50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse musicus en beiaardier Jo Haazen in Antwerpen (De Post 20 juni 1971)

Jo Haazen studeerde aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium te Antwerpen en aan de Koninklijke Beiaardschool “Jef Denyn” te Mechelen.

Hij was van 1968 tot 1981 stadsbeiaardier van Antwerpen, leraar muzikale opvoeding en esthetica aan het Instituut voor Talen, Secretariaat en Toerisme ‘Van Celst’ (middelbaar onderwijs) en leraar Esperanto aan de Stedelijke Avondleergangen voor Talen te Antwerpen.

Hij was tevens plaatselijk voorzitter van het Jong-Davidsfonds, voorzitter van de Koninklijke Esperanto-vereniging ‘La Verda Stelo’ en bestuurslid van het Verbond van Vlaamse Cultuurverenigingen te Antwerpen.

Hij was medestichter en voorzitter van steinerschool “Het Rozenpoortje” te Kalmthout en promotor van “De Zonneschool”, een pluralistische vereniging voor individuele en maatschappelijke bewustwording.

Als eerste laureaat van het 8e, 9e en 10e Internationaal Beiaardconcours van het Holland-Festival te Hilversum (1966-67-68) ontwikkelde hij zich tot een van de beste beiaardiers van de huidige generatie.

Zijn concerten vanuit de Onze-Lieve-Vrouwenkathedraal te Antwerpen brachten duizenden toehoorders op de been. Hij ligt aan de basis van de renaissance van de beiaardkunst in Vlaanderen na de Tweede Wereldoorlog en wordt beschouwd als een eminentie op beiaardgebied.

Van 1981 tot 2009 was hij stadsbeiaardier in Mechelen en van 1981 tot 2010 directeur van de Koninklijke Beiaardschool “Jef Denyn”.

Hij schreef een vijfdelig methodisch leerboek voor beiaard, uitgegeven met de steun van de Vlaamse Overheid, realiseerde een aantal cd’s met beiaardmuziek en schreef verschillende publicaties over klokkenkunst en filosofische onderwerpen.Jo Haazen concerteerde in vele landen.

Hij promootte de beiaardkunst in China, Japan, Oekraïne en Rusland en werd in 2003 aangesteld als titularis-beiaardier van het Staatsmuseum voor de Geschiedenis van Sint-Petersburg (Peter-en-Paulusvesting).

Sedert 2006 is hij hoogleraar aan de Faculteit voor Kunst van de Staatsuniversiteit te Sint-Petersburg (afdeling orgel, klavecimbel en beiaard) en gastdocent aan de Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen (FVG-VUB) te Antwerpen.

In 1980 verleende de University of California, Berkeley (VSA) hem de onderscheiding “Honors of Music”.

In 1995 ontving hij van het Belgisch Ministerie van Binnenlandse Zaken de Burgerlijke Medaille Eerste Klasse.

In 2000 werd hij ‘Pro Pace et Unitate, e meritu et honoris causa’ opgenomen in de Europese Eresenaat (BVSE-UEF).

In 2004 werd hem het Erediploma van de stad Sint-Petersburg uitgereikt en onderscheidde president Vladimir Poetin hem met de Orde van de Vriendschap voor zijn “unieke bijdrage tot de wederopleving van de muziektradities in de Peter-en-Paulusvesting te Sint-Petersburg die aldaar in het leven geroepen werden door tsaar Peter de Grote”.

In 2005 werd hem in Luxemburg door de European Merit Foundation de Zilveren Medaille overhandigd “for his important activities in favor of Europe”.

In 2009 werd hij bekroond met de Christoffel Plantin Prijs, een onderscheiding die wordt uitgereikt aan personen die een bijzondere bijdrage hebben geleverd voor de bekendheid van België in het buitenland.

In 2012 werd hij gehonoreerd met een Gouden Label voor zijn ganse carrière, een onderscheiding van Klassiek Centraal, de webkrant voor de klassieke muziekliefhebber.

