Vijfenveertig jaar geleden scoorde de Belgische discogroep Bisquit een hit met het nummer Roller Boogie.

De formatie uit de regio Brussel bestond oorspronkelijk uit de vier leden Sue, Martine, Pascale en Viviane.

Voordat ze de muziekwereld veroverden, werkten de dames al vijf jaar samen als dansgroep en stonden ze op het podium als achtergronddanseres bij bekende artiesten zoals Will Tura en Lee Towers.

Hun muzikale doorbraak kwam er dankzij een samenwerking met Raymond Felix, die eerder al succes boekte met Jack Jersey.

Het absolute hoogtepunt van Bisquit was de single Roller Boogie, geschreven door het duo Ronny Sigo en Raymond Felix.

Die laatste nam ook de volledige productie van het nummer voor zijn rekening.

De aanpak werkte, want de single deed het commercieel goed en klom tot de achttiende plaats in de BRT Top 30.

Hoewel de hitparade in Nederland buiten bereik bleef, werd het nummer ook in Duitsland een bescheiden succes met een achtenvijftigste plaats als hoogste notering.

De groep viel niet alleen op door de muziek, maar ook door een opvallende futuristische stijl.

De leden traden op in paarse pakken en droegen zilveren discohelmen die volledig met spiegeltjes waren bedekt.

Dit mysterieuze imago was een bewuste strategie om de nieuwsgierigheid van het publiek te prikkelen en boven de massa uit te steken.

Wel zat er een opmerkelijk verschil tussen de werkelijkheid en het imago: hoewel de formatie achter de schermen uit vier vrouwen bestond, werd de groep op de singlehoes gepresenteerd als een trio van twee vrouwen en een man.

Hoewel de spiegelhelmen hun handelsmerk werden, keken de groepsleden al vooruit naar andere vermommingen om hun visuele presentatie vernieuwend te houden.

De kern van hun succes bleef de ijzersterke combinatie van professionele danschoreografieën en aanstekelijke discomuziek, een formule die destijds zowel op de televisie als in de discotheken volop in de smaak viel.

45 jaar geleden, zo ziet Bisquit er nu uit

80 jaar geleden, reclame voor de winkel La Voix de son maître

De winkel van La Voix de son maître, vaak beter bekend onder de Engelstalige naam His Master’s Voice of HMV, bevond zich destijds op huisnummer veertien in de Koningsgalerij in Brussel.

Het merk zelf vond zijn oorsprong eind negentiende eeuw, toen de Amerikaan William Barry Owen in Londen The Gramophone Company oprichtte en in 1899 een befaamd schilderij van de Britse schilder Francis Barraud kocht.

Dat schilderij, waarop het hondje Nipper in de hoorn van een fonograaf kijkt, werd in 1909 het officiële logo voor de platenlabels van het bedrijf.

In 1921 opende de allereerste eigen HMV-winkel in de Londense Oxford Street, waarna al snel internationale filialen volgden.

Het Britse moederbedrijf gebruikte in Franstalige gebieden steevast de vertaling La Voix de son maître om de lokale markt beter aan te spreken.

Uit oude Brusselse tijdschriften en archieven blijkt dat het filiaal in de Galerie du Roi al in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw een grote aantrekkingskracht uitoefende op muziekliefhebbers en verzamelaars van geluidsdragers.

In de chique setting van de galerij verkocht de winkel niet alleen de allernieuwste 78-toerenplaten van hun eigen label, maar ook van concurrenten zoals Columbia, Polydor en Brunswick.

Daarnaast was het een belangrijke verdeler van de destijds zeer moderne grammofoons en radiotoestellen.

De zaak pakte regelmatig uit met advertenties waarin ze gratis thuisdemonstraties aanboden, zodat klanten in hun eigen luisteromgeving overtuigd konden raken van de geluidskwaliteit.

Naast deze prestigieuze winkel in de Koningsgalerij had het merk in diezelfde periode overigens nog een tweede Brussels filiaal aan de Maurice Lemonnierlaan.

Het specifieke pand in de Koningsgalerij heeft na het vertrek van La Voix de son maître nog lang een muzikale bestemming behouden.

Vele jaren later, tijdens de hoogtijdagen van de elpee en de cd, was op exact hetzelfde adres de platenzaak Music Way gevestigd.

Toevallig is de naam HMV sinds april van dit jaar na lange afwezigheid weer terug in het Brusselse straatbeeld, ditmaal met een ruime nieuwe vestiging in het winkelcentrum City2.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 90 jaar geleden, op 22 maart 1936, vond in Brussel een grote betoging plaats die werd georganiseerd door het Verbond der Vlaamse Oud-strijders, kortweg de VOS.

Deze gebeurtenis stond te boek als een van de grootste machtsontplooingen van de Vlaamse beweging tijdens het interbellum en markeerde een belangrijk kantelpunt.

De vereniging was jaren eerder geboren in het slijk van de IJzer, midden in het onbeschrijfelijke leed dat de soldaten destijds als mens en als Vlaming ondergingen.

