Van beatgroep tot Soundmixshow: het muzikale levensverhaal van Frank Ashton

Frank Ashton, die eigenlijk Frans Biezen heet, begon zijn muzikale loopbaan bij de Jumping Tigers voordat hij in 1965 landelijke bekendheid kreeg als medeoprichter van Les Cruches.

Deze formatie gold als de bekendste Tilburgse beatgroep en ontleende haar naam aan Kruikensijkers, de bekende bijnaam van de Tilburgers.

Biezen deelde het podium in die tijd met niet de minsten: ook Henny Vrienten (later Doe Maar), John van der Ven (de latere producer van onder meer André Hazes) en Jos van den Dries (VOF de Kunst) maakten deel uit van de band.

Les Cruches was regelmatig te zien en te horen op tv en radio.

In 1968 besloot hij de groep te verlaten en een heel andere muzikale koers te varen.

Zo sloot hij zich een tijdje aan bij de Rekels, de band die bekend werd door de samenwerking met Hanny (Hennie Doeland-Lonis).

In 1974 vormde hij het duo Frans & Monique, waarmee hij een grote hit scoorde met het nummer ‘Hé Monique’.

Na die periode kreeg Frank de nodige tegenslagen te verwerken.

Zo kreeg hij destijds toestemming om samen met producer Cees Vermeulen een klassieker op te nemen.

Hun oog viel op ‘You’ll Never Walk Alone’, maar de platenmaatschappij zag er geen brood in.

Slechts drie maanden later, in 1976, scoorde Lee Towers er een enorme hit mee.

Vanaf dat moment wist Frank dat hij muzikaal op de juiste weg zat, al duurde het daarna nog enkele jaren voordat hij met Cees Vermeulen aan zijn zijde opnieuw de studio in kon duiken.

Een nieuwe fase brak dan ook aan in 1981, toen hij onder de naam Frank Evans het podium betrad.

Hij bracht toen als eerste single ‘Forget Him’ uit.

Dat nummer was in 1963 geschreven door de Britse componist en producer Tony Hatch en was oorspronkelijk een hit voor Bobby Rydell.

Met zijn versie van deze oude hit van Bobby Rydell haalde hij in Vlaanderen met ‘Forget Him’ in juni 1981 de tiende plaats in de BRT Top 30.

Toch keek hij toen vol vertrouwen vooruit en voorspelde hij dat hij met zijn nieuwe single ‘Lonely Town’ helemaal naar de top zou gaan.

Het was een opvallend optimistische uitspraak van een man die de afgelopen jaren de nodige tegenslagen te verwerken had gekregen.

Doc Pomus (Jerome Solon Felder) en Mort Shuman schreven dit nummer ooit voor Elvis Presley. Elvis weigerde toen echter dit nummer op te nemen, waardoor Gene McDaniels het in 1963 als eerste opnam.

Dit legendarische schrijversduo tekende trouwens al eerder voor wereldhits van Elvis Presley, zoals ‘Surrender’, ‘Viva Las Vegas’ en ‘Kiss Me Quick’, en ook de klassieker ‘Save the Last Dance for Me’ voor The Drifters.

Hoewel het nummer geschreven was in 1963, leek het Frank in augustus 1981 op het lijf geschreven.

Hij had toen net een mislukt huwelijk achter de rug en woonde weer alleen. Frank legde uit dat de stad voor hem veranderd was, omdat hij overal geconfronteerd werd met mooie maar ook pijnlijke herinneringen, waar hij op sombere dagen liever met een boog omheen liep.

Toch accepteerde hij deze tegenslagen in de liefde als een onvermijdelijk onderdeel van zijn keuze voor een zangcarrière.

Veel tijd om bij de pakken neer te zitten had hij trouwens niet, want zijn agenda zat toen overvol.

Met de cover van Lonely Town behaalde hij op 15 augustus 1981 eveneens de tiende plaats in de BRT Top 30.

Hoewel deze twee singles in Vlaanderen succesvol waren, bereikten beide singles in zijn thuisland niet de hitparade.

In 1986 veranderde hij zijn artiestennaam opnieuw en deed hij als Frank Ashton mee aan de Soundmixshow.

Hij won deze talentenjacht met het nummer ‘Reno Town’ (Don’t go down to Reno), een cover van Tony Christie die werd geproduceerd door zijn vriend Jack de Nijs.

Opvallend genoeg had hij dit nummer een jaar eerder al op single uitgebracht onder zijn vorige schuilnaam Frank Evans.

De overwinning in de Soundmixshow zorgde voor zijn definitieve doorbraak.

Met de single ‘Remember The Good Times’ bereikte hij de eenentwintigste plaats in de Top 40, al kwam het nummer in Vlaanderen niet verder dan de tipparade.

Ook dit was een cover, gebaseerd op het Italiaanse nummer ‘Non voglio mica la luna’ uit 1986, dat werd geschreven door Zucchero, Luigi Albertelli en Enzo Malepasso en in Italië een hit werd voor zangeres Marina Fiordaliso.

De daaropvolgende single, getiteld ‘The Roses Ain’t Growing Anymore’ en geschreven door Hans Bouwens, bleef steken in de Tipparade.

Dit nummer werd geschreven door Hans Bouwens, de bekende voorman van de George Baker Selection.

Een nare val van een podium in 1997 leek een abrupt einde te maken aan zijn zangcarrière.

Na een jarenlange revalidatie maakte hij in 2004 echter een knappe comeback met het album Latin Lover.

Veertien jaar later, in 2019, liet hij opnieuw van zich horen door mee te doen aan het programma The Voice Senior, waar hij koos voor het team van coach Frans Bauer.

Hij wist toen uiteindelijk door te dringen tot de tweede ronde, maar de winst van dat seizoen ging naar de countryzanger Ruud Hermans.

De inmiddels 79-jarige zanger treedt tot op de dag van vandaag nog incidenteel op en is nog altijd te boeken.

Oldies-rage bezorgt Frank Evans tweede start

Gisteren nog vandaag

Voor de Vlaamse groep The Strings het langste eind, omdat meisjes toch nog altijd opkijken als je muzikant bent

In augustus 1981, precies 45 jaar geleden, stonden The Strings volop in de belangstelling.

De gitaarrockgroep uit Zaventem werd opgericht door vijf jongens die elkaar al heel lang kenden: gitaristen Jan Van Eyken en Bruno Melon, zanger Luk Meert, bassist Mark Vanbinst en drummer Luk Vrebos.

Ze begonnen aan het avontuur, omdat er in hun woongemeente destijds nauwelijks iets te beleven viel, maar uiteraard droomden ze ook een beetje van roem en vonden ze dat meisjes toch nog altijd opkeken naar muzikanten.

Aanvankelijk dachten de bandleden nauwelijks aan het opnemen van een album, laat staan aan interviews of televisieoptredens.

De groep ontstond uit het eerdere project Belgrave Road na een optreden op een freepodium.

Waar ze in het begin vooral covers speelden van onder meer The Rolling Stones en Frankie Miller, schakelden ze snel over op een volledig eigen repertoire, met uitzondering van het nummer ‘Route 66’.

Hun debuutsingle met de nummers ‘Love me’ en op de B-kant ‘I wanna dance’ namen ze in eigen beheer op.

De productie was in handen van Jean-Marie Aerts, de gitarist van TC Matic, die in die periode de vaste producer was voor heel wat beginnende Belgische bands.

Hoewel de eerste single hen financieel meer kostte dan hij opbracht, doordat ze duizend exemplaren lieten persen en deze zelf verdeelden, bewees de uitgave wel hun ambitie.

Met de opvolger ‘Back to you’ lieten ze zien dat het ook met hun eigen materiaal helemaal goed zat.

In de zomer van 1981 toerde de groep door heel Vlaanderen.

Dat najaar mochten ze bovendien mee op tournee met De Kreuners, waar ze als voorprogramma optraden en de avond afsloten met een gezamenlijke set vol klassiekers uit de vroege jaren zeventig van artiesten als Gary Glitter, T. Rex en The Sweet.

Die gezamenlijke tournee bleek een belangrijke stap, want niet veel later maakte gitarist Jan Van Eyken de overstap naar De Kreuners, de band waar hij sindsdien nog altijd deel van uitmaakt en een bepalend gezicht van is gebleven (Joepie 9 augustus 1981)

Meer dan ‘Dokter Bernhard’: Het bewogen leven van Bonnie St. Claire

Bonnie St. Claire werd geboren op een schip, als dochter van een binnenvaartschipper (als Bonje Cornelia Swart op 18 november 1949).

