Het Bewogen Leven en de Swing van Harry James

Harry Haag James was een van de invloedrijkste en meest virtuoze trompettisten uit het swing- en bigbandtijdperk.

Dit jaar is het precies 110 jaar geleden dat hij werd geboren. Opgegroeid in het circus als zoon van een kapelmeester en een trapeze-artieste, stond hij als kind al op het podium.

Bij reizende gezelschappen zoals het Mighty Haag Circus en het Christy Brothers Circus begon zijn carrière op een heel bijzondere manier: als vierjarige werkte hij er als slangenmens onder de artiestennaam ‘the Human Eel’ (de Menselijke Aal), en als zevenjarige viel hij al in als drummer van de circusband.

Toen hij door een medische ingreep moest stoppen met acrobatiek, leerde hij onder de uiterst strenge leiding van zijn vader trompet spelen.

Dat bleek zijn ware roeping.

Op twaalfjarige leeftijd leidde hij in het circus al de tweede band van de show.

Dit zware circusleven gaf hem niet alleen een ijzersterke longinhoud en een feilloze techniek op de trompet, maar vormde ook de basis voor zijn unieke podiumuitstraling.

James speelde niet zomaar muziek; hij wist hoe hij een zaal moest inpalmen.

Met zijn rijke, uitgesproken vibrato, explosieve hoge noten en een doordringende, warme toon trok hij direct alle aandacht naar zich toe.

Hij combineerde een weergaloze virtuositeit met flair, dramatische dynamiek en een glamoureuze podiumaanwezigheid die het publiek betoverde.

Zijn stijl was niet ingetogen of schroomvallig, maar groots, meeslepend en gemaakt voor het vermaak van massa’s.

Zijn echte doorbraak kwam in 1936, toen hij toetrad tot het beroemde orkest van Benny Goodman.

Met zijn krachtige geluid en podiumuitstraling werd hij al snel een van de absolute blikvangers van het swingtijdperk.

In datzelfde jaar trouwde hij met de jazzzangeres Louise Tobin. Het huwelijk eindigde in 1943

In 1939 besloot James voor zichzelf te beginnen en richtte hij zijn eigen bigband op.

Dat bleek een gouden greep, want in datzelfde jaar ontdekte hij een nog onbekende 23-jarige zanger genaamd Frank Sinatra.

Samen namen ze nummers op als ‘All or Nothing at All’, wat een paar jaar later uitgroeide tot een gigantische hit.

Hoewel hij de swing toen niet volledig achter zich liet, werd zijn stijl geleidelijk commerciëler.

Virtuoze hoogstandjes als ‘Ciribiribin’ en ‘The Flight Of The Bumble Bee’ hielden hem nog een hele poos populair, en zijn technische vaardigheid dwong steevast respect af.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog beleefde Harry James zijn absolute commerciële hoogtepunt.

Met romantische en meeslepende krakers als ‘You Made Me Love You’ en ‘Sleepy Lagoon’ groeide zijn orkest uit tot de populairste band van Amerika.

Zijn status als superster werd nog verder versterkt door zijn privéleven en glamour.

In 1943 trouwde hij met Hollywood-icoon en pin-up Betty Grable, waarmee ze een van de beroemdste celebritykoppels van hun tijd vormden.

Ze hadden elkaar ontmoet tijdens de opnames van de muzikale film ‘Springtime in the Rockies’ (1942).

Het paar was een absolute publieksfavoriet en een geliefd onderwerp in de roddelbladen.

Onder de Amerikaanse soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstond zelfs de bekende slogan: “I want a girl just like the girl that married Harry James”.

Samen kregen ze twee dochters, Victoria en Jessica.

Het huwelijk bleef uiteindelijk 22 jaar duren, maar was verre van een sprookje achter de schermen.

Het stel deelde grote passies buiten de muziek en film om; zo waren ze allebei verknocht aan paardenraces.

Ze bezaten hun eigen ranch in Calabasas en een stal met succesvolle volbloedracepaarden die diverse grote races wonnen.

