Vandaag, 100 jaar geleden, op 19 maart 1926, werd het Justitiepaleis van Gent geteisterd door een hevige brand die grote delen van het gebouw in de as legde.

De aanzienlijke schade trof niet alleen het bouwwerk zelf, maar vernietigde ook waardevolle schilderijen en een enorme hoeveelheid historische documenten, waaronder de burgerlijke stand die terugging tot het jaar 1500.

Het gebouw was oorspronkelijk tot stand gekomen na een voorstel van het Gentse gemeenteraadslid Massez in 1835.

Hij was de politieke drijfveer achter het project, omdat de rechtspraak in die tijd nood had aan een centrale en waardige locatie in de stad.

De Gentse stadsarchitect Louis Roelandt ontwierp het paleis op basis van dit initiatief en raamde de kosten op ruim achthonderdduizend frank.

De bouw begon in 1836 op de plek waar voorheen het klooster van de Recoletten had gestaan.

Na een constructieperiode van tien jaar vond de plechtige inhuldiging plaats in het najaar van 1846, hoewel de grote wandelzaal al twee jaar eerder in gebruik was genomen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden Duitse troepen het pand opgeëist en als kazerne gebruikt, waarbij het interieur zwaar werd verwaarloosd.

Na de brand van 1926 heerste er toen onzekerheid over de herbouw, waardoor de autoriteiten besloten de gerechtelijke diensten tijdelijk onder te brengen in het oude seminarie bij de Sint-Baafskerk.

Dit gebouw bood voldoende ruimte voor de rechtbank van koophandel, het hof van beroep en het assisenhof. Terwijl de brandweer nog probeerde te redden wat er te redden viel aan dossiers, bleef de exacte oorzaak van de ramp onduidelijk; er werd gespeculeerd over kortsluiting, kwaad opzet of een defect aan de verwarmingsinstallatie.

Vandaag precies dertig jaar geleden werd België getroffen door de zwartste dag uit zijn verkeersgeschiedenis.

Om tien uur ’s ochtends veranderde de E17 in Nazareth, op de drukke as tussen Gent en Kortrijk, in een huiveringwekkend decor toen meer dan tweehonderd voertuigen op elkaar inreden in een plotseling opkomende mistbank.

De enorme impact en de daaropvolgende branden eisten een zware tol: tien mensen kwamen om het leven, terwijl 56 personen zwaargewond raakten en dertig anderen lichte verwondingen opliepen.

Op Europese schaal blijft dit drama de op één na ergste kettingbotsing uit de geschiedenis.

Alleen een ongeval in het Spaanse Baskenland in 1991 was nog dramatischer, met zeventien doden en een vijftigtal gewonden.

De oorzaak was in beide gevallen identiek: een plotselinge, ondoordringbare muur van mist die elke reactietijd wegnam.

Vandaag, 115 jaar geleden brand op de wereldtentoonstelling in Brussel (Postkaarten uit mijn eigen verzameling)

De expo wordt echter vaak herinnerd voor de dramatische brand die in de nacht van 14 op 15 augustus uitbrak.

Een groot deel van de tentoonstelling ging in vlammen op, waaronder delen van de Belgische en Franse paviljoenen en de volledige Britse sectie.

Paradoxaal genoeg zorgde de spectaculaire brand voor een toevloed aan ramptoeristen, wat de bezoekersaantallen verder de hoogte in joeg.

Vandaag 55 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.

De gigantische vuurzee in de kartonnen fabriek eiste zeven doden.

In 1960 werd de fabriek gebouwd in de New Orleansstraat.

De architect van dienst was Hugo Van Kuyck.

Het werd een functioneel gebouw in strakke architectuur en voorzien van dakvleugels.

Het bestond uit een productie gedeelte en een kantoorgebouw.

Op het ogenblik van de brand werkte er 600 mensen.

Toen de fabriek in 1970 uitbrandde, werd Van Kuyck opnieuw ingeschakeld bij de herbouw.

Na de brand, en uit angst dat het vuur terug zou aanwakkeren, bleef de brandweer en het Rode Kruis nog twee dagen op het terrein. (foto 3 brandweer lezen in de krant over hun actie tijdens de brand)

In 1983 gingen de fabrieken in Gent en Buggenhout verder onder de naam: Bowater Containers, waarna er overnamen volgden in 1987, door Eurobox en Schoellershammer en in 1988 door Eurolim.

