar cadeau deed.

Dit kostte hem een fortuin en bracht enkel enorme schulden met zich mee, maar zolang Pamela gelukkig was, kon het hem weinig schelen.

Aan het einde van de jaren zestig waren The Doors een absolute supergroep.

Toetsenist Ray Manzarek, gitarist Robbie Krieger en drummer John Densmore waren uitstekende muzikanten die zorgden voor een perfecte balans met Jims extravagante persoonlijkheid.

Hun muziek was afwisselend melancholisch en dreigend, wat perfect aansloot bij de manier waarop Morrison in zijn teksten en podiumshows zijn sentimenten kon aftasten.

De band kwam samen in Los Angeles, repeteerde een half jaar en bouwde via optredens in de Whisky a Go Go een steeds groter wordende aanhang van bijna maniakale fans op.

Daar werden ze ontdekt door Jac Holzman, directeur van Elektra, en producer Paul Rothschild.

Hun debuutalbum verscheen in de memorabele hippiezomer van 1967.

Mede dankzij de grandioze hit “Light My Fire” stootten ze The Beatles met “Sergeant Pepper” van de eerste plaats in de Amerikaanse albumlijsten.

Vier maanden later stond die plaat nog steeds in de top tien, toen deze gezelschap kreeg van de opvolger Strange Days, eveneens een meesterwerk dat staat als een huis.

The Doors en vooral Morrison groeiden uit tot een mythe.

Hij was de droom van elk meisje dat zichzelf niet als toekomstig huismoedertje zag, een idool voor jongens die precies wilden zijn zoals hij, en een gevaarlijke nachtmerrie voor ouders die hem zagen als de duivel die met alle middelen bestreden moest worden.

Tijdens liveoptredens zorgden The Doors steevast voor sensatie en relletjes, wat uiteindelijk leidde tot zoveel arrestaties en veroordelingen dat Morrison er zelf bijna bang van werd en het toeren beperkte.

Er speelden ook andere redenen mee.

De groep was een monsterorganisatie geworden met contracten en verplichtingen die hem absoluut niet lagen.

Hij wilde eruit, en na het voltooien van het verplichte aantal albums en een afgezwakte tournee, kondigde hij eind 1970 aan dat het tijd was voor een uitgebreide vakantie, iets wat ze verdiend hadden.

Hun zevende album, L.A. Woman, was inmiddels opgenomen en zou, net als de andere platen, met goud bekroond worden, een prestatie die nog geen enkele Amerikaanse groep destijds had behaald.

Morrison liet weten dat hij met Pamela in Parijs ging wonen om te reizen, poëzie te schrijven en wellicht een toneelstuk te maken.

Hij wist het nog niet zeker, maar zocht vooral een manier om te zwerven, ook in geestelijke zin.

Over de toekomst van The Doors zou na zijn terugkeer misschien nog weleens gesproken worden.

Zonder veel spijt verliet hij Los Angeles, in de hoop ergens anders helemaal opnieuw te kunnen beginnen.

Hoewel dokters hem hadden aangeraden het rustiger aan te doen, was Morrison daar simpelweg niet voor geboren.

Ook in Parijs bleef zijn verlangen naar sensaties, ervaringen en experimenten niet te stuiten.

Hij bleef balanceren op de rand van het mes, trouw aan zijn eigen gezongen woorden: “I want the world, and I want it now,” en hij was niet van plan om zich door iemand te laten belemmeren.

Op 3 juli 1971 vond hij rust, maar daarmee verdween de legende allerminst.

De drie overgebleven bandleden maakten nog enkele muzikaal uitstekende albums zonder hem, die echter pijnlijk duidelijk maakten welke enorme leemte hij had achtergelaten.

Ook in de jaren daarna bleef zijn invloed onverminderd groot, wat bleek uit langdurige hitnoteringen voor hun verzamelalbums, de onverbiddelijke bestseller-status van de biografie No One Here Gets Out Alive, en de plannen voor een film over zijn leven.

Op de begraafplaats Père-Lachaise nabij Parijs, de laatste rustplaats van vele grote kunstenaars, worden bovendien nog altijd dagelijks verse bloemen op het graf van James Douglas Morrison aangevoerd.

