Vandaag 60 jaar geleden, te gast bij de Franse actrice en schrijfster Cécile Aubry en haar jarige zoon Mehdi El Glaoui.

Haar zoon was toen vier jaar geworden en mag dus vandaag 64 kaarsjes uitblazen.

Aubry kende haar eerste grote succes bij haar debuut als actrice in de bekroonde film Manon (1949) van Henri-Georges Clouzot.

Ze werd op de cover geplaatst van het tijdschrift Life (26 juni 1950).

Ze hield er een contract aan over bij 20th Century Fox.

In The Black Rose (1950) speelde Aubry samen met Tyrone Power en Orson Welles, en in Barbe-Bleue (1951) speelde zij de rol van de laatste vrouw van Blauwbaard (gespeeld door Hans Albers in het Duits en Pierre Brasseur in de Franse versie).

In 1956 trouwde ze in de moskee van Parijs met Si Brahim el Glaoui, zoon van Thami El Glaoui, pacha van Marrakech, en was niet langer meer actrice.

Na de geboorte van hun zoon, Mehdi El Glaoui vestigde ze zich in Frankrijk en werd romanschrijfster en auteur van kinderboeken.

Sommige van haar werken werden herwerkt tot tv-series.

Ze bewerkte ook zelf een paar van haar boeken voor televisie, zoals de kinderboekenserie met de pony Poly en de jongens Vincent en Pascal in de hoofdrol.

Vooral ook Belle et Sébastien, waarin de rol van Pascal werd gespeeld door haar zoon Mehdi. Belle et Sébastien, werd een feuilleton in 39 episodes, (1965-1970), uitgezonden op de Franse tv, en ook op de Nederlandse tv (1968-1972).

In 2013 werd het boek verfilmd door Nicolas Vanier.

Deze verfilming kwam er pas na de dood van Aubry, omdat zij er zich steeds tegen had verzet.

Aubry overleed twee weken voor haar 82e verjaardag aan longkanker.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post van 12 juni 1960)

60 jaar geleden, te gast bij de Fanse actrice en schrijfster Cécile Aubry
60 jaar geleden, te gast bij de Fanse actrice en schrijfster Cécile Aubry
60 jaar geleden, te gast bij de Fanse actrice en schrijfster Cécile Aubry

De Franse acteur, filmregisseur, scenarist en schrijver Jean-Claude Brialy.

Jean-Claude Brialy werd geboren in Aumale, een stad in Algerije.

Zijn vader was een hoge legerofficier die daar op het ogenblik van zijn geboorte was gekazerneerd.

In Algerije werd zijn vader verscheidene keren overgeplaatst.

In 1943 kwam de familie terecht in Frankrijk, eerst in Marseille en daarna in Angers.

Hij en zijn broer Jacques kregen een zeer strenge opvoeding.

Hij voelde zich enkel gelukkig als hij zijn vakanties mocht doorbrengen bij zijn grootouders die dicht bij Angers woonden en als hij zijn fantasie de vrije loop kon geven.

Zijn vader werd echter opnieuw overgeplaatst, naar Duitsland.

Daarna vestigde de familie zich uiteindelijk in Straatsburg. Ondertussen was Brialy bezeten geraakt door de wereld van het spektakel en door de film.

Daarom haalde hij slechts na veel moeite zijn ‘baccalauréat’.

Hij volgde toneellessen wat niet naar de zin was van zijn vader die droomde van een militaire carrière voor zijn zoon.

Hij kreeg de eerste prijs voor toneel aan het conservatorium en hij werd als acteur geëngageerd aan het ‘centre d’art dramatique de l’Est’.

Tijdens zijn legerdienst werkte hij op de afdeling programmatie van de filmdienst. Dit liet hem toe verder de wereld van de film te verkennen.

Eind 1954 trok hij naar Parijs waar hij leefde van allerlei klusjes vermits zijn ouders weigerden hem geld toe te stoppen.

Hij kwam er in contact met de redactieleden van Cahiers du cinéma.

Zo kreeg hij de kans te spelen in de korte film Le Coup du berger van Jacques Rivette.

Hij deed regie-ervaring op bij Jean Renoir als stagiair regieassistent voor French Cancan.

Hij bemachtigde rollen in enkele andere korte films van onder meer Godard, Truffaut en Rohmer, allen toekomstige voormannen van de opkomende Nouvelle Vague, en in langspeelfilms zoals Un amour de poche (Pierre Kast, 1957) en Le Triporteur (Jack Pinoteau, 1957).

