Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Gerhard Höllerich zag op 25 januari 1943 het levenslicht met één grote droom: popartiest worden.
Amper achttien was hij toen hij zijn eerste muzikale stappen zette bij The Honky Tonks. Zijn diepzwarte haren en zijn grote bewondering voor Roy Orbison leverden hem al snel zijn bekende artiestennaam op: Roy Black.
Twee jaar later stampte hij zijn eigen band Roy Black and his Cannons uit de grond, wat leidde tot een ontmoeting met producer Hans Bertram.
De start in 1964 verliep niet meteen van een leien dakje, want zijn eerste singles ‘Sweet Baby mein’ en ‘Darling my Love’ kregen nauwelijks aandacht.
Maar met zijn derde poging, ‘Du bist nicht allein’, schoot hij pal in de roos.
Het was het begin van een waanzinnige succesperiode: tot 1969 belandden al zijn singles in de top 10, en maar liefst zes ervan stootten door naar nummer één.
Tussendoor dook hij ook regelmatig op in populaire bioscoopfilms.
In 1971 scoorde hij een enorme internationale voltreffer met het aanstekelijke duet ‘Schön ist es auf der Welt zu sein’, aan de zijde van de toen tienjarige Noorse Anita Hegerland (die van 1987 tot en met 1991 getrouwd was met Mike Oldfield; samen kregen ze twee kinderen).
Daarna keerde het tij. De hits bleven uit en Roy belandde in een diep dal, waarbij vooral zijn privéproblemen en een aanslepende strijd tegen alcohol en pillen de pers haalden.
Toch gaf hij niet op. In 1985 maakte hij een knappe comeback met het nummer ‘Mona’, en vanaf 1989 sloot het publiek hem opnieuw massaal in de armen dankzij zijn rol in de kijkcijferhit Ein Schloß am Wörthersee.
Het herwonnen geluk bleek helaas van korte duur. Op 9 oktober 1991 sloeg het noodlot toe: Roy overleed plots aan een hartinfarct, nauwelijks een maand na de geboorte van zijn dochtertje Nathalie.
Zijn bewogen levensverhaal inspireerde nadien verschillende boeken en leidde tot de film ‘Du bist nicht allein, Die Roy Black Story’, waarin niemand minder dan Christoph Waltz in de huid van de zanger kroop.
Voor mij persoonlijk blijft ‘Du bist nicht allein’ een van de absolute hoogtepunten uit de Duitse popgeschiedenis. Kunnen jullie mij daarin volgen?
De honoraria liepen dertig jaar geleden al duchtig de spuigaten uit, maar wat staken de grote sterren van Hollywood in die tijd nu eigenlijk in hun zak?
Het bleef toen al een heerlijk tijdverdrijf: even binnengluren in de portefeuille van de groten der aarde.
Destijds, midden jaren negentig, werd er volop gefluisterd over de duizelingwekkende inkomsten over het jaar 1995, en het loonde zeker de moeite om die toenmalige loonbrieven eens van naderbij te bekijken.
Aan de top van die rangschikking stonden toen Steven Spielberg, die 150 miljoen dollar (circa 131,3 miljoen euro) binnenhaalde, en Oprah Winfrey, die afklokte op 171 miljoen dollar, zowat 149,7 miljoen euro.
Michael Jackson haalde in datzelfde jaar vlot 90 miljoen dollar binnen, goed voor ongeveer 78,8 miljoen euro.
Het was destijds al een hele poos haasje-over spelen tussen Oprah Winfrey en Steven Spielberg.
Oprah wist Steven dat jaar dan ook vlotjes van de eerste stek te wippen.
Zij mocht op haar belastingbrief over 1995 een bruto-inkomen van 171 miljoen dollar invullen, zowat 149,7 miljoen euro.
Dat was maar liefst 21 miljoen dollar, of circa 18,4 miljoen euro, meer dan Spielberg, die het jaar voordien nog met de kroon was gaan lopen.
Op de derde plaats stonden The Beatles, die dankzij een reeks heruitgaven en heropgevist oud materiaal zomaar even 130 miljoen dollar, circa 113,8 miljoen euro, wisten op te strijken.