Wie echter door een verzameling tijdschriften en kranten uit die specifieke periode bladert, zal iets heel opvallends merken.

Het is bevreemdend hoe weinig aandacht hij direct na zijn dood kreeg in de pers.

Dat in de Muziek Expres van augustus 1971 bijvoorbeeld alleen een foto stond met een in memoriam van amper enkele zinnen, vormt een scherp contrast met zijn latere grote status.

Dit heeft een paar duidelijke en praktische oorzaken.

Ten eerste werd het overlijden van Morrison aanvankelijk strikt stilgehouden door zijn intieme kring in Parijs.

Het grote publiek en de pers kregen het nieuws pas dagen later te horen, op 9 juli, toen hij al in besloten kring was begraven op het Parijse kerkhof.

Deze geheimzinnigheid zorgde voor enorm veel onzekerheid en scepsis op de nieuwsredacties.

Omdat Morrison vaker met het idee van een in scène gezette dood had gespeeld, dachten velen in eerste instantie dat het om een zoveelste vreemde grap van de zanger ging en waren journalisten terughoudend om uitgebreide necrologieën te publiceren zonder harde bewijzen.

Bovendien werkten muziektijdschriften en maandbladen in die tijd met zeer lange aanlooptijden voor de drukpersen.

Tegen de tijd dat het nieuws over zijn dood eindelijk met zekerheid werd bevestigd, was de augustus-editie van bladen zoals Muziek Expres al drukklaar en ingepland.

Redacties hadden simpelweg de tijd en ruimte niet meer om de hele lay-out om te gooien voor een uitgebreid artikel, waardoor ze zich noodgedwongen moesten beperken tot een snelle foto en een korte toegevoegde tekst net voor het drukken.

Tot slot was Morrison in de zomer van 1971, na zijn fysieke achteruitgang en zijn vertrek uit Amerika, al enigszins naar de achtergrond van de toenmalige, snel evoluerende popwereld verdwenen.

De echte mythevorming rond zijn persoon, gestuwd door boeken en films die van hem een onsterfelijke held zouden maken, kwam pas eind jaren zeventig en in de jaren tachtig echt wereldwijd op gang.

In de zomer van 1971 was hij voor de toenmalige pers vooral een uitgedoofde rockster, en nog niet de legende die hij naderhand is geworden

Op 9 februari 1970 brachten The Doors hun vijfde studioalbum uit, getiteld Morrison Hotel. Deze plaat markeerde een stevige terugkeer naar hun rauwe, oorspronkelijke bluesrockstijl.

Hun vorige album, The Soft Parade, bevatte veel koperblazers en strijkers en was mede daardoor een stuk minder succesvol bij het grote publiek en de critici.

Met Morrison Hotel wilden ze terug naar de basis. De lp kreeg een opvallende indeling: de A-kant werd Hard Rock Café gedoopt en de B-kant kreeg de naam Morrison Hotel.

Hoewel er slechts één single van de plaat werd uitgebracht, de dubbele A-kant ‘You Make Me Real’ en ‘Roadhouse Blues’, staat het album vol met onvervalste klassiekers zoals ‘Peace Frog’ en ‘Waiting for the Sun’.

Een opvallend detail over het nummer “Waiting for the Sun” is dat het eigenlijk al geschreven was voor hun gelijknamige derde album uit 1968, maar destijds de uiteindelijke selectie net niet haalde.

In de nummers The Spy en Queen of the Highway geeft zanger Jim Morrison een erg persoonlijk inkijkje in zijn complexe en turbulente relatie met zijn vriendin Pamela Courson.

De beroemde albumhoes kent een bijzonder en ietwat brutaal ontstaansverhaal.

De gerenommeerde rockfotograaf Henry Diltz nam de foto van de band in de etalage van het bestaande Morrison Hotel in Los Angeles.

Ze hadden hiervoor echter geen toestemming gekregen van de eigenaar. Toen de receptionist heel even zijn post verliet, stormde de band naar binnen voor een snelle fotosessie en maakten ze zich snel weer uit de voeten.

Op de achterzijde van de hoes prijkt een foto van het Hard Rock Café, toentertijd een bescheiden eettentje in Los Angeles.