Zijn vertolkingen in de komedie L’Ami de la famille (Jack Pinoteau, 1957) en in het drama Christine (Pierre Gaspard-Huit, 1958) waren zijn eerste belangrijke rollen in films die ook uitgroeiden tot een commercieel succes.

Het waren echter vooral Le Beau Serge en Les Cousins (Claude Chabrol, 1958) die hem (en de Nouvelle Vague) bekend maakten.

Zijn naambekendheid werd zo groot dat hij tussen 1957 en 1987, zijn topperiode, in ongeveer honderddertig films speelde.

In de eerste plaats bleef hij samenwerken met de Nouvelle Vaguecineasten: met Chabrol in de tragikomedie Les Godelureaux (1961) en in de misdaadfilm Inspecteur Lavardin (1985), met Godard in de komedie Une femme est une femme (1961), met Truffaut in het drama La mariée était en noir (1968), met Rohmer in de zedenstudie Le Genou de Claire (1970) of met Agnès Varda in de tragikomedie Cléo de 5 à 7 (1962).

Hij was daarnaast te zien in verscheidene films van meer lichtvoetige regisseurs als Edouard Molinaro, Roger Vadim, Philippe de Broca en Claude Lelouch.

Bij André Téchiné en Claude Miller bewees hij dan weer meermaals dat hij niet enkel in staat was elegante en leuke rollen te vertolken maar dat hij ook serieuze en duistere rollen aankon.

Zo verwachtte het publiek hem bijvoorbeeld niet meteen als de ernstige procureur in het historisch drama Le Juge et l’Assassin (Bertrand Tavernier, 1976) maar zijn prestatie leverde hem wel een Césarnominatie op.

Hetzelfde gold voor zijn vertolking van de alcoholverslaafde en biseksuele dirigent die het niet meer ziet zitten in het drama Les Innocents (1987) van Téchiné.

Voor die prestatie werd Brialy wel beloond met een César.

Van meet af aan werd hij ook gevraagd door buitenlandse cineasten (voornamelijk Italianen, onder meer Mauro Bolognini en Alberto Lattuada).

Later deden ook Luis Buñuel, Ettore Scola, Costa-Gavras en Roberto Benigni een beroep op hem.

In de jaren negentig kreeg hij het wat moeilijker om geschikte rollen te vinden.

Zijn geraffineerde acteerstijl kwam het best tot zijn recht in de historische films La reine Margot (Patrice Chéreau, 1994) en Beaumarchais, l’insolent (Edouard Molinaro, 1995). Vermeldenswaardig in de jaren 2000 was vooral zijn rol in de komedie C’est le bouquet! (Jeanne Labrune, 2001).

De innemende Brialy was de vriend van heel wat collega’s uit de filmwereld en van talrijke kunstenaars.

Hij was een algemeen erkend en heel populair figuur.

In Parijs was hij de eigenaar van een door de beau monde uit binnen- en buitenland gefrequenteerd nachtrestaurant.

Hij woonde in Parijs ook heel trouw de begrafenisplechtigheden bij van heel wat beroemdheden.

Dit leverde hem de bijnaam ‘la Mère Lachaise’ op.

In 2007 overleed Jean-Claude Brialy in Monthyon op 74-jarige leeftijd aan kanker.

Hij ligt begraven op het cimetière de Montmartre. (Diverse bronnen en Wikipedia)

Claude Brialy (juni 1960)
Claude Brialy (juni 1980)
De Franse acteur, filmregisseur, scenarist en schrijver Jean-Claude Brialy.
Serge Gainsbourg & Jean-Claude Brialy

70 jaar geleden, de Engelse schrijver Graham Greene te gast in Brussel.

Hij was er om promotie te maken voor zijn novelle The Third Man die in januari 1950 op de markt kwam.

Foto 2 foto met de Franse auteur François Mauriac. (en winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur in 1952)

70 jaar geleden, de Engelse schrijver Graham Greene te gast in Brussel.
70 jaar geleden, de Engelse schrijver Graham Greene te gast in Brussel.
met de Franse auteur François Mauriac.

Vandaag mag Hazel O’Connor 65 kaarsjes uitblazen

O’Connor groeide op in een arm gezin als dochter van een Ierse schipper die naar Engeland was gekomen om in een autofabriek te werken.

Op jonge leeftijd (16 jaar) liep ze weg van huis en ging de wereld rond.

Het verhaal gaat dat ze Nederland, Frankrijk Japan en Afrika aandeed om uiteindelijk toch weer in Engeland te belanden.

De kunstacademie is waar Hazel haar geluk gaat beproeven om uiteindelijk voor een film te worden gevraagd.