In 2012 werd hij Commandeur in de Kroonorde.

In 2015 werd hem door “Marnixring” te Mechelen de 8e Gaston Feremansprijs toegekend.

Op 15 december 2012 gaf hij de aanzet tot een internationaal humanitair project (UEA-UNESCO) ter aanvulling de “Universele Verklaring van de Rechten van de Mens” met amendementen over menselijke plichten.

Jo Haazen is een van de circa 25 leden tellende Snorrenclub Antwerpen. Hij werd in 1979 door hen tot eerste “Snor van het Jaar” uitgeroepen. (Diverse bronnen, Wikipedia en (De Post 20 juni 1971)

50 jaar gelede, te gast bij de Vlaamse musicus en beiaardier in Antwerpen (De Post 20 juni 1971)
50 jaar gelede, te gast bij de Vlaamse musicus en beiaardier in Antwerpen (De Post 20 juni 1971)
50 jaar gelede, te gast bij de Vlaamse musicus en beiaardier in Antwerpen (De Post 20 juni 1971)
50 jaar gelede, te gast bij de Vlaamse musicus en beiaardier in Antwerpen (De Post 20 juni 1971)

60 jaar geleden, te gast bij de Belgisch scenarioschrijver Charles Spaak en zijn gezin (De Post 11 juni 1961)

Spaak groeide op in Brussel als zoon van Paul Spaak die advocaat, dichter en toneelschrijver was en Marie Janson, de eerste vrouwelijke senator.

De politicus Paul-Henri Spaak was zijn broer.

De politica Antoinette Spaak was zijn nicht.

Zijn tweede vrouw Claudie Clèves , pseudoniem van Alice Perrier was voor een korte periode werkzaam als filmactrice en later in de jaren dertig werkte ze als scenarioschrijfster.

Het koppel kreeg twee dochters, namelijk de actrices Agnès en Catherine Spaak

In 1928 trok hij naar Frankrijk en werkte er eerst samen met zijn landgenoot, de filmregisseur Jacques Feyder, aan diens laatste stomme film, de korte film Les Nouveaux Messieurs (1929).

Vanaf de jaren dertig schoot zijn carrière echt uit de startblokken met het schrijven van de scenario’s en de dialogen van een hele reeks klassiek geworden films.

Jean Grémillon, Georges Lacombe en Jean Renoir deden meermaals een beroep op zijn schrijftalent.

Vooral met Jacques Feyder en Julien Duvivier vormde hij een echte tandem.

Met Feyder schreef hij het scenario voor onder meer de drama’s Le Grand Jeu (1934) en Pension Mimosas (1934), en de satire La Kermesse héroïque (1935).

Met Duvivier werkte hij samen aan onder meer de drama’s La Bandera (1935), La Belle Equipe (1936) en La Fin du jour (1939). De bekendste film waaraan hij heeft meegewerkt is het Eerste Wereldoorlog drama La Grande Illusion (1937) van Jean Renoir.

Vanaf de jaren veertig stelde hij zich ook in dienst van opkomende cineasten zoals Christian-Jaque, Georges Lampin en André Cayatte.

Hij werkte ook regelmatig samen met zijn landgenoot, de scenarist en filmregisseur Albert Valentin.

Ze kenden elkaar uit de tijd dat ze samen sleutelden aan scenario’s voor films van Grémillon.

Spaak werkte de scenario’s uit voor de eerste films die Valentin alleen regisseerde, waaronder de bittere tragikomedie La Vie de plaisir (1943).

In 1943 was Spaak lid van Die Rote Kapelle, een verzetsbeweging tegen de nazi’s.

In 1948 regisseerde hij Le Mystère Barton, zijn enige film. De film behaalde weinig succes.

In het pakkende gerechtsdrama Justice est faite (1950) toonde Spaak samen met coscenarist Cayatte overtuigend aan dat het rechtssysteem helemaal niet onfeilbaar was.

De film werd zowel met de Gouden Leeuw (1950) als de Gouden Beer (1951) onderscheiden.

