Betty Grable: het Hollywood-icoon dat het hart van Neil Sedaka veroverde

Het nummer Betty Grable van Neil Sedaka verscheen in 1974 op zijn Britse studioalbum Laughter in the Rain.

Sedaka schreef het nummer samen met zijn vertrouwde muzikale partner, tekstschrijver Howard Greenfield, met wie hij al sinds hun tienerjaren talloze klassiekers had afgeleverd.

In een interview legde Sedaka destijds uit waarom hij het nummer heeft geschreven.

Hij zag haar op een avond voorbijkomen in een oude film op televisie en besloot daarom dit eerbetoon te schrijven voor de vrouw op wie hij al zo lang verliefd was.

Het nummer is een nostalgische ode aan zijn jeugd en zijn bewondering voor haar, wat duidelijk blijkt uit de songtekst.

Sedaka zingt over hoe hij als klein kind elke zaterdagmiddag naar de bioscoop ging. Terwijl de andere kinderen voor Mickey Mouse en Donald Duck kwamen, zat hij aan het scherm gekluisterd voor zijn grote filmidool.

Hij zingt dat zijn hele muur vol hing met foto’s van haar, waaronder veel pin-upfoto’s, wat een directe verwijzing is naar haar status als de bekendste Amerikaanse pin-upgirl tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Het nummer vangt precies dat gevoel van nostalgie: de overgang van jongensdromen naar volwassenheid, waarin de glans van zo’n filmster een gekoesterde herinnering blijft.

Elizabeth Ruth Grable werd geboren op 18 december 1916 in St. Louis, Missouri, en groeide uit tot een van de allergrootste kaskrakers van de Amerikaanse filmindustrie.

Gedreven door haar moeder volgde ze van jongs af aan zang-, dans- en acteerlessen.

Al op dertienjarige leeftijd wist ze met een vervalste leeftijd haar eerste rolletjes als koormeisje in Hollywood te bemachtigen.

Gedurende de jaren dertig werkte ze zich gestaag op via bijrollen in diverse studiofilms en speelde ze op Broadway in de succesvolle musical ‘Du Barry Was a Lady’.

Haar definitieve doorbraak volgde rond 1940 bij filmmaatschappij 20th Century Fox, waar ze werd binnengehaald als opvolgster van Alice Faye.

Met haar frisse verschijning, blonde lokken en aanstekelijke energie in kleurrijke technicolor-musicals zoals ‘Down Argentine Way’, ‘Moon Over Miami’ en ‘Springtime in the Rockies’ veroverde ze het grote publiek.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bereikte haar populariteit een ongekend hoogtepunt.

De befaamde foto die fotograaf Frank Powolny in 1943 van haar maakte, staand in badpak en over haar schouder lachend, werd de meest verspreide pin-up van de hele oorlogsperiode.

Miljoenen Amerikaanse soldaten hingen de foto op in kazernes, scheepsruimen en cockpitruimtes.

Haar benen werden zo beroemd dat filmstudio Fox ze liet verzekeren bij Lloyd’s van Londen voor het toen duizelingwekkende bedrag van één miljoen dollar.

In de jaren veertig en vroege jaren vijftig behoorde Grable steevast tot de best verdienende filmsterren van Hollywood.

Ze schitterde in kaskrakers zoals ‘Mother Wore Tights’ en speelde in 1953 naast Marilyn Monroe en Lauren Bacall in de succesvolle komedie ‘How to Marry a Millionaire’.

Toen de hoogtijdagen van de traditionele filmmusicals medio jaren vijftig voorbij waren, verlegde ze haar werkterrein met veel succes naar theaterpodia, nachtclubs en Broadwayproducties zoals ‘Hello, Dolly!’.

Betty Grable overleed op 2 juli 1973 op 56-jarige leeftijd aan longkanker in Santa Monica, Californië.

Slechts een jaar na haar overlijden brachten Neil Sedaka en Howard Greenfield met hun lied een muzikaal saluut aan deze iconische ster die een hele generatie wist te betoveren.

Vandaag, precies 50 jaar geleden, op 1 november 1975, maakte de single Dansez maintenant van de Nederlandse zanger zijn entree in de Brt Top 30.

De herkenbare melodie was gebaseerd op Moonlight Serenade van Glenn Miller (1939), met een Franse tekst van zijn echtgenoot Patrick Loiseau en productie van Jean Jacques Souplet.

Het werd een enorme hit: in Vlaanderen en Nederland bereikte het de eerste plaats (op 6 december 1975) in de Brt Top 30 en in de Nederlandse Top 40 (10 november 1975)

Achter de artiestennaam Dave gaat Wouter Otto Levenbach schuil, geboren in Amsterdam in mei 1944.

Hij begon zijn carrière op twintigjarige leeftijd als de frontman van het combo Dave Rich & the Millionaires, waarmee hij in 1964 de single Girl of my dreams uitbracht.

De voornaam van “Dave Rich” hield hij aan als zijn artiestennaam.

In zijn begintijd zong Dave nog in het Nederlands.

In 1967 verhuisde hij echter naar Frankrijk.

In een aflevering van het tv-programma Volle Zalen (13 maart 2025) vertelde hij hierover aan Cornald Maas.

Hij gaf aan dat hij als jonge man met een vriend naar Frankrijk vertrok, zonder enig toekomstplan. Hij wist niet waar hij zou belanden, maar voelde dat hij iets moest veranderen; alleen zou hij die stap waarschijnlijk niet gezet hebben.

Hoewel hij in Frankrijk woonde, had hij in 1969 nog een eerste, bescheiden Nederlandstalige hit in Vlaanderen en Nederland met Natalie. Met het nummer Natalie nam hij trouwens deel aan het Songfestival van Knokke in 1969.

