Zijn politieke loopbaan begon al ruim voor de Belgische onafhankelijkheid.
Nadat het huidige België in 1815 bij het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd gevoegd, wierp Surlet de Chokier zich op als leider van de zuidelijke oppositie in de Tweede Kamer.
Hij maakte zich vooral hard voor parlementaire procedures en uitte felle kritiek op de grote macht van koning Willem I.
Door zijn scherpe en soms irritante houding tegenover de regering kreeg hij zelfs de bijnaam ‘de lastige baron’.
Hoewel de koning hem in 1816 tot baron benoemde, zorgde diezelfde Willem I er in 1828 persoonlijk voor dat hij niet werd herkozen.
Zijn reputatie als onvermoeibaar opposant werd verder versterkt door de verdediging van Jean-François Hennequin, de burgemeester van Maastricht die een koninklijk bevel had genegeerd.
Surlet de Chokier wist hem vrijgesproken te krijgen, wat hem bij de regering nog minder geliefd maakte door zijn agressieve pleitbezorging.
Ondanks deze aanvaringen zocht hij soms ook de verzoening op, wat hem burgemeestersposten in Gingelom opleverde.
Toch sloot hij zich uiteindelijk aan bij het unionisme, het verbond tussen katholieken en liberalen dat zich tegen het beleid van Willem I keerde.
Tijdens de Belgische Revolutie in 1830 pleitte hij aanvankelijk nog voor het behoud van de Oranjedynastie met een bestuurlijke scheiding, maar de gebeurtenissen haalden hem snel in.
Hij werd verkozen in het Nationaal Congres en werd daar de eerste voorzitter.
In die rol bleef hij op de achtergrond en stelde hij zich neutraal op, waarbij hij vaak simpelweg met de meerderheid meestemde om de eenheid te bewaren.
Toen de zoektocht naar een geschikte koning moeizaam verliep, werd hij op 24 februari 1831 aangesteld als regent.
Zijn vijf maanden als regent waren turbulent. België verkeerde in chaos door interne verdeeldheid tussen aanhangers van Nederland en Frankrijk, terwijl de economie verslechterde.
Surlet de Chokier regeerde uiterst voorzichtig en minimalistisch.
Hij was zelf een voorstander van aansluiting bij Frankrijk en zag weinig heil in de kandidatuur van Leopold van Saksen-Coburg.
Toch verliep de overgang soepeler dan hij vreesde. Toen Leopold op 21 juli 1831 de eed aflegde, trok de regent zich direct terug uit de nationale politiek.
Hij keerde terug naar zijn kasteel in Gingelom, waar hij tot zijn dood in 1839 burgemeester bleef.
Vandaag de dag leeft zijn naam voort in het straatbeeld en de cultuur.
In Brussel is het Surlet de Chokierplein naar hem vernoemd, gesierd door een monumentaal standbeeld ter ere van de Belgische onafhankelijkheid.
Ook in Gingelom is hij niet vergeten, met een eigen straat en een borstbeeld in het gemeentehuis.
Voor wie de geschiedenis letterlijk wil proeven, wordt er sinds 2000 zelfs een amberkleurig bier genaamd de Chokier gebrouwen om de herinnering aan deze markante figuur levend te houden.