Een leuk weetje is dat de oprichters van de wereldwijde restaurantketen Hard Rock Cafe zich lieten inspireren door deze achterkant van de lp voor hun immens populaire naam.

Tijdens de opnames in de studio, onder leiding van hun vaste producer Paul A. Rothchild en technicus Bruce Botnick, kregen The Doors hulp van een aantal bijzondere gastmuzikanten.

Omdat de band zelf geen vaste bassist had, nam sessiemuzikant Ray Neapolitan de meeste baspartijen op Morrison Hotel voor zijn rekening.

Voor het stevige ‘Roadhouse Blues’ en ‘Maggie M’Gill’ werd echter gitaarlegende Lonnie Mack opgetrommeld om de basgitaar te bespelen.

Een andere opvallende gast op Roadhouse Blues was John Sebastian, de frontman van The Lovin’ Spoonful.

Omdat hij vanwege contractuele redenen eigenlijk niet mocht meewerken aan een album van een andere platenmaatschappij, speelde hij de mondharmonica in onder het pseudoniem G. Puglese.

Mede door deze ongedwongen, spontane samenwerkingen wordt dit album gezien als een van de meest authentieke platen uit de geschiedenis van de band.

De Parijse vlucht en zijn mysterieuze dood

Jim Morrison werd geboren als de zoon van George Stephen Morrison, een admiraal die als vlootcommandant betrokken was bij het Tonkin-incident in 1964, wat de aanleiding vormde voor de Amerikaanse deelname aan de Vietnamoorlog.

In plaats van een militaire carrière na te streven, ging Morrison naar de filmacademie in Los Angeles, Californië.

Daar leerde hij Ray Manzarek kennen, met wie hij The Doors oprichtte. Deze bandnaam was ontleend aan ‘The Doors of Perception’, de titel van een boek van Aldous Huxley.

Huxley had deze frase op zijn beurt weer ontleend aan een gedicht van William Blake, die schreef: “If the doors of perception were cleansed every thing would appear to man as it is, infinite”.

Voor veel jongeren in die dagen was Morrison een onmetelijk groot idool. Hij leefde zeer intens en gebruikte vele soorten verslavende genotsmiddelen, waarbij met name zijn enorme drankgebruik exemplarisch was.

Ondanks deze roerige levensstijl was hij diep gefascineerd door literatuur.

Hij las enorm veel en schreef fanatiek poëzie.

Zijn teksten waren vaak zeer filosofisch en dichterlijk van aard, en zijn muziek toont duidelijke invloeden van jazz en blues.

Van hem is in de loop der tijd ook een aantal dichtbundels uitgegeven, zoals ‘The Lords & The New Creatures’, ‘Wilderness’ en ‘The American Night’.

Hoewel de muziek van Jim Morrison wereldwijd en ook in ons taalgebied mateloos populair is gebleven, zijn zijn gedichtenbundels helaas nooit officieel in het Nederlands vertaald uitgegeven.

Wie de diepere, literaire ziel van de zanger wil doorgronden, is daardoor aangewezen op de Engelstalige edities die nog steeds volop te vinden zijn, al circuleren er onder bewonderaars weleens losse, zelfgemaakte vertalingen van individuele gedichten.

In de laatste periode van zijn leven verruilde Jim Morrison de overweldigende roem in Amerika voor een rustiger bestaan in Parijs.

Onder zijn doopnaam James Douglas leefde hij daar tamelijk anoniem, wat hem bijzonder goed beviel.

Hoewel hij de Franse taal niet machtig was, dompelde hij zich onder in de lokale cultuur; hij bezocht veel theatervoorstellingen en was vaak te vinden op de filmsets van diverse beroemde Franse regisseurs.

Over zijn productiviteit in deze periode lopen de meningen uiteen.

Waar sommigen beweren dat hij juist in Parijs veel schreef, menen anderen dat hij zwaar te lijden had van een schrijversblok.

Hoewel de officiële overlijdensakte een hartaanval als doodsoorzaak vermeldt, nadat hij liggend in een badkuip zou zijn aangetroffen, wordt algemeen aangenomen dat een overdosis drugs hem fataal is geworden.