Het plan voor de organisatie werd destijds ontworpen door figuren als prof. dr. Frans Daels en dr. Jozef Verduyn, die de belangen van de veteranen wilden verdedigen en hun antimilitaristische idealen vorm wilden geven.

Ten tijde van deze grote betoging stond de organisatie onder de dagelijkse leiding van een vastberaden bestuur, met Germain Lefever als algemeen voorzitter, Willem Maris en Joris De Keyser als ondervoorzitters, en Karel De Feyter als algemeen secretaris.

Onder hun impuls trokken tienduizenden deelnemers naar de hoofdstad met een duidelijke agenda.

Enerzijds streden zij voor financiële verbeteringen, aangezien velen achttien jaar na de oorlog nog steeds in armoede leefden.

De VOS had in die periode al aanzienlijke bedragen aan invaliditeitspensioenen en frontstrepenuitkeringen weten te bemachtigen voor haar leden, maar de nood bleef hoog.

Anderzijds was de manifestatie diep politiek gekleurd.

De sfeer was grimmig door de heersende economische crisis en de betoging leidde tot een definitieve breuk met de officiële Belgische oud-strijdersbonden.

Een van de meest opvallende kenmerken van de actie was de leuze ‘Los van Frankrijk’, die op de affiches prijkte.

Deze slogan kwam voort uit de vrees dat België door het militair akkoord van 1920 opnieuw in een vernietigende oorlog zou worden meegesleurd als vazalstaat van de Fransen.

De betogers eisten de opzegging van dit akkoord en pleitten voor een zelfstandige politiek van vrijwillige neutraliteit.

Men verzette zich fel tegen de verlenging van de diensttijd en de verzwaarde militaire lasten.

Deze roep om een eigen koers bleek effectief, want later dat jaar kondigde koning Leopold III inderdaad een nieuwe onafhankelijkheidspolitiek aan waarbij de militaire banden met Frankrijk formeel werden doorgeknipt.

Gisteren nog vandaag

90 jaar geleden, de verbazende bloei van de gemeente Anderlecht

Aan het einde van de negentiende eeuw kampte Brussel met zijn gemeentelijk slachthuis.

De verouderde installaties veroorzaakten ernstige hygiënische problemen en de lozing van afval in de Zenne vervuilde de rivier.

Daarom werd in 1887 besloten om het gebouw te vervangen.

De oplossing kwam een jaar later, in 1888, toen de gemeente Anderlecht een concessie verleende voor de bouw en uitbating van een nieuw slachthuis met een veemarkt. Hiervoor werd de vennootschap “Abattoirs et Marchés d’Anderlecht-Cureghem” opgericht, waarin naast banken ook industriëlen en handelaars investeerden.

Architect Emile Thiron kreeg de opdracht en liet zich voor zijn ontwerp inspireren door de beroemde “Grande Halle de la Villette” in Parijs.

Op een drassig terrein van zo’n twintig hectare, dat eerst opgehoogd moest worden, verrees een indrukwekkende overdekte markthal van 100 bij 100 meter.

De constructie is een parel van industriële architectuur, met een gebogen staalstructuur die rust op gietijzeren pilaren.

Zelfs vandaag nog wordt de hal overeind gehouden door 218 ton gietijzer en 640 ton ijzer.

De monumentale hoofdingang, ontworpen door architect Henri Rieck, werd in 1901-1902 toegevoegd en wordt gesierd door twee iconische bronzen stieren van de hand van Isidore Bonheur.

In 1920 nam de gemeente Anderlecht de leiding over.

Na een periode van economische moeilijkheden werd het domein in 1980 verkocht aan een coöperatieve vereniging van handelaars en slachters die de renovatie op zich namen.

Hieruit ontstond in 1983 de vennootschap die we vandaag kennen als Abattoir.

Vandaag is de site veel meer dan enkel een slachthuis. De historische hal is een levendige overdekte markt voor voeding en een populaire rommelmarkt.

Op het terrein bevinden zich ook de Kelders van Kuregem, die sinds een renovatie in 1992 dienstdoen als evenementenlocatie voor beurzen en tentoonstellingen.

Daarnaast herbergt het domein ook een ijskelder en een paddenstoelenkwekerij.

De oorspronkelijke functie van de site loopt echter op zijn einde.

De slachtlijn, die vandaag vooral voor rituele slachtingen wordt gebruikt, zal na het aflopen van de milieuvergunning in 2028 definitief sluiten.

Hiermee komt een einde aan een belangrijk tijdperk voor het slachthuis van Anderlecht.

Vandaag, 115 jaar geleden brand op de wereldtentoonstelling in Brussel (Postkaarten uit mijn eigen verzameling)

De expo wordt echter vaak herinnerd voor de dramatische brand die in de nacht van 14 op 15 augustus uitbrak.

Een groot deel van de tentoonstelling ging in vlammen op, waaronder delen van de Belgische en Franse paviljoenen en de volledige Britse sectie.

