Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Zijn indrukwekkende loopbaan als presentator, zanger, acteur en conferencier begon vlak na de oorlog in een bescheiden schoolorkestje.
Al snel vond hij zijn weg naar grotere podia op gala’s en kermissen.
Een belangrijke wending in zijn leven vond plaats in de jaren vijftig in Amsterdam, waar hij zijn eerste vrouw Yvonne Henneco ontmoette.
Hij volgde haar naar België en kwam zo terecht in de artistieke kringen rond het orkest van Marcel Hellemans.
In de jaren die volgden werkte hij samen met bekende namen zoals Miel Cools en Claire.
Met die laatste scoorde hij in 1977 een grote hit; hun duet ‘Op de purp’re hei’ voerde twee weken lang de Vlaamse top tien aan.
Hoewel hij zijn mediacarrière op de radio startte, werd hij bij het grote publiek vooral geliefd via de televisie.
Opvallend genoeg was hij vaker op de Belgische dan op de Nederlandse buis te zien, met succesvolle programma’s als Hallo met Henk en Henk in Wonderland.
In Nederland genoot hij bekendheid met titels als Hallo hier Hilversum.
Naast zijn werk als presentator was Van Montfoort in de jaren zestig een veelgeziene gast in diverse televisiefilms en series.
Hoewel hij begin jaren tachtig officieel besloot om het rustiger aan te doen, bleef het podium aan hem trekken.
Foto met zijn zoon Tonny Van Montfoort, helaas ook al overleden op 24 april 2024.
Tot in 2001 trad hij nog regelmatig op met een speciale show voor senioren.
Henk van Montfoort overleed uiteindelijk op 71-jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker.
Hoewel zijn wieg in Brugge stond, groeide hij vanaf tweejarige leeftijd op in Heist-aan-Zee, waar zijn moeder een kapsalon uitbaatte.
Als kind was hij vooral gepassioneerd door voetbal en zingen, waarbij zijn uitzonderlijke stemgeluid al op tienjarige leeftijd werd opgemerkt door zijn muziekleraar.
Na de scheiding van zijn ouders verhuisde hij naar Brussel, waar hij op zijn vijftiende de schoolbanken verruilde voor diverse banen als bakkersgast, slager, loopjongen, verkoper en fabrieksarbeider.
Zijn muzikale ambitie leidde hem in die periode naar verschillende zangwedstrijden, wat hem uiteindelijk een plek opleverde in de revue van de Folies Bergère in Brussel.
Daar werkte hij samen met Bobbejaan Schoepen, de man die in 1967 zijn hit “Ik geloof “zou schrijven.
In de jaren zestig kende Jimmy een veelbelovende start als beat- en yéyézanger.
Ondanks pogingen van zijn management om met het Franstalige Soufflé, een cover van Breathless, door te breken in Frankrijk, bleef het grote succes daar uit.
Hij besloot zich vervolgens op Vlaanderen te richten en sloeg een nieuwe artistieke weg in.
Deze keuze bleek uiterst succesvol met tijdloze hits zoals ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, opgenomen met de J.J. Band, en het bekende ‘Rozen voor Sandra’
Ook nummers als “Saragossa” en “Yet I Know” groeiden uit tot grote successen.
Naast zijn muzikale carrière toonde hij grote maatschappelijke betrokkenheid toen hij kort na zijn vijftigste verjaardag de diagnose kanker kreeg.
Door hier openlijk over te communiceren, hielp hij het taboe rond de ziekte te doorbreken.
Als boegbeeld van de VTM-actie Levenslijn hielp hij ruim 4,4 miljoen euro in te zamelen voor kankerbestrijding.
Zijn lange loopbaan werd op diverse manieren geëerd.
In 2013 vierde hij zijn gouden jubileum met een concert in de Stadsschouwburg van Brugge en een jaar later werd hij opgenomen in de Radio 2 Eregalerij voor een leven vol muziek, nadat zijn grootste hit daar in 2002 al een plek had gekregen.
Ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag verscheen in 2014 een verzamelalbum met veertig nummers, inclusief nieuw werk en uniek materiaal.
Als single werd hieruit het nummer ‘Harten kennen geen geheimen’, een vertaling door Andy Free van ‘Herzen haben keine Fenster’ van Elfi Graf uitgebracht.
De laatste jaren verblijft de zanger in een appartement in Duinbergen, maar zijn gezondheid is momenteel zorgwekkend.
Na een infectie tijdens een operatie in 2017 verbleef hij al negen maanden in het ziekenhuis, en recent is er een gescheurde pees in zijn linkerbeen geconstateerd.
Vanwege zijn hoge leeftijd en een zwakker hart is een nieuwe operatie uitgesloten, waardoor hij nauwelijks nog kan lopen.
Jimmy ervaart dagelijks hevige pijnen die ook zijn stem beïnvloeden, waarvoor hij hulp krijgt bij een pijnkliniek.
Ondanks een medische geschiedenis met meerdere zware ingrepen aan zijn heupen, knie en de plaatsing van een pacemaker, behoudt hij een positieve instelling en probeert hij zijn dagen zo zinvol mogelijk door te brengen.
Jimmy Frey kende geen rimpelloze jeugd. Zijn ouders vormden geen goed team en zijn vader was een gewelddadige rokkenjager die regelmatig dronken thuiskwam.
De situatie escaleerde vaak tot fysiek geweld, waarbij Jimmy’s moeder het zwaar te verduren kreeg.