Gecast om haar uitstraling gaat ze de hoofdrol (in de film als Kate) spelen in de film Breaking Glass.

Het verhaal van de film is simpel: een meisje wat graag rockster wil worden.

De film is een groot succes en dat geldt ook voor de soundtrack.

En die soundtrack staat vol met nummers, zoals al eerder gezegd, geschreven door Hazel.

Will You? is de hit van het album en terecht.

Tekstueel en muzikaal gezien klopt het allemaal.

Een tekst waarin Hazel ons meeneemt naar haar kamer, terwijl ze haar kopje thee drinkt en hij zijn koffie, allebei onzeker van wat er gaat gebeuren.

Dat er iets gaat gebeuren dat hangt in de lucht maar er wordt op een mooie manier naar toe gewerkt.

Een prachtig nummer, herkenbaar, invoelend en bij het luisteren zou je niets anders willen dan de saxofoon spelen, want naast dat het mooi gezongen is speelt saxofonist Wesley McGoogan letterlijk en figuurlijk een hoofdrol.

Een saxsolo waarbij het woord melancholisch als eerste opkomt. Een solo die net als de zang als van Hazel met gevoel wordt gespeeld.

In 1998 achtte O’Connor zich weer sterk genoeg om haar muziek weer op te pakken en kwam ze met haar eerste volwaardige studioalbum sinds 1984, “5 In The Morning”.

Dit album leverde een onverwachte hit op: het nummer ‘Na na na’ werd door Britse radiostations opgepikt en in dat jaar vaak gedraaid.

In 2005 is haar laatste recente album uitgekomen, ‘Hidden Heart’. Daarop staan ook enkele duetten, onder meer met de Ierse folkzangeres Moya Brennan.

In 2008 kwam er van haar album uit 1984, ‘Smile’, een re-issue uit.

O’Connor heeft tegenwoordig Groot-Brittannië vaarwel gezegd en woont deels in Ierland en deels in Frankrijk.(Diverse bronnen, Jan-Dick den Das en Wikipedia)

George Michael verliefd op zangeres Hazel O’Connor volgens de Joepie van 4 maart 1984

60 jaar geleden, te gast bij de jonge Franse acteur Jean-Paul Belmondo.

Belmondo, zoon van een beeldend kunstenaar en een kunstschilderes, was korte tijd professioneel boxer voordat hij begon met acteren.

De acteur die later in zijn carrière vooral bekend werd door luchtige actiefilms werkte met de allerbeste Franse regisseurs, zoals Jean-Luc Godard, Louis Malle, François Truffaut, Claude Sautet, Claude Chabrol en Claude Lelouch.

Hij trouwde in 1952 met Élodie Constantin.

Het huwelijk eindigde in 1965.

Bekende vrienden van de acteur zijn Alain Delon en Jean Rochefort, die laatste volgde samen met Belmondo acteerlessen op een bekende toneelschool in Parijs.

Zijn allerbeste vriend was wellicht Charles Gérard.

Ze leerden elkaar kennen in een boksclub. “Jean-Paul was toen amper vijftien, ik was er al vijfentwintig”, zei Charles daar ooit over. “Toen de trainer ons aan elkaar voorstelde, gaf hij me geen hand maar verkocht hij me een flinke linkse tegen mijn neus.

We konden het toch goed met elkaar vinden en ontwikkelden een echt typisch mannelijke, amper nog te breken vriendschap.

”Belmondo – gespierd en heel sportief – deed al zijn stunts zelf, van vechtscènes met een tijger tot het hangen aan een vliegende helikopter op 65-jarige leeftijd.

In 1999 kreeg hij een hartaanval op de planken en in augustus 2001 kreeg hij op Corsica een beroerte, waar hij eveneens goed van herstelde.

In december 2002 huwde Belmondo met zijn Natty Tardivel en samen kregen ze op 13 augustus 2003 een dochter met de naam Stella.

Belmondo werd al drie keer vader; zijn dochter Patricia is echter omgekomen bij een brand in 1994.

Na de scheiding en door de nieuwe vriendschap met de Belgische Barbara Gandolfi.

Was er in 2009 een rechtszaak tussen Belmondo en zijn ex vrouw Natty over het bezoekrecht van zijn dochter Stella.

Ook met Playmate Barbara Gandolfi kwam het tot een pijnlijk rechtszaak.

De nu 87-jarige acteur maakte in 2008 zijn laatste film.(Diverse bronnen,Primo, Wikipedia en foto 2 met zijn vader de beeldhouder, foto 4 en 5 met zijn toenmalige vrouw Élodie Constantin)