Een passend eerbetoon aan een icoon: de muzikale erfenis van Bonnie Tyler

Gisteren is de zangeres Bonnie Tyler op 75-jarige leeftijd overleden. Haar verhaal begon in 1953, toen ze als Gaynor Hopkins ter wereld kwam in het Zuid-Welshe Skewen.

Ze groeide op met de muziek van Tina Turner en Janis Joplin, die ze gedurende haar hele leven als haar twee grote voorbeelden bleef zien.

Haar muzikale talent bleek al vroeg, toen ze op 17-jarige leeftijd deelnam aan een zangwedstrijd.

Dankzij een indrukwekkende vertolking van het nummer Those Were The Days van Mary Hopkin behaalde ze de tweede plaats.

De sensatie van het optreden en de waardering van het publiek gaven haar zoveel voldoening dat ze besloot voluit voor een zangcarrière te gaan.

Na een succesvolle auditie sloot ze zich aan bij Bobby Wayne And The Dixies. Deze formatie verliet ze na twee jaar om haar eigen band, Imagination, op te richten.

Omdat Hopkins vond dat haar geboortenaam te weinig uitstraling had voor een artiest, nam ze de artiestennaam Bonnie Tyler aan.

Later gaf ze overigens toe dat ze spijt had van die keuze. Als Bonnie Tyler trad ze aanvankelijk op in diverse bars en clubs in Zuid-Wales.

Daar werd ze ontdekt door Ronnie Scott en Steve Wolfe.

Deze producers en liedjesschrijvers namen haar direct onder hun hoede en bleven tot 1981 actief als haar managers, schrijvers en producers.

Zij wisten een platencontract voor haar te regelen bij RCA Records, waar haar allereerste single My My Honeycomb verscheen.

Dit typische popnummer deed echter erg denken aan de dertien-in-een-dozijn-popsongs uit de vroege jaren zeventig en wist de hitlijsten dan ook niet te bereiken.

Tyler zelf dacht later liever zo min mogelijk aan deze debuutsingle terug.

In 1976 kreeg de zangeres te maken met fysieke tegenslag en moest ze een keeloperatie ondergaan.

Na de ingreep kreeg ze het dwingende advies om zes weken lang volledig te zwijgen, waardoor ze zich alleen via geschreven briefjes verstaanbaar kon maken.

Omdat ze zich niet aan deze rustperiode hield, hield ze permanent een karakteristieke, schorre stem over aan de operatie.

Kort na deze medische ingreep scoorde ze haar eerste hit met ‘Lost in France’.

Dit nummer was nog voor de operatie opgenomen, waardoor luisteraars haar oude stemgeluid hoorden.

In Nederland behaalde de single een bescheiden 24e positie, in Vlaanderen was de single goed voor een vijftiende plaats in de BRT Top 30 en in haar thuisland Groot-Brittannië reikte het nummer tot de 9e plaats.

Haar grootste succes met deze plaat beleefde ze echter in Duitsland, waar het nummer ruim een half jaar in de Top 10 genoteerd stond.

De opvolger ‘More Than A Lover’ slaagde er vervolgens niet in om dit succes te evenaren.

Dat lukte haar derde single ‘It’s A Heartache’ daarentegen wel. Dit nummer groeide uit tot een internationale hit die in Groot-Brittannië de 4e plaats bereikte, in Nederland doorstootte naar de 3e positie en ook in de Verenigde Staten de Top 5 behaalde.

Toch bleek het lastig om deze populariteit vast te houden, want de zeven daaropvolgende singles flopten stuk voor stuk.

Tyler nam in totaal vier albums op voor RCA Records, waarbij ze door de maatschappij steeds nadrukkelijker in de richting van de countrymuziek werd gestuurd.

Mede door deze muzikale koers en het feit dat ze uitsluitend materiaal van Scott en Wolfe mocht opnemen, besloot ze in 1981 te breken met haar managers, producers en platenlabel.

Ze moest op zoek naar een volledig nieuw team, dat ze vond in CBS Records, manager David Aspden en producer Jim Steinman.

Hun samenwerking leidde tot het album Faster Than The Speed Of Night, waarmee ze resoluut brak met haar muzikale verleden en een compleet nieuwe sound introduceerde.

Op dit album stond de wereldhit ‘Total Eclipse Of The Heart’, die Tyler haar allereerste nummer 1-hit opleverde in zowel Groot-Brittannië als de Verenigde Staten, hoewel het nummer in Nederland vreemd genoeg bleef steken op de 24e plek.

In Vlaanderen was de single goed voor een zestiende plaats in de BRT Top-30.

Ondanks het beperkte succes in Vlaanderen en Nederland, blijft ‘Total Eclipse Of The Heart’ voor de meeste mensen nog altijd het nummer dat zij het meest associëren met Bonnie Tyler

Op Spotify is het nummer inmiddels al meer dan 1 miljard keer gestreamd.

Het album zelf bereikte eveneens de top van de hitlijsten.

Nieuwe hitsingles bleven daarna echter uit en ook het daaropvolgende album Secret Dreams And Forbidden Fire werd geen commercieel succes.

Zelfs de inzet van een andere producer, Desmond Child, kon het tij niet keren; hoewel Secret Dreams goede kritieken ontving, liet de promotie vanuit de platenmaatschappij te wensen over.

Wat veel mensen niet weten, is dat ‘The Best’ van Tina Turner een cover was.

Bonnie Tyler bracht het nummer namelijk al in 1988 uit, een jaar voordat Tina Turner met haar versie kwam.

Het nummer was geschreven door de bekende producer en componist Mike Chapman, in samenwerking met Holly Knight, die geboren werd als Holly Erlanger.

Om haar carrière nieuw leven in te blazen, besloot de zangeres in 1991 tot een radicale koerswijziging en verhuisde ze naar Duitsland, het land waar ze historisch gezien altijd veel succes had gehad.

Deze stap wierp al snel zijn vruchten af, want haar albums Bitterblue en Angelheart werden in diverse Europese landen bekroond met goud of platina.

Opvallend genoeg werden deze platen destijds niet eens uitgebracht in Groot-Brittannië.

In 1995 bracht ze het album Free Spirit uit via East West in Europa en Atlantic Records in de Verenigde Staten.

Ondanks uitstekende recensies vielen de verkoopcijfers van het album erg tegen.

De single ‘Making Love Out Of Nothing At All’ werd daarentegen wel populair.

In Engeland miste het nummer de hitlijsten, omdat er simpelweg te weinig fysieke exemplaren in de winkels lagen, maar in Nederland wist de single wel door te dringen tot een mooie 12e positie in de Top 40.

In Vlaanderen bereikte het nummer niet de hitparade.

Het nummer ‘Making Love (Out Of Nothing At All)’ is geschreven door Steinman en voor het eerst uitgebracht door Air Supply in 1983.

In maart 2013 lanceerde Tyler haar album Rocks And Honey.

Dit project was opgenomen in de Amerikaanse muziekstad Nashville, waarmee de zangeres na vele jaren weer bewust terugkeerde naar haar oude country-roots.

Op haar 62e vertegenwoordigde Tyler in 2013 het Verenigd Koninkrijk tijdens het Eurovisiesongfestival in Malmö met het nummer Believe In Me, waarmee ze uiteindelijk op de 19e plaats eindigde.

Gedurende haar carrière werd Bonnie Tyler in totaal drie keer genomineerd voor een Grammy, de belangrijkste Amerikaanse muziekprijzen.

Daarnaast werd ze opgenomen in de Orde van het Britse Rijk voor haar grote verdiensten voor de muziek.

Tijdens haar indrukwekkende muzikale loopbaan bracht de Welshe zangeres 18 studioalbums en 83 singles uit, waarmee ze wereldwijd meer dan 100 miljoen platen wist te verkopen.

30 jaar geleden, reclame voor zaklampen van het merk Maglite

Mag Instrument, het bedrijf achter de bekende Maglite-zaklampen, kent een geschiedenis die onlosmakelijk verbonden is met de oprichter, Anthony Maglica.

Maglica werd geboren in New York, groeide op in Europa en keerde in de jaren vijftig terug naar de Verenigde Staten met nauwelijks kennis van de Engelse taal, maar met een enorme gedrevenheid.

In 1955 begon hij in Los Angeles een kleine machinewerkplaats met slechts een draaibank en een bescheiden startkapitaal.

Zijn bedrijf produceerde aanvankelijk precisieonderdelen voor de industrie, de ruimtevaart en het leger.

Deze achtergrond in precisietechniek legde de fundering voor zijn latere successen.

In 1979 introduceerde Mag Instrument de allereerste Maglite. Maglica had als doel een product te ontwerpen dat robuust en betrouwbaar genoeg was voor de veeleisende omstandigheden van politieagenten, brandweerlieden en andere hulpverleners.

De zaklamp werd vervaardigd uit geanodiseerd aluminium, waardoor deze extreem duurzaam bleek.

Dit ontwerp viel direct op in een markt die op dat moment werd gedomineerd door kwetsbare plastic modellen.

Een ander opvallend kenmerk was de mogelijkheid om de lichtbundel aan te passen door aan de kop te draaien, een innovatie die al snel de standaard werd binnen de industrie.

De introductie van de kleinere Mini Maglite in 1984 zorgde voor een definitieve doorbraak bij het grote publiek.

