Meer dan ‘Dokter Bernhard’: Het bewogen leven van Bonnie St. Claire

Bonnie St. Claire werd geboren op een schip, als dochter van een binnenvaartschipper (als Bonje Cornelia Swart op 18 november 1949).

Haar muzikale avontuur begon toen ze in 1966 als 17-jarig meisje tijdens een concert van Peter Koelewijn op het podium een lied mee mocht zingen en zo werd ontdekt.

In 1967 kreeg ze via Koelewijn een platencontract en maakte ze onder de artiestennaam Bonny St. Claire haar eerste single, wat de start vormde van een indrukwekkende en veelzijdige zangcarrière.

Haar allereerste singles, zoals haar debuutsingle ‘Tame Me, Tiger’ (1967) en internationale Engelstalige releases uit die vroege periode, werden uitgebracht onder de naam Bonny.

Later, toen ze in de jaren 70 de overstap maakte naar Nederlandstalige muziek en de vaste zangeres werd van Unit Gloria, werd de spelling definitief veranderd naar Bonnie St. Claire.

In de eerste jaren scoorde Bonnie vooral successen met Engelstalige popmuziek.

Hits als ‘Mañana Mañana’ en ‘I Won’t Stand Between Them’ maakten haar al snel een geliefde naam in de Nederlandse muziekwereld.

Vanaf 1972 sloot ze zich aan bij de formatie Unit Gloria, waar ze Robert Long opvolgde als frontvrouw.

Met aanstekelijke liedjes zoals ‘Clap Your Hands and Stamp Your Feet’ en ‘Voulez-Vous’ veroverden ze samen de hitlijsten in binnen- en buitenland.

Een belangrijke wending in haar carrière kwam halverwege de jaren zeventig, toen Bonnie de overstap maakte naar het

Nederlandstalig repertoire.

Dat bleek een schot in de roos: haar dramatische duet ‘Dokter Bernhard’ met Ron Brandsteder groeide uit tot een absolute klassieker.

Het nummer bereikte in augustus 1976 de twaalfde plaats in de BRT Top 30 en was in Nederland goed voor een zevende plaats in de Top 40.

Het lied gaat over dokter Christiaan Barnard, de Zuid-Afrikaanse chirurg die in 1967 de eerste harttransplantatie ter wereld uitvoerde.

Het nummer uit 1976 van Bonnie St. Claire en Ron Brandsteder is opgebouwd als een telefoongesprek/dialoog: een bezorgde vrouw belt over haar zieke man, waarna de dokter haar probeert gerust te stellen, hoewel het in werkelijkheid slecht met hem afloopt.

In de decennia die volgden, reeg ze de successen aan elkaar met emotionele en meeslepende nummers zoals ‘Pierrot’, ‘Bonnie Kom Je Buiten Spelen’, ‘De Roos’, ‘Sla Je Arm Om Me Heen’ en ‘Morgen Wordt Alles Anders’.

Naast haar muzikale successen kwam de zangeres de laatste jaren meerdere keren in het nieuws, toen ze tijdens haar optredens ’dronken’ op het podium zou hebben gestaan.

In 2004 werd St. Claire door de rechter veroordeeld tot 20 dagen gevangenisstraf, omdat ze in 1997 voor de 3e keer een auto-ongeluk had veroorzaakt onder invloed van alcohol.

In 2016 was het 10 jaar geleden dat Bonnie als gevolg van haar alcoholprobleem met een ernstige leverbeschadiging werd opgenomen in het ziekenhuis.

In de jaren die daarop volgden, stond de ‘Dokter Bernhard’-zangeres droog, maar begin 2014 bleek ze toch weer aan de drank te zijn.

Bonnie is al sinds 1 oktober 2018 volledig nuchter en heeft sindsdien geen druppel alcohol meer aangeraakt.

Ze vertelt in de media dat ze zich een stuk energieker, helderder en een leukere vrouw voelt nu het ‘waasje’ van de verslaving weg is, al heeft ze wel een beschadigde lever overgehouden aan haar verleden.

Haar bewogen levensverhaal schreef ze tevens openhartig van zich af in haar in 2021 verschenen autobiografie Kwam een vrouw bij de slijterij.

Op persoonlijk vlak was haar laatste grote relatie met Anne Jan Jongebloed, met wie ze in 2004 trouwde.

In september 2023 maakten zij bekend na een huwelijk van 19 jaar te gaan scheiden.

De breuk verliep zonder ruzies en kwam voornamelijk door hun verschillende werkritmes.

De twee hebben nog altijd zeer goed contact; Anne Jan treedt zelfs nog regelmatig op als haar chauffeur om haar naar haar optredens te brengen.

Hoewel er mediaberichten waren dat ze soms spijt had van de scheiding of openstond voor verzoening, is ze momenteel single.

Bonnie woont al sinds 2009 in het Noord-Hollandse Aalsmeer; na een aantal tussentijdse verhuizingen binnen de gemeente heeft ze haar plekje helemaal gevonden in een woning in het hart van het centrum.

De nu 76-jarige zangeres staat nog altijd met veel plezier op het podium en denkt nog niet aan stoppen.

De muzikale reis van Hans Vermeulen: van Sandy Coast tot Thailand

Hans Vermeulen, geboren op 18 september 1947, verzamelde muzikanten om zich heen om een band op te richten.