Door deze voortijdige dood trad hij toe tot de beruchte 27 Club, samen met muzikanten als Janis Joplin, Jimi Hendrix en Brian Jones. Later zijn ook de namen van Kurt Cobain en Amy Winehouse door velen aan deze ledenlijst toegevoegd, omdat zij toevalligerwijs eveneens op 27-jarige leeftijd stierven.

Tijdens de bescheiden begrafenis van Jim Morrison las zijn partner Pamela Courson de laatste paragraaf voor uit Celebration of the Lizard, iets wat hij volgens de laatste biografie zelf had gewild.

Hoewel zij nooit getrouwd waren, had hij in zijn testament zijn volledige erfenis, inclusief de uiterst lucratieve muziekrechten, aan Pamela nagelaten.

Deze situatie kreeg echter een tragische wending toen zij in 1974 eveneens aan een overdosis overleed, zonder zelf een testament te hebben opgemaakt.

Haar bezittingen vielen automatisch toe aan haar ouders, wat leidde tot een bittere juridische strijd met de ouders van Jim Morrison, met wie de zanger altijd een zeer moeizame relatie had onderhouden.

Na een lang en slepend conflict schikten de twee families uiteindelijk door de nalatenschap en alle toekomstige inkomsten exact in tweeën te delen.

Zijn laatste rustplaats vond hij op de beroemde begraafplaats Père-Lachaise, een plek die tot op de dag van vandaag enorm veel bezoekers trekt.

Op zijn graf prijkt de Griekse tekst κατα τον δαιμονα εαυτου, oftewel kata ton daimona eautou.

In het Oudgrieks laat de strekking hiervan zich vertalen als trouw aan zijn ziel, terwijl de Nieuwgriekse vertaling neerkomt op je eigen demon volgen.

Volgens de Thelema wordt hierbij met een demon een externe geest of spirituele gids bedoeld, in tegenstelling tot het woord spirit dat duidt op een interne geest.

Het graf heeft in de loop der jaren de nodige visuele veranderingen ondergaan. Precies tien jaar na zijn dood, in 1981, creëerde de Kroatische kunstenaar Mladen Mikulin als herdenking een borstbeeld van Morrison dat op het graf werd geplaatst.

Dit kunstwerk werd in 1988 gestolen, waarna de familie aangaf geen nieuw beeld te willen.

Ruim dertig jaar later, in mei 2025, werd het gestolen borstbeeld echter per toeval teruggevonden in Parijs tijdens een huiszoeking in verband met een fraudezaak.

De erfenis van Jim Morrison is na al die decennia nog steeds springlevend.

Hij was een groot idool voor velen en wordt nog altijd enorm bewonderd; dagelijks luisteren tienduizenden mensen naar zijn muziek.

Daarnaast vormt zijn leven een onuitputtelijke bron van inspiratie voor schrijvers.

Er zijn talloze boeken over hem verschenen, waaronder de in 2004 uitgebrachte biografie Jim Morrison door Stephen Davis en de biografische grafische roman Dichter van de chaos uit 2012.

Ook ‘No One Here Gets Out Alive’ van Jerry Hopkins en Danny Sugerman is een zeer gewaardeerde biografie, die doorspekt is met persoonlijke ervaringen en waarvan wereldwijd meer dan twee miljoen exemplaren werden verkocht.

Bovendien boekstaafden al zijn voormalige bandleden hun herinneringen: toetsenist Ray Manzarek schreef ‘Light My Fire’, gitarist Robby Krieger bracht ‘Set the Night on Fire’ uit en drummer John Densmore publiceerde de autobiografie ‘Riders On The Storm’.

Delen uit het boek van Densmore werden door regisseur Oliver Stone gebruikt voor het scenario van The Doors, de succesvolle film uit 1991.

Daarin zette Val Kilmer een uiterst overtuigende Morrison neer met een wonderwel gelijkend stemgeluid, vergezeld door Meg Ryan in de rol van Pamela Courson.

Ook in modernere media blijft zijn verhaal verteld worden, zoals in de film ‘When You’re Strange’ uit 2010 van Tom Dicillo, die is voorzien van gesproken commentaar door fan en acteur Johnny Depp.