Haar muzikale avontuur begon toen ze in 1966 als 17-jarig meisje tijdens een concert van Peter Koelewijn op het podium een lied mee mocht zingen en zo werd ontdekt.

In 1967 kreeg ze via Koelewijn een platencontract en maakte ze onder de artiestennaam Bonny St. Claire haar eerste single, wat de start vormde van een indrukwekkende en veelzijdige zangcarrière.

Haar allereerste singles, zoals haar debuutsingle ‘Tame Me, Tiger’ (1967) en internationale Engelstalige releases uit die vroege periode, werden uitgebracht onder de naam Bonny.

Later, toen ze in de jaren 70 de overstap maakte naar Nederlandstalige muziek en de vaste zangeres werd van Unit Gloria, werd de spelling definitief veranderd naar Bonnie St. Claire.

In de eerste jaren scoorde Bonnie vooral successen met Engelstalige popmuziek.

Hits als ‘Mañana Mañana’ en ‘I Won’t Stand Between Them’ maakten haar al snel een geliefde naam in de Nederlandse muziekwereld.

Vanaf 1972 sloot ze zich aan bij de formatie Unit Gloria, waar ze Robert Long opvolgde als frontvrouw.

Met aanstekelijke liedjes zoals ‘Clap Your Hands and Stamp Your Feet’ en ‘Voulez-Vous’ veroverden ze samen de hitlijsten in binnen- en buitenland.

Een belangrijke wending in haar carrière kwam halverwege de jaren zeventig, toen Bonnie de overstap maakte naar het

Nederlandstalig repertoire.

Dat bleek een schot in de roos: haar dramatische duet ‘Dokter Bernhard’ met Ron Brandsteder groeide uit tot een absolute klassieker.

Het nummer bereikte in augustus 1976 de twaalfde plaats in de BRT Top 30 en was in Nederland goed voor een zevende plaats in de Top 40.

Het lied gaat over dokter Christiaan Barnard, de Zuid-Afrikaanse chirurg die in 1967 de eerste harttransplantatie ter wereld uitvoerde.

Het nummer uit 1976 van Bonnie St. Claire en Ron Brandsteder is opgebouwd als een telefoongesprek/dialoog: een bezorgde vrouw belt over haar zieke man, waarna de dokter haar probeert gerust te stellen, hoewel het in werkelijkheid slecht met hem afloopt.

In de decennia die volgden, reeg ze de successen aan elkaar met emotionele en meeslepende nummers zoals ‘Pierrot’, ‘Bonnie Kom Je Buiten Spelen’, ‘De Roos’, ‘Sla Je Arm Om Me Heen’ en ‘Morgen Wordt Alles Anders’.

Naast haar muzikale successen kwam de zangeres de laatste jaren meerdere keren in het nieuws, toen ze tijdens haar optredens ’dronken’ op het podium zou hebben gestaan.

In 2004 werd St. Claire door de rechter veroordeeld tot 20 dagen gevangenisstraf, omdat ze in 1997 voor de 3e keer een auto-ongeluk had veroorzaakt onder invloed van alcohol.

In 2016 was het 10 jaar geleden dat Bonnie als gevolg van haar alcoholprobleem met een ernstige leverbeschadiging werd opgenomen in het ziekenhuis.

In de jaren die daarop volgden, stond de ‘Dokter Bernhard’-zangeres droog, maar begin 2014 bleek ze toch weer aan de drank te zijn.

Bonnie is al sinds 1 oktober 2018 volledig nuchter en heeft sindsdien geen druppel alcohol meer aangeraakt.

Ze vertelt in de media dat ze zich een stuk energieker, helderder en een leukere vrouw voelt nu het ‘waasje’ van de verslaving weg is, al heeft ze wel een beschadigde lever overgehouden aan haar verleden.

Haar bewogen levensverhaal schreef ze tevens openhartig van zich af in haar in 2021 verschenen autobiografie Kwam een vrouw bij de slijterij.

Op persoonlijk vlak was haar laatste grote relatie met Anne Jan Jongebloed, met wie ze in 2004 trouwde.

In september 2023 maakten zij bekend na een huwelijk van 19 jaar te gaan scheiden.

De breuk verliep zonder ruzies en kwam voornamelijk door hun verschillende werkritmes.

De twee hebben nog altijd zeer goed contact; Anne Jan treedt zelfs nog regelmatig op als haar chauffeur om haar naar haar optredens te brengen.

Hoewel er mediaberichten waren dat ze soms spijt had van de scheiding of openstond voor verzoening, is ze momenteel single.

Bonnie woont al sinds 2009 in het Noord-Hollandse Aalsmeer; na een aantal tussentijdse verhuizingen binnen de gemeente heeft ze haar plekje helemaal gevonden in een woning in het hart van het centrum.

De nu 76-jarige zangeres staat nog altijd met veel plezier op het podium en denkt nog niet aan stoppen.

90 jaar na de moord op Federico García Lorca: hoe zijn poëzie 50 jaar later voortleefde in ‘Hijo de la Luna

Hijo de la Luna (Spaans voor “Kind van de Maan”) is een van de meest dramatische en poëtische ballades uit de Spaanse popgeschiedenis.

Het nummer werd geschreven door José María Cano voor de legendarische Spaanse popgroep Mecano en is terug te vinden op het album Entre el cielo y el suelo, dat in Spanje werd uitgebracht op 16 juni 1986.

Met zijn betoverende walsritme en theatrale orkestratie groeide het nummer al snel uit tot een gigantische internationale hit in Spanje, Latijns-Amerika en grote delen van Europa.

Dankzij het succes van de single Hijo de la Luna, uitgebracht op 25 juli 1987 in hun thuisland en in Frankrijk in 1988, werd de single bij ons uitgebracht in de winter van 1989.

De single bereikte bij ons de achttiende plaats in de Ultratop 50.

Om die plaats te bereiken, moesten ze wachten op een tweede poging in augustus 1990.

Dit dankzij Nederland, waar de single pas in juni 1990 de hitparade bereikte, om dan in juli uiteindelijk de derde plaats te bereiken in de Nederlandse Top 40.

Wat het nummer zo bijzonder maakt, is de duistere tekst die is opgebouwd als een klassiek volksverhaal.

De tekst van het nummer is enigszins geïnspireerd op de Romancero gitano van de dichter Federico García Lorca, die tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936) in Granada werd vermoord.

De universele dichter, die in de nacht van 18 op 19 augustus 1936 door de handen van falangisten om het leven kwam, schreef deze dichtbundel, geïnspireerd door de Andalusische volksziel en, meer in het bijzonder, door de wereld, de gebruiken en de symbolen die rond de zigeunergemeenschap draaien: de liefde, de jaloezie, de wraak, de maan…

Uit deze liefde voor de zigeunercultuur en uit deze thema’s over liefde, tragedie en dood ontstond zijn toneelstuk Bodas de sangre (geïnspireerd op Romeo en Julia).

Dit stuk werd in 1981 verfilmd door de regisseur Carlos Saura uit Aragón, en ook in 1963 door Francisco Rovira Beleta in Los Tarantos, met de dansers Antonio Gades en de bekende (zigeuner)danseres Carmen Amaya.

Het nummer vertelt het tragische sprookje van een zigeunervrouw die tot de volle maan bidt om een echtgenoot.

De maan verhoort haar wens, maar eist een duistere prijs: het eerste kind dat ze zal baren.

Wanneer de baby wordt geboren met een spierwitte huid en grijze ogen, vermoedt de vader overspel.

Hij steekt zijn vrouw dood en laat het kind alleen achter op een bergtop.

De maan ontfermt zich uiteindelijk over het kind, en elke keer als de baby huilt, verandert de maan in een sikkel om hem als een wiegje te wiegen.

We moeten rekening houden met de strenge wetten van de zigeunergemeenschap, die botsen met de hedendaagse ideeën over gendergelijkheid.

Toch moeten we de tekst analyseren vanuit het perspectief van die tijd en de betekenis ervan begrijpen.

De vrouw werd beschouwd als de matriarch, de schenker van het leven.

De maan, in de klassieke oudheid vertegenwoordigd door Diana, was de godin van de jagenden en behield haar maagdelijkheid.