Toen Jimmy elf was, verplichtte de rechter zijn vader om het huis te verlaten.
Ondanks de grauwe sfeer was er thuis gelukkig veel muziek.
Jimmy zong graag mee met platen van Luis Mariano, het idool van zijn moeder.
Hoewel hij op school geen hoogvlieger was, merkte zijn muziekleraar zijn talent op en adviseerde zijn moeder om hem te stimuleren in het zingen.
Op bijna vijftienjarige leeftijd verhuisde Jimmy met zijn moeder naar Brussel, waar zijn zus al woonde en zijn moeder een nieuwe partner had gevonden.
Deze stiefvader drong aan op verdere studies, maar de technische school bleek niets voor Jimmy.
Hij ging op vijftienjarige leeftijd aan de slag als beenhouwersgast.
Het was een zware leerschool met lange werkdagen, waardoor er aanvankelijk geen tijd meer was voor muziek.
Twee jaar later hoorde de neef van zijn baas hem zingen en moedigde hem aan om deel te nemen aan talentenjachten.
Met nummers van Luis Mariano won hij prompt verschillende prijzen.
Onder de naam Ben Timior begon hij vaker op te treden.
In 1958 vond hij werk bij een beenhouwer die zijn passie wel steunde, waardoor hij aan talloze wedstrijden kon deelnemen.
Datzelfde jaar won hij de officiële zangwedstrijd van de Wereldtentoonstelling in Brussel en de superfinale van de Belgische Strijdkrachten met liedjes van Jacques Brel.
In 1961 volgde de Prijs van de stad Brussel. Na zijn legerdienst besloot Jimmy definitief voor een zangcarrière te kiezen, wat leidde tot een breuk met zijn moeder.
Hij trok naar Parijs met producer Louis Maréchal, waar hij zijn definitieve artiestennaam Jimmy Frey kreeg, geïnspireerd door namen als Sammy Frey. Hoewel hij er enkele Franse singles opnam, bleef het grote succes uit.
In 1964 keerde hij terug naar Vlaanderen en bracht hij zijn eerste Nederlandstalige single ‘Aan de overkant’ uit.
Zijn echte doorbraak kwam in 1966 via het programma Canzonissima.
Met zijn geblondeerde haar en militaire galakostuum creëerde hij een iconisch imago.
Zijn charisma en de hit ‘Ik geloof’ maakten van hem een nationale ster.
In 1967 stond hij op de Europese Beker voor zangvoordracht in Knokke naast internationale grootheden.
Een jaar later volgde zijn legendarische hit ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, geschreven door de broers Lameirinhas.
Het nummer bereikte de top van de hitlijsten en werd later opgenomen in de Eregalerij van Radio 2.
De jaren zestig en zeventig waren een aaneenschakeling van successen.
Met nummers als “Als het ware rozen zijn” en “Als een kus naar tranen smaakt” bleef hij de hitlijsten domineren.
Het absolute hoogtepunt was “Rozen voor Sandra” in 1970, waarvan internationaal 1,8 miljoen exemplaren werden verkocht.
Jimmy omarmde zijn imago als de Vlaamse playboy, maar bleef verstandig omgaan met zijn inkomsten.
Ook in de jaren zeventig bleven de hits komen, zoals de Zomerhit ‘Niemand weet hoeveel ik van je hou’ en de publiekslievelingen ‘Pappie nummer twee’ en ‘De smaak van je lippen’.
Na een rustigere periode maakte hij in 1980 een sterke comeback met een discoversie van ‘Yet, I know’, waarmee hij opnieuw een Zomerhit won.
In de jaren tachtig bleef hij afwisselen tussen Nederlandstalige nummers zoals ’40 jaar’ en Franse vertalingen van wereldhits.
In 1989 nam hij deel aan Eurosong met ‘Vrijen met jou’, maar kort daarna sloeg het noodlot toe en werd er kanker bij hem vastgesteld.
Na zijn herstel zette hij zich onvermoeibaar in voor andere patiënten via zijn eigen stichting en de VTM-actie Levenslijn.
De bijbehorende single ‘Samen leven’ werd een enorme hit en bracht veel geld op voor het goede doel.
De daaropvolgende decennia stonden in het teken van jubilea en erkenning.
Hij vierde zijn dertig- en veertigjarige carrière met grote concerttournees en bleef een graag geziene gast op evenementen zoals het Schlagerfestival.
Zijn hit ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’ werd officieel vereeuwigd en in 2013 ontving hij de prestigieuze award voor een Leven vol Muziek.
Zelfs op latere leeftijd bleef hij actief met nieuwe releases en tournees, waarbij hij door radio en publiek steevast werd geëerd als een van de grootste iconen van het Vlaamse lied.
Jimmy Frey en zijn nieuwe single ‘Er is nog zoveel niet verloren’ (Joepie 25 december 1983)
Gisteren nog vandaag
Jimmy Frey in de Story 10 oktober 1979
Jimmy Frey in de Joepie van 6 juli 1980
Gisteren nog vandaag
Jimmy Frey (september 1979)
Jimmy Frey, van Nederlandstalige hits naar Franse chanson (Joepie 12 juni 1974).
Jimmy Frey in de Story van 3 augustus 1979
Jimmy Frey in de Story van 12 oktober 1979.
