

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


In 1984 behaalde de single in zowel Vlaanderen als Nederland de zesde positie in de hitlijsten.
Op de b-kant van de plaat staat het nummer 17 Days, dat eigenlijk bedoeld was voor het project Apollonia 6.
De release in 1984 als eerste single van het album Purple Rain betekende een cruciaal moment in de popgeschiedenis.
Prince schreef en produceerde het nummer in recordtempo nadat regisseur Albert Magnoli hem had gevraagd om een specifiek liedje te maken voor een filmscène waarin de spanningen tussen de hoofdrolspelers centraal stonden.
Prince werkte alleen in de studio en speelde alle instrumenten zelf in.
Wat dit nummer zo revolutionair maakte, was de gedurfde keuze om de baslijn volledig weg te laten.
In die tijd was het ongehoord om een dancenummer te produceren zonder basgitaar of synth-bas.
Prince besloot op het laatste moment de baslijn die hij al had opgenomen te schrappen, omdat hij vond dat het nummer zonder die lage tonen veel rauwer en indringender klonk.
Het resultaat was een minimalistisch meesterwerk dat volledig rustte op een strakke drumbeat, een hypnotiserende synthesizer en zijn expressieve stem.
Een interessant weetje is dat de iconische gitaarsolo aan het begin bijna per ongeluk ontstond terwijl Prince aan het experimenteren was met verschillende effecten.
Het nummer werd een enorme hit en stond vijf weken lang op de eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten, waarmee het de bestverkochte single van 1984 werd.
Dit succes bewees dat Prince op het toppunt van zijn creatieve kracht stond en niet bang was om de wetten van de popmuziek te herschrijven.
Ook de videoclip was spraakmakend, vooral door de openingsscène waarin Prince uit een badkuip stapt terwijl er witte duiven om hem heen vliegen.
Het zorgde voor de nodige controverse en veel gespreksstof bij MTV.
Door de jaren heen hebben vele artiesten zich aan een cover gewaagd of het nummer als basis gebruikt. Een van de meest bekende versies is die van Ginuwine uit 1996, die het nummer een eigentijdse r&b-twist gaf.
In 1990 gebruikte MC Hammer het nummer als fundament voor zijn single Pray en zelfs Patti Smith nam het op in haar collectie op het verzamelalbum Land (1975 – 2002).
Daarnaast hebben ook de alternatieve rockband Local H en de indiegroep The Be Good Tanyas eigenzinnige versies uitgebracht.
Andere sterke covers zijn afkomstig van Razorlight en The Flying Pickets.
Ook in Vlaanderen liet het nummer zijn sporen na met indrukwekkende versies door Naima Joris en Scala & Kolacny Brothers, wat nogmaals onderstreept hoe tijdloos en veelzijdig de compositie van Prince werkelijk is (Poster Joepie 1986)

Het project rond het album Paris en het specifieke nummer Paris Paris ontstond begin jaren negentig, toen Malcolm McLaren in de Franse hoofdstad woonde.
Na zijn relatie met actrice Lauren Hutton verloofde hij zich met Eugenia Melian. Het stel woonde samen in Los Angeles en Parijs.
Melian was de drijvende kracht achter een van McLarens bekendste soloprojecten; op haar aandringen nam hij in 1994 het cultalbum Paris op.
Het concept werd mede ontwikkeld door Eugenia Melian, die als creative director en producer werkte.
Het oorspronkelijke idee voor het album was om de diversiteit van Parijs vast te leggen, variërend van de jazzgeschiedenis en existentiële filosofie tot de moderne multiculturele invloeden.
Om het album groen licht te krijgen van het Franse label Disques Vogue, was er de voorwaarde dat er een aantal grote Franse iconen aan mee moesten werken.
Voor het nummer Paris Paris slaagde Eugenia Melian erin om Catherine Deneuve te overtuigen.
Deneuve was echter zeer kritisch op de tekst die McLaren had geschreven.
Zij stemde pas toe nadat ze de tekst volledig had laten herschrijven, omdat ze de oorspronkelijke versie niet vond passen bij de Parijse realiteit of haar eigen imago.
De samenwerking resulteerde in een sfeervol duet waarin haar zwoele stem en zijn karakteristieke praat-zingende stijl samenkomen.
De andere grote naam die meewerkte aan het album was Françoise Hardy en dit voor het nummer ‘Revenge Of The Flowers’.
De productie van het album en het nummer was in handen van een team bestaande uit Malcolm McLaren zelf,
Robin Millar en Lee Gorman. Robin Millar was destijds een zeer gerespecteerde producer die internationaal succes had geoogst met onder meer de debuutalbums van The Pale Fountains, Sade, Everything But The Girl, Black en Fine Young Cannibals.
Ook daarna bleef hij verder werken met deze artiesten, aangevuld met namen als Tom Robinson, Big Country, Randy Crawford en Patricia Kaas. Lee Gorman trad op als arrangeur en componist; hij speelde eerder in de groep Bow Wow Wow, een band waarvan McLaren zelf de oprichter en de bedenker was.
Het album werd over een periode van ruim een jaar opgenomen in een geïmproviseerde studio op een zolderkamer in Parijs, waarbij gebruik werd gemaakt van apparatuur die McLaren voordelig in Engeland had aangeschaft.
In de biografie van McLaren, The Life and Times of Malcolm McLaren, blikt Eugenia Melian terug op hun romance.
Ze omschrijft hem als een briljante maar gecompliceerde man, door wie ze uiteindelijk aan de kant werd gezet.
Ze kreeg voor een groot deel van haar werk geen officiële erkenning en bijgevolg ook geen vergoeding.
Zo staat ze op het album Paris alleen vermeld bij het nummer Who The Hell Is Sonia Rykiel?.