Deze compacte variant bood dezelfde bouwkwaliteit en functionaliteit, maar paste gemakkelijk in een jaszak of dashboardkastje.

De zaklampen groeiden al snel uit tot een wereldwijd symbool van Amerikaans vakmanschap en betrouwbaarheid.

Het bedrijf hecht er bovendien veel waarde aan om de productie volledig in de Verenigde Staten te houden.

Vanuit de fabriek in Ontario, Californië, blijft Mag Instrument trouw aan de oorspronkelijke visie van zijn oprichter, waarbij kwaliteit, degelijkheid en innovatie nog steeds centraal staan.

Wat Anthony Maglica’s persoonlijke verhaal zo bijzonder maakt, is dat hij in november 1930 in New York werd geboren, tijdens de Grote Depressie, maar als peuter met zijn moeder naar Kroatië verhuisde, haar thuisland.

Hij bracht zijn jeugd door op het eiland Zlarin en maakte daar de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog mee.

Pas in 1950 vluchtte hij terug naar Amerika. Hij sprak destijds geen woord Engels en leerde de taal door elke dag een paar nieuwe woorden in zich op te nemen terwijl hij allerlei baantjes aannam.

Het bescheiden startkapitaal voor zijn eerste werkplaats bedroeg precies 125 dollar, net genoeg voor de aanbetaling van zijn allereerste draaibank.

Ondanks dat hij inmiddels 95 jaar oud is, heeft Anthony Maglica de touwtjes nog steeds strak in handen.

Er is bij Mag Instrument dan ook geen sprake van een externe directie of overname; het is altijd een onafhankelijk bedrijf gebleven dat stevig binnen de familie verankerd ligt.

Als eigenaar en president weigert Maglica resoluut om een stap terug te doen.

Met een ongekende werkethiek stuurt hij de onderneming nog elke dag aan en hij staat erom bekend dat hij persoonlijk elk nieuw productontwerp inspecteert voordat het op de markt wordt gebracht.

Tegenwoordig is Mag Instrument een miljoenenbedrijf met een uiterst solide financiële toestand.

De geschatte jaaromzet van de onderneming schommelt tussen de honderd en ruim tweehonderdvijftig miljoen dollar, wat de absolute onafhankelijkheid van het merk verder onderstreept.

In lijn met dit onafhankelijke karakter is het bedrijf dus niet aanwezig op de beurs, waardoor het zonder druk van externe aandeelhouders volledig zijn eigen koers kan blijven varen.

Het bedrijf biedt werk aan ongeveer vijfhonderd tot duizend werknemers.

Wat bijzonder is aan de werking van deze wereldwijde speler, is de strikte scheiding tussen de productie enerzijds en de internationale verkoop anderzijds.

Alle productiearbeiders wonen en werken in de Verenigde Staten, omdat Maglica weigert de fabricage naar goedkopere landen te verplaatsen.

Tegelijkertijd heeft het merk een indrukwekkend distributienetwerk uitgebouwd in Europa en de rest van de wereld.

In deze regio’s werkt Mag Instrument uitsluitend met lokale verkoopteams, vertegenwoordigers en distributeurs die de producten in de markt zetten.

Hierdoor is de Maglite overal ter wereld vlot verkrijgbaar, van gespecialiseerde Europese outdoorwinkels tot internationale politiekorpsen, terwijl het kloppende hart van het bedrijf onveranderd in Californië blijft liggen.

Hoewel het bedrijf in essentie is gebouwd rond de klassieke zaklamp en dit product nog steeds de kern van hun bestaan vormt, heeft Mag Instrument zich door de jaren heen niet beperkt tot slechts één model.

Het bedrijf heeft zijn expertise in precisietechniek en aluminiumbewerking gebruikt om het assortiment aanzienlijk te verbreden naar andere verlichtingsoplossingen en toepassingen.

Naast de traditionele modellen produceert het bedrijf tegenwoordig ook een breed scala aan specifieke verlichting voor uiteenlopende sectoren.

Dit omvat onder meer tactische verlichting die specifiek is ontworpen voor gebruik door wetshandhavingsinstanties en militaire eenheden, waarbij extra eisen worden gesteld aan de robuustheid en de lichtopbrengst.

Daarnaast bieden ze geavanceerde, compacte, oplaadbare varianten aan voor dagelijks gebruik en gespecialiseerde werklampen voor professionals in de bouw of de auto-industrie.

Buiten de zaklampen zelf richt Mag Instrument zich op het creëren van een compleet ecosysteem rondom hun producten.

Dit vertaalt zich in de productie van talloze accessoires, variërend van oplaadstations en vervangbare onderdelen tot filters en montagebeugels waarmee de lampen bijvoorbeeld aan voertuigen of uitrusting kunnen worden bevestigd.

Bovendien zet het bedrijf zijn eigen technologie en patenten in voor andere doeleinden die direct voortkomen uit hun productieprocessen.

Omdat ze beschikken over een hoogwaardig machinepark voor metaalbewerking, worden onderdelen en componenten ook buiten de eigen zaklampenlijn geproduceerd.

Toch blijft de focus onveranderd liggen op producten die profiteren van dezelfde hoge kwaliteitsstandaarden die het merk wereldberoemd hebben gemaakt.

Vandaag, precies 93 jaar geleden, werd een icoon aan de Belgische kust officieel geopend.

Op 9 juli 1933 werd de nieuwe pier van Blankenberge ingehuldigd, een gebeurtenis die destijds werd gemarkeerd met de uitgave van een speciale postkaart.

Deze pier, een ontwerp met art-deco-invloeden van Jules Soete, verving de oorspronkelijke gietijzeren constructie uit 1894 die tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitse bezetter werd vernield.

De nieuwe, betonnen pier strekte zich 350 meter uit in de Noordzee en werd al snel het symbool van de stad en een trekpleister voor toeristen.

Bij de opening was de pier niet alleen een wandelhoofd.

De eerste vier jaar bood het onderdak aan het pretpark ‘Luna Staar’, wat zorgde voor extra vertier boven de golven.

Het was een plaats van plezier en ontspanning, een moderne constructie die het optimisme van het interbellum uitstraalde.

Door de jaren heen heeft de pier heel wat meegemaakt en de constante invloed van de zee heeft zijn sporen nagelaten.

Recentelijk onderging de wandelweg dan ook een grondige renovatie, met als doel deze te herstellen naar het oorspronkelijke uitzicht van 1933.

Vandaag kunt u op deze plaats lekker eten met een pracht van een uitzicht.

Hoewel het geen officieel museum is, beschikt het gebouw wel over een exporuimte.

Hier worden regelmatig tijdelijke tentoonstellingen of evenementen georganiseerd.

De ruimtes worden ook veelvuldig verhuurd voor privéfeesten, bedrijfsevenementen en speciale proeverijavonden.

Ongeveer 87 jaar geleden ging mijn overgrootmoeder (Martha Van Hende) een dagje naar de zee, Blankenberge.

55 jaar geleden bracht het Nederlandse muzikale duo April Shower de single Railroadsong uit.

Dit duo ontstond puur vanuit een gedeelde passie voor muziek, nadat de leden elkaar hadden ontmoet via de Amsterdamse Kleinkunstacademie en een talentenjacht.

April Shower bestond uit zangeres Heddy Affolter, die later landelijk zou doorbreken als Heddy Lester, en gitarist en songwriter Gert Balke.

Voordat Balke in de muziekwereld stapte, werkte hij als medewerker op Schiphol.

De muzikale en artistieke wortels van Heddy zaten in de familie.

Haar Joodse moeder, Louise de Montel, zong onder meer bij Toon Hermans en Gerard Walden.

Zij had haar man, Coen Affolter, destijds leren kennen in Kamp Vught. In de jaren zeventig opende Coen nachtclub Iboyah, die ook wel bekendstond als restaurant De Gouden Eeuw, aan de Amsterdamse Keizersgracht.

Gert Balke trad daar veelvuldig op met Heddy, waardoor hij een kind aan huis en een goede vriend van de familie Affolter werd.

In ditzelfde etablissement ontmoette Heddy bovendien Ramses Shaffy, met wie ze gedurende de jaren zeventig regelmatig zou optreden.

Het grootste succes van April Shower was de door Balke geschreven Railroadsong.

Deze single werd in de zomer van 1971 uitgebracht door platenlabel Polydor, werd uitgeroepen tot Treiterschijf op Radio Noordzee Internationaal en behaalde een bescheiden dertigste positie in de Nederlandse Top 40.

Begin jaren zeventig maakte het duo bovendien een succesvolle tournee door Canada, de Verenigde Staten en Mexico.

In Mexico traden ze zelfs meerdere keren op voor de nationale televisie, nadat een Mexicaanse producer hen in het restaurant van Heddy’s vader had ontdekt.

De Nederlandse pers schonk destijds echter nauwelijks aandacht aan dit internationale succes.

Na Railroadsong volgden nog enkele singles. ‘Mama look upon me’, met op de b-kant ‘Come see’, bereikte in 1971 de Tipparade, maar de opvolgende singles, ‘It’s so funny’ (1972) en ‘Danny’s song’ (1973), flopten.

Nadat het duo in 1973 uit elkaar ging, verdween Gert Balke grotendeels uit de publiciteit.

