Boudewijn de Groot viert vandaag zijn 82ste verjaardag.

Een mooi moment om stil te staan bij zijn klassieker Verdronken vlinder.

Het nummer verscheen begin 1967 in eerste instantie als de B-kant van de single ‘Onder ons’, de opvolger van zijn grote hit ‘Het Land van Maas en Waal’.

Twee jaar later, in 1969, kreeg het lied alsnog een hoofdrol toen het werd uitgebracht als A-kant, met ‘Beneden alle peil’ als achterkant.

Beide nummers zijn geschreven door Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh, met een arrangement van Bert Paige.

In Verdronken vlinder verlangt de schrijver naar het vrije leven van een vlinder.

Gaandeweg beseft hij echter dat ook dat bestaan een schaduwzijde heeft, zoals een tragisch einde op een plas water.

Uiteindelijk kiest hij er dan ook voor om gewoon mens te zijn, met de troostende gedachte dat hij geen vlinder hoeft te wezen om echt te leven.

De andere kant van de single, ‘Beneden alle peil’, bezingt een onbeantwoorde liefde.

De zanger vindt de vrouw in kwestie geweldig, maar omdat zij alleen oog heeft voor zichzelf, vindt hij haar gedrag beneden alle peil.

Het nummer Verdronken vlinder bleek door de jaren heen een grote inspiratiebron voor andere artiesten.

In 1993 scoorden Erik Van Neygen en Sanne er een grote hit mee in Vlaanderen.

Daarnaast werd het lied in de loop der tijd ook succesvol gecoverd door uiteenlopende namen als Mama’s Jasje, Josee Koning, de cast van LikeMe en zelfs de indierockband Bettie Serveert.

Reclame voor het album Het Beste van Boudewijn de Groot (juli 1977)

Gisteren nog vandaag

De comeback van Boudewijn De Groot (Joepie 13 november 1973).

Het bekende nummer Testament is gecomponeerd door Boudewijn de Groot, terwijl Bert Paige tekende voor de arrangementen en Tony Vos de productie voor zijn rekening nam.

De tekst is grotendeels geschreven door Lennaert Nijgh, die in het lied via een fictief testament terugblikt op zijn jeugdjaren.

In deze nalatenschap deelt hij milde snerpen uit aan zijn familie, die hij beticht van valse getuigenissen, aan stelende vrienden en aan een bedrieglijke ex-vriendin.

Toch is het nummer niet louter bitter; Nijgh koestert tegelijkertijd de mooie herinneringen en reflecteert op verloren idealen.

Omdat Boudewijn de Groot een specifiek deel van de oorspronkelijke tekst niet goed bij zichzelf vond passen, nam hij zelf de pen ter hand voor het couplet dat begint met de regel over het fotoalbum van zijn ouders.

Testament verscheen op het succesvolle album Voor de overlevenden en deed daarnaast dienst als de B-kant van de hitsingle Het Land van Maas en Waal.

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot in de Muziek Expres van december 1979

Gisteren nog vandaag

Na een stilte van vijf jaar maakte Boudewijn de Groot in 1973 zijn comeback met het album Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser.

De titel van de plaat is ontleend aan het bekende nummer Jimmy, dat hij vernoemde naar zijn zoon Jim. Vader en zoon schitteren samen op de albumhoes.

Naast Jimmy bevat het album nummers zoals Terug van weggeweest, Wat geweest is, is geweest, Onderweg, Het Spaarne, Kindermeidslied (Nurse’s Song), Tante Julia, Ik zal je iets vertellen, Parijs, Berlijn, Madrid, De kleine schoorsteenveger en De reiziger.

Voor de teksten werkte De Groot opnieuw samen met Lennaert Nijgh en met zijn toenmalige zwager Ruud Engelander.

Bovendien zijn twee nummers vertalingen van gedichten van William Blake.

Muzikaal kreeg hij ondersteuning van sologitarist Eelco Gelling, met wie hij al eerder samenwerkte op Nacht en ontij, en violiste Vera Beths, die een gastbijdrage leverde op het nummer’ ‘De reiziger’.

Bang dat het publiek hem in de tussentijd was vergeten, was De Groot niet.

Tijdens zijn afwezigheid deden zijn verzamelalbums het namelijk buitengewoon goed. Vooral de dubbel-lp Vijf Jaar Hits was een groot succes, snel gevolgd door een eveneens goed verkopend tweede deel.

Dit bewees dat zijn populariteit en bekendheid alleen maar waren gegroeid, waardoor het grote succes van Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser niet als een complete verrassing kwam.

Het album werd een enorme hit, bereikte de eerste plaats in de albumlijst en hield het daar twintig weken vol.

Dit leverde De Groot een gouden en een platina plaat op, evenals zijn derde Edison.

Het succes kreeg begin 1974 nog een vrolijk staartje toen er een carnavalsversie van het nummer Tante Julia op single verscheen, opgenomen als duet met Nico Haak.