De rest van de toenmalige top tien mocht er evenzeer wezen: Michael Jackson ving 90 miljoen dollar (ongeveer 78,8 miljoen euro), The Rolling Stones haalden 77 miljoen dollar (omgerekend 67,4 miljoen euro) op en The Eagles deden het haast even goed met 75 miljoen dollar, oftewel 65,6 miljoen euro.
Arnold Schwarzenegger en goochelaar David Copperfield klokten beiden af op 74 miljoen dollar, wat neerkwam op 64,8 miljoen euro.
Jim Carrey streek 63 miljoen dollar (ongeveer 55,1 miljoen euro) op, terwijl auteur en scenarioschrijver Michael Crichton, de man achter kaskrakers als Jurassic Park en de hitserie E.R., de tiende plek deelde met komiek Jerry Seinfeld, elk goed voor 59 miljoen dollar of circa 51,6 miljoen euro.
Ook elders vielen er toen aardige bedragen te rapen: de heren van R.E.M. verdienden in een jaar tijd 44 miljoen dollar (zo’n 38,5 miljoen euro) en tekenden bovendien een kersvers platencontract van 80 miljoen dollar, oftewel 70 miljoen euro.
Zelfs met stevige metal viel er toen goud te scheppen, want zowel Kiss met 35 miljoen dollar (circa 30,6 miljoen euro) als Metallica met 28 miljoen dollar (ongeveer 24,5 miljoen euro) beleefden een bijzonder lucratief jaar.
De grootste verrassing zat hem op de zestiende plaats, waar het illusionistenduo Siegfried & Roy met hun vertrouwde witte tijgers toch weer eventjes 48 miljoen dollar, goed voor 42 miljoen euro, bijeen wist te sprokkelen.
Waarnemers trokken toen al aan de alarmbel: de vergoedingen rezen werkelijk de pan uit.
Waar vijf miljoen dollar (een slordige 4,38 miljoen euro) kort daarvoor nog gold als een vorstelijke gage voor een hoofdrol, kwamen de grote kleppers hun bed al niet meer uit voor minder dan twintig miljoen dollar, zowat 17,5 miljoen euro.
Op het kleine scherm bleven de gages op het eerste gezicht wat bescheidener, al mochten de wekelijkse bedragen er absoluut zijn.
Heather Locklear zag voor elke aflevering van Melrose Place 100.000 dollar op haar rekening verschijnen, goed voor 87.500 euro, terwijl Teri Hatcher in Lois & Clark 75.000 dollar per episode incasseerde, oftewel 65.600 euro.
Dat leek al een aardige stuiver, maar Ted Danson streek in het slotseizoen van Cheers zowaar een half miljoen dollar per aflevering op, zo’n 438.000 euro.
Daarmee deed hij zelfs beter dan Kelsey Grammer, die voor een weekje draaien aan Frasier 250.000 dollar (circa 219.000 euro) opstreek.
De absolute uitschieter was Roseanne Barr, die per aflevering van haar sitcom 600.000 dollar (ongeveer 525.000 euro) mocht noteren.
Dat was overigens nog klein bier vergeleken met haar aandeel in de winst van de reeks.
Ook David Hasselhoff wist de kassa op die manier flink te laten rinkelen.
Als acteur kreeg hij net zoals Pamela Anderson een standaardvergoeding van 60.000 dollar per aflevering, pakweg 52.500 euro, maar als uitvoerend producent mocht hij jaarlijks ettelijke tientallen miljoenen dollars in zijn rode zwembroek proppen.
Restte natuurlijk de vraag wanneer men opslag mocht vragen en wanneer men zich beter gedeisd hield.
Een insider uit Hollywood gaf destijds al de gouden raad mee: wie ook maar enigszins vervangbaar was, zweeg maar beter over loonsverhoging, hoe vlot de serie ook liep.
Actrice Suzanne Somers had die les aan den lijve ondervonden.
Toen zij voor de populaire sitcom Three’s Company een verdrievoudiging van haar wedde én tien procent van de winst eiste, werd haar personage prompt uit het script geschreven.
Ze vertrok in de volgende aflevering halsoverkop om voor haar zieke moeder te zorgen, en kwatongen beweerden toen schertsend dat ze daar nog altijd aan het bed zat te waken.
