In 1976 vocht hij in de bergen een felle strijd uit met Joop Zoetemelk.
Hoewel Zoetemelk de rit op Alpe d’Huez op zijn naam schreef, stelde Van Impe zijn eindzege definitief veilig in de Pyreneeën op de flanken van de Pla d’Adet.
Het was sowieso een memorabele editie voor de Belgische renners, die destijds enorm schitterden.
Freddy Maertens bleek onstuitbaar en verzamelde maar liefst acht ritzeges.
Hij won de proloog in Saint-Jean-de-Monts, de eerste etappe naar Angers en de derde etappe in Le Touquet-Paris-Plage.
Later voegde hij daar nog de zevende etappe naar Mulhouse, beide delen van de achttiende etappe naar Langon en Lacanau-Océan, de eenentwintigste etappe naar Versailles en het eerste deel van de slotrit in Parijs aan toe.
Ook andere landgenoten droegen bij aan het Belgische succes. Willy Teirlinck won de dertiende etappe naar Saint-Gaudens,
Lucien Van Impe pakte zelf de veertiende etappe naar Saint-Lary-Soulan, Michel Pollentier zegevierde in de zestiende etappe naar Fleurance en Ferdinand Bracke won een dag later de rit naar Auch.
Ook Nederland presteerde dat jaar buitengewoon goed.
Hennie Kuiper opende de Nederlandse successen in de vierde etappe met aankomst in Bornem.
Joop Zoetemelk toonde zijn klasse in het hooggebergte en won drie zware ritten: de negende etappe naar L’Alpe d’Huez, de tiende etappe naar Montgenèvre en de twintigste etappe naar de Puy de Dôme.
Tot slot pikte Gerben Karstens zijn ritten mee door het derde deel van de achttiende etappe in Bordeaux te winnen, om vervolgens ook het tweede deel van de slotrit in Parijs op zijn naam te schrijven.
De Nederlandse TI-Raleigh-equipe won de 5e etappe, deel A: de ploegentijdrit van Leuven naar Leuven.

Gisteren nog vandaag