Ze kon destijds dus geen kind baren.

Daarom heeft ze een andere vrouw nodig om haar er een te bezorgen. In de tragedie van Lorca zien we nog een voorbeeld van een vrouw die geen kinderen kan baren: Yerma.

In november 2002 blies de Belgisch-Spaanse zangeres Belle Perez deze klassieker nieuw leven in, waarvoor ze de krachten bundelde met de heren van de Belgische acapellagroep Voice Male.

Als dochter van Spaanse ouders paste de iconische ballade haar als een gegoten jas.

Waar het origineel van Mecano rust op een mystieke synthpop-sfeer met de heldere, gereserveerde stem van zangeres Ana Torroja, koos Perez samen met Voice Male voor een warmere, meer akoestische en vocaal gelaagde benadering.

Met haar krachtige stem, de harmonieuze begeleiding van de heren en subtiele flamenco-invloeden wisten ze het nummer een eigentijdse energie te geven.

De samenwerking werd een groot succes in Vlaanderen: de single piekte op de 8e plaats in de Ultratop 50 en klom zelfs op naar de 4e plek in de BRT Top 30.

Belle Perez in de P Magazine van 30 augustus 2001

Dianne Marchal: Van hitzangeres en achtergrondstem tot rust en zingeving

Hilde Dianne Marchal werd geboren op 9 september 1952 in Den Haag en groeide uit tot een veelzijdige stem in de Nederlandse popmuziek.

Ze maakte in de jaren zestig haar eerste muzikale stappen en bracht in 1969 onder de naam Turquoise Marchal de single ‘My Man’ uit, geschreven door haar toekomstige man Hans Vermeulen.

In de jaren zeventig en tachtig verwierf ze grote bekendheid als solozangeres en als veelgevraagde achtergrondzangeres.

Ze trouwde in de jaren zeventig met Hans Vermeulen en maakte deel uit van de meidengroep Rainbow Train, het muzikale project van haar echtgenoot.

Binnen deze formatie zong ze samen met onder meer Anita Meyer en Martha Pendleton.

Naast haar werk in de studio bracht ze solo diverse singles uit, waaronder Sandy en Speedtrap in 1977 en It’s My Time Now in 1983.

De relatie tussen Marchal en Vermeulen liep begin jaren tachtig al ernstige schade op.

Hoewel Hans in 1982 nog een muzikale ode en liefdesverklaring aan haar uitbracht met het nummer ‘Hilde’, strandde hun huwelijk in de jaren daarna definitief.

Na een langdurige, moeizame periode vol emotionele en financiële problemen werd de echtscheiding in 1992 officieel afgerond.

Marchal werkte ontzettend veel als achtergrondzangeres en op talloze platen van Nederlandse bodem uit de jaren zeventig en tachtig nam ze de backings voor haar rekening.

Ze vormde daarin vaak een team met collega’s als Anita Meyer en Martha Pendleton, en later met onder anderen Jody Pijper, Julya Lo’ko, Ruth Jacott, Sandra Reemer, Pim Roos en Cees Stolk.

In totaal is ze op meer dan 1000 (sommige bronnen beweren zelfs 2000) nummers te horen, waaronder megahits als ‘Why Tell Me Why’ van Anita Meyer, ‘Sajang é ‘van Massada en ‘Who’s That Lady With My Man’ van Patricia Paay.

Tot begin jaren negentig bleef ze zeer actief als sessiezangeres.

Na een televisieprogramma van Tineke de Nooij, waar ze samen met Hans in Oekraïne was voor het project Kinderen in Tsjernobyl,veranderde haar leven.

Ze raakte zo betrokken bij het project en was zo onder de indruk van het land dat ze een jaar later naar Oekraïne verhuisde en er voor lange tijd bleef.

Pas eind jaren negentig keerde ze terug naar Nederland. In 2020 verscheen er bovendien een filmdocumentaire over haar leven en muzikale loopbaan.

Naast haar muzikale carrière werkte ze ook in de gastronomie. Samen met haar partner Erik Westra runde ze een aantal jaren het kwaliteitsrestaurant en Indische huiskamerrestaurant Plan B aan de Wijnhaven in Delft.

In het voorjaar van 2022 stapte ze in het huwelijksbootje met haar partner Erik Westra. Hoewel de deuren van Plan B inmiddels gesloten zijn, bleef haar echtgenoot actief in het vak.

Hij heeft een lange en indrukwekkende loopbaan in de gastronomie opgebouwd, met ervaring in verschillende Michelinsterrenzaken.

De bijna zeven jaar jongere man van Marchal werkt momenteel als operationeel manager bij Sociëteit De Unie in Loosdrecht en combineert zijn passie voor eten en drinken nog altijd met zijn liefde voor muziek als gitarist en percussionist.

Na een bewogen leven in de muziekwereld en de horeca verklaart Marchal dat ze door haar geloof in God de innerlijke rust en diepe zingeving heeft gevonden waar ze altijd naar op zoek was.

De zangeres, die in september 2026 haar 74e verjaardag viert, woont samen met haar man in Delft en geniet daar van haar pensioen.

50 jaar geleden, Don Mercedes en zijn hit ‘Rocky’

De Utrechter, die feitelijk Rob van Bommelen heet, begon al in de jaren zestig muziek te maken met zijn band onder de naam Don Mercedes & his Bentz, al bleef het echt grote succes destijds nog uit.

Dat veranderde in 1976. In dat jaar behaalde de Duitser Frank Farian, de grote man achter Boney M., in zijn eigen land een nummer-één-hit met het Amerikaanse nummer ‘Rocky’, dat oorspronkelijk is geschreven door Jay Stevens en voor het eerst op plaat werd gezet door Austin Roberts.

In 1975 brengt de Amerikaanse countryzanger Dickey Lee het nummer Rocky uit. Het wordt een grote hit in de Verenigde Staten en komt op 1 terecht in de hitlijst genaamd Hot Country Singles.

De Nederlandse producers Peter Koelewijn en Will Hoebee zagen potentie in het lied en besloten er een Nederlandstalige versie van te maken.

John Eshuis, promotieman van platenmaatschappij Phonogram (Philips), nam de vertaling voor zijn rekening.

De producers wisten in eerste instantie nog niet met wie ze het nummer moesten opnemen, totdat Will op het idee kwam om Don Mercedes te benaderen.

Peter haalde vervolgens Bonnie St. Claire over om de vrouwelijke leadstem in te zingen.

Zij had op dat moment net een grote hit met Dr. Bernhard gescoord, samen met hem.

Hoewel verschillende websites beweren dat Patricia Paay de leadstem inzong, is dat dus niet juist.

De hele productie werd in een halve dag afgerond.

Diezelfde dag nog bracht Will een bandje naar een paar diskjockeys, die ‘Rocky’ meteen begonnen te draaien.

Het werd een enorm succes: in Vlaanderen eiste de single gedurende drie weken de hoogste positie van de hitparade op, en ook in Nederland bereikte de plaat de eerste plaats in de Top 40.

Het nummer was zo populair dat het in datzelfde jaar ook nog werd gecoverd door Paul Severs en De Strangers.

Twee jaar later, in 1978, coverde Don Mercedes het nummer “Days Of Pearly Spencer” van David McWilliams.

Peter Koelewijn schreef hiervoor de Nederlandse tekst en het nummer kreeg de titel ‘Telefoon’.

Ook op deze single is Bonnie St. Claire weer te horen.

Tegenwoordig staat deze single op Discogs te koop voor zo’n 50 euro.

Destijds was het exemplaar voor een afgeslankte prijs van 50 Belgische frank te koop, wat neerkomt op 1,25 euro, waarmee het achteraf gezien een van de beste investeringen ooit was.

In 1981 probeerde de zanger nog mee te liften op de wereldwijde Dallas-rage met het nummer ‘Wie Schoot Op J.R. Ewing’.

Na zijn muzikale hoogtijdagen opende hij een discotheek aan de Oude Gracht in Utrecht, die hij enkele jaren heeft gerund voordat de zaak uiteindelijk failliet ging.

Daarnaast bleef hij actief als zakenman.

Zo exploiteerde hij een sinaasappelplantage in Florida en investeerde hij in de Franse en Amerikaanse release van het bekende boek Stoppen met roken van Allen Carr.

In het begin van 2011 verscheen er voor het eerst in dertig jaar weer een nieuw album van zijn hand.