Als we die cijfers uit 1996 nu vergelijken met de situatie van vandaag, valt pas op hoe ontzettend hard het Hollywood-landschap geëxplodeerd is.
Wat destijds als onwaarschijnlijk royale jaarinkomens werd gezien, bleek achteraf slechts het begin te zijn van gigantische miljardenfortuinen en een heel nieuwe economie rond streaming en rechten.
Steven Spielberg en Oprah Winfrey voeren ook vandaag nog de lijstjes aan, al spreken we bij hen niet langer over tientallen miljoenen op jaarbasis, maar over miljardenvermogens.
Waar Spielberg in 1995 nog 150 miljoen dollar opstreek, bezit hij nu een vermogen van meer dan zeven miljard dollar, mede dankzij een percentage op elk verkocht pretparkticket bij Universal Studios dat hij al die jaren bleef innen.
Oprah Winfrey liet haar jaarlijkse gage van 171 miljoen dollar achter zich door een eigen media-imperium uit te bouwen, waardoor haar totale bezit nu op meer dan drie miljard dollar geraamd wordt.
In de muziekwereld is de vergelijking even treffend.
Michael Jackson, die toen 90 miljoen dollar binnenhaalde, overleed in 2009, maar zijn nalatenschap boert vandaag zakelijk gezien nog steviger dan tijdens zijn hoogdagen dankzij streaming, een Broadway-musical en monsterdeals voor zijn rechten.
The Rolling Stones en de overgebleven leden van The Eagles en The Beatles trekken nog altijd moeiteloos langs uitverkochte stadions, waar tegenwoordig met één enkele wereldtournee vlot meer dan honderd miljoen dollar omgezet wordt.
Hardrockbands als Metallica en Kiss zagen hun miljoenen van 1995 verbleken bij de hedendaagse inkomsten uit wereldwijde merchandising en tournees, waarbij Kiss zijn voltallige catalogus en merknaam recent zelfs voor honderden miljoenen van de hand deed.
Bij de acteurs en komieken wisten Jerry Seinfeld en Arnold Schwarzenegger, die toen respectievelijk 59 en 74 miljoen dollar verdienden, de sprong te maken naar het kransje van de officiële miljardairs.
Seinfeld deed dat door de rechten op zijn serie decennialang te blijven verzilveren, met streamingdeals die de toenmalige miljoenen in de schaduw stelden.
Schwarzenegger deed hetzelfde door zijn toenmalige filmgages slim in vastgoed en bedrijven te pompen, waardoor hij vandaag als investeerder veel meer overhoudt dan hij indertijd op een filmset kon opstrijken.
David Copperfield wist zijn 74 miljoen dollar van weleer om te zetten in een reusachtig resort- en vastgoedbezit en staat nog steeds in Las Vegas voor uitverkochte zalen.
Het contrast met het verleden is het meest merkbaar in de televisiewereld.
De halve miljoen dollar van Ted Danson en de zeshonderdduizend dollar van Roseanne Barr per aflevering deden destijds monden openvallen.
Later werd die lat echter verlegd naar één miljoen dollar per aflevering voor de casts van Friends en The Big Bang Theory, en vandaag tellen streamingdiensten als Netflix, Walt Disney, Prime en Apple TV+ voor prestigieuze miniseries zonder verpinken één tot twee miljoen dollar per enkele aflevering neer voor een hoofdrolspeler.
Het grote verschil met toen is wel dat de gulle, levenslange royalty’s bij klassieke herhalingen op televisie, waar de sterren uit 1996 decennia op konden teren, door het streamingmodel bijna volledig zijn weggevallen.
Jan Puimège werd ontdekt in een uitzending van het BRT-programma Ontdek de ster in 1975, in de Koningin Elisabethzaal te Antwerpen, waarbij een vriend hem had ingeschreven.
In 1976 won hij de Grote Prijs Will Ferdy.
Puimèges liedjes hadden een zachte, poëtische inslag en werden met heldere articulatie gezongen.
Soms bevatten ze ook milde maatschappijkritiek.
Na amper zeven jaar carrière overleed hij op 22 mei 1982, op 26-jarige leeftijd, onverwacht aan een hartaanval toen hij in bad zat, vlak voordat zijn derde album op de markt kwam.