In 1952 schreef hij het scenario voor de enige fictiefilm van zijn landgenoot Henri Storck, het komisch-avontuurlijke Le Banquet des fraudeurs.

In 1954 leende hij zijn talent aan het drama Le Grand jeu, Robert Siodmaks remake van Feyders meesterwerk van het poëtisch realisme Le Grand Jeu (1934).

Met regisseur Duvivier, met wie hij vroeger zeven keer een vaste tandem had gevormd, werkte hij een laatste keer samen voor de thriller La Chambre ardente (1962).

Met de opkomst van de Nouvelle Vague op het einde van de jaren vijftig werd Spaak minder en minder gevraagd en bloedde zijn carrière langzamerhand dood.

In het totaal werkte hij mee aan een negentigtal films waaronder verscheidene meesterwerken.

Charles Spaak overleed in 1975 op 71-jarige leeftijd in Nice.

Zijn dochter Catherine was nog geen vijftien jaar toen ze in 1960 debuteerde in het ontsnappingsdrama Le Trou, de laatste film van Jacques Becker.

Vlug daarna ging ze in Italië meespelen in komedies.

Eerst gedroeg ze zich als een Italiaanse Lolita in I dolci inganni (Alberto Lattuada, 1960).

Een jaar later vestigden drie films haar naam. La voglia matta (Luciano Salce, 1962) ondervond problemen met de censuur, maar lanceerde wel haar Italiaanse carrière.

In 1962 volgde de commedia all’ italiana-cultfilm Il sorpasso (Dino Risi) en in 1963 het op de gelijknamige roman van Alberto Moravia gebaseerde drama La noia (Damiano Damiani).

Ze zette telkens het personage van de vrijgevochten, schaamteloze en frivole meid neer.

Het zou haar handelsmerk worden en blijven gedurende de ganse jaren zestig, het toppunt van haar filmcarrière.

In 1964 kwam ze nog even terug naar Frankrijk om er mee te spelen in de remake van La Ronde (Roger Vadim) waarin ze weer een speelse en uitdagende jonge vrouw gestalte gaf.

Ze werkte toen ook mee aan het oorlogsdrama Week-end à Zuydcoote (Henri Verneuil).

Daarna was ze nog bijna uitsluitend in Italiaanse, vaak sentimentele komedies te zien.

Zo kreeg ze alle grote Italiaanse acteurs van toen als tegenspeler, zoals Vittorio Gassman, Ugo Tognazzi, Marcello Mastroianni, Alberto Sordi en Nino Manfredi.

Ze was achtereenvolgens gehuwd met de acteur Fabrizio Capucci (1963-1971) en met de zanger en acteur Johnny Dorelli (1972-1979).

Zijn andere dochter Agnès Spaak was actrice vanaf 1963 tot en met 1974.

In 1975 verhuisde ze naar Milaan waar ze begon te werken als fotograaf voor modebedrijven en bij uitgeverij Edilio Rusconi , waarmee ze jarenlang samenwerkte.

Ze verhuisde toen naar Hachette .

Ze werkte ook voor filmproductiebedrijven Twentieth Century Fox en Titanus .

Op 20 mei 1967 trouwde ze in Nice met de Romeinse regisseur Pietro Sciumé.

60 jaar geleden, te gast bij de Belgisch scenarioschrijver Charles Spaak en zijn gezin (De Post 11 juni 1961)
60 jaar geleden, te gast bij de Belgisch scenarioschrijver Charles Spaak en zijn gezin (De Post 11 juni 1961)
60 jaar geleden, te gast bij de Belgisch scenarioschrijver Charles Spaak en zijn gezin (De Post 11 juni 1961)
60 jaar geleden, te gast bij de Belgisch scenarioschrijver Charles Spaak en zijn gezin (De Post 11 juni 1961)

50 jaar geleden, te gast bij de Duits-Zwitsers ondernemer, bobsleeër, kunstverzamelaar, fotograaf, filmmaker en schrijver Gunter Sachs en zijn derde vrouw Mirja Larsson.