In 1989 werd Bowater overgenomen door de SCA Groep en ging SCA Packaging heten.

Deze groep, die meerdere vestigingen in België bezit, bestaat nog steeds.

In 2012 werd SCA Packaging overgenomen door DS Smith Packaging.

Vandaag, 90 jaar geleden, de vliegtuigramp met de Uiver en daarmee een van de eerste grote vliegtuigrampen in de geschiedenis van de Nederlandse luchtvaart (20 december 1934)

De Uiver, een Douglas DC-2 vliegtuig van de KLM, was op weg van Amsterdam naar Batavia (het huidige Jakarta) voor een speciale Kerstvlucht.

Aan boord waren 350 kilogram post, drie passagiers en vier bemanningsleden.

Van de 350 kg post aan boord, is 145 kg verbrand.

De rest is later alsnog bezorgd, vaak met zichtbare sporen van het ongeluk. Deze poststukken zijn nu zeer gewild bij verzamelaars.

Na een tussenstop in Caïro, vloog de Uiver richting Bagdad.

Door hevig noodweer en slecht zicht, verongelukte het toestel in de Syrische woestijn bij Rutbah Wells (Irak).

Helaas kwamen toen alle zeven inzittenden om het leven:

Gezagvoerder Koene Dirk Parmentier (Parmentier was een nationale held in Nederland omdat hij een jaar eerder in 1933 de race Londen-Melbourne gewonnen had met de Uiver)

Copiloot Jan J. Moll

Marconist Cornelis van Brugge

Boordwerktuigkundige Bouwe Prins

En drie passagiers, namelijk H. van der Hoop, Frits Sollewijn Gelpke en Hans van Eek.

De precieze toedracht van het ongeluk is nooit volledig opgehelderd. Men vermoedt dat een combinatie van factoren een rol speelde:

Er was sprake van zware regenval, storm en onweer in het gebied, daardoor was het zicht zeer beperkt.

Mogelijk had de bemanning moeite om de juiste koers te bepalen in de storm en sommige theorieën suggereren dat er ook een technisch probleem met het vliegtuig was.

In Rutbah Wells is een monument opgericht ter nagedachtenis aan de slachtoffers (De Stad van 4 januari 1935, diverse bronnen en Wikipedia)

Kan een afbeelding zijn van 5 mensen, helikopter en tekst

Vandaag, 70 jaar geleden, verslag van de treinramp bij Wilsele (2 december 1954 uit de Post van 12 december 1954)

De treinramp in Wilsele op 2 december 1954 was ongeluk waarbij 20 mensen omkwamen en 80 gewond raakten.

De trein, gevuld met Duitse voetbalsupporters op weg naar huis na een wedstrijd in Brussel, ontspoorde op een overloopwissel net buiten het station van Wilsele.

De precieze oorzaak van de ramp is nooit volledig opgehelderd. Waarschijnlijk was de hoge snelheid van de trein in combinatie met een defect aan de wissel de belangrijkste factor.

Het onderzoek wees uit dat de wissel niet goed was vergrendeld en dat de trein met een te hoge snelheid de wissel passeerde.

De treinramp in Wilsele had een grote impact op de Belgische spoorwegen.

Het leidde tot een verhoogde aandacht voor de veiligheid van het spoorwegnet.

Er werden verschillende maatregelen genomen om de veiligheid te verbeteren, zoals:

Verplichte snelheidsbeperkingen op wissels.

Verbetering van de wisseltechnologie en de

Strengere controles op de naleving van de veiligheidsvoorschriften.

De treinramp in Wilsele werd ook besproken in het Belgische parlement.

Er werden vragen gesteld over de oorzaak van de ramp en over de maatregelen die de regering nam om de veiligheid op het spoor te verbeteren.

De ramp leidde dan ook tot een intensivering van het debat over de veiligheid van het spoorwegverkeer.

Vandaag 35 jaar geleden, verging de Z.200 Tijl Uilenspiegel en al vlug kwam het tot geruchten dat het schip slachtoffer zou geworden zijn van een atoomonderzeeër.

Op 5 maart 1989 is de Belgische vissersboot de Uilenspiegel in de Ierse Zee bij kalm weer verdwenen. Er was geen storm, geen onweer, geen gevaar van zee of wind, en toch is dit kunnen gebeuren.