Diverse collega’s organiseerden een postume hulde aan Puimège op het album Jan Puimège (1983).
Onder anderen Wim De Craene, Will Ferdy, Zjef Vanuytsel en Ed Kooyman brachten op het album enkele van Puimèges nieuwe liedjes ten gehore die hijzelf nooit meer had kunnen opnemen.
Er is ook een prijs vernoemd naar de zanger: de Prijs Jan Puimège, die door onder meer Mira en De Nihilisten gewonnen is.
In de gemeente Wommelgem bij Antwerpen bracht Jan Puimège een groot deel van zijn jeugd door.
Hier werd als aandenken aan de zanger een culturele kring opgericht onder de naam Kulturele Kring Jan Puimège.
Folkmuzikant en -zanger Dirk Van Esbroeck was een neef van Puimège.
De Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Gent, beter bekend als de MIVG, werd opgericht op 15 maart 1961 als opvolger van de Elektriciteitstramwegen Gent.
Vanaf 1 januari 1962 tot en met 31 december 1990 verzorgde dit vervoerbedrijf het openbaar stadsvervoer in Gent en de nabije randgemeenten en deelgemeenten, zoals Melle, Sint-Martens-Latem en Deurle.
Tijdens de actieve periode van de MIVG onderging het Gentse stratenbeeld op het vlak van mobiliteit een aanzienlijke evolutie.
Het bedrijf erfde een uitgebreid tramnet, maar verving in de loop der jaren diverse tramlijnen door autobussen om flexibeler in te spelen op de uitbreiding van de stad.
Een opvallende mijlpaal in de geschiedenis van de MIVG was de herintroductie van de trolleybus in de jaren tachtig.
Ondanks aanvankelijk lokaal verzet werd in 1988 een eerste trolleybuslijn in gebruik genomen, wat een uniek ecologisch en modern accent legde op het stadsnet.
Op het vlak van huisstijl en materieel stond de MIVG eveneens niet stil.
Waar men in de beginperiode nog reed in de geel-blauwe kleuren van de voorganger, verschenen later de iconische blauwe autobussen en trams in het straatbeeld, die tot de verbeelding van vele Gentenaars spreken.
Aan het bestaan van de MIVG kwam een einde door de Vlaamse nethervorming en de oprichting van de Vlaamse Vervoermaatschappij.
Op 1 januari 1991 fuseerde de MIVG samen met de Antwerpse MIVA en het Vlaamse deel van de NMVB tot De Lijn.
Daarmee werd de lokale intercommunale verankering overgedragen aan een breder Vlaams kader, hoewel de erfenis van de MIVG tot op de dag van vandaag voortleeft in de geschiedenis van de Gentse mobiliteit.
Een mooie gelegenheid om stil te staan bij een bijzonder muzikaal eerbetoon aan haar.
In 1975 bracht Wim De Craene immers zijn tijdloze klassieker Rozane uit, waarin hij vol overgave zijn liefde bezingt voor Rozane, een pseudoniem voor Chris Thys.
Het blijft een prachtig stukje Vlaamse muziekgeschiedenis dat na al die jaren nog steeds recht naar het hart gaat.
Een heel gelukkige verjaardag voor Chris, en luister jij er vandaag ook nog eens naar, deze klassieker?
Ton Lensink werd op 22 oktober 1922 geboren in Batavia in het toenmalige Nederlands-Indië en groeide uit tot een van de meest veelzijdige en markante theater- en televisiefiguren van de Lage Landen.
Na een klassieke opleiding aan de Toneelschool van Amsterdam bouwde hij tientallen jaren aan een rijk parcours bij gereputeerde gezelschappen, vertolkte hij tal van rollen in televisiefilms en reeksen, en ontpopte hij zich als een begaafd regisseur en scenarist.
Toch blijft hij voor hele generaties kijkers vooral onlosmakelijk verbonden met één onvergetelijke creatie: zijn rol als de verstrooide tovenaar in de legendarische jeugdreeks Ti-Ta Tovenaar.
De reeks, die tussen oktober 1972 en juni 1974 door de NOS werd uitgezonden in korte afleveringen van amper enkele minuten net voor het slapengaan, kende een overdonderend succes.
