

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek






In de jaren 1930 waren er in Amsterdam nog drie porders actief.
Een porder liep een woonwijk af en sloeg dan met een soort hengelstok tegen het slaapkamerraam van de arbeider.
Ook werden er wel knuppels gebruikt om op de deuren te slaan.
Dit slaan of tikken werd ‘porren’ genoemd.
De porder ‘porde’ als het ware de arbeiders wakker.
Vaak hadden porders van de adressen waar ze langs gingen de huissleutels (de huizen waren van de fabrieksbaas) en konden ze naar binnengaan als de arbeiders niet hun bed uitkwamen.
Naast mannen oefenden ook veel vrouwen het beroep van porder uit. Vooral weduwes die het niet echt breed hadden, in tijden zonder pensioenen en verzekeringen.
Naast slecht weer (vorst en regen) was dat namelijk een groot nadeel van het ‘porren’: ‘Hoe kom ik zelf op tijd uit mijn bed?’
Daarom waren er zelfs porders die zelf een andere porder inschakelden om op tijd hun bed uit te komen.
Meestal moesten de porders namelijk tussen 3 en 5 uur ‘s nachts paraat staan om aan hun werk te beginnen.
Als in steden een gebrek aan porders was, schakelden fabriekseigenaren ook weleens stadsomroepers in, die met een mechanische megafoon mensen wakker riepen.
Omstreeks de jaren 1940 werden wekkers betaalbaar, wat meteen het einde betekende voor dit vergeten beroep.
Voor fabriekseigenaar was de aanschaf van wekkers namelijk lucratiever dan het inhuren van een porder.
Al na drie weken had hij de kosten van een wekker al terugverdiend.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post van 26 november 1950)







Etrimo = Études et Réalisations Immobilières, werd in 1932 opgericht door architect Jean-Florian Collin.
In de jaren dertig bouwde het in Brussel een groot aantal appartementsgebouwen in de toenmalige art deco of modernistische stijl.
Etrimo veranderde zijn beleid in de loop van de jaren vijftig en koos, begunstigd door groei, voor het goedkope appartementengebouw.
Dit gaat ten koste van de kwaliteit die naar voren wordt gebracht in zijn prestaties uit de jaren 30 en 40.
De nieuwe filosofie van de bouwer is om een appartement te verkopen aan elk huishouden met een gemiddeld inkomen.
Etrimo maakt daarom een exponentiële groei door.
In de jaren vijftig en zestig domineren NV Amelinckx en NV Etrimo de markt van de appartementsbouw.
Jean Collin, alias “Monsieur Etrimo”door sommigen beschouwd als een “aangename grappenmaker”, door anderen als een zakengenie, is hij het symbool van een flamboyant tijdperk waarin alles mogelijk was.
NV Etrimo opereert hoofdzakelijk in en rond Brussel,
NV Amelinckx bouwt voornamelijk in Vlaanderen.
Als slachtoffer van zijn eigen excessen zonk de promotor in 1970.
Zo kocht hij het kasteel van Faulx-les-Tombes en een jacht met de naam La Favorite.
Ooit eigendom gewest van koning Faroek van Egypte.
De aankondiging van het nieuws veroorzaakte opschudding onder de bevolking.
2000 kleine spaarders, die in de schulden raakten, ontmoeten elkaar in Brussel om hun stem te laten horen.
Collin verkoopt, zonder verplichtingen, het grootste deel van zijn eigendom aan Amelinckx en trekt zich terug in het zuiden van Frankrijk.
Er zal geen aanklacht tegen hem worden ingediend en hij behield zijn mandaat als senator tot het afliep.
Amelinckx kocht wel het bedrijf maar nam niet de schulden over en was niet verantwoordelijk voor de verplichtingen van het bedrijf aan de aankopers van appartementen
Er zal geen aanklacht tegen hem worden ingediend en hij behield zijn mandaat als senator tot het afliep.
Dit zal in 1971 aan de basis liggen van een eerste wet (wet Breyne) ter bescherming van de aankoper betreft aankoop op de verkoop van appartementen op plan.
Na de economische crisis van de jaren zeventig ontstaan er overal in de stadsrand gebouwen ontwikkeld door bouwbedrijven zoals Amelinckx.
Er werd gewerkt met ‘verkoop-op-plan’ waarbij toekomstige eigenaars al een stuk betalen, waarna de bouw pas wordt aangevat.
Later wordt het NV Amelinckx verkocht aan Blijweert dat begin jaren tachtig failliet gaat.(Diverse bronnen, Wikipedia en foto’s uit de Post van 22 november 1970)



Hij was toen de ontwerper van het grootste lichtreclame ter wereld en dit voor het automerk Chevrolet op de kruising tussen Broadway en Seventh Avenue.
Deze lichtreclame op Times Square had een hoogte van 22 meter en was 32 meter breed. (De Post 26 november 1950)









De meisjes (vijftien leerlingen gekozen uit 1500 kandidaten) leren alles over de fijne keuken, de geheimen van de mode en cultuur.
Het schoolgeld bedroeg toen 190000 Bfr. per cursus.
De school voor de rijke erfdochters was gelegen op de bovenste verdieping van het gekende Parijse restaurant Maxim’s.
De directrice was dan ook mevrouw Maggie Vaudable, afgestudeerd aan de Universiteit van Lyon en echtgenote van Louis Vaudable, eigenaar en manager van het restaurant Maxim’s beneden.
Een van de leerlingen was de Amerikaanse negentienjarige Charlotte Ford, erfgename van van de oprichter van de gelijknamige autofabriek.
Ze moet een goede leerling geweest zijn, want 20 jaar later schreef ze har eerste bestseller Charlotte Ford’s Book of Modern Manners.





