

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek




De vier zusters Ruth, Anita, Bonnie en June begonnen hun zangcarrière in de jaren zestig in de kerk van hun vader.
In 1969 besloten ze een carrière in de muziekwereld als The Pointer Sisters.
In 1973 hadden ze hun eerste grote hit met het nummer Yes We Can Can
In totaal namen ze vijf albums op, voordat Bonnie Pointer in 1977 de groep verliet om voortaan soloplaten op te nemen.
Ze tekende bij Motown en bracht in 1978 en 1979 twee albums uit.
De single Heaven Must Have Sent You uit 1979 was haar grootste hit.
Als soloartiest maakte ze uiteindelijk vier albums.
Haar laatste album Like a Picasso is van 2011.
In 2010 speelde ze zichzelf in de film Road to Nowhere van Monte Hellman

Gaan we effen terug naar zijn album After the Roses uit 1980.
Op dit album staat de mooie ballade What Matters Most.
Een nummer geschreven door Alan Bergman en Marilyn Bergman.
Meer dan 20 jaar later zal Barbra Streisand dit nummer ook coveren
Tom Jones komt als Thomas John Woodward op 7 juni 1940 ter wereld in de wijk Treforest van het Welshe mijnstadje Pontypridd, als zoon van een mijnwerker.
Wales zindert van muziek; er zijn ontelbare koren en brassbands, waar talent in gedijt.
De klassieke bas-bariton Bryn Terfel komt er vandaan en ook Tom Jones zingt in de vele working men’s clubs van de streek.
Terwijl hij overdag in een fabriek van handschoenen werkt of in de bouw.
Zijn schoolvriendinnetje Linda en hijzelf zijn amper zestien als ze “moeten” trouwen.
Ze bleven getrouwd tot aan haar dood in 2016, hoewel Tom Jones bekend stond als womaniser en sex bomb.
Gordon Mills en producer Les Reed vroegen aan Tom Jones om het nummer op te nemen.
De drie heren waren toen nog niet echt bekend en het was de bedoeling om met deze opname Sandie Shaw te overtuigen om het nummer op te nemen.
Sandie Shaw was echter zo geschrokken van de demo met Tom Jones.
Dat ze weigerde, omdat ze van het idee was dat Tom Jones het zelf moest uitbrengen.
Het zou voor Tom Jones zijn tweede single zijn bij de platenfirma Decca en zijn eerste nummer één in de Engelse Hitparade.
Met meer dan 100 miljoen verkochte albums, een carrière van dik zes decennia, vriend van Elvis Presley, geridderd door de Britse koningin en nog ziet Tom Jones er op zijn 80e patent uit.(Diverse bronnen, Kristien Bonneure en Wikipedia)



Op 12 mei 1965 is de groep in de RCA-studio in Hollywood om met technicus Dave Hassinger Satisfaction op te nemen.
Ook de Amerikaanse B-kant The Under Assistent West Coast Promotion Man opgenomen.
In Amerika wordt de single al op 6 juni 1965 uitgebracht.
Bijna drie maanden na de Amerikaanse release wordt (I Can’t Get No) Satisfaction in Engeland op 20 augustus 1965 uitgebracht.
In Engeland staat The Spyder And The Fly op de B-kant, The Under Assistent West Coast Promotion Man staat in de rest van Europa op de B-kant.The Under Assistent West Coast Promotion Man is gemaakt met een knipoog naar George Sherlock, de promotieman van London Records, die in 1964 de eerste Amerikaanse tournee van The Rolling Stones heeft begeleid.
In Vlaanderen en Nederland is (I Can’t Get No) Satisfaction al op 7 augustus 1965 uitgebracht.
De inspiratie voor de titel vonden Mick en Keith trouwens in het nummer Thirty Days van Chuck Berry, “If I don’t get no satisfaction from the judge, I’m gonna take it to the FBI and voice my grudge”.
Jaren later geeft Keith Richards toe, dat hij een openingsrif zocht zoals die van Dancing In The Streets van Martha & The Vandellas.
Het nummer was goed voor een vijfde plaats in de Belgische Hitparade.
Bébé Hong-Suong is de dochter van een Franse violiste en een Tonkinese moeder . Haar familie verhuisde naar Luik toen ze 7 jaar oud was.



