Hij was de kleinzoon van Wilhelm von Opel.

Zijn eerste echtgenote Anne-Marie Faure, met wie hij een zoon had, overleed in 1958.

Hij was van 1966 tot 1969 getrouwd met Brigitte Bardot.

Daarna trouwde hij met het Zweedse fotomodel Mirja Larsson en kreeg nog twee zonen.

In 1976 verkreeg hij het Zwitsers staatsburgerschap.

Hij schreef een boek waarin hij probeerde de geldigheid van de astrologie met behulp van een uitgebreide statistische analyse te onderbouwen.

Met zijn werk als fotograaf wist hij zich een naam als kunstenaar te maken.

Op 78-jarige leeftijd pleegde hij zelfmoord door zich door het hoofd te schieten vanwege de diagnose van de ziekte van AlzheimerGunter

Sachs was erfgenaam van een vermogende ondernemersfamilie en beheerde zelf ook een internationaal zakenimperium.

Hij bouwde een uitgebreide collectie beeldende kunst op van eigentijdse kunstenaars, waaronder bijvoorbeeld popart van Roy Lichtenstein en Andy Warhol.

Een gedeelte van de collectie Gunter Sachs werd in mei 2012 geveild, waarbij sommige werken aanmerkelijk hogere bedragen opbrachten dan de geschatte waarde.

De totale opbrengst van de driehonderd geveilde werken bedroeg zo’n 45 miljoen euro. (Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 20 juni 1971)

50 jaar geleden, te gast bij Gunter Sachs en zijn derde vrouw Mirja Larsson.

30 jaar geleden, Guido Belcanto in de Post van 14 juni 1991

30 jaar geleden, Guido Belcanto in de Post van 14 juni 1991
30 jaar geleden, Guido Belcanto in de Post van 14 juni 1991
30 jaar geleden, Guido Belcanto in de Post van 14 juni 1991
30 jaar geleden, Guido Belcanto in de Post van 14 juni 1991
30 jaar geleden, Guido Belcanto in de Post van 14 juni 1991

35 jaar geleden, de Franse film Tenue de soirée van Bertrand Blier te zien in de Vlaamse bioscoop.

Zijn tragikomedie Les Valseuses genoot enorm veel bijval en werd in 1974 aan de Franse filmkassa’s enkel verslagen door Emmanuelle en Walt Disney’s Robin Hood.

De film betekende niet alleen Bliers doorbraak bij het grote publiek, maar ook die van Gérard Depardieu, Patrick Dewaere en Miou-Miou, de drie hoofdacteurs.

Blier werkte hier voor de vierde keer samen met zijn fetish acteur Gérard Depardieu.

In een café is Monique bezig haar vriend Antoine de huid vol te schelden.

In haar ogen is hij een nietsnut, een angsthaas en een mislukkeling. Ze verwijt hem vooral hun armzalig leven in een uitgeleefde caravan.

Antoine laat al haar beledigingen over zich heen gaan en weet niets beters te antwoorden dan dat hij haar graag ziet.

Plotseling komt Bob tussen: hij verkoopt haar een ferme oorvijg en hij gooit haar een bundel bankbiljetten achterna.

Bob, een charmante babbelaar, vertelt het verbouwereerde koppel dat hij veel geld verdient met inbraken in chique villa’s en hij neemt hen op sleeptouw naar een residentiële wijk.

Bob is zo overrompelend dat hij hen overtuigt samen binnen te breken in een villa.

Vanaf dat ogenblik verandert hun leven helemaal en vormen ze een onafscheidelijk trio.

Andere inbraken volgen.

Algauw blijkt Bob meer geïnteresseerd in Antoine dan in Monique.

35 jaar geleden, de Franse film Tenue de soirée van Bertrand Blier te zien in de Vlaamse bioscoop.
35 jaar geleden, de Franse film Tenue de soirée van Bertrand Blier te zien in de Vlaamse bioscoop.