Zelfs in de Nederlandse popcultuur liet de zanger zijn sporen na; zo was hij het onderwerp in een aflevering van de satireserie Jiskefet, waarin onder meer zijn befaamde graf op Père-Lachaise in beeld werd gebracht.

Boudewijn de Groot viert vandaag zijn 82ste verjaardag.

Een mooi moment om stil te staan bij zijn klassieker Verdronken vlinder.

Het nummer verscheen begin 1967 in eerste instantie als de B-kant van de single ‘Onder ons’, de opvolger van zijn grote hit ‘Het Land van Maas en Waal’.

Twee jaar later, in 1969, kreeg het lied alsnog een hoofdrol toen het werd uitgebracht als A-kant, met ‘Beneden alle peil’ als achterkant.

Beide nummers zijn geschreven door Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh, met een arrangement van Bert Paige.

In Verdronken vlinder verlangt de schrijver naar het vrije leven van een vlinder.

Gaandeweg beseft hij echter dat ook dat bestaan een schaduwzijde heeft, zoals een tragisch einde op een plas water.

Uiteindelijk kiest hij er dan ook voor om gewoon mens te zijn, met de troostende gedachte dat hij geen vlinder hoeft te wezen om echt te leven.

De andere kant van de single, ‘Beneden alle peil’, bezingt een onbeantwoorde liefde.

De zanger vindt de vrouw in kwestie geweldig, maar omdat zij alleen oog heeft voor zichzelf, vindt hij haar gedrag beneden alle peil.

Het nummer Verdronken vlinder bleek door de jaren heen een grote inspiratiebron voor andere artiesten.

In 1993 scoorden Erik Van Neygen en Sanne er een grote hit mee in Vlaanderen.

Daarnaast werd het lied in de loop der tijd ook succesvol gecoverd door uiteenlopende namen als Mama’s Jasje, Josee Koning, de cast van LikeMe en zelfs de indierockband Bettie Serveert.

Reclame voor het album Het Beste van Boudewijn de Groot (juli 1977)

Gisteren nog vandaag

De comeback van Boudewijn De Groot (Joepie 13 november 1973).

Het bekende nummer Testament is gecomponeerd door Boudewijn de Groot, terwijl Bert Paige tekende voor de arrangementen en Tony Vos de productie voor zijn rekening nam.

De tekst is grotendeels geschreven door Lennaert Nijgh, die in het lied via een fictief testament terugblikt op zijn jeugdjaren.

In deze nalatenschap deelt hij milde snerpen uit aan zijn familie, die hij beticht van valse getuigenissen, aan stelende vrienden en aan een bedrieglijke ex-vriendin.

Toch is het nummer niet louter bitter; Nijgh koestert tegelijkertijd de mooie herinneringen en reflecteert op verloren idealen.

Omdat Boudewijn de Groot een specifiek deel van de oorspronkelijke tekst niet goed bij zichzelf vond passen, nam hij zelf de pen ter hand voor het couplet dat begint met de regel over het fotoalbum van zijn ouders.

Testament verscheen op het succesvolle album Voor de overlevenden en deed daarnaast dienst als de B-kant van de hitsingle Het Land van Maas en Waal.

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot in de Muziek Expres van december 1979

Gisteren nog vandaag

Na een stilte van vijf jaar maakte Boudewijn de Groot in 1973 zijn comeback met het album Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser.

De titel van de plaat is ontleend aan het bekende nummer Jimmy, dat hij vernoemde naar zijn zoon Jim. Vader en zoon schitteren samen op de albumhoes.

Naast Jimmy bevat het album nummers zoals Terug van weggeweest, Wat geweest is, is geweest, Onderweg, Het Spaarne, Kindermeidslied (Nurse’s Song), Tante Julia, Ik zal je iets vertellen, Parijs, Berlijn, Madrid, De kleine schoorsteenveger en De reiziger.

Voor de teksten werkte De Groot opnieuw samen met Lennaert Nijgh en met zijn toenmalige zwager Ruud Engelander.

Bovendien zijn twee nummers vertalingen van gedichten van William Blake.

Muzikaal kreeg hij ondersteuning van sologitarist Eelco Gelling, met wie hij al eerder samenwerkte op Nacht en ontij, en violiste Vera Beths, die een gastbijdrage leverde op het nummer’ ‘De reiziger’.