De groep opereerde achtereenvolgens onder de namen Sandy Coast Skiffle Group, Sandy Coast Five en Sandy Coast Rockers, om de naam uiteindelijk in te korten tot Sandy Coast.

De bezetting bestond uit de twee broers Vermeulen, Onno Bevoort en Jos de Jager toen de band dankzij een door het blad Hitwezen georganiseerde talentenjacht een platencontract bij Negram won.

Niet veel later verscheen ‘Being In Love/I Want You For My Own’, de allereerste single van Sandy Coast.

De eerste single die de Top 40 wist te behalen was ‘We’ll Meet Again’, die in augustus 1966 op de 39e plaats binnenkwam.

In 1967 bracht de groep haar debuutalbum uit onder de titel And Their Name Is…. Sandy Coast.

De band scoorde in maart 1971 haar grootste hit met ‘True Love That’s A Wonder’, afkomstig van de elpee Sandy Coast.

Vanaf 1972 versterkte zangeres Marian Noble de band voor een jaar.

Deze zangeres uit Zwijndrecht heette feitelijk Marian Meyer en bracht in de jaren zeventig diverse solosingles uit.

Bij haar debuutsingle My Mother in 1967 gebruikte ze aanvankelijk de naam Marian Nobel.

Willem Duys was de ontdekker van deze zangeres en dankzij hem kreeg ze dan ook een platencontract.

Toen hij haar vervolgens introduceerde in zijn immens populaire talkshow Voor de vuist weg, kondigde hij

haar, geheel op eigen initiatief, aan als Marianne Noble.

Omdat de platenhoezen bij Delta destijds al gedrukt waren als Marian Nobel, ontstond er die bekende verwarring.

Hoewel ze daar zelf in eerste instantie wat verbolgen over was, is ze die naam altijd blijven gebruiken.

Ook na haar latere overstap naar Polydor nam ze de naam die Duys had bedacht definitief over.

Later verwierf zij onder meer bekendheid met haar eigen projecten en haar deelname aan The Voice Senior in 2018.

Marianne Noble is overleden op 2 maart 2025.

De blueszangeres uit Dordrecht is 78 jaar oud geworden.

Kort voor haar overlijden kreeg ze te horen dat ze een kwaadaardige tumor bij haar longen had.

Eerder in 2023 was ze ook al eens in het ziekenhuis opgenomen na een hartinfarct.

Toen de groep in 1974 uit elkaar viel, richtten de gebroeders Vermeulen hun pijlen op een nieuwe formatie genaamd Rainbow Train.

Kort daarna ontdekte Vermeulen zangeres Anita Meyer en lijfde haar direct in.

Vermeulen componeerde ook de nummer 1-hit ‘The Alternative Way’, waarmee Anita Meyer een droomdebuut beleefde.

Tussendoor hield Hans Vermeulen zich bezig met de productie van platen van onder meer Lucifer.

Rainbow Train bestond in 1975 uit naast Hans Vermeulen, die zang, gitaar, orgel en piano speelde, en Anita Meyer, Debbie Wokaty (zangeres), Jan Vermeulen (bas), Shel Schellekens (drums), Eric Tagg (zang, orgel en piano) en ex-Limousine-lid Okkie Huysdens (ook zang, orgel en piano). geboren als Johannes Josephus Huijsdens en helaas op 6 september 2014 overleden.

Later traden ook pianist Jan Rietman, afkomstig van ondermeer de groepen Unit Gloria, Long Tall Ernie And The Shakers, en zangeres Dianne Marchal toe.

Dianne Marchal, wier eigenlijke naam Hilde Vermeulen was, was de echtgenote van Hans.

Hans bracht in 1976 via Mercury zijn soloalbum I Only Know My Name uit, waarop muziek te horen was met invloeden van Stevie Wonder.

Daarnaast verschenen er singles onder de naam Hans Vermeulen & Rainbow Train.

Rainbow Train bracht in 1978 haar eerste en enige lp ‘Accompanied By’ uit, en de bijbehorende single ‘Heaven On Earth’ werd een bescheiden hit in Nederland en Vlaanderen.

In 1980 kwam Sandy Coast weer bij elkaar en trad op 13 juni op tijdens de Haagse Beatnach.

Drie nummers van dat optreden belandden op het verzamelalbum van het evenement.

De heroprichting leidde tot de elpee Terreno, waarvan de single ‘The Eyes Of Jenny’ een grote hit werd in binnen- en buitenland.

Toch koos Hans Vermeulen opnieuw voor de solotoer.

‘Ik dacht het wel’ werd de titel van zijn nieuwe album, dat duidelijke invloeden van Doe Maar liet horen.

Vermeulen ontpopte zich echter meer en meer als producer en werkte in die rol samen met artiesten als Nadieh, Ruth Jacott en Hans de Booij.

Verder schreef hij muziek voor televisiecommercials en had hij de muzikale leiding over de musical De Zoon Van Louis Davids.

In de tweede helft van de jaren tachtig profiteerde Sandy Coast van een heropleving in de belangstelling voor muziek uit de jaren zestig.

In 1988 bracht de band het album Rendez-Vous uit, een elpee en cd met opnieuw opgenomen versies van hun oude successen.