Inmiddels is de Nederlandse zanger 85 jaar oud en geniet hij in alle rust van het leven.

Vandaag is het precies drie jaar geleden dat zangeres Bea Van der Maat is overleden

Béatrice Marguerite Van der Maat werd geboren op 15 november 1960 in Gent en bouwde vanaf de jaren tachtig een veelzijdige loopbaan op als zangeres, presentatrice, actrice en lerares.

Haar kleutertijd speelde zich af in Itterbeek bij Brussel, in een heel klein schooltje dat gehuisvest was in een gebouw dat ooit een café was geweest.

Van die periode herinnerde ze zich later niet erg veel meer.

Dat ze in de buurt van Brussel opgroeide, was zeker geen slechte zaak, want op die manier leerde ze Frans.

Niets spectaculairs voor zover ze wist, behalve dan dat ze uitzinnig blij was als er om tien uur chocolademelk werd uitgedeeld.

Gisteren nog vandaag

De eerste maanden van het eerste leerjaar bracht ze door in Regina Caeli in Dilbeek.

Die allereerste schooldag zou ze nooit vergeten.

Haar vader reisde in die tijd veel en had haar een zakje gegeven met de opdruk British European Airways, wat afgekort BEA was.

Ze ging er uiteraard trots mee naar school, maar toevallig was er een juffrouw die ook Bea heette.

De oudere kinderen begonnen haar direct te pesten, omdat ze dachten dat ze het zakje van juffrouw Bea had gepakt.

Later kreeg haar vader een baan in de buurt van Gent te pakken en verhuisde het gezin.

Ze woonden in Sint-Amandsberg en Oostakker, waardoor Bea het eerste studiejaar afmaakte in Onze-Lieve-Vrouw Visitatie.

Dat viel mee, maar het tweede jaar werd een absolute ramp.

Haar zus ging naar het vierde leerjaar en vreesde voor de strenge juffrouw Georgette. Precies die leerkracht bleek te zijn overgeplaatst naar het tweede leerjaar.

Door alle angstaanjagende verhalen van haar zus had Bea vooraf zoveel schrik dat het nooit meer goed is gekomen.

Het werd een verschrikkelijk streng jaar waarin ze continu last had van buikpijn.

Haar moeder nam haar mee naar de dokter, maar er was lichamelijk niets aan de hand.

Het was puur psychologisch, buikpijn van narigheid.

Daarna volgden Tienen en Diest.

Verhuizen vond ze soms erg vervelend, want het was niet leuk om haar vriendinnetjes op school telkens achter te laten.

Vanaf het derde leerjaar tot het tweede jaar humaniora zat ze op het Koninklijk Lyceum in Tienen.

Daar viel alles weer op zijn pootjes.

De eerste dagen waren wel moeilijk, omdat ze haar vriendinnen in Gent miste; samen met haar jongste zus liep ze de eerste twee dagen huilend rond op de speelplaats.

Toch werd het er uiteindelijk heel plezant. Gelukkig vormden ze thuis een hecht gezin met vijf meisjes die stevig aaneen hingen.

Ze zaten met z’n vijven op dezelfde school, wat de leerkrachten en studiemeesteressen sympathiek vonden en waar Bea van kon profiteren.

Ze was een echte babbelkous, maar omdat ze geen studieproblemen had, werd dat door de vingers gezien.

Ze kreeg wel eens flink wat straf toen ze jeukpoeder mee naar de klas had genomen, maar verder waren er nauwelijks problemen.

Op momenten waarop ze zich verveelde, maakte ze haar tafels van vermenigvuldiging al van tevoren af.

Een specifieke herinnering uit de lagere school staat los van de klaspraktijk, maar bleek achteraf erg belangrijk.

Als jongste van het gezin moest ze altijd de gedragen kleren van haar zussen afdragen, terwijl haar vriendinnetjes steeds nieuwe spullen kregen.

Dat voelde soms oneerlijk.

Achteraf gezien is het doorstaan van die jaloezie heel waardevol geweest, want ze leerde dat kleding eigenlijk niet zo belangrijk is.

Tegenwoordig droeg ze met plezier kledingstukken van haar zussen.

Thuis kregen de zussen vooral Franse muziek mee van hun ouders, zoals Julien Clerc en Gilbert Bécaud.

Haar moeder had voortdurend de Franstalige radio opstaan.

Toen Toppop op de Nederlandse televisie begon, was dat meteen helemaal het einde.

Met haar zussen keek ze elke week en ze waren verzot op Gilbert O’Sullivan.

Ze stonden te dansen voor de televisie en zongen vol overgave mee.

Met haar oudste zus deelde Bea een kamer.

Zij luisterde ’s avonds vaak naar Radio Luxemburg, en op die manier leerde Bea ook Engelstalige muziek kennen.

Het begin van de humaniora verliep bijzonder aangenaam.

Samen met drie vriendinnen met wie ze de plechtige communie had gedaan, volgde ze de lessen zedenleer.

Ze waren slechts met hun vieren en hadden een ontzettend leuke lerares.

De lerares nam de vier meisjes in haar Porsche mee naar de bioscoop, en soms gingen ze tijdens de les iets drinken in het cafetaria van de GB.

Eén keer ontstond er opschudding toen de lerares tijdens een les over voorlichting allerlei hulpmiddelen meebracht om de uitleg te verduidelijken.

Nadat dat uitlekte, reageerden sommige ouders woedend.

Vanaf het derde jaar humaniora belandde Bea door een nieuwe verhuizing op de nonnenschool in Diest.

Dat was een grote overgang, maar achteraf bleek de hoge onderwijskwaliteit erg nuttig.

Het niveau lag zo hoog dat ze na haar eerste overhoring wiskunde slechts een half op twintig haalde.

Dat was een diepe ontgoocheling, maar haar moeder reageerde heel begripvol door te zeggen dat het nog altijd beter was dan een nul.

Die reactie deed deugd en stimuleerde haar om haar best te doen.

In het middelbaar koos ze voor wetenschappen, omdat ze hield van vakken zoals scheikunde en biologie.

Op haar jonge leraar biologie was ze trouwens erg lang verliefd.

Hij was pas afgestudeerd en droeg meestal een zwart fluwelen pak.

Boven haar bed hing een kalender waarop ze op biologiedagen de letters P.V. noteerde, wat verwees naar Piet Verhoeven uit de Dagobertstraat in Leuven.

Ondanks haar liefde voor wetenschappen koos ze daarna toch voor een studie Germaanse talen.

Dat bleek evenwel te hoog gegrepen.

Ze heeft uiteindelijk geen examens meegedaan, maar toch heeft ze in dat jaar veel geleerd.

Ze begon kranten te lezen, raakte geïnteresseerd in politiek en in de wereld om haar heen, én ze leerde haar man kennen.

Het jaar daarop ging ze regentaat studeren.

Ze was erg enthousiast over lesgeven en wilde de perfecte lerares worden.

Ze overwoog sterk om effectief in het onderwijs te stappen, maar begin jaren tachtig waren de banen in die richting dun gezaaid.

Bovendien waren Bea en haar man net begonnen met hun newwaveband Chow-Chow en hadden ze geld nodig.

Haar man was een echte muziekfreak en hoewel hij zelf geen gitaar speelde, wilde hij graag een band beginnen.

Het was de bloeiperiode van de punk, waarin emotie belangrijker was dan perfect spel.

Bea bleek een goede stem te hebben en mocht zingen.

Om geld te verdienen voor de band ging ze op de boekhouding van een bedrijf werken.

Het was een saaie baan, maar het leverde de nodige financiële middelen op.

In 1982 deden ze met Chow-Chow een eerste keer mee aan Humo’s Rock Rally.

Ze kregen toen prima beoordelingen, maar raakten niet in de finale.

Bij hun tweede deelname in 1984 lukte dat wel en bereikten ze de finale.

Als ze later naar die muziek luisterde, vond ze het zeker niet slecht, al hoorde je wel hoe jong en onervaren ze toen nog waren.

Na het ontbinden van die groep gingen ze verder met meer muzikanten: een saxofonist, een tweede gitarist en een keyboardspeler.

Met die uitgebreide bezetting ging Bea als frontvrouw verder onder de naam Won Ton Ton.

Die naam klonk gewoon goed en kwam er ook grafisch mooi uit.

Pas later ontdekten ze dat er ooit een film was gemaakt met de titel Won Ton Ton, maar daar had hun naamkeuze niets mee te maken.