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden, reclame voor de verzamelaar Hit Singles Volume 8 (mei 1981)

Het nummer ‘Stars On 45’ was een legale bewerking van een illegale 12-inch-single van Alto Passion, waarop originele opnamen van diverse artiesten, waaronder The Beatles, tot een medley waren gesmeed.

Toen Willem van Kooten deze illegale plaat in handen kreeg, gaf hij producer Jaap Eggermont de opdracht om er een officiële versie van te maken.

Voor de zangpartijen werd een indrukwekkend team samengesteld.

Smile-zanger Bas Muys nam de stem van John Lennon voor zijn rekening, en hij deed dat zo overtuigend dat Julian Lennon ooit opmerkte dat de stem van Muys meer op die van zijn vader leek dan die van hemzelf.

Hans Vermeulen kroop in de huid van George Harrison, terwijl Okkie Huysdens te horen was als Paul McCartney.

Daarnaast leverden ook Albert West, Tony Sherman, Arnie Treffers, Okkie Huysdens, en Jody Pijper een bijdrage aan het project.

Het resultaat was een ongekend wereldwijd succes.

In 1981 werden er van deze eerste single meer dan 5 miljoen exemplaren verkocht.

Op 20 juni 1981 bereikte de plaat de eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100, een prestatie die werd beloond met een platina-status voor de verkoop van meer dan een miljoen stuks in de Verenigde Staten alleen al.

Uiteindelijk voerde de single de hitlijsten aan in minstens een dozijn landen, waaronder Nederland, Duitsland, Canada en Australië.

Het succes breidde zich dat jaar razendsnel uit met een volledig album en verschillende vervolgsingles.

Het eerste album, in de VS uitgebracht als Stars on Long Play, was een internationaal fenomeen waarvan meer dan 2,5 miljoen exemplaren over de toonbank gingen.

Na de Beatles-medley volgden in 1981 nog meer hits, zoals de Abba-medley, Stevie Wonder-medley en Frank Sinatra-medley.

Deze opvolgers domineerden eveneens de hitlijsten en droegen bij aan een indrukwekkend totaalplaatje.

De totale verkoop van alle Stars on 45-releases in 1981 wordt wereldwijd geschat op ruim 10 tot 15 miljoen eenheden.

Gisteren nog vandaag

Grace Jones mag vandaag 78 kaarsjes uitblazen.

45 jaar geleden, LP-bespreking Nightclubbing van Grace Jones (Joepie 24 mei 1981)

Gisteren nog vandaag

Nightclubbing uit 1981 markeert het moment waarop Grace Jones haar transformatie van disco-diva naar avant-garde-icoon voltooide.

De weg naar dit succes was bijzonder; Jones werkte zich op van een Jamaicaanse domineesdochter tot een veelzijdige wereldster.

Hoewel ze in Amerika de toneelschool bezocht, werd ze al snel ontdekt als topmodel.

Ze sierde de covers van bladen als Elle en Vogue, en verscheen zelfs op de voorzijde van het Duitse Der Stern.

Het album werd opgenomen in de beroemde Compass Point Studios op de Bahama’s, waar een uniek geluid werd gesmeed door de combinatie van reggae-ritmes, post-punkattitude en elektronische texturen.

Onder leiding van producenten Chris Blackwell en Alex Sadkin, en met de ritmesectie van Sly & Robbie, ontstond een lome, hypnotiserende sfeer die perfect de overgang van de glitter van de jaren zeventig naar de kille chic van de jaren tachtig ving.

Rond deze tijd ontwikkelde Jones haar kenmerkende androgynen look met kort haar en strakke pakken, wat haar een onvergetelijk icoon in zowel de muziek als de mode maakte.

De titeltrack kent een interessante oorsprong; het nummer werd geschreven door David Bowie en Iggy Pop en verscheen voor het eerst op het album The Idiot van Iggy Pop in 1977.

In de uitvoering van Jones krijgt het stuk echter een geheel nieuwe dimensie. Terwijl het origineel uit de Berlijnse periode van Bowie en Pop een zekere mate van decadente uitputting suggereerde, klinkt de versie van Jones als een triomftocht door een nachtelijk stedelijk landschap.

Haar voordracht is afstandelijk en bijna robotachtig, wat naadloos aansluit bij het hoekige, minimalistische arrangement.

Naast de titeltrack bevat het album meer indrukwekkende bewerkingen. Een van de absolute hoogtepunten is de single I’ve Seen That Face Before (Libertango).

Gisteren nog vandaag

Dit nummer is een bewerking van Libertango, een compositie van de Argentijnse componist en bandoneonist Astor Piazzolla.

De tekst van deze versie werd mede geschreven door Francine Canovas, beter bekend onder haar artiestennaam Nathalie Delon.

Zij was de moeder van de Frans-Amerikaanse acteur Anthony Delon en was van 1964 tot 1969 getrouwd met Alain Delon.