Heddy Lester koos daarentegen voor een solocarrière en verwierf bekendheid door in 1977 deel te nemen aan het Eurovisiesongfestival met het mooie nummer ‘De mallemolen’, voorzien van een tekst van Wim Hogenkamp en muziek van haar broer Frank Affolter.

Van de achttien deelnemers eindigde ze met 35 punten op de twaalfde plaats. Tussen 1979 en 1987 maakte ze met haar broer en Hogenkamp diverse programma’s.

Voor haar eerste soloprogramma ontving Lester in 1979, samen met haar broer, als allereerste artiest de Pall Mall Exportprijs.

Ook broer Frank Affolter bouwde een uitgebreide eigen muzikale carrière op.

In 1986 scoorde hij zelf een bescheiden hit met The Way to Love / Het is nog niet te laat.

Een hele generatie groeide bovendien op met zijn stem, aangezien hij eind jaren tachtig en begin jaren negentig de Nederlandse titelsongs zong van de Disney-series Ducktales en Darkwing Duck.

De nieuwe avonturen van Winnie de Poeh. In 1993 was hij componist en producent van het lied ‘Samen Verder’, dat speciaal werd geschreven voor een project tegen racisme en waaraan vele bekende Nederlandse artiesten meewerkten.

In 1996 verscheen zijn eerste solo-cd Hold On, waarvoor hij alles componeerde, produceerde en zong, inclusief de single ‘Haven’t we been warned enough’.

Daarnaast was Frank muzikaal leider van verschillende amateurkoren, waarvoor hij de musicals Getikt en Uit de Schaduw schreef.

Dit resulteerde in 2003 in zijn eerste professionele musical Alleen Op De Wereld, die hij ook zelf produceerde.

Voor deze productie werden zowel de muziek van Frank als actrice Hilke Bierman genomineerd voor de John Kraaijkamp Musical Award 2004.

In 2005 volgde de musical Merlijn en het mysterie van Koning Arthur.

Op zondag 18 maart 2007 ging vervolgens de voorstelling 10.000 Zakdoeken in première, een bijzondere hommage aan zijn ouders en hun tijd in en overleving van Kamp Vught.

Jaren later, in 2020, toonde Frank opnieuw zijn vocale kwaliteiten door in The Voice Senior de halve finales te bereiken als lid van het team van Ilse DeLange.

Broer en zus vonden elkaar niet alleen op het podium, maar ook in de filmwereld.

Vanaf 1987 werkte Heddy tevens als freelance actrice, en in 1991 vertolkte zij de rol van moeder in de afstudeerfilm De tranen van Maria Machita van Paul Ruven.

Ze speelde hierin naast onder anderen Ellen ten Damme, Jacques Herb en Ali Çifteci, terwijl Frank alle muziek voor deze productie componeerde.

De film werd bekroond met een Tuschinski Award en een Gouden Kalf in de categorie Beste korte film.

Heddy bleef in de decennia daarnaast actief; in 2001 leende ze haar stem aan Mevrouw Packard in de animatiefilm Atlantis: De Verzonken Stad.

In 2020 was ze nog even op televisie te zien in het programma Even tot hier en speelde ze de moeder van Gerri van Vlokhoven, vertolkt door Frank Lammers, in de film Groeten van Gerri.

Heddy Lester overleed op 30 januari 2023 op 72-jarige leeftijd aan de gevolgen van blaaskanker.

David Jason, door pech achtervolgd

In juli 1976 was de Engelse acteur David Jason bij het Nederlandse publiek vooral bekend van de komedieserie Tsjongejonge, wat de nogal vrije AVRO-vertaling was van de Britse reeks A sharp intake of breath.

Elke vrijdagavond zagen de kijkers hem in de rol van Peter Barnes, een man die werkelijk altijd pech had en het ongeluk leek aan te trekken.

Wat velen toen echter niet wisten, was dat deze rol de acteur op het lijf geschreven was.

Ook in zijn dagelijks leven werd de acteur constant door het noodlot achtervolgd.

Hoewel Jason oorspronkelijk een opleiding tot elektricien had gevolgd voordat hij definitief voor het acteren koos, kon je hem halverwege de jaren zeventig allesbehalve een handige klusjesman noemen.

Hij had naar eigen zeggen twee linkerhanden, maar steevast als hij na zijn werk thuiskwam, begon hij aan een of ander project dat gegarandeerd finaal fout afliep.

Het absolute dieptepunt van zijn doe-het-zelf-drang speelde zich af rond een schattig boerderijtje dat hij als weekendhuisje had gekocht.

Hij wist dat er wat opknapwerk nodig was en had een strak schema opgesteld om in een maand of drie de kamers en de keuken stuk voor stuk aan te pakken.

Ironisch genoeg, gezien zijn eerdere beroepskeuze, liep het mis bij de elektriciteit. De bedrading was compleet verrot.

Hij dacht de klus wel even te klaren en draaide er zijn hand niet voor om, maar nadat hij de oude draden had verwijderd, overzag hij het geheel totaal niet meer en zag hij er geen begin en geen eind meer aan.

Dit leidde ertoe dat hij en zijn vrouw twee weekenden lang bij kaarslicht moesten zitten.

Toen hij op een avond met een kaars in zijn hand naar de zolder liep, werd deze plotseling gedoofd door een regendruppel.

De volgende dag inspecteerde hij het dak en ontdekte dat ook dit volledig verrot was.

Zonder aarzelen haalde hij een ladder, zette deze tegen het strodak en klom naar boven.

Halverwege zat een flink gat in het stro.

Toen hij er voorzichtig omheen probeerde te stappen, verloor hij zijn evenwicht en viel dwars door het verrotte dakgebinte heen.

Hij belandde beneden op de deel, met diverse gebroken botten als gevolg.

Dit ongeval kostte hem bijna zijn leven en zorgde ervoor dat de acteur de hele zomer, maar liefst zes maanden lang, in het ziekenhuis moest doorbrengen.

Hij kon wel janken toen hij daar lag.

Gedurende die tijd tussen de witte lakens kreeg hij van alle kanten te horen dat hij voortaan van de klusjes moest afblijven en het aan echte doe-het-zelvers moest overlaten.

Jason nam zich in het ziekenhuis stellig voor om die uitstekende raad op te volgen.

Helaas bleek dit voornemen niet vol te houden.

Daags na zijn thuiskomst verviel hij alweer in dezelfde fout.

Hij zag dat het gras rond het huisje veel te hoog stond, rende in een onbewaakt ogenblik naar de garage en haalde de grasmaaier.

Zodra hij begon te maaien, sloeg het kreng plotseling om tot vlak voor zijn tenen.

Hij kon nog maar net op tijd wegspringen om te voorkomen dat hij zijn tenen van zijn voeten maaide.

Een jaar na deze reeks pijnlijke gebeurtenissen, in de zomer van 1976, verbleven Jason en zijn vrouw nog steeds regelmatig in hun weekendhuisje.

Hij verveelde zich daar naar eigen zeggen geen moment.

Ze lazen veel en wandelden graag, maar ondanks alle tegenslagen bekende de acteur dat hij altijd wel weer op zoek ging naar een nieuw klusje als hij even niets te doen had.

Gelukkig voor hem zou het tij in zijn latere leven keren, voornamelijk op professioneel vlak

Sir David Jason werd op 2 februari 1940 geboren als David John White in Edmonton, Londen.

Omdat er al een acteur actief was onder de naam David White, koos hij een nieuwe artiestennaam, geïnspireerd op zijn voorliefde voor de film Jason and the Argonauts.

Hoewel hij na zijn schooltijd dus oorspronkelijk die opleiding tot elektricien volgde, bleef de acteerwereld aan hem trekken.

In de loop van de jaren zestig zette hij zijn eerste stappen in het theater, waarna hij langzaam maar zeker de overstap maakte naar televisie en begon te bouwen aan een carrière die decennia zou omspannen.

Zijn vroege televisiewerk bestond vooral uit komische bijrollen en veel stemmenwerk, waaronder populaire animatieseries voor kinderen zoals Danger Mouse en The Wind in the Willows.

In de jaren zeventig en tachtig kreeg hij steeds grotere kansen.

Een bekende vroege rol was die van de onhandige Granville in de comedyserie Open All Hours.

Ver na de gevaarlijke klusavonturen uit de jaren zeventig kwam zijn absolute doorbraak bij het grote publiek in 1981 met de rol van de ambitieuze, vlotte marktkramer Derek Trotter, beter bekend als Del Boy, in Only Fools and Horses.

Deze serie liep met enorme kijkcijfers door tot het begin van de eenentwintigste eeuw en verankerde hem definitief in het Britse culturele geheugen als een onmiskenbaar komisch talent.

Naast de pure komedie toonde Jason in de jaren negentig aan dat hij ook in andere genres bijzonder sterk voor de dag kwam.

In The Darling Buds of May speelde hij de rol van de kleurrijke Pop Larkin, een succesvolle en nostalgische serie die tevens de doorbraak van actrice Catherine Zeta-Jones betekende.

Niet veel later verraste hij vriend en vijand door de rol aan te nemen van de norse, onconventionele maar briljante inspecteur Jack Frost in de misdaadserie A Touch of Frost.