Ondertussen eisten privéproblemen steeds meer hun tol.

Diverse projecten waar hij aan begon, werden niet afgemaakt, en ook zijn huwelijk met Hilde liep op de klippen.

Hans Vermeulen kampte met een gigantische financiële schuld in de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig.

Vermeulen had zich financieel verbonden aan de bekende G.T.B.-geluidsstudio in Den Haag.

De deal mislukte volledig en liet hem met enorme schulden achter.

Hij lette naar eigen zeggen altijd meer op de muziek dan op de centen, waardoor hij een miljoenenclaim opbouwde bij de Belastingdienst.

Ondanks zijn vele successen had Vermeulen te maken met een schuld van 680.670 euro.

Eind jaren tachtig en begin jaren negentig zat hij dan ook volledig aan de grond.

Hij leefde in een sober souterrain in Scheveningen en verdiende wat geld met optredens in Haagse kroegen.

Dankzij zijn manager Peer Evers en een regeling met het maatschappelijk werk en het Sociaal Fonds van de Buma-Stemra werd er uiteindelijk orde op zaken gesteld om de schuld af te betalen.

Deze afspraak hield in dat Vermeulens auteursrechten voor het grootste gedeelte werden ingehouden om de schulden af te lossen.

Hans Vermeulen leefde dan ook enige jaren van een minimaal inkomen.

Eerder dan verwacht had Vermeulen zijn schuld afgelost.

Vrijwel platzak vertrok hij rond 1994 definitief naar Thailand om daar opnieuw te beginnen.

Om zijn muzikale grenzen te verleggen, verruilde Vermeulen Nederland vervolgens voor het Thaise eiland Koh Samui.

Een prettige bijkomstigheid was dat hij in het goedkope Thailand in principe van de royalty’s van zijn hits kon leven.

Toch bleef hij ook in Azië actief met componeren en produceren.

Zo maakte hij onder de naam The Rest in 1994 een nieuw album ‘Domestic Affairs’ uit en dit met oude bekenden uit de Haagse muziekscene, te weten Polle Eduard op zang en gitaar, Len Bouman op bas, Beau Wassenbergh op drums en Okkie Huijsdens voor de productie.

Tevens raakte hij betrokken bij de Thaise band Carabao.

Op 1 juli 1995 trad Hans Vermeulen in Bussum in het huwelijk met de jonge Thaise Jariya Chatsuwan, ook wel bekend als Aom.

Samen met producer Eddy Ouwens nam hij in 1997 een cd op met internationale hits van bekende artiesten.

Ouwens had hem daar al eerder tevergeefs voor gevraagd, maar uiteindelijk ging Vermeulen overstag.

De nummers op het album ‘Vogelvrij’ werden voorzien van Nederlandse teksten geschreven door onder anderen Robert Long, Paula Patricio, Joost Nuissl, Henk Temming en Coot van Doesburg.

De single ‘De Mooiste Droom Is Vogelvrij’, een cover van het gekende nummer ‘Up Where We Belong’ dat hij samen met Sandra Reemer inzong, werd een bescheiden radiohit.

In 1998 verscheen er een dubbel-cd met een overzicht van zijn gehele loopbaan, met de hits van zijn groepen Sandy Coast, Rainbow Train en The Rest en met vocale bijdragen van onder meer Rob de Nijs, Ruth Jacott en Anita Meyer.

Met de single ‘Een Kus En Een Knuffel’ uit het album, een cover van Butterfly Kisses van Bob Carlisle en Randy Thomas, scoorde hij een bescheiden radiohit.

In Thailand behaalde zijn vrouw Aom een top 10-hit met haar versie van ‘The Eyes Of Jenny’, terwijl Vermeulen optredens verzorgde met het Bangkok Symphonic Orchestra.

Op 19 april 2002 werd hij tijdens een speciaal optreden begeleid door het Metropole Orkest.

Dit concert werd later op televisie uitgezonden door de KRO en verscheen zowel op cd als dvd, onder de naam ‘Met Mij Gaat Het Goed’ in 2004.

Tijdens zijn rijkgevulde carrière ontving Hans Vermeulen onder meer een Gouden Harp en een Edison.

Hij overleed plotseling op 9 november 2017 op 70-jarige leeftijd.

Dizzy Man’s Band, wij zijn echte meelbieten

De Nederlandse Dizzy Man’s Band werd in 1968 opgericht door zanger Jacques Kloes en leden van de voormalige band The Fellows.

De band heette toen Take Five en coverde muziek van Blood, Sweat & Tears en Chicago.

In 1970 wordt de groepsnaam veranderd in Dizzy Man’s Band.

Tijdens de liveoptredens speelt Bob Ketzer, hun percussionist en tevens roadmanager, op toneel een clowneske figuur.

In de nazomer van datzelfde jaar is ‘Tickatoo’ de eerste hit, goed voor n°2 in Vlaanderen en n°6 in Nederland.

Volgens sommigen is dit nummer (niet onterecht) een doorslagje van ‘Down On The Corner’ van Creedence Clearwater Revival.

Tot 1978 scoort Dizzy Man’s Band 15 hits in Nederland, waaronder ‘The Show’, ‘Everday In Action’ en ‘Money The Phoney’.