Later werd zij de vriendin van producent Chris Blackwell, wat leidde tot de samenwerking voor dit album. Nathalie Delon overleed helaas in 2021.

I’ve Seen That Face Before werd een gigantisch succes in de Lage Landen. In Vlaanderen stond de single maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats in de hitlijsten, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de tweede positie bereikte.

Ook van het nummer Demolition Man van Sting maakte ze een zeer krachtige en eigenzinnige cover die perfect paste binnen de vernieuwende sound van het album.

Het visuele aspect van Nightclubbing bleef onlosmakelijk verbonden met de muziek.

De iconische hoes, gefotografeerd door Jean-Paul Goude, toont Jones met haar kenmerkende blokkapsel en een strak gesneden Armani-jasje.

Deze verschijning versterkte de impact van nummers zoals Pull Up to the Bumper en Walking in the Rain.

Het album wordt tot op de dag van vandaag geprezen om de unieke persoonlijkheid van Grace Jones en blijft een essentieel referentiepunt voor artiesten die de grenzen tussen kunst, mode en commercie willen vervagen.

Op oudejaarsavond 1977 maakte de single La Vie En Rose haar debuut in de BRT Top 30, om twee weken later door te stoten naar de dertiende positie.

De tekst van dit wereldberoemde nummer werd oorspronkelijk geschreven door Edith Piaf, die de tekst destijds de titel Les Choses En Rose meegaf.

De bijbehorende muziek werd gecomponeerd door Louis Gugliemi, beter bekend onder zijn pseudoniem Louiguy.

Hoewel het chanson in 1945 voor het eerst werd opgenomen door Marianne Michel, een goede vriendin van Piaf, zorgde het grote succes van die uitvoering ervoor dat de schrijfster het nummer uiteindelijk ook zelf inzong.

In 1946 werd het haar allereerste grote hit.

In 1983 beleefde de cover van Grace Jones een heropleving en kwam deze terug in de hitlijsten, binnen op nummer 28, waarna deze uiteindelijk de zestiende plaats bereikte.

Grace Jones in de Humo van 31 juli 1980

Grace Jones in de Joepie van 1 december 1985

Gisteren nog vandaag

Grace Jones in de Muziek Expres van april 1982

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden, Frank Duval met zijn hit Angel Of Mine.

Frank Duval werd geboren als Frank Uwe Patz op 22 november 1940 in Berlijn en groeide op in een artistiek milieu, waarbij hij aanvankelijk een opleiding volgde als acteur en danser.

Al snel verschoof zijn focus echter naar de muziek, waarbij hij een kenmerkende stijl ontwikkelde die het midden houdt tussen pop, klassiek en atmosferische elektronische muziek.

Zijn grote doorbraak bij het brede publiek kwam voort uit zijn nauwe samenwerking met de Duitse televisie.

Duval componeerde de muziek voor populaire krimiseries zoals Derrick en Der Alte.

Het was binnen deze context dat zijn grootste hit, “Angel of Mine”, in 1980 het levenslicht zag. Een opvallend detail is dat hij het nummer eigenlijk niet zelf wilde inzingen.

De sessiezangeres die hiervoor was gevraagd, kwam echter niet opdagen, waardoor Duval besloot de vocalen zelf maar voor zijn rekening te nemen.

Het nummer werd een enorm succes in de Lage Landen. In Nederland bereikte de single de eerste plaats in de Top 40, terwijl het nummer in Vlaanderen de tweede plaats behaalde in de BRT Top 30.

Hoewel Angel of Mine bij ons zijn enige grote hit bleef, scoorde hij onder de naam Frank en Kalina in maart 1986 nog een hit met “It Was Love”, een nummer dat hij opnieuw voor de krimiserie schreef.

Deze single was op donderdag 6 maart 1986 TROS Paradeplaat op Radio 3 en bereikte uiteindelijk de vierentwintigste plaats in de Top 40.

Gedurende zijn carrière werkte Duval vaak samen met zijn vrouw, Kalina Maloyer, die de teksten voor veel van zijn liedjes schreef.

Samen creëerden ze een omvangrijk oeuvre dat bekendstaat om de diepe emotionele lading en filmische kwaliteit.

Zijn werk was onlosmakelijk verbonden met de gezichten van de serie Derrick.

Horst Tappert, die bijna 25 jaar lang de stugge detective speelde, kwam te overlijden op 13 december 2008.

Ook zijn collega in de reeks, Fritz Wepper, is inmiddels overleden op 25 maart 2024.

Hoewel het commerciële succes in de hitlijsten na de jaren tachtig afnam, bleef Duval gerespecteerd als een vakman die complexe synthesizerarrangementen wist te combineren met toegankelijke melodieën.

Naast zijn werk voor televisie en zijn solocarrière heeft Duval zich ook beziggehouden met maatschappelijke projecten.