Deze reeks liep van 1992 tot 2010 en toonde miljoenen kijkers een veel serieuzere en gelaagde kant van zijn acteerkunsten.

Voor zijn aanzienlijke bijdrage aan de Britse televisie werd hij in 2005 geridderd door koningin Elizabeth, waarna hij zich definitief Sir David Jason mocht noemen.

In de meer recente jaren heeft hij zijn herinneringen gedeeld via verschillende succesvolle autobiografische boeken en is hij blijven acteren, onder andere in Still Open All Hours, een vervolg op zijn eerdere succes.

Hij blijft een van de meest gerespecteerde en geliefde figuren binnen de Britse entertainmentindustrie, met een oeuvre dat meerdere generaties televisiekijkers aan de buis wist te kluisteren.

Zijn privéleven kende overigens ook veel bewogen momenten.

Zo was hij maar liefst achttien jaar samen met de Welshe actrice Myfanwy Talog, totdat zij in 1995 overleed aan borstkanker.

Uiteindelijk vond hij nieuw geluk bij televisieproducente Gill Hinchcliffe.

Met haar kreeg hij in 2001 op 61-jarige leeftijd zijn eerste dochter, waarna het koppel in 2005 in het huwelijksbootje stapte.

In 2023 ontdekte de inmiddels hoogbejaarde acteur bovendien tot zijn grote verrassing dat hij nog een oudere, tot dan toe onbekende dochter had uit een korte relatie in 1970, wat zijn opmerkelijke levensverhaal alleen maar verder verrijkte.

Tegenwoordig leidt David Jason al vele jaren een rustig en teruggetrokken leven in het dorpje Ellesborough in het graafschap Buckinghamshire in Zuid-Engeland.

Hij woont daar samen met zijn vrouw Gill Hinchcliffe en hun dochter Sophie Mae.

Ondanks deze rustige thuisbasis is de nu 86-jarige acteur nog altijd actief in de entertainmentwereld.

Hij is regelmatig te zien in speciale tv-documentaires en jubileumuitzendingen van zijn klassieke series, waaronder een speciaal eerbetoon voor het vijftigjarig bestaan van Open All Hours.

Daarnaast treedt hij op in het theater met zijn eigen liveshow An Evening with Sir David Jason, waarin hij met veel plezier verhalen en anekdotes ophaalt uit zijn lange carrière.

Verder maakt hij nog altijd programma’s en treedt hij op als gastheer in verschillende documentaires en talkshows op de Britse televisie.

Van sociaal vakantieoord naar modern viersterrencomplex: de geschiedenis en toekomst van Duinse Polders in Blankenberge

Het vakantiecentrum Duinse Polders, gelegen aan de Albert Ruzettelaan op de grens van Blankenberge en Zeebrugge, is al tientallen jaren een vaste waarde voor toeristen op amper 200 meter van het strand.

De traditie van deze plek gaat ver terug. Oorspronkelijk lag dit gebied op het grondgebied van de oude gemeente Uitkerke, totdat de grenzen in 1901 werden herzien en het definitief bij Blankenberge ging horen.

Al vroeg in de twintigste eeuw werd de omgeving ontsloten door de aanleg van de stoomtramlijn, de voorloper van de huidige kusttram.

De eerste fases van het huidige gebouwencomplex werden opgetrokken in 1956, inmiddels zeventig jaar geleden.

In de decennia na de Tweede Wereldoorlog speelde de locatie een grote rol in het opkomende sociale toerisme in België.

Het centrum werd decennialang uitgebaat in samenwerking met de Christelijke Mutualiteiten en Intersoc.

Het was de plek waar in al die jaren duizenden gezinnen, groepen en jongeren hun eerste vakanties aan zee beleefden.

De eetcultuur in die beginjaren was legendarisch grootschalig.

Omdat er dagelijks honderden hongerige monden tegelijk gevoed moesten worden, begon het keukenpersoneel vaak al om acht uur in de ochtend met het voorbakken van de frieten om alles tegen de middag op tafel te krijgen.

Het centrum stond bekend om zijn strakke logistieke planning en de typische, onbezorgde vakantiesfeer.

Vandaag de dag trekt het complex nog altijd veel families, senioren en groepen aan. Een leuk weetje is dat het vakantiecentrum beschikt over een eigen, direct voor de deur gelegen halte van de Kusttram.

Bezoekers kunnen hun auto op het domein achterlaten en direct op de tram stappen om de rest van de Belgische kustlijn te ontdekken.

Daarnaast is het domein al sinds het najaar van 1989 de vaste thuisbasis voor de ELK, de Europese Landsbond voor Cactus- en Vetplantenliefhebbers.

Jaarlijks komen verzamelaars uit heel Europa hier samen voor een van de grootste ruil- en verkoopbeurzen op dit gebied.

Het centrum ligt bovendien geklemd tussen het strand en de Uitkerkse Polder, een eeuwenoud weidelandschap van circa 1400 hectare dat is uitgegroeid tot een van de belangrijkste vogelreservaten en grootste natuurgebieden van Vlaanderen.

De huidige gebouwen zijn inmiddels sterk verouderd en moeilijk duurzaam te renoveren.

Omdat de noden veranderen en mensen tegenwoordig veel meer comfort verwachten, broedt eigenaar Corsendonk Hotels op ambitieuze plannen.

Er is een vergunning aangevraagd om het bekende vakantiecentrum, dat het uitzicht van Blankenberge tientallen jaren heeft bepaald, grotendeels te slopen en te vervangen door een modern nieuwbouwproject.

De plannen voorzien in de bouw van een gloednieuw viersterrenhotel met 165 kamers, een grote wellness van meer dan 1.000 vierkante meter die ook toegankelijk zal zijn voor niet-hotelgasten, en 91 vakantieappartementen op dezelfde site.

Het totale project wordt opgetrokken in verschillende volumes. Naast het hotel en de appartementen omvat het ontwerp twee restaurants, een ondergrondse parking en een groene, rustgevende omgeving.

Het project zal in verschillende fases worden uitgevoerd.

In de eerste fase worden de 91 vakantieappartementen gebouwd, waarna in de latere fase het viersterrenhotel en de wellness volgen.

Na het openbaar onderzoek zullen de steden Brugge en Blankenberge, samen met de provincie West-Vlaanderen, beslissen over de toekenning van de vergunning.

Als de nodige vergunningen worden goedgekeurd, start de sloop van de oude gebouwen al eind dit jaar.

In 2028 begint dan de bouw van de vakantieappartementen, met het oog op een volledige oplevering in 2031.

Doordat er in fases wordt gewerkt, kan het vakantiecentrum tijdens de werkzaamheden gewoon openblijven en kan al het personeel aan het werk blijven.

Gisteren nog vandaag

30 jaar geleden: de Fugees, de impact van The Score en het ware verhaal achter Killing Me Softly

De Fugees vormden een invloedrijke Amerikaanse hiphopgroep die in de vroege jaren negentig werd opgericht in New Jersey.

Het trio bestond uit zangeres en rapper Lauryn Hill, rapper en producer Wyclef Jean en rapper Pras Michel.

De naam van de groep is afgeleid van het woord refugee, wat vluchteling betekent, een verwijzing naar de Haïtiaanse afkomst van Wyclef en Pras.

Hun unieke geluid was een vernieuwende mix van hiphop, soul, r&b en Caraïbische invloeden zoals reggae.

Hun muzikale reis begon met het debuutalbum Blunted on Reality uit 1994.

Hoewel dit album niet onmiddellijk voor een grote internationale doorbraak zorgde, legde het wel de basis voor hun kenmerkende stijl en trok het de aandacht van de underground hiphopscene.

De wereldwijde roem volgde twee jaar later met de release van The Score in 1996.

Dit album was een enorm commercieel en kritisch succes en wordt geprezen als een absoluut meesterwerk uit de jaren negentig. Hitsingles zoals ‘Killing Me Softly’, ‘Ready or Not’ en ‘Fu-Gee-La’ stonden wereldwijd bovenaan de hitlijsten en maakten van de groepsleden wereldsterren.

Hun cover van het nummer ‘Killing Me Softly With His Song’ was zowel in Vlaanderen als in Nederland goed voor de eerste plaats in de BRT Top 30 en de Nederlandse Top 40.

The Score won meerdere Grammy Awards en behoort tot de bestverkochte hiphopalbums aller tijden.

De oorsprong van hun grootste hit, ‘Killing Me Softly’, kent overigens een rijke geschiedenis.

Zangeres Lori Lieberman schreef het gedicht ‘Killing Me Softly With His Blues’ nadat ze een show van Don McLean had bijgewoond.

Tijdens dat optreden kreeg ze het gevoel alsof hij recht in haar ziel zong.

De schrijvers Gimbel en Fox maakten er vervolgens voor Lieberman een lied van en veranderden het in ‘Killing Me Softly’.

Tijdens het wachten op haar vlucht hoorde Roberta Flack het nummer in de luchthaven en ze was meteen verkocht.

Ze werkte drie maanden aan het nummer, maakte wat aanpassingen en scoorde er in 1973 een serieuze hit mee, ruim twintig jaar voordat de Fugees er wereldwijd de hitlijsten mee zouden aanvoeren.

Gimbels carrière begon bij muziekuitgevers David Blum en Edwin H. Morris.