Bea was wel blij dat het om een hond ging, want ze was een grote hondenliefhebber.

Wie Won Ton Ton zegt, denkt onvermijdelijk aan de hit ‘I Lie and I Cheat’ uit 1988, wat een grote Belpop-klassieker werd.

Het nummer bereikte destijds in Vlaanderen de tiende plaats in de BRT Top 30.

Ook in Nederland was de single een succes met een dertiende plaats in de Top 40.

Vandaag is dit een onbetwiste klassieker.

De totstandkoming van dat nummer verliep heel organisch, net als bij hun andere nummers.

De ene muzikant speelde iets, de andere ging erop verder en zo groeide het lied vanzelf.

Ook de tekst ontstond via een hechte samenwerking: Bea begon woorden te zingen en haar man maakte de zinnen af.

De uiteindelijke songtekst gaat over mishandeling, al was dat uiteraard helemaal niet autobiografisch.

Hoewel er destijds zelfs internationale interesse was vanuit de Verenigde Staten, koos ze bewust voor haar gezin nadat ze zwanger werd van haar eerste kind.

In 1996 bracht ze nog het soloalbum Thin Skinned uit, een plaat die ze zelf als een persoonlijk muzikaal hoogtepunt beschouwde.

Eind jaren tachtig werd ze een bekend gezicht voor het brede publiek.

Bij de start van de commerciële zender VTM in 1989 vormde ze samen met Willy Sommers het allereerste presentatieduo van het populaire muziekprogramma Tien om te zien.

Een jaar later maakte ze haar filmdebuut aan de zijde van Urbanus in de kaskraker Koko Flanel, die uitgroeide tot een van de meest succesvolle Vlaamse bioscoopfilms ooit.

Later presenteerde ze onder meer de programma’s Dag Coco, Studio Gaga en het natuurprogramma Rare Streken.

Toch verklaarde ze later dat de schijnwerpers en de roem haar niet altijd even goed lagen.

Ze maakte een stap terug uit de mediawereld en besloot haar regentaatsdiploma te gebruiken om les te geven.

Vanaf 2004 gaf ze als leerkracht Engelse les in de middenschool in Keerbergen.

In juni 2022 werd bij haar de spierziekte ALS vastgesteld.

Bea Van der Maat koos uiteindelijk voor euthanasie en overleed op 27 juli 2023 op 62-jarige leeftijd.

30 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse zangeres Bea Van der Maat (De Post 13 september 1991)

Gisteren nog vandaag

Bea Van Der Maat (Joepie januari 1990)

Gisteren nog vandaag

Bea Van Der Maat (1989)

Gisteren nog vandaag

Bea Van Der Maat in de Joepie van 16 juli 1989

Gisteren nog vandaag

Koen Wouters, Willy Sommers, Bea Van Der Maat en Bart Kaëll in de Joepie van 23 juli 1989

Gisteren nog vandaag

Geen sterallures bij Bea Van der Maat en Dani Klein (Joepie 17 april 1988)

Gisteren nog vandaag

Het schoolverleden van Bea Van der Maat (Joepie 5 oktober 1986)

Gisteren nog vandaag

Bea Van Der Maat met het nummer Pain voor de tv-serie Flikken

Gisteren nog vandaag

Vandaag 55 jaar geleden, de Vlaamse zanger Marc Dex in het huwelijksbootje met Maria Staes.

Marc Dex, de artiestennaam van Marcel Deckx, werd geboren op 3 juli 1943 in Retie.

Hij groeide op in een muzikale Kempense familie waarin de liefde voor zang en volksamusement er al vroeg in zat, een passie die ook zijn jongere broer Juul Kabas zou delen.

Als jongeman pakte Marc de gitaar op en begon hij op te treden in lokale zaaltjes, gecharmeerd door het lichte Nederlandstalige lied.

Zijn definitieve doorbraak bij het grote publiek kwam er aan het einde van de jaren zestig.

In 1968 nam hij deel aan Canzonissima, de toenmalige Vlaamse preselectie voor het Eurovisiesongfestival.

Hij behaalde de tweede plaats in de competitie met het melancholische nummer “O clown”.

Dit nummer, waarin de emotionele grens tussen de lach op het podium en het verdriet erachter centraal staat, werd een enorme hit en markeerde de start van zijn grote succes.

In de jaren die volgden, reeg hij de successen aan elkaar.

Hits als ‘Niet huilen mama’, ‘Maar in Amerika’, ‘Palma de Mallorca’ en ‘Jij bent mijn wereld’ veroverden de Vlaamse hitparades en werden klassiekers in zijn repertoire.

Met zijn sympathieke uitstraling, warme stem en innemende podiumaanwezigheid was hij een vaste waarde op de radio, televisie en de vele feesttenten en podia in het land.

Naast zijn werk op de bühne ontpopte Marc Dex zich ook als ondernemer binnen de muziekwereld.

Hij richtte een eigen platenlabel en boekingskantoor op om jong muzikaal talent te ondersteunen en te begeleiden.

Zo werd Margriet Hermans in 1985 ontdekt door Marc Dex, waarna ze op 33-jarige leeftijd begon met een bloeiende zang- en showbusinesscarrière.

Die muzikaliteit gaf hij eveneens door binnen zijn eigen gezin, want zijn dochter Barbara Dex trad later succesvol in zijn voetsporen en vertegenwoordigde België in 1993 op het Eurovisiesongfestival.

Het echtpaar stapte op 27 juli 1971 in het huwelijksbootje, is vandaag 55 jaar getrouwd en woont samen in Oud-Turnhout.

De nu 83-jarige zanger staat nog volop op het podium en staat binnenkort op de affiche met onder meer zangeres Mieke.

Marc Dex, als ik ’s middags wakker werd, rook ik spek en eieren (Story 7 april 1987

Gisteren nog vandaag

Marc Dex, afscheid nemen kan ik niet (Story november 1986)

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

De tien geboden van Marc Dex (Story 18 september 1981)

Gisteren nog vandaag

Marc Dex met zijn album O Clown

Marc Dex op vakantie in Canada (Joepie 3 september 1978)

Gisteren nog vandaag

Marc Dex, nieuwe producer voor Alwin Frank (Joepie 5 november 1975)

50 jaar geleden, Golden Earring, weldra weer met zijn vieren

Vijftig jaar geleden rees de vraag of de Golden Earring weldra weer met zijn vieren zou zijn.

Het was in die tijd algemeen bekend dat popgroepen die zich uitsluitend op tieners richtten, vaak geen lang leven beschoren waren.

Na een reeks hits kwam er meestal een periode van stilte of zelfs neergang. Dat wilde echter niet zeggen dat men zomaar op zijn lauweren kon rusten.

Ook zwaardere rockbands hadden het destijds moeilijk, en het werd meteen opgemerkt wanneer het lp-publiek begon af te haken.

Het meest sprekende voorbeeld daarvan was op dat moment de Nederlandse supergroep Golden Earring.

Na enkele jaren van groot succes stonden ze toen voor een bijzonder lastige periode.

Slechts een paar maanden eerder had alles nog uitstekend geleken voor de band.

Ze waren enorm enthousiast geweest over hun geplande Amerikaanse tournee.

Brian Hay gaf aan dat hun vorige plaat een kassucces was geweest in de Verenigde Staten en dat de daaropvolgende tournee erg goed was meegevallen.

Om hun nieuwe album ‘To The Hilt’ te promoten, hadden ze een nieuwe reeks optredens voorzien, maar de verwachtingen werden die keer helaas niet ingelost.

Het album bereikte destijds de 156e positie in de Amerikaanse Billboard Top 200 en ontving over het algemeen minder gunstige kritieken.

Hierdoor liepen de voorverkoopcijfers van de Amerikaanse tournee drastisch terug.

Ondanks deze tegenvallende cijfers trok de band toch naar Amerika.

Volgens Barry Hay was de eerste show geweldig, maar verzwakte de belangstelling daarna enorm.

Hoewel hij niet precies wist waar dat aan lag, benadrukte hij dat ze zich nochtans de ziel uit het lijf hadden gespeeld.

Hij voegde eraan toe dat men met het Amerikaanse publiek echter nooit zeker was.

De opkomst was op een bepaald moment zo minimaal dat de tournee werd onderbroken en de groepsleden veel vroeger dan verwacht naar Nederland terugkeerden.

