30 jaar geleden, Hugo Schiltz toen Vice eerste minister en minister van begroting

De Tweede Wereldoorlog geeft het leven van de jonge Schiltz een beslissende wending.

Als diepgelovige tiener is hij lid van de Nationaalsocialistische Jeugd Vlaanderen.
Na de bevrijding wordt hij hiervoor enige tijd opgesloten.

In 1955 trouwde hij met zijn achternicht Garda Schiltz.
In 1959 verkozen in de gemeenteraad van Antwerpen als onafhankelijke op de CVP lijst.
Vanaf 1965 was hij lid van de Volksunie.

Hij was één van de vaders van de federale staat en vervulde na het Egmontpact van 1977 sleutelfuncties in veel regeringen.


In 1982 schreef hij een boek met als titel Macht en onmacht van de Vlaamse Beweging.
Hugo Schiltz was in 1989, vice eerste minister en minister van begroting.
In 1995 werd hij benoemd tot Minister van Staat, en werd alzo lid van de Kroonraad.
Hij bleef politiek actief als schepen van Financiën, Economie en Toerisme in Antwerpen tot het jaar 2000.


In 2001 bij de splitsing van de Volksunie, sloot hij zich – evenals onder andere Bert Anciaux, Lionel Vandenberghe en Nelly Maes – aan bij Spirit.


Na zijn schepen ambt werd hij opnieuw actief in de advocatuur.


Eerst bij Ernst & Young en Peeters Advocaten, daarna richtte hij Laurius-Schiltz-Verschroeven ADVC op, samen met Guido Verschroeven, voormalig hoofd van de juridische dienst van Boelwerf.


Hij was ook lid van de raden van bestuur van de Argenta Groep.
Schiltz was vanaf 2002 ook voorzitter van de Vlaamse Opera en erevoorzitter van het Flanders Fashion Instituut (FFI) in Antwerpen.

Schiltz overleed uiteindelijk op 78-jarige leeftijd aan de gevolgen van leukemie in het Universitair Ziekenhuis van Antwerpen in Edegem.

Op 22 augustus 2006 vond de begrafenis van Schiltz plaats in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen.


Testamentair had Schiltz aangegeven geen staatsbegrafenis te willen vanwege zijn Vlaams-nationalistische levenswandel, dit hoewel hij daar als Minister van Staat recht op had.

Schiltz werd in een witte kist de kathedraal binnengedragen.


Op vraag van de familie waren er geen vlaggen in de kathedraal aanwezig.

De sobere uitvaartmis werd massaal bezocht, door veel Vlamingen, politici en ook Nederlandse Groot-Nederlanders en EVA-partners, in totaal zo’n 1200 personen.
De aansluitende uitvaart vond in besloten familiekring plaats. Schiltz kreeg zijn laatste rustplaats op het Schoonselhof.


Zijn zoon, Willem-Frederik Schiltz is Vlaams parlementslid en districtsraadslid in Antwerpen namens de Open VLD.(Diverse bronnen, biografie Hugo’s heilige vuur van Paul Huybrechts, Wikipedia en Foto’s uit De Post van 15 december 1989)

Hugo Schiltz in de Post van 15 december 1989
Hugo Schiltz in de Post van 15 december 1989

70 jaar geleden, te gast in het droomkasteel ‘Le Palais Idéal’ van de postbode Cheval.

In het plaatsje Hauterives in de Drôme staat een exotisch bouwsel dat iets weg heeft van de tempels van Angkor.

Geen hoek van Le Palais Idéal is recht en de muren zijn versierd met de vreemdste stenen, schelpen, exotische dieren en wezens.

Dit is het aandoenlijke levenswerk van Facteur Cheval, een postbode die in 1879 zijn voet stootte tegen een gek uitziende steen.

Hij voelde een roeping en besloot het paleis van zijn dromen te bouwen, speciaal voor zijn jonge dochter.

In 30 jaar (en totaal 90.000 manuren) verrees een heus paleis met verwijzingen naar bouwstijlen uit alle continenten.

Want postbode Cheval vond zijn inspiratie op de ansichtkaarten die hij bezorgde.