De Mey werkte tijdens de jaren 70 en 80 voor de BRT als journalist en verslaggever.
Zijn meest beroemde moment vond plaats toen hij bij de scheepsramp rond de Herald of Free Enterprise in 1987 voor de kust van Zeebrugge meteen ter plekke was en als enige journalist vanop het zinkende schip verslag uitbracht.
Tijdens de jaren 90 werkte hij mee aan het humaninterestprogramma Afrit 9.
De Mey had altijd al een interesse in nieuws bekeken vanuit de ogen van de gewone man.
Voorts was hij te zien in Familie Backeljau (1993), Buiten De Zone (1994) en Misstoestanden (2000).
In 1999 werd De Mey door de VRT ontslagen en hij ging met pensioen.
Men verweet hem onder meer dat hij te graag in beeld verscheen tijdens reportages.
Hij probeerde nog actief te blijven bij VTM en VT4 en als anoniem medewerker aan Jurgen Verstrepens radioprogramma “ZwartWit”. Verstrepen, die later naar het Vlaams Belang overstapte, bezorgde De Mey ook een plaats in deze partij.
Eerder was De Mey nog lid van de SP en de lokale Oostendse partij Demo. Tijdens de Federale Parlementsverkiezingen van 2007 haalde De Mey 3473 stemmen.
In 2014 stond hij als lijstduwer op de Vlaams Belang-lijst voor de Europese verkiezingen. Hij raakte niet verkozen.
In 2018 stond hij op de 5e plaats van het Vlaams Belang van Oostende bij de gemeenteraadsverkiezingen.
Hij raakte verkozen en ging effectief zetelen.






Ze is de zus van de Vlaamse acteur Roger Van Hool.
In 1980 ontwierp ze het decor en de kleding voor de productie Het meisje van Nogamy voor de Vlaamse Kameropera (Muziektheater Transparant)

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag






Deszö Vasarhelyi werd in 1936 geboren in Pècs (Hongarije), een stad op 200 km ten zuiden van Budapest.
Hij studeerde er piano en muziektheorie aan het Conservatorium.
Eind 1956 verliet hij zijn geboorteland om zich in België te vestigen.In het Conservatorium van Brussel behaalde hij er de eerste prijs.
Sindsdien wijdde hij zich aan het muziekonderwijs.
Eric Vasarhelyi , zijn zoon, werd geboren op 1 mei 1964.
Dankzij het muziekonderwijs van zijn vader behaalde hij briljante resultaten.
In 1969 won hij op vijfjarige leeftijd een wedstrijd voor jong talent, georganiseerd door de RTBF en dit ondanks veel oudere concurrenten.
Op de Nationale Güntherwedstrijd werd hij finalist en behaalde hij er het diploma met de grootste onderscheiding.
Eind 1969 kwam zijn eerste single uit met werken van Czerny, Mozart en Bach.
In 1970 gaf hij zijn eerste publieke recital in het Paleis van Schone Kunsten in Brussel, gevolgd door twee recitals in Keulen.
Hij werd uitgenodigd door de “West-Deutsche Rundfunk” en in oktober van hetzelfde jaar trad hij op als solist tijdens drie concerten met orkest in Brussel en Antwerpen.
Het werk dat hij interpreteerde, werd voor hem geschreven: “Suite pour Eric”.Ieder jaar stelde Deszö Vasarhelyi een groot aantal van zijn leerlingen voor aan het publiek in het Paleis van Schone Kunsten in Brussel.
Na tien jaar onderwijs en ervaring stelde hij een nieuwe en onuitgegeven pianomethode op peil.
Een methode die zich in het bijzonder richt op jongeren vanaf 5 jaar.
Het hoofddoel van deze Methode bestond en bestaat eruit om zo vlug mogelijk, maar op een soepele en gedoseerde wijze, de artistieke intelligentie en gevoeligheid van het kind te ontwikkelen.
De meester creëerde kleine muziekstukjes gebaseerd op melodie en ritme, maar gecomponeerd op zulke aantrekkelijke wijze dat ze de smaak voor goede muziek aanwakkeren.
Deszö Vasarhelyi verongelukte op tragische wijze op 27 april 1996 te Dunaföldvar waardoor Eric besloot het werk van zijn vader voort te zetten.
Tot op de dag van vandaag engageert Eric zich ten volle om iedereen te laten genieten van deze unieke methode, onderwezen in de geest van zijn vader. (Diverse bronnen, Webpagina Vasarhelyi en De Post van 8 november 1970)