Bang dat het publiek hem in de tussentijd was vergeten, was De Groot niet.

Tijdens zijn afwezigheid deden zijn verzamelalbums het namelijk buitengewoon goed. Vooral de dubbel-lp Vijf Jaar Hits was een groot succes, snel gevolgd door een eveneens goed verkopend tweede deel.

Dit bewees dat zijn populariteit en bekendheid alleen maar waren gegroeid, waardoor het grote succes van Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser niet als een complete verrassing kwam.

Het album werd een enorme hit, bereikte de eerste plaats in de albumlijst en hield het daar twintig weken vol.

Dit leverde De Groot een gouden en een platina plaat op, evenals zijn derde Edison.

Het succes kreeg begin 1974 nog een vrolijk staartje toen er een carnavalsversie van het nummer Tante Julia op single verscheen, opgenomen als duet met Nico Haak.

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden, Yoko Ono, bedankt de wereld

Hoewel de brief op 11 januari 1981 in grote internationale kranten zoals de Sunday Times en de New York Times verscheen, duurde het in de pre-digitale periode vaak weken of zelfs maanden voordat dergelijke persoonlijke documenten volledig vertaald de Europese tijdschriften bereikten.

In die tijd waren muziekmagazines zoals Muziek Expres de belangrijkste bron voor fans in Vlaanderen en Nederland om diepgang te vinden bij het wereldnieuws.

De vertraging tot maart 1981 zorgde ervoor dat de boodschap van Yoko Ono hier pas echt landde op het moment dat de eerste schok van de aanslag in december langzaam plaatsmaakte voor een periode van verwerking en nagedachtenis.

In de brief bedankt Yoko Ono iedereen voor de brieven, telegrammen en gedachten die van overal ter wereld zijn gekomen.

Het was een grote troost, want zij en John geloofden in een vriendschap die verder gaat dan ras, kleur of geloof.

De berichten kwamen werkelijk overal vandaan, zelfs uit gevangenissen, en dat was hartverwarmend.

Ook bedankt ze voor de donaties aan de Spirit Foundation, waar inmiddels al 100.000 dollar was opgehaald.

Omdat zij en John de stichting altijd zelf beheerden en alle kosten uit eigen zak betaalden, beloofde ze dat al het geld rechtstreeks naar mensen zou gaan die het hard nodig hebben.

De stichting zou niet meewerken aan commerciële activiteiten of merchandising.

Yoko begrijpt de bezorgdheid over mensen die geld proberen te verdienen aan de naam van John, maar ze vraagt mensen om zich niet schuldig te voelen als ze op kleine schaal iets ondernemen ter nagedachtenis aan hem.

John had een groot gevoel voor humor en zou volgens haar zeggen: whatever gets you through your life.

Hij had liever dat mensen positief over hem dachten en iets goeds deden met dat geld voor hun kinderen of geliefden, dan dat ze zouden verdrinken in schuldgevoelens.

Wat overblijft, mocht gegeven worden aan wie het nodig heeft. Alleen van grote ondernemingen die hem wilden exploiteren, vroeg ze om contact met haar op te nemen.

Ze deelt in de brief haar boosheid over zijn dood en haar spijt dat ze hem niet kon beschermen.

De enige echte wraak die we volgens haar kunnen nemen, is de wereld veranderen in een plek van liefde en vertrouwen, precies zoals John dat voor ogen had.

We moeten laten zien dat we een wereld van vrede kunnen scheppen voor onze kinderen.

Ze schrijft dat geweld in het hart huist en niet in wapens, en dat we allemaal verantwoordelijk zijn voor de wereld die we toestaan.

Toen John viel, voelde het als een oorlog waarin de vijand onzichtbaar was. Yoko wilde daarna alles weten en zien, elke brief en elk bericht.

Ze zag ook de foto van zijn overlijden, waarop hij er vredig uitzag, maar ze vond de foto waarop hij een handtekening zette voor de man die hem later zou verraden veel moeilijker om te zien.

John had haast die middag en hoefde die handtekening niet te zetten, maar hij deed het toch.

Toen ze die foto later goed bekeek, zag ze hoe hij voorovergebogen stond te schrijven.