Paradoxaal genoeg zorgde de spectaculaire brand voor een toevloed aan ramptoeristen, wat de bezoekersaantallen verder de hoogte in joeg.

90 jaar geleden, te gast in de gemeente Zaventem

De gemeente Zaventem, gelegen in de Brusselse Rand, bestaat naast de kern van Zaventem zelf uit de deelgemeenten Nossegem, Sint-Stevens-Woluwe en Sterrebeek.

De gemeente heeft een opmerkelijke groei doorgemaakt: waar er in 1935 nog ongeveer 1100 mensen woonden, was dat aantal net voor de fusie al opgelopen tot bijna 11.000.

Vandaag telt de volledige fusiegemeente iets meer dan 37.000 inwoners.

Een van de voornaamste bezienswaardigheden is de Sint-Martinuskerk, die dateert uit 1567 en sinds 1938 een beschermd monument is.

Het gebouw was oorspronkelijk een typische romaanse basiliek, maar werd in de zestiende eeuw omgebouwd tot een gotische kerk en in de negentiende eeuw verder vergroot. Binnen hangt een meesterwerk van de schilder Antoon van Dyck, geschonken in 1621, waarop Sint-Martinus zijn mantel deelt met een bedelaar.

Volgens de overlevering kwam Van Dyck het doek zelf ophangen en raakte hij daarbij gecharmeerd van de dochter van de lokale drossaard, die zijn huwelijksaanzoek echter afwees.

Naast de kerk kent Zaventem nog andere markante gebouwen, zoals het Heemkundig Museum “De Veste”, het Kasteel Mariadal, het Kasteel Ter Brugge, de Stockmansmolen en de Begraafplaats van Zaventem.

De gemeente heeft door de jaren heen ook een aantal bekende persoonlijkheden gehuisvest.

Hiertoe behoren historische figuren als Henricus Gabriel van Gameren, bisschop van Antwerpen, en Jean-Marie Derscheid, een bioloog en verzetsstrijder naar wie een park in zijn geboorteplaats Sterrebeek is vernoemd.

In de wereld van de showbizz woonden Sandra Kim, de enige Belgische winnares van het Eurovisiesongfestival, en zanger Udo Mechels in Nossegem.

Sportjournalist Mark Vanlombeek woonde tot zijn overlijden in Sterrebeek, en ook atlete Svetlana Bolshakova had Zaventem een tijd als haar thuisbasis.

Verder hebben politici als Eric Van Rompuy en Francis Vermeiren een sterke band met de gemeente.

Vandaag 55 jaar geleden: Feestelijke opening van het Royale Belge-hoofdkantoor.

Gelegen aan de Vorstlaan in Watermaal-Bosvoorde, Brussel, was dit kruisvormige gebouw een ontwerp van René Stapels en Pierre Dufau.

Met een hoogte van 50,80 meter en een indrukwekkende totale vloeroppervlakte van 54.000 vierkante meter, viel het gebouw meteen op.

De buitenzijde was bekleed met cortenstaal en bronskleurig gefumeerde ramen, wat het een kenmerkende uitstraling gaf.

Dankzij de landschapsarchitecten Jean Delogne en Claude Rebold werd het gebouw naadloos geïntegreerd in een weelderige omgeving van vijvers en groen, wat bijdroeg aan de harmonieuze uitstraling.

Na de fusie van Royale Belge met het Franse AXA in 1999, werd het complex verkocht aan Cofinimmo, dat het tot 2018 terug verhuurde.

In 2017 verplaatste AXA haar Belgische hoofdzetel naar het Troonplein, naar het voormalige hoofdkantoor van Electrobel

Een opmerkelijke episode in de geschiedenis van het gebouw deed zich voor toen de Verenigde Staten interesse toonden om het aan te kopen en er de Amerikaanse ambassade in onder te brengen.

Echter, de structuur bleek ongeschikt om zwaar kogelvrij glas te dragen. Om ingrijpende verbouwingen te voorkomen, plaatste de Brusselse regering het gebouw op de bewaarlijst, waarna de Amerikanen van het project afzagen.

Op 23 mei 2019 werd het gebouw officieel ingeschreven op de bewaarlijst van beschermde gebouwen in Brussel.

In 2021 kreeg de nieuwe eigenaar, Souverain 25, een vergunning voor een omvangrijke verbouwing.

Het Britse architectenbureau Caruso St John en het Antwerpse kantoor Bovenbouw Architectuur wonnen de ontwerpwedstrijd die de bouwheer in samenwerking met de Brusselse bouwmeester had uitgeschreven.

Sinds 2023 heeft het voormalige Royale Belge-hoofdkantoor een indrukwekkende transformatie ondergaan en functioneert het nu als een gemengd complex met kantoren, een viersterren hotel met de naam Mix, een foodmarket, een fitness- en een wellnesscentrum, inclusief een openluchtzwembad (De Post van 28 juni 1970)