Lensink gaf gestalte aan een sympathieke, ietwat wereldvreemde tovenaar die samen met zijn opgroeiende dochter Tika, het aandoenlijke wezentje Kwark en de kruidenierster Grobelia de wonderlijkste avonturen beleefde.
Met zijn typerende puntmuts, lange tovenaarskleed en rustige uitstraling werd hij het vaste gezicht van een feuilleton dat talloze kinderen aan het scherm gekluisterd hield.
Onvergetelijk was het moment waarop Tika in haar vingers knipte om de tijd stil te zetten telkens wanneer de toverkunsten van haar vader weer eens verkeerd uitdraaiden, waarna Ti-Ta Tovenaar met een bezorgde blik de brokken overschouwde.
Wat velen toen niet wisten, was dat Lensink achter de schermen minstens even bepalend was voor het welslagen van het programma.
Naast het spelen van de titelrol nam hij immers ook een groot deel van de regie voor zijn rekening.
Hij bewaakte met veel gevoel voor humor en kinderlijke verwondering de sprookjesachtige sfeer en het tempo van het verhaal, waardoor het sobere decor van het zwevende luchtkasteel levensecht overkwam op het jonge publiek.
Na het afronden van Ti-Ta Tovenaar bleef Lensink onverminderd bedrijvig in de theater- en televisiewereld, zowel op de planken als achter de schermen, tot hij in februari 1997 op 74-jarige leeftijd overleed.
Voor miljoenen Vlamingen en Nederlanders die in de vroege jaren zeventig opgroeiden, blijft hij voor altijd de man die met een zucht liet horen dat toveren een lastige stiel was, en daarmee een dierbaar stukje jeugdherinnering naliet.
Keken jullie destijds ook stee
vast naar die reeks op tv, en welke herinneringen roept deze bijzondere tovenaar bij jullie op?
Op 8 oktober 1976 vierde Ann Christy haar tienjarig artiestenjubileum met een groot feest in dancing Roosdaal in Roosdaal.
Tien jaar daarvoor begon ze als verlegen schoenenverkoopster haar muzikale loopbaan, toen ze voor het eerst het podium betrad als zangeres bij het orkest The Adam’s.
In het decennium dat volgde, legde ze een lange en soms moeilijke weg af, waarbij ze zowel in binnen- als buitenland haar grote talent liet zien.
Ze werkte zich stap voor stap naar de top van de Vlaamse muziekwereld.
Ze stond erom bekend heel kieskeurig te zijn bij het kiezen van nieuw repertoire, vaak tot verbazing van haar platenproducenten.
Daarnaast was ze perfectionistisch ingesteld bij elk optreden en zette ze zich altijd met enorme werklust en toewijding in.
Over haar eerste tien jaar in het vak vertelde ze destijds dat de planken een harde leerschool waren geweest, maar tegelijk een geweldige ervaring.
Ze voelde zich gelukkig dat ze haar passie had kunnen blijven uitoefenen.
Vooral de warme steun van het Vlaamse publiek na de teleurstelling op het Eurovisiesongfestival deed haar veel deugd en gaf haar de moed om door te gaan.
Haar tienjarige jubileum vierde ze die avond in het gezelschap van haar bewonderaars en collega-artiesten, want ook John Terra, Dream Express en Connie Neefs waren te gast om het feest mee op te luisteren.
Die ontstaansgeschiedenis begon in de zevende eeuw met de heilige Amandus van Maastricht, een rondtrekkende missionaris en bisschop uit Aquitanië die een doorslaggevende rol speelde bij de kerstening van het noordelijke Merovingische rijk.
Rond het jaar 630 streek hij met steun van de Merovingische koning Dagobert I neer in de streek rond de samenvloeiing van de Schelde en de Leie, in het gebied dat toen bekendstond als Ganda.
Amandus koos bewust voor de Blandijnberg, een zandige heuvelrug die circa 29 meter boven het rivierlandschap uitstak.
Die plek bood bescherming tegen overstromingen en gaf uitzicht over de handels- en waterwegen.