Alsof deze zware domper nog niet genoeg was, stond het er rond die tijd ook al zo goed als vast dat de nieuwste aanwinst van de groep, organist Robert Jan Stips, de Golden Earring zou gaan verlaten.

Een tijd daarvoor had hij zijn eerste soloalbum uitgebracht, en de algemene verwachting was dat hij als soloartiest verder wilde gaan.

Robert zelf was toen niet te bereiken voor commentaar, maar Barry Hay gaf wel tekst en uitleg.

Hij vertelde dat Robert het in die periode niet meer met hen zag zitten, omdat hij absoluut veranderingen in hun muziek wilde doorvoeren.

Hoewel de kans op zijn vertrek zeer groot was, stond de definitieve beslissing nog niet voor de volle honderd procent vast en zou er eerst nog verder over gepraat worden.

Barry Hay nuanceerde de situatie door te stellen dat het voor hen geen drama zou zijn als Robert daadwerkelijk de groep verliet.

Ze hadden het immers al die jaren daarvoor ook met zijn vieren gedaan, dus er was geen reden waarom ze dat op dat moment niet meer zouden kunnen.

De hele show zou in dat geval wel herzien moeten worden, maar dat was volgens hem hooguit een kwestie van enkele maanden werk.

Uiteindelijk was Robert Jan Stips van 1974 tot 1976 toetsenist bij de band.

Hij speelde mee op het album Switch en toerde destijds intensief met hen door de Verenigde Staten.

Na zijn vertrek uit de groep in 1976 richtte hij zich op diverse andere projecten.

Zo was hij medeoprichter van de formatie Sweet d’Buster en startte hij daarna kortstondig zijn eigen project Transister.

Daarnaast drukte hij als producer zijn stempel op de Nederlandse popmuziek door onder meer drie albums te produceren voor de bekende new-waveband Gruppo Sportivo.

In 1981 sloot hij zich vervolgens aan bij de groep Nits.

Op een korte onderbreking eind jaren negentig na, is hij nog altijd een vast gezicht binnen deze band.

Zijn muzikale carrière was echter al veel eerder begonnen.

In 1968 was Stips de oprichter van de progressieve rockband Supersister, die een grote hit scoorde met ‘She Was Naked’.

In 2019 blies hij deze groep succesvol nieuw leven in met het Supersister Project.

Vanaf de jaren negentig werkte hij bovendien intensief samen met cabaretier Freek de Jonge.

Stips schreef muziek voor diens theatershows en speelde de herkenbare accordeonpartij in op de nummer één-hit Er is leven na de dood.

De inmiddels 76-jarige Robert Jan Stips is nog altijd enorm actief als veelzijdig muzikant, componist en producer.

Hij combineert zijn decennialange vaste rol als toetsenist en zanger bij The Nits met talloze eigen projecten.

Zo treedt hij nog steeds op met zijn oude band Supersister, waarbij hij een trio vormt met Rinus Gerritsen, en staat hij op de planken met zijn soloprogramma RJSolo.

Ook blijft hij muzikaal vernieuwen; hij werkt samen met violiste Marieke Brokamp en in 2025 bracht een recenter project hem samen met zangeres Jane Goulding, wat resulteerde in het album en de tournee Love & Affection.

Het creatieve talent zit overigens ruimschoots in de familie, want zijn oudere broer Wouter Stips is een bekende kunstschilder en beeldhouwer.

De geschiedenis van de Golden Earring als band kwam uiteindelijk definitief ten einde nadat gitarist George Kooymans in 2021 de diagnose ALS kreeg.

Tot groot verdriet van velen is hij in 2025 aan de gevolgen van deze slopende ziekte overleden.

De overgebleven bandleden gingen daarna ieder hun eigen weg, maar lieten de muziek nooit helemaal los.

De inmiddels zevenenzeventigjarige zanger Barry Hay woont tegenwoordig op Curaçao.

Hij geniet daar van een rustiger leven, al blijft de muziek door zijn aderen stromen en sluit hij een optreden op zijn tijd zeker niet uit.

Ook de energieke drummer Cesar Zuiderwijk is nog altijd actief in de muziekwereld.

Hij geeft regelmatig drumclinics en treedt vol enthousiasme op in theaters met diverse soloprojecten en muzikale shows.

Bassist Rinus Gerritsen is eveneens nog volop met muziek bezig.

Hij blijft muzikaal experimenteren, repeteert veel en voelt naar eigen zeggen dat hij als muzikant nog steeds vooruitgaat.

Begin 2026 kwamen Hay, Zuiderwijk en Gerritsen nog eenmaal samen voor een groots en emotioneel afscheidsconcert in Rotterdam Ahoy.

Daar brachten zij als prachtig eerbetoon, samen met diverse gastartiesten, een indrukwekkende viering van hun enorme muzikale nalatenschap

Het is vandaag precies vijf jaar geleden dat de voorverkoop van Drie meiskes uit Gent van start ging.

In dit boek van Petra Rosseau volgen we drie vriendinnen die elkaar dertig jaar geleden leerden kennen op de parking van de Gamma tijdens een concert van De Kreuners.

Die ontmoeting veranderde hun leven voorgoed.

Het resultaat is een hartverwarmend en persoonlijk verhaal vol muziek, backstageverhalen, koude nachten en bovenal een onverwoestbare vriendschap.

De lezer krijgt een unieke inkijk in een stukje belpopgeschiedenis, rijkelijk geïllustreerd met foto’s die destijds werden genomen met hun eerste eenvoudige fototoestellen.

De reacties op het boek zijn lovend.

Zo noemt Rick Tubbax het een bijzonder goed geschreven en meeslepend relaas dat hij in één ruk heeft uitgelezen.

Hij genoot van de rake typeringen en de humor in het verhaal.

Zelfs Walter Grootaers merkte op dat zelfs Ben Crabbé het boek kan waarderen.

Dit succes is te danken aan de unieke dynamiek tussen de drie hoofdrolspelers.

Christelle de Bosschere is de sociale spil van de groep.

Dankzij haar durf en haar uitgebreide netwerk kregen de vriendinnen vaak toegang tot de backstage en kwamen samenwerkingen met namen als Jean Blaute en Rick de Leeuw tot stand.

Natacha van Meenen vormt het creatieve brein.

Hoewel ze inmiddels in Ierland woont en een deel van haar eigen archief verloor, wist zij met haar oog voor vormgeving van alle oude foto’s en herinneringen een prachtig geheel te maken.

Petra Rosseau is de drijvende kracht en organisator.

Met haar scherpe geheugen en haar vlotte pen fungeerde zij als de schrijver die alle avonturen op papier kreeg.

Wanneer hoofd, hart en handen op deze manier samenkomen, ontstaat er iets bijzonders.

Drie meiskes uit Gent is daarvan het levende bewijs: een ode aan vriendschap die garant staat voor urenlang leesplezier.

Vandaag 45 jaar geleden: eerste aflevering van de Knokke Cup op BRT 1 en Nederland 2

Zou het ooit nog eens worden zoals vroeger, met een tierende Lou van Rees en een woedende Willem O. Duys?

Kregen we na jaren weer een echt rel-festival terug met keiharde, door en door gemene Belgen- en Hollander-grappen?

Of werd het Knokke-festival ook dit jaar weer een zouteloos liedjesgedoe waarin iedereen lief was voor iedereen?

Ach, had de oude heer Gustaaf Nellens nog maar geleefd.

Ivo Niehe was de kapitein van de ploeg en samen met Lori Spee, Suzanne Michaels en Wim Hogenkamp probeerde hij het Nederlandse team naar een goede prestatie te leiden.

Ivo Niehe was toen kapitein van de ploeg.

Lori Spee blonk dit jaar uit met haar zang.

Als kind zong Lori al opvallend hoog en goedbedoelde kennissen brachten haar en Ruud Jacobs (broer van Pim Jacobs, zwager van Rita Reys en ex-vriend van Liselore Gerritsen) bij elkaar.

Lori bleek over een schitterende stem te beschikken en mocht een heuse langspeelplaat volzingen met als titel “Behind those eyes”.

Lori schreef al haar teksten zelf en dat was in het hitgevoelige wereldje geen voordeel, want onzichtbare krachten wonnen meestal.

Maar misschien werden we eindelijk wakker en hoorden we dat Lori heel mooie liedjes schreef.

Suzanne Michaels leek het sprookje van ieder schoolmeisje te beleven: zo van de klas naar de platenstudio.