Met ‘The Opera’ staan ze in de zomer van 1975 opnieuw op n°2 in de Ultratop.

Deze keer is het succes in Nederland even groot.

Het nummer stond ook 16 jaar lang in de Nederlandse Radio 2 Top 2000.

Van de acht bandleden zijn er nog slechts vier in leven.

Zanger Jacques Kloes overleed op 2 april 2015 op 67-jarige leeftijd.

Ook gitarist Dirk van der Horst, organist/pianist Herman Smak en Bob Ketzer zijn reeds overleden.

Gisteren nog vandaag

50 jaar geleden, Golden Earring, weldra weer met zijn vieren

Vijftig jaar geleden rees de vraag of de Golden Earring weldra weer met zijn vieren zou zijn.

Het was in die tijd algemeen bekend dat popgroepen die zich uitsluitend op tieners richtten, vaak geen lang leven beschoren waren.

Na een reeks hits kwam er meestal een periode van stilte of zelfs neergang. Dat wilde echter niet zeggen dat men zomaar op zijn lauweren kon rusten.

Ook zwaardere rockbands hadden het destijds moeilijk, en het werd meteen opgemerkt wanneer het lp-publiek begon af te haken.

Het meest sprekende voorbeeld daarvan was op dat moment de Nederlandse supergroep Golden Earring.

Na enkele jaren van groot succes stonden ze toen voor een bijzonder lastige periode.

Slechts een paar maanden eerder had alles nog uitstekend geleken voor de band.

Ze waren enorm enthousiast geweest over hun geplande Amerikaanse tournee.

Brian Hay gaf aan dat hun vorige plaat een kassucces was geweest in de Verenigde Staten en dat de daaropvolgende tournee erg goed was meegevallen.

Om hun nieuwe album ‘To The Hilt’ te promoten, hadden ze een nieuwe reeks optredens voorzien, maar de verwachtingen werden die keer helaas niet ingelost.

Het album bereikte destijds de 156e positie in de Amerikaanse Billboard Top 200 en ontving over het algemeen minder gunstige kritieken.

Hierdoor liepen de voorverkoopcijfers van de Amerikaanse tournee drastisch terug.

Ondanks deze tegenvallende cijfers trok de band toch naar Amerika.

Volgens Barry Hay was de eerste show geweldig, maar verzwakte de belangstelling daarna enorm.

Hoewel hij niet precies wist waar dat aan lag, benadrukte hij dat ze zich nochtans de ziel uit het lijf hadden gespeeld.

Hij voegde eraan toe dat men met het Amerikaanse publiek echter nooit zeker was.

De opkomst was op een bepaald moment zo minimaal dat de tournee werd onderbroken en de groepsleden veel vroeger dan verwacht naar Nederland terugkeerden.

Alsof deze zware domper nog niet genoeg was, stond het er rond die tijd ook al zo goed als vast dat de nieuwste aanwinst van de groep, organist Robert Jan Stips, de Golden Earring zou gaan verlaten.

Een tijd daarvoor had hij zijn eerste soloalbum uitgebracht, en de algemene verwachting was dat hij als soloartiest verder wilde gaan.

Robert zelf was toen niet te bereiken voor commentaar, maar Barry Hay gaf wel tekst en uitleg.

Hij vertelde dat Robert het in die periode niet meer met hen zag zitten, omdat hij absoluut veranderingen in hun muziek wilde doorvoeren.

Hoewel de kans op zijn vertrek zeer groot was, stond de definitieve beslissing nog niet voor de volle honderd procent vast en zou er eerst nog verder over gepraat worden.

Barry Hay nuanceerde de situatie door te stellen dat het voor hen geen drama zou zijn als Robert daadwerkelijk de groep verliet.

Ze hadden het immers al die jaren daarvoor ook met zijn vieren gedaan, dus er was geen reden waarom ze dat op dat moment niet meer zouden kunnen.

De hele show zou in dat geval wel herzien moeten worden, maar dat was volgens hem hooguit een kwestie van enkele maanden werk.

Uiteindelijk was Robert Jan Stips van 1974 tot 1976 toetsenist bij de band.

Hij speelde mee op het album Switch en toerde destijds intensief met hen door de Verenigde Staten.

Na zijn vertrek uit de groep in 1976 richtte hij zich op diverse andere projecten.

Zo was hij medeoprichter van de formatie Sweet d’Buster en startte hij daarna kortstondig zijn eigen project Transister.

Daarnaast drukte hij als producer zijn stempel op de Nederlandse popmuziek door onder meer drie albums te produceren voor de bekende new-waveband Gruppo Sportivo.

In 1981 sloot hij zich vervolgens aan bij de groep Nits.

Op een korte onderbreking eind jaren negentig na, is hij nog altijd een vast gezicht binnen deze band.

Zijn muzikale carrière was echter al veel eerder begonnen.

In 1968 was Stips de oprichter van de progressieve rockband Supersister, die een grote hit scoorde met ‘She Was Naked’.

In 2019 blies hij deze groep succesvol nieuw leven in met het Supersister Project.

Vanaf de jaren negentig werkte hij bovendien intensief samen met cabaretier Freek de Jonge.

Stips schreef muziek voor diens theatershows en speelde de herkenbare accordeonpartij in op de nummer één-hit Er is leven na de dood.