Achter de schermen kampten ze echter allebei met overmatig alcoholgebruik, gokverslavingen en wederzijdse ontrouw.

In 1965 kwam er definitief een einde aan hun huwelijk met een echtscheiding, al bleven ze tot Betty’s overlijden in 1973 op vriendschappelijke voet met elkaar omgaan.

Twee jaar na zijn scheiding van Betty Grable stapte James op 27 december 1967 in Reno opnieuw in het huwelijksbootje.

Zijn derde vrouw was de 27-jarige Joan Boyd, een voormalige showgirl uit het bruisende nachtleven van Las Vegas, waar James in die tijd een graag geziene performer was.

Het leeftijdsverschil van maar liefst 24 jaar (James was destijds 51) en de opvallende verschijning van zijn minirok dragende bruid trokken veel aandacht in de pers.

Samen kregen ze één kind (een zoon, Michael), wat het totale aantal kinderen van James op vijf bracht.

Dit derde huwelijk bleek echter van zeer korte duur en hield geen stand: na ruim twee jaar vroeg Joan in maart 1970 de echtscheiding aan op grond van onoverkoombare verschillen.

Na de breuk met Joan Boyd bleef James ongehuwd tot aan zijn overlijden.

James was regelmatig te zien in muzikale Hollywoodfilms en vulde moeiteloos de grootste zalen.

Toch brokkelde zijn enorme populariteit na de oorlog langzaam af.

In de jaren vóór augustus 1961 was hij wat naar de achtergrond geraakt en dreigde hij te worden gezien als een van de vele ‘vergeten mannen van de jazz’.

Als kostwinner maakte hij zich daar waarschijnlijk geen zorgen om, want financieel zat hij er warmpjes bij.

Maar als gedreven musicus kon hij de tijd niet vergeten waarin hij zalen vol publiek in vervoering bracht met zijn feilloos swingende blaaswerk, met name in de tweede helft van de jaren dertig.

James besefte dit terdege en wilde zich er niet bij neerleggen.

Hij greep in en stapte over naar de nieuwe platenfirma MGM.

Met zijn album ‘Harry James And His New Swingin’ Band’, uitgebracht in 1959 en bij ons verkrijgbaar in 1960, liet hij zien dat hij zijn muzikale koers grondig verlegde.

Het album werd destijds door velen zelfs beschouwd als een van de beste bigband-albums van die periode.

Zijn ‘New Swingin’ Band’ zat ontegenzeggelijk sterk in elkaar. Alle elf nummers lieten de kwaliteit van het album horen: ‘Shiny Stockings’, ‘How Deep Is The Ocean’, ‘Slats’, ‘Blues Like’, ‘Cotton Tail’, ‘To Close For Comfort’, ‘Kingsize Blues’, ‘M-Squad Theme’, ‘Deep Purple’, ‘Walkin” en ‘Get Off The Stand’.

Het was pure swing, nauw verwant aan de stijl van Count Basie.

Het nummer ‘Get Off The Stand’ verdiende speciale aandacht. Ernie Wilkins, de vaste arrangeur van de band, schreef dit stuk op uitdrukkelijk verzoek van James.

Het begon met het voltallige orkest, waarna diverse solisten en secties achtereenvolgens werden gelanceerd om vervolgens stil te vallen, waarna uiteindelijk alleen de ritmesectie overbleef om het nummer af te sluiten.

Met deze indrukwekkende eerste MGM-langspeler liet Harry James zien dat zijn nieuwe band ruimschoots in staat was om hem definitief te bevrijden van het etiket ‘vergeten man van de jazz’.

Ook de opvolger ‘Harry James… Het album ‘Today!’ uit 1961 was meer dan goed.

Critici en pers merkten op dat Harry James met dit album de strijksectie en vocalisten achterwege liet om een rauwere, modernere bigband-sound neer te zetten.

De arrangementen (onder andere van Ernie Wilkins en Neal Hefti) leunden zwaar op de stuwende, bluesy swingstijl van Count Basie.

Recensenten benadrukken dat hij in deze periode zijn eerdere commerciële ‘schmaltz’ inruilde voor geloofwaardige en vlijmscherpe jazzsolo’s.