Zo richtte hij de Frank Duval Foundation op, die zich inzet voor kansarme kinderen in India.

Tegenwoordig leidt de 85-jarige componist een teruggetrokken leven op het Spaanse eiland Palma de Mallorca, waar hij nog steeds betrokken is bij diverse kunstvormen, waaronder schilderkunst en digitale media.

Precies vijftig jaar geleden maakte de Vlaamse formatie Trinity haar debuut in de Joepie Top 50 met de hit 002-345-709 (That’s My Number).

Deze discoklassieker bleek een schot in de roos en bestormde de hitlijsten in zowel België als Nederland.

Zo behaalde de groep een indrukwekkende tweede plaats in de Belgische Radio 2 Top 30, terwijl het nummer in Nederland doorstootte naar de vierde positie in de Nationale Hitparade en de achtste plek in de Top 40.

Het trio achter dit succes bestond uit Sofie Verbruggen, simpelweg bekend als Sofie, en de muzikanten Fred Bekky en Bob Bobbot.

De twee mannen, die eigenlijk Fred Beeckmans en Bob Baelemans heetten, waren bekende gezichten in de muziekwereld.

Na het uiteenvallen van hun eerdere band The Pebbles besloten zij samen met Sofie een nieuwe weg in te slaan met de oprichting van Trinity.

Hoewel Fred Bekky inmiddels helaas is overleden, leeft de muzikale erfenis van de groep nog altijd voort.

Gisteren nog vandaag

De Belgische formatie Trinity scoorde in 1977 een opvallende hit met het nummer Drop, Drop, Drop.

De compositie was het resultaat van de samenwerking tussen Fred Bekky, de artiestennaam van Fred Beeckmans, en Bob Bobbot, ook wel bekend als Bob Baelemans.

Met dit lied waagde de groep hun kans tijdens de Belgische preselecties voor het Eurovisiesongfestival van dat jaar. Hoewel hun inzending een sterke indruk maakte, slaagden ze er net niet in om de overwinning binnen te slepen.

Ze moesten de eer laten aan Dream Express, de groep waar overigens voormalig Pebbles-lid Luc Smets deel van uitmaakte.

Ondanks dat Trinity België niet mocht vertegenwoordigen op het Europese podium, kende het nummer in eigen land een succesvol verloop in de hitlijsten.

De single wist op te klimmen naar een verdienstelijke twaalfde plaats in de toenmalige BRT Top 30.

In Nederland verliep het succes wat moeizamer; daar bleef de plaat steken in de Tipparade en bereikte deze de officiële verkooplijsten niet. Toch blijft Drop, Drop, Drop een memorabel onderdeel van de Belgische popgeschiedenis uit de late jaren zeventig.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag 45 jaar geleden stapt Ringo Starr in het huwelijksbootje met de Amerikaanse actrice Barbara Bach.

In 1965 stapte Ringo Starr in het huwelijksbootje met Maureen Cox, met wie hij drie kinderen kreeg: Zak, Jason en Lee. Hoewel hun huwelijk in 1975 strandde, vond de drummer opnieuw het geluk bij Barbara Bach.

De twee ontmoetten elkaar op de set van de film Caveman en trouwden op 27 april 1981. Inmiddels is de familie flink uitgebreid met zeven kleinkinderen en sinds augustus 2016 zelfs een achterkleinkind.

Muzikaal talent zit overduidelijk in de genen, want zijn oudste zoon Zak Starkey is sinds 1996 de vaste drummer van The Who en speelde voorheen ook bij Oasis.

Een bijzonder hoogtepunt in Ringo’s leven was 29 december 2017, de dag waarop hij door koningin Elizabeth tot ridder werd geslagen.

Zijn echtgenote Barbara Bach heeft zelf ook een indrukwekkend pad afgelegd.

De in Queens geboren Bach verliet op zestienjarige leeftijd voortijdig de schoolbanken om een modellencarrière na te jagen, wat haar een jaar later al de status van internationaal topmodel opleverde.

Nadat ze op achttienjarige leeftijd trouwde met Augusto Gregorini, verhuisde ze naar Italië en kreeg daar twee kinderen.

Tijdens haar verblijf in Europa pikte ze haar eerste filmrollen op, maar na haar scheiding in 1975 keerde ze terug naar de Verenigde Staten.

Haar grote doorbraak volgde in 1977 als de iconische Russische agente Anya Amasova in de James Bond-film The Spy Who Loved Me, een rol die haar wereldberoemd maakte.

Tegenwoordig richt Bach haar energie vooral op liefdadigheidswerk en geniet ze met Starr van hun leven in diverse woningen, verspreid over locaties als Monte Carlo en Beverly Hills.

Meer dan een halve eeuw na het uiteenvallen van The Beatles zorgen de inmiddels 85-jarige Ringo Starr en de 83-jarige Paul McCartney voor een grote verrassing.