De inmiddels 76-jarige Robert Jan Stips is nog altijd enorm actief als veelzijdig muzikant, componist en producer.

Hij combineert zijn decennialange vaste rol als toetsenist en zanger bij The Nits met talloze eigen projecten.

Zo treedt hij nog steeds op met zijn oude band Supersister, waarbij hij een trio vormt met Rinus Gerritsen, en staat hij op de planken met zijn soloprogramma RJSolo.

Ook blijft hij muzikaal vernieuwen; hij werkt samen met violiste Marieke Brokamp en in 2025 bracht een recenter project hem samen met zangeres Jane Goulding, wat resulteerde in het album en de tournee Love & Affection.

Het creatieve talent zit overigens ruimschoots in de familie, want zijn oudere broer Wouter Stips is een bekende kunstschilder en beeldhouwer.

De geschiedenis van de Golden Earring als band kwam uiteindelijk definitief ten einde nadat gitarist George Kooymans in 2021 de diagnose ALS kreeg.

Tot groot verdriet van velen is hij in 2025 aan de gevolgen van deze slopende ziekte overleden.

De overgebleven bandleden gingen daarna ieder hun eigen weg, maar lieten de muziek nooit helemaal los.

De inmiddels zevenenzeventigjarige zanger Barry Hay woont tegenwoordig op Curaçao.

Hij geniet daar van een rustiger leven, al blijft de muziek door zijn aderen stromen en sluit hij een optreden op zijn tijd zeker niet uit.

Ook de energieke drummer Cesar Zuiderwijk is nog altijd actief in de muziekwereld.

Hij geeft regelmatig drumclinics en treedt vol enthousiasme op in theaters met diverse soloprojecten en muzikale shows.

Bassist Rinus Gerritsen is eveneens nog volop met muziek bezig.

Hij blijft muzikaal experimenteren, repeteert veel en voelt naar eigen zeggen dat hij als muzikant nog steeds vooruitgaat.

Begin 2026 kwamen Hay, Zuiderwijk en Gerritsen nog eenmaal samen voor een groots en emotioneel afscheidsconcert in Rotterdam Ahoy.

Daar brachten zij als prachtig eerbetoon, samen met diverse gastartiesten, een indrukwekkende viering van hun enorme muzikale nalatenschap

Doris D And The Pins, winnaar Veronica Award week 24 van 1981

Debbie Jenner werd als kind gekenmerkt door een bijna ziekelijke verlegenheid, een eigenschap die haar in haar geboorteplaats Skegness vaak tot doelwit van pesterijen maakte.

Op school ervaarde zij het als een ware marteling om voor de klas te staan; vaak kreeg ze een brok in haar keel en kon ze geen woord uitbrengen wanneer een leraar haar een vraag stelde.

Zelfs haar eigen danslerares zag aanvankelijk geen toekomst voor haar en adviseerde haar moeder om haar een opleiding tot secretaresse te laten volgen.

Ondanks deze moeilijke start wist Debbie vanaf haar tiende al zeker dat ze danseres wilde worden, een droom die zij uiteindelijk verwezenlijkte bij het ballet van Maria Moore.

Samen met de andere danseressen van dit ballet, Ingrid de Goede, Yvonne Mehagnoul, Irene Verhoeven en Donna Baron, trad zij regelmatig op in AVRO’s TopPop wanneer er geen videoclips beschikbaar waren van artiesten in de hitparade.

Een cruciaal moment was mei 1980, toen de volledige groep in het programma playbackte en danste op het nummer Funkytown van Lipps Inc. playbackte en danste.

Lipps Inc. was een studioband van de Amerikaanse producer en componist Steven Greenberg, met Cynthia Johnson als zangeres.

Johnson was ook bekend van de band Flyte Tyme, waar de producers Jimmy Jam en Terry Lewis deel van uitmaakten.

Enkele jaren later produceerden zij het succesvolle album Control van Janet Jackson, met hits als Control, Nasty en What Have You Done For Me Lately.

Omdat de oorspronkelijke zangeres Cynthia Johnson hoogzwanger was en niet kon reizen, dachten veel kijkers dat deze balletgroep de werkelijke formatie van Lipps Inc. was.

Het nummer Funkytown bereikte de eerste plaats in zowel de Vlaamse BRT Top 30 als de Nederlandse Top 40.

Vanwege de enorme populariteit op de Europese radio was er een gezicht nodig voor de promotie in Europa.

Terwijl de hele groep in Nederland te zien was, werd Debbie Jenner door de platenfirma en de originele groep gekozen om voor dit nummer het gezicht voor Europa te worden, waarbij zij het nummer playbackte tijdens optredens.

Producenten Hans van Hemert en Piet Souer zagen het potentieel van de danseressen en benaderden hen om zelf een plaat op te nemen.

Debbie Jenner nam de artiestennaam Doris D. aan en vormde samen met haar vier Nederlandse danseressen de formatie Doris D. & The Pins.

De passie voor het dansen hielp Debbie uiteindelijk haar enorme verlegenheid te overwinnen; op het podium raakte zij in een soort trance, waardoor zij de mensen om haar heen vergat.

Hun eerste single ‘Shine Up’ werd een groot succes en bereikte op 28 februari de eerste plaats in de BRT Top 30.