Op 22 februari 1989 verlaat de Z.200 Tijl Uilenspiegel, een bokkenvisser, de haven van Zeebrugge om 20.05 uur en zet koers naar de Ierse Zee.

Op zondag 5 maart probeert reder François Bonny als naar gewoonte telefonisch in contact te komen met zijn bemanning, maar krijgt geen gehoor.

Wat later meldt Dover Coastguard aan de Oostendse loodsenwacht dat de Z.200 vermist is in de Ierse Zee en dat de Z.243 Drakar een lijk uit het water heeft opgevist.

Even daarvoor had de schipper van de Z.243 bij het wegzetten van de netten een reddingsboei opgemerkt met de ondertussen overleden matroos-motorist van de Z.200 Daniël Noens (30), vader van drie dochters.

Door de geruchten dat het ongeluk zou veroorzaakt zijn door een duikboot, kwam het zelfs tot een vraag in het parlement.

Na het wrak te hebben gelokaliseerd kwam er een onderzoek door de zeemacht.

Duikers en video-opname bewezen echter dat de netten en de kabels van het vissersvaartuig geen schade vertonen die kan wijzen op het meesleuren door een duikboot.

Na het houden van een zestal zittingen, kwam men tot de conclusie dat het vergaan van het schip wordt toegeschreven aan het kapseizen bij een poging het stuur- boordnet in te halen, dat met zand en kobben was verzwaard.

De volledige bemanning kwam om het leven, drie bemanningsleden blijven voor altijd vermist. (diverse bronnen)

Vandaag 45 jaar geleden, de ramp van Camping Los Alfaques in Spanje.

Rond half drie die dag reed een tankwagen met een capaciteit van ongeveer 45 m3 op de weg ter hoogte van de camping.

De wagen was beladen met ongeveer 25 ton vloeibaar gas (propeen), hoewel slechts 19 ton geladen had mogen worden.

Er zijn verschillende hypothesen over wat er vervolgens gebeurde:

De tankwagen is eerst tegen een muur gereden, waarna de tank is gescheurd.

De tank scheurde spontaan door overdruk.

De tankwagen lekte vloeibaar gas, dat verderop is ontbrand, waarna het vuur de tankwagen bereikte en deed exploderen.

Mogelijk heeft de bestuurder de tankwagen zelf bij de camping tot stilstand gebracht, om de tank te inspecteren.

De tankwagen kreeg ter hoogte van de camping duidelijk hoorbaar een lek, waarna de bestuurder de tankwagen zelf bij de camping tot stilstand heeft gebracht, om de tank te inspecteren.

Het gas (dat zwaarder is dan lucht) ontsnapte uit de tank en verspreidde zich over het campingterrein.

Ergens op het terrein heeft zich een ontstekingsbron bevonden, waarna het gas ontbrandde.

De vlammen bereikten de tankwagen, die vervolgens ontplofte (mogelijk trad hierbij een zogenaamde bleve op).

Een vuurzee verspreidde zich over het campingterrein.

Rond de vrachtwagen blies de explosie alles weg en in het midden van de camping werd een diepe krater geslagen.

Delen van de vrachtwagen werden over een gebied van honderden meters teruggevonden.

De hitte veroorzaakte een reeks andere ontploffingen, vooral van gasflessen die op de camping gebruikt werden.

Niet alleen mensen op de camping vonden de dood, maar ook zij die zich in de zee bevonden of op een luchtbed dobberden.

Vooral het gedeelte ten zuiden van de ingang van de camping werd getroffen, maar ook aan de overkant van de weg, waar zich een dancing-restaurant en een paar appartementen bevinden, vielen slachtoffers.

Het brandende wrak van de tankauto blokkeerde aanvankelijk de weg; zwaargewonden aan de ene kant van de tankwagen werden naar Barcelona gebracht en ontvingen onderweg in ziekenhuizen, medische zorg in dichtbijgelegen ziekenhuizen in Amposta en Tortosa; slachtoffers aan de andere zijde werden voor het grootste deel direct naar Valencia gebracht, een rit van 160 km, vaak zonder enige medische zorg.

Ondanks de betere medische zorg die de slachtoffers op weg naar Barcelona ontvingen, was het uiteindelijke sterftecijfer onder beide groepen vergelijkbaar, wat erop wijst dat de meeste van deze slachtoffers hoe dan ook te zwaar verbrand waren om te kunnen overleven.