Een van zijn vroege successen was de Engelse tekst voor het gekende nummer Sway, dat we kennen dankzij de uitvoering van Dean Martin in 1954 en later van Michael Bublé.

De muziek, geschreven door Luis Demetrio en Pablo Beltrán Ruiz in 1953, droeg toen de titel ‘Quien Será’ en werd voor het eerst uitgebracht door Nelson Pinedo con la Sonora Matancera.

Twee jaar later, in 1956, scoorde hij opnieuw met de liedjestekst voor ‘Canadian Sunset’, de hitsingle van Andy Williams.

Het meest bekend was hij voor zijn werk in de film- en televisiewereld.

Hij schreef de teksten voor onder meer ‘Laverne and Shirley’ ‘Wonder Woman’ en ‘HR Pufnstuf’.

Ook de begintune van de cultcomedyreeks ‘Happy Days’ is van zijn hand.

Lange tijd vormde Gimbel een duo met Charles Fox, wat hen in 1973 voor hun tekst van “Killing Me Softly” een Grammy Award opleverde.

Daarnaast schreef Gimbel ook de Engelse tekst voor verschillende Braziliaanse bossanova-artiesten.

Voor de Engelse versie van de klassieker ‘The Girl from Ipanema’, in 1964 ingezongen door Astrud Gilberto, won hij de Grammy voor beste nummer van het jaar.

Voor ‘It goes like it goes’ uit de film Norma Rae won Gimbel samen met David Shire een Oscar voor beste originele nummer.

In 1984 werd Gimbel opgenomen in de Songwriters Hall of Fame.

Norman Gimbel kwam te overlijden op 19 december 2018 op 91-jarige leeftijd.

Zijn toenmalige muzikale partner, de nu 85-jarige Charles Fox, is daarentegen nog altijd actief in de muziekwereld.

De documentaire over hem, met de toepasselijke naam Killing Me Softly with His Songs, ging in 2022 in première op filmfestivals en werd in april 2024 officieel digitaal en op Blu-ray uitgebracht.

Deze film is momenteel ook nog te bekijken via Amazon Prime.

Ondanks het gigantische succes van The Score begonnen onderlinge spanningen al snel hun tol te eisen.

Het trio besloot uit elkaar te gaan om zich te concentreren op soloprojecten, die aanvankelijk bijzonder succesvol waren.

Wyclef Jean bracht het geprezen album The Carnival uit, terwijl Lauryn Hill de muziekwereld veroverde met haar veelgeprezen soloalbum The Miseducation of Lauryn Hill, dat in 1998 verscheen.

Ze ontving hiervoor vijf Grammy’s en wereldwijd werden er negentien miljoen exemplaren van de plaat verkocht.

Pras Michel scoorde dan weer een grote wereldhit met ‘Ghetto Supastar’.

In de jaren die volgden, kwamen de leden van de groep nog enkele keren samen voor optredens en probeerden ze sporadisch nieuwe muziek op te nemen.

Een volledige en langdurige reünie vond echter niet plaats als gevolg van voortdurende meningsverschillen en latere juridische obstakels.

Desondanks blijft hun muzikale erfenis een onmisbare schakel in de popcultuur van de late twintigste eeuw.

Voor muziekliefhebbers en verzamelaars die terugkijken op de jaren negentig, blijft de unieke samenklank van dit trio een bepalend en onvergetelijk geluid.

Vandaag de dag bewandelen de drie leden heel uiteenlopende paden.

Wyclef Jean is nog altijd wereldwijd actief als muzikant, producer en activist.

Dit jaar verscheen hij onder meer op het podium tijdens de countdown-concerten voor het FIFA Wereldkampioenschap voetbal in Toronto.

Ook bracht hij recent de veelbesproken zevenledige albumreeks Quantum Leap uit.

Lauryn Hill blijft een invloedrijke stem binnen de muziek en wordt geregeld geëerd om haar nalatenschap.

Zo ontving zij in de zomer van 2026 de inaugurele Living Legend Icon Award bij de BET Awards.

Samen met Wyclef Jean treedt ze op onder de vlag van Diaspora Calling!, inclusief headliner-shows op festivals.

Eerder dat jaar verzorgde ze ook al een opvallend eerbetoon tijdens de Grammy Awards.

Haar persoonlijke pad ging echter niet altijd over rozen; zo zat Hill in 2013 een gevangenisstraf van drie maanden uit wegens belastingfraude.

Voor Pras Michel, de rapper en medeoprichter van de groep, nam het leven een andere wending.

Hij werd in 2023 schuldig bevonden aan betrokkenheid bij een illegale politieke beïnvloedingscampagne en witwaspraktijken.

Na zijn veroordeling heeft hij in mei 2026 zijn gevangenisstraf van veertien jaar in de Verenigde Staten aangevangen, al vecht zijn juridische team de uitspraak nog altijd in hoger beroep aan.

Alles wat je wilde weten over The Fugees

De Britse actrice Charlotte Lewis

Charlotte Lewis werd op 7 augustus 1967 geboren in de wijk Kensington in Londen.

Ze groeide op in een diverse omgeving met een Ierse moeder en een half-Chileense, half-Iraakse vader, die ze tijdens haar jeugd echter niet heeft gekend.

Ze ging naar school op de Bishop Douglass School in het noorden van Londen en maakte in 1978 als kind al haar eerste opwachting op televisie in de Britse jeugdserie Grange Hill.

Daarna begon ze als tiener te werken als model. Haar opvallende verschijning trok al snel de aandacht van de internationale filmindustrie, wat resulteerde in haar grote doorbraak halverwege de jaren tachtig.

Op achttienjarige leeftijd werd ze gecast voor de vrouwelijke hoofdrol in de avonturenfilm Pirates uit 1986, geregisseerd door Roman Polański.

Deze rol zette haar direct op de kaart in Hollywood en leverde haar veel publiciteit op.

Datzelfde jaar schitterde ze naast Eddie Murphy in de succesvolle actiekomedie The Golden Child.

Haar vertolking van de mysterieuze Kee Nang maakte haar wereldwijd bekend bij het grote publiek en vormde het absolute hoogtepunt van haar acteercarrière.

In de jaren die volgden speelde ze in diverse films en televisieseries, hoewel het overweldigende commerciële succes van haar eerste twee grote producties moeilijk te evenaren bleek.

Ze werkte in de late jaren tachtig en begin jaren negentig mee aan uiteenlopende projecten, zoals de thriller Tripwire en de actiefilm Men of War, waarin ze samen met Dolph Lundgren te zien was.

Daarnaast verscheen ze als gastactrice in populaire Amerikaanse televisieseries, met als opvallend weetje haar rol als Nina in een aflevering van de bekende sitcom Seinfeld in 1995.

Haar uiterlijk leverde haar niet alleen lof op het witte doek op; zo riep het tijdschrift Shape haar in de jaren negentig uit tot een van de vrouwen met het beste lichaam en haalde ze in 1993 de cover van het tijdschrift Playboy.

Gedurende haar carrière stond ook haar liefdesleven geregeld in de belangstelling, mede door haar banden met grote namen uit de entertainmentwereld.

Hoewel Lewis nooit in het huwelijk is getreden, werd ze romantisch gelinkt aan een reeks beroemde mannen.

Zo had ze kortstondige of langere relaties met onder meer haar tegenspeler Eddie Murphy, komiek Jim Carrey, en acteurs als Warren Beatty en Charlie Sheen.

Ook de beroemde muzikanten Eric Clapton en Michael Hutchence behoorden tot de mannen met wie ze een romantische connectie had.

Vanaf het einde van de jaren negentig nam ze geleidelijk meer afstand van de schijnwerpers in Hollywood om zich te concentreren op haar privéleven en de opvoeding van haar zoon, die in 2004 ter wereld kwam.

In mei 2010 kwam ze opnieuw in de publieke belangstelling toen ze naar buiten trad met onthullingen over haar vroege carrière.

Lewis maakte bekend dat regisseur Roman Polański haar in 1983 tijdens een casting in Parijs had misbruikt en beschuldigde hem er tevens van dat hij voorafgaand aan de opnamen van de film Pirates met alle actrices in deze film naar bed was geweest.

Ze was op dat moment zestien jaar oud. In een interview met het Franse tijdschrift Paris Match in 2019 noemde Polański haar beschuldigingen een gruwelijke leugen.

Hij haalde daarbij een oud tabloid-interview uit 1999 aan waarin Lewis volgens hem zou hebben gezegd dat ze juist zijn minnares wilde worden, iets wat Lewis stellig ontkent.

Omdat de verjaringstermijn voor het indienen van een aanklacht wegens het vermeende misbruik inmiddels was verstreken, diende Lewis in Frankrijk een aanklacht in wegens smaad tegen de regisseur.

In mei 2024 sprak de rechtbank in Parijs Polański vrij van smaad.

De rechters oordeelden dat Polański binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting was gebleven toen hij de aantijgingen in de media publiekelijk ontkende en zich verdedigde.

De rechtbank deed in deze specifieke zaak geen uitspraak over de waarheid van Lewis’ beschuldigingen van misbruik.

Lewis ging in hoger beroep, maar in december 2024 bevestigde een Frans hof van beroep haar vrijspraak en oordeelde de rechter dat Polański haar niet had belasterd en haar geen schadevergoeding hoefde te betalen.