Ook in de Nederlandse Top 40 stond de groep hiermee twee weken lang op de hoogste positie.

Snel na dit succes ontstonden er echter spanningen binnen de groep.

De Pins voelden zich gereduceerd tot een dansgroepje op de achtergrond, terwijl zij wel degelijk op een aantal platen hadden meegezongen.

Dit leidde ertoe dat de groep uiteenviel.

De oorspronkelijke Pins gingen verder onder de naam Risqué en scoorden nog twee noemenswaardige internationale hits met The Girls Are Back in Town en Burn It Up Mr. D.J.

Bij Doris D. & The Pins werden de oorspronkelijke leden vervangen door vier Engelse danseressen.

In deze nieuwe samenstelling behaalde de groep in 1982 nog een kleine hit met Jamaica.

De samenstelling van de formatie bleef de jaren daarna regelmatig veranderen, waarbij ‘Starting at the End’ uit 1984 de laatste hitparade-notering markeerde.

In 1985 gingen Doris D. & The Pins definitief uit elkaar. Enkele jaren later verscheen Debbie Jenner weer regelmatig op de Nederlandse televisie, ditmaal als aerobics-instructrice die reclame maakte voor haar eigen videobanden.

Doris D., die nu 67 jaar oud is, werkt nog steeds als choreografe en dansdocente in Nederland.

Hoewel ze af en toe nog wel eens opduikt in nostalgische tv-programma’s, zingt of treedt ze niet meer op.

Vandaag is het exact vijfentwintig jaar geleden dat Herman Brood een einde aan zijn leven maakte.

Herman Brood, die op 11 mei 1946 in Zwolle het levenslicht zag, begon zijn muzikale carrière in 1964.

Hij vergaarde grote roem met zijn begeleidingsband Wild Romance, wat leidde tot hits als Saturday Night, Still Believe en Never Be Clever.

Ook scoorde hij in 1984 een groot succes met het nummer “Als je wint”, een samenwerking met voormalig Doe Maar-bassist Henny Vrienten.

In zijn latere jaren verlegde hij zijn focus en was hij voornamelijk actief als beeldend kunstenaar.

Op persoonlijk vlak was hij in 1968 vader geworden van zijn zoon Marcel Buissink, die werd geboren na een onenightstand met het Groningse model Tekie Buissink.

Op 18 juli 1985 werd zijn dochter Lola geboren.

In 1994 kreeg zijn toenmalige vrouw Xandra Jansen een dochter, Holly Mae Brood, van wie Herman overigens niet de biologische vader was.

Tegen het jaar 2001 was zijn lichaam volledig uitgeleefd door een leven vol genotmiddelen.

Brood gebruikte sinds zijn zeventiende speed, een middel dat energie geeft, maar tevens voor de afbraak van het lichaam zorgt.

Voor de juiste balans dronk hij daarnaast dagelijks zo’n twee liter sterke drank of mierzoete likeur.

Doorgaans sliep hij telkens één op de twee nachten.

Hoewel hij na dertig jaar met succes was afgekickt van zijn speedverslaving en drugs hem weinig effect meer gaven, bleek het onmogelijk om definitief met alles te stoppen.

Zijn alcoholconsumptie nam duizelingwekkende proporties aan, waardoor zijn voorheen schijnbaar onverwoestbare gezondheid in een razend tempo verslechterde.

Dit alles leidde tot de tragische beslissing op 11 juli 2001, toen de vierenvijftigjarige Brood om 13.28 uur van het Amsterdamse Hilton Hotel sprong.

In zijn binnenzak droeg hij een afscheidsbriefje met de tekst: “Xandra & alle skatjes, Deze snelheid in plaats van opbranden dat laat ik aan de crematie over. … Rous door zoals ik deed… en treur niet ! maak er een feest van. Ik zie jullie nog weleens. Ik ga nu bungy zonder elastiek. Genade – pappa “

Naast zijn bekende hits en turbulente levensstijl zijn er nog enkele opvallende details over deze unieke artiest.

Zo was hij opmerkelijk genoeg kleurenblind, wat meteen zijn voorkeur voor ongemengde, heldere primaire kleuren in zijn schilderijen verklaart.

Hij beperkte zijn kunst overigens niet tot traditionele doeken, maar beschilderde ook auto’s, bussen, trams en talloze muren in zijn volstrekt eigen stijl.

In 1979 haalde hij bovendien de internationale pers door een kortstondige en uiterst spraakmakende romance met de Duitse punkzangeres Nina Hagen, een relatie die destijds door velen als een slimme publiciteitsstunt werd gezien.

Om hun film te promoten, want in het echt is er nooit een romance geweest en zeker geen huwelijk.

Voordat hij de gevierde frontman van zijn eigen Wild Romance werd, maakte hij ook nog deel uit van de succesvolle en invloedrijke bluesband Cuby & the Blizzards, een periode die cruciaal bleek voor zijn verdere muzikale ontwikkeling.

Cha Cha: een stunt die de kranten haalde

Cha Cha haalde destijds de voorpagina’s van alle grote kranten en vormde het gesprek van de dag.

Dit kwam vooral door het huwelijk dat destijds tussen Herman Brood en Nina Hagen plaatsvond.

