
40 jaar geleden, de Ekologen maken reclame voor de Mini van Austin-Morris (november 1979)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Jacques Mesrine droeg de alias ‘de man met de duizenden gezichten’, en was verantwoordelijk voor misdaden vooral in Frankrijk, maar ook in Canada, de Verenigde Staten, Spanje en één keer in Zwitserland.
Eind jaren ’50 vocht hij aan Franse zijde in de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog. In 1959 keerde hij terug naar Frankrijk.
In de twee decennia hierna zou hij een criminele reputatie opbouwen waardoor hij uiteindelijk gezien zou worden als de meest gevreesde misdadiger in Frankrijk.
Hij werd begin jaren zeventig beschouwd als de publieke vijand nummer 1 van de Franse Staat.
Op 2 november 1979 werd hij bij de Porte de Clignancourt door de politie doodgeschoten.
Het leven van Mesrine werd in 2008 verfilmd in het tweeluik L’Instinct de mort en L’ennemi public nº1, met in de hoofdrol Vincent Cassel.
De figuur van Mesrine staat ook centraal in een performance van de Belgische kunstenaar Jan Fabre, genoemd Art kept me out of jail (Diverse bronnen, De Post van 11 november 1979 en Wikipedia)






























Sinds het einde van de negentiende eeuw begraaft New York zijn arme en anonieme doden op Hart Island.
Het is een morzel grond van 50 hectare – zo’n 80 voetbalvelden groot – tussen The Bronx en Long Island.
Het is de finale rustplaats voor wel één miljoen zielen: slachtoffers van de gele koorts, aidsdoden uit de jaren 80 van de vorige eeuw, drugverslaafden uit de jaren 60, zwervers, illegalen, armen en doodgeboren baby’s.
Het is letterlijk een soort onderwereld, een godverlaten plek die alleen met een onregelmatig varende ferry bereikbaar is.
Al die verzamelde lichamen in de grond, er komen er altijd maar nieuwe bij. Verdriet dat zich al anderhalve eeuw opstapel.
De doden op het eiland worden begraven door ongevaarlijke gedetineerden van Rikers Island.
50 dollarcent per uur krijgen ze betaald en ze graven verschillende grote putten voor zo’n 1.500 lijken per jaar.
De dennenhouten kisten worden in massagraven gedumpt.
Eén grafkruis voor 150 lijken: rijen van twee kisten breed, telkens drie kisten op mekaar gestapeld, zo’n drie tot vier meter diep in de grond.
Vier keer per week komen de gevangenen de verse lijken uit verschillende mortuaria ter aarde bestellen.
Het lijkt een grimmig tafereel uit een Victoriaanse roman van Charles Dickens.Tot voor kort mocht amper iemand het eiland bezoeken.
New York schermt het gebied af en heeft het beheer ervan in handen gegeven van het gevangeniswezen.
Het is een Potter’s Field, een armenbegraafplaats.Op de zijkant van elke kist staat een nummer en de naam (als die al bekend is).
Soms zijn er enkel lichaamsdelen.
Doodgeboren of te vroeg geboren baby’s worden begraven in een put met duizend kistjes.
Soms duurt het meer dan een jaar voor die put helemaal tot de rand is gevuld en kan worden afgedekt.
De doden op het eiland worden begraven door ongevaarlijke gedetineerden van Rikers Island.
50 dollarcent per uur krijgen ze betaald en ze graven verschillende grote putten voor zo’n 1.500 lijken per jaar.
De dennenhouten kisten worden in massagraven gedumpt.Eén grafkruis voor 150 lijken: rijen van twee kisten breed, telkens drie kisten op mekaar gestapeld, zo’n drie tot vier meter diep in de grond.
Vier keer per week komen de gevangenen de verse lijken uit verschillende mortuaria ter aarde bestellen.
Het lijkt een grimmig tafereel uit een Victoriaanse roman van Charles Dickens.Tot voor kort mocht amper iemand het eiland bezoeken.
New York schermt het gebied af en heeft het beheer ervan in handen gegeven van het gevangeniswezen.
Het is een Potter’s Field, een armenbegraafplaats.
Op de zijkant van elke kist staat een nummer en de naam (als die al bekend is). Soms zijn er enkel lichaamsdelen.
Doodgeboren of te vroeg geboren baby’s worden begraven in een put met duizend kistjes.
Soms duurt het meer dan een jaar voor die put helemaal tot de rand is gevuld en kan worden afgedekt.
Het is een vreemd gevoel om zomaar rond te kuieren op Hart Island.
De meesten van ons slagen er vrij makkelijk in om zwervers en armen te negeren als ze nog leven.Als ze dood zijn, is dat nog makkelijker.
Nee, New York gaat niet zo respectvol om met mensen die het niet hebben gemaakt in deze stad waar je verzuipt als je het niet maakt.
Zonder succes en triomf eindig je in de hoofdstad van de wereld onherroepelijk op Hart Island.
De lichamen worden niet gecremeerd zoals in vele andere Amerikaanse steden. Je weet nooit dat ze lichamelijke resten moeten opgraven voor één of ander gerechtelijk onderzoek.
Soms laat een godsdienst het verassen van een lijk ook niet toe.
Hart Island heeft een lange geschiedenis. Er was ooit een gevangenis gevestigd, een ziekenhuis voor tbc-lijders, een gekkenhuis, een armentehuis, en een ontwenningscentrum voor drugverslaafden.
Ik zag er tijdens mijn bezoek zelfs verlaten raketsilo’s uit de Koude Oorlog. Allemaal ruïnes uit een verdampte tijd.
Soms spoelen er schedels aan op de oever, of stukken sleutelbeen, of dijbeenderen. Door weer, wind en erosie vermolmen de goedkope houten kisten in de zompige grond van de massagraven en spoelen ze het eiland af, om vervolgens weer aan te spoelen.
Een beetje luguber noemen ze het strand van Hart Island wel een keer Bones Beach.Hart Island is geen ordelijk kerkhof, met mooi geplaveide paadjes, sierlijke zerken of getrimde gazonnetjes.
Slechts hier en daar zie je een paar bleekgekleurde, melancholische scheve kruisen in het moerassige gras.(Diverse bronnen, Björn Soenens, Wikipedia en Foto’s november 1959)