Hoewel ze in de eenentwintigste eeuw nog slechts sporadisch voor de camera verscheen, blijft haar naam voor veel filmliefhebbers onlosmakelijk verbonden met de grote Amerikaanse spektakelfilms van de jaren tachtig.

Vandaag, 25 jaar geleden, start van de Ronde van Frankrijk die uiteindelijk eindigde zonder een winnaar, wegens doping

De Ronde van Frankrijk van 2001 was de achtentachtigste editie van de belangrijkste wielerwedstrijd ter wereld en vond plaats van 7 tot en met 29 juli.

De ronde startte in de Noord-Franse stad Duinkerke met een proloog, die werd gewonnen door de Fransman Christophe Moreau, en eindigde traditiegetrouw op de Champs-Élysées in Parijs.

Deze editie bestond uit een proloog en twintig etappes, met een totale afstand van net geen drieduizendvijfhonderd kilometer.

Het parcours bracht het peloton voornamelijk door Frankrijk, maar maakte ook een korte uitstap naar België.

Voor de Belgische wielerfans en de twee deelnemende Belgische ploegen, Lotto-Adecco en Domo-Farm Frites, werd het een succesvolle editie op het gebied van ritzeges en strijdlust.

De nationale wielertrots werd al vroeg aangewakkerd in de tweede etappe van Calais naar Antwerpen.

De Belg Marc Wauters, die uitkwam voor de Nederlandse Rabobank-ploeg, wist in zijn thuisland de overwinning te grijpen en veroverde daarmee voor één dag de prestigieuze gele trui.

Ook in het verdere verloop van de ronde lieten de Belgen zich nadrukkelijk gelden.

Het was daarbij specifiek de Belgische Lotto-Adecco-formatie die wist te schitteren met exact twee overwinningen.

Rik Verbrugghe schreef na een lange ontsnapping de vijftiende etappe tussen Pau en Lavaur op zijn naam.

Twee dagen later was het opnieuw raak voor de Lotto-ploeg toen Serge Baguet de zeventiende rit van Brive-la-Gaillarde naar Montluçon won.

De andere Belgische ploeg, Domo-Farm Frites, had dat jaar absolute triomfen gevierd in het voorjaar, maar in deze Tour behaalden de renners van Patrick Lefevere geen etappewinst en hun absolute kopman Johan Museeuw was niet in de selectie opgenomen.

In het algemeen klassement speelden de Belgische renners, waaronder Mario Aerts en de voor Domo rijdende Axel Merckx, geen rol van betekenis voor de absolute topplaatsen, maar de ritzeges en de dag in het geel maakten het tot een geslaagde Tour voor België.

Sportief gezien werd het algemeen klassement gedomineerd door het verwachte duel tussen de Amerikaan Lance Armstrong en de Duitser Jan Ullrich.

Armstrong, kopman van de US Postal-ploeg, hield zich in het begin van de ronde relatief rustig, maar deelde een enorme klap uit tijdens de eerste zware Alpenrit naar Alpe d’Huez.

Het moment waarop hij vlak voor zijn beslissende demarrage even achterom keek naar Ullrich, is een onuitwisbaar beeld uit de wielergeschiedenis geworden. Armstrong domineerde de bergen en de tijdritten en won de ronde uiteindelijk met een voorsprong van ruim zes en een halve minuut op Ullrich.

De Spanjaard Joseba Beloki mocht als derde mee op het eindpodium in Parijs.

Naast de strijd om de gele trui waren er andere opvallende prestaties die de koers kleurden.

De Duitse sprinter Erik Zabel veroverde de groene trui voor het puntenklassement voor de zesde opeenvolgende keer, wat destijds een absoluut record was.

De populaire Franse renner Laurent Jalabert won de bolletjestrui voor het bergklassement en bracht het thuispubliek in vervoering met zijn aanvallende rijstijl in de bergen.

De witte trui voor de beste jongere ging naar de talentvolle Spanjaard Oscar Sevilla, terwijl de aanvallende Spaanse Kelme-ploeg het ploegenklassement won.

Een grote verrassing was de Kazach Andrei Kivilev, die dankzij een lange ontsnapping in de achtste etappe naar Pontarlier, een rit die door de Nederlander Erik Dekker werd gewonnen, uiteindelijk als vierde in Parijs eindigde.

De rode lantaarn voor de laatste renner in het klassement ging naar de Franse sprinter Jimmy Casper.

Jaren later kreeg de uitslag van deze Tour echter een zware historische correctie.

In 2012 werd Lance Armstrong, na een grootschalig onderzoek van het Amerikaanse antidopingagentschap USADA, ontmaskerd als spil in een geavanceerd dopingnetwerk.

De internationale wielerunie UCI besloot daarop onmiddellijk om Armstrong al zijn zeven Tourzeges, waaronder die van 2001, af te nemen.

De organisatie van de Tour de France besloot de opengevallen eerste plaats vacant te laten en geen nieuwe winnaar aan te wijzen.

Hierdoor is de eerste positie in de officiële geschiedenisboeken voor de editie van 2001 voor altijd blanco gebleven, wat deze wedstrijd onlosmakelijk verbindt met een donkere periode uit de wielersport.

50 jaar geleden, Archie Bunker wordt opa

All in the Family is een van de meest invloedrijke Amerikaanse komedieseries uit de televisiegeschiedenis en werd oorspronkelijk uitgezonden van januari 1971 tot 1979.

De reeks, bedacht, geschreven en geproduceerd door de legendarische televisieproducent Norman Lear, was gebaseerd op de Britse sitcom ‘Till Death Us Do Part’.

Het verhaal volgde de ups en downs in het leven van een werkende-klassefamilie in Queens, New York, met een onverdraagzame man als patriarch.

De pater familias, Archie Bunker, gespeeld door Carroll O’Connor, werd al snel een ongekend populair personage.

Archie was een havenarbeider die een taxi bestuurde voor extra inkomsten, en zijn persoonlijkheid was specifiek bedoeld als een satirische weergave van onzinnige intolerantie.

Hij was onbehouwen, vaak bevooroordeeld en ronduit conservatief, wat voortdurend botste met de vooruitstrevende idealen van zijn liberale schoonzoon Michael Stivic, die hij steevast Meathead of gehaktbal noemde.

Naast hen stonden de zachtaardige, maar ietwat naïeve echtgenote Edith, gespeeld door Jean Stapleton, en hun feministische dochter Gloria, vertolkt door Sally Struthers.

Wat de baanbrekende sitcom zo uitzonderlijk maakte, was dat het de eerste show op televisie was die de dringende sociale kwesties van die tijd, waaronder racisme, seksisme, vrouwenrechten, homoseksualiteit, religie en de oorlog in Vietnam, openlijk aan de orde stelde en niet uit de weg ging.

Voor de komst van deze reeks waren komedies vooral luchtige, vrolijke familieprogramma’s waarin zelden of nooit controversiële thema’s werden aangesneden.

De impact op het publiek was destijds gigantisch, want de show behield de eerste plek in de Nielsen-ratings gedurende vijf van de negen jaar dat de serie liep.

In juli 1976 was Archie Bunker een ware sensatie in Amerika.

Om tijdens de reclameblokken van All in the Family een spotje van dertig seconden uit te zenden, moest een adverteerder destijds maar liefst 125.000 dollar neertellen.

Dit fabelachtige bedrag toonde de enorme populariteit van het programma aan, dat toen al twee jaar onafgebroken de lijst van best bekeken Amerikaanse televisieprogramma’s aanvoerde.

De verwachting was bovendien dat de kijkcijfers nog verder zouden stijgen, want de producenten hadden besloten om van Archie een grootvader te maken.

Wat het scenario betrof, was het een zeer logische stap om Gloria een kind te laten krijgen.

Zij en Mike liepen al enkele jaren als getrouwd stel mee in de serie, dus een mini-gehaktbal op de proppen laten komen was een natuurlijke toevoeging.

De gezinsuitbreiding bestond uit zoon Joseph, die na een spontane zwangerschap van Gloria ter wereld kwam.

Het idee alleen al van de stugge Midas Bunker met een baby in zijn armen, of van Archie die de kleine Joey een schone luier moest omdoen, sprak enorm tot de verbeelding.

De zoektocht naar een geschikte kleinzoon had echter heel wat voeten in de aarde.

Voor dergelijke televisieopnamen was altijd een tweeling nodig, zodat de een voor de ander kon invallen.

Hoewel er in Amerika genoeg tweelingen werden geboren en ouders vaak zeer bereidwillig waren om hun kinderen tegen een fikse spaarcent uit te lenen, golden er in Californië, waar de studio-opnamen plaatsvonden, destijds strenge wetten op kinderarbeid.

In tegenstelling tot vroeger, toen men niet zo nauwkeurig keek, mochten kleine kinderen in 1976 hooguit drie uur per dag in de studio aanwezig zijn.

Voor oudere, leerplichtige kinderen moest de filmmaatschappij zelfs verplicht onderwijs en eigen docenten op de set regelen, soms compleet met heuse schoolklassen in de studio’s.

Bovendien verdienden de ouders zelf niet meer direct aan deze kinderarbeid; het geld moest op een speciale rekening worden gestort die het kind pas bij meerderjarigheid kon opnemen.

Voor baby’s was de wetgeving in die tijd nog veel strenger.