Achteraf bleek het een opzet van de manager van Brood te zijn om op die manier zijn film onder de aandacht te brengen.

Hoewel de film door deze publiciteitsstunt volop in de belangstelling stond, bleef een groot commercieel succes in de bioscoop uit.

De regie van de film was in handen van Herbert Curiel en de hoofdrollen werden vertolkt door Herman Brood, Nina Hagen en Lene Lovich.

De bijrollen waren weggelegd voor Ramses Shaffy, Simon Vinkenoog, Dolf Brouwers, Ko van Dijk, Nelly Frijda, Jules Deelder en de Amsterdamse Hells Angels. (Hitkrant Juni 1979)

46 jaar geleden, wedstrijd met Herman Brood in de Hitkrant

55 jaar geleden bracht het Nederlandse muzikale duo April Shower de single Railroadsong uit.

Dit duo ontstond puur vanuit een gedeelde passie voor muziek, nadat de leden elkaar hadden ontmoet via de Amsterdamse Kleinkunstacademie en een talentenjacht.

April Shower bestond uit zangeres Heddy Affolter, die later landelijk zou doorbreken als Heddy Lester, en gitarist en songwriter Gert Balke.

Voordat Balke in de muziekwereld stapte, werkte hij als medewerker op Schiphol.

De muzikale en artistieke wortels van Heddy zaten in de familie.

Haar Joodse moeder, Louise de Montel, zong onder meer bij Toon Hermans en Gerard Walden.

Zij had haar man, Coen Affolter, destijds leren kennen in Kamp Vught. In de jaren zeventig opende Coen nachtclub Iboyah, die ook wel bekendstond als restaurant De Gouden Eeuw, aan de Amsterdamse Keizersgracht.

Gert Balke trad daar veelvuldig op met Heddy, waardoor hij een kind aan huis en een goede vriend van de familie Affolter werd.

In ditzelfde etablissement ontmoette Heddy bovendien Ramses Shaffy, met wie ze gedurende de jaren zeventig regelmatig zou optreden.

Het grootste succes van April Shower was de door Balke geschreven Railroadsong.

Deze single werd in de zomer van 1971 uitgebracht door platenlabel Polydor, werd uitgeroepen tot Treiterschijf op Radio Noordzee Internationaal en behaalde een bescheiden dertigste positie in de Nederlandse Top 40.

Begin jaren zeventig maakte het duo bovendien een succesvolle tournee door Canada, de Verenigde Staten en Mexico.

In Mexico traden ze zelfs meerdere keren op voor de nationale televisie, nadat een Mexicaanse producer hen in het restaurant van Heddy’s vader had ontdekt.

De Nederlandse pers schonk destijds echter nauwelijks aandacht aan dit internationale succes.

Na Railroadsong volgden nog enkele singles. ‘Mama look upon me’, met op de b-kant ‘Come see’, bereikte in 1971 de Tipparade, maar de opvolgende singles, ‘It’s so funny’ (1972) en ‘Danny’s song’ (1973), flopten.

Nadat het duo in 1973 uit elkaar ging, verdween Gert Balke grotendeels uit de publiciteit.

Heddy Lester koos daarentegen voor een solocarrière en verwierf bekendheid door in 1977 deel te nemen aan het Eurovisiesongfestival met het mooie nummer ‘De mallemolen’, voorzien van een tekst van Wim Hogenkamp en muziek van haar broer Frank Affolter.

Van de achttien deelnemers eindigde ze met 35 punten op de twaalfde plaats. Tussen 1979 en 1987 maakte ze met haar broer en Hogenkamp diverse programma’s.

Voor haar eerste soloprogramma ontving Lester in 1979, samen met haar broer, als allereerste artiest de Pall Mall Exportprijs.

Ook broer Frank Affolter bouwde een uitgebreide eigen muzikale carrière op.

In 1986 scoorde hij zelf een bescheiden hit met The Way to Love / Het is nog niet te laat.

Een hele generatie groeide bovendien op met zijn stem, aangezien hij eind jaren tachtig en begin jaren negentig de Nederlandse titelsongs zong van de Disney-series Ducktales en Darkwing Duck.

De nieuwe avonturen van Winnie de Poeh. In 1993 was hij componist en producent van het lied ‘Samen Verder’, dat speciaal werd geschreven voor een project tegen racisme en waaraan vele bekende Nederlandse artiesten meewerkten.

In 1996 verscheen zijn eerste solo-cd Hold On, waarvoor hij alles componeerde, produceerde en zong, inclusief de single ‘Haven’t we been warned enough’.

Daarnaast was Frank muzikaal leider van verschillende amateurkoren, waarvoor hij de musicals Getikt en Uit de Schaduw schreef.

Dit resulteerde in 2003 in zijn eerste professionele musical Alleen Op De Wereld, die hij ook zelf produceerde.

Voor deze productie werden zowel de muziek van Frank als actrice Hilke Bierman genomineerd voor de John Kraaijkamp Musical Award 2004.

In 2005 volgde de musical Merlijn en het mysterie van Koning Arthur.

Op zondag 18 maart 2007 ging vervolgens de voorstelling 10.000 Zakdoeken in première, een bijzondere hommage aan zijn ouders en hun tijd in en overleving van Kamp Vught.