De 2 vrouwen van Jimmy Frey (Joepie 3 juni 1979)
Gaan zeilen met Benny Scott, Ann Christy, Jimmy Frey, Gaby Lang en Paul Anderson (september 1979)
Jimmy Frey, Will Tura en Willy Sommers (oktober 1973)
Deze discoklassieker bleek een schot in de roos en bestormde de hitlijsten in zowel België als Nederland.
Zo behaalde de groep een indrukwekkende tweede plaats in de Belgische Radio 2 Top 30, terwijl het nummer in Nederland doorstootte naar de vierde positie in de Nationale Hitparade en de achtste plek in de Top 40.
Het trio achter dit succes bestond uit Sofie Verbruggen, simpelweg bekend als Sofie, en de muzikanten Fred Bekky en Bob Bobbot.
De twee mannen, die eigenlijk Fred Beeckmans en Bob Baelemans heetten, waren bekende gezichten in de muziekwereld.
Na het uiteenvallen van hun eerdere band The Pebbles besloten zij samen met Sofie een nieuwe weg in te slaan met de oprichting van Trinity.
Hoewel Fred Bekky inmiddels helaas is overleden, leeft de muzikale erfenis van de groep nog altijd voort.
Gisteren nog vandaag
De Belgische formatie Trinity scoorde in 1977 een opvallende hit met het nummer Drop, Drop, Drop.
De compositie was het resultaat van de samenwerking tussen Fred Bekky, de artiestennaam van Fred Beeckmans, en Bob Bobbot, ook wel bekend als Bob Baelemans.
Met dit lied waagde de groep hun kans tijdens de Belgische preselecties voor het Eurovisiesongfestival van dat jaar. Hoewel hun inzending een sterke indruk maakte, slaagden ze er net niet in om de overwinning binnen te slepen.
Ze moesten de eer laten aan Dream Express, de groep waar overigens voormalig Pebbles-lid Luc Smets deel van uitmaakte.
Ondanks dat Trinity België niet mocht vertegenwoordigen op het Europese podium, kende het nummer in eigen land een succesvol verloop in de hitlijsten.
De single wist op te klimmen naar een verdienstelijke twaalfde plaats in de toenmalige BRT Top 30.
In Nederland verliep het succes wat moeizamer; daar bleef de plaat steken in de Tipparade en bereikte deze de officiële verkooplijsten niet. Toch blijft Drop, Drop, Drop een memorabel onderdeel van de Belgische popgeschiedenis uit de late jaren zeventig.
De basis voor dit contact lag in het jaar 1980, toen de Franse zangeres besloot het nummer Pearlydumm van de Volendamse formatie op te nemen.
De Franse vertaling kreeg de titel Jusqu’à Pearlydam en verscheen dat jaar op haar album Un Peu… Beaucoup… Passionnément.
Naast deze Franse interpretatie bracht ze in 1980 via het label Ariola ook een Duitse versie van het lied uit in Duitsland.
Deze verschillende talen onderstreepten de brede Europese belangstelling voor het repertoire van de Nederlandse groep, die op dat moment al tot de absolute top in de Benelux behoorde.
De internationale aantrekkingskracht van hun muziek bleek ook uit het feit dat het originele Mon Amour zelfs in landen als Australië, Brazilië en Nieuw-Zeeland op single is uitgebracht.
De waardering voor dit specifieke werk bleef bovendien jarenlang bestaan, wat bleek toen Demis Roussos in 1995 een vertolking van Mon Amour opnam samen met Anny Schilder.
Tijdens de ontmoeting bij een televisieshow in het voorjaar van 1981 kregen de oorspronkelijke vertolkers en componisten uit Volendam de kans om de zangeres te spreken over deze diverse vroege uitvoeringen van hun hit.
In maart 1976 was de muziekwereld in rep en roer door het nieuws over Teach-In.
Hoewel de groep na hun overwinning op het Eurovisiesongfestival een glansrijke internationale carrière werd voorspeld, bleek de werkelijkheid weerbarstiger.
Men dacht dat hun hit Ding-a-dong de weg zou plaveien voor een succesverhaal vergelijkbaar met dat van ABBA, maar nog geen jaar later kondigde het management aan dat de formatie eind mei uit elkaar zou gaan.
Dit bericht kwam voor velen als een totale verrassing en sloeg in als een donderslag bij heldere hemel.
Zangeres Getty Kaspers legde destijds uit dat het onverwachte succes van het Songfestival de groep feitelijk de das omdeed.
Ze stonden nog maar aan het begin van hun loopbaan toen ze plotseling tot Europese sterren werden gebombardeerd.
De druk werd zo hoog en het tempo zo moordend dat de bandleden nauwelijks de tijd vonden om nieuwe singles op te nemen.
Getty gaf aan dat ze eigenlijk pas jaren later aan het festival hadden moeten meedoen, zodat ze de kans hadden gekregen om rustig als artiesten te groeien.
Naast de werkdruk speelden ook persoonlijke keuzes een rol in de breuk.
Bandlid Ad had in december al aangegeven dat hij de overstap naar de klassieke muziek wilde maken.
Hij was oorspronkelijk bij de groep gekomen om zijn studies te betalen, maar door het onverwachte succes belandde hij tegen wil en dank in de popwereld.
Bovendien ontstonden er steeds vaker muzikale meningsverschillen binnen de groep.
Hoewel er geen sprake was van ruzie, kwamen de leden na een openhartig gesprek tot de conclusie dat het beter was om als goede vrienden uit elkaar te gaan.