Het aantal slachtoffers was zeer hoog en bleef onzeker.

Men sprak van 180 doden, onder wie 36 Belgen en 10 Nederlanders, maar veel zwaargewonden overleden in de dagen na de ramp.

Enkele weken later meldden de Spaanse autoriteiten meer dan 270 slachtoffers en tientallen vermisten en gewonden.

Andere bronnen spraken van 215 of 216 slachtoffers en een zestigtal vermisten.

Uit het officiële onderzoek na de ramp bleek dat de tankwagen overbeladen was.

Deze overbelading is mogelijk (mede) de oorzaak geweest van het scheuren van de tank: bij verwarming van de tank is er dan onvoldoende ruimte voor het gas om te verdampen en uit te zetten, en de druk loopt te hoog op.

De ramp bij Los Alfaques was in verschillende landen directe aanleiding om voor het eerst op politiek niveau maatregelen te bespreken voor een betere regulering van het vervoer van gevaarlijke stoffen, het zgn ADR.

Zo werd in Spanje het vervoer van gevaarlijke stoffen door woonwijken verboden, voerde men in Duitsland een diplomaplicht in voor chauffeurs die met gevaarlijke stoffen rijden, en werd de relatief brosse staalsoort waarvan de tank gemaakt was, uiteindelijk verboden voor dergelijk vervoer.

De plek van de ramp ziet er nu weer idyllisch uit.

De sfeer is er rustgevend en bedrukkend tegelijk.

Op de zijgevel van een van de vroegere bungalows op de camping zijn 270 sterren aangebracht, symbool voor elk verloren leven.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post)

Vandaag 50 jaar geleden, verkeersramp bij Prinsenbeek op de Nederlandse autosnelweg A16 overleden 13 personen en raakten 26 personen zwaargewond.

De ramp deed zich voor tijdens zeer dichte mist op het wegvak tussen de Markbrug en de afrit Prinsenbeek.

Vandaag 50 jaar geleden, verkeersramp bij Prinsenbeek op de Nederlandse autosnelweg A16 overleden 13 personen en raakten 26 personen zwaargewond

Op deze verder zonnige ochtend hingen er dichte mistbanken in het lage land rond Breda.

Het verkeer komend vanaf de hoger gelegen Markbrug reed plotseling in de mistbank.

Er ontstond ter hoogte van Prinsenbeek een kleine aanrijding, waarvoor de achteropkomers (met name vrachtwagens) niet meer op tijd konden remmen.

Over een grote afstand en op beide rijbanen reden voertuigen op elkaar in.

Er ontstonden felle branden.

Vandaag 50 jaar geleden, verkeersramp bij Prinsenbeek op de Nederlandse autosnelweg A16 overleden 13 personen en raakten 26 personen zwaargewond.

Na de initiële kettingbotsing in de rijrichting vanaf de Moerdijkbruggen richting Breda vond ook een kettingbotsing plaats op de andere rijbaan.

Bij Zevenbergschen Hoek gebeurde op hetzelfde moment nog een ongeval waarbij twee tankwagens betrokken waren en waarbij ook brand ontstond.

Bij de verschillende ongevallen op deze locatie waren 40 personenauto’s, 14 vrachtwagens en vijf tankwagens betrokken.

Vandaag 50 jaar geleden, verkeersramp bij Prinsenbeek op de Nederlandse autosnelweg A16 overleden 13 personen en raakten 26 personen zwaargewond.

Met name de lading van drie van de tankwagens leverde een bijdrage aan de omvang van de ramp, aangezien brandbare vloeistoffen die vlam hadden gevat een grote brand veroorzaakten.

De bij de brand betrokken tankwagens waren:

een tankwagen met gasolie (diesel) en benzine die als eerste in brand vloog;

een lege tankwagen voor het vervoer van chloorbleekloog die eveneens helemaal in brand stond;

een tankwagen met 20 ton zeer brandbaar vinylacetaat, waarvan 13 ton in brand stond. Een tweede compartiment van 7 ton kon door een gerichte brandbestrijding afgeschermd en gekoeld worden.

De andere tankwagens waren gevuld met butynol-diglycol (een niet-brandbare antivriesvloeistof) respectievelijk een niet-brandbare emulsie van vinylacetaat en water.

Vandaag 50 jaar geleden, verkeersramp bij Prinsenbeek op de Nederlandse autosnelweg A16 overleden 13 personen en raakten 26 personen zwaargewond.