Haar eerste single werd eind 1979 een succes: “It should be Christmas every day”. In één keer werd dat plaatje opgenomen, omdat Suzanne het lied in één keer hemels zuiver zong.

In de platenindustrie hadden ze nog nooit eerder zoiets meegemaakt.

In 1981 zong ze onder meer “It’s you” en “Love me tender”.

Het werden geen dikke hits, maar ze had net haar diploma gehaald aan het begin van haar zesde jaar atheneum.

Eerst een diploma, vond haar moeder, en zo gebeurde het.

Maar wie weet lag straks heel België plat aan haar voeten.

Wim Hogenkamp, helaas ook al overleden in 1989, was het derde lid van de Holland-equipe, en hij werd door een klein aantal liefhebbers op handen gedragen.

Wim schreef ooit het liedje “De mallemolen” voor Heddy Lester, die er tijdens het Eurovisie Songfestival slechts weinig punten mee behaalde.

Aangespoord door dit “succes” stortte Wim Hogenkamp zich als uitvoerend artiest op zijn eigen werk.

Er werd een langspeelplaat gemaakt met de titel “Heel gewoon”, waarvoor hij een Edison ontving.

Toen droeg hij eenmaal de Louis Davids-ring om de ringvinger; de zanger zat helemaal gebeiteld.

Niets kon hem een tweede langspeelplaat meer in de weg staan en die kwam er dan ook, met als titel “Punt uit”.

Zoiets deed je vermoeden dat het de laatste plaat van Wim was.

Maar nee, volgens de biografie van de platenmaatschappij was de nabije toekomst voor Wim van groot belang: hij was met zoveel dingen tegelijk bezig dat het hem vaak moeilijk viel zijn gedachten op één activiteit te concentreren.

Plannen voor de toekomst waren er in ieder geval genoeg.

Nederland wist de Knokke Cup in 1981 niet te winnen.

De hoofdprijs ging dat jaar naar het Vlaamse team met Sofie (Sofie Verbruggen).

Ze vertegenwoordigde dat jaar ons land samen met haar collega-artiesten Johan Verminnen en actrice en zangeres Liliane Dorekens.

Liliane Dorekens, geboren op 29 oktober 1950 te Antwerpen, studeerde in 1972 af aan de Studio Herman Teirlinck als onderdeel van de allereerste lichting van de opleiding kleinkunst.

Ze deed dit samen met onder andere Connie Neefs en Luc Appermont.

Haar bekendste rollen zijn Melanie in de populaire komische serie Slisse & Cesar en Micheline Hoefkens (de vriendin van Rita) in de soap Familie.

Ze had daarnaast gastrollen in onder andere Thuis.

Ze speelde mee in grote producties zoals de musicals Je Anne (Koninklijk Ballet van Vlaanderen) en Fiddler on the Roof.

Recent vierde ze nog haar 55-jarige vriendschap met Connie Neefs in de muzikale theatervoorstelling Vrienden voor het leven.

De oorspronkelijke, grote zangwedstrijd De Knokke Cup (voorheen bekend als het Songfestival van Knokke of de Europabeker voor Zangvoordracht) liep jaarlijks van 1959 tot en met 1973.

In de jaren 80 werd er in het Casino van Knokke nog vijf keer een kleinschaligere versie onder de naam ‘Knokke Cup’ georganiseerd.

De allerlaatste editie van deze reeks vond plaats in 1986.

Als chef d’équipe (kapitein van de ploeg) deed Lou van Rees vanaf 1959 voor Nederland maar liefst 15 keer mee aan het befaamde Knokkefestival.

Regelmatig mondde dit uit in een relletje, maar volgens Van Rees was dat altijd weer goed voor de publiciteit.

Nederland won onder zijn leiding in 1964 met Willeke Alberti, Shirley, Trea Dobbs, Ilonka Biluska en Rita Hovink en in 1965 met Greetje Kauffeld, Liesbeth List, Conny van Bergen, Suzie en Jan Arntz.

Willem O. Duys schreef in diverse muziekbladen en werd wegens zijn grote vakkennis uitgenodigd om een optreden van Johnnie Ray voor de AVRO aan te kondigen.

Zo maakte hij op 1 juli 1959 zijn debuut als televisiepresentator en volgden er meer opdrachten.

In die tijd liet hij zich Willem ‘O’ Duys noemen.

Het was trouwens Willem Duys die Nederland in 1975 liet kennismaken met een nieuw fenomeen, namelijk Lee Towers.

Gustave (Gustaaf) Nellens (1907–1971) was een visionaire Belgische kunstverzamelaar en de legendarische directeur van het Casino Knokke.

Onder zijn leiding groeide de kustgemeente uit tot een internationale ontmoetingsplaats voor de absolute wereldtop uit de kunst- en muziekwereld.

Hij haalde iconen zoals Frank Sinatra, Edith Piaf, Jacques Brel en Nat King Cole naar het podium.

In 1952 bestelde hij de destijds grootste kristallen kroonluchter ter wereld (7 ton zwaar) voor de grote feestzaal.

Hij onderhield nauwe vriendschappen met meesters zoals Pablo Picasso, Salvador Dalí en Max Ernst, die er allemaal exposeerden.

Zijn meest permanente nalatenschap in het casino is de opdracht aan de surrealistische schilder René Magritte.

In 1953 realiseerde Magritte er de monumentale, 71 meter lange 360°-muurschildering Het betoverde rijk (Le Domaine Enchanté) in de zaal die vandaag de dag de Magrittezaal heet.

Na zijn onverwachte overlijden in 1971 werd het artistieke roer overgenomen door zijn zonen Jacques en Roger Nellens.

Zij zetten de familietraditie voort door onder andere popart-icoon Keith Haring naar Knokke te halen.

Ter nagedachtenis aan Gustave werd in 1974 het iconische stenen beeld Eva van Eugène Dodeigne in Knokke ingehuldigd.

De familie Nellens droeg de concessie van het casino in de jaren 90 van de vorige eeuw over aan de Franse casinogroep Partouche.

Hiermee kwam een einde aan de rechtstreekse creatieve en familiale leiding.

De Belgische gokgroep Napoleon Games nam de exploitatie in 2013 over. Het casino draagt vandaag de dag ook de naam Napoleon Casino Knokke.

Het gebouw zelf is eigendom van de gemeente Knokke-Heist.

De gemeente heeft recent grote plannen goedgekeurd voor een volledige vernieuwing en uitbreiding van de site.

Aan de renovatie van het casino hangt een stevig prijskaartje van 95 miljoen euro.

De bedoeling is dat de werken klaar zijn tegen 2032.

Vandaag is het exact vijfentwintig jaar geleden dat Herman Brood een einde aan zijn leven maakte.

Herman Brood, die op 11 mei 1946 in Zwolle het levenslicht zag, begon zijn muzikale carrière in 1964.

Hij vergaarde grote roem met zijn begeleidingsband Wild Romance, wat leidde tot hits als Saturday Night, Still Believe en Never Be Clever.

Ook scoorde hij in 1984 een groot succes met het nummer “Als je wint”, een samenwerking met voormalig Doe Maar-bassist Henny Vrienten.

In zijn latere jaren verlegde hij zijn focus en was hij voornamelijk actief als beeldend kunstenaar.

Op persoonlijk vlak was hij in 1968 vader geworden van zijn zoon Marcel Buissink, die werd geboren na een onenightstand met het Groningse model Tekie Buissink.

Op 18 juli 1985 werd zijn dochter Lola geboren.

In 1994 kreeg zijn toenmalige vrouw Xandra Jansen een dochter, Holly Mae Brood, van wie Herman overigens niet de biologische vader was.

Tegen het jaar 2001 was zijn lichaam volledig uitgeleefd door een leven vol genotmiddelen.

Brood gebruikte sinds zijn zeventiende speed, een middel dat energie geeft, maar tevens voor de afbraak van het lichaam zorgt.

Voor de juiste balans dronk hij daarnaast dagelijks zo’n twee liter sterke drank of mierzoete likeur.

Doorgaans sliep hij telkens één op de twee nachten.

Hoewel hij na dertig jaar met succes was afgekickt van zijn speedverslaving en drugs hem weinig effect meer gaven, bleek het onmogelijk om definitief met alles te stoppen.