Het was een vreemde houding, en ze realiseerde zich dat hij op dat moment tekende bij de poort van de hemel.

John en Yoko voelden zich één geest in twee lichamen.

De laatste vijf jaar werkte zij beneden in het kantoor en hij boven in hun appartement.

Ze schrijft dat ze op dat moment nog steeds beneden was, terwijl hij in het hemelse boven verbleef.

Deze advertentie werd geplaatst in plaats van het geven van interviews of persoonlijke optredens, waar op dat moment veel vraag naar was.

Ze vroeg om tijd voor zichzelf en eindigde met de iconische woorden: Remember, there’s nothing you can do that can’t be done. Imagine. Love, Jan. 11, ’81 New York City (Muziek Expres maart 1981).

Muziek Expres maart 1981 en 1986

Muziek Expres was tussen 1956 en 1989 een toonaangevend Nederlands muziektijdschrift dat de opkomende tienercultuur perfect aanvoelde.

Het blad was een creatie van uitgever en impresario Paul Acket, die niet alleen deze populaire gids voor de jeugd bedacht, maar ook wereldsterren zoals The Rolling Stones en Miles Davis naar Nederland haalde.

In de jaren zestig groeide het tijdschrift uit tot het belangrijkste medium voor jongeren, vol posters, hitlijsten en exclusieve reportages over internationale popidolen.

Het succes was zelfs zo groot dat er een Duitstalige editie op de markt kwam.

Gedurende de jaren breidde Acket zijn invloed uit door andere bladen zoals Tuney Tunes over te nemen, maar in 1974 besloot hij Muziek Expres en het tijdschrift Popfoto te verkopen aan het concern VNU.

Met de miljoenen die deze verkoop opleverde, financierde hij zijn grote droom: het North Sea Jazz Festival.

De eerste editie hiervan vond in 1976 plaats in Den Haag.

Hoewel Muziek Expres na de overname nog vijftien jaar bleef bestaan, liep de oplage langzaam terug tot het blad in 1989 definitief van de markt verdween.

Paul Acket overleed in 1992 op 69-jarige leeftijd in Den Haag.

Tot kort voor zijn dood bleef hij nauw betrokken bij het jazzfestival dat hij zelf had opgezet.

Met zijn overlijden kwam er een einde aan een tijdperk voor de Nederlandse muziekwereld, waarin hij als visionair een onuitwisbare stempel had gedrukt op de nationale pop- en jazzcultuur.

45 jaar geleden, zelfs Madonna is niet volmaakt

Madonna’s eerste 4 albums werden door Sire als dochteronderneming van Warner Bros uitgebracht.

‘Erotica’ is in 1992 de eerste plaat op haar eigen nieuwe Maverick-label.

In de herfst van 1985 staat de “Queen of Pop” hoog in de hitlijsten met ‘Dress You Up, de 5de en laatste single uit de lp ‘Like A Virgin’.

Het nummer werd als laatste toegevoegd aan de plaat.

De tekst is geschreven door Andrea LaRusso en Peggy Stanziale.

Producer Nile Rodgers zag het aanvankelijk niet zitten om er (in de korte resterende tijd) muziek op te zetten, maar Madge drong erop aan.

‘Dress You Up’ werd Madonna’s 6de opeenvolgende top 5-hit in de VS. In zowel de Billboard Hot 100, de Britse top 40, Ultratop als de Nederlandse Single Top 100 stond ze ermee op n°5.

Madonna werkt al een tijdje aan de verfilming van het boek The Impossible Lives Of Greta Wells van Andrew Sean Green. De film, die als titel Loved meekreeg, zal ze ook zelf regisseren.

Daarnaast staat ook Taking Flight, een biopic over balletdanser Michael DePrince, in de steigers.

‘Het laatste album van Madonna stamt uit 2019, het door critici als ‘eclectisch’ bestempelde Madam X.

In Vlaanderen en Nederland leverde het album geen hits op, maar met de leadsingle ‘Medellín’ verzorgde ze een spectaculair optreden samen met een aantal hologrammen van zichzelf en de Colombiaanse zanger/rapper Maluma tijdens de Billboard Music Awards.

In Amerika bereikte de singles ‘Medellin’, ‘Crave’ en ‘I Don’t Search I Find’ wel allemaal de eerste plaats in de in de Billboard Dance Chart.