De naam Blandinium verwees naar een Gallo-Romeinse oorsprong, vermoedelijk ontleend aan een vroegere landeigenaar genaamd Blandinus.
Ondanks aanvankelijke weerstand van de plaatselijke bevolking stichtte Amandus hier rond 630 tot 650 een eerste kloostergemeenschap gewijd aan de apostel Petrus, die samen met de nabijgelegen Sint-Baafsabdij de oercel vormde waaruit Gent zou groeien.
Waar vandaag de barokke kerk staat, rees in de eeuwen na Amandus een romaanse abdijkerk op die het hart vormde van een van de machtigste en rijkste kloostergemeenschappen van heel Vlaanderen.
Die middeleeuwse gebouwen kregen het echter zwaar te verduren tijdens de zestiende-eeuwse beeldenstorm en godsdiensttwisten, waardoor een complete heropbouw nodig bleek.
In 1629 legde bisschop Antonius Triest de eerste steen van de huidige barokkerk. Jezuïet en architect Pieter Huyssens tekende de plannen en liet zich voor de monumentale koepel en de grootse proporties inspireren door de wereldberoemde Sint-Pietersbasiliek in Rome.
De eerste bouwfase liep van 1629 tot 1649, waarna in de vroege achttiende eeuw nog een uitbreiding volgde.
Tijdens de Franse overheersing raakte de kerk haar religieuze rol even kwijt om als opslagplaats te dienen, tot het gebouw in 1810 opnieuw officieel als kerk in gebruik werd genomen.
Wat deze plek extra bijzonder maakt, is haar verleden als rustplaats voor de vroege graven van Vlaanderen.
Omdat de Sint-Pietersabdij in de vroege middeleeuwen het meest prestigieuze religieuze centrum van het graafschap was, zochten vorsten er maar wat graag een plek voor hun zieleheil en dynastieke uitstraling.
Maar liefst vijf graven vonden er hun laatste rustplaats: Boudewijn I, Boudewijn II, Arnulf I, Arnulf II en Boudewijn IV. Ook familieleden werden erbij gezet, onder wie zeer waarschijnlijk Judith van West-Francië, dochter van de Karolingische koning Karel de Kale en stammoeder van het Vlaamse gravenhuis.
De graven rusten er dan ook bewust: de site vormde het spirituele en politieke zenuwcentrum van het vroege Vlaanderen, waar het graf van overleden leiders het gezag van hun opvolgers kracht bijzette.
Aan die eeuwenoude feodale lijn kwam aan het einde van de achttiende eeuw definitief een einde.
De Oostenrijkse keizer Frans II was de allerlaatste die de titel nog in de oorspronkelijke feodale zin droeg.
De Franse Revolutie en de annexatie in 1795 maakten immers een einde aan het graafschap en vervingen het oude systeem door een modern bestuur, zonder verdere opvolgers voor de Habsburgse heerser.
In de negentiende eeuw blies de Belgische monarchie de titel Graaf van Vlaanderen weliswaar nieuw leven in, maar dat gebeurde puur ceremonieel voor prinsen van het koninklijk huis, zonder enige bestuursmacht.
De laatste die deze eretitel droeg, was prins Karel, de broer van koning Leopold III, die in 1983 overleed.
Sindsdien is de titel nooit meer toegekend en doofde ook de symbolische lijn uit.
Vandaag verenigt het gebouw de namen van de verdwenen Onze-Lieve-Vrouwekerk aan de Schelde en de voormalige abdij.
Samen met het uitgestrekte Sint-Pietersplein blijft het een onmiskenbaar en vertrouwd baken aan de Gentse horizon.
Foto van Onze-Lieve-Vrouw Sint-Pieterskerk in Gent (oktober 1931)
Amy Davis Irving werd op 10 september 1953 geboren in Palo Alto, Californië, in een gezin waar de podiumkunsten centraal stonden.
Haar vader Jules Irving was een gerespecteerd theaterregisseur en medeoprichter van de Actor’s Workshop in San Francisco, terwijl haar moeder Priscilla Pointer een gevierde actrice was.
Het was dan ook geen verrassing dat Amy al op zeer jonge leeftijd vertrouwd raakte met het theater.
Ze bracht een groot deel van haar jeugd door achter de schermen en stond als kind al op de planken.