In datzelfde jaar deed hij met het Nederlandstalige Niets gaat zo snel mee aan het Nationaal Songfestival.

Uiteindelijk schakelde hij definitief over naar het Frans.

Zijn eerste grote hit in Frankrijk scoorde hij in 1974 met Trop Beau, een Franse vertaling van Sugar Baby Love van The Rubettes.

Na zijn hoogtijdagen in de jaren 70 keerde Dave in de 21e eeuw terug in de schijnwerpers.

Zijn autobiografie Soit Dit En Passant (2003) zorgde ervoor dat hij veelvuldig op de Franse radio en tv verscheen.

Dit leidde tot nieuwe successen: in 2004 gaf hij drie concerten in het Olympia in Parijs en zijn album Doux Tam Tam (2004) werd goed verkocht.

In 2006 bracht hij het album Levenbach uit, vernoemd naar zijn achternaam, met zeer persoonlijke teksten.

Dave bleef een bekende persoonlijkheid in zowel Frankrijk als Vlaanderen en Nederland.

Hij was te zien in de Franse film Une chanson pour ma mère (2013) en speelde een prominente rol in beide afleveringen van het Nederlandse tv-programma Chansons! met Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps.

De afgelopen jaren kende hij persoonlijke tegenslagen. In 2021 ontsnapten hij en zijn partner Patrick aan een koolmonoxidevergiftiging.

Een jaar later raakte Dave ernstig gewond na een ongelukkige val van de trap in hun Parijse huis.

Hiervan is hij redelijk hersteld, al heeft hij nog last van de gevolgen; zo zijn zijn smaak- en reukzin nog steeds niet teruggekeerd.

Desondanks blijft hij actief.

Eind maart 2025 gaf hij voor het eerst een optreden in Carré in Amsterdam.

Joepie 21 augustus 1974

Gisteren nog vandaag

Dave, rusten op bevel (Joepie van 2 september 1979)

Gisteren nog vandaag

Dave (Juni 1979)

Gisteren nog vandaag

65 jaar geleden te gast bij de Antwerpse kunstschilder Bert Hildebrandt.

Bert Hildebrandt, geboren in 1906 in Antwerpen, begon hij als leerling in het atelier van Henri Luyten.

Hij volgde opleiding aan de Academie van Antwerpen en aan het NHISKA.

Hij studeerde onder leiding van gerenommeerde kunstenaars zoals Isidoor Opsomer, Julien Creytens en Albert Saverys.

Hij was bevriend Edmond Van Dooren (die kubisme en futurisme combineert met neoromantische toekomstvisioenen)

Ook was hij vriend van Richard Baseleer, Vic van Berkelaere, Jos Mous, Ivo Van Hool en zijn zoon Gilbert Van Hool en onderhoudt contacten met Alois De Laet.

Hij stond bekend om zijn gedurfde gebruik van kleur en zijn expressieve stijl.

Zijn werk wordt vaak gekenmerkt door een zekere melancholie en een gevoel van vervreemding.

Hildebrandt won tijdens zijn carrière verschillende prijzen en onderscheidingen.

Zijn werk werd aangekocht door de Belgische staat in 1959 en 1968/1969.

Bert Hildebrandt schilderde ook vaak op glas dat hij toen noemde als de vergeten kunst in Vlaanderen.

Werken van Bert Hildebrandt zijn te zien in verschillende musea, waaronder het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen.

Bert Hildebrandt overleed in 1974 in Spanje.

Vandaag, 50 jaar geleden, bereikt Leo Sayer met zijn nummer Long Tall Glasses de tweede plaats in de Brt Top 30.

“Long Tall Glasses (I Can Dance)” bereikte nummer 4 in het VK Singles Chart en in Amerika was de single goed voor een negende plaats in de billboard top 100.

In Vlaanderen was de single dus goed voor een tweede plaats en in Nederland zelfs goed voor een eerste plaats.

Deze single is afkomstig van zijn tweede album “Just a Boy” verscheen in 1974 en het album bereikte de vierde plaats in het Britse Albums Chart.

Voor het album werkte hij samen met twee producers, namelijk:

De gekende ex-zanger Adam Faith, die begin jaren 70 een management voor artiesten was begonnen.

Sayer was toen een van zijn eerste klanten.

David Courtney, een songwriter, drummer en producer die met Faith samenwerkte.

Hij schreef ook mee aan de nummers op het album en dit samen met Sayer, die trouwens ook alle teksten schreef.

De arrangementen zijn geschreven door Del Newman.

Buiten het nummer Long Tall Glasses (I Can Dance), die als derde single uit kwam, verscheen er in Vlaanderen en Nederland nog twee andere singles uit het album, namelijk:

“One Man Band” en Bereikte toen nummer 6 in het VK Singles Chart.

In Vlaanderen Nederland bereikte het nummer niet de hitparade.

“Train” werd vreemd niet in het Verenigd Koninkrijk uitgebracht, maar wel dus in andere landen, waaronder Vlaanderen en Nederland.

Het nummer was in Vlaanderen goed voor een vijfentwintigste plaats en in Nederland deed het nummer beter en bereikte daar de vijftiende plaats.

Op dit album verscheen ook het door hem geschreven nummer Giving It All Away, die een groot succes was voor Roger Daltrey in 1973.

Voor het album werkte Sayer met de volgende muzikanten:

Gerry Conway: Drums

Alan Tarney: Basgitaar

Dave Courtney: Keyboards

Cliff White: Gitaar

De albumhoes van Just a Boy is ontworpen door Humphrey Butler-Bowdon, zijn oude leerkracht die hem les gaf aan op academie (Leo Sayer, eindelijk weer mezelf zijn uit de Joepie van 25 december 1974).