
35 jaar geleden, Roberto Jacketti & The Scooters (Joepie 9 juni 1985)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek




De oorsprong van het feest gaat terug tot in de middeleeuwen.
Op 7 oktober 1349, toen er in de streek de pest heerste, organiseerden de autoriteiten een processie van de relieken van Sint-Waltrudis, de beschermheilige van de stad en van de collegiale Sint-Waltrudiskerk.
Deze werden in een schrijn gedragen tot aan het woud van Casteau en werden daar verenigd met de relieken van de heilige Vincentius van Zinnik, de echtgenoot van Sint-Waltrudis.
De pest hield op en het mirakel werd toegewijd aan de heilige Waltrudis.
Er werd besloten om elk jaar een processie te organiseren en in 1352 werd de datum definitief vastgelegd op Drievuldigheidszondag.
Vanaf 1380 neemt de broederschap van de heilige Joris deel aan de stoet. Deze werd aan het einde van de 14e eeuw opgericht door Willem III van Henegouwen en bestaat uit de adellijke inwoners, de burgemeester en de schepenen van de stad.
Zij voeren in de stoet een mysteriespel op, een wedersamenstelling van het gevecht van de heilige Joris tegen de draak.
De populariteit van Sint-Joris in de streek is te danken aan het samengaan van de geschiedenis van de heilige met een plaatselijke legende, namelijk deze van Gillis van Chin.
Er wordt beweerd dat deze laatste in de 11e eeuw een monster doodde in de moerassen van Wasmes.
Dit gevecht werd in de 19e eeuw niet meer opgevoerd in de processie wegens de minder religieuze oorsprong.
De enige keren dat de processie niet doorging, was tijdens de Franse Revolutie tot 1803 en de periode tijdens de twee wereldoorlogen.
Het is vanaf 1930, onder impuls van kanunnik Edmond Puissant, dat de processie weer aan belang won door de creatie van nieuwe folkloristische groepen en een vernieuwing van de kostuums.
Op 25 november 2005 werd de Ducasse van Bergen toegevoegd in de rubriek Stadsreuzen en drakenfiguren in processies in België en Frankrijk, aan de Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid van de UNESCO.(Diverse bronnen, foto 1 12 juni 1960)



Prinses Ashraf was de tweelingzus van de laatste sjah van Iran.
Prinses Ashraf was een groot voorstander van de moderniseringspolitiek van haar broer Mohammed Reza, die in 1941 door de geallieerden op de troon werd gezet en die in 1979 door een islamitische revolutie werd verdreven.
Dat ze ongesluierd door het leven ging, leverde haar veel kritiek op uit religieuze kringen.
Ashraf had een krachtiger persoonlijkheid dan Mohammed, en werd ook wel gezien als de sterke kracht achter de Pauwentroon.
Haar hart klopte voor Iran en ze werkte aan verbetering van de levensomstandigheden en vrouwenrechten en streed tegen het analfabetisme’, schreef Reza Pahlavi.
Tot haar laatste adem bleef ze geloven in een vrij Iran,
Prinses Ashraf Pahlavi was drie keer getrouwd en had twee zonen, vijf kleinkinderen en enkele achterkleinkinderen.
Eén van haar zoons is kort na de Iraanse revolutie op straat in Parijs vermoord.
Ashraf (26 oktober 1919) woonde in ballingschap afwisselend in Monaco, Frankrijk en de Verenigde Staten.
Haar tweelingsbroer, de sjah, stierf op 27 juli 1980 in Caïro en zij stierf op 7 januari 2016 en dit op de leeftijd van 96 jaar.









Ze is de één jaar oudere zus van de actrice Catherine Deneuve.
Hun ouders, Maurice Dorléac en Renée Simonot, waren eveneens acteurs.
Françoise Dorléac debuteerde in 1960 op de planken én op het grote scherm.
In het theater speelde ze een eerste titelrol in Gigi, een stuk waarvoor scenariste Anita Loos inspiratie gevonden had in de gelijknamige roman van Colette.
Haar filmdebuut, het drama Les Loups dans la bergerie, liep ongeveer gelijktijdig in de zalen.
Ze was een tijdje verloofd met Jean-Pierre Cassel.
In 1962 deelde ze twee keer de affiche met hem in de komedies Arsène Lupin contre Arsène Lupin en La Gamberge.
Daarna was ze even de partner van François Truffaut.
Ze was ook mannequin voor Christian Dior.
In 1964 werd ze een echte vedette dankzij de vrouwelijke hoofdrol in de avonturenfilm L’Homme de Rio, waar ze Jean-Paul Belmondo als tegenspeler had.
De film kende ongelooflijk veel succes en andere belangrijke rollen volgden.
In de François Truffaut-film La Peau douce vertolkte ze de minnares van Jean Desailly en in de Polański-thriller Cul-de-sac werd ze samen met haar oudere echtgenoot Donald Pleasence bedreigd door twee gewonde misdadigers op de vlucht.
Ze verscheen drie keer aan de zijde van Catherine Deneuve, onder meer in de muziekfilm Les Demoiselles de Rochefort (1967), haar voorlaatste en bekendste film.
Dorléac kwam op 25-jarige leeftijd om het leven toen ze in een gehuurde Renault 10 op hoge snelheid en bij hevige regen de afslag naar de luchthaven van Nice miste.
Ze verloor de macht over het stuur en sloeg meermalen over de kop.
In Nice had ze het vliegtuig naar Londen willen nemen voor de vertoning van de Engelse versie van Les Demoiselles de Rochefort.
Ze is begraven in Seine-Port.(Diverse bronnen, Wikipedia en foto’s april 1960)