Malcolm McLaren, die vooral bekendheid verwierf als de manager van invloedrijke bands als de Sex Pistols en de New York Dolls, had zelf ook een muzikale carrière.
Vanaf de jaren tachtig scoorde hij als soloartiest en projectleider vernieuwende hits door stijlen als hiphop, wereldmuziek, opera en house met elkaar te mengen.
Zijn grootste hits waren ‘Buffalo Gals’ uit 1982, een baanbrekende track in samenwerking met The World’s Famous Supreme Team.
Dit nummer introduceerde de Amerikaanse hiphopcultuur en het scratchen bij het grote publiek in Europa.
‘Double Dutch’ uit 1983 was een energieke hit, gebaseerd op Zuid-Afrikaanse straatmuziek en het gelijknamige touwtjespringspel uit New York.
‘Madam Butterfly’ uit 1984 was zijn grootste hit in Vlaanderen en Nederland.
McLaren combineerde hier de klassieke opera van Puccini met een zware synthpop-beat en gesproken tekst.
‘Waltz Darling’ uit 1989 werd opgenomen met The Bootzilla Orchestra.
Dit nummer bracht de New Yorkse voguing-dansstijl uit de underground-lhbt-vleugel naar de hitlijsten.
‘Somethings Jumpin in Your Shirt’ uit 1989 was een succesvolle samenwerking met zangeres Lisa Marie, die destijds hoog in de hitlijsten eindigde.
Malcolm McLaren overleed op 8 april 2010.

Rush werd geboren als de dochter van operatenor Maurice Stern en pianiste Barbara Stern.
Ook haar broers zijn muzikanten.
Haar muzikale carrière begon ze in Duitsland waar haar vader veel optrad.
In 1979 verscheen haar debuutalbum ‘Heidi Sterne’.
Op aanraden van haar mentor en producer Gene McDaniels verhuisde ze in 1982 naar Duitsland.
Haar vader zingt er dan in een opera.
‘The Power Of Love’, dat ze zelf meeschreef, was in het najaar van 1984 al een grote hit in Duitsland.
Pas een jaar later veroverde de single ook de rest van Europa.
Uiteindelijk bereikte Jennifer Rush de n°1 in een tiental Europese landen en Canada en Nieuw-Zeeland.
In de UK stond ze in oktober 1985 5 weken op n°1 en werd er de grootste hit van het jaar en de n°9 van de 80s.
Het was op dat moment de bestverkochte single ooit van een zangeres.
In de Billboard Hot 100 geraakt ze niet in de top 50. In Ultratop stond Jennifer Rush ermee in de top 3.
Nadien namen o.a. Laura Branigan en Air Supply een cover van de song op.
De succesvolste coverversie is die van Céline Dion.
Zij bereikt in 1994 wel de top van de Amerikaanse én Canadese hitlijsten.
Jennifer Rush bleef vooral in Duitsland nog erg populair.
Haar voorlopig laatste studioalbum ‘Now Is The Hour’ verscheen in 2010. (Denis Michiels)

Gisteren nog vandaag










Het nummer is geschreven door de bandleden Jörn-Uwe Fahrenkrog-Petersen en Carlo Karges.
Het nummer is een liefdeslied en gaat over het dromen van Nena en haar geliefde over een vrije wereld en over het bouwen van zandkastelen op de Potsdamer Platz tijdens de Koude Oorlog.
Waarschijnlijk toen nog te gevoelig voor de wereld, tenslotte was het toen nog vijf jaar wachten voor het openbreken van het ijzeren gordijn, want op de video is daar niets van te zien en zitten we meer in een soort verhaal van Indiana Jones.
In Duitsland bereikt de single de derde plaats. Bij ons vreemd genoeg minder succesvol want het nummer komt niet verder dan de negenentwintigste plaats in de Super Top 50.
In Nederland doet de single het beter en bereikt daar de dertiende plaats in de Top 40.
In 2003 neemt Nena samen met Kim Wilde een nieuwe Duits/Engelse versie op onder de titel Anytime Anyplace Anywhere.
Deze versie doet het wel goed en bereikt zelfs de tweede plaats in onze Hitparade. In Nederland doet de single het nog beter en bereikt daar zelfs de eerste plaats in de Top 40.




Priscilla Presley in de Joepie van 15 februari 1981

Gisteren nog vandaag
Priscilla Presley wil onafhankelijkheid bewijzen (Joepie 12 februari 1984)

Priscilla Presley over Elvis Presely (zomer 1984)

Gisteren nog vandaag
Priscilla Presley in de Joepie van 16 april 1979

Gisteren nog vandaag
50 jaar geleden, Priscilla Presley steenrijk na uitspraak van echtscheiding (Joepie 31 oktober 1973)

40 jaar geleden, Priscilla Presley bijna gewurgd door reuze boa (Joepie 5 oktober 1980)

Gisteren nog vandaag
Dallas, kunnen Chris Atkins en Priscilla Presley de tv-reeks nog redden

40 jaar geleden, de onthulling van de laatste brief van Elvis Presley (Mei 1979)

Gisteren nog vandaag
Priscilla Presley op de cover van ‘De Post’ 1977

Gisteren nog vandaag
35 jaar geleden, Priscilla afgedankt (Joepie van 16 april 1984)

