60 jaar geleden Farah Diba naar de opera van Parijs.

Farah Diba werd in 1938 geboren in de stad Tabriz (Iraans Azerbeidzjan).

Als kind ging ze naar de Italiaanse school en daarna naar de Jeanne d’Arc-school in Teheran, waar ze onder andere vloeiend Frans leerde spreken.

Na haar examen vertrok ze naar Parijs voor een studie architectuur.

In Frankrijk leerde ze de sjah kennen toen ze met een groepje studenten uit haar eigen land werd uitverkoren om de sjah te ontmoeten, die voor een werkbezoek in Frankrijk was.

De sjah, net gescheiden van Soraya, was in die tijd op zoek naar een nieuwe vrouw.

Tijdens de zomer van 1959 werd ze uitgenodigd door prinses Shahnaz, de dochter van de sjah uit diens eerste huwelijk.

Ook de sjah kwam die middag ‘toevallig’ langs, en zo ontstond er een zorgvuldig georkestreerde relatie tussen Farah en de sjah.

Terug in Frankrijk voor haar studies kreeg de wereld te horen dat de sjah haar op 14 oktober 1959 ten huwelijk vroeg.

Vanaf dan was de pers in Parijs overal aanwezig om haar doen en laten te volgen.

Zoals ook een opera bezoek in Parijs en dit om de opera Carmen van Georges Bizet te zien.

Op 21 december van datzelfde jaar werd het huwelijk voltrokken.

Farah Diba kreeg vier kinderen met de sjah: twee zoons (Reza en Ali Reza) en twee dochters (Farahnaz en Leila).

Toen de sjah in 1979 vanwege de Iraanse revolutie zich genoodzaakt zag het land te verlaten, gingen Farah Diba en zijn kinderen met hem mee.

Farah bleef de afgezette sjah trouw tot zijn dood in Caïro in 1980.

Na de dood van de sjah gaf de Egyptische president Sadat de keizerin en haar kinderen toestemming in een paleis in Caïro te verblijven.

Na de moord op Sadat in oktober 1981 verliet ze Egypte.

De Amerikaanse president Ronald Reagan liet Farah weten dat ze welkom was in Amerika.

In eerste instantie vestigde Farah zich in Williamstown (Massachusetts).

Later kocht ze een huis in Greenwich (Connecticut).

Na de dood van haar dochter Leila in 2001 kocht ze een kleiner huis in Potomac (Maryland), nabij Washington D.C., om zo dichter bij haar zoon en kleinkinderen te zijn.

De voormalige keizerin verdeelt haar tijd sindsdien tussen Washington, New York, Parijs en Caïro.

In 2003 bracht ze een boek uit over haar herinneringen aan Perzië en haar ballingschap.

Op 10 juni 2001 overleed haar dochter Leila aan een overdosis slaapmiddelen.

Op 4 januari 2011 pleegde een van haar zoons, Ali Reza, zelfmoord.(Diverse bronnen en Wikipedia)

Vandaag 30 jaar geleden, de productie Vulvania van Jan Decorte en Cie in première.

Decorte heeft zijn drieluik over de Existentiële Prins herhaaldelijk de Aidstrilogie genoemd.

Onderbroekenlol, flauwekul, absoluut amateurisme, allemaal omschrijvingen die op Jan Decortes Naar Vulvania perfekt toepasbaar zijn.

Ware het niet dat Jan en de zijnen (Sigrid en Chantal in dit geval) niet onnozel of amateuristisch zijn.

Ze zetten je, en je zit er dan nog mee te lachen ook, voortdurend op het verkeerde been.Het cliché van de.stand-up comedian, het cliché van de amateur theatermaker in een lokaal gezelschap, het cliché van de schlemiel die verstrikt raakt in zijn eigen onhandigheden, het cliché ten slotte van de psychedelische trend (door Decorte zelf uit de Brusselse lucht geplukt en tot persoonlijk waarmerk verheven), het wordt allemaal tot een absoluut toppunt gedreven.

Het zou best mogelijk zijn om aan dit stuk een volledige theorie op te hangen over de stand van zaken in de kunst volgens Decorte.

Maar zo’n interpretatie glijdt van het stuk af als water. Ze houdt nooit echt steek, je kunt Decorte nergens op vastpinnen, zelfs niet op het feit dat hij niet kan spelen.

Als hij op het einde, op bevel van Sigrid Vinks, doodvalt op muziek van Lenny Kravitz’ “Let love rule” heeft dat een ondoorgrondelijke ironie: je weet echt niet of hij dat nu leuk en psychedelisch vindt, of evengoed gewoon flauwekul zoals zijn eigen stuk.

En Decorte zal wel de laatste zijn om hierover enige opheldering te verschaffen. En dat in hoofdzaak, omdat hij misschien wel beide tegelijk denkt.Anders gezegd, de “boodschap” van het stuk is kort en bondig: stop met denken.

Denken hier te begrijpen als het voortdurend opwerpen van intellectuele (ideologische) raamwerken tegen wat je ziet, het voortdurend zoeken naar een “diepere” waarheid, van welke aard ze ook mogen wezen.

Het bevrijdende gelach dat daarvan uitgaat, zit gewoon ingebakken in Naar Vulvania, het wordt nergens gezegd, uitgelegd, opgedrongen.

Dat we allemaal bezig zijn met seks, het is geen aanleiding tot handenwringend gepsychologiseer, het is aanleiding voor een ijzersterke schlager: “Ik ben de man die het niet kan, Zwabidim, Zwabidoem”.

Het enige wat je je zou kunnen afvragen is of dit zottekesspel nu per se over drie afleveringen uitgesmeerd moest worden. Gewoon omwille van de lol? (Diverse bronnen, De Standaard en De Post van 15 december 1989)