Het besluit viel Getty zwaar, vooral door de emotionele reacties van de fans die haar via de telefoon smeekten om door te gaan.
De bandleden besloten hun lopende contracten nog netjes af te werken, met het komende Eurovisiesongfestival als hun laatste gezamenlijke optreden op televisie.
Na die tijd koos iedereen zijn eigen pad: Getty bereidde een solocarrière voor onder de vleugels van haar vriend John Gaasbeek en Ad keerde terug naar de klassieke muziek.
De overige muzikanten besloten echter een nieuwe start te maken.
In 1976 ging de groep verder met een nieuwe bezetting, waarbij twee nieuwe zangeressen de gelederen kwamen versterken: Marianne Wolsink en Betty Vermeulen.
Daarmee sloeg Teach-In een nieuwe weg in, terwijl Getty haar geluk beproefde op de solotoer.
45 jaar geleden, de Vlaamse groep Madou staat voor een opvallende breuk met de traditionele volksmuziek.
Hoewel de kernleden hun sporen verdienden in de formatie Rum, kiezen zij voor een geluid dat volledig geworteld is in de moderne tijd.
De band presenteert zich toen als een collectief dat muziek maakt voor de mensen van nu, wars van de brave en voorspelbare paden die de folkwereld vaak kenmerken.
De muziek van Madou vormde begin jaren tachtig een unieke combinatie in het Nederlandstalige muzieklandschap.
In de melodieën waren de folkinvloeden nog sterk te horen, maar de teksten behandelden het, vaak bittere, leven van nu.
Gebroken relaties en de harde dagelijkse werkelijkheid vormden de thematiek, waaraan de stem van Vera Coomans nog een extra tragische toets toevoegde.
Een derde element was het eerder moderne instrumentarium waarmee de nummers waren gearrangeerd, waardoor de associatie met traditionele folk moeilijk te maken viel.
Wegens het uitblijven van commercieel succes bleef het destijds bij die ene plaat.
Het duurde tot de hernieuwde populariteit van de folk vanaf omstreeks 2000, voordat de muziek van Madou een echte cultstatus kreeg.
In 2005 bracht Vera Coomans met de muzikanten van Jaune Toujours het oude repertoire al eens opnieuw onder de naam Madouce.
Veertig jaar na het ontstaan van de groep kreeg de band echter een definitieve doorstart onder impuls van Thomas Devos en Louis Van de Leest.
In februari 2021 verscheen de nieuwe single Ronquières, in september van dat jaar gevolgd door hun tweede album ‘Is Er Iets?’.
Na een Rewind-concert in de Ancienne Belgique en de single Mooie Dag verscheen op 22 november 2024 hun derde album ‘Engel’.
Tijdens de daaropvolgende tournee door Vlaanderen was vrijwel de volledige bezetting uit 1981 weer van de partij.
Jan Devos zorgde voor heropgevist en nieuw tekstmateriaal, terwijl Wiet Van de Leest de toetsen, viool en strijkersarrangementen voor zijn rekening nam.
Vera Coomans schitterde met een stem die doorheen de jaren alleen maar aan patina heeft gewonnen.
Ook Thomas Devos, zoon van Jan en Vera en bekend van projecten als Rumplestitchkin en Tommigun, sloot zich aan.
Hij bracht vers materiaal aan dat het vuur liet heropflakkeren en maakte nieuwe arrangementen voor de oude songs.
De herwaardering voor de groep bereikte een hoogtepunt in februari 2026, toen Vera Coomans de Lifetime Achievement Award in ontvangst mocht nemen.
In diezelfde maand behaalde hun nummer ‘Niets is voor Altijd’ de vierendertigste plaats in de Belpop 100.
Het succes zet zich voort in 2027 met drie grote concerten: op 27 januari in De Roma in Antwerpen, op 29 januari in de Handelsbeurs in Gent en op 31 januari in Le Botanique in Brussel.
De ticketverkoop voor de concerten in Antwerpen en Brussel is inmiddels van start gegaan (Joepie 1 maart 1981)
De opmars van de Vlaamse amusementsmuziek aan het begin van de jaren negentig werd gedreven door een grenzeloos optimisme bij duizenden aspirant-artiesten.
Aangespoord door familie, fans en kleine platenbonzen geloofden velen oprecht dat ze een fantastisch talent bezaten.
Dit leidde ertoe dat artiesten soms wel zes singles opnamen en tot anderhalf miljoen Belgische frank investeerden — wat vandaag de dag neerkomt op ruim 37.000 euro — voordat ze beseften dat de beloofde distributie en promotie door de platenfirma uitbleven.
In de praktijk moesten vaders van jonge zangers vaak zelf met de auto de lokale winkels bevoorraden, omdat de beloofde nationale promotie uitbleef.
Het enorme succes van het wekelijkse muziekprogramma Tien om te zien op de commerciële televisie fungeerde hierbij als de grote katalysator.
Het programma bood een ongekend nationaal podium voor het levenslied en de lokale popmuziek, waardoor de verkoopcijfers van Vlaamstalige producties explodeerden.
Voor gevestigde iconen zoals Willy Sommers, die al sinds de jaren zeventig een sterrenstatus genoot met klassiekers als Zeven anjers, zeven rozen, betekende dit een krachtige tweede adem.
Het programma verbond de jarenlange ervaring van dergelijke boegbeelden met een hernieuwde commerciële dynamiek, waardoor zij ook bij een jongere generatie prominent in het vizier bleven.