Hiermee komt haar totaal van n°1-singles (in diverse Billboard-charts) op een record van 50 stuks.

Madonna werd zo ook de enige artiest(e) die in opeenvolgende 5 decennia op nummer 1 stond.

Dit jaar bracht ze het album Veronica Electronica uit, een remixalbum en uitgebracht op 25 juli 2025.

45 jaar geleden, Hazel O’Connor, eigenlijk ben ik een heel romantisch meisje.

Afkomstig uit een arm gezin, groeide Hazel O’Connor op als de dochter van een Ierse schipper die naar Engeland verhuisde voor werk in een autofabriek.

Avontuurlijk als ze was, verliet ze op zestienjarige leeftijd het ouderlijk huis om de wereld te verkennen.

Haar reizen brachten haar naar Nederland, Frankrijk, Japan en Afrika, voordat ze uiteindelijk weer in Engeland belandde.

Terug in Engeland zocht Hazel haar weg via de kunstacademie. Haar unieke uitstraling bleef niet onopgemerkt en al snel werd ze gevraagd voor een filmrol.

Ze kreeg meteen de hoofdrol van Kate in de film ‘Breaking Glass’, een eenvoudig verhaal over een meisje met de droom om rockster te worden.

De film werd, net als de soundtrack die volledig door Hazel zelf was geschreven, een doorslaand succes.

De grootste hit van het album was zonder twijfel ‘Will You?’. Zowel tekstueel als muzikaal was het nummer een voltreffer.

Hazel neemt de luisteraar mee naar haar kamer waar een voelbare spanning hangt; ze drinkt haar thee, hij zijn koffie, beiden onzeker over wat komen gaat.

Naast de prachtige zang van Hazel eist saxofonist Wesley McGoogan een glansrol op.

Zijn melancholische saxsolo wordt met evenveel gevoel gespeeld en is onlosmakelijk met het nummer verbonden.

Het is een prachtig, herkenbaar en invoelend lied dat je bijna doet verlangen zelf de saxofoon ter hand te nemen.

Na een rustigere periode pakte O’Connor in 1998 de draad van haar muziekcarrière weer op met ‘5 In The Morning’, haar eerste volwaardige studioalbum sinds 1984.

Dit album bracht een onverwachte hit voort toen het nummer ‘Na na na’ werd opgepikt door Britse radiostations.

In 2005 volgde het album ‘Hidden Heart’, met daarop enkele duetten, onder andere met de Ierse folkzangeres Moya Brennan.

De samenwerking met Brennan beviel goed, want ook op het album ‘See You Again’ uit 2017 was zij van de partij.

Tussendoor werd in 2008 haar album ‘Smile’ uit 1984 opnieuw uitgebracht.

Tegenwoordig heeft Hazel O’Connor Groot-Brittannië achter zich gelaten en verdeelt ze haar tijd tussen haar woningen in Ierland en Frankrijk.

Kate Bush, als ik het boek Wuthering Heights niet gelezen had, was het misschien nooit zover gekomen.

Op 17 februari 1978 verscheen het debuutalbum van Kate Bush, getiteld “The Kick Inside”.

De totstandkoming van dit album werd mede mogelijk gemaakt door David Gilmour van Pink Floyd, die na het horen van haar demo’s ervoor zorgde dat ze de aandacht kreeg van de platenmaatschappij.

Met vijf singles, waaronder de iconische hits “Wuthering Heights” en “The Man with the Child in His Eyes”, leverde de unieke Kate Bush een album af dat direct insloeg.

Een van de bijzonderste nummers op de plaat is “Moving”, een eerbetoon aan haar dansleraar Lindsay Kemp.

Kenmerkend zijn de walvisgeluiden aan het begin en de tekst die haar gevoel tijdens het dansen beschrijft: “Moving stranger, does it really matter / As long as you’re not afraid to feel?”.

“The Kick Inside” was een groot commercieel succes en behaalde de eerste plaats in de Nederlandse hitlijsten en een tweede plaats in Vlaanderen.

Opmerkelijk is dat er wereldwijd zes verschillende versies van de albumhoes zijn uitgebracht.