Hoewel de twee altijd goede vrienden bleven en incidenteel op elkaars nummers meespeelden, hielden ze hun solocarrières jarenlang strikt gescheiden.

Daar komt nu verandering in met een unieke samenwerking in de vorm van een duet. Het nummer, getiteld ‘Home to u’s, staat op het achttiende studioalbum van McCartney, The boys of Dungeon Lane, dat eind mei verschijnt.

De titel van het door Andrew Watt geproduceerde album verwijst naar een straat in de Liverpoolse wijk Speke, waar de wortels van McCartney liggen.

De weg naar dit duet verliep overigens niet zonder slag of stoot.

Het project kwam moeizaam op gang door een reeks misverstanden.

In eerste instantie had Ringo al drumpartijen opgenomen zonder dat er een concreet lied lag, maar omdat Paul er lange tijd niets mee deed, raakte Ringo geïrriteerd door het gebrek aan vaart.

Pas toen Paul zich realiseerde hoe sterk het drumwerk was, schreef hij er een tekst omheen over hun gezamenlijke jeugd.

De communicatie haperde opnieuw toen Ringo een e-mail over de zangpartijen verkeerd interpreteerde en alleen het refrein inzong, waardoor Paul dacht dat zijn oude bandgenoot het nummer niet zag zitten.

Gelukkig werden deze misverstanden uiteindelijk uit de wereld geholpen, met een bijzondere muzikale reünie als resultaat.

Tori Amos met haar nieuwe single “Shush”.

De Amerikaanse zangeres Tori Amos is een klassiek geschoolde pianiste die al op jonge leeftijd haar eigen muzikale koers koos.

Als dochter van een methodistendominee met een Ierse en Cherokee-achtergrond speelde religie van kinds af aan een grote rol in haar leven.

Al op driejarige leeftijd begon ze met het componeren van eigen liedjes, wat haar als vijfjarige een plek opleverde als jongste student ooit aan het Peabody Conservatorium.

Hoewel een toekomst als concertpianiste voor haar was uitgestippeld, verliet ze op haar elfde de opleiding vanwege haar opstandige aard en haar weerstand tegen het strikt lezen van bladmuziek.

In plaats daarvan gaf ze de voorkeur aan eigen interpretaties van klassieke meesters en begon ze al op dertienjarige leeftijd op te treden in bars en lounges in Washington.

Eind jaren tachtig verhuisde ze naar Los Angeles en nam ze de naam Tori aan.

Met haar band Y Kant Tori Read bracht ze in 1988 een album uit dat commercieel flopte en haar presenteerde in een stijl waar ze zich later van zou distantiëren.

Ondanks deze moeizame start vond ze haar weg terug naar de piano en schreef ze de nummers voor haar eigenlijke solodebuut Little Earthquakes.

Haar platenmaatschappij zag meer kansen op de Europese markt, waarna ze naar Londen vertrok om in een klein appartement haar werk te voltooien.

Dit album werd een groot succes door de ongekende openhartigheid over thema’s als religie, schuld en haar persoonlijke ervaring met seksueel geweld in nummers als ‘Me and a Gun’ en ‘Crucify’.

Haar debuut vestigde direct haar reputatie als een melodieus en tekstueel gelaagd talent.

In het voorjaar van 2026 laat ze opnieuw van zich horen met de singles ‘Stronger Together’ en ‘Shush’, die respectievelijk in februari en maart zijn verschenen.

Deze nummers kondigen de komst aan van haar achttiende studioalbum In Times of Dragons, dat op 1 mei 2026 verschijnt.

Ter ondersteuning van dit nieuwe werk reist de 62-jarige Tori in april door Europa met haar grootste tournee in tien jaar tijd.

Tijdens deze reeks concerten staat ze op 24 en 25 april in Carré in Amsterdam, om vervolgens op maandag 27 april 2026 naar België te komen voor een optreden in het Koninklijk Circus in Brussel.

Deze week, vijftig jaar geleden, maakte de single All by Myself van Eric Carmen zijn debuut in de BRT Top 30.

Hoewel Carmen het nummer zelf schreef, baseerde hij de herkenbare melodie direct op het Adagio sostenuto uit het tweede pianoconcert van Sergej Rachmaninov.

De aanduiding Adagio sostenuto staat voor een zeer traag en gedragen tempo, wat de melancholische sfeer van het nummer verklaart.

De Russische componist schreef dit meesterwerk tussen 1900 en 1901, vlak nadat hij uit een diepe depressie was gekropen.

Die sombere periode was het gevolg van de vernietigende kritieken op zijn eerste symfonie, waardoor hij drie jaar lang geen noot meer op papier kreeg.

Hulp kwam er in de persoon van Nikolaj Dahl, een Moskouse neuroloog en psychiater die gespecialiseerd was in hypnotherapie.