Opvallend is dat Nederland op dit vlak een belangrijke voorloper was waar veel Vlamingen jarenlang naar keken.
Al vanaf 1971 was daar Op losse groeven te zien, dat later werd opgevolgd door Op Volle Toeren.
Beide programma’s werden gepresenteerd door Chiel Montagne, die daarmee de absolute pionier van het genre was.
Montagne, die helaas op 24 juli 2025 is overleden, bleef voor velen het symbool van de waardering voor het Nederlandstalige lied.
Omdat de Vlaamse staatszender BRT dergelijke amusementsvriendelijke programma’s nauwelijks bood, stemden veel kijkers in Vlaanderen, zoals ik, af op de Nederlandse televisie voor hun portie muziek van eigen bodem.
Pas met de komst van VTM kregen deze artiesten met Tien om te zien eindelijk een eigen lokaal platform van vergelijkbare schaal.
Naast de gevestigde waarden ontstond er in Vlaanderen echter een enorme nieuwe instroom die hoopte op een vergelijkbare doorbraak als bij de noorderburen.
Dit creëerde een scherp onderscheid tussen de professionele top en de wereld van de loonpersingen.
Terwijl de echte sterren konden rekenen op professionele begeleiding, boden kleine labels amateurs de kans om tegen hoge prijzen een single op te nemen.
Zangers draaiden vaak zelf volledig op voor de productiekosten. Voor een oplage van duizend exemplaren betaalde een artiest destijds tussen de 70.000 frank (ongeveer 1.735 euro) en 115.000 frank (bijna 2.850 euro).
Dit bedrag dekte de kosten voor de studio en een vierkleurenhoes, maar de beloofde kwaliteit bleek in de praktijk niet altijd op waarheid te berusten.
De markt raakte hierdoor verzadigd met muziek die door experts vaak als hopeloos ouderwets werd omschreven.
Het was niet ongewoon dat dezelfde melodieën aan verschillende artiesten tegelijkertijd werden verkocht, waarbij enkel de tekst werd aangepast.
Maandelijks stroomden er tientallen van dit soort singles en cassettes binnen bij televisieproducenten, ingestuurd door mensen die ervan overtuigd waren dat zij de volgende grote ster zouden worden naast hun idolen uit de jaren zeventig en tachtig.
Sommigen gingen zelfs zo ver dat ze hun volledige spaargeld van bijvoorbeeld 800.000 frank (circa 19.830 euro) opofferden voor een moment in de spotlights.
Voor de meeste van deze hoopvolle talenten bleef de kelder echter de uiteindelijke bestemming voor hun voorraad.
Meer dan de helft van de geperste singles raakte men aan de straatstenen niet kwijt.
De schrille tegenstelling tussen de weinigen die werkelijk doorbraken en de massa die enkel betaalde voor een illusie, typeerde deze gouden jaren van de Vlaamse showbizz.
Ondanks de financiële aderlating bleven velen hun uitgaven zien als een noodzakelijke investering in een droom, waarbij de glitter van het televisiescherm een onweerstaanbare, maar voor velen onbereikbare aantrekkingskracht behield.
Eduard Van de Walle, de man die de wereld zou veroveren als Eddy Wally, werd op 12 juli 1932 geboren in een arbeidersgezin in Zelzate.
De kiem voor zijn showbizzcarrière werd gelegd door zijn vader Henri, een teerfabriekarbeider die zelf ook optrad en de jonge Eduard leerde musiceren op de accordeon, gitaar en mondharp.
Het noodlot sloeg echter vroeg toe: toen Henri op 49-jarige leeftijd overleed, moest de pas veertienjarige Eduard als kostwinner aan de slag in een weverij.
Toch liet hij zijn dromen niet varen. Na zijn werkuren schuimde hij de toenmalige talentenjachten, de zogeheten crochetwedstrijden, af.
Daar vond hij niet alleen een publiek, maar ook de liefde van zijn leven, Mariëtte.
Het paar trouwde in 1956 en kreeg een jaar later hun dochter Marina.
In de vroege jaren 60 begon het grote avontuur onder zijn nieuwe artiestennaam.
Eddy opende zijn eigen dancing Paris-Las Vegas in Ertvelde en combineerde dat met zijn werk op de Vlaamse markten.
Als marktkramer verkocht hij met zwier handtassen, een stiel die hem de knepen van het entertainment bijbracht en die hij nooit zou vergeten; hij bleef zichzelf altijd zien als een man van het volk, wat later prachtig tot uiting kwam in zijn lied ‘Als Marktkramer Ben Ik Geboren’
De grote ommekeer kwam in 1966 door zijn samenwerking met de Nederlandse producer Johnny Hoes.
Hun eerste single Chérie werd een ongekend succes: een nummer 1-hit in de Ultratop met meer dan 50.000 verkochte exemplaren.
Wat volgde was een indrukwekkende reeks successen en opmerkelijke wapenfeiten zonder afzonderlijke grenzen tussen zijn rollen als zanger en entertainer.
Naast klassiekers als Ik Spring Uit Een Vliegmachien bewees Eddy zijn tijdloze kracht in 1995 met de house-versie Chérie (Is In Da House).
Deze gigantische comeback bereikte zelfs de Nederlandse Tipparade.
Als de Voice of Europe trok hij bovendien naar Las Vegas en Rusland, terwijl zijn debuuthit in het Chinees werd vertaald als Baobei.