Zijn trompetspel was daarin krachtig en loepzuiver, wat onder meer te horen was op klassiekers als ‘Undecided’, ‘Satin Doll’, ‘King Porter Stomp’ en ‘Take the ‘A’ Train’.

Door over te schakelen op deze meer op jazz en strakke swing gerichte stijl bewees hij opnieuw zijn artistieke kracht en bleef hij tot kort voor zijn overlijden in 1983 vol passie optreden.

Toen bij James in 1983 kanker werd geconstateerd (maligne lymfoom), bleef hij doorspelen; zijn laatste concert gaf hij op 26 juni 1983, kort voor zijn overlijden.

In hetzelfde jaar werd hij opgenomen in de Georgia Music Hall of Fame.

Het orkest met de naam van Harry James is nog steeds actief en wordt geleid door de trompettist Fred Radke.

De inmiddels tachtigjarige trompettist staat al sinds 1989 onafgebroken aan het roer van deze legendarische bigband.

Hij nam destijds de leiding over na het overlijden van zijn mentor en oorspronkelijke bandleider Harry James in 1983.

Tijdens de optredens brengt het orkest nog altijd de originele arrangementen en de kenmerkende swing-sound uit het gouden bigband-tijdperk.

Radke neemt daarbij zelf de iconische trompetsolo’s van Harry James voor zijn rekening.

Ze treden nog regelmatig live op in theaters en concertzalen, voornamelijk binnen de Verenigde Staten.

In november 2026 keert Fred Radke bovendien terug als artist in residence bij het Hillsdale College in Michigan, een jaarlijkse traditie waarbij hij masterclasses geeft en concerten dirigeert.

Vandaag is het ook al 15 jaar geleden dat Amy Winehouse is overleden.

Amy vormde op haar tiende al met haar vriendin Juliette het duo Sweet ‘n’ Sour dat vooral door Salt ‘n’ Pepa beïnvloed werd.

Op haar 14de schaft ze zich een gitaar aan en begint ze eigen liedjes te schrijven.

Nadat ze (wegens een neuspiercing) van de Sylvia Young Theatre School werd gegooid, zette Amy haar opleiding voort aan de befaamde BRIT School.

Dankzij de bevriende soulzanger Tyler James komen haar demo’s terecht bij Simon Fuller, de ex-manager van The Spice Girls.

Amy debuteert in 2003 met het album ‘Frank’.

De eerste single ‘Stronger Than Me’ levert haar in 2004 de Ivor Novello Award op. Dat is de prijs voor de beste song en compositie die jaarlijks in Groot-Brittannië wordt uitgereikt.

Datzelfde jaar staat ze op Glastonbury en het Montreal International Jazz Festival.

In tegenstelling tot het eerder jazzy ‘Frank’ kiest ze in 2007 voor de opvolger ‘Back In Black’ voor een combinatie van soul, rhythm ‘n’ blues en de 60s-pop van meidengroepen als The Ronettes en The Shirelles.

Ze huurt de befaamde Sharon Jones en haar Dap-Kings in als backinggroep.

In de lente van 2006 draait DJ/producer Mark Ronson de eerste demo’s in zijn programma op een Amerikaans radiostation.

Amy had een inventieve manier om haar songs te promoten.

Ze stak een cd in de taxi van haar vader Mitch, zodat veel mensen kennismaakten met haar muziek.

Het door Ronson geproduceerde ‘Back In Black’ is een doorslaand succes. Het wordt het best verkochte album van 2007 in Groot-Brittannië.

Op de uitreiking van de Grammy Awards wordt ze de eerste Britse zangeres die 5 Grammy’s wint.

Ze mag de prijs voor o.a. beste popalbum en beste song in ontvangst nemen en ze wordt genomineerd voor beste album.

De plaat levert 5 hitsingles op en gaat wereldwijd meer dan 13 miljoen keer over de toonbank.

Alleen al in de UK worden er 3,5 miljoen stuks van verkocht.

Het was gedurende een tijd de bestverkochte plaat van de 21ste eeuw, totdat ‘21’ van Adele in 2011 deze passeerde.