Zijn alcoholconsumptie nam duizelingwekkende proporties aan, waardoor zijn voorheen schijnbaar onverwoestbare gezondheid in een razend tempo verslechterde.

Dit alles leidde tot de tragische beslissing op 11 juli 2001, toen de vierenvijftigjarige Brood om 13.28 uur van het Amsterdamse Hilton Hotel sprong.

In zijn binnenzak droeg hij een afscheidsbriefje met de tekst: “Xandra & alle skatjes, Deze snelheid in plaats van opbranden dat laat ik aan de crematie over. … Rous door zoals ik deed… en treur niet ! maak er een feest van. Ik zie jullie nog weleens. Ik ga nu bungy zonder elastiek. Genade – pappa “

Naast zijn bekende hits en turbulente levensstijl zijn er nog enkele opvallende details over deze unieke artiest.

Zo was hij opmerkelijk genoeg kleurenblind, wat meteen zijn voorkeur voor ongemengde, heldere primaire kleuren in zijn schilderijen verklaart.

Hij beperkte zijn kunst overigens niet tot traditionele doeken, maar beschilderde ook auto’s, bussen, trams en talloze muren in zijn volstrekt eigen stijl.

In 1979 haalde hij bovendien de internationale pers door een kortstondige en uiterst spraakmakende romance met de Duitse punkzangeres Nina Hagen, een relatie die destijds door velen als een slimme publiciteitsstunt werd gezien.

Om hun film te promoten, want in het echt is er nooit een romance geweest en zeker geen huwelijk.

Voordat hij de gevierde frontman van zijn eigen Wild Romance werd, maakte hij ook nog deel uit van de succesvolle en invloedrijke bluesband Cuby & the Blizzards, een periode die cruciaal bleek voor zijn verdere muzikale ontwikkeling.

Cha Cha: een stunt die de kranten haalde

Cha Cha haalde destijds de voorpagina’s van alle grote kranten en vormde het gesprek van de dag.

Dit kwam vooral door het huwelijk dat destijds tussen Herman Brood en Nina Hagen plaatsvond.

Achteraf bleek het een opzet van de manager van Brood te zijn om op die manier zijn film onder de aandacht te brengen.

Hoewel de film door deze publiciteitsstunt volop in de belangstelling stond, bleef een groot commercieel succes in de bioscoop uit.

De regie van de film was in handen van Herbert Curiel en de hoofdrollen werden vertolkt door Herman Brood, Nina Hagen en Lene Lovich.

De bijrollen waren weggelegd voor Ramses Shaffy, Simon Vinkenoog, Dolf Brouwers, Ko van Dijk, Nelly Frijda, Jules Deelder en de Amsterdamse Hells Angels. (Hitkrant Juni 1979)

46 jaar geleden, wedstrijd met Herman Brood in de Hitkrant

55 jaar geleden bracht het Nederlandse muzikale duo April Shower de single Railroadsong uit.

Dit duo ontstond puur vanuit een gedeelde passie voor muziek, nadat de leden elkaar hadden ontmoet via de Amsterdamse Kleinkunstacademie en een talentenjacht.

April Shower bestond uit zangeres Heddy Affolter, die later landelijk zou doorbreken als Heddy Lester, en gitarist en songwriter Gert Balke.

Voordat Balke in de muziekwereld stapte, werkte hij als medewerker op Schiphol.

De muzikale en artistieke wortels van Heddy zaten in de familie.

Haar Joodse moeder, Louise de Montel, zong onder meer bij Toon Hermans en Gerard Walden.

Zij had haar man, Coen Affolter, destijds leren kennen in Kamp Vught. In de jaren zeventig opende Coen nachtclub Iboyah, die ook wel bekendstond als restaurant De Gouden Eeuw, aan de Amsterdamse Keizersgracht.

Gert Balke trad daar veelvuldig op met Heddy, waardoor hij een kind aan huis en een goede vriend van de familie Affolter werd.

In ditzelfde etablissement ontmoette Heddy bovendien Ramses Shaffy, met wie ze gedurende de jaren zeventig regelmatig zou optreden.

Het grootste succes van April Shower was de door Balke geschreven Railroadsong.

Deze single werd in de zomer van 1971 uitgebracht door platenlabel Polydor, werd uitgeroepen tot Treiterschijf op Radio Noordzee Internationaal en behaalde een bescheiden dertigste positie in de Nederlandse Top 40.

Begin jaren zeventig maakte het duo bovendien een succesvolle tournee door Canada, de Verenigde Staten en Mexico.

In Mexico traden ze zelfs meerdere keren op voor de nationale televisie, nadat een Mexicaanse producer hen in het restaurant van Heddy’s vader had ontdekt.

De Nederlandse pers schonk destijds echter nauwelijks aandacht aan dit internationale succes.

Na Railroadsong volgden nog enkele singles. ‘Mama look upon me’, met op de b-kant ‘Come see’, bereikte in 1971 de Tipparade, maar de opvolgende singles, ‘It’s so funny’ (1972) en ‘Danny’s song’ (1973), flopten.

Nadat het duo in 1973 uit elkaar ging, verdween Gert Balke grotendeels uit de publiciteit.

Heddy Lester koos daarentegen voor een solocarrière en verwierf bekendheid door in 1977 deel te nemen aan het Eurovisiesongfestival met het mooie nummer ‘De mallemolen’, voorzien van een tekst van Wim Hogenkamp en muziek van haar broer Frank Affolter.

Van de achttien deelnemers eindigde ze met 35 punten op de twaalfde plaats. Tussen 1979 en 1987 maakte ze met haar broer en Hogenkamp diverse programma’s.

Voor haar eerste soloprogramma ontving Lester in 1979, samen met haar broer, als allereerste artiest de Pall Mall Exportprijs.

Ook broer Frank Affolter bouwde een uitgebreide eigen muzikale carrière op.

In 1986 scoorde hij zelf een bescheiden hit met The Way to Love / Het is nog niet te laat.

Een hele generatie groeide bovendien op met zijn stem, aangezien hij eind jaren tachtig en begin jaren negentig de Nederlandse titelsongs zong van de Disney-series Ducktales en Darkwing Duck.

De nieuwe avonturen van Winnie de Poeh. In 1993 was hij componist en producent van het lied ‘Samen Verder’, dat speciaal werd geschreven voor een project tegen racisme en waaraan vele bekende Nederlandse artiesten meewerkten.

In 1996 verscheen zijn eerste solo-cd Hold On, waarvoor hij alles componeerde, produceerde en zong, inclusief de single ‘Haven’t we been warned enough’.

Daarnaast was Frank muzikaal leider van verschillende amateurkoren, waarvoor hij de musicals Getikt en Uit de Schaduw schreef.

Dit resulteerde in 2003 in zijn eerste professionele musical Alleen Op De Wereld, die hij ook zelf produceerde.

Voor deze productie werden zowel de muziek van Frank als actrice Hilke Bierman genomineerd voor de John Kraaijkamp Musical Award 2004.

In 2005 volgde de musical Merlijn en het mysterie van Koning Arthur.

Op zondag 18 maart 2007 ging vervolgens de voorstelling 10.000 Zakdoeken in première, een bijzondere hommage aan zijn ouders en hun tijd in en overleving van Kamp Vught.

Jaren later, in 2020, toonde Frank opnieuw zijn vocale kwaliteiten door in The Voice Senior de halve finales te bereiken als lid van het team van Ilse DeLange.

Broer en zus vonden elkaar niet alleen op het podium, maar ook in de filmwereld.

Vanaf 1987 werkte Heddy tevens als freelance actrice, en in 1991 vertolkte zij de rol van moeder in de afstudeerfilm De tranen van Maria Machita van Paul Ruven.

Ze speelde hierin naast onder anderen Ellen ten Damme, Jacques Herb en Ali Çifteci, terwijl Frank alle muziek voor deze productie componeerde.

De film werd bekroond met een Tuschinski Award en een Gouden Kalf in de categorie Beste korte film.

Heddy bleef in de decennia daarnaast actief; in 2001 leende ze haar stem aan Mevrouw Packard in de animatiefilm Atlantis: De Verzonken Stad.

In 2020 was ze nog even op televisie te zien in het programma Even tot hier en speelde ze de moeder van Gerri van Vlokhoven, vertolkt door Frank Lammers, in de film Groeten van Gerri.

Heddy Lester overleed op 30 januari 2023 op 72-jarige leeftijd aan de gevolgen van blaaskanker.