Zijn liveoptredens waren legendarisch, niet alleen om de muziek, maar vooral om de ongeëvenaarde interactie met zijn fans.
Met een ontwapenend enthousiasme strooide hij kwistig met oneliners die uitgroeiden tot zijn handelsmerk.
Wanneer hij het podium betrad, klonk steevast het triomfantelijke “Eddy Wally is in the house!”, gevolgd door een oprecht “Geweldig!” bij elk applaus.
Deze uitspraken waren geen ingestudeerde nummertjes, maar een uiting van zijn natuurlijke charisma, waardoor hij uitgroeide tot een onmisbaar mediafenomeen.
Hij toonde zijn enorme zelfspot in het absurdistische programma Lava als Kapitein Wally, samen met Kamagurka en Herr Seele op de tv.
Zijn status was zo groot dat hij opdook in strips van Urbanus en Suske & Wiske, en gastrollen vertolkte in F.C. De Kampioenen en de film Camping Cosmos.
De erkenning voor zijn unieke persoonlijkheid reikte uiteindelijk tot in de kosmos; in 1994 werd de planetoïde (2025) Eddywally naar hem vernoemd.
In 2013 volgde een lokaal hoogtepunt toen hij de allereerste ereburger van de Gentse Feesten werd.
Met de persoonlijke documentairereeks Kroost uit 2014 werd het beeld van de volksjongen die uitgroeide tot een wereldster definitief vereeuwigd.
Morgenavond, 7 februari, brengt VRT 1 de eenmalige docu ‘Chérie’, naar aanleiding van het overlijden van volksheld, cultfiguur, charmezanger en fenomeen Eddy Wally tien jaar geleden.
Foto van Eddy Wally in zijn geliefde dancing ‘Paris-Las Vegas’ in Ertvelde
Edwin Gubbins Doorenbos werd geboren op 10 juli 1894 in Den Haag en overleed op 28 maart 1974 in Amsterdam.
Hij was een markante verschijning in de Nederlandse amusementswereld van de jaren dertig, veertig en vijftig. Als zanger, pianist en tekstdichter gaf hij een eigen kleur aan het chanson en cabaret.
Hij stond bekend om zijn geraffineerde stijl en bracht achter de piano luisterliedjes met een internationale flair, waarmee hij een brug sloeg tussen het traditionele variété en de literaire kleinkunst.
In 1936 was hij op het witte doek te zien als zanger in de film Komedie om geld, onder regie van Max Ophüls.
In januari 1936 besteedde het tijdschrift ABC uitgebreid aandacht aan zijn bijzondere initiatief in Laren.
Doorenbos had daar het deel van een oude boerenhofstede ingericht als cabaretzaal, die hij het Nederlandse Montmartre noemde.
In deze ruimte, verlicht door kaarsen in lege wijnflessen en ingericht met tonnen als tafels, streefde hij er samen met enkele medewerkers naar om de kleinkunst in ere te houden.
Een van hen was Eline Pisuisse, de dochter van de cabaretpionier Jean-Louis Pisuisse.
Ook Rita Fleming werkte mee aan het programma; zij was in die jaren actief als zangeres en actrice in het Nederlandse theater- en cabaretcircuit.
In zijn repertoire liet hij zich inspireren door het werk van Alec Andrew Templeton, een blinde Britse pianist, componist en satiricus wiens compositie Bach Goes to Town in 1939 een grote hit was voor Benny Goodman.
Doorenbos integreerde deze swingende, neoklassieke benadering op een natuurlijke wijze in zijn eigen muzikale voordrachten.
Naast zijn podiumcarrière was Doorenbos een gerespecteerd verzamelaar en kenner van antieke klokken en horloges. Z
Zijn expertise op dit gebied leidde in 1963 tot de publicatie van zijn boek ‘Klokken’ (ABC 12 januari 1936).
Octopus was niet zomaar een lokale band uit Diest; het was een bijzonder Vlaams-Brits experiment.
De groep ontstond uit de assen van The Bats, de formatie van Robert Vlaeyen, Gerard Opdebeeck en Roberts broer René Vlaeyen (de latere bekende tv-producent).
Om de groep internationale allure en een perfecte Engelse uitspraak te geven, werden de Britten Steve Pine en Phil Francis erbij gehaald.
Een van de opvallendste Vlaamse leden was toetsenist en zanger Paul Michiels.
De groep kwam zakelijk onder de vleugels van manager Sylvain Tack.
In 1973 bracht de band hun allereerste single uit: Go down slow. Voor de productie van dit debuut deden ze een beroep op Sylvain Vanholme (bekend van The Wallace Collection).
Hun tweede single uit datzelfde jaar, Hey na na, bevat dan weer een leuk detail voor de trivia-liefhebbers: op die opname zongen de bekende radio- en televisiepresentatoren Zaki en Mike Verdrengh mee in het achtergrondkoortje.
De grote doorbraak in 1974 was eigenlijk een ‘interne’ cover.
Hun hit I’m so in love with you was de Engelse vertaling van Ik ben verliefd op jou van Paul Severs, die eveneens door Tack werd gemanaged.
In 1975 volgde het debuutalbum From Octopus With Love, waarvoor de groep samenwerkte met producer Eddy Govert.
Ondanks deze successen verkocht Tack het contract van de groep aan het Nederlandse Telstar van Johnny Hoes.
Onder het bewind van ‘smartlappenkoning’ Hoes veranderde het karakter van de band drastisch. Octopus werd steeds meer in de richting van close harmony geduwd.