In zwart-foto’s van hindoe-tempels, moskeeën en Egyptische grafkamers.

Verleden jaar kwam de Franse film L’Incroyable destin du Facteur Cheval uit.

In de film zien we hoe Facteur Cheval die een hoop te verduren krijgt in zijn leven.

Zo verliest hij de ene na de andere geliefd.

Maar zijn paleis blijkt een soort reddingsboei, een reden om door te gaan, ook al begrijpt alleen zijn dochter waar hij mee bezig is.

Een mooi moment in de film is als zijn vrouw (Laetitia Casta) naar hem lacht, als hij een eerste lintje krijgt van de burgemeester.

Jarenlang vond zij zijn project net zo vreemd als de andere dorpsbewoners. Maar nu realiseert ze zich trots dat mensen van verre komen om zijn paleis te bewonderen.

Facteur Cheval is ineens geen lokale gek meer, maar de held van een eenvoudig dorpje in de Drôme.

Bijna een eeuw na zijn dood blijft dat een hele mooie reden om zijn Palais Idéal eens te bezoeken.

Le Palais Idéal en het museum over Facteur Cheval in Hauterives is dagelijks open en de inkom is €8 (volw.) en €5 (kinderen). Meer informatie: www.facteurcheval.com. (Diverse bronnen,Sabine Dekker, Wikipedia en Foto’s 1 tot en met 5 afkomstig uit het Tijdschrift Ons Volk november 1949, Foto 6 en 7 Facteur Cheval en zijn gezin )

Helmut Zacharias met het mooie nummer Paris by Night

Het nummer staat op de B-kant van de single This is my Song (1967)

Het nummer is geschreven door Noël Lambré en Jack Tubor en ik heb altijd een zwak gehad voor dit nummer.

Helmut Zacharias werd geboren in Berlijn als zoon van een zangeres en een violist-dirigent.

Vanaf zijn 2 ½ jaar kreeg hij vioollessen van zijn vader en vanaf zijn zesde speelde hij in de Faun club, een cabaret in Berlijn.

Twee jaar later volgde hij les in de Gustav Havermann’s masterclass van de Muziekacademie van Berlijn, als jongste (tot dan toe) student.

Nog eens drie jaar later (’31) was hij voor de eerste maal te beluisteren op de radio, waar hij Mozarts Vioolconcert nr 3 in G-Major uit 1775 speelde.

Op 14-jarige leeftijd (’34) begon hij te toeren.[3] Rond dezelfde periode werd hij sterk beïnvloed door de all-string jazzbands van Django Reinhardt en Stéphane Grappelli’s, wier platen beschikbaar werden in Duitsland.

In 1940 werd hij “ontdekt” door de Duitse EMI-afdeling Lindström-Electrola, een jaar later had hij een eerste hit met Schönes Wetter Heute.

In de jaren 50 werd hij beschouwd als één van de beste jazzviolisten van Europa en werd geroemd als The Magic Violinist en Germany’s Mr. Violin.

Zijn grootste succes boekte hij op 22 september 1956 toen zijn nummer When the White Lilacs Bloom Again de twaalfde plaats bereikte in de Billboard Hot 100.

Een ander hoogtepunt bereikte hij met het nummer Tokyo Melody, de officiële hymne van de Olympische Zomerspelen van 1964 te Tokyo. Het nummer bereikte op 21 nobember 1964 de negende plaats in de UK Singles Chart.

In de late jaren 50 migreerde hij naar Zwitserland en trad hij op met veel bekende artiesten zoals Yehudi Menuhin.

Tussen 1968 en ’73 had hij een eigen televisieshow en in 1985 ontving hij een medaille van de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland.

In 1995 werd vastgesteld dat hij aan alzheimer leed en twee jaar later trok hij zich terug uit het publieke leven. Hij stierf in 2002 in Brissago te Zwitserland en is begraven op het Friedhof Ohlsdorf te Hamburg.

Hij was gehuwd met Hella van 1943 tot aan zijn dood en samen hadden ze drie kinderen. Zijn zoon Stephan schreef onder andere de soundtrack van de film Der Untergang (2004). (diverse bronnen en foto december 1959)

Helmut Zacharias