Zij mochten om de twee uur maximaal twintig minuten op de set verschijnen, en dat mocht niet eens aan één stuk door.

Daarbij was de constante aanwezigheid van een verpleegster en een sociaal werkster verplicht.

De rol van de kersverse kleinzoon werd uiteindelijk ingevuld door Justin en Jason, een eeneiige tweeling van de familie Dräger uit Los Angeles, die zelfs in hun geschreeuw elkaars gelijken waren.

De producenten hadden precies op het juiste moment baby’s nodig en deze twee jongens, die maximaal drie weken oud mochten zijn, bleken perfect.

Moeder Dräger voelde er aanvankelijk weinig voor om haar kinderen na amper drie weken voor een paar maanden af te staan, hoe aanlokkelijk het financiële aanbod ook was.

Pas toen ze hoorde hoe uitstekend er voor haar kleintjes gezorgd zou worden, gaf ze haar toestemming en was ze samen met haar man vaak bij de opnamen aanwezig.

Haar man, een zakelijk ingestelde autohandelaar, merkte destijds gekscherend op dat niet alle ouders hun kinderen al zo jong aan het werk zagen.

Hij speelde toen al met de gedachte dat het perspectieven bood voor andere series en een aardige cent zou opleveren als de tweeling het goed zou doen op de buis.

De nieuwe verhaallijn bracht achter de schermen behoorlijk wat teweeg.

Het kostte zowel de technische ploeg als de acteurs veel moeite om aan de situatie te wennen. Omdat Carroll O’Connor erom bekendstond niet de makkelijkste te zijn, verliepen de opnamen van All in the Family doorgaans al niet heel vlot, maar met de komst van de tweeling liep alles aanvankelijk compleet uit de hand.

Hoewel de filmmaatschappij voor een keurig ingerichte kinderkamer had gezorgd, lieten de baby’s al snel merken dat ze een eigen willetje hadden.

Het gekrijs op momenten dat het script er niet om vroeg, gooide meermaals roet in het eten, tot groot ongenoegen van Archie, die uiteraard geen Bunker zou zijn als hij daar niets over te zeggen had.

Na de eerste draaidagen verzuchtte O’Connor dan ook dat, als hij dit allemaal had geweten, hij die Stivic nooit met zijn dochter had laten trouwen.

Vooral het verwisselen van luiers leverde grote problemen op.

O’Connor was als de dood toen hij dit voor het eerst bij Joey moest doen, vrezend dat hij de kleine zou prikken in zijn buik.

Ook Rob Reiner en Sally Struthers deelden die angst.

Zij hadden weliswaar uitgebreid geoefend op een pop, maar die lag tenminste stil, terwijl het echte kind zich tijdens de opnamen steeds bewoog.

Tot grote verbazing van zowel het studiopersoneel als de andere acteurs bleek O’Connor achter de schermen echter ontzettend lief en aardig met de kleintjes om te gaan.

Vader Dräger vond All in the Family altijd al een goede serie die met de komst van de baby’s alleen maar beter werd, en gaf toe dat hij Archie nog nooit zo gelukzalig had zien lachen als op de momenten dat hij een kleintje in zijn armen had 

Naast de grote maatschappelijke rol en de perikelen op de set, zijn er nog talloze andere fascinerende weetjes over de productie te vertellen.

Wist je bijvoorbeeld dat All in the Family de allereerste Amerikaanse televisieserie was waarin het geluid van een doortrekkend toilet te horen was?

Dat was in die tijd een ongekende breuk met de preutse regels over wat er wel en niet op de beeldbuis gehoord mocht worden.

Ook opvallend is de uiterst herkenbare intromuziek, ‘Those Were the Days’, die niet door een gladjes geproduceerd orkest werd ingezongen, maar gewoon op de set door hoofdrolspelers Carroll O’Connor en Jean Stapleton zelf werd vertolkt vanachter een piano.

Het succes van de Bunkers was bovendien zo overweldigend dat de reeks maar liefst zeven spin-offs voortbracht, waaronder de zeer bekende en succesvolle series The Jeffersons en Maude.

Zelfs nadat de originele reeks officieel stopte, liep het verhaal nog enkele jaren door onder de titel Archie Bunker’s Place.

Tot op de dag van vandaag wordt de invloed van dit televisiekapitaal nog steeds gevoeld, simpelweg omdat ‘All in the Family’ voorgoed de deuren opende voor diepgaand realisme en scherpe maatschappijkritiek binnen het doordeweekse televisiegenre.

Na het einde van de oorspronkelijke reeks in 1979 gingen de wegen van de acteurs uiteen.

Carroll O’Connor bleef het personage Archie Bunker nog tot 1983 spelen in het vervolg Archie Bunker’s Place.

Daarna kende hij een groot succes als politiechef Bill Gillespie in de politieserie ‘In the Heat of the Night’, een rol die hij van 1988 tot 1995 met veel overtuiging vertolkte.

Hij bleef nog vele jaren trouw aan het acteervak.

In 2001 overleed hij op zesenzeventigjarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval.

Jean Stapleton, die de rol van Edith speelde, wilde voorkomen dat ze voor de rest van haar leven met één personage werd vereenzelvigd en verliet Archie Bunker’s Place al in het eerste seizoen.

Ze bouwde vervolgens een lange en zeer gerespecteerde carrière op in het theater en speelde daarnaast mee in diverse bekende films en televisieseries, waaronder de romantische komedie ‘You’ve Got Mail’ in 1998.

Zij stierf in 2013 op negentigjarige leeftijd.

Rob Reiner, de acteur achter schoonzoon Michael Stivic, maakte een bijzonder succesvolle overstap naar de regisseursstoel en groeide uit tot een van de meest invloedrijke filmregisseurs in Hollywood.

Hij regisseerde onvergetelijke klassiekers zoals Stand by Me, The Princess Bride, When Harry Met Sally en A Few Good Men. Vandaag de dag is hij nog steeds actief in de filmindustrie als producent en regisseur, en laat hij zich bovendien nadrukkelijk horen in het Amerikaanse publieke en politieke debat.

Sally Struthers, die de rol van dochter Gloria speelde, kreeg begin jaren tachtig haar eigen, zij het kortlopende, serie genaamd Gloria en bleef daarna gestaag acteren.

Een hele nieuwe generatie televisiekijkers sloot haar in de vroege jaren tweeduizend in de armen als de excentrieke en luidruchtige Babette Dell in de populaire serie Gilmore Girls.

Momenteel is ze nog steeds een bezige bij en reist ze vol passie door de Verenigde Staten om op te treden in diverse regionale theaterproducties.

De eeneiige tweeling Justin en Jason Dräger ten slotte, die als baby de kleine Joey speelden, zijn na hun tijd op de set van All in the Family volledig buiten de schijnwerpers getreden.

Zij hebben later een normaal leven opgebouwd en hebben geen verdere carrière in de acteerwereld nagestreefd.

Vandaag is het ook al 55 jaar geleden dat Louis Armstrong is overleden.

De laatste grote van een heroïsch tijdperk was heengegaan. Mister Jazz was niet meer.

Het laatste wat Lucille Armstrong nog voor haar overleden echtgenoot had kunnen doen, was met veel liefde en toewijding de kraakwitte zakdoek, die hij steeds had gebruikt om zijn zweet af te wissen, tussen zijn koude handen steken.

Duizenden mensen waren opgekomen om een groet te brengen aan Mister Jazz.

De uitvaart in de Corona-kerk van New Yorks Queenswijk werd bijgewoond door onder andere Ella Fitzgerald, Dizzy Gillespie, Benny Goodman, Peggy Lee en gouverneur Rockefeller van de staat New York.

Er had nog één korte Europese tournee op zijn najaarsprogramma gestaan met een vijftal concerten, waarvan één te Brussel.

Want nadat hij enkele weken daarvoor uit de kliniek was gekomen, was het zijn enige droom geweest ooit nog eens in Europa te spelen.

Gisteren nog vandaag

Dat was het Europa waar hij steeds zo uitbundig was ontvangen en waar men hem op de handen had gedragen.

Hij was daar in 1932 na een eerste concertreis vandaan gekomen met de vreugdekreet dat men daar niet eens zag wie hij was.

Hij overleed eenenzeventig jaar en twee dagen na zijn geboorte in New Orleans. Amerika had zijn beste ambassadeur verloren, en de veertigers van de hele wereld ervoeren dit afsterven als een persoonlijk verlies.

Weer had een van de idolen uit hun jeugd het bijltje erbij neergelegd.

Maar de muziek van Satchmo was onsterfelijk. Hij was niet alleen de King of Jazz geweest, hij was de jazz zelf.

Hij vertegenwoordigde, de laatste tijd bijna helemaal alleen, het beste in de jazz: opgewekte levensvreugde

Louis Armstrong, de legendarische jazztrompettist uit New Orleans, hield zijn hele leven vast aan de overtuiging dat hij op 4 juli 1900 ter wereld kwam.

Hoewel hij publiekelijk vaak beweerde zijn exacte geboortedag niet te kennen, koos hij symbolisch voor de Amerikaanse onafhankelijkheidsdag om het leven te vieren.

Op officiële documenten varieerde het jaartal soms naar 1901, maar de werkelijke datum bleef decennialang een mysterie.