Hoewel dit commercieel een gouden greep bleek – het album Oldies but goldies met covers van Amerikaanse crooners zorgde voor een doorbraak in Nederland en hits als Cry en South of the border – zorgde het intern voor wrijving.
Met name Paul Michiels voelde zich steeds minder thuis in de rol van artiest die enkel covers zong.
In 1980 probeerde de groep het tij te keren en terug te gaan naar hun eigen sound.
Dit leverde met All alone nog een bescheiden hitje op in België, maar de chemie was uitgewerkt.
Na het uiteenvallen van de groep kon Paul Michiels eindelijk zijn eigen artistieke weg gaan.
Eerst solo als P.P. Michiels, en later met enorm succes aan de zijde van Jan Leyers in Soulsister.
Het noodlot sloeg toe in de namiddag van 25 december 1980, toen Louis samen met zijn vrouw Liliane en hun 15-jarige zoon Günther terugkeerde naar Mechelen na een familiebezoek in zijn geboortedorp Vorselaar.
In Lier werd hun wagen zwaar aangereden. De gevolgen waren niet te overzien: Louis was op slag dood en ook Liliane overleed onderweg naar het ziekenhuis.
Ze waren beiden amper 43 jaar oud.
Hun zoon Günther overleefde de klap, maar belandde met een zware schedelbreuk in coma en lijdt sindsdien aan geheugenverlies over het ongeval.
De oudste zoon, Ludwig, ontsnapte aan het drama omdat hij op dat moment op skivakantie was in Frankrijk.
Voor die fatale dag had de in 1937 in Gierle geboren Neefs al een opmerkelijk levenspad bewandeld.
Zijn kindertijd bracht hij door in de lagere school van zijn geboortedorp, waar hij zelfs les kreeg van zijn eigen vader, gevolgd door een zwerftocht langs diverse middelbare scholen, van de jezuïeten in Turnhout tot het Vrij Technisch Instituut in Borgerhout.
Hoewel hij oorspronkelijk technisch tekenaar en bruggenbouwer wilde worden, nam de muziek de bovenhand toen hij tijdens zijn technische studies gitaar leerde spelen.
Wat begon met optredens voor familie onder het pseudoniem Ludwig Künner en als zanger bij de Sun Spots, groeide uit tot een grote carrière toen talentscout Ke Riema hem introduceerde bij de platenmaatschappijen.
Dit resulteerde in 1960 in zijn doorbraak met het nummer Ein kleines Kompliment.
In de jaren die volgden, bouwde Neefs een indrukwekkend repertoire op, vaak met dank aan tekstschrijver Phil van Cauwenbergh die Amerikaanse songs vertaalde naar tijdloze parels als Mijn vriend Benjamin, Aan het strand van Oostende en Zondagmiddag Lilian.
Zijn succes reikte tot in Nederland, waar hij met Margrietje de top 10 haalde, en ver daarbuiten.
Neefs was een echt competitiebeest en perfectionist: hij vertegenwoordigde België tweemaal op het Eurovisiesongfestival, won in 1968 de Olympiade van het lichte lied in Athene en kaapte prijzen weg van Spanje tot Zuid-Amerika.
Toch was Neefs meer dan een entertainer; hij was een strijdbare man met principes.
Hij was niet alleen politiek actief als gemeenteraadslid in Mechelen, maar vocht ook verbeten voor de rechten van Vlaamse artiesten.
Hij eiste meer zendtijd voor Nederlandstalige muziek en betere sociale statuten, wat hem regelmatig in conflict bracht met de BRT-top.
Zijn maatschappelijke betrokkenheid bleek ook uit zijn ecologische vooruitziendheid in het nummer Laat ons een bloem.
Ook zijn zoon Günther zou later in de voetsporen van zijn vader treden, al lag dat niet meteen voor de hand.
Na het ongeval en zijn revalidatie werkte Günther jarenlang als autoverkoper, een job die hij nog vijf jaar combineerde met zijn prille zangcarrière.
Hij wilde immers geen kopie van zijn vader zijn, maar zocht en vond zijn eigen weg in de wereld van de swing en bigbandmuziek.
Toch zijn er opvallende parallellen tussen vader en zoon die verder gaan dan hun stemgeluid.
Zo werd Louis’ stem onsterfelijk als de straatkat Thomas O’Malley in de originele Nederlandse versie van de Disney-film De Aristokatten.
Jaren later, bij de vernieuwde uitgave in 2008, nam uitgerekend zoon Günther diezelfde rol voor zijn rekening, waardoor hun stemmen over de generaties heen samensmolten in hetzelfde personage.
Muzikaal kwamen ze in 2000 nog één keer samen: via moderne technieken zong Günther toen een ‘virtueel’ duet met zijn overleden vader van het nummer Laat ons een bloem.
Nu, 45 jaar na zijn dood, blijkt de erfenis van Louis Neefs springlevend.
De heropleving startte echt rond de eeuwwisseling met een groots eerbetoon in het Sportpaleis, georganiseerd door Günther en zijn tante Connie.
Zijn nummers blijven relevant: Laat ons een bloem werd door Yevgueni nieuw leven ingeblazen en diende zelfs als protestlied bij de Oosterweel-saga.
Zijn geboortedorp Gierle en zijn thuisstad Mechelen eren hem met straatnamen en standbeelden, waarvan het recentste in 2024 werd onthuld aan de voet van de Sint-Romboutskathedraal.