Dahl was zelf een verdienstelijk amateurmusicus en speelde altviool, waardoor hij een sterke band met Rachmaninov kon opbouwen.

Van januari tot april 1900 behandelde hij de componist dagelijks.

Terwijl Rachmaninov in een halfslaap verkeerde, herhaalde Dahl voortdurend positieve suggesties als een drieluik: je zult je concert schrijven, je zult met groot gemak werken en het concert zal van uitmuntende kwaliteit zijn.

Deze aanpak bleek de sleutel tot zijn herstel, en uit dankbaarheid droeg de componist het volledige tweede pianoconcert officieel aan zijn arts op.

Toen Eric Carmen het nummer in 1975 uitbracht, verkeerde hij in de veronderstelling dat de muziek wereldwijd vrij van rechten was.

In de Verenigde Staten was dat destijds ook het geval, omdat de bescherming daar verliep na 75 jaar vanaf de publicatiedatum in 1901.

In Europa gold echter de regel dat auteursrechten tot zeventig jaar na het overlijden van de componist van kracht bleven.

Omdat Rachmaninov in 1943 was overleden, was zijn werk hier nog tot 2013 beschermd.

Na contact met de erfgenamen werd er een regeling getroffen waarbij Carmen twaalf procent van de royalty’s aan de familie afdroeg.

In de Vlaamse hitlijsten schopte de single het destijds tot een twaalfde positie, terwijl deze in de Nederlandse Top 40 een zevende plaats wist te veroveren.

Twintig jaar na de oorspronkelijke release bracht Céline Dion een succesvolle cover uit.

Tegen die tijd was de juridische situatie volledig opgehelderd, waardoor de verdeling van de royalty’s tussen Carmen en de erfgenamen van Rachmaninov automatisch werd toegepast op haar versie.

Haar uitvoering behaalde de veertiende plek in de Vlaamse Ultratop 50 en bleef in de Nederlandse Top 40 steken op nummer twintig.

Een opvallend detail is dat de muziek van Rachmaninov vaker de weg naar de popmuziek vond, aangezien ook Frank Sinatra in 1946 voor zijn hit Full Moon and Empty Arms uit hetzelfde pianoconcert putte.

Deze week 50 jaar geleden, komt Gérard Lenorman met zijn single ‘Voici les clés’ binnen in de Brt Top 30.

Hoewel het nummer uitgroeide tot een Franse klassieker, is het oorspronkelijk een cover van Nel Cuore Nei Sensi van de Italiaanse formatie Albatros.

Het lied werd gecomponeerd door Toto Cutugno en Vito Pallavicini, waarna Pierre Delanoë tekende voor de Franse vertaling.

In de tekst bezingt Lenorman zijn zoon Mathieu, die in het lied Nicolas wordt genoemd, en reflecteert hij op een mogelijke scheiding van zijn vrouw Caroline.

Hij benadrukt dat zij altijd welkom blijft en overhandigt haar symbolisch de sleutels van haar geluk.

Hoewel het echtpaar op het moment van de opname nog gelukkig samen was, bleek het nummer een onbedoelde voorspelling van de toekomst; in 1989 ging het stel definitief uit elkaar.

De single werd een groot succes in de Lage Landen en bereikte zowel in de Vlaamse hitlijsten als in de Nederlandse Top 40 de tweede plaats.

Het is inmiddels 55 jaar geleden: The Carpenters met hun kerstklassieker Merry Christmas, Darling.

De muziek is van Richard Carpenter, maar de tekst komt van Frank Pooler.

Pooler schreef die tekst al toen hij amper achttien was.

Twintig jaar later, in 1966, was hij koorleider aan de California State University en gaf hij les aan Karen en Richard Carpenter.

Omdat Karen en Richard de standaardkerstliedjes moe waren, vroegen ze hun docent of hij geen onbekend nummer had liggen.

Pooler vertelde dat hij als tiener ooit zelf een kerstnummer had geschreven.

De originele muziek was verloren gegaan, maar de tekst had hij nog.

Toen Richard die tekst kreeg, schreef hij er in amper een kwartiertje nieuwe muziek bij.

Toch zou het nog tot 1970 duren voor de single verscheen.

In Amerika werd het een nummer 1-hit in de Billboard Christmas-lijst, maar bij ons in Vlaanderen en Nederland haalde het de hitparade helaas niet.

Het nummer staat overigens ook op hun bekende kerstalbum Christmas Portrait uit 1978.

50 jaar geleden, Banzai met hun nummer Chinese Kung Fu

Midden jaren 70 was de wereld volledig in de ban van oosterse gevechtskunsten.

Bruce Lee was de grootste filmster van het moment en in de hitlijsten had Carl Douglas net de weg vrijgemaakt met zijn wereldhit Kung Fu Fighting.

In dat kielzog verscheen in 1975 nog een opvallende single die slim inspeelde op die rage: Chinese Kung Fu van de groep Banzai.

Het nummer werd geschreven door de Fransman Bernard Estardy.

Estardy was in de Franse muziekwereld een ware legende; hij was een geniale geluidstechnicus en toetsenist die in zijn eigen studio werkte met de grootste sterren.

Voor dit project, dat op de hoes vaak als Banzaii met twee i’s werd geschreven, besloot hij zelf te experimenteren met synthesizers en geluidseffecten.

Estardy combineerde die typische, vroege discobeat met stereotiepe oosterse melodietjes en – uiteraard – de nodige ‘Hia!’-kreten en geluiden van vechtende mensen.

Omdat het een echt studioproject was, was Banzai geen band die je zomaar live zag optreden; het was puur gemaakt voor de dansvloer.

Hoewel we het nu als een klassieker beschouwen, is het feitelijk nooit een officiële hit geweest.

Het nummer werd destijds grijsgedraaid in de discotheken van de Benelux en was enorm populair in het uitgaansleven, maar die populariteit vertaalde zich vreemd genoeg niet naar de verkoopcijfers.

Zowel in Vlaanderen als in Nederland haalde de single nooit de officiële hitparade. Het blijft daarmee een van de bekendste ‘niet-hits’ uit het discotijdperk.

Reislust, oftewel ‘wanderlust’. Dat is het kenmerk waarmee Joanne Bird zich onderscheidt.

Onder deze artiestennaam omarmt de uit Valkenswaard afkomstige Merel Brusselers het leven als een muzikale ontdekkingsreis die haar van Nederland naar de Verenigde Staten bracht.

Daar haalde ze inspiratie uit het werk van artiesten als James Taylor en First Aid Kit, en vond ze haar passie in samenwerkingen met gevestigde muzikanten in de Amerikaanse muziekhoofdsteden Nashville, New York, Boston en New Jersey.

Het resultaat is persoonlijke indie- en americana-folkmuziek die zich langzaam maar zeker, en heel comfortabel, in je hart nestelt.

De muziek speelde al vroeg een rol in haar leven; op vijfjarige leeftijd begon ze met pianospelen, later gevolgd door zang en gitaar.

Haar talent ontwikkelde ze verder tijdens haar bachelor aan de Fontys Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg en haar master aan het Conservatorium van Amsterdam, die ze in 2023 afrondde.

Daarnaast studeerde ze meermaals in New York City en kreeg ze door de jaren heen zangcoaching van namen als Lucy Woodward, Jim Mola en Marle Thomson.

Na haar afstuderen in 2023 reisde Brusselers maandenlang door de grote muzieksteden van Amerika om inspiratie op te doen, op te nemen en op te treden.

Onderweg verzamelde ze een groep muzikale vrienden om zich heen met wie ze nu regelmatig werkt.

Dit leidde onder meer tot haar derde EP, Unusual Fairytales, die werd opgenomen in Asbury Park (New Jersey) en verscheen in mei 2025.

Op dit album vinden we onder meer het mooie nummer Would You Have Stayed.

Haar carrière kent inmiddels diverse hoogtepunten, zoals een endorsement van Martin Guitar, samenwerkingen met publishers als Warner Chappell en Primary Wave Music, en het verzorgen van voorprogramma’s voor artiesten als Steph Strings, de Billy Walton Band en The Cinelli Brothers.

Ze is inmiddels zelfs Voting Member voor de New Yorkse afdeling van de Recording Academy.

Eind november 2025 voegde ze een bijzonder hoofdstuk toe aan haar discografie met een cover van de wereldberoemde klassieker December, 1963 (Oh What a Night!) van The Four Seasons.

Waar het origineel uit 1975 de geschiedenisboeken inging als een upbeat disco- en popnummer, weet Joanne het nummer volledig naar haar hand te zetten.

Het is een gewaagde keuze om zo’n iconische track te vertalen naar haar eigen, intiemere stijl.

Voor deze productie, uitgebracht onder het label MAD Records (waarmee ze ook samenwerkt voor sync-opdrachten), nam ze zelf de touwtjes in handen.

De mix werd verzorgd door René Bloks en de mastering door Pier-Durk Hogeterp.

Deze release staat niet op zichzelf.

Eerder dat jaar, in augustus 2025, bracht ze al een interpretatie uit van Closing Time, een cover van de Amerikaanse band Semisonic.

Hiermee laat ze zien dat ze momenteel volop experimenteert met het heruitvinden van bekende songs naast haar eigen materiaal. Tijdens haar liveoptredens komen al deze invloeden samen: ze neemt haar publiek aan de hand en laat hen haar muzikale reis meebeleven alsof ze er zelf bij waren.

50 jaar geleden, KC & The Sunshine Band en hun hit That’s The Way (I Like It .

Casey ontmoette Finch begin jaren 70 in de platenzaak waar Harry werkte.

Wanneer ze een Caraïbische band aan het werk zien, besluiten ze een discogroep op te richten met Caraïbische invloeden.

De eerste single flopt, maar met ‘Queen Of Clubs’ scoren ze een eerste top 10-hit, merkwaardig genoeg wel enkel in de UK.

Op dat moment is er ook nog geen echte Sunshine Band. Harry en Richard nemen alles zelf op in de studio.

‘Get Down Tonight’ wordt in de zomer van 1975 de eerste wereldhit voor het kleurrijke gezelschap uit Miami, meteen goed voor een eerste Amerikaanse n°1.

Ondertussen was er al een echte Sunshine Band samengesteld waarmee op tournee kon worden gegaan. Met ‘That’s The Way I Like It’ scoort KC & The Sunshine Band in het najaar van 1975 zijn voorlopig grootste hit.

Naast de Billboard Hot 100 bereikte de single ook in Nederland de top van de Top 40.

In Ultratop houdt ‘I’m On Fire’ van 5000 Volts hen van de top. Hierna wordt ‘Queen Of Clubs’ in januari 1976 alsnog een top 10-hit in Vlaanderen en Nederland.

KC & The Sunshine Band scoorde tot 1980 nog hits.

Na ‘Please Don’t Go’ was het vet van de soep. In 1983 volgde een verrassende comeback met ‘Give It Up’, een Britse n°1.

Alhoewel de naam KC & The Sunshine Band behouden bleef, ging het om een soloproject van Harry W. Casey.

‘Queen Of Clubs’ werd in het najaar van 1995 weer een klein Ultratop-hitje (n°38) in de versie van het Vlaamse danceproject Timeshift (Joepie 17 december 1975 en met dank aan Denis Michiels).

In november 1970, nu 55 jaar geleden, scoorde John Terra een hit met “Parking Rosie”.

Het nummer was een cover van “Cracklin’ Rosie” van Neil Diamond en behaalde destijds de achtste plaats in de Vlaamse Top 10.

De muziek van Neil Diamond is duidelijk een rode draad in zijn carrière gebleven.

Maar liefst 46 jaar later, in 2016, bracht Terra namelijk een volledig album uit gewijd aan de nummers van de Amerikaanse zanger.

Opvallend detail: “Cracklin’ Rosie” stond opnieuw op dat album, maar ditmaal kreeg het een nieuwe vertaling en de titel “Welkom Rosie”.

Het was dit album uit 2016 dat John Terra eindelijk de brede erkenning in Vlaanderen opleverde.

De Britse zangeres Petula Clark, geboren als Sally Olwen Clark, viert vandaag haar 93ste verjaardag.

Het nummer “This Is My Song” werd oorspronkelijk gecomponeerd door Charlie Chaplin voor zijn film “A Countess from Hong Kong” (1966), die op 5 januari 1967 in première ging.

De hoofdrollen waren voor Marlon Brando, Sophia Loren, Sydney Chaplin en Tippi Hedren.

Het scenario was losjes gebaseerd op het leven van de Russische artieste Moussia Sodskaya, die Chaplin ooit in Frankrijk had ontmoet.

Het was Chaplins laatste film als regisseur, en hij verscheen zelf nog een laatste keer in een kleine cameo als steward aan boord van het schip.

Voor de vocale versie van het titelnummer dacht Chaplin meteen aan Petula Clark.

Hij kende haar als buurvrouw – ze had net als hij een huis in Zwitserland – en vroeg haar om het nummer op te nemen.

Het project stuitte echter op de nodige weerstand. Haar vaste arrangeur, Tony Hatch, vond het lied niet geschikt voor haar.

Petula Clark zelf had ook grote moeite met de ouderwetse tekst, maar Chaplin weigerde er ook maar iets aan te veranderen.

Omdat Hatch afhaakte, werd het arrangement uiteindelijk gemaakt door Ernie Freeman.

De productie was in handen van Sonny Burke en de instrumentale begeleiding werd verzorgd door The Wrecking Crew, een bekende Amerikaanse groep sessiemuzikanten.

Clark was wel bereid het nummer op te nemen voor haar album, maar toen platenmaatschappij Pye Records besloot het als single uit te brengen, probeerde ze dat nog te blokkeren.

Tevergeefs, want het nummer werd toch uitgebracht en groeide, tegen haar eigen verwachtingen in, uit tot een wereldhit.

Het behaalde de eerste plaats in de hitparades van zowel Vlaanderen als Nederland.

Petula Clark zong later ook succesvolle versies in het Frans (C’est ma chanson), Duits (Love, so heisst mein Song) en Italiaans (Cara felicità).

Het succes van het lied stond in schril contrast met de ontvangst van de film.

“A Countess from Hong Kong” was een flop in de VS (waar het slechts 2 miljoen dollar omzette) en de rest van Europa.

De enige uitzondering was Italië, waar de film wel een succes werd. Uiteindelijk was het dankzij het enorme succes van de filmmuziek dat de film toch nog uit de kosten kwam.