Jaren later, in 2020, toonde Frank opnieuw zijn vocale kwaliteiten door in The Voice Senior de halve finales te bereiken als lid van het team van Ilse DeLange.

Broer en zus vonden elkaar niet alleen op het podium, maar ook in de filmwereld.

Vanaf 1987 werkte Heddy tevens als freelance actrice, en in 1991 vertolkte zij de rol van moeder in de afstudeerfilm De tranen van Maria Machita van Paul Ruven.

Ze speelde hierin naast onder anderen Ellen ten Damme, Jacques Herb en Ali Çifteci, terwijl Frank alle muziek voor deze productie componeerde.

De film werd bekroond met een Tuschinski Award en een Gouden Kalf in de categorie Beste korte film.

Heddy bleef in de decennia daarnaast actief; in 2001 leende ze haar stem aan Mevrouw Packard in de animatiefilm Atlantis: De Verzonken Stad.

In 2020 was ze nog even op televisie te zien in het programma Even tot hier en speelde ze de moeder van Gerri van Vlokhoven, vertolkt door Frank Lammers, in de film Groeten van Gerri.

Heddy Lester overleed op 30 januari 2023 op 72-jarige leeftijd aan de gevolgen van blaaskanker.

In maart 1981 ontmoetten Mireille Mathieu en de Nederlandse band B.Z.N. elkaar persoonlijk.

De basis voor dit contact lag in het jaar 1980, toen de Franse zangeres besloot het nummer Pearlydumm van de Volendamse formatie op te nemen.

De Franse vertaling kreeg de titel Jusqu’à Pearlydam en verscheen dat jaar op haar album Un Peu… Beaucoup… Passionnément.

Naast deze Franse interpretatie bracht ze in 1980 via het label Ariola ook een Duitse versie van het lied uit in Duitsland.

Deze verschillende talen onderstreepten de brede Europese belangstelling voor het repertoire van de Nederlandse groep, die op dat moment al tot de absolute top in de Benelux behoorde.

De internationale aantrekkingskracht van hun muziek bleek ook uit het feit dat het originele Mon Amour zelfs in landen als Australië, Brazilië en Nieuw-Zeeland op single is uitgebracht.

De waardering voor dit specifieke werk bleef bovendien jarenlang bestaan, wat bleek toen Demis Roussos in 1995 een vertolking van Mon Amour opnam samen met Anny Schilder.

Tijdens de ontmoeting bij een televisieshow in het voorjaar van 1981 kregen de oorspronkelijke vertolkers en componisten uit Volendam de kans om de zangeres te spreken over deze diverse vroege uitvoeringen van hun hit.

Teach-In valt uiteen en Getty op de solotoer

In maart 1976 was de muziekwereld in rep en roer door het nieuws over Teach-In.

Hoewel de groep na hun overwinning op het Eurovisiesongfestival een glansrijke internationale carrière werd voorspeld, bleek de werkelijkheid weerbarstiger.

Men dacht dat hun hit Ding-a-dong de weg zou plaveien voor een succesverhaal vergelijkbaar met dat van ABBA, maar nog geen jaar later kondigde het management aan dat de formatie eind mei uit elkaar zou gaan.

Dit bericht kwam voor velen als een totale verrassing en sloeg in als een donderslag bij heldere hemel.

Zangeres Getty Kaspers legde destijds uit dat het onverwachte succes van het Songfestival de groep feitelijk de das omdeed.

Ze stonden nog maar aan het begin van hun loopbaan toen ze plotseling tot Europese sterren werden gebombardeerd.

De druk werd zo hoog en het tempo zo moordend dat de bandleden nauwelijks de tijd vonden om nieuwe singles op te nemen.

Getty gaf aan dat ze eigenlijk pas jaren later aan het festival hadden moeten meedoen, zodat ze de kans hadden gekregen om rustig als artiesten te groeien.

Naast de werkdruk speelden ook persoonlijke keuzes een rol in de breuk.

Bandlid Ad had in december al aangegeven dat hij de overstap naar de klassieke muziek wilde maken.

Hij was oorspronkelijk bij de groep gekomen om zijn studies te betalen, maar door het onverwachte succes belandde hij tegen wil en dank in de popwereld.

Bovendien ontstonden er steeds vaker muzikale meningsverschillen binnen de groep.

Hoewel er geen sprake was van ruzie, kwamen de leden na een openhartig gesprek tot de conclusie dat het beter was om als goede vrienden uit elkaar te gaan.

Het besluit viel Getty zwaar, vooral door de emotionele reacties van de fans die haar via de telefoon smeekten om door te gaan.

De bandleden besloten hun lopende contracten nog netjes af te werken, met het komende Eurovisiesongfestival als hun laatste gezamenlijke optreden op televisie.

Na die tijd koos iedereen zijn eigen pad: Getty bereidde een solocarrière voor onder de vleugels van haar vriend John Gaasbeek en Ad keerde terug naar de klassieke muziek.

De overige muzikanten besloten echter een nieuwe start te maken.

In 1976 ging de groep verder met een nieuwe bezetting, waarbij twee nieuwe zangeressen de gelederen kwamen versterken: Marianne Wolsink en Betty Vermeulen.

Daarmee sloeg Teach-In een nieuwe weg in, terwijl Getty haar geluk beproefde op de solotoer.