Onder deze artiestennaam omarmt de uit Valkenswaard afkomstige Merel Brusselers het leven als een muzikale ontdekkingsreis die haar van Nederland naar de Verenigde Staten bracht.
Daar haalde ze inspiratie uit het werk van artiesten als James Taylor en First Aid Kit, en vond ze haar passie in samenwerkingen met gevestigde muzikanten in de Amerikaanse muziekhoofdsteden Nashville, New York, Boston en New Jersey.
Het resultaat is persoonlijke indie- en americana-folkmuziek die zich langzaam maar zeker, en heel comfortabel, in je hart nestelt.
De muziek speelde al vroeg een rol in haar leven; op vijfjarige leeftijd begon ze met pianospelen, later gevolgd door zang en gitaar.
Haar talent ontwikkelde ze verder tijdens haar bachelor aan de Fontys Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg en haar master aan het Conservatorium van Amsterdam, die ze in 2023 afrondde.
Daarnaast studeerde ze meermaals in New York City en kreeg ze door de jaren heen zangcoaching van namen als Lucy Woodward, Jim Mola en Marle Thomson.
Na haar afstuderen in 2023 reisde Brusselers maandenlang door de grote muzieksteden van Amerika om inspiratie op te doen, op te nemen en op te treden.
Onderweg verzamelde ze een groep muzikale vrienden om zich heen met wie ze nu regelmatig werkt.
Dit leidde onder meer tot haar derde EP, Unusual Fairytales, die werd opgenomen in Asbury Park (New Jersey) en verscheen in mei 2025.
Op dit album vinden we onder meer het mooie nummer Would You Have Stayed.
Haar carrière kent inmiddels diverse hoogtepunten, zoals een endorsement van Martin Guitar, samenwerkingen met publishers als Warner Chappell en Primary Wave Music, en het verzorgen van voorprogramma’s voor artiesten als Steph Strings, de Billy Walton Band en The Cinelli Brothers.
Ze is inmiddels zelfs Voting Member voor de New Yorkse afdeling van de Recording Academy.
Eind november 2025 voegde ze een bijzonder hoofdstuk toe aan haar discografie met een cover van de wereldberoemde klassieker December, 1963 (Oh What a Night!) van The Four Seasons.
Waar het origineel uit 1975 de geschiedenisboeken inging als een upbeat disco- en popnummer, weet Joanne het nummer volledig naar haar hand te zetten.
Het is een gewaagde keuze om zo’n iconische track te vertalen naar haar eigen, intiemere stijl.
Voor deze productie, uitgebracht onder het label MAD Records (waarmee ze ook samenwerkt voor sync-opdrachten), nam ze zelf de touwtjes in handen.
De mix werd verzorgd door René Bloks en de mastering door Pier-Durk Hogeterp.
Deze release staat niet op zichzelf.
Eerder dat jaar, in augustus 2025, bracht ze al een interpretatie uit van Closing Time, een cover van de Amerikaanse band Semisonic.
Hiermee laat ze zien dat ze momenteel volop experimenteert met het heruitvinden van bekende songs naast haar eigen materiaal. Tijdens haar liveoptredens komen al deze invloeden samen: ze neemt haar publiek aan de hand en laat hen haar muzikale reis meebeleven alsof ze er zelf bij waren.
Tim Visterin (Antwerpen, 13 november 1940) koos na zijn studies, die hem voorbereidden op een loopbaan in de boekhouding, definitief voor een carrière in de muziek.
Aanvankelijk was hij actief in diverse muziekformaties, waaronder The Jokers en de Franstalige groep “Roland et les Bémols”.
Op advies van Toon Hermans volgde Visterin een opleiding aan de Amsterdamse kleinkunstacademie.
Hoewel hij zich aanvankelijk toelegde op het cabaretgenre met de groep “Sjanbaret”, verwierf hij zijn grootste bekendheid in 1970 met het nummer “De Vogel”.
Dit nummer was een vertaling van het liedje “Dites-Moi, Monsieur” van de Franse zanger Jean-Claude Darnal.
Het werd opgenomen in samenwerking met het Mechelse Onze-Lieve-Vrouw-knapenkoor, waar toen jonge knapen als Frank Deboosere en Pat Donnez in zongen.
Het behaalde een aanzienlijk commercieel succes in Vlaanderen en Nederland, met 100.000 verkochte exemplaren.
Na een periode van optredens, gericht op een jong publiek, verlegde Visterin zijn focus naar de zakelijke aspecten van de muziekindustrie.
Hij was actief als producer voor diverse Vlaamse artiesten en functioneerde als muziekuitgever. In die hoedanigheid verzorgde hij de lokale vertegenwoordiging van internationale acts, waaronder Mud, The Sweet en de Bee Gees.
Eind jaren zeventig vestigde hij zich in de Verenigde Staten.
In 1991 keerde Visterin terug naar Vlaanderen, waar hij zijn werkzaamheden in de muzieksector hervatte.
Hij was onder meer betrokken bij Centropa (Guy Beyers) en het managementteam van artiest Helmut Lotti.
Het nummer “De Vogel” is in de loop der jaren uitgegroeid tot een ‘evergreen’ in het Vlaamse repertoire en wordt nog frequent uitgezonden.
Tim Visterin overleed op 28 augustus 2018 aan de gevolgen van een infarct. Hij bereikte de leeftijd van 77 jaar.
Tim Visterin, liever een kindervriend dan een tieneridool