Haar formele opleiding volgde ze aan het American Conservatory Theater in San Francisco en later aan de prestigieuze London Academy of Music and Dramatic Art.
In de jaren zeventig maakte ze de overstap naar film en televisie. Haar grote doorbraak op het witte doek kwam in 1976 met de rol van Sue Snell in de invloedrijke horrorfilm ‘Carrie’, geregisseerd door Brian De Palma.
Haar ingetogen en kwetsbare vertolking maakte meteen indruk, waarna De Palma haar opnieuw castte in de bovennatuurlijke thriller ‘The Fury’ uit 1978.
Rond diezelfde periode deed ze tevens auditie voor de rol van prinses Leia in ‘Star Wars’, een rol die uiteindelijk naar Carrie Fisher ging, maar het toonde aan hoe snel haar naam circuleerde in het filmlandschap van Hollywood.
Naast haar dramatische acteertalent beschikte Amy Irving over een opmerkelijke zangstem.
Dat liet ze horen in de muzikale dramafilm ‘Honeysuckle Rose’ uit 1980, waarin ze schitterde naast countrylegende Willie Nelson en zelf diverse nummers inzong.
Datzelfde jaar bewees ze haar veelzijdigheid in ‘The Competition’, waarin ze een getalenteerde klassieke pianiste speelde aan de zijde van Richard Dreyfuss.
Een van de absolute hoogtepunten in haar filmcarrière volgde in 1983 met ‘Yentl’, geregisseerd door Barbra Streisand.
Voor haar rol als de zachtmoedige Hadass ontving Irving een nominatie voor de Academy Award voor beste vrouwelijke bijrol.
Haar vocale kwaliteiten leverden haar in 1988 een van de meest herkenbare bijdragen aan de popcultuur op.
In de animatie- en liveactionklassieker ‘Who Framed Roger Rabbit’ leende ze haar zangstem aan het verleidelijke personage Jessica Rabbit, voor wie ze het jazzy nummer ‘Why Don’t You Do Right?’ vertolkte, terwijl Kathleen Turner de spreekstem verzorgde.
Datzelfde jaar schitterde Irving in de romantische komedie ‘Crossing Delancey’, een vertolking die haar een Golden Globe-nominatie opleverde en door critici werd geprezen om haar warmte en authenticiteit.
Ondanks haar successen in Hollywood bleef het theater altijd haar artistieke thuisbasis.
Ze bouwde een indrukwekkende staat van dienst op Broadway en Off-Broadway op.
Zo speelde ze de rol van Constanze in Amadeus, schitterde ze in producties als Heartbreak House en The Three Sisters, en maakte ze deel uit van de veelgeprezen originele Broadway-cast van Tom Stoppards trilogie The Coast of Utopia.
Haar toewijding aan het klassieke en moderne toneel leverde haar diverse prijzen en nominaties op in de theaterwereld.
In latere jaren bleef ze actief in uiteenlopende filmprojecten, waaronder het ensemble-misdaaddrama ‘Traffic’ van Steven Soderbergh, de Braziliaanse romantische komedie ‘Bossa Nova’ en de psychologische thriller ‘Unsane’.
In de afgelopen jaren heeft Irving zich meer op de muziek gericht. Ze bracht haar geprezen debuutalbum Born in a Trunk uit, waarop ze covers zingt die gelinkt zijn aan haar leven en carrière.
Kort daarna volgde een tweede album genaamd Always Will Be, een eerbetoon met covers van countrylegende Willie Nelson, met wie ze in 1980 in de film ‘Honeysuckle Rose’ speelde.
Haar privéleven trok in de jaren tachtig veel internationale media-aandacht door haar huwelijk met regisseur Steven Spielberg, met wie ze destijds zoon Max kreeg.
Na hun scheiding in 1989 trouwde ze met de Braziliaanse regisseur Bruno Barreto, met wie ze eveneens een zoon kreeg.
Vandaag de dag woont de inmiddels 73-jarige actrice samen met haar huidige echtgenoot, documentairemaker Kenneth Bowser.
Daarnaast onderhoudt ze nog altijd een goede, vriendschappelijke band met haar beroemde ex-man Steven Spielberg.