Pas in 1988 ontdekte muziekhistoricus Tad Jones de waarheid in de dooparchieven van de Rooms-katholieke kerk; Armstrong bleek op 4 augustus 1901 te zijn geboren.

Deze datum wordt inmiddels door kenners wereldwijd als de enige juiste geaccepteerd.

Zijn begin was allesbehalve koninklijk. Geboren in extreme armoede in New Orleans, groeide Louis op in een rauwe wereld van hoerenkasten, straatorkesten en rivierboten.

Op zijn twaalfde belandde hij in een opvoedingsgesticht voor gekleurde jongeren, nadat hij tijdens Oud en Nieuw met een pistool in de lucht had geschoten.

Het was daar dat hij zijn eerste cornet kreeg, een moment dat de koers van de muziekgeschiedenis zou veranderen.

Wat volgde was een van de meest legendarische carrières ooit.

Hij ontwikkelde zijn talent bij grootheden als King Oliver, Fletcher Henderson en Earl Hines, om later zijn eigen iconische groepen, de Hot Five en Hot Seven, te vormen.

Hij scoorde wereldhits die generaties overstijgen, zoals What a Wonderful World, Hello, Dolly! en Mack the Knife.

Zelfs toen moderne stromingen zoals jazzrock en free jazz opkwamen, bleef Armstrong trouw aan zijn eigen stijl: melodieus, swingend en vol gevoel.

Achter de eeuwige glimlach en de bijnaam Satchmo zat een man die veel had getrotseerd, van racisme en uitbuiting tot ernstige ziekte.

Toch koos hij nooit voor bitterheid. Hij hanteerde een eenvoudige filosofie: er zijn twee soorten muziek, goede en slechte, en hij speelde simpelweg de goede.

Hij stond ook bekend om zijn opvallende persoonlijke gewoontes; zo droeg hij altijd een zakje met een sterrenbeeldmedaillon bij zich en was hij een vurig pleitbezorger van specifieke dieetvoorschriften en laxeermiddelen, die hij enthousiast uitdeelde aan vrienden.

Zijn onverwoestbare werkethiek bleef hem bij tot het einde. In maart 1971 gaf hij, tegen het dringende advies van zijn artsen in, nog een reeks optredens in de Waldorf-Astoria Empire Room.

Dit eiste een zware tol, want direct daarna werd hij opgenomen met een hartaanval.

Hoewel hij in mei het ziekenhuis mocht verlaten en direct weer naar zijn trompet greep, was zijn hart verzwakt.

Hij overleed uiteindelijk in zijn slaap op 6 juli 1971, slechts een maand voor zijn zeventigste verjaardag.

De uitvaart in de Corona-kerk in Queens weerspiegelde zijn enorme status en werd bijgewoond door grootheden als Ella Fitzgerald, Dizzy Gillespie, Benny Goodman en Peggy Lee, evenals gouverneur Rockefeller.

De woorden van zijn tijdgenoten vormen zijn definitieve eerbetoon.

Bing Crosby noemde hem onvervangbaar, Miles Davis stelde dat elke blazer in zijn schaduw stond, en Duke Ellington vatte het treffend samen: hij werd arm geboren, stierf rijk en heeft in de tussentijd niemand benadeeld.

Louis Armstrong vond zijn laatste rustplaats op de Flushing Cemetery in Queens, New York.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 45 jaar geleden overlijdt de veertienjarige David, de zoon van Romy Schneider, na een klimongeluk.

Op 5 juli 1981 voltrok zich een onvoorstelbaar drama in het leven van de beroemde actrice Romy Schneider, toen haar veertienjarige zoon David om het leven kwam bij een tragisch ongeluk.

In de periode voorafgaand aan dit fatale incident probeerde Romy haar leven wanhopig weer op de rit te krijgen.

Haar grootste drijfveer om af te kicken van haar afhankelijkheid van alcohol en pillen was haar diepe verlangen om de beschadigde relatie met David te herstellen.

De band met haar zoon was namelijk flink bekoeld geraakt na haar recente scheiding van haar tweede echtgenoot, Daniel Biasini, een man met wie David juist heel goed overweg kon.

De tiener was destijds zo overstuur door de breuk dat hij zijn moeder niet meer wilde zien. Romy toonde echter enorme wilskracht en doorstond haar ontwenning met succes.

Helaas kreeg ze daarna fysiek zware tegenslagen te verwerken: ze brak haar voet en moest een ingrijpende nieroperatie ondergaan waarbij een tumor werd verwijderd.

Toch was het de dood van haar geliefde zoon die de ultieme en onoverkomelijke genadeslag bleek.

Het fatale ongeluk vond plaats in het Franse Saint-Germain-en-Laye, bij de woning van de ouders van haar ex-man Daniel Biasini, waar David op dat moment verbleef.

Omdat het grote toegangshek gesloten was, besloot de jongen over de twee meter hoge muur met het smeedijzeren hekwerk te klimmen, iets wat hij overigens wel vaker deed.

Deze keer verloor hij echter zijn evenwicht en viel hij op de scherpe, metalen punten van het hek.

Een van de punten doorboorde zijn dijslagader.

Hoewel de zwaargewonde David nog de kracht vond om naar binnen te strompelen en om hulp te roepen, mocht het helaas niet baten.

Hij overleed later die dag in een ziekenhuis in de regio Parijs aan de gevolgen van massaal bloedverlies.

Vanuit dat bewuste ziekenhuis pleegde een totaal verwoeste Romy een hartverscheurend telefoontje naar haar eigen moeder, Magda Schneider.

Al huilend sprak ze de ontroostbare woorden: “Mammie, mijn kind… Mijn kind is dood.”

Het verdriet werd in de dagen daarna nog verder vergroot door meedogenloze paparazzi.

Fotografen verkleedden zich zelfs als verpleegkundigen om de afdeling van het ziekenhuis binnen te dringen en heimelijk foto’s van de overleden jongen te maken.

Romy heeft deze grove schending van hun privacy nooit kunnen verkroppen en sprak zich hier later in een televisie-interview ongekend fel tegen uit.

De actrice was mentaal volledig gebroken en zou de tragedie nooit meer te boven komen.

Nog geen jaar na het verlies van David, op 29 mei 1982, kwam de 43-jarige Romy Schneider in Parijs te overlijden.

Aanvankelijk deden er direct hardnekkige geruchten de ronde dat een bewuste overdosis slaappillen haar fataal zou zijn geworden.

Dit werd echter ontkracht: de officiële doodsoorzaak werd vastgesteld op een hartaanval.

Uit respect voor de zwaarbebroefde actrice en om haar eindelijk rust te gunnen, besloot de Franse magistraat destijds om geen autopsie te laten verrichten.

Vrienden, bekenden en fans wisten echter wel beter en spraken er vaak over dat Romy in werkelijkheid is gestorven aan een gebroken hart.

Pierre Mondy was een zeer gewaardeerde Franse acteur en regisseur met een indrukwekkende carrière die decennia overspande.

Zijn filmdebuut maakte hij in 1949, maar hij brak internationaal echt door in 1960 met zijn hoofdrol als Napoleon Bonaparte in de historische film Austerlitz van regisseur Abel Gance.

In zijn thuisland was hij decennialang enorm populair dankzij de komedie Mais où est donc passée la septième compagnie? in de jaren zeventig.

Een groot televisiepubliek kent hem bovendien als commissaris Cordier in de succesvolle politieserie Les Cordier, juge et flic, een rol die hij van 1992 tot 2005 met veel verve vertolkte.

Naast zijn acteerwerk voor de camera had hij een enorme passie voor het theater, zowel op de planken als achter de schermen. Hij regisseerde meer dan zestig toneelproducties.

Een bijzonder weetje over zijn carrière is dat hij in 1973 de allereerste theaterproductie van het inmiddels legendarische stuk La Cage aux Folles regisseerde, met Jean Poiret en Michel Serrault in de hoofdrollen.

Wat veel mensen ook niet weten, is dat hij als stemacteur meewerkte aan bekende animatiefilms.

Zo sprak hij de stem in van Caius Obtus in de film Asterix en de verrassing van Caesar, en de stem van Cetinlapsus in de film Asterix en de Britten.

Verder nam hij in zijn loopbaan ook de regie van vier langspeelfilms en dertien televisieafleveringen voor zijn rekening.

Het privéleven van Mondy was eveneens behoorlijk bewogen.

Hij is in zijn leven vier keer getrouwd geweest, en opvallend genoeg koos hij telkens voor een actrice als partner.

Zijn eerste huwelijk was met Claude Gensac en duurde van 1951 tot 1955.

Daarna trouwde hij in 1957 met Pascale Roberts, maar ook dit huwelijk was na enkele jaren voorbij.

In 1967 trad hij in het huwelijk met zijn derde vrouw, Annie Fournier. Met haar kreeg hij twee kinderen, onder wie de bekende Franse scenarioschrijver Laurent Mondy.

In 1991 trouwde hij voor de vierde en laatste keer met actrice Catherine Allary.

Mondy bleef een geliefde figuur in de Franse cultuurwereld tot aan zijn overlijden op 15 september 2012.

Hij is 87 jaar geworden en bezweek in een ziekenhuis in Parijs aan de gevolgen van kanker, meer bepaald een maligne lymfoom