Deze week 60 jaar geleden, verplichte sluiting van bioscopen, schouwburgen en geen carnaval en bals in het arrondissement Verviers wegens pokken.

Mensen die de grens wilde oversteken van Duitsland naar ons land moesten een certificaat kunnen voorleggen dat ze een vaccinatie hebben gehad tegen de pokken. Indien ze niet beschikte over een certificaat mochten ze niet binnen in ons land.

Elk douane gebouw was tevens ook een vaccinatiecentrum.

Meer dan 350000 mensen kregen toen een vaccin tegen poken.

Voor mensen die contact hadden met iemand die de pokken had, was er een verplichte quarantaine.

Deze week 60 jaar geleden, verplichte sluiting van bioscopen, schouwburgen en geen carnaval en bals in het arrondissement Verviers wegens pokken.
Deze week 60 jaar geleden, verplichte sluiting van bioscopen, schouwburgen en geen carnaval en bals in het arrondissement Verviers wegens pokken.
Deze week 60 jaar geleden, verplichte sluiting van bioscopen, schouwburgen en geen carnaval en bals in het arrondissement Verviers wegens pokken.

Vandaag is het exact 55 jaar geleden dat er een grote brand was in het rusthuis Val Vert in Itterbeek.

Vanop het domein Steenpoel tegenover brouwerij Timmermans in Itterbeek klinken paniekerige sirenes.

Buurtbewoners verzamelen op het domein en horen een pijnlijk geschreeuw.

Brandweermensen snellen te hulp en gaan op zoek naar water, maar niemand kan voorkomen dat het statige rusthuis Val Vert uitbrandt.

Negentien mensen laten het leven in de brand.

De dagen daarna sterven nog drie mensen aan hun verwondingen.

De zware tol: 22 doden en 46 gewonden.

De brand van Val Vert gaat de geschiedenis in als Itterbeeks grootste ramp ooit.

De bewoners van het rusthuis kwamen vooral uit Anderlecht, Molenbeek en andere gemeenten uit Brussel.

Ze waren eenzaam en werden door hun OCMW’s naar dit rusthuis gestuurd.

Niemand keek er eigenlijk nog naar om.

Van het statige rusthuis is geen spoor meer.

Bovenop de funderingen van het oude kasteel ligt nu een perfect getrimde golfmat.(Diverse bronnen, Niets in golfclub Steenpoel toont nog restanten van het zware drama dat zich meer dan een halve eeuw eerder afspeelde.

Ook op het kerkhof van Itterbeek geen spoor meer van de ramp.

Het massagraf waarin de 22 doden werden begraven, werd jaren geleden al opgeruimd.(Diverse bronnen, Dieter Hautman, Lars Puttaert en Nieuwsblad)

Vandaag is het exact 55 jaar geleden dat er een grote brand was in het rusthuis Val Vert in Itterbeek.

Vandaag 25 jaar geleden, botste een luchtballon tegen de Sint-Jacobskerk.

Zondagavond 9 juni 1996 rond half tien ’s avonds botste er een heteluchtballon tegen de Sint-Jacobskerk.

De brandweer werd opgetrommeld en de inzittenden werden bevrijd, maar de toren was jarenlang kruisloos.
Yves Pieters was op het moment van de feiten 25 jaar oud.

Hij werkte een aantal maanden bij de brandweer toen hij opgeroepen werd voor de klus van zijn leven: “Ik heb daarna nog spectaculaire dingen meegemaakt, maar de luchtballon blijft toch een hoogtepunt in mijn carrière”, vertelt hij.


Om de drie inzittenden te kunnen bevrijden moest de brandweer creatief zijn: “Het eerste waar ik aan dacht was: hoe kom ik zo snel mogelijk bij die mensen”, vertelt Pieters. “Ik wilde eerst de ladderwagen nemen, maar die is maar 30 meter lang en de toren is hoger.


Het moest dus via de binnenkant gebeuren. We hebben een gat gemaakt in de toren en zo hebben we iedereen bevrijd.”


Na de reddingsopperatie was de toren beschadigd. “Het kruis moest ook verwijderd worden”, herinnert Pieters zich nog. “Het heeft zelfs nog een aantal jaren geduurd voor er een nieuw in de plaats kwam.” (Diverse bronnen en Anke Van Meer)