‘Valerie’, een cover van The Zutons, is in veel landen haar grootste hit.

Het nummer staat op ‘Version’, het tweede studioalbum van Mark Ronson.

In Nederland wordt het een n°1-hit, in Vlaanderen komt ze niet verder dan n°18.

Later wordt de single ook toegevoegd aan de deluxe-editie van de plaat. In de Ultratop 50 is ‘Rehab’ het succesvolst.

Het is bij ons haar enige top 10-hit.

De 3de single ‘Back To Black’ gaat over Amy’s tumultueuze relatie met Blake Fielder-Civil.

En vooral de nasleep van hun breuk nadat hij haar liet zitten voor een ander.

De term “back to black” verwijst naar haar terugval in een depressie en de bijbehorende drank- en drugsverslaving.

De single werd vooral een groot succes in de Duitstalige landen (top 10) en Griekenland, waar het een n°1-hit werd.

Amy kan het succes echter moeilijk plaatsen en verliest zich steeds meer in de drank. In relaties kent ze ook bitter weinig geluk.

Optredens moet ze meer en meer afzeggen of vroegtijdig stopzetten, omdat ze niet in staat is om op een podium te staan.

Ze komt dan ook steeds meer op een negatieve manier in het nieuws.

Plannen voor een nieuw album worden vanwege haar toestand steeds weer uitgesteld.

Totdat het licht definitief uitgaat op 23 juli 2011.

Er worden postuum nog twee singles uitgebracht, ‘Our Day Will Come’, een Amerikaanse n°1 voor Ruby & The Romantics, enkel in IJsland en Japan een hit, en ‘Body & Soul’, haar laatste opname en een duet met Tony Bennett.

Daarna volgt het postume album ‘Lioness: Hidden Treasures’ (n°3 in de Ultratop Album Top 100) met vroegere opnames, geselecteerd door Mark Ronson.

Tony Bennett en Amy Winehouse met hun nummer Body and Soul

Hun paden kruisten elkaar in maart 2011 in de beroemde Abbey Road Studios in Londen voor de opname van de klassieke jazzstandaard Body and Soul.

Dit legendarische nummer heeft zelf ook een rijke geschiedenis die teruggaat tot 1930.

Het werd gecomponeerd door Johnny Green, met tekst van Edward Heyman, Robert Sour en Frank Eyton.

Oorspronkelijk werd het geschreven in Londen voor actrice Gertrude Lawrence, maar het groeide in de Verenigde Staten al snel uit tot een ware sensatie na de uitvoering door Libby Holman in de Broadway-revue Three’s a Crowd.

Al in de jaren dertig omarmde de jazzwereld het stuk gretig; grote namen als Louis Armstrong en het Benny Goodman Trio maakten er vroege opnames van.

De absolute mijlpaal voor het nummer kwam in 1939 met de legendarische instrumentale uitvoering van saxofonist Coleman Hawkins, die met zijn grensverleggende improvisaties de basis legde voor de moderne jazz en van Body and Soul de ultieme jazzklassieker maakte.

Deze samenwerking in 2011 bleek achteraf een historisch en emotioneel moment te zijn, aangezien het de allerlaatste studio-opname van Winehouse werd voor haar vroegtijdige overlijden in juli van datzelfde jaar.

Tijdens de sessie toonde Bennett zich een geduldige mentor, wat Winehouse hielp om haar zenuwen te overwinnen en een adembenemende prestatie neer te zetten.

De chemie tussen de ervaren veteraan en de jonge vocaliste was voelbaar in elke noot, waarbij hun stemmen naadloos samensmolten in een melancholische vertolking.

Het nummer werd uiteindelijk uitgebracht op het album Duets II van Bennett en won later een Grammy Award.

De opbrengst van de single ging naar de Amy Winehouse Foundation om jongeren te ondersteunen.

Body and Soul blijft hierdoor niet alleen een muzikaal hoogtepunt, maar ook een blijvend monument voor de verbinding tussen twee generaties topmuzikanten.

Vandaag, 75 jaar geleden, op 2 maart 1950 werd Karen Carpenter geboren.

Samen met haar broer, Richard, die op 15 oktober 1946 ter wereld kwam, vormde ze het wereldberoemde duo The Carpenters.

Nadat Karen zangles had genomen, daarvoor was ze namelijk drumster en het duo koos voor een meer toegankelijk repertoire, tekenden ze een platencontract.

Hun eerste album, “Offering”, leek te floppen, maar toen “Ticket To Ride” alsnog een hit werd, werd het album omgedoopt tot “Ticket To Ride” en verkocht het goed.

Het door Burt Bacharach en Hal David geschreven nummer “Close To You” werd een wereldhit voor The Carpenters.

Ondanks hun brave imago wisten Karen en Richard ook serieuze popliefhebbers te overtuigen met hun vertolking van Leon Russell’s “Superstar”, waarmee ze in 1971 in Vlaanderen en Nederland een hit scoorden.

Vele hits volgden, waaronder “Jambalaya”, “Please Mr. Postman” en “Yesterday Once More”. In 1973 beleefden The Carpenters hun topjaar met het album “Now & Then” en de compilatie “The Singles 1969-1973”, die hoog in de hitlijsten stonden.

Daarna werd de formule met teruglopend succes uitgemolken.

Bovendien eiste het succes zijn tol. Richard was lange tijd verslaafd aan drugs.

Karen overleed op 4 februari 1983 aan de indirecte gevolgen van haar ziekte Anorexia Nervosa.

Karen Carpenter’s strijd tegen anorexia nervosa had toen een grote impact op het publieke debat over eetstoornissen.

Haar openheid over haar ziekte heeft geholpen om het stigma rond psychische problemen te verminderen.

Naar aanleiding hiervan trad onder anderen Lady Di naar buiten met haar eetstoornis.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

De terugkeer van de Carpenters (Joepie 5 juli 1981)

Gisteren nog vandaag

Ook al 40 jaar geleden, de Amerikaanse soulzanger J. Blackfoot met zijn hit Taxi.

Het nummer werd geschreven en geproduceerd door Homer Banks en Chuck Brooks.

J. Blackfoot, wiens echte naam John Colbert was, begon zijn carrière, als leadzanger van de groep Bar-Kays.

Daarna, was hij lid van The Soul Children, die verschillende hits had in de jaren 60 en 70.

Na het uiteenvallen van de groep in 1979, begon hij een solocarrière.

Zijn debuutalbum City Slicker, uitgebracht in 1983, waar Taxi op stond, was zijn succesvolste album.

Hij had ook nog andere kleine hits, zoals Just One Lifetime, I Stood on the Sidewalk en Hearsay.

Hij bleef actief als zanger tot aan zijn dood in 2011 op 65-jarige leeftijd.

De droomreis van Taco naar Amerika.

Taco Ockerse is een in Indonesië geboren Nederlandse zanger en entertainer die zijn carrière begon in Duitsland.

Hij is vooral bekend met zijn single Puttin’ On The Ritz, een compositie van Irving Berlin die eerder werd gezongen door Fred Astaire.

De single kwam uit in 1982 op het album After Eight en werd een groot succes in Amerika, waar hij meer dan een miljoen exemplaren verkocht en de vierde plaats bereikte in de Billboard Hot 100.

In Nederland haalde het nummer de twaalfde plaats in de Top 40.

Taco zong in een oude stijl, maar met begeleiding van synthesizers en vocoders.

De opvolger Singin’ In The Rain scoorde minder goed in de hitparade.

Een ander cover van hem is Cheek to Cheek, dat de tipparade haalde in 1983.

Na zijn doorbraak toerde Taco uitgebreid door Europa en verscheen hij in verschillende tv-shows.

Zijn tweede album, Let’s Face The Music, kwam uit in 1984 en bevatte vooral covers van klassieke nummers.

Taco’s repertoire is later moderner en diverser geworden en hij heeft ook dance- en disco-nummers gezongen.

Hij vormt ook de groep Taron X met Ronald Hoth.

Taco woont tegenwoordig in Duitsland en is getrouwd met de Amerikaanse zangeres Inga Rumpf.

Gisteren nog vandaag

35 jaar geleden, Elton John en zijn vrouw Renate Blauel gaan scheiden.

Ze leerde elkaar kennen in 1983 tijdens de afwerking van zijn album Too Low For Zero in CBS Studios in Londen.

Renate Blauel werkte daar toen als geluidstechnicus.

Tijdens de voorbereidingen van de Too Low for Zero tour in Australië maakte ze deel uit van de entourage.

Een week voor de start van de Too Low for Zero tour, vroeg Elton John op 10 februari 1983, tijdens een diner in een Indiaas restaurant, haar ten huwelijk.

Ze accepteerde en de verloving werd de volgende dag aangekondigd.

Het huwelijk vond slechts drie dagen later plaats, op Valentijnsdag.

Elton John was toen 36 en Renate 28.

De bruiloft vond plaats in de Anglicaanse kerk van St. Mark in Darlinghurst, een buitenwijk van Sydney, Australië.

Het stel ging vier jaar later vriendschappelijk uit elkaar.

Een jaar later, in november 1988 was het koppel officieel gescheiden.

Renate Blauel kreeg een landhuis in Surrey en vijf miljoen pond en zou volgens sommige bronnen nog steeds steun krijgen.

Trouwens Elton John zegde nooit iets slechts over haar en dat komt, doordat hij toen voor het huwelijk zwaar verslaafd was aan drugs en alcohol. Dankzij haar steun is hij gestopt met al die verslaafde producten;

Kort na hun scheiding vertelde Elton aan Rolling Stone dat hij homo was, niet biseksueel.

In 2014 trouwde hij met zijn oude partner David Furnish en ze hebben nu twee zonen samen, Zachary (geboren in 2010) en Elijah (geboren in 2013).

Renate Blauel leefde een teruggetrokken leven in het Verenigd Koninkrijk tot het begin van de jaren 2000.

Ze zou nu wonen in Duitsland om voor haar ouders te zorgen.

The Police legt maskers af.

In de zomer van 1983 verscheen ‘Synchronicity’, het 5de en laatste studioalbum van The Police.

Dat jaar braken ze ook door in de VS. ‘Every Breath You Take’ bereikte de top van de Billboard Hot 100 en ‘Synchronicity’ ging alleen al in de VS 8 miljoen keer over de toonbank.

Vier singles werden wereldwijde hits en in 1984 verzilverde The Police 3 van de 5 Grammy-nominaties.

De meeste nummers waren geïnspireerd op het boek ‘The Roots Of Coincidence’ van Arthur Koestler dat vooral thema’s als parapsychologie, psychokinese en buitenzintuiglijke waarneming bevat. ‘Wrapped Around Your Finger’, waarin mythologische en literaire referenties te horen zijn, was in september 1983 de opvolger voor ‘Every Breath You Take’.

De single werd in Vlaanderen een top 15-hit en stond in de UK (n°7), Spanje (n°2), Frankrijk (n°6), Canada (n°10) en de VS (n°8) in de top 10. In Ierland scoorde The Police er een n°1-hit mee.

De videoclip werd geregisseerd door Godley & Creme.

In totaal verkocht The Police meer dan 75 miljoen albums en singles. In 1986 gingen ze pas officieel uit elkaar(Joepie 17 december 1983)

40 jaar geleden, The Nits met hun single Sketches Of Spain.

De titel van het nummer is een verwijzing naar een album van jazzlegende Miles Davis uit 1960, maar de tekst gaat over de Spaanse Burgeroorlog die van 1936 tot 1939 woedde.

Het nummer is geschreven door zanger en gitarist Henk Hofstede en pianist Robert Jan Stips en verscheen op het minialbum Kilo dat in 1983 werd uitgebracht.

In Vlaanderen bereikte het nummer niet de hitparade.

Sketches Of Spain was wel een bescheiden hit in Nederland: het haalde de 23e plaats in de TROS Top 50, de 24e plaats in de Top 40 en de 28e plaats